Ik treed op en ik neem mee

Een little black dress en m’n Guess stilleto’s. Of een highwaist skinny. Met daaronder m’n luipaardprint booties. Oh nee wacht. Ik kan ook helemaal camping gaan yo. Met m’n topfavo joggingpants, meegesleept uit Top Shop Bali twee jaar geleden. Soepel gecombineerd met een American shirt met de opdruk ‘Dork’. Is dat een plan?

Mensen, ik heb keuzestress aka een luxeprobleem. Komende zaterdag sta ik het podium van de Tolhuistuin in Damsko te rocken. Ik weet wat er uit m’n mond komt. Maar ik weet niet what to wear. En dat is een gruwelijk luxeding. Warum? Omdat ik met mijn tiny ass op een schaamteloos grote berg kleding en schoenen woon. En dan toch niet weten wat aan te doen. Drama.

Ik ben sowieso niet van de wandelende kerststal met discolichten-uitstraling. Publiek moet natuurlijk gewoon naar mijn spraakwaterval luisteren. Niet naar een pratend glitterjurkje. Aight. In dat geval, I might as well perform met een vuilniszak over m’n hoofd. Nay, daar ben ik toch nét iets te ijdel voor, vrees ik. En ik heb sinds een maandje weer mooie hairpaint in m’n haar. Mag ook gezien worden.

Geen vuilniszak, geen sexy jurk. En ook geen hysterische signatureketting of oorbel. Als ik een chick zie optreden compleet behangen met moeilijke oorhangers en in een jurk die makkelijk drie maten te klein is, dan denk ik: ‘gast, wat wil je nou’. Dit is geen jaloezie, maar gewoon mijn point of view als presentatiecoach. Gecombineerd met Giorgio Armani’s filosofie: ‘Elegance is not about being noticed. It’s about being remembered.’ Kijk, die Italo designer snapt het.

Terug naar de kledingstressbrainstorm. Ik ben fan van shirts en sweaters met opdruk. Ik droeg ooit op doorreis in de VS, een shirt met daarop in neongroene letters ‘Don’t drink water. Fish fuck in it’. Bleken die conservatieve Amerikanen op Chicago O ‘Hare vliegveld m’n shirt helemaal geinig te vinden: ‘Awesome crazy shirt you’re wearing.’ Dus mijn “Bloggers do it better”-sweater zou ik zaterdag in theorie aan kunnen trekken. Maar het is een vrij dominante trui. En de aandacht moet vooral naar de performance. Nja.

Dat dominante effect geldt ook voor mijn naamketting die geen naamketting is. In plaats van mijn naam, staat er ‘snotaap’. Werkt gegarandeerd super in een kantoortuin of kroeg waar het kapotsaai is. Die ketting roept namelijk altijd vragen op en lokt reacties uit. “Huh. Snotaap? Dat zeg je toch niet van jezelf?” Ik houd hier zo van. Want niets is leuker dan de meest humorloze peeps uit een groepje te filteren. Gaat easy met zo’n ketting. Maar goed, ik sta op het podium en niet in de kroeg.

De opzet voor zaterdag, een dichtersmarathon, is gelukkig niet stijf of officieel. Dichters lossen elkaar in rap tempo af. Per dichter drie gedichten in vijf mins. Dus je bent sowieso weer weg before the audience knows it. Dat betekent dat ik een onuitwisbare indruk moet achterlaten. En dat ik mezelf moet onderscheiden van The Others. In een heul kort tijdsbestek. Niet echt een loodzware opdracht. Ik ben hands down de meest mini van het clubje mooiewoordenfluisteraars. Daar scoor ik vast dikke gunfactor-punten mee. En het publiek schuift vanzelf naar voren als ze ontdekken dat ze ‘iets’ horen praten maar niet kunnen zien.

Nog een ander vet voordeel: ik begeef me onder mijn waarde vakgenoten, namelijk dichters en schrijvers. Nou niet het meest fashionably hipster volk dat er rondloopt (sorry Adriaan van Dis). Dus dit win ik. Zo, en nu ga ik gelyncht worden. Met rotte boeken, pennen, alles. Anyhows. Dat imponeren ga ik voor negentig procent natuurlijk doen met ferme poëzie die ik uitspuug op het podium. En in de tijdelijke state of shock waarin ik het publiek wentel, moet mijn vlammende outfit het even overnemen. Dit is de sluitpost van 10 procent weliswaar, maar het moet wel kloppen. Zonder dat het te gekunsteld wordt. Sjucht.

Ik ga lekker door met hardop nadenken. Die outfit wordt een mix van opvallend en rustig aan. Eigenlijk is de stelregel simpel. Draag altijd datgene waarin je jezelf het meest comfortabel voelt. Bij mij kunnen dat shorts, shirt, blazer en mijn cognacbruine Sendralaarzen zijn, bijvoorbeeld. Maar een supersimpel jurkje met m’n Nike Air Max eronder is ook leu-heuk. En past gelijk in het marathonthema. Aargh, Mr. Keuzestress, ga eens weg joh.

Maar goed. Ik ben voorspelbaar as hell. Dus trek ik zaterdag waarschijnlijk dat ene setje uit die hele berg privé-fashion van mij. En precies het setje dat überhaupt drie weken daarvoor al in mijn hoofd zat (lees: helemaal onderop de berg). Gewoon iets wat comfortabel, lekker, onverwachts, nice, sharp en cool tegelijk is. Eigenlijk net zoals mijn gedichten. Easy does it.

En zoals blond bombshell Marilyn Monroe ooit zei “give a girl the right shoes and she can conquer the world”. Voeg daar the right dress (heb ik, zaterdag) en the right words (check) aan toe, en klaar is Klara. Dus dit dramablog was voor niks. Maar meisje hè. Dus moest dit gewoon even kwijt. Muhaha. Beter komen jullie kijken op 3 oktober om 20.30 in de Tolhuistuin aan het IJ. Vind ik leuk.

 

 

Respect voor Facebook

 Ik vind Facebook fenomenaal. Bovenal heb ik respect voor Facebook(ers). Daarover later meer. Social media is voor sommigen een botox-unit: nep, lelijk en volgespoten met troep. Voor mij is Facebook, naast Twitter en Instagram, juist een superbron van inspiratie. Vines, Buzzfeedlijstjes, culiblogs, de Quote top 5, vacayfoto’s, oorlogsfoto’s, trailers, teasers en cutie pie dierenfilmpjes. Ja, ook de egels die aan het blufpokeren zijn om een stronk bloemkool. Het is Zuckerberg’s 24/7 crazy kermis and I love it with all my heart.

Hoewel.

Zoals alles wat massaal is, is het met de kwaliteit van de posts op FB ruk gesteld. Niet altijd maar wel regelmatig. En dan heb ik het niet over de landelijke krantenartikelen die op F-book worden doorgeplaatst. Die deugen over het algemeen wel contentwise. Officiële nieuwsberichten worden helemaal drooggecontroleerd voordat ze gepubliceerd worden. Gecheckt op feiten en honderd keer nagekeken op grammatica en spelling (ok, ok, redacteuren hangen ook weleens lam in de kroonluchters. Met oervervelende typo’s als resultaat). Maar online redacteuren hebben een getrainde pen. Zij posten dagelijks écht relevant nieuws. En nu komt het belangrijkste: alles in een lekker leestaaltje opgeschreven. Of heel strak, want soms is nieuws qua inhoud gewoon niet sexy te krijgen. Prima verder. Deze nieuwscategorie op FB is meestal rock solid.

Maar je hebt ook van die celeb&lifestyle-nieuwsblogs die vol staan met non-nieuws. Met headlines die zóó gruwelijk slecht zijn, dat het weer goed is. Goed, omdat het zo vreselijk slecht is. “Dit meisje heeft al zes jaar haar haar niet gewassen. Lees hier de echte reden en het resultaat.” Ik was al Sjaak Afhaak bij de eerste zin. Ik kén niet eens chicks die zes jaar vrijwillig met Cruela de Ville-kapsel willen rondlopen. En ik ontvriend echt íedereen die dit op hun bucket list hebben staan. Meisje of jongen.

