Deze Plek.

Mijn boots likken modder en paardenstront
de wind uit Overbetuwe toupeert mijn kersthaar hoog de hemel in.
Wij praten en lopen er diepzinnig bij, omdat boxing day daar nadrukkelijk om vraagt.

Dus praten, wandelen wij door een godverlaten Lingewaard
schoongeveegd van dorpelingen die op hun buik in bed nakwijlen van bessenwijn en bier van plezier.

Dus praten wij op zompige laarzen met de kersttenues verstopt onder berenvellen, nadrukkelijk over zaken die er toe doen: de Chateau’s Fourniers Cansac 2014.

Ramona Maramis©2016

Kesti´s mountain

Met de klok mee: Kesti, Het Aapje kust vlag, New Balance, Het Aapje op de top, edelweiss baby.

Met de klok mee: Kesti, Het Aapje kust vlag, New Balance, Het Aapje op de top, edelweiss baby.

Drie jaar geleden beklom ik de Batur-vulkaan op Bali. Met een groep en een gids vertrok ik in het holst van de nacht in een busje naar de berg, om vier uur later de Indonesische vlag bovenop de top te planten. Dat ik halverwege de klim mijn groep plus gids kwijt was, waardoor ik ongeveer op 1500 meter totaal gedesoriënteerd op een mistig stuk Batur stond te niksen, parkeer ik even. Dit blog gaat over Kesti, het meisje dat mij trouw begeleidde van de top naar beneden. De afdaling die ik tot de dag van vandaag vervloek. Omdat het een totale aanslag op mijn voetenwerk was, omdat dit taaier was dan de klim naar boven, omdat het pijn deed en ik een mietje was en Kesti niet.

Welke voorbereidingen treft een amateurbergbeklimmer zoals ik eigenlijk? Nou gewoon, de meest hippe New Balance tennis(!)-sneakers kopen in een kleur matchend bij de rest van mij bergachtige outfit. En gewoon heel stoer, met bare feet in die dingen, hup de berg op. Want sokken in sneakers vind ik gay. Verschrikkelijke domme actie, want niet op de heenweg, maar juist tijdens de hemeltergende afdaling besloten de losse vulkanische gesteenten zich te verplaatsen in alle openingen en holtes van mijn tannisschoenen. Mijn voeten waren kapot aan het einde van mijn eigen zelfgekozen lijdensweg. Maar was de hele klim- en afdalingsonderneming dan alleen heel erg verschrikkelijk? Neen. De klim was zwaar, maar de beloning groots: je gaat gewoon in berggoden geloven als je na vier uur klimmen in de schaduw ‘mag’ staan van de bergtoppen. Naast het feit dat een magistrale zonsopgang je ontbijt is, met het spuug, zweet en bloed nog in de ogen.

Dan de dorpelingen die aan de voet van de berg wonen. Het zijn deze keizers en keizerinnen die bergwannabees met zware bloedsuikerspiegeldeficiëntie, voorzien van koekjes en limonade. Een van die überfitte dorpsgenoten was de negenjarige Kesti. Geen gelul met moeilijke North Face-kleding, ze droeg gewoon een zomerjurkje en zwaar versleten gympies als bescherming. Kesti en haar vrienden waren de ultieme personal assistants voor alle inmiddels moe en murw geslagen bergveroveraars. Vooral begeleiding op het mentale vlak was hard nodig. Denk je alles gehad te hebben als je je hebt stukgeslagen op 1700 meter, komt die fijne supersteile afdaling. Die onmogelijk afgelegd kon worden zonder valpartijen met passende schrammen en blauwe plekken. En scheldkanonnades die wegebben in de ijle berglucht. Maar dat vertellen ze je natuurlijk niet van tevoren. ‘It is easy to moderate climb, the view fantastic all worth ticket price.’ Ik heb gevloekt als een bootwerker z’n moedert.

Al die tijd was Kesti daar om mij te helpen als ik weer eens een mooie slide maakte over een bedje van scherp lavagesteente. Haar wonderlijke kalmte en lichtheid was de pleister op de venijnige wonde(n). Het negenjarig meisje dat mijn pijn wist te doen vergeten. Door een edelweissbloempje onder mijn neus te duwen dat ze tussen het ruige gesteente vond. Haar opgewekte verteltrant-‘Batur is mijn speeltuin en ik heb een negen voor Engels gehaald gisteren’-, met dat schattige stemmetje, werkte ontspannend. Exact nul keer was Kesti buiten adem. Haar ouders klimmen ook graag, vertelt ze verder. Typisch gevalletje genen, geografische ligging en genen dus.´Normaal gesproken gaat mama mee de berg op maar vandaag niet.´ ‘Waarom niet?’, vroeg ik sociaal wenselijk doch gemeend na de zoveelste slidepartij op mijn lip bijtend. ‘Wij delen vandaag onze gymschoenen, omdat we geen geld hebben voor nieuwe. Dus mama is thuis zodat ik de berg op kon. Papa is aan het werk.’

Op het sterke armpje van Kesti leunend, ben ik naar ons busje aan de voet van de berg gestrompeld. De plek waar ik zo’n acht uur eerder mijn slippers nog zo monter achterliet. Mijn New Balance tennissneakers heb ik uitgetrapt en omgekeerd. Als een vrachtwagen die een lading zand en stenen op straat kiepert. Het was een symbolische plek geworden. Waar mijn lijdensweg hier stopte, begonnen Kesti’s uitstapjes naar de berg juist hier opnieuw. Comfortabeler in elk geval. Want voortaan op mijn New Balance tennissneakers. En van het geld dat ik haar gaf, moest ze mij beloven dat ze ook een mooi paar voor haar moeder zou kopen.

‘Terima kasih mbak!’ En weg huppelde Kesti, de bergen op de lanen in.

Mijn BarbiePapa

Barbie
Gouden oorbellen met bloedkoraal
Zwarte werktas (voor stage bij Philips Jakarta)
Venetiaanse maskers
Nastar koekjes
Guess horloge
Nike sneakers met classic blauwe swoosh
Hawaii-hoodie
Indonesische koffie (kopi tubruk)
Ralph Lauren parfum
Gouden ringetjes
Jeans jacket
Houten Maleo-vogel
Handgeschreven brieven
Gouden creolen
Kopi Luwak
Sosro losse thee
Snoopy schooltas
Olijfkleurige Shabbies
Gouden Ramona-ketting
DKNY-shirt

Deze lijst heeft alle kenmerken van een Sinterklaaslijst. In werkelijkheid is het een greep uit de vele presentjes die ik ooit van je heb gekregen. Meegenomen van je zakenreizen en vakanties. Omdat ik jarig was, omdat het Sinterklaas was, of Kerst of zomaar. Omdat ik er (subtiel) om vroeg. Omdat ik nooit genoeg Indonesische thee in huis kon hebben (ik kan een pop up store beginnen, serieus). Omdat alleen de beste leren laarzen goed genoeg waren om je kleine meisje te beschermen tegen de woeste Nederlandse regenbuien.

Bij Barbie die op #1 staat, hoort een fijne anekdote. Als kind wees ik de plastic pop aan in de etalage van de speelgoedwinkel in het Amstelveense Groenhof. De blonde Barbie met het ranke lijfje en prachtige jurk. ‘Wil je die? Daar moet papa wel heel hard voor werken hoor, dus je moet geduld hebben.’ En elke keer als ik met pa in het winkelcentrum was, liepen we langs de etalage (of aannemelijker: ik trok hem erheen). ‘Kaik, kaik, pa! Barbie isser nog steeds! Heb je de centjes al?!’ Pa had La Barbie allang ingeslagen natuurlijk. Hij had haar goed verstopt voor mijn grote speurogen. En ondertussen voerde hij dagenlang het ´papa is heel hard aan het werken voor Barbie’-toneelstuk met verve op. Pa draaide dit verhaal, tot ver in mijn post-Sinterklaasperiode, met zichtbaar genoegen telkens opnieuw af. En ik genoot met hem mee.

Maar het grootste cadeau was jijzelf pa. Je karakter, je grote hart. je pretoogjes, je humor. Je vertrouwen in mij. Je liefde voor je enige kind (‘bof jij ff dat er niet nog meer Ramona’s zijn’). Denkbeeldig doe ik de grootste strik om je heen die ik kan vinden. Je was een cadeau en feestje tegelijk pa. Je was mijn eigen Barbiepapa. #fransbernhardbedankt