Hoe Het Aapje groot werd met knielaarzen, parfum en Jane Austen

Duizend odes aan pa zijn de revue gepasseerd op hashtag fransbernhardbedankt. Daar kwam vorige week die speciale blog gericht aan mijn stiefpapa bij. De Boulevard van Dankbaarheid is langgerekt, en er is altijd plaats voor nog meer dankbaarheid. Een mooi verhaal over mijn mama kon natuurlijk niet uitblijven. Want Thank God, moeders is er nog, in goede gezondheid. Wel ver weg in Jakarta. Maar daar heb je cheaptickets.nl voor. Of de Werelddealweken van KLM.

Mijn ouders gingen scheiden toen ik ongeveer vijf jaar oud was. Toen pa vorig jaar overleed, realiseerde ik me opeens dat ik niet alleen te maken had met een moeder, maar ook met de ex/weduwe van mijn vader. Een heel vreemde gewaarwording kan ik U melden. Ik kan denk ik niet goed uitleggen hoe het voelt om nog slechts één aandeelhouder op aarde te hebben rondlopen die mij heeft voortgebracht, en dat de verwekker inmiddels vredig onder de Indische groene zoden ligt.

Enfin. Mama. Mooie vrouw. Ik heb veel van haar overgenomen. Haar gevoel voor stijl, fashionable zijn at all times. Mijn moeder liep ouderavonden in Jakarta af, gehuld in kekke linnen knielaarzen op een mooie, decente doch hippe knielange rok. Dat werk. Haar collectie parfums is legendarisch en episch. Die traditie houd ik getrouw stand. Mijn stash bestaat uit parfums op maat. Voor elke gelegenheid en gemoedstoestand eentje. Nee, dat is niet waar. Mijn maatstaf voor een geur is dat het overdonderend sexy moet ruiken. Ook als ik een zakendoendagje heb. Had ik haar schoenencollectie al genoemd en hoe dat zich verhoudt tot die van mij? Doe maar niet.

De liefde voor boeken heb ik auch van mama. In haar kast prijken Willem Frederik Hermans, Shakespeare, Doris Lessing en Jane Austen. Van haar leerde ik onvertaalde literatuur lezen, want ‘in de oorspronkelijke taal lees je het echte verhaal’. Die tien vertaalde boeken uit de Bruna Top Tien in mijn kast liggen al jaren te verstoffen. Ik ben door mama een purist in onvertaalde literatureluur geworden. Wat ik helaas niet helemaal van haar heb overgenomen is het geduld om een taal te leren. Dat klinkt gek voor een Alfa, en het staat haaks op wat ik hierboven vertel, maar het zit zo. Ik ben heel behendig in dialecten (van papa), en heb een behoorlijke talenknobbel. Alleen, zodra het in een leerstramien zit, zoals bijvoorbeeld een taalcursus, dan gaat het helemaal mis. Franse taallessen toen ik in Jakarta woonde, heb ik helemaal verknald. Recentelijk deed ik een poging tot een cursus Spaans. Lang verhaal kort: ben gesjeesd, maar ben nog steeds graag geziene gast bij de groepsdiners (want zo rol ik). Mijn moeder had die cursusdiscipline wèl, met als gevolg dat ze Duits en Frans uitstekend beheerst. Maar moeten jullie eens opletten als ik een maandje in São Paulo woon: een kroepoek met vet Portugese tongval is het resultaat. Ik leer het snelst op straat zeg maar, en nogmaals, niet van een truttig taalboekje.

Dan carrièreplanning: daar was moeders heel praktisch in. ‘Ga Economie studeren, dan kan je bij een bank werken en dan ben je lekker financieel onafhankelijk.’ U weet allen hoe dit is afgelopen. Maar niks dan goeds over mijn moeder hoor. Haar gastvrijheid, haar indrukwekkende dinertafels; allemaal rechtstreeks gekopieerd naar mijn DNA-streng. Ik zorg graag goed voor mijn gasten en niemand komt ook maar iets tekort. Ogen kom je sowieso tekort, want als ik goede zin heb, dan dek ik de tafel uitbundig, verfijnd, feestelijk en stijlvol net zoals mijn mama dat zo knap kan. Een dansmarieke is mama ook. En ze heeft zowaar zelf een dansmarieke van twee turven hoog op de wereld gezet. Op de HvA-campus volg ik momenteel Urban Dancelesjes, al poppend en lockend, geheel gemodelleerd naar MTV. Superleuk. Oh ja mama, ik wil met alle liefde een dansje met je doen. Maar dan niet zoals vorig jaar op Bali tijdens die muffe salsa-avond. Waar we ons een weg moesten banen door een slome haag honderdplussers. Niet sexy. Je was daar overigens wel by far de beste danseres*hartjes*.

Een moeder die mijn grotendeels alleen heeft opgevoed maakt diepe indruk, in de zin dat zelfstandigheid mij niet vreemd is. Veel dingen zelf willen doen. Zelf organiseren, zelf op mijn bek gaan (bij taalcursus aflevering dertig). Al dan niet gekleed in een kekke outfit, dansend tot het ochtendgloren. Ik ben dan geen financiële kantoorklerk geworden, en het voeren van een intens beoordelingsgesprek in het Frans behoort ook niet echt tot mijn standaard vocabulaire. Maar ik heb *kuch* swag, stijl en charme. Ik zorg altijd goed voor de mensen die ik lief vind/heb en dans me als een malle door het leven.

You did/do well mama. Dankje wel (ook namens Frans Bernhard) Tot snel in Jakarta XXXX.

Het Aapje en Stamppotstiefpa

Ik raak niet uitgepraat over mijn pa. Nu, bijna een jaar na zijn overlijden, knal ik regelmatig een ode de deur uit in de vorm van een blog. En gelukkig eten jullie het, gewoon omdat het kan en omdat het leuk is.

Maar van de week realiseerde ik me opeens dat ik een andere man in mijn leven (lees: kindertijd) absoluut tekort doe, als het gaat om zorg, aandacht, liefde en lol. Allemaal skills die ik mijn pa toedicht, maar die ook heel prima door iemand anders in de praktijk zijn gebracht. Waarvoor ik hem eeuwig dankbaar ben (en mijn pa weet ik, is dat bij deze ook). Ik heb het over mijn stiefvader, de tweede man van mijn moeder. Deze Balinese man trouwde mijn moeder toen ik ongeveer acht jaar oud was. Daarvoor gingen ze al zo’n twee jaar met elkaar. Hij kwam naar Amsterdam om te studeren en ontmoette mijn moeder bij de Crea waar hij Balinese dansles gaf en mijn moeder de lessen volgde.

Deze man, Ida Bagus Ngurah Winata (roepnaam: Guswin), ving mij op in de periode dat mijn vader zijn zakenmannenbestaan leidde in Hong Kong, en later Jakarta. Liefdevolle opvang was het, met respect naar mijn situatie. Ik kan mij exact nul conflicten herinneren in de context van kind van gescheiden ouders. In plaats daarvan ben ik in volledige harmonie opgegroeid met deze vriendelijke, goedlachse Balinese man die behalve slim, ook verrekte goed kon koken. Guswin is zo’n guy die met een hakmes superculinair, in drie seconden uien en knoflook fijnhakt voor de satebumbu. Guswin is ook de man die mij de liefde voor geschiedenis bijbracht. Door alles uit het jaar kruik als een bezetene op te nemen. Met als resultaat dat ik als achtjarige gup, geboeid om me heen zat te koekeloeren, op het bovenste plateau van de Akropolis. Waar het veertig graden celsius was. Deze culturele vakantie in Griekenland maakte een onuitwisbare indruk op mij. Niet in de laatste plaats door de enthousiaste tekst en uitleg van Guswin over de Griekse mythologie. Nog steeds kan ik autistisch met mijn neus op een willekeurig stuk tempel uit 1000 BC gedrukt, fantaseren over de barbaarse riten die zich daar wel niet hebben afgespeeld. Respect voor het verleden, die mateloze interesse voor geschiedenis, het is blijvend. Op de middelbare school haalde ik altijd negens voor Geschiedenis, omdat ik hele proefwerken niet zielloos stampte, maar als spannende verhalen uit mijn hoofd leerde. Met de jaartallen als milestones, de bloeddorstige koningen en keizers de gangmakers in de verhalen.

Naast al deze geschiedkundige verfijning, heeft mijn stiefpa mij mijn hele middelbare schooltijd getrakteerd op zijn enorm plagerig karakter met hoog entertainmentgehalte. Kent u die act van de messengooier en de assistente met de appel op het hoofd? Ik was altijd die assistentsjaak met appel, soort van. Ik was in elk geval altijd mikpunt van zijn grollen. Zoals bijvoorbeeld aan tafel. Aten we stamppot, dan wist hij vliegensvlug mijn hand te pakken en diep in de aardappelpuree te drukken. Ja, u leest het goed. Guswin heeft zich ook ooit schuldig gemaakt aan de mysterieuze (not) vermissing van mijn jampotbrilletje toen ik op de middelbare school zat. Ik ben serieus bijna een maand onbebrild door het leven gegaan. De bril in kwestie verstopt in een vaas hoog boven op de boekenkast. Ik had zo mijn vermoedens, en na een maand gaf Guswin zijn ontkenningen op, en wees met olijk bulderende lach de vindplaats van mijn bril aan. Mijn moeder was onthutst, ik denk dat ze het naar kindermishandeling vond neigen. Haar arme kind een maandlang kippig naar school gestuurd te moeten hebben. Maar ik vond het eigenlijk best heel lollig, achteraf gezien (pun intended).

Naast een epische pestkop, was stiefpa ook een briljant wiskundige. Een afgestudeerd ingenieur die kon toveren met cijfers. Zo’n nerd die wel raad wist met doodenge wiskundige formules waar ik tijdens de middelbare schooltijd vooral nachtmerries van had. Met engelengeduld trok hij mij door het moeras dat wiskundehuiswerk heette. Ik voelde me als Alfapuber vooral slachtoffer van vreemde materie, die rechtstreeks van de lelijke planeet Bêta, met geweld werd ingestraald in ons schoolcurriculum. Guswin’s mantra was altijd: je hebt een berg aan cijfers en een glasheldere (!) formule. Met de formule als wasstraat. Je stopt die cijfers hup, de formulewasstraat in, en dan heb je een schone auto/uitkomst als resultaat. Bloedsimpel. Maar het mocht niet baten. Volgens mij ben ik alleen geslaagd voor mijn eindexamen omdat ik voor Talen, Geschiedenis, Maatschappijleer, Godsdienst en Biologie belachelijk hoog scoorde. En daardoor het droevige cijfer (4) voor Wiskunde wist te compenseren. Maar de tomeloze inzet, het geloof van Guswin in mij, die is onbetaalbaar.

Maar zijn allergrootste verdienste is het feit dat hij mij heeft leren fietsen in het Amsterdamse Bos. Geloof me, ik kan me dat moment nog herinneren als de dag van gisteren. Die kinderlijke euforie vermengd met groosheid, op het moment dat de zijwieltjes van mijn vierwieler in het luchtledige stonden te draaien. Ik dacht dat ik vlóog op het grindpad tussen die reusachtige populieren in. Als je een kind dat glorieuze moment kunt geven, dan ben je als fietsleraar (uit Bali!) annex stiefpapa een hele grote.

Namens Frans Bernhard nogmaals bedankt, lieve Guswin. Tot heel snel in Jakarta.

Ik gun iedereen het bananenparadijs

Afgunst. Ik ken het niet. Ik ben gewoon geen afgunstig persoon. Ik gun mensen van alles. De liefde, lekker eten, leuk werk, snoepreisjes, een paaldansdiploma, bananenschuimpjes, een miljoen, een gezond hart. Nah ok. Sommige mensen gun ik een vrije val in een bak met kakkerlakken. Maar dát geldt alleen voor heel nare mensen.

Ik ben niet afgunstig. En omdat ik dat niet ben, valt het des te meer op hoeveel mensen dat wél zijn. Het als hobby beschouwen. Zoals laatst, toen ik met tien andere werkmurwe forenzen in de Hall of Sardines stond van de Sprinter Holendrecht-Rotterdam CS. En uitgerekend op deze uitdagende twintig vierkante centimeters sloeg een heftige allergieuitbraak toe. Waardoor ik mijn poezelige neus onmiddelijk moest snuiten met een papieren zakdoekje. Even voor het beeld: mijn nagels waren op dat moment laguneblauw gelakt. Een nogal opvallend contrast in combinatie met mijn maagdelijk witte zakdoekje.

Ok. Ik hoor u denken: ‘waar wil deze op cliffhangerbeluste blogger heen?’. Ik ga het u nu vertellen. Op het moment van snuiten voelde ik opeens een priemende blik van de chick waarmee ik de middenpaal in de Hall of Sardines moest delen (lees: handen aan de paal, om in geval van botsing, niet meteen door drie coupé’s tegelijk te vliegen. En vooral om niemand eraan te helpen herinneren dat dwergwerpen ooit een serieus dingetje was op televisie). Dus, haar priemende blik, haar ogen vol afgunst. Wat ook niet hielp: de chick toornde minstens 38 cm boven mij uit. Dus haar ogen puilden niet alleen uit van afgunst, maar ze keek ook nog eens néér. Haar moeder zou echt heel trots op haar zijn geweest (not).

Ik dubbelcheckte na mijn snuitsessie voor de zekerheid haar gemoedstoestand, en keek ik haar op mijn beurt quasinonchalant aan. Zoals alleen katten zo niet-geboeid naar je kunnen loeren. Op dat moment trok ze met haar overbite haar linkerhandschoen uit, en gleed ze heel demonstratief met die hand door heur haar. Alsof ze een weggewaaide lok wilde terugzetten. Maar er viel niets te corrigeren. Haar kapsel stond namelijk compleet stijf van de haarlak, waardoor er een helling van 0,1 graden was ontstaan van kruin tot schouder. Geen speld tussen te krijgen. Ja, een longboard, die wel. Maar die superoverbodige hand was nu juist het antwoord op haar afgunst. Die was namelijk voorzien van de meest vilein gelakte Cruella de Ville-gelnagels ever seen. Bloedrood, glanzend, puntig en lang. Aha. Deze chick wilde dus even laten zien wie hier de onbetwiste nagelkoningin van de Hall of Sardines was, hahaha.

En zo keek ik ook. Triomfantelijk en geamuseerd keek ik naar haar op, in het felle licht van de Sprinter TL-bakken. Met mijn zelfingenomen bekkie (ik ben inderdaad niet afgunstig maar soms wel uhm zelfingenomen? Nee ook niet, maar is even leuk voor het beeld nu), liep ik soepel langs haar afgunstige aura heen. Met opzet tikte ik nog even heel parmantig mijn neusje aan met mijn gruwelijkgoedgelakte nagels, en daarna wandelde ik de trein uit op Rotterdam CS. Ik geloof dat naast afgunst, totale geshockeerdheid haar ten deel was gevallen. Don’t envy people, just don’t. Er is al genoeg lelijks op de wereld. Kies zoals gezegd gewoon een fijne hobby. Ga breien, ga koken voor vluchtelingen, ga voor het Guiness Book of Records nagellakflesjes stapelen. But don’t envy.

The Year of Monkey

Het is week 2 van het nieuwe jaar en I can’t believe. De snelheid van dingen. En ik hoef maar met mijn lange wimpers te knipperen die ik niet heb, en we wonen, leven, eten, peinzen, piekeren, mopperen, schelden, moorden, hijgen, reizen, werken, soggen, sporten, beledigen, verkrachten, demoniseren, bagatelliseren, faciliteren, shoppen, drinken, naaien, dromen, klimmen, skiën, vergeten, doorstaan, verbijten, transpireren, lachen, weigeren, veroveren, huilen, zoenen, debatteren, niksen, tukken, vergissen, haten, koesteren, bidden, spugen, schieten, verbazen, tobben, vergissen, studeren, nachtvlinderen, stemmen, jagen, bowlen, verhuizen, vliegen, varen, zweven, hallucineren, vissen, grillen, vermoorden, planten, bouwen, staken, breien, demonstreren, complimenteren, jennen, verdrinken, lummelen, prutsen, creëren, joyriden ons al tien dagen van het nieuwe jaar helemaal scheel.

Wij hoomaans zijn nu eenmaal kuddedieren. Wij gaan gewoon lekker door met waar we mee bezig waren. In al die verpletterende voorspelbaarheid zijn daar altijd de buitengewoon originele voornemens. Neem de Instagram fitgekkies. Met hun glasharde buik- en billenindoctrinaties waar je helemaal leip van wordt. Of eigenlijk eerder wanhopig, hongerig en suïcidaal. Omdat je voor heel 2017 mag gaan lopen kauwen op slechts twee wortels en drie selderijstengels, plus driehonderd superordinaire sit ups voor het slapen gaan. Dan de extremist met enige ambitie. Die besluit nog voor het boekjaar 2018, een stuk of honderd christenhonden te killen, gewoon omdat het kan. Geloof me, het wordt een jaar zoals any other. Met een paar politieke interventies hier en daar. Een stuk of wat natuurrampen en malle referenda, rellen van internationale allure en een container vol humanitaire toestanden. Het wordt het jaar dat Lex en Max opnieuw in de Gouden Koets, het debiliserende rondje door de Hofstad maken. Het wordt opnieuw het jaar van het malle eppie-hoedje van Thieme. En le Pays-Bas wint het Eurovisie songfestival niet. Serieus, Elk (nieuw) jaar is behaagziek en vertoont akelig voorspelbaar gedrag.

Of toch niet. Vorig jaar op 28 februari overleed mijn vader. Deze emotionele ramp had ik noch voorspeld, noch zien aankomen. Wat wilde ik daarom 2016 maar wat graag voor eeuwig in een doosje knallen. Om te koesteren en te herinneren. Om er een fijn rondje mee door de stad te maken. Om aan te tonen dat dit taaie traject ook mooie dingen met zich meebracht. Pa’s ererondje zou uiteraard het Gouden Koetstripje compleet overklassen, snap jij, snap ik. Ik hoorde tegen het einde van vorig jaar mensen foeteren en fulmineren tegen 2016. Over het ‘uitzonderlijk rottige jaar’. Nou, nou, nou dacht ik dan, doe ’s rustig an. Want rotjaren bestaan niet. Wel rotjongens, rotte zielen, rotte appels en verrotte levers (als resultaat van nachtenlang schaamteloos hard drinken bijvoorbeeld). Ik weiger pertinent 2016 als rot te bestempelen. Want rottigheid is niet het predicaat dat past bij het jaar waarin ik mijn vader verloor. Behalve het feit dat ‘rot’ gewoon een bizar lelijk woord is dat geen plek verdient in de Dikke van Dale. Rottigheid is het jaar 2016, en mijn pa, totaal onwaardig.

Dus. Dit jaar wordt een jaar zoals ieder ander. We gaan er vol in als kuddedieren. We gaan beleven, leven, meemaken, ondergaan. Maar we moeten vooral gewoon gáán. En aan het einde van 2017 maken we weer de balans op. Het zal iets zijn in de trant van mooi, verdrietig, wonderlijk, prachtig, intens, zwaar, mal, bizar, taai en geweldig in de mix. Allemaal dikke prima. Je hoeft alleen deze belofte aan mij te doen: noem, als ik met je terugblik, het jaar 2017 nooit en te nimmer rottig. Je doet vanaf nu je stinkende best maar om er een ander jaar van te maken. Maak er een liedje van, plak ‘m op je voorhoofd.

Wees niet voorspelbaar. Het leven is soms al onvoorspelbaar genoeg.