Kerst, kaas en nepwimpers

Mijn diva-vriendinnetje uit Jakarta heeft het net uitgemaakt met haar Italian boyfriend en wil op rebound-kerst in Europa. En ze wil kaas, appt ze nog snel. Daarom stond ze vier dagen geleden bij ons op de stoep, met een knalroze Samsonite-trolleykoffer waar met gemak vier Chineze bootvluchtelingen in passen.

Ik wijs met rollende ogen naar haar roze container-unit, “ja luister, ik móest deze Zara-winterjassen (drie stuks!) inslaan, ik run twee bedrijven in Jakarta en heb personeel, en wil hier dus niet doodvriezen, dat snap je toch wel?’

Nadat ik haar heb gevoerd met stroopwafels en wijn, ontdooit ze. En gaan we vet goed op heerlijke onderwerpen zoals de gierende corruptie in Indonesië (‘over 200 jaar is het uitgeroeid’), over het fenomeen wasmachine (‘en hoeveel betaal ik jullie schoonmaakster om mijn was te doen?’) en over de liefde. Op het laatste onderwerp lach ik haar standaard snoeihard uit. Want wie guys beoordeelt op basis van horoscoop en reportages uit de Cosmopolitan kan ik gewoon echt niet serieus nemen.

Op kerstavond is het frêle knappe poppetje opeens stil en ontwaar ik een paar traantjes. Ik zeg dat het niet erg is om een beetje de kerstblues te hebben, maar volgens haar komt het door de verkeerde wimperlijm van haar nepