De Grote Koffierant-Maandag

Geluk is geheel afhankelijk van onszelf. En van koffie. Vrij naar Aristoteles.

De koffieautomaat. Hèt apparaat dat bijwerkingen geeft. Het maakt sowieso van elke werknemer een halve psychopaat. Omdat in koffieautomaatkoffie een stofje zit dat de meest brave kantoorslaaf tweakt naar sluipmoordenaar. De koffieautomaat. Het brengt de slechtste snob in de mens naar boven. Snobbige boven-modaalverdienende werknemers die met een knijper hun neus vacuüm trekken. Om vervolgens naar adem snakkend richting kantoorkoffiebar te trippelen. En dan zonder te knipperen drie euries afrekenen voor hipster heet water met een tof bruingebrand kleurtje. Maar wat boeit het. Als uiteindelijk de lokale koffieboer maar goed boert. Dankzij de liefdadigheid van de overijverige milieubewuste, koffieconsumerende westerling met duurzaamgeweten.nl

Toen ik bij KPN werkte deden de werknemers (14.077 fte’s in 2014*) een koffiewave toen de hysterisch smerige koffieautomaten werden vervangen door nieuwe apparaten. EINDELIJK. Maar toen de nieuwe koffie-apparaten nog slechtere kwaliteit rioolwater bleken te produceren dan de afgekraakte apparaten die hun weg naar de sloop inmiddels hadden gevonden, brak de pleuris voorgoed uit.

De koffiedorpspomp 2.0-monologen waren snel geboren. De lengte en inhoud van de koffieklaagliedjes namen vormen aan van Griekse tragedies. Diepgekrenkte kantoorklerken en klerkina’s doolden rond in de gangen bij de gewraakte koffieautomaten. In ruil voor de gedane arbeid voor heer- en werkmaatschappij, kon je gifbekers met dampend hellewater krijgen, zo was de gedeelde mening. Een gotspe was het. En ik had opeens collega’s die gepromoveerd bleken in de rechtsdraaiende koffieboonsystematiek. En het effect van automatenkoffie op de productiviteit. Ik vond ze vooral moordzuchtig overkomen. Gebrek aan kwaliteitskoffie doet wat met iemands uitstraling, met het gemoed van een kerngezond individu.

Ik werk nu een paar maanden bij het AMC in Amsterdam. Met een AH To Go, Starbucks en een gloednieuwe koffiecorner op het inpandige plein aan de Meibergdreef 9. En toch sla ik deze koffiepunten regelmatig over en hang ik tevreden rond bij het koffie-infuus van mijn eigen directoraat HR. Serieus, ik slurp best regelmatig de koffieautomaat op de derde verdieping -eigenlijk is het de zesde verdieping omdat in de tussenverdiepingen de OK’s verstopt zitten- leeg. Ja, ja U heurt het goed. De koffieautomaatkoffie is hier zowaar prima afgesteld, zowel op temperatuur als op smaak. Spreekt hier de sarcastische werknemer met Toren C-aspiraties tot U? Of heeft het AMC het gewoon getroffen met de beste facility manager ever? Kan. Wat ook kan, is dat de KPN-koffieautomaatkoffie gewoon intens slecht was. Dan smaakt tuulek elk bakkie troost erna als de Griekse koffiehoorn des overvloeds.

*Bron: kpn.com

Don’t Make Monkey Cry

    Ai. Le telefoon is opperdepop en mijn intercity van Utrecht CS richting Rotterdam CS trekt net langzaam op in de eerste versnelling. Had ik nog feauteau’s gemaakt van de freundinnenlunch waar ik net vandaan kom? Ik schud nog even met mijn foon in de hoop op een streepje T-Mobile 4G-hartslag, niks natuurlijk. Maar verhip, de nazomer laat zich van haar beste kant zien. Instagramgroen gras. Een koei hier en daar. Fietsgekkies langs de randen van de weilanden. Die doen hun sportieve zomer nog eens dunnetjes over. Straks kan het niet meer. Ja, in den stromende regen en geselende wind. Maar dan kun je net zo goed meteen van een flatgebouw springen. Kortom, de wereld tussen Utrecht en Rotterdam is te mooi om aan mezelf voorbij te laten gaan. Facebook en Twitter trekken nog steeds soep van rapper Boef en consorten. Vermoeiings. Dus eigenlijk is naar buiten kijken supergoed voor mijn verstoorde sociale mediabrein. Zennig zwaaiend naar het groen en vogels in de verte. Misschien zelfs een diepzinnig gesprek aangaan met de conducteur? Over de stompzinnige tweedeling in sprinters. Zowel in de 1e als 2e klas krijg je aambeien en een wielerkont van de spartaans harde banken. Het enige verschil is de kleur. Het plebs moet het doen met smurfenblauw en de 1e klassers met plucherood. Oh irony.

    Goed. Ik ben de beroerdste niet. Mijn foon, noodgedwongen maar voor een goed doel, diep weggestopt in de handtas. Geamuseerd kijk ik om mij heen in de coupé, op zoek naar treinparadijsvogels. Het Nederlandse polderlandschap is leuk, maar van enige variatie heeft dit land natuurlijk helemaal niets begrepen. Over wielerkont en variatie gesproken. Journalist Thijs Zonneveld droomde in 2011 van een fietscol-berg in NL. Het Die Berg Komt Er-project. Heb nog bij Zonneveld gesolliciteerd naar een communicatiefunctie. Werd ‘m niet want ”qua marketing zitten we voorlopig goed.’ En die berg, die is er dus ook nooit gekomen. Ik zie een causaal verband.

    Anyway. Schuin voor mij zit een dertigplusserdame. Gedateerde bril en dito kapsel. Campy bijna. Haar volle figuur verstopt achter een zwart katoenen jasje. Maar dan zie ik iets wat mij direct terug doet verlangen naar mijn Galaxy S5-unit. Een fijne, volledig opgeladen foon s.v.p. Zodat ik mij deze treinrit volledig kan onttrekken aan het drama dat zich voor mijn kleine Indische neus afspeelt. De brildame draagt namelijk een witte legging. Ik dacht dat er een algeheel witte leggingverbod bestond, al dan niet in combinatie met een samenscholingsverbod? Ik wilde mijn sunnies opdoen, maar die had ik al op, zo vreselijk van slag was ik. De brute felheid van dit witte stuk stof ging direct door de UV-filterbarrière van mijn zonnebril. Trouwens, behalve het verbod, zou deze dame ook nog een fikse boete opgelegd moeten worden: de godvergeten WITTE legging is namelijk bij de kuiten opgesierd met wit kant. Wit kant mensen!

    Ik probeer mezelf te herpakken en kijk snel een stoel verder in de coupé. Daar zit ook een vrouw. Gezet, felblauw t-shirt en daaronder.. jawel, een witte knielange broek. Zou zij, en deze witte kanten leggingdame zussies van elkaar zijn, maar dan gebrouilleerd? Ik onderdruk een hysterische huilbui, maar nog nooit was het verlangen naar een opgevoerde snikbui zo heftig.

    Ondertussen voel ik dat de jongen die recht voor mij zit, mij observeert. Ik gok dat dat komt omdat ik huilie huilie kijk. Ik plooi m´n gezicht weer in stand relax en observeer de jongen snel. Leren jasje, wit shirt met opdruk. Dit is een wit kledingstuk dat mijn getormenteerde brein wèl goed kan hebben. We gaan door: de lerenjasjongen draagt een grijze jeans, sneakers met, uhm, witte sokken. Nou weet ik dat je weer helemaal fashionably on point bent met witte sokken (mits op accurate manier gecombineerd). Maar ik constateer dat er al te veel schade is aangericht in wat ik kan handelen qua observatie- en absorptievermogen. De witte sokken van deze jongen zijn de bloody limit.

    Net op het moment dat ik keihard wil gaan janken, word ik overvallen door de grootste niesbui in mijn hooikoortsgeschiedenis, ooit. Snel pak ik een zakdoekje uit mon bag. Een maagdelijk wit zakdoekje. Soms is het leven lood- en loodzwaar.

Het Aapje Loert. Aflevering #3: De Kappersacademie

Strandhaar. Een bos stro dat dankzij de zon, wind en vakkundige bemoeienis van de kappert leuk bij je strandjurk past, is inderdaad, alleen leuk in de zomer. Op gegeven moment wordt het sneu als je een ´wat heb je nog een mooie zomerkleur erin´-compliment steeds moet pareren met ´ja, komt nog door al dat gesurf en gezon in Bali en Flores van uhm een half jaar geleden.´ Tijd dus voor een loersessie bij de Rotterdamse kappersacademie aan de Mariniersweg. Een ruim opgezette kappersschool op de begane grond van een zeventigerjaren appartementenblok. Een moderne felrode gecapitonneerde lange sofa bij de receptie als bliksemafleider voor het hoekige jaren 90-interieur. Systeemplafonds, witte muren en plafondverlagingen met roodgeschilderde accenten langs de plinten. Zou hier eerder een Hans Anders-filiaal hebben gezeten? Er zitten ongelofelijk veel schattige oude besjes in de kappersstoelen. Daar wonen er ook veel van in dit deel van het centrum. Persoonlijk lijkt het me geen bal aan om alleen grijze krullen onder de droogkap te moeten duwen. Ik vergelijk het een beetje met co-schappen. De afdeling anesthesiologie klinkt toch een stuk spannender om praktijkervaring op te doen dan de hele dag de billen te moeten wassen van ouden van dagen.

Het Aapje vóór de knipbeurt.

Het Aapje vóór de knipbeurt.

Sylvana is mijn kapster van dienst en ze hoeft nog maar een jaar naar school. Fijn, een geroutineerde leerlingkapster. Je hebt bij de kappersacademie vet pech als je een sjaars krijgt aangewezen om aan je haar te laten sleutelen. Een simpele knipbeurt duurt dan rustig een halve dag, inclusief een verhoogd risico op trombose. Een bloedprop in je been is zo gefixt als je een hele middag moet opzitten om je haar weer in de plooi te krijgen. Maar ik klaag ze niet aan. Deze sjaars hebben simpelweg nog te weinig knipuren gemaakt. Moeten alles vragen aan de docent en ook alles tot in detail noteren op het praktijkformulier. Ellende. En ze zijn nog zo puberig traag en reactief. Alsof ze na elke afgeknipte lok een pauzemoment moeten inlassen om na te denken. Moet ik mijn takenformulier invullen of zal ik mijn puistje uitknijpen? Maar goed, je wordt geknipt voor een appel en een ei, dat dan weer wel. En de nauwkeurigheid, want de leerlingen zijn ondanks het trage tempo wel allemaal superambitieus, komt het resultaat ten goede.

´Mijn´ Sylvana is een blond meisje zonder make-up. Waardoor de restjes babyvet rondom haar wangetjes nog meer opvallen. Een naturelle verschijning tussen de rest van de leerlingkapsters die zichzelf toch behoorlijk hebben toegetakeld met mascara en eyeliner. Sylvana draait routineus haar introductiepraatje af. Ze forenst elke dag ‘gezellig’ uit Lekkerkerk naar Rotterdam. Met de streekbus die maar om het half uur gaat. Af en toe logeert ze bij haar vriend in Nesselande, scheelt weer reistijd. Ze vraagt naar mijn haarwensen. ´Er moet gewoon een stukkie af, en ik wil mijn lokken aan de voorkant lang laten’, instrueer ik terwijl ik een stuk droog haar optil. Ze knikt instemmend en adviseert vervolgens ´de zon heeft uw punten inderdaad uitgedroogd, ik knip het netjes bij en ga voor de valling.´ De valling? Juist ja, de valling. Dat wil zeggen dat ze mijn haar bij gaat snijden in de natuurlijke valling van mijn haar. Met een mooie scheiding in het midden. Want ´u kan het hebben en u heeft al een verhoogde aanzet, ondanks de zijscheiding.´ Pats. Hier spreekt een aspirantdeskundige van slechts achttien lentes jong.

Nadat mijn haar door de wasstraat is geweest, zoek ik nog snel naar de meest relaxte, trombosevrije zithouding (lees: omdat mijn stoel altijd omhoog wordt getakeld zodat de kapper erbij kan, bungel ik dus altijd met mijn beentjes in het kappersluchtledige). Een voetenbankje sla ik af. Lief en superattent dat Sylvana het vraagt. Haar kniptechniek verraadt haar ervaring. Met flair en zelfvertrouwen snijdt Syl snel en kordaat mijn gedehydrateerde punten weg. De bewegingen met het feddermes doet ze zo snel en zo enthousiast, dat ze rakelings met de scherpe zijde langs mijn wang gaat. ´In het begin kon ik heel slecht met de tondeuse omgaan, wist niet hoe ver en was bang om te diep te gaan. Maar nu ben ik gewend´, op mijn vraag wat ze de grootste uitdaging tot nu toe vond op school. Ik zie het feddermesje (´van het merk Jaguar. Al mijn knipmateriaal is van Jaguar.´) opnieuw vliegensvlug over en langs mijn hoofd heengaan en besluit even mijn ogen dicht te doen.

Binnen een uur heeft Sylvana alles gedaan. Mijn haar gewassen, gemaskerd, gesneden, geföhnd. Knap voor een linkshandige. Ze pakt de spiegel erbij en laat de achterkant en zijkanten van mijn nieuwe coupe zien. Tot nu toe is mijn ervaring bij kappersscholen altijd uitmuntend. Ook deze knipbeurt krijgt van mij een ´wow´ en vier sterren. Mijn haar glanst uitbundig en valt echt mooi speels langs mijn gezicht. Nee correctie, mijn haar valt sexy. En dat terwijl ik alleen maar de punten eraf wilde. Maar dan komt eigenlijk het spannendste moment: de docente die altijd het laatste stuk van de haar-APK doet. Het zijn bepaalde types, die kapperdocenten. Niet alleen goedgekapt haar op het hoofd, maar ook haar op de tanden. Ze zijn de strenge directrices van de meisjeskapperhuizen met nul ruimte voor anarchie. Volgens mij worden ze ook geselecteerd op stemgeluid. Echt, als je het slecht hebt gedaan, dan hoor je het bij thuiskomst in je polderdorp nòg nagalmen. De docente van Sylvana heeft een spectaculaire jaren 80-coupe. Rul asblond haar met donkergrijze accenten, dat helemaal in een hoge, volle kuif van haar nek tot voorhoofd omhoog is getoupeerd. Er is minstens 1 bus haarlak XL in leeggespoten. Een kakatoe is ze.

Kordaat pakt ze een versgemaaid stuk van mijn haar beet en trekt het omhoog. Ze laat het tussen haar vingers glijden tot net boven de punten. Ik voel dat het niet goed is want ze zwijgt even en kijkt Sylvana streng aan. ´Zie je dit? Altijd de nacheck doen hè, als je klaar bent. Want omdat het hier nog te lang is heb je nu een hele zware onderlijn.´ Ik denk dat het komt omdat we op de Mariniersweg zitten, maar ik dacht dat ze ´zware vuurlinie´ in plaats van ´zware onderlijn´ zei. Ik ben ook lichtelijk doof geworden, zittend in de vuurlinie van de bulderstem van Sylvana’s juf. Sylvana knikt begrijpend. Maar Kuifje is nog niet klaar met haar inspectie. ´Heb je wel omhooggeprojecteerd?´ Sylvana:´Ik heb het niet omhooggeprojecteerd maar direct gesneden.´ Kuifje: Altijd doen hè, omhoogprojecteren en daarna gewoon de zesvakstechniek doen. Verder heb je het helemaal uitstekend gedaan.´ Gelukkig, want ik vond mijn haar allang uitstekend. En Sylvana de beste leerlingkapster die ik ooit heb gehad. Zij gaat het nog ver schoppen, die Sylvana met haar Jaguar-arsenaal. Op de vraag wat ze na haar kappersopleiding gaat doen, denkt ze hardop na ´Een tante van mij heeft net een kapsalon geopend in het dorp. Maar ze hebben fulltimers nodig en ik loop dan nog stage dus heb niet zoveel dagen. Ik ga gewoon verder kijken.´ Kijk jij vooral verder Sylvana. Je bent te groot voor Lekkerkerk. Nu al.