SPECIALE SUPERMARKTSPECIAL #episode: ALDI

Supermarkten zoals Jumbo en Appie waren al eerder showpony’s in mijn blogs, maar in een bescheiden bijrol. Nee, dan de Aldi. Die supermarktketen is zo episch dat het een eigen blog verdient. Dus ga ik nu leeglopen over deze lelijke Duitse supermarktpukkel, want ik was afgelopen weekend toevallig in de buurt van eentje.

Ik heb een haat-liefde relatie met de Aldi. De liefde zit ‘m in de prima dupes die ze van A-merken maken. Goeie Omo wasmiddel-look alikes bijvoorbeeld. En basisdingen die je permanent in je fridge en hamsterkast moet stapelen zoals bananenkwark, krabsalade, chips, koffie, mayonaise, honing. Dat soort zaken. De haat zit ‘m in wat Aldi doet met mijn mood. Van nature ben ik namelijk opgewekt en positief. Te zien aan de gezonde blosjes op mijn wangies. Maar die blosjes transformeren in een grijze waas zodra ik een Aldi uit kom.

Komt door de mensen die daar winkelen. Mensen die behalve moeilijk kijken, het vaak ook gewoon moeilijk hebben, sociaal-economisch gezien. Daar kunnen ze natuurlijk niks aan doen. Maar die arme peeps slaan echt grauw uit van ellende. Van het moeten doen met twee euro per dag. Sprokkelen vervolgens alles bij elkaar met een 50 eurocent-sticker erop. En dan kom je bij de Aldi best een eind. Zeker als je niet spontaan gaat hallucineren van een maand teren op drinkyoghurt mét E-nummers en witbrood met chocopasta vol geraffineerde suikers. De algehele droefheid van dit alles slaat dan op mij over, als ik niet uitkijk.

Aan de andere kant voel ik ook veel lobi voor de Aldi. Dat zit ‘m weer in het feit dat ik als schrijver van al die treurigheid iets moois kan maken. Ik bedoel, een hele kassarij met op het oog verveeld wachtende chicks met winkelmandje, kan zomaar een hele rij huiselijk geweld zijn. De Aldi is voor deze meisjes dan een soort uitje, een vlucht van dagelijks drama thuis. Ik verzin dit natuurlijk, maar dat is nu precíes wat de Aldi met mij doet. Mijn fantasie, verbeeldingskracht komen hier, onder de felle TL-buizen van de Aldi, samen en slaan totaal op hol. Luv it.

Afgelopen weekend stond ik dus in de Aldi. En uiteraard, in de beruchte, verkeerde rij. Een gast voor mij, ik gok een Afghaan, was aan het struggelen met twee bankpasjes. Beide pasjes piepten vilein bij het pinnen. Zo’n te-weinig-saldo-piepje. Vanzelfsprekend las kassaman Marco voor wat er op zijn kassaschermpje stond. In caps lock. En knalde er nog achteraan:‘THERE IS NO MONEY ON THE UH CARD’, terwijl hij met z’n lichaam triomfantelijk een kwartslag naar de rest van de rij wachtenden draaide. Alsof hij wilde zeggen: ‘heb dit vaker meegemaakt mensen, komt goed, ik regel dit.’ Konjo.

Aldi-personeel handelt dan ook echt alsof ze dit dagelijks meemaken. Omdat de Afghaan iets mompelde en Marco nog steeds in capslock zat te brullen, riep zijn collega-cassière, twee kassa’s verder, iets. En dan zonder van haar manicure op te kijken. Bij wijze van hulp. Het bewijs van ingebakken routine. Het hielp allemaal niet. De Afghaan vond (gelukkig) contant geld in z’n zak: 15 euro terwijl de kassa 20,41 ekkies aantikte. Marco Capslock vroeg welke dingen de Afghaan kon missen voor een week. De pizza’s nam Ali Afghani mee (daar kun je per slot van rekening elke dag een punt van eten). De wortels, kipblokjes en de fles sinaasappelsap bleven bij de Aldi. Waarschijnlijk is het konijn van Ali Afghani nu wel dood (een konijn zonder carrots, kom op mensen). En kan hij zijn lady-scharrel niet imponeren met Kip Afghanistan (kip gemarineerd in jus d’ orange -red). Maja, alles beter than nothing at all toch.

Wat ik had gekocht? Twee potjes Biocura crème voor nog geen drie euro per stuk. Die crème is ooit bejubeld in een fancy Brits health magazine. Het schijnt dat Biocura crème hetzelfde doet en belooft voor je face als vergelijkbare crèmes van chique merken. Zoals Lancôme, dat twintig keer zo duur is. Biocura was door die gratis plug overal tijdelijk uitverkocht. En nu de hype beetje is gaan liggen, is de voorraad weer aangevuld. Even kijken, ik heb dus een hype gekocht voor het geld van 1 week Aldi-boodschappen. In een supermarkt waar Afghanen Russische Roulette met bankpas doen. En chicks schuilen voor huiselijk geweld. Waar een zonnebril best handig is. Omdat het TL-licht binnen genoeg is om een hennepplantage van drie hectare te onderhouden. Pure poëzie is dit.

Snappen jullie nu mijn haat-liefde verhouding met de Aldi? Dank u.

Jakarta, Jakarta

Chauvinisme, het is overdreven vaderlandsliefde. En een woord dat niet echt in mijn Top 5 staat. Maar als eencellige mensen bommen gaan gooien op mijn twee landen, NL en Indonesië, dan ben ik Miss Chauvinistia herself. Inclusief superlange krabnagels en vuurspuwende ogen.

Ik werd donderdag 14 januari wakker met het nieuws dat Jakarta was lastiggevallen door een brute bomaanslag. Precies in het centrumdistrict waar m’n mama shopt, m’n little bro supervaak in de file staat en waar mijn stiefpapa langsrijdt naar z’n werk. Gelukkig zijn ze momenteel alledrie op Bali. Maar ze hadden er kúnnen zijn. Voordat we allemaal leeglopen over deze laffe Harry-daad, even wat duiding. Ik ben namelijk allergisch voor ramptoeristenreacties. Die social mediaposts ‘oh wat vreselijk, ik reed daar vijf jaar geleden ook langs in een taxi, nou gelukkig ben ik daar niet uitgestapt want het is toch best gevaarlijk als ik dat nou zie.’ Dit soort braakbalreacties, echt, I can’t even. En die truttige Pinterest-tegels ‘Pray for Jakarta’ vind ik ook mwah. Niet iedereen gelooft ergens in en iedereen moet zelf weten hoe ze over aanslagen denken, waar ook ter wereld. Je kunt ook een bloementekening met een krans van hartjes posten op je sociale mediawall. Lekker neutraal en ook dikke prima. Maar goed, ik ben nog steeds pissig op die aanslag en daarom is dit blog ook zo zuur. Laat deze aap maar even.

Waar het om gaat is dat ik vorige week donderdag een acute woede voelde. En onmacht omdat ik de plaats van delict kan uittekenen, ruiken en visualiseren. Het is overbekend terrein voor mij, het stuk downtown Jakarta tussen het VN-gebouw en Sarinah shopping mall bij de Thamrinstraat. Ik hoor jullie denken:’net zei je nog allergisch te zijn voor ramptoeries-comments’. Dat klopt nog steeds maar ík mag dit zeggen omdat het voor mij meer is dan een vakantiebestemming: deze stad, het land zit letterlijk in mijn dna. Mijn fakking land, waar mijn familie woont en waar ik vanuit moet kunnen gaan dat ze rustig hun rijsttafelboodschapjes kunnen doen, naar hun werk kunnen gaan, een rondje kunnen hardlopen bij het Senayan stadion daar vlakbij. Een onmachtig gevoel omdat Pray for Jakarta de lading niet dekt. Omdat een bloementekening niet groot genoeg kan zijn om mij en vooral de nabestaanden te troosten, te kalmeren.

Dus afgelopen donderdag was ik vooral belachelijk boos. En had ik zin om een rood-witte vlag uit het raam te hangen en keihard Indische liedjes te gaan zingen. Chauvinisme doet rare dingen met je. Ik voel me dan een soort pauw met drie verschillende kleuren; rood wit en blauw, afhankelijk van waar de shit aan is. Nederland of Indonesië. Nee, chauvinisme is alleen leuk met een WK als Oranje erin zit. Of als Miss Jakarta doordringt tot de Miss World finales. Het chauvinisme van donderdag deed pijn, echt heel veel pijn. En nu ga ik mijn familie bellen en zeggen dat ik enorm veel van ze houd. Want overdreven familieliefde, daar is nog nooit iemand heel lelijk van geworden. Klef hoogstens, nooit lelijk.

Brutale Bananen hebben de halve wereld. Soms.

Het allerirritantste wat je als schrijver blogger journalist kan overkomen is censuur. Echt, je wilt het niet. Maar het gebeurt, zeker als je van de Club Brutale Bananen bent zoals ik. Het komt er op neer dat wanneer je het hokje Nieuwsgierig aanvinkt, dingen vraagt en de zaken opschrijft zoals ze je oorschelp binnenkomen, mensen zenuwachtig worden. En voor je het weet is de shit aan.

Censuur. Het zit al in het woord zelf. De U van zuur. En er zit ook een S in. Van Saai en Shitty. Want meestal zijn mensen die censuur plegen, saaie types zonder zelfvertrouwen. Peeps die de guts niet hebben om op een laconieke, coole manier om te gaan met bepaalde exposure. Exposure in de vorm van blogs, artikelen, nieuwsitems over bedrijf X, blockbusterfilm X, politieke partij X of over raskat Poekie voor mijn part. Als woordvoerder ben je hoogopgeleid met lef en souplesse om tegen bijdehante journalisten te kunnen. Deal with it. Een woordvoerder moet kunnen omgaan met alles wat een blogger of journalist schrijft. Met swag en stijl. Maar snoer nobody’s mouth. Een riant woordvoerderssalaris is er niet om monden van journalisten te spoelen. We leven per slot van rekening in een democratie en dat betekent persvrijheid galore. Ik mag dus schrijven wat ik wil.

Soort van uitzondering is schrijven in opdracht of als je werkt als writer voor een (groot) bedrijf. Dan gaat je epistel eerst nog langs tien afdelingen. Waar tien chefs, tien verschillende meningen hebben over je artikel. De kunst is dan om van die tien meningen (die vaak ook nergens over gaan) een recap te maken waar die chefs-met-een-mening mee kunnen leven. Vergt veel overtuigingskracht, diplomatieke handigheid en uiteraard de meest soepele schrijfskills. Want als je kunt bewijzen het stuk zó te schrijven dat de nerveuze chefs weer relaxte mensen worden, dan ben je keizer. Maar beter is om zo’n proces van tevoren te managen. Dus direct maximaal twee mensen tackelen die een mening mogen hebben over je schrijfsels. En zoveel mogelijk je eigen schrijfsels verdedigen: ‘je klanten krijgen anders een vertekend beeld. Met een vage boodschap raak je ze kwijt. ’ Subtiele dreigementen zijn zo heerlijk om mee te trollen.

Soms heb je gewoon vet pech. Zoals die keer toen ik een blog had over een fancy dure mannenkledingwinkel. Je weet, zo’n toko met glimmende Armani-units. Die winkelmanager liep helemaal leeg. Wat tof was, want de vetste quotes rollen van de band wanneer de geïnterviewde zich relaxt voelt bij de interviewer (dat effect heb ik op mensen). Op mijn vraag wat voor type klanten hij tot zijn clientèle mocht rekenen, somde de storemanager op: ‘voetballers, BN’ers en mensen uit de onderwereld.’ BAM. Uitspraak van puur goud was dit. Snap jij snap ik. Jammer genoeg had ik afgesproken dat de storemanager het blog van tevoren mocht lezen. Dus die zin over de poldermafia sneuvelde direct. Maar het blijft leuk, uitspraken ontfutselen en kijken hoe ver je kunt gaan.

Onlangs was ik op het Binnenhof voor een lunchdate met een politiek-mattie van me. De Tweede Kamer was nog op reces, dus ik had bij wijze van geinige Facebookpost gezegd ‘Wtf, het land onbestuurd want TK op kerstreces. Beter neem ik de boel over.’ Iets in die trant. Met een stuk of twintig knipogende smileys erachteraan, die de niet-serieusheid van die post moest benadrukken. Oh ja, die mattie die binnen de vier muren van de Tweede Kamer werkt, had ik getagd. Had ik dus niet moeten doen want gelijk fittie met een paar oplettende TK-peeps die toevallig ook op Facebook zaten. Lang verhaal kort: heb mijn post aangepast. Niet helemaal; gewoon wat subtiele tweaks. Want ik weiger(de) om mijn democratische persvrijheid in te leveren voor die superonschuldige post van mij. Ik ben namelijk een aap die met bananen gooit, niet met bommen. Ik kan best scherpe dingen zeggen, maar beledig nooit. En schofferen doe ik al helemaal niet. Tot slot: ik noem geen namen, want ik heb respect voor iedereen, inclusief de peeps die ik ken die op het Binnenhof werken. Maar ik ben en blijf een aap geboren met een pen in de vorm van een banaan. And I shall write with it till the end of days. Joe!

And the papers want to know whose shirts you wear
Now it’s time to leave the capsule if you dare
This is Major Tom to Ground Control
I’m stepping through the door

David Bowie – Space Oddity
1947-2016

PROJECT X 2016

Gisteren de helft van dit blog geschreven en halverwege in slaap gevallen met een stuk Milka witte chocola met crispies in m’n mond. Goede voornemens. De meest irrelevante belofte die je jezelf kunt doen. Dit eerste blog van 2016 gaat keihard over Project X. Let’s go.

Don’t worry mensen, ik heb ook echt wel een bewust en gezond stel hersens in m’n hoofd zitten. Die staat meestal geprogrammeerd op broccoli, aubergine, vis, kip en couscous. Maar braafheid is killing voor je creativiteit. Dus beetje stout en dwars doen is gewoon ook gezond. En lekker. Ik ben een aap hè, dus zo onvoorspelbaar als een banaan. Nee, goede voornemens zijn echt superirrelevant. Kijk, cocktails, bier en gin tonics achterover klappen, luv it. Maar dit doe ik alleen als ik uit ga. En uitgaan doe ik niet elk weekend. Dus ik hoef mezelf niet voor te nemen hierin te minderen. Sterker: de titel RozemarijnLimonade-Babe van het Jaar ambieer ik gewoon niet. Past ook niet in Project X. Met je goede voornemens. Een nieuw jaar is gewoon te leuk om te vullen met leuke, cray dingen. Het is gewoon niet gemaakt om strak te trekken met randomness.

Maar echt. Goede voornemens klinkt zo Libelle-truttig. Alsof je met je loopgroepje afspreekt gezellig elk weekend gezellig te gaan hardlopengezellig. En na afloop gezellig aan de koffie met vlaai. Want dat mag dan best gezellig. Oh my. Beter spreek ik van een challenge of Project X. Da’s veel leuker. Ik bedenk dan meestal gedurende het jaar allemaal dingen die buiten m’n comfortzone vallen. Of dingen die juist helemaal in mijn comfiezone passen en dan volledig los gaan daarin. Geloof mij nou maar, heel hard shinen in je onesie-zone is de beste en makkelijkste manier om de ‘Betere versie van jezelf te worden’. Oh wacht, alweer zo’n braakbal/haarbal-uitdrukking. Wtf betere versie? Ik ben allang blij dat ik gezond ben, een neus heb en armen en kleine maar mooie beentjes. En ook nog eens blessed ben met oorlellen waar ik mooie bellies in kan hangen. Ook al lijk ik dan nog steeds niet op Gigi Hadid. Maar ik kan weer heel goed schrijvon. En Gigi niet.

Alora. Project X. Ik was al een beetje begonnen vorig jaar. Met Spaanse les. Zo entertaining was dat, dat ik dit jaar misschien deel II eraan vastknal. En dan einde cursus een vette freestyle poetry in Spanish doen. Dat zijn toch veul leukere challenges dan zo’n fakking random saai voornemen als minder minder spekkies eten en meer meer avocado’s? Nou dan. Twee jaar geleden beklom ik vloekend een Balinese berg. Ik denk nu opnieuw na over een challenge die ik dan vloekend ga afleggen maar wel kneiterhard ga halen. De Marathon van New York bijvoorbeeld. Staat superhoog op m’n Project X-lijst. Maar deze kroepoek heeft meniscusblessure en haat hardlopen. En een halve marathon is toch wel vereiste voordat je heel posh gaat lopen doen over hardlopen in NYC jeweettog. Dus toch maar inschrijven bij zo’n loopgroep. Dat wordt de biggest challenge ever. Sowieso om niet een vilein blog te schrijven over hardlopers (sorry vrienden matties die hardlopen, jullie zijn namelijk gewoon gekkies. Lieve hardloopgekkies, dat dan weer wel).

Of wat ook kan: alle half afgemaakte challenges van de afgelopen jaren bij elkaar gooien. Dat betekent mijn laatste duik-onderdeel op Bali halen voor mijn PADI. Of surfbootcamp afmaken zodat ik nu langer dan FourFive Seconds op m’n board kan shinen. En voor de rest is Project X vet onvoorspelbaar. Niet te geregisseerd maar ook niet superanarchistisch. Gewoon dingen doen waarvan je eerst denkt ‘nee toch’ en dan toch doen. Heerlijk. Want niets is leuker dan om aan het einde van het jaar de balans op te maken met onverwachte dingen die je hebt gedaan. Geloof me, dat is veel aantrekkelijker voor iedereen die het moet aanhoren. Iedereen die bij mij op 31 december aankomt met een ‘ikhebhethelejaarheelbraafgezondbewustgeleefdenbennergensbuitendebandgesprongen-verhaal’ krijgt van mij een vette Talk To The Hand mét oliebol.