Maar wat nou als er “Prinses Beatrix wast al zes jaar haar kapsel niet” had gestaan? Dan was de Privé-redactie in één klap loaded vanwege dubbeluitverkochte oplagen. En hadden ze zelfs de schoonmakers een weekend naar de Seychellen kunnen sturen. Fáscinerend en inspirerend voor mij als schrijver, dit soort onzin.

Anyway, Facebook. Voor mij dé ideale nieuws&entertainmentbron die nooit slaapt. Of de bron die mij juist uit m’n slaap houdt. Want een andere goeie source van one liners en inspiratie is de kilometerslange comments line up onder een willekeurige post. Ik koekeloer vaak onder posts van MTV. Het liefst als het over de zoveelste beef tussen Niki Minaj en zangeressen die wél kunnen zingen gaat. Geniaal is vervolgens het geblaat tussen het Minaj-dispuut versus de waarde leden van Alpha Bèta Taylor Swift. Uiteraard zijn het vaak chicks die virtueel elkaars wimperharen één voor één los zitten te trekken. Maar dan. Is er een dude. Tussen de duizenden catfight comments die dit roept:

‘I know my comment will be ignored but when I am alone in my house i hide under a pillow and pretend i am a carrot’

Held! Echt jongens, dan ben ik aan hoor. Heb nu al een draft gedicht in m’n hoofd. Waar ergens opeens uit het niets de zin ‘alsof ik een wortel ben’ tussen de regels oppopt. Awesome!

Dan nog even speciale aandacht voor deze social media-thema’s die bizar kuddegedrag stimuleren:

1) spartaanse ‘ik teer op 1 suikerzakje – en – 1 oplossoepje – voorhetgoededoel -wereldfietsreizen en 2) afscheidsbrieven

Allemaal superindrukwekkendheftig inderdaad. Dat vindt tout Nederland ook. En om een beetje structuur in reacties te knallen hebben alle reageerders één gemakkelijk woordje afgesproken: ‘respect’ (*zachtjes huilt*).

Jan, Toos, Sharada, Yvonne, Ted, Truus, Carola, Melvin, Frans, Willeke, Gaston, Maaike, Shanna, Ella, Bas, Gijs, Linne, Sterre, Jainina, Jaime, Bob, Ghilaine, Frédéric, Fred K., Willem, Elaine, Joelle, Madison, Zaida, Nolan, Justin, Amara, Tinus, Gert, Donna, Ingrid, Majella, Alvin, Lotte, Elia, Gea, Donnie, Astika, Dennis, Chanel, Veerle, Freek en Maarten, hebben allemaal respect voor mensen die halfblind en kreupel een berg opklimmen. Allemaal hebben ze respect voor personen die dapper hun eigen dood regisseren.

Heel erg bedankt voor jullie originele (#not) zevenletterige, hartverwarmende medeleven in de tijdlijn van vele, vele landgenoten. Maar de publieksprijs gaat wat mij betreft naar Thea de G. Zij postte dit naar aanleiding van een openbare afscheidsbrief, vandaag geplaatst op de Facebook van Metronieuws:

‘Respekt, ik heb kippenveld’

Kijk, dan heb je mij. Want als je in die ongelofelijke empatische braakbak aan comments, aandacht én respect weet te vragen voor iets compleet out of line, namelijk je gesellige grasveld met plofkippen, dan ben je wat mij betreft een hele grote.

 

 

 

 

 

 

 

 

Kreeft is goed voor de economie

Ken je die volgorde van je eigen economische groeiladder nog? Dat je begint met meuk en troep van je ouders en familie? En dat je in je nieuwe studentenhuis tot de ontdekking komt dat iedereen slaapt, kookt en uitbrakt op een Ikeabed? Spontaan gaat je studentenbaantje-pecunia op aan de 1e Ikea-uitzet. Daar eet je vervolgens een paar jaar braaf pastaprut, tosti’s en aangebrande ovenschotels uit totdat je afstudeert.

En zodra de eerste baan binnen is, stijg je in je eigen Maslow-piramide en ga je ook sjieke Bijenkorfbonnen op Sint- en verjaardagslijstjes zetten. Gewoon, omdat het kan. Omdat een messenset uit het DolleDwazeDagenboekje nou eenmaal meer status geniet dan Vörda hakmessen van de Zweedse meubelboulevard. Kip in bladerdeeg was fancy toen je nog studeerde en is nu écht verleden tijd.

Nu móet je shinen met kooktechnieken die je subtiel uit je Jamie Oliver’s kookbijbel hebt gejat. Weer een stuk of vier carrièremoves verder, en je bent klaar voor het zwaardere werk maar dan zónder inspanning. Alleen maar top notch restaurants afvinken en nooit meer thuis eten. Want geen tijd meer voor, met al die strakgeregelde businessmeetings die je leven hebben overgenomen.

Zo werkt het ook met kreeft. Dat eet je pas als je de fatsoenlijke baan voorbij bent en zo hard geld verdient dat je het letterlijk in de garage van je overburen moet stallen. En in Zwitserland. Nooit meer nadenken over hoe je de kiloknaller kipfilet nú weer moet klaarmaken. Want de Jamie Oliver kip cashew heb je al drie keer de revue laten passeren. En de Jamie Oliver kip in roomsaus komt nu écht je neus uit.

Is natuurlijk niet helemaal waar, want voor mensen uit Kroepoekland zoals ik is kip een soort van heilige vogel. Die je met liefde kookt in een exotisch zwembad van citroengras, gember en veel rode pepers bijvoorbeeld. Of in een bouillon met veel daun kemangi en jeruk purut. Maar goed, ik sla door. Kreeft én oesters eet je pas als je het jezelf kunt veroorloven én kunt uitdelen aan anderen (want je bent loaded met het hart op de goede plaats natuurlijk). Of je verstaat de kunst van hangen met de juiste vrienden (die ook meteen een zeilboot hebben, die ja). Óf je bent rapper zoals Fresku en verdien je bakken vol doekoe. Zodat je niet elke dag rijst met kíp, maar verse kreeft met je harem kunt delen.

Serieus, het liedje met de geniale titel Kreeft van rapper Fresku is typisch zo’n liedje dat mij inspireert. En mij ook enorm aan het lachen maakt. Omdat de lyrics eigenlijk heel simpel zijn. Wel grof hier en daar, maar daardoor juist zo krachtig. En omdat hij het koppelt aan sociaal-economische status. Vroeger was het nog kip en lijst. Nu is het kreeft-galore. Geniaal. Hier een paar regels uit ‘Kreeft’:

Vroeger at ik vaak kip met rijst/Nu ben ik vaak te vinden in het vispaleis/Deze nieuwe Fresku eet alleen maar wereldklasse voedsel nigga/De frisse heeft z’n shit nu straight/Hij ging van chips naar kip, van kip naar kreeft.

Ik at trouwens een keer in zo’n visrestaurant met doorgeslagen thema. Je weet wel, zo’n tent met visnetten die bijna in je bouillabaisse hangen zo hysterisch. Schilderijtjes met gehaakte vuurtorens aan de muur (why). Placemats met afbeeldingen waarop complete zeeslagen worden uitgevochten. En een aquarium met kreeft. Ik zat toen precíes met m’n face richting WaterLobsterLand. En zag twee kreeften wanhopig tegen het glas opkruipen, steeds opnieuw. Ik voelde me spontaan sip en hoefde mijn seafood platter niet meer. Vanaf dat moment wist ik het zeker. Ik blijf een sucker voor kreeft, maar ik moet íets minder Finding Nemo kijken om mijn emoties in bedwang te kunnen houden.

Wat ik al zei, het liedje ‘Kreeft’ van Fresku was de aanleiding voor dit blog. Omdat het beeld dat hij oproept met zijn teksten, op het eerste gehoor beetje shallow is. Maar stiekem best entertaining. Ja hoor eens mensen, ik weet dat er nu veel heftigere dingen spelen. Het zijn momenteel inderdaad niet alleen zielige lobsters die op het strand aanspoelen. Maar als ik met dit bescheiden troostblog over kip, rijst, Ikea én kreeft voor een beetje Jort Kelder-ish vertier kan zorgen op deze druilerige maandagmiddag, dan ben ik ok. Hoop jullie ook.