Zingen kreng!

Fijn hoor dat ik kan schrijven. Zonder dat het me twintig jaar van m’n leven kost. En dat dat geouwehoer ook nog eens vrij soepel als een aap uit m’n mouw komt rollen. Dan moet je niet de ambities hebben om multigetalenteerd te zijn. Of? Want er is minstens één andere skill, een ambacht dat ik graag tot in de finesses zou willen beheersen. En dat is.. tromgeroffel: zingen. Yep. Ik zou willen dat ik de scheur van Whitney Houston had. De ad libs van Beyoncé met de swag van Rihanna.

Want hoe tof zou dat zijn als ik het serieus kon, zingen. Zangeres en tekstschrijver in 1. Lekker origineel en efficiënt vooral. Twee jaar geleden testte ik m’n onder-de-douche-zangaspiraties in tien zanglessen. Via mijn studentenconnecties kwam ik bij Kim terecht. Een zangchick met loepzuivere stem die ook veel studentenmusicals trainde. Met opzet geen grijs conservatorium-omaatje gekozen. Ik wilde vooral oefenen met Katy Perry en Alicia Keys-materiaal. Dus een eventuele zanglerares moest wel een beetje kunnen viben met dat genre. So Kim it was.

Al na les 2 was ik zo ongeveer alle illusies armer die ik had bedacht bij het fenomeen zingen. Want boy, wat vond ik de lessen taai. Superleuk, maar taai. Dat ‘noenoenoenoenoeeee’ in vier verschillende toonladders was nog wel soort van entertaining. Maar toen ik m’n hoogstpersoonlijk gekozen liedje voorstelde, sommeerde Miss Kim mij direct om voor een iets minder ambitieus nummer te gaan. Dus goodbye Fireworks van Katy Perry en hallo rustig-aan-Adele-nummer.

En terwijl je altijd ‘denkt’ met veel gevoel te performen wanneer je lam op het karaokepodium staat, word je in zo’n zangles opeens geconfronteerd met de brute realiteit. Ter illustratie: mijn Adele-versie moest zo’n tien ellendige keren over, voordat Miss Kim vond dat ik met ‘gevoel’ het nummer vertolkte. Dat vond ik best een harde boodschap, kan ik jullie vertellen. Gevoel in een liedje stoppen is dus best nog een dingetje. Het gaat erom dat je sans gêne, alle emotionele luiken openknalt. En tegelijkertijd een versterker op je stembanden aansluit. Eruit met die handel. Ik dacht bij die eerste confrontatie: wtf, ik zit toch niet bij de shrink?

Na les 3 begon mijn bewondering voor wannabee-artiesten met elke noot te stijgen naar absolute Himalaya-hoogtes. Sindsdien kijk ik dus ook heel, heel anders naar al die talentenjachten. Want het is echt te makkelijk om als een stelletje luie reaguurders via sociale media te braken richting bibberige muurbloemzangeresjes. Die daar hun hele hebben en houden bij elkaar lopen te kwelen. Al dat weeëe commentaar van juryleden (‘leg je gevoel erin, dan gaat het liedje leven’, ‘ik hoor de pijn in elk couplet doorklinken’) is vaak inderdaad aanleiding om zum kotzen. Maar inmiddels snap ik waar het vandaan komt. Ik voel ze.

Zingen is een skill en je mag in je handjes knijpen als gij het kunt. Het is een vak waarvan de labels ‘kwetsbaarheid’, ‘lef’, ‘oprechtheid’ kloppen als een bus. Laatst was ik met vrienden bij Bodyguard de musical. Tot onze grote ontsteltenis nam een understudy de rol van Romy Monteiro over. Arme miss Understudy, die haalde met moeite de hoge Houston-tonen. We keken naar een stembanden-sumoworsteling.

Zingen is een skill. Een passend repertoire kiezen ook. En eerlijk zijn naar jezelf. Wat kan je en wat niet. Ben je een onontdekt talent of moet je je abonnement bij de karaokebar in de verlenging gooien. That’s the question. Conclusie: Anouk is een snoeiharde Voice of Holland-coach. Maar zingen is ook niet zomaar wat. Ik blijf wel bij m’n schrijvenpoetrycopywriter-dingen, ok? Heb me nog nooit zo verstandig gevoeld.

*Parijs

Ze is mooi als ze gehuild heeft

Gevaarlijk wanneer ze flirt en brood versnijdt
doet lief bij verbroken relaties
is uitdagend en zwierig als de avond valt en de Seine volloopt
drinkt braaf katers weg na fusten Chateau Latours en lichte Gauloises.

