Aduh deze pamilie

Een vliegtuig vol bloedverwanten, Bugaboo-logica, lobi en Rimowa-overgewicht
verovert Schiphol Oslo Madrid Barcelona bliksembezoekachtig

bitterballenzakenlunchenEuropesetropischetemperaturen-rapen heet dat.

Wat volgt is een intens blij-chaotische familie-exodus van naar Groningen Breda Maastricht Rotterdam Den Haag. Amsterdam.

Wat volgt is een stoet aan rijsttafels (zo noemen wij pinda’s die units nooit, maar anders snapt U het weer niet), anekdotes, ontroering, ontlading, kado-swops, slaapfeestjes, hotelbacchanalen, telur sambal goreng, autoritjes, kreteksigaretten en finale Manchester United Ajax op grootscherm zien.

Wat volgt zijn selfieachtige familiestaatsieportretten die instagram traag maken, de dag historisch geladen
Wat volgt zijn emoties die lastig te bedwingen zijn (maar ook: wanneer het mes in de babi pangang gaat)

Alles wat tijdelijk is en door moet vliegen, wil je het liefst tegenhouden met een krat ijskoude Bintang
met Filosofische Familie Verhalen.

Tijd rekken heet dat, opdat het vliegtuig ze vergeet.

Wat het is? Het is Indonesische heimwee stillen XL

Het is pamilie.

ramonamaramis©2017

GYMMEN KRENG!

Afgelopen vrijdagochtend. Rotterdam-West ontwaakt en ik doe mee, hetzij lui. Werkpakje blijft op de hanger want vrijdag is mijn vrije dag. Met mijn Wedgewood-unit vol dampende koffie, plof ik chill op de bank en floep ik de tv aan. Op deze lazy morning heb ik vooralsnog nul voorkeur voor specifieke televisie-indoctrinatie, en dus blijft de zender hangen op NPO 1. Het is 09.15 op mijn foon, en ik zie een paar bejaarde landgenoten op campy studioverhogingen gymnastiekoefeningen doen uit het jaar kruik.

Welkom bij Nederland in Beweging.

In tegenstelling tot de bewegende lieden op mijn beeldscherm, blijf ik als een soort bevroren satéprikker, ademloos naar dit tv-tafereel kijken.

Vol in my face zie ik de immer opgewekte Olga Commandeur (die dit programma al zo’n 100 jaar presenteert) en duopresentator Duco Bouwens, wiens kaaklijn en spiermassa overduidelijk naar Ken (van Barbie) is gemodelleerd. Het olijke gymduo hupt telkens slechts twee laffe centimeters van links naar rechts, en weer terug. Bij deze inspanning waar toch al snel zo’n 0,01 kilocalorie wordt verbrand, trekken Olg en Duuk er gezichtjes bij alsof ze net de triathlon hebben gelopen. Ik heb inmiddels behoefte aan een beademingsapparaat voor thuis met een appje voor bediening op afstand.

Dan de figuranten die op de achtergrond meehuppen. De redactierecruiter is vooral wezen buurten op de Beverwijkse Bazaar en de Libelle Zomerweek zo te zien. Van koopjesjagerbelust volk naar truttig huppende mannen en vrouwen is niet zo’n heul ingrijpende stap. Links achterin de Hilversumse gymstudio staat Leen. Een pezige zestiger met zweetplekken ter grootte van Lelystad Centrum onder zijn shirt-oksels. Op de maat van de muziek zwaait hij zijn gestrekte armen vanaf zijn hoofd, met één zwiep naar beneden, en weer terug. Kijk, zo trek je dus een kilo turf uit de grond.

'Hup, zwaaien met die dumbbells!'

‘Hup, zwaaien met die dumbbells!’


Achterin in het midden staat een Carla, iets te enthousiast op haar podiumpje armoefeningen te doen. Eigenlijk zwaait ze gewoon strak de camera in. Je hoeft geen liplezer te zijn om te zien dat Carla de groeten doet aan Arie, Ria, Koos, Wesley en Cor. Dit is aangrijpende televisie voor een vrijdagochtend, for sure.

Ondertussen roept Olga allemaal dingen met de bedoeling de oefeningen intenser te doen laten lijken. Zo adviseert ze bloedserieus tijdens een kniebuiging van 1 mm, dat het ‘hoe dieper je gaat, hoe intensiever de oefening.’ Bij een oefening met assistentie van met water gevulde petflessen (!), begint Olga bijna te jodelen van vreugde: ‘ja, toe maar, breng die flessen naar voren langs de oren, doppen tegen elkaar en richt je weer op, en hop, laat je weer hangen en naar voren!’, en besluit ze met de epische woorden: ‘dit is pittig.’ Dat zou ik ook vinden bij het horen van zo veel infantiel fitnessjargon, Olga. En waar is die Duco eigenlijk gebleven? Ondertussen google ik in capslock op ‘beademingsapparaat nu bestellen morgen in huis.’

Schuin rechts achter Duco, staat Lia. Een veertigplusser met overduidelijk geverfd zwart haar, dat als een Cleopatrakapsel om haar lijkbleke gezicht hangt. Ze heeft denk ik artrose, reuma, hartkloppingen en een versleten heup tegelijk. Want als houvast doet Lia Zwarthaar haar hupjes gezellig samen met de bureaustoel, gejat van de opnameleider. Lia’s peervormig figuur wordt ondertussen geweldig geaccentueerd door een perzikkleurig aerobicshirt #not. De stylistes van dienst hingen hoogstwaarschijnlijk de nacht daarvoor in de Hilversumse lampen, want alle figuranten hebben überhaupt kleding aan die het daglicht niet kunnen verdragen. Meanwhile hupt de rest van de figuranten compleet uit de maat. Kirt Olga nog iets met ‘als het niet lukt, pak dan niet je scheen- maar je bovenbeen vast.’

Ik hou mijn hart maar even vast als je het niet erg vindt, Olga. Om te checken of het nog klopt. Om daarna opgelucht te constateren dat alles nog tikt, beweegt, ademt en leeft. Ondertussen hoor ik de fade out tune van deze Olga, Duco en de Gymmende Bejaardenposse Show. Ik floep snel de tv uit en at mijn koffie weg:

TGIF, hoezee!

Geen Bananen Maar Daden!

14 mei 2017. Ik ben getuige geweest van het grootste openlucht sociëteitsfeest van Nederland. Het was de dag dat Feyenoord in een thuiswedstrijd met 3-1, Heracles van de Rotterdamse grasmat wegschoof. Het was de dag dat Sociëteit Feyenoord de landsschaal met vergulde rand op de schoorsteenmantel van de Kuip plantte. Het bleek het startschot waarop alle leden van de disputen Charlois, Spangen tot aan Delfshaven en masse richting Hofpleinfontein rolden, en bier in de mix met stil fonteinwater achterover tikten.

Onder het gebulderdonder van het clublied leek het Weena op een rode loper richting galafeestlocatie. Links en rechts lallende lieden, met de clubsjaal omgeknoopt rondom het hoofd of als rokje bij de dames. De stemming: superuitgelaten en uitgesproken blijmoedig. Rondom de Hofpleinfontein was het gras inmiddels platgetrapt en getransformeerd tot een solide moddertapijt. Een groepje jongeren, van Antilliaanse komaf, keek wat ongemakkelijk om zich heen. Heel bang dat een lamme Feyenoorder uit de fontein zou springen en zichzelf zou uitwringen in hun bijzijn. Wat ook gebeurde. ‘Iew’ slaakte een van de dames in een strakke legging en iets te nette Nike Roshe Runs geshockeerd. De Hofpleinfontein is niet wederopgebouwd voor tere zieltjes. Op de randen van De Fontein stonden Feyenoorders zij aan zij. Doorweekt, nat van bier, zweet en water, luidkeels het clublied schallend, over de Luchtsingel en het Hilton heen. In de fontein was het zonodig nóg voller: een hossende menigte die uitzinnig ‘Dirkie Kuyt! Ole ole!’ scandeerden.

Ik zette mijn voet op de rand van de fontein, en direct werd ik door een knoestige Rotterdammert omhoog gehesen. Voor ik het wist, stond ik tot halverwege mijn schenen in het koele water. Mijn hoge Nike Blazersneakers kon ik niet meer zien. Het Hofpleinfonteinwater had binnen de kortste keren de kleur van de omringende modderpoel aangenomen. Rookpijlen suisden langs me heen, rode en groene rookpluimen en kruitdampen van vuurwerk prikten door mijn sunnies heen. Maar wat zou het verrotten. Achter mij, een compleet leger aan brulapen die hun longen stukklapten op het Feyenoord-liederenrepertoire. Het doet wat met je. Ik herken hetzelfde gevoel bij het zingen van jaarliederen op de sociëteit. Machtig indrukwekkend is dat. En hier is het niet anders, holy shit.

Het Aapje in de fontein. Dit is geschiedenis hoor apenkoppen.

Het Aapje in de fontein. Dit is geschiedenis hoor apenkoppen.


Dit intense volksfeest had inderdaad veel weg van een gemiddelde sociëteitsavond op Vindicat Atque Polit met Island in the Sun als thema. Het loeiharde, bijna hypnotiserende zingen, het dronken gevloek (‘tering zit ik hier met blote poten in het water, gooien ze allemaal pleuris hierin de tering’), de ontblote bovenlichamen in den fonteine, tezamen met meisjes in hippe shirts en in bikinibroekjes. Allemaal hop, de kolkende fontein in. De geur van verschraald bier vermengd met het klotsende water. Ik sloeg mijn armen over elkaar heen, plaatste mijn voeten iets uit elkaar en ging breed in het water staan. Zo stond ik stabiel en niet snel om te kegelen in een deinende menigte (overgehouden aan mijn studententijd, waar ik vaak in een dolle en overvolle sociëteit stond). Zo kon ik voluit genieten van de hysterisch intense geschiedkundige gebeurtenis: zondag 14 mei 2017. De dag dat sociëiteit Feyenoord na een hattrick van Kuyt, de stadsbierkranen liet opendraaien voor tout Rotterdam. Waar broederliefde, ontroering, ontlading en totale lammigheid werd gevierd in de Hofpleinfontein.

De emotionele voetbalbagage van de havenstad na 18 jaar in één keer in de fontein gepleurd. Ik, import-Rotterdammert heb het gezien. En het gaat nooit meer over.

Het Aapje is allemansvriendje

Voor bananen doe ik alles. Maar daar gaat het nu even niet om. Waar het wél om gaat zijn deze dingen: Champion Leagues, Eurovisie Songfestivals, Olympische Spelen, Olympische Winterspelen, ABNAMRO tannistoernooien, US Open, Australian Open, EK Turnen, WK Zwemmen, Oxford Cambridge roeibattles, WK Hockey, world rowing regatta’s, Head of the River. De lijst is eindeloos, maar jullie snappen het idee.

Bij alles van dit alles zit ik front row. Nja ok, in de meeste gevallen heb ik hier de tickets niet voor geregeld, maar in elk geval front row televisie. Mét of zonder chips en bier. Maar altijd met een gezonde dosis spanning, jaaaaaaaaa’s, heel hard meezingon, gevloek en diepgewortelde teleurgestelde gevoelens (bij penalties, bij strafcorners, bij valse noten, bij de verkeerd afgelopen salto backflip). Het Aapje transformeert bij alle events waar een Oranje equipe of NL delegatie aan deelneemt, in een oranje aap.

Dit fanatisme is mij met de paplepel ingegoten. Mijn wijlen oma vrat zowat de televisie op als het Oranje elftal bij een willekeurig EK/WK weer eens op nul doelsaldo bleef steken in de twee minuten verlengings. Mijn pa had twee petten op: een heul grote Ajax-unit, maarrrr kon ook heel emotioneel-opgewekt zijn als die andere club van zijn leven, Feyenoord, in de lift zat (dat is dan wel echt godsgloeiendlanggeleden, maar binnenkort niet meer). En toch, pa had ooit twee cihuahua’s van wie eentje Ajax heette. I rest my case. Pa wist gewoon verdomd veel van het spelletje. Net als de rest van mijn familie. Zo jammer dat tot op de dag van vandaag, mij twintig keer per voetbalpot het fenomeen buitenspel moet worden uitgelegd. Het foebele-gen is niet aan mijn DNA-streng blijven hangen, helaas. Maar de vreugde om een lekkere pot aantrekkelijk combinatievoetbal is er daarom niet minder om. Dat geldt dus ook voor alle andere soorten sport waar Nederland een afgezant in heeft. Ik word daar gruwelijk fanatiek en chauvie van. Heerlijk. Ik vind dan elke atleet tof en fantastisch. En elk team geniaal. Ook al keek ik het hele overige seizoen niet naar handbal. Of naar keirin en BMX.

