FRANS BERNHARD, BEDANKT

Omdat je sociale hart groter was dan het hele Ministerie van Sociale Zaken bij elkaar
Toen ik nog op de middelbare school zat en pa in Jakarta woonde, had hij een hulpje in huis, Sariman genaamd. Een straatarme dorpsjongen uit Oost-Java. Arm en analfabeet. Mijn vader nam hem in huis; leerde hem via simpele taalboekjes lezen en schrijven. Vervolgens liet hij Sariman rijlessen volgen. Stuurde hem ook nog eens naar een naaicursus. In een tijdsbestek van twee jaar waarin Sariman het huis van pa op orde hield en klusjes deed, gaf pa deze jongen behalve werk ook ècht waardevolle zaken mee: zelfstandigheid en waardigheid. En hoewel Sariman eerst tegenstribbelde ‘schopte’ pa hem na die twee jaar de deur uit. ‘Zo Sariman, je hebt nu voldoende bagage op zak om je toekomst op te bouwen.’ En ja hoor, Sariman verdiende niet veel later de kost als kleermaker in een naaiatelier in downtown Jakarta. Behalve dat Sariman zijn ouders nu vaker kon bezoeken, ging hij, trouw en dankbaar als hij was, nog regelmatig bij pa langs.

Omdat je duizend keer beter was dan Jos Verstappen

Supersimpel: pa was een beast in de auto. Wist een dikke Toyota Four Wheel Drive met 1 hand aan het stuur, in minder dan een halve minuut in de smalste favela-achtige steeg in Jakarta achteruit in te parkeren. Maar ga niet stoer lopen doen op de snelweg met pa. Voor je het wist zat ie je te bumperkleven tot je gek werd (en ik vervolgens pissed in the car zat te zijn. Hem standaard verweet dat ie niet zo stoer moest doen). Maar goed. Don’t diss my dad when he’s ridin’. Pa was in alles een bourgondiër. Maar vooral wat autorijden betreft. Twee jaar geleden was hij in NL. Samen met z’n longtime mattie Frida (stiefmoeder) en een bevriend bejaard echtpaar. Pa, inmiddels een vette 75-plusser, huurde meteen een auto en croste met dit krasse knarrenteam half Europa door. Die bejaarde vriend mocht na lang aandringen de lange snelwegstukken rijden. Pa nam de chaotische binnensteden van Parijs, Warschau en Hamburg voor z’n rekening. “Dat moeilijke rijden moeten ze natuurlijk aan een expert overlaten”, zei hij dan gespeeld opschepperig. Pa op z’n best. Oh ja, touren met pa was in zekere mate een risico. Geen Rihanna maar wel Country Road snoeihard over de speakers. Ik heb natuurlijk nulniks met countrygejengel. Maar die John Denver-indoctrinatie was inmiddels zo ver heen, dat ik uiteindelijk toch altijd ontroerd pa’s bijrijdster zat te zijn. Met Country Road schallend door de boxen al rijdend door het ruisende groene landschap van Noord-Sulawesi. Het kan verkeren mensen.

Omdat jij de VoedselKoning was en Kranenborg niet
In Jakarta was hij een bekende vaste klant op de plaatselijke markt. Het was pa die z’n groente, vis en kip haalde, steevast vergezeld door z’n twee chihuahua’s Ajax (ja, die voetbalclub) en Kunyuk (vrij vertaald: ‘sukkel’). Als we in een restaurant aten, dan verzamelde hij na de dis alle botjes, groenten en rijstrestjes voor de doggybag. Sterker: soms waren we nog niet eens uitgegeten en was hij al bezig met z’n voedselbankbakjes te vullen voor Ajax en, Sukkel. Tot grote hilariteit van vooral papa himself. Toen hij voorgoed in onze hometown Manado ging wonen kookte hij altijd Mujairvis en groenten van bittere papajablad, afgetopt met verse sambalpepers. Typisch Menadonees eten dat ik voedsel voor gevorderden noem. Gewone stervelingen verslikken zich namelijk in de epische visgraten (die wij gewoon rauw opeten). En mensen gaan überhaupt dood -bij wijze van- van de kleine, venijnige groene pepers (die wij gewoon rauw opeten). Pa kon serieus alles. Ik heb ‘m toen ik 8 jaar oud was, eigenhandig een varken zien slachten. Heel vakkundig en snel. Hij kan dat. Zielig voor porky misschien, maar papa kon toveren met varkensvlees en kruiden, niet normaal. Hij deed recht aan dat varken. Net zoals met alles wat pa kookte. Er zat zo enorm veel liefde in. En bezorgdheid. Dat kleefde ook standaard aan pa, vooral als hij mij in combinatie met voedsel zag. Hij dacht namelijk altijd dat ik niet genoeg eten op m’n bord had geschept. Ik moest voortdurend op m’n tellen passen tijdens het diner. Want als ik even niet keek, dan was mijn rijsttafelbord ‘opeens’ qua rijst, kip en vlees minimaal verdriedubbeld.

Screenshot_2016-02-29-17-43-18-1-1

Pa, jeweet, ik kan eindeloos doorgaan met de Grote Anekdote Show, maar het won’t be enough. Ik was je gedroomde Minister Presidentskandidate (ben alleen CDA-lid, maar dat terzijde), ik was je eigen professor (ben afgestudeerd maar niet gepromoveerd, maar dat terzijde). Ik was je kleine meisje (ik ben inmiddels volwassen, en inderdaad nog steeds klein van stuk. Maar dat terzijde). Voor alles wat je mij, je kleine meisje hebt meegegeven bedank ik je, en maak ik een enorm diepe buiging. Ik hou van je, voor altijd. Held ben je.

Dit blog is opgedragen aan mijn vader Frans Bernhard Maramis, die, na een week in coma te hebben gelegen als gevolg van een beroerte, vanochtend vredig op zijn 79e is ingeslapen in zijn hometown Manado, Noord-Sulawesi.

LOVE IS IN THE APPLE PIE, MY FRIEND

Ik ben kind van gescheiden ouders. Ik weet het. Een niet zo’n bijster fijn introzinnetje, zo vlak na Valentijnsdag. Permanent vlammen in de liefde. Het is serieus niet iedereen gegeven namelijk. Ondanks de scheiding, heb ik toch een groot deel van mijn jeugd veel lobi gekregen. Direct en indirect. Ik zat bijvoorbeeld op een Montessorischool. Dat kan een praktische keuze van mijn moeder zijn geweest. Maar een Montessorikind leert wel autonoom het maximale uit haar creatieve brein te halen. Dus dat heeft mijn moeder mij gegund. Is ook liefde.

De fietstochtjes met mijn mama en stiefpa naar ongelofelijk sprookjesachtige beekjes in het Amsterdamse Bos. Eenmaal aangekomen, hup met de blote voetjes in het kraakheldere water. Dat herinner ik me als liefdevolle momenten. Ik heb überhaupt leren fietsen in het Amsterdamse Bos. De valpartijen waren supernasty, maar het geduld van mijn stiefpapa om mij van die zijwieltjes af te krijgen zie ik als een genereus en liefdevol gebaar. Hij had me ook gewoon kunnen verwaarlozen. Als soort van boze stiefmoeder met snor. Dan was ik voor eeuwig een krukkig, vierwielig kind gebleven dat gepest werd op school. Hoeveel kinderen groeien wel niet op onder een dictatoriaal, liefdeloos regime van vet rare ouders/stiefouders? Precies dat bedoel ik.

Ik ben kind van gescheiden ouders. Grotendeels opgevoed door mijn moeder in Amstelveen. En van een afstand gemanaged door een vader die mij platbelde uit Hong Kong. Of uit Jakarta waar hij uiteindelijk lang woonde. De liefde ging dwars door de telefoon. En de opvoeding, die ging ook door de telefoon: ‘schatje, als je oversteekt op het zebrapad, dan..’, onderbrak ik hem met rollende oogjes en maakte ik de zin af met: ‘jaaahaaaa, eerst links en dan rechts kijken, en dan, en dan, oversteken.’ Ik weet trouwens zeker dat pa mijn zinnetje altijd lip syncte, zo aan de andere kant van de oceaan. Echt vreselijk lief. Overigens voel ik mij tot op de dag van vandaag superoncomfortabel als ik een stuk straat strafbaar oversteek (lees: ongeciviliseerd stuk straat zonder zebrapad). Bedankt pap, voor die eindeloze zebrapadliefdebezorgd-achtige telefoonmantra’s. Nu is je kind een zebrapad-autist.

Mijn ouders wonen nu alweer flink wat jaren in Indonesië. Wanneer ik naar ‘huis’ ga, zoals ik dat noem als ik naar Indo vlieg, logeer ik standaard een week bij mijn moeder, stiefvader en broertje in Jakarta. Daarna vlieg ik door voor een dag of tien bij mijn pa in Sulawesi. En om het mooi af te toppen, chill ik de rest van La Holiday de ballen uit m’n bikinipants bij m’n zussie op Bali Paradise. Maar mijn laatste avond in Jakarta is altijd memorabel. Dan kookt m’n moemie bijvoorbeeld een gezellig afscheidsdiner. Een 20-gangig Indische fissa waar de liefde in elk stokje sate, rijstkorrel en sambalpepertje is gestopt. En wat helemaal prachtig is; mijn moeder nodigt dan ook altijd mijn vader en zijn vrouw (mijn stiefmother) uit. Nog uit de periode dat mijn ouders en aanhang allemaal in Jakarta city woonden, vertel ik jullie nu een knetterzoete anekdote. Zo zoet dat het glazuur van jullie tandjes afknalt:

Na de gigantische rijsttafel zitten we met z’n allen lekker uit te buiken op de veranda; met uitzicht op palmbomen en bougainvillestruiken waar m’n moeder zo idolaat van is. Als dessert eten we mama’s homemade appeltaart. The one and only. Wanneer ze mijn vader een schoteltje met een punt apple pie aanreikt, kijkt hij vertederd naar het taartje, neemt een hap en zegt: ’Ah heerlijke appeltaart, Jeanne — yep, zo heet di mama —, precies zoals je het vroeger in Amstelveen ook altijd maakte.’ Waarop mijn moeder hem bescheiden ‘dat-had-je-niet-hoeven-zeggen’-bedankt.

Ik weet eigenlijk niet wat mooier is: de vlammende liefde die ooit was, of het eindeloze respect dat mijn ouwelui tot op de dag van vandaag naar elkaar hebben. Allemachtig wat is dat toch prachtig.

Over Vlaamse wortelsoep die niet Pinterest-proof bleek

Af en toe een restaurantreview als blog. Ik vind het nu al een goed plan. En daarom trap ik af met een resto in Brugge, u weet wel dat snoezige Belgische stadje, waar ik afgelopen weekend was met twee freundinnen. Geen random review natuurlijk, maar een blog met een smakelijke terugblik vol gebruikelijke apekool.

Eigenlijk is het nooit een goed idee om na een semi-lange autorit acuut ergens te willen chillen. Maar toch. Principes gaan bruut overboord omdat je nou eenmaal zin hebt in een vet lekkere kroket. Om te vieren dat je het deprimerende Vlaamse snelweglandschap hebt overleefd. Maar vooral omdat er tussen Rotterdam en Brugge nul pompstations bestaan met als gevolg: drie chica’s met een plasbuis als een tijdbom. Dan word je vanzelf makkelijk en totaal niet kieskeurig. Zelfs als het restaurant van buiten er een beetje vaag uitziet. Of kneuterig. Of treurig. Of campy-toeristisch. Of alle vier die dingen tegelijk.

Anyway. Wij doken zo’n vier-dingenrestaurant in genaamd de Middenstand, aan de toeristische strip het Zand, vlak boven de parkeergarage. Een resto dat qua interieur heftig is blijven hangen in de jaren ‘90, volgehangen met sfeerverlagende Valentijnshartjes aan het plafond. Bij de bar stond op een verhoging een bak met supertroebel water waar, bij nadere inspectie, aan elkaar gekoekte kreeften in lagen. Ik vond het een vrij traumatische déjà vu-achtige ervaring en m’n dinnetjes ook.

Het publiek hadden we supersnel gescand: die bestond uit de top drie van de beste Bingospelers van heel Vlaanderen, in de leeftijdscategorie 75 jaar en ouder. En omdat deze doelgroep natuurlijk megavatbaar is voor het Zika-virus, dacht het restaurant daar iets geniaals op gevonden te hebben, namelijk door de cv-ketel op stand max te zetten. Wij hadden wortelsoep besteld (kom ik zo nog op terug), maar temperatuurtechnisch had ik daar enorm spijt van. Beter had ik de fles stokoude jenever besteld inclusief de hele voorraad ijsblokjes plus ijskoude tonic. Een fakking sauna was het daar. Wel waren alle Zika-bacillen zo ongeveer verdampt in de hitte. Dus doelgroepwise wel weer slim van die Middenstanders.

Terug naar de wortelsoep. Die hadden we alledrie superenthousiast besteld omdat we daar alledrie hetzelfde beeld bij hadden: een Pinterest-achtige creatie van verse wortels, gepureerd in een slowjuicer en gekookt met biologische bouillon, afgetopt met een kakelvers takje peterselie. Bovendien was de soep het enige gerecht onder de zes ekkies wat perfect in het kneiterige budget van ons Hollandse deernes paste. Maar we hadden het kunnen weten. Wij zaten in restaurant de Middenstand waar de Bruggense rollatorposse elke zaterdagmiddag haar gerimpelde zegeningen telt. Daar hoort gewoon rechttoe rechtaan voedsel bij, het liefst gepureerd, doorgekookt en stukgeprakt.

De wortelsoep bleek ook in die categorie te vallen: een roestbruine bouillon die vooral heel zoutig smaakte met een hint van ossenstaart (huh). Prima vloeistof om de zouttekorten van 80-plussers aan te vullen. Doelgroepwise wederom heel slim van de Middenstand. Maar geen carrot te bekennen dus. En daarom gingen wij gewoon een stukje dood. Er kwam trouwens ook een mandje bij, met daarin kuipjes roomboter en vier sneetjes brood onder een servetje. Net zoals je je brood in het ziekenhuis krijgt. Maar goed. Op hun site staat dat ze dinsdag en woensdag gesloten zijn. Aha. Dat zijn natuurlijk dé dagen dat de chefkok z’n bouillon met een kiloblok gaarkeukenzout prepareert, en daarna in de vriezer knalt. En als er nog tijd over is dan punnikt z’n vrouw Valentijnsslingers om de systeemplafonds wat op te leuken. Denk ik.

Back to the scene. Ik keek op gegeven moment om me heen en zag die ouwelui borden vol mosselen en friet wegwerken. Echt serieus niemand had die wortelsoep besteld. Wij waren de enigen. En die bak ossenstaartbouillon, sorry wortelsoep, maakte ons melig joh. Echt abnormaal. Overigens was die meligheid ook wel rap voorbij na de zoveelste hap zout water zonder wortel. En de martelbak met zielige lobsters erin hielp ook niet echt. En die ouwelui? What about them. Die waren helemaal de chillheid zelve met hun royale borden vis en friet. Oud maar slim, die Vlaamse wafels. Slimmer dan wij stadschicks in elk geval qua menukeuze. Maar wil je je opa en oma keertje fancy verrassen, dan zou de Middenstand best een optie kunnen zijn (Sarcasmemodus AAN*).

PS: weekend was verder helemaal prima btw. Zaterdagavond enorm lang op cafè gezeten om *kuch* die soep weg te spoelen en hebben we het koolhydraten-tekort netjes aangevuld met episch lekkere frietkotfriet. Eind goed al goed.

HAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAAAAA!!!

Kevin Hart was het allergrootste cadeautje afgelopen weekend. In de Ziggo Dome moet ik m’n lady-chaperone Nina kapot hebben geknepen van het lachen. Like a hundred billion times. Zal haar zo even appen of het wel goed met haar gaat.

Hart is sowieso mijn bondgenootje omdat ie z’n lengte van 1.56 cm supergrappig gebruikt in z’n shows. Ik voel deze kleine grappige guy. Zoals hij op een kruk zit, zo zit ik ook altijd op een (bar)kruk: bungelende beentjes die tevergeefs grond zoeken. Zo herkenbaar. Alleen ben ik geen Kevin Hart. Hij is de comedian, ik de blogger; ieder z’n vak. Ieder z’n vak. Maar wel allebei kortbenig. We zouden een mooi stel zijn Hart en ik.

Ik vind Hart geniaal omdat hij bij zijn intense animal-angsten (gangstergorilla’s, wasberen met pistolen, haaien met attitude en loerende struisvogels) altijd eerst zichzelf redt: lekker onverantwoord en daarom zo dodelijk grappig. Want: don’t we all think and act the same als we face to face staan met giga-gorilla of shitty shark? Gewoon wegrennen en niemand redden. Zelfs je moeder niet. Muhahaha.

Wat ook geniaal is: Hart begint zijn verhaal met een anekdote of twee, en dingen uit die anekdotes laat hij aan het einde weer fijn terugkomen in zijn verhaal. Intelligente humor noem ik dat, herhaling. Wordt ook vaak in scripts, scenario’s en speeches getweakt. Gegarandeerd een wow-effect bij je audience. En eeuwige roem, een epische fanbase en heel, heel veel groupies.

Probeer het maar eens uit. Een verhaal vertellen met een bizar detail en met dat detail weer eindigen. Probeer het op zo’n killingsaaie Nederlandse verjaardag. Zo’n verjaardag waarbij iedereen apathisch in een kring zit te staren naar een berg vlaai en drie roomboter spritsen op een schaal. Een verjaardag waarbij bij binnenkomst je fakking iedereen moet feliciteren – omdat iedereen je zo verwachtingsvol debiel aankijkt-. Zo’n verjaardag dus. Trouwens, je moet ernstig iets aan je vrienden/familiebestand doen als je te veel van dit soort birthday’s moet afvinken. Maar dat geheel terzijde. De kracht van herhaling, daar gaat het om mensen. Een stijlmiddel dat ik zelf ook supervaak gebruik in mijn werk. Of het nu short copy is of een gedicht.

Back to the funny guys-business. Want grappige guys van eigen bodem zijn er namelijk ook genoeg. Waarbij de shout out naar Daniël Arends gaat. Warum? Omdat dit: a) hij is pinda net als ik b) zijn humor is grof, grappig en absurd in de mix. I love that. Arends heeft het in een van zijn shows bijvoorbeeld over hoe het gaat als jongens een avondje bier gaan drinken. En dat er dan altijd standaard typen chicks in die bar aanwezig zijn: de lelijkerds en de mooierds: ‘Mooi maar altijd met borderline.’ LOLLOLLOL. Ik zie gelijkenissen in zijn teksten met mijn gedichten en blogs: aan het einde komt er altijd iets onverwachts, iets banaals. Of, hij zet dingen en situations tegenover elkaar die in principe niet matchen, maar ergens toch weer wel. Van die schijnbewegingen in tekst, ik houd ervan.

Hart en Arends. Allebei briljant met woorden en verhalen. De ene de shorty American guy, de ‘grown little man’ en de andere de Indonesische guy, de geadopteerde kakker met grote mond. We zouden met z’n drieën een mooi team zijn, serieus een mooi team.

Kevin Hart – I’m a grown little man

Daniël Arends
Sprookje
De zachte heelmeester