Deelt liefdevol airbnb’s, vrijheid en optrekjes aan de Rue de Charonne
vertelt haar oorlog op krappe Franse balkons, zingt straattaal in zoete chansons
is strijdig tijdens de Vijfde Republiek en sprakeloos door Charlie H.

En staat ze na een lange carrière van Civitas Parisiorum, oesters, fashionweeks,
brandende banlieues, Bardot-activisme en lauwe foie gras, gehavend in het licht
samen met de Eagles, de blik van Evra en de Kleine Cambodjaan,

is de stad mooi als ze gehuild heeft

ramonamaramis©2015

*Ik heb ooit een gedicht geschreven voor/over mijn jaarclub, ‘Vriendinnetjes’ heet het. Een soort ode aan de sterke kameraadschap, de typische studentengekkigheid en avonturen die ik met deze chicas heb beleefd, de liefde die ik voor ze heb. ‘Vriendinnetjes’ heeft een superontroerend ritme, een heel melancholische vibe (voor de mensen die mij dit gedicht hebben horen performen, they know).

En als er iets gebeurt, of het nu heftig is of mooi, dan pak ik altijd mijn ‘Vriendinnetjes’ erbij. Vervolgens hussel ik de woorden in het gedicht met actuele dingen. Dat heb ik nu weer gedaan met de Parijs attacks. Het ritme is intact, de melancholische vibe ook. En de liefde. Het blijft in deze versie allemaal fierce overeind. As it should be.

De #Hoedan-generatie

Jeuj. Ik heb afwasmiddel met ingebouwde krachtreinigers. En crème met aquatechnologische moleculen voor mijn pretty face. Ook allemaal ingebouwd. Wie de bouwvakkers zijn? Weet ik veel. Een dermatologenteam dat het leuk vindt om met DIY-moleculen en plastic flesjes te klooien. Ik weet, dit onderwerp, de totaal onzinnige, nondescripte consumentenmarketing wordt bijna wekelijks gecoverd door een of andere amateurblogger.

Of neem die purepassieauthentiekfoodliving-trend. Waar vileine columnisten vervolgens met een geweldig scherp vocabulaire overheen rugbyen. Zie Sylvia Witteman’s megahilarische Volkskrantcolumn van een paar weken terug. Over de zin en onzin van foodtruks en gezondedingenshit. Niet onzinnig, maar gewoon, op de haha-lachspierenwekkend.

Ik vind het leuk dat wij tot de #hoedan-generatie behoren. Want zo gaat dat met hippe en hipster dingen. Eerst omarm je authenticiteit, daarna transformeer je vrij rap in de kritische hoedan-consument die het-verhaal-om-het-gekochte-product-moe is. Ik snak af en toe naar dingen die ik gewoon pretentieloos kan gebruiken. Of opeten.

Neem nou Knorr. Niet dat ik die E-nummerzooi met de E van Erg vreet, maar het gaat om de teksten. De claims op de achterkant van de soepkartonnetjes. ‘Boerensoep met zorgvuldig geselecteerde ingrediënten.’ Dus eerst was het soep met slordig uitgezochte ingrediënten? Hallo lieve mensen, dit is de nieuwe soep van Knorr. Maar omdat we de ingrediënten in een lollige bui vaak random bij elkaar gooien, kan het zijn dat je zometeen soep én een stuk winegum opslurpt. En de sluitclip van de zak winegums. Die blijft ook achter in je keel. Alvast sorry daarvoor.

Datzelfde denk ik van mijn Dreft afwasschuim mét ingebouwde krachtreinigers. Zou serieus een blik civiele techniekstudenten krachtreinigers hydraulisch in die fles gemonteerd hebben? Hoe-dan. Waterpas op z’n minst. Ik bedoel, welke Unilever-copywriter is in de kantoorcontainer met wiet gevallen voordat ie aan het werk ging? Ik denk gewoon de hele afdeling. Hands down.

Claims zijn gewoon levensgevaarlijk eigenlijk. Ik lach dan wel superhard om die beautybeloftes maar mooi dat ik zelf ooit beef had met een superduur potje Lancôme-crème. Na het opsmeren zaten mijn las mejillas (sorry, zit op Spaanse les) namelijk onder de korsten. Ik terug naar die toko. Met in gedachten een volkomen terechte productswop. Want een consument heeft recht op de beloofde claims. Dus in mijn geval zachte la mejillas en la barbilla. Geen korstige wangetjes en kinnetje, maar een nieuwe pot crème a.u.b.

Wat die parfumeriejuffrouw toen antwoordde was beyond madness: ‘Ah kijk an. De diephydraterende hoogwaardige ingebouwde stoffen in de crème zijn aan het werk. Morgen vallen de korsten eraf en dan heb je een stralende huid.’ Wat ik toen zei tegen de toiletjuffrouw eh parfumjuffrouw? Heb ik verdrongen. Maar echt lekker zal het niet geklonken hebben.

Dan nog een ander ding. Ik heb een paar health-horecatijgers in mijn vriendenkring. Ik heb ze allemaal lief. Dit zeg ik omdat ik nu dit ga zeggen: ik heb ze lief, ook al zijn hun kapsels glutenvrij en lopen ze op sneakers van gedroogde bloemkoolpulp. Even zonder gekkigheid. Als ik in een fancyhipster restaurant een kippetje bestel, dan hoef ik niet te weten welke mindfulnessroute die kip heeft afgelegd. Dat de kip gemasseerd is met spelt en hummus, is leuk maar boeit niet (meer). I don’t care about de intens gelukkige kip die vlak voor slacht nog de marathon liep op een groen gazon vol sappige tarwekorrels. Zo lang ie maar niet uit de diepvries komt. Echt, zo veeleisend en healthsnobbish ben ik gewoon niet.

Samengevat wil ik gewoon mijn borden kunnen afwassen met een niet-afgestudeerde fles afwasmiddel. Want ik hóef niet in intellectueel debat met een fles vloeibare zeep. Snap jij snap ik. Mijn tomatensoep slurp ik graag op, zonder dat ik CSI-achterdochtig word van de evidente zorgvuldig klaargemaaktheid ervan. En kip is gewoon kip di Papa: met liefde en veel kruiden klaargemaakt. Dat die kip z’n hele leven in de rijstvelden heeft liggen chillen, het zal.

Soms is het gewoon freaking lekker om te consumeren zónder dat je steeds een lactosevrij gedicht tussen je gangen door krijgt, snap je? Of dat je je haren wast met shampoo met ingebouwde diamantglans. Geloof me, als ik loaded was, dan had ik diamanten in mijn beugel laten inbouwen en onder mijn Unicorn-hoeven geslagen. Dát is uiteindelijk wat ik wil. Een consumerende Unicorn zijn. Ik zei toch, ik ben niet veeleisend. Echt niet.

Het Aapje. De tussenstand

OMG! Ik ben alweer een half jaar onderweg met Het Aapje. Normaliter maak je als ondernemer pas over (meer dan) een jaar de echte balans op. Maar ben inmiddels zóóó dodelijk benieuwd naar De Staat van m’n communicatie-imperium, dat ik in dit blog de tussenbalans ga opmaken. Yep, jullie zijn de sjaak.

Ik heb: 15 netwerklunches (inclusief koffie’s zwart, tosti’s, glaasjes limonade, muntthee, croissants en pistolets), 1 backstagediner en 1 strip paracetamol weggetijgerd. De ontelbare weekendcocktails om het ondernemerschap te ‘vieren’ laat ik voor het gemak hierbuiten. Heb een kilometer aan mails en whatsapps eruit geknald. Plus tien facturen, van mini tot big casino cash. Heb drie openingsparty’s, een bedrijfsborrel, twee poetry gigs en drie netwerkontbijtsessies afgevinkt. Oh ja, er kwam ook een taaie drie weken durende dip tussendoor. Vond ik niet leuk, wel overleefd. Heb 125 visitekaartjes rondgestrooid en ben één illusie armer. Meanwhile ben ik 50 visitekaartjes (lees: 50×50 netwerkkansen), 250 Het Aapje-stickers van B-kwaliteit en minstens 5 potentiële klanten rijker. Ik ben nog steeds Het Aapje.

Zijn jullie er nog? Het Aapje heeft de afgelopen zes maanden namelijk zwaar zaken lopen doen en daarmee fijne opdrachtgevers binnengehengeld. Ik noem een conceptueel designer, een landelijke telecom-organisatie, een notariskantoor, een Rotterdamse cocktailbar, een marketingbureau, een videoproductiebedrijf, een financieel adviesbureau en een fancy Haags evenementen & online mediabureau. Het Aapje is dus nog steeds op koers. Tel daarbij op een eigen Monkeymondayblog (teller staat op 13 units), een Instagram, Twitter- en Facebookaccount met een bescheiden 400 volgers in totaal. En de echte apenkooi moet nog beginnen.

Vind ik het leuk? Jaaa enorm, maar heb soms ook wel beetje beef met m’n eigen organisatorisch vermogen. Want zoals altijd, kan ik heel goed communicatie fixen voor een ander. Maar voor mezelf had ik liever een eenmanszaak-mét-PA-pakket geregeld. Bij totale afwezigheid van een boss, bij gebrek aan de dynamiek van verplichtingen&verantwoordelijkheden en nul in loondienst-evaluatiegesprekken, valt opeens de structuur weg. Die moet ik dus zelf verzinnen. Good grief. Dus thuiswerken doe ik in full corporate outfit en níet in m’n comfortabele monkey onesie. Die heb ik alleen aan als ik brak ben. De hamvraag is: hoe hijs je jezelf überhaupt in zo’n ding als je brak bént? Ok, dit is een ontzettende irrelevante vraag voor nu, en we moeten door.

Loeistrakke to-do-lijstjes doe ik ook, dagelijks. Is gewoon pure noodzaak. Elke afgeronde actie vink ik af met een tamelijk overdreven “Yass!” Altijd jezelf blijven motiveren, wat er ook gebeurt (dankjewel Emile Ratelband). Of lekker bellenwhappenlunchendrinken met vriendjes vriendinnetjes-ondernemers en sparren over je business helpt ook. Volgende actiepunt is snel een fijne flexplek masteren in zo’n hipster bedrijfsverzamelgebouw.Want deze sociale junkie is niet gemaakt om in de casa tegen haar eigen koffiemok aan te praten. Ben geen geek, duh. Ik ben nu al heel vet, 1 dag per week in de flashy Caballero Fabriek te vinden. Extra fijn is dat deze bedrijvenhub op koprolafstand ligt van Mama Kelly, de kreeftentent waar ik verliefd op ben. Totaal irrelevante info voor dit blog verder; we moeten door.

Wat ik ook een enorme ontdekking vind, is die intuïtieve ondernemersantenne. Werkt gruwelijk hoor. Welke opdrachten aan te nemen, onder welke voorwaarden? Wel doen, niet doen? Een heel tof gevoel om zelf beslissingen te nemen, ik bepaal de richting. Maar ook realitycheck: wat kan überhaupt en wat niet. Niet alleen qua investeringen maar ook qua skills. Dus ook koelbloedig tegen een opdrachtgever zeggen dat ik een copywriter bent en géén marketeer. Ook al wil ik graag showen dat ik het kan. Ook al weet ik dat ik daarmee nog maar 1 stap ben verwijderd van de onsterfelijke status. En de opdrachtgever die je het liefst voor altijd in een doosje zou willen doen. Maar dan komt Mr. Intuition fijn interrumperen en fluistert sexy: ‘Wat wil je ook alweer met Het Aapje?’ en ‘Waarom moeten mensen jou per se inhuren?’. Focus is alles mensen.

Vind ik ondernemen nog steeds leuk dan? Yep. Vooral ook omdat je in het begin debiele dingen doet. En daar zelf hard om moet lachen (ik tenminste). Zoals te veel geld betalen voor een plek op Bedrijvenpagina.nl (ja, ben ik ingetrapt, sukkel). Waar vervolgens geen hond je op gaat vinden. En Monkey Merchandise ontwerpen die ik vooral zélf heel tof vind. Muhaha.

Maar eigenlijk ben ik apetrots op het Het Aapje-concept als geheel. Daar heb ik een royaal jaar naartoe gewerkt. Het bedrijfsplan, het verhaal, de online look&feel, de branding, logo-ontwerp, alles. Ik krijg daar precíes de responsen op die ik wilde: ‘creatief, lekker en toch strak en zakelijk tegelijk.’ En die hondsbrutale monkeymondayblogs zijn onderdeel van Het Aapje-concept. Blogs waar je over kunt vallen maar vooral waar je vóór kunt vallen.

Tuurlijk zijn er doubters, peeps die twijfelen over mijn beetjeboel bijdehante manier waarop ik mijn bedrijf plug. Bij creatieve opdrachtgevers, sure. Maar bij grote corporates? Not sure. Laat ik dit zeggen. Ik ben nog maar zes maanden ondernemert en I’ll prove you wrong. So badly, dat je er pindanachtmerries van krijgt. Deze aap gaat, wanneer de dingen gaan rollen, het hardst lachen.

Wat zeg ik? Dit aapje ís al bezig iedereen om de oren te rocken met spot on copywriting en storytelling. Met sparkly blogs en coaching. Die corporate bigshots gaan van hun apenrots rollen van nieuwsgierigheid. Totaal om én overtuigd dat mijn copywriting hun bedrijf verder gaat helpen. Met de juiste woorden, daden en bananen. Bluf ik? Ja. Want ík ben Het Aapje. Daarom. De echte apenkooi moet nog beginnen.

Ik ben op Bryce. En ook op George

Ik maak even een diepe buiging voor hipster Amsterdams (!) brillenmerk Ace&Tate. Omdat het ontstaansverhaal van Ace&Tate mooi is in al haar eenvoud. De oprichter, Mark de Lange ergerde zich namelijk kapot aan de manier waarop de gemiddelde (slechtziende) Nederlander aan z’n lunettes komt.

De metingen en eindeloze brildoorpassessies tot daar aan toe. Maar dan komen de supplementen op de bril. Ontspiegelde glazen, krasvrij, ultradun, multifocaal, sterkte, cylinder. Allemaal extra extra. En al die extra’s is alsof knaagdieren aan uw creditcard knabbelen. Voor je het weet is het opperdepop. Voor alle extra afwijkingen en leuke dingen bij of op je bril moet je namelijk harde doekoes neertellen. Ai. En dat vond de Lange te belachelijk voor woorden. En ik ook. Daarnaast heeft de Lange nog een ander geniaal argument: warum heb je wel budgetproof schoenen en accessoires maar als je een leuke bril wil, hoe dan? Eerst een bank beroven? Daarom.

Ace&Tate voelde die irritatie feilloos aan en lanceerde een winning collectie monturen in verfijnd Italiaans acetaat (daar komt ook de naam Ace & Tate vandaan. Briljant niet?!). En het allerbelangrijkste: of je nu brilsterkte jampot hebt of gewoon een kek fashionable frame op je neus wil, de prijs is fixed. Hoe nice! Voor mensen die nu kotsbakje pakken vanwege dit verkapte promo-blog: rustig aan. Dit is écht geen gesponsorde blog. Ik ben gewoon een enthousiaste brilsmurf. En fan van aanstekelijke goed doordachte marketingconcepten. That’s it.

Lenzen heb ik trouwens ook gehad. Ontelbaar veel. Vooral, daar is ie weer, in mijn studententijd. Met enige regelmaat in de gootsteen doorgespoeld, tegelijkertijd met mijn kater. Echt superefficient hangoveren noem ik dat.
Één keer na een harde nacht doorhalen inclusief pizza funghi als ontbijt, vond ik de volgende dag twee champignonstukjes in mijn lenzenbakje. Waar m’n lenzen dan waren? Ja uhm weet ik veel, opgegeten?

Anyway. Had ook een keer groene lenzen. Vond ik tof en sexy-ish. En daar ging het op gegeven moment mis mee. Blijkbaar lagen ze te lang in het lenzenbakje. Met als gevolg blurry eye sight toen ik ze in had en bijna tegen een lantaarnpaal fietste. Weg sexy oogopslag, hallo geschrokken Bambi-blik. Daarna ging het snel: billenkoek van de oogarts, lenzen door de plee gespoeld en bril besteld. Want niet zozeer de lenzen maar droog hoornvlies waren de nasty bitches. Aha, vandaar die rode oogjes altijd. Een contactlens sluit dan als het ware het al droge hoornvlies af. Niet zo handig dus. En gevaarlijk vooral.

Inmiddels draag ik brillen zoals ik m’n sneakers draag. Veel afwisseling, on fleek gematched met mijn outfit. Dus ja, ik heb veel brillen. En nu is daar sinds m’n laatste verjaardag Bryce (want alle brillen heten Bryce, Nina, Hudson, etc). Knappie bril Bryce die ik in een soort speeddate thuis uittestte. En ook dat thuispassen is dus zo’n briljant servicedingetje van A&T.

Die koosnaampjes bij alle monturen maakt ook nog eens dat je er een heel lekker verhaal van kunt bakken. Want ik kan dus zeggen dat ik Dylan, Hudson en George heb weggeswiped. Vervolgens Bryce heb gespot, hem thuis heb verleid, getest en met hem voor de spiegel heb staan shinen. En ook gewoon keihard aan de polygamie, want George heb ik namelijk ook nog achter de hand. Als m’n back up datecrush. En, ssst! Bryce is een beetje jaloers. So you know.