GOODBYE IMMIGRATIEMENSEN, HALLO LIEKE, EVA & MEGHAN

Omdat ik vrij acuut uit NL vertrok, kocht ik op de valreep tijdens mijn overstap in Jakarta, een visa on arrival. Vorige week moest ik ‘m verlengen op Kantor Imigrasi Bali. Ik weet niet wat erger is. Mijn eigen ZZP-boekhouding doen of dit. Alleen het volgnummersysteem op het immigratiekantoor verdiende bonuspunten. Daarna werd het drama. Ik heb vier keer nummertje getrokken. Werd telkens van het loket weggesnauwd omdat ik dingen fout invulde. Voelde me serieus toerie in eigen land, en dat terwijl ik de taal gewoon soepel spreek. Zo hinderlijk. In een ander gebouw paspoort en formulieren onder de kopieermachine gelegd. Maar ho ho, geen zelfbediening hè. Dit valt hier onder het creëren van werkgelegenheid op de millimeter. Dus dat kopiëren doen ze voor jou. Tegen de tijd dat chef kopieerapparaat twee A-viertjes heeft gefixt, heb ik Het Proces van Kafka door het kopieerapparaat getrokken en een salto backflip gemaakt. Is overdreven, maar even voor het beeld.

Ook shocking slash kwetsbaar: paspoort en formulieren nemen ze voor een dikke week in. Mijn persoonlijke identiteit zeven dagen in handen gevallen van de Balinese vreemdelingenpolizei. Voor elke dag een andere ambtenaar? De Formulierenteller, de Paspoortscanner, de Feitenchecker en chef Akkoord Visaverlenging. Anyway, mijn hele Europese privacywetgevingsnormbesef was één loeiende sirene. Moest echt naar buiten vluchten en tien palmboompjes tellen. Anders had ik uit frustratie een landgenoot aangevlogen met mijn Hollandse ongeduld. Wat wel weer soort van geestig niet geestig was: ik ging met GrabCab naar het immigratiekantoor en kon op de terugweg nul taxi krijgen. Want ook hier protesteert de geplaagde taxibranche regelmatig tegen Uber en GrabCab. Ai.

Van mijn middagprogramma werd ik een stuk blijer. Op Facebook had ik al een envy me forever-verhaal geknald. De jury, presentatoren, crew en de laatste 20 deelnemers van Idols 2016 die vijf dagen bivakkeren op het beach resort waar zwager de general manager is. Dat betekent het privilege om backstage bij de audities te koekeloeren. IMG_20160325_010042Terwijl andere nieuwsgierige hotelgasten, tussen elke take door, een brute clean sweap kregen van de crew. Dat noem ik Triple A privilege voor een tv-junkie zoals ik hoor, mensen. Op het meekijkscherm bij de regie, zien hoe ingezoomd wordt op huilie-faces van de afgevallen deelnemers (die overigens zijn wijsgemaakt dat ze direct op het vliegtuig terug naar huis worden gezet. Wat natuurlijk niet waar is. Hoe moet je anders emoties regisseren). Het is natuurlijk allemaal geen voorrecht, dit RTL-circus. Maar bloedvermakelijk is het wel.

Ga er maar aan staan. Een Idols-aflevering op tropische verrassingslocatie, het resort als openlucht studio. Ik wandelde als een Alice in Wonderland tussen de repeterende deelnemers door, die vooral heel opgewonden waren en stijf stonden van de jetlag (‘serieus pas in het vliegtuig wisten we wat we moesten gaan zingen’). Ik knoeide spontaan de helft van le cocktail over mon strandjurk toen Martijn Krabbé op twee meter afstand een sigaret opstak en een grapje maakte over zijn scheiding. Lieke van Lexmond die deelnemers op het privéstrand interviewt met de beklemmende vraag: ‘als je straks afvalt en naar huis moet, hoe zie je dat voor je?’. En toen ik La Lexmond bij het zwembad kon tackelen voor een feauteau, had ik opeens Alzheimer light. ‘Jij bent uhm Lieke. Uhm Van. Lexmond. En wij gaan op de foto.’ Genânt. Gelukkig brak La Lexmond lief het ijs met on spot mediatraining: ‘Och wat ben jij schattig klein. Kom, we gaan even hier staan, dan lijk ik niet zo vreselijk groot.’

En dan gebeurt er iets. Iets speciaals wat het hangen met de crew plus aanhang jury, het staatsieportret met de übercoole Eva Simons en de privilege goldcard-status direct doet verbleken. IMG_20160323_080542Ik hoorde tijdens de repetities echt de meest vette stemmen-met-heerlijke-ad libs voorbijkomen. Van Glennis Grace-repertoire tot Mary J. Blige. En ergens had ik de stille hoop op Meghan Trainor’s Like I’m gonna lose you als een van de auditieliedjes. In de ultrakorte voorbereidingstijd die ik had voor pa’s uitvaart, was dit sentimentele duet met Trainor en John Legend namelijk een van de weinige dingen die ik zelf nog kon inbrengen vanuit Nederland. Ik stond er hoogstpersoonlijk op dat Like I’m gonna lose you gedraaid werd voordat pa’s kist dicht ging. En opeens hoorde ik het. Ik hoorde de eerste regels uit dat liedje ergens in de resorttuinen echoën. Een cameraman heb ik ervoor omvergeduwd. Dattie bijna op z’n knappe smoelwerk ging, boeide natuurlijk helemaal niemand. Ik wist gewoon niet hoe snel ik een Usain Bolt moest sprinten van beach bar naar het zangkoppel. Heb gehuild bij elke regel en deze loepzuiver zingende nachtegalen verteld waarom. Die ontroering werd spontaan omarmd. ‘Wat heftig. Dat wij dit zingen had zo moeten zijn. Thanks dat je dit met ons wilde delen.’ Ik zou zeggen, bedank Frans Bernhard. Want híj was het die de backing vocals deed. Hoog vanaf zijn karaokewolkje. #fransbernhardbedankt

PS: ik verklap geen namen, maar dit zangkoppel (jongen en meisje) zit terecht bij de laatste tien van Idols 2016.

DE ACHTBAAN VAN SMARAGD

Ik kampeer in een achtbaan, sinds ik in de Gordel van Smaragd ben gearriveerd. Mijn meest beladen vliegreis van Nederland naar Manado in de geschiedenis is een feit. Het besef dat pa niet meer leeft. Overspoeld door familie en voedsel. Het o zo belangrijke geloof voor het christelijke deel van mijn familie. Het respect dat ik daarvoor heb. Maar ook de beperkte religieuze opvangcapaciteit van mijn kant. Opgelucht dat ik tijdelijk even niet naar de kerk hoef omdat ik nu op Bali ben, bij het andere deel van La Familia. Die taaie binnenlandse vlucht van Manado naar Bali. Alsof ik pa achterliet in het kwadraat. Opgehaald op Ngurah Rai Bali Airport door mijn moeder (de ex van pa obviously) waarop ik spontaan in hard snikken uitbarstte. Als een baby terug in moeders’ schoot.

Daarna letterlijk poppetje knuffelen (baby Mayra van (half)zussie). Gevolgd door de traditionele zusjes-girltalk liggend op bed. Met onze gezichten naast elkaar, turend naar het plafond. Filosoferen over ouders die helaas niet gezegend zijn met het Benjamin Button-gen. Oude ouders die uiteindelijk gewoon doodgaan. The inevitable. Maar ook samen lachen om de Star Wars kraamkadootjes dankzij zussie’s Darth Vader-fetisj. Mijn foon permanent op de wifi. Voor alle rock solid lobi die ik ontvang uit Nederland. Van familie, jaarclub, vriendjes en vriendinnetjes, kennissen. Dan het eilandhoppen tussen Noord-Sulawesi en Bali wat telkens een religieswitch inhoudt. Van christelijk naar het Balinese hindoeïsme en weer terug. Van het heerlijk brutale Menadonese slang naar het Balinese zangerige taaltje. Ik dank mijn ouders tot op de dag van vandaag voor het Broca-gen. Voor het soepel kunnen spelen met dialecten en de liefde voor geschreven taal. Een ultraluxe kadootje is het, die superstrakke taalbeheersing. Met het overlijden van pa realiseer ik me des te meer hoe waardevast dit cadeau is.

Een achtbaan it is. In so many ways. Ik merk bijvoorbeeld dat de scherpe rouwranden bij de familie in Manado eraf beginnen te slijten. Althans, een beetje. De mooie verhalen komen nu los rondom pa, onze familie en stiefmoeder. Ik weet dat stiefmoeder alumnus is van de hotelschool in Warschau. Maar dat ze ooit first assistant housekeeper was in het Amsterdamse Okura Hotel, was ik vergeten. Dat verklaart haar delegeerkwaliteiten en pa’s huis dat altijd on spot is. IMG_20160314_031347Je zou bij wijze van, kunnen rijsttafelen op de veranda. Ingeklemd tussen de ingewikkelde keramiekverzameling, met de wandtegels als bord. Of empanadarestjes van de grond aflikken. Ik kan het u rustig aanraden. Ze is een delegeerkoningin met smetvrees, die stiefmoeder van me.

Inmiddels hardcore legendarisch zijn de tafelrituelen van mijn opa Julius Maramis. Als politieagent verdeelde altijd hij (en niet oma Emma) het avondeten over de borden van zijn zeven kids. Diegenen die het dichtstbij zaten, kregen hun kip- en visaandeel nog keurig op het bord gelegd. Het 6e en 7e kind aan het einde van de tafel moest snoekduiken. Opa Julius had dan namelijk geen zin meer om heel liefdevol voedsel op borden te gaan draperen. Dus gooide hij de kippenpootjes en vissenkoppen hup, over de tafel richting bord 6 en 7. En uiteraard vet pech als de kippetjes laag over tafel en bord vlogen en pats, op de vloer flikkerden. Pa vertelde deze running gag altijd geamuseerd (opnieuw) als ik in Tondano aan tafel zat. En terwijl pa vertelt over opa Julius’ gooi-en smijtwerk, belandt de helft van pa’s eigen eetinboedel op míjn bord. Standaard procedure. Ontroerend en grappig tegelijk. Deze anekdote zit al heel lang in mijn Top Drie. En nu denk ik er helemaal graag aan terug. Met de grootste glimlach en de diepste kuiltjes, ook van pa geërfd, die ik heb.

Wat ook bijzonder is: een deel van de Maramis-clan heeft een uniek consulair verleden. Met forse politieke invloed tijdens Indonesië’s onafhankelijkheid in 1945. Oom Alexander Andries Maramis bijvoorbeeld, was o.a. ambassadeur in Duitsland en daarna de 1e minister van Financiën in het kabinet Soekarno-Hatta. Oom Alexander was ook medeverantwoordelijk voor de vorming van de Pancasila, de staatsideologie van Indonesië. Oom Max Maramis was ambassadeur in Oostenrijk en oom Johan Maramis was het voor de Benelux (later werd hij Under Secretary General bij de VN). Pa zelf was tijdens zijn roemrijke militaire carrière in Indonesië, een periode militair attaché op de Indonesische Ambassade, toen nog in Amsterdam. Pa was ook zo retetrots toen ik vertelde dat ik commissielid was voor de Delftse CDA-fractie, nu twee jaar geleden. Schepte vervolgens in het hele dorp op dat zijn kleine ‘pejabat tinggi’ (hoge pief) gewoon op de fiets naar het stadhuis gaat. En niet met een dienstauto uit de corrupte ambtenarenboedel, zoals de lokale politici in Indo wel doen. Er achteraan schallend dat alleen Maramissen uit district Tondano-West het zo ver schoppen en toch zo gewoon blijven. Dat U het even weet.

En nu is de achtbaan voor even gestopt op Bali. Zodat dit aapje kan ontspannen, omrollen onder een zennig Hindu-aureool (kan dat überhaupt). Afgewisseld met het inademen van frisse partycrashlucht. Want van een beetje cocktail- bikini en zonshoppen is dit stadsmeisje niet vies. En omdat het kan. IMG_20160318_090928Contrastrijke happenings komen als vanzelf aanwaaien in mijn leven op dit moment. Droeve en blije dingen. Daar heb ik geen controle over. Dus creëer ik die momenten zelf ook graag. Door, nu ik hier toch zit, alles eruit te halen wat erin zit. Door eindeloos droef in moeders’ armen te huilen en straks de meest blije cocktail in de hipste beachclub denkbaar achterover te tikken. Wat mijn pa zou doen als hij dit zou weten? Hij zou vochtige oogjes krijgen (wetende dat mama mij troost). En, als hij kon, in het VIP-vak van de strandtent geparkeerd staan. Met zijn metallic taupekleurige Honda station wagon, tot god weet hoe laat. Hij zou zijn (kneiterlamme) kleine hoge pief vervolgens eigenhandig uit de achtbaan takelen en veilig naar huis chauffeuren. Dàt zou hij doen. Toch pa?! #fransbernhardbedankt

The White Face en de angst voor gorilla’s

Twee fenomenen in Indo die maar niet wennen: het Aziatische schoonheidsideaal en de sociale controle die altijd aan staat. Ik word er recalcitrant van. De Indonesische familie compleet horendol van mij.

Die sociale controle komt voort uit de sterke Indonesische gemeenschapszin in het algemeen. Men let, met de beste bedoelingen, heel goed op elkaar. En al helemaal als de dochter van Frans, all the way from Holland komt. Er gaat direct een glazen stolp over me heen. Toen ik hier net was, heb ik geluld als Brugman. Om het voor elkaar te krijgen zelf boodschapjes te doen in de buurtsuper, twee koprollen van het huis vandaan. Maar echt. De eerste keer ging de dochter van de ranchbewakers, Fanessa mee. De brugklasser vond het zelf ook zwaar ‘OMG’ dat ze mee moest lopen. We lachten er maar om en hebben nog een paar goeie grappen over die overbezorgde ouwelui gemaakt. Dus de eerste keer ben ik meestal nog beleefd, voor de vorm. Daarna wals ik soepel over de sociale omgangsvormen heen. Door een paar keer te roepen dat iedereen in NL zelfstandig/alleen/solo in staat is om, in dit geval, boodschappen te doen. En dan gewoon gaan met die banaan. Wat een ellende die sociale controle. Een diplomatieke familierel ligt hier permanent op de loer. Maar ergens, heel, heel erg in de verte vind ik die overbezorgdheid ook wel weer zoet. Je zou maar geen TLC in je leven ontvangen. Dan ga je gewoon dood hoor.

Het was trouwens in de buurtsuper dat ik opnieuw werd geconfronteerd met het heersende schoonheidsideaal: the white face. Alle mooie Indonesische smoeltjes moeten wit, waar wij in het Westen een fijngebruind bekkie sexy vinden. Dus toen ik à la Keuringsdienst van Waarde naar een crème zonder whitening vroeg, hoorden ze het op het hoofdkwartier van The White Skin Movement donderen. ‘Die bestaan niet hoor mevrouw, schoonheidsproducten zonder whitening. U wilt geen blanke huid?!’ Er lag zelfs Dove deodorant ‘for white skin’ in de schappen. Lelieblanke oksels dankzij Unilever. Ik trek me even terug in de bovenste kruin van mijn casa di banana. Kan ik rustig nadenken over witte oksels. Door die White Skin Movement, is zon(nen) uit den boze. Mijn oom Leo bezorgde ik van de week nog een rolberoerte. Ik stond naar zijn smaak iets te chillaxt tegen een muurtje in de zon te roosteren. ‘Kind, ga weg uit die felle zon, je wordt zwart!’ Nee oom Leo, blijven jullie inderdaad maar weg uit die lelijke zonnestralen, ik slurp dit vitamine D-infuus met alle liefde voor jullie op. Ik krijg gelijk zin om te twitteren. ‘Oe-hoi Quincy Gario, In Indonesië is white face de norm. Nou jij weer.’

Terug naar de sociale controle. Alleen thuis zijn is sinds pa’s overlijden überhaupt niet aan de orde. Er zijn altijd mensen die op het huis passen. Personeel, de lieve buufjes, de mensen van de ranch. En/of familieleden. Ze vinden het ook allemaal heel ongezellig als je in je kamer zit weg te stinken. Niet dat ik de hele tijd op mijn kamer zit. Daar is Tondano te mooi voor. Toch moet ik soms even weg van alle goedbedoelde lobi, aandacht en de continue stroom van voedsel (van dat laatste weghollen lukt niet echt. Snap jij, snap ik). Deur dicht. Hoofd leeg en wegmijmeren naar mooie momenten met pa. Maar toegegeven, die Indonesische social hub werkt als een supermagneet. Iedereen kneitergezellig hangend op de veranda. Of op de binnenplaats rondom het Centre of the Fooduniverse aka de keukentafel. Helemaal fissa wordt het, wanneer een schaal vol verse snackjes van de markt op tafel komt. Ik heb er een neus voor om exact op dat moment mijn kamer uit te rollen en álle empanada’s van de schaal af te jatten.

Dan de auto. Dit oververtegenwoordigde vervoersmiddel in Indonesië heeft indirect met die sociale controle te maken. Afstanden zijn hier enorm. De auto is dan wel zo efficiënt, veilig en comfortabel. Maar ik inhaleer graag de pure luchten van de binnenlanden van de Minahasa. Zo noemen we het regentschap in Noord-Sulawesi waar Tondano onder valt. De typische geuren opsnuiven tot ik stoned ben. De warme lucht voelen. Vorige week was er picknick op het familielandgoed van stiefmoeder, een kleine drie kwartier rijden vanaf Tondano. Halverwege de route ben ik, na een debatje waarin de oppositie (Partij Voor Sociale Controle) geen schijn van kans had, samen met neef David en pa’s petekind Raffa uit de auto gestapt. Tot grote ontsteltenis van de rest van de fam. Bang dat pa Maramis’ enige kind in een ravijn zou flikkeren. Of opgegeten zou worden door gorilla’s (niet dat die hier zijn. Althans niet in dit gebied). De sociale controle sloeg hier trouwens wel fors door. Dat vooral ik, het stolpenkind, beschermd moest worden en niet m’n neefjes. Hilarisch.

Het besluit om uit de car te vluchten was een dikke high five waard. Wandelend dwars door de jungle begeleid door krekels in a capella, wie wil dat nou niet? We verdwaalden bijna op een liaan na. Omdat we Roodkapje waren. En wij het moesten doen met de bandensporen van de jeepcolonne, die ons al ver vooruit was gereden (u weet wel, de karavaan met de familie erin die dacht dat La Gorilla inmiddels een soepje van mij had getrokken).

2016-03-14 02.19.45Eenmaal op de heuvel aangekomen werden David, Raffa en ik royaal beloond: een majestueus uitzicht over de groene vallei met daarachter een vette streep azuurblauwe zee. Het landhuis, een twee verdiepingen tellende unit in blokhutstijl. In elkaar geklust van hout uit de directe omgeving. Zo vet. Het huis ingelijst met een groene krans van acht hectare grond. Ramvol met eetbare spullen: kruidnagelbomen, cassave, mais, vruchtenbomen, kokospalmen en een vijver vol Mujairvis. De lunch kwam rechtstreeks van het land. De vis gevangen door de familie in vier stappen: 1) vijver halfleeg laten lopen 2) iedereen erin 3) wie het meeste en het snelst visjes vangt. 4) meesterlijk). Een oom vertelde dat pa hier dolgraag kwam. Ja duh zeg. Ik snap meteen dat m’n lieve ouwe hier zijn Fishermen’s Friend-momentjes had. Al Country Road neuriënd, de oogjes vochtig bij het zien van Minahasa’s hoorn des overvloeds. Geef pa een kapmes en goed keukengereedschap en hij draait in no time een visgerecht in elkaar. De kokosnoten en vis zelf in mootjes gehakt, de groenten en kruiden eigenhandig uit de vallei geplukt. Verdorie pa. Nu trek ik zelf een beetje wit weg, denkend in de tegenwoordige tijd aan jou. En dát zonder die crème. #fransbernhardbedankt

De Grote Frans Maramis Show

Ik wist het. Hier in NL kon ik nog tamelijk tranquilo in een hoekje een marathonpotje zitten janken. Mijn monkeyblog schrijven in de vorm van een ode aan pa. Gewoon rustig aan. Eigenlijk had ik al afscheid genomen. Want hier in Manado werd het begrafenismadhouse. Ik wist dit van tevoren. En wat het was, is met geen pen te beschrijven. Ik doe een poging.

Ik vloog in dertien uur en negenenveertig minuten rechtstreeks van Schiphol naar Jakarta. Gevoelsmatig deed ik er zes uur over. Het laatste stuk van Jakarta naar Manado duurde drie uur en achtenveertig minuten. Het voelde als een eeuwigheid. Ik was voorbereid op een zwaar weerzien met de familie daar. Ik dacht zelf aan een hysterische Zuid-Amerikaanse telenovela-aflevering. Met familieleden die mij kapot gingen omhelzen. Als het arme schaap dat terugkeert op familiegrond. Mij weenend richting pa’s kist meesleurend. En dat iedereen uiteindelijk nog harder zou gaan huilen, uitmondend in een lamenterende groeps-relimedley. Ik ben kapotgeknuffeld, dat zeker. Maar alle overige rampscenario’s zijn mij bespaard gebleven. Het zit zo. Toen ik aankwam lag pa al vier dagen opgebaard. Daarvoor was hij al zes dagen comateus in het ziekenhuis. Over de duizend man zijn in die dagen langsgeweest om te rouwen en om de laatste eer te bewijzen. De tranen waren zo ongeveer op, de familie en vrienden inmiddels in een semi-accepterende fase toen ik op Sam Ratulangi International Airport Manado landde. Iedereen was kalm en lief. Nu hoefde alleen ík nog te huilen. En om het mooi af te toppen heb ik de laatste nacht voor pa’s begrafenis met neven en nichten een royale partij kreteksigaretten en pure arak (85%) weggetikt. We hebben gelachen om pa. We lachten om het leven.

Ik leg even dat zinnetje ‘over de duizend man zijn al langsgeweest’ uit. M’n pa was ex-marinier en veteranenvoorzitter van de provincie Noord-Sulawesi. Daarnaast yolo-actief in zowel de kerk als op zijn ranch, bestaande uit dertig paarden en koetsen met personeel. Onze epische familieclan strekt zich uit tot drie dorpen vol met tientallen generaties aan Maramissen in district Tondano. Tel daarbij de omvangrijke familie van mijn stiefmoeder op en pa’s meesterlijke gave om te netwerken. Dan kom je gauw uit bij 1000+. Maar los van de stats, had mijn vader überhaupt een uitzonderlijk sociaal karakter. Lulde met iedereen, van arme straatsloeber tot de Indonesische president. Iedereen kende hem en omgekeerd. Dat is echt iets wat onze genen verbindt (de daklozenkrantverkoper bij onze Appie zeg ik altijd gedag. In theorie zou ik dan nog wel met Mark Rutte koffie moeten gaan drinken).

Even een stukje cultureel-antropologische duiding: Menadonezen zijn de ware Latino’s van Indonesië. De jongens stoer en luidruchtig. De meisjes langharig, hooggehakt en sexy. De karakters christelijk blijmoedig. Karaokekampioenen zijn het, vrolijk en vol humor. Supercompetetief ook: ze kaarten fanatiek en doen aan back gammon op leven en dood. En allemaal bourgondiërs. Zij (dus ik ook) eten graag, regelmatig en gewoon veel. Menadonezen hebben er hun eigen gezegde voor bedacht: ‘Bij geboorte(s) eten we. En als we dood gaan eten we.’ Ook heel Latino-Menadonees: dol op hysterische (reli)-kitsch. In interieur, kleding en –aankleding van begrafenissen bijvoorbeeld. Ik fantaseerde tijdens mijn vlucht naar Manado al een beetje over de look&feel van de uitvaart. Echte bloemen of van die heerlijke plastic margrieten bij de kist? Papa in een stijlvolle zwarte kist of in een lekkere fancy witte unit?

Ik neem jullie een stukje mee langs die kitschroute. Vind ik leuk. De muren van de woonkamer van het ouderlijk huis waar we dus normaal gesproken chillen, waren afgedekt met dunne, witte gordijnen. In het midden lag pa in z’n witte kist te shinen. In uniform met al z’n mariniersemblemen, veteranenereschildjes opgespeld. Om de kist was wit met hemelsblauwe tule gedrapeerd. Ik gok dat dat de hemel moest voorstellen. Maar dan wel ernstig misvormd. Elke dag, in de drie dagen voordat ik naar Manado vloog, had ik het beklemmende gevoel dat ik m’n eigen Laatste Avondmaal tegemoet ging. En I kid u not: pa’s kist was aan de zijkanten én binnenkant deksel opgeleukt met afbeeldingen van, jawel, Het Laatste Avondmaal. Met daarnaast nog gouden ornamenten langszij de kist. Die bij nadere bestudering óók het Laatste Avondmaal moesten voorstellen. Ik was er gewoon beduusd van. Moest er stiekem ook wel om lachen. Het was brute relikitsch, pats in your face. Aan de andere kant: zo rollen Menadonezen. En als er íemand Gold Ambassador van zijn eigen volk is, dan is het di papa wel.

Pa’s uitvaart was top notch. Hij had er zeker tien handtekeningen ter goedkeuring onder gezet. Aan de ene kant wist hij dat zijn dochter in een warm familiebad ondergedompeld zou worden. Wat vooral betekende dat ik me nul druk heb gemaakt om voedsel. Er was eten in overvloed, zowel voor als na de uitvaart. Driewerf hoera voor de Indonesische begrafenis. Ik heb wel vier volle borden met Menadonees eten weggetijgerd. Met de gretigheid zoals pa ook altijd zijn bordje leegat. Hij heeft het tevreden aangezien, weet ik zeker. Aan alles was gedacht: pa was karaokekeizer. Dus stond er een karaoke-apparaat thuis op de veranda waar relipop soepel in de mix ging met John Legend en Mariah Carey. De hele familie (honderd man sterk) hing op gegeven moment in de kroonluchters, compleet lak aan buurtoverlast. ‘Je papa móet dit horen, vind ie mooi’ was het excuus. Ik rekende het met een grote glimlach goed. Aan de andere kant was daar die plechtige uitvaart met alle militaire egards denkbaar. Zijn kist bewaakt door militairen die om het uur aflosten, machtig mooi toegezongen door zijn veteranenjaarclub. Een militaire afscheidsceremonie, ontelbare speeches van dankbaarheid. De kist afgedekt met de rood-witte vlag, saluutschoten bij het graf. Begraven op de Nationale Militaire begraafplaats van Tondano. Ik vond het voor een heldenbegraafplaats nog best kleinschalig qua hectares eigenlijk. Er zijn blijkbaar weinig helden pa voorgegaan. Then again: er is níemand zoals pa. De begraafplaats heeft nu eindelijk zijn echte held gekregen.

Die held heb ik zelf mogen meemaken. En hij zal voor altijd bij me blijven. In herinneringen (ik voel een boek komen). In mijn meest favoriete foto: pa in Rio, breedlachend met zijn handjes in de lucht, swingend achter een schaarsgeklede Braziliaanse carnavalsdame. In verhalen (hebben jullie even?). In zijn lievelingseten. Ik kan zijn Manadonese kip maken (kook ik alleen voor mensen die ik heel lief vind, want bewerkelijk). In uiterlijk. Want o,o,o, wat lijk ik op hem. Dat vierkante kinnetje, die mond. Zijn Sam & Moosgrappen (die hij áltijd vertelde alsof ik ze voor het eerst hoorde). De Grote Frans Maramis Show. Het gaat nooit vervelen. Zelfs niet in de herhaling. Wat een rijkdom, mensen. Wat een rijkdom.