Bij allemansvriendje willen zijn, hoort ook dubbele deceptie. Dat overkwam mij gisteren, toen jaarclub Feyenoord diep in het gras werd gebald door Excelsior op sociëteit Kralingen (zegt de vrouw die vorige week nog zat te janken van geluk bij de 4-1 #AjLyo(. Na de fatale Feyenoord-tragedie zapte ik snel droef door. Ik kwam bij BBC 2 uit. Waar net op dat moment vol in beeld, de NL Heren Acht zichzelf in een tijd van 05.30.980 naar de tweede plek wist te roeien (de hegemonie van Groot-Brittannië blijft een dingetje in roeien).*
Ik heb de Hollandse boot als oud-stuur gierend naar de finish gebruld; de Feyenoord-tranen amper opgedroogd. En daarna realiseerde ik me ineens hoe knap het wel niet is dat het kleine Excelsior gehaktballen wist te draaien van hun grote brulbroer.

'Leg hier die bal'

‘Leg neer die bal’

Want beste mensen, zo rolt een allemansvriendje.

* Op de World Rowing Cup I in Belgrado, behaalde het Nederlandse roeiteam de 2e plek met in totaal acht medailles, waarvan drie goud.

Het Aapje heeft beef met de Westside

Het is officieel: ik heb de oorlog verklaard aan de West-Kruiskade. De straat die mij vanaf de cribs het snelst naar mijn andere opdrachtgever, Poetry International, brengt. De straat die mij in nagenoeg één rechte lijn via de Lijnbaan naar de Koopgoot lokt. Maar teringtyfus (sorry mensen, het zit me hoog) wat is dit een nare straat om te fietsen. Mag van mij het predikaat ghetto of all bikelanes dragen. Met het verschil dat je niet door een .22 wordt neergeknald, maar door narcistische automobilisten die rücksichtlos het portier met een brute swiep, aan de straatzijde opengooien.

De Westkruiskade. Ik heb een diepintense haat-liefdeverhouding met deze hysterische binnenstedelijke verkeersader. Lobi voor de aromatische toko’s, Turkse deli’s, sushibars en chinese nagelsalons aan beide kanten van deze haatstraat. Haat aan de laden-en lossensjappies en muffe sedans met vage lieden erin die denken dat ze king of the hill zijn. Gedragen door pompende dancehall, snijden ze harteloos de pas af van de argeloze fietser. De fietser die evenveel recht heeft om daar te zijn. Maar deze Westside jackasses erkennen dat recht simpelweg niet.

De West-Kruiskade, thuisbasis van 146 verschillende nationaliteiten heeft een kapotslechte relatie met de fietsende Rotterdammert. Want hier wordt niet gefietst, als het aan deze lieden ligt. Omdat de meesten zich profileren als aartsluie en ijdele arie’s (ja, U leest het goed, the monkey is boos). Allemaal bang dat hun kapsel door een gezond Hollands briesje voorgoed wordt vernield. Hier wordt geflaneerd in patserbakken die niet zouden misstaan in willekeurige pornofilms uit het B-circuit. De Westkruis. Als ik er fiets, dan is het vloekend. Of middelvinger in de lucht stekend. Of allebei. Omdat je heel, heel vaak moet uitwijken naar de autobaan. Omdat auto’s zonder knipperlicht opeens voorsorteren naar rechts. Of gewoon stoppen. Of al die idioten die vanuit parkeerplaats invoegen zonder mededeling. Echt fakking gevaarlijk. Ik ben gelukkig gezegend met een pijlsnelle reflex en grote ogen. Maar toch. De stoep is mijn back up als het me te gortig wordt. Dan maar beef met peoples op de stoep. Screenshot_20170501-232536

De Westkruiskade. Ik zou er bijna weer voor in de gemeenteraad willen. Om deze enorm hinderlijke straat te restylen naar Power to the Bikers (is Rotterdam wel al mee bezig, maar het moet sneller beter). Of rigoreuzer: acuut naar 020 terugverhuizen. Dé stad waar fietsers het ten minste voor het zeggen hebben. As it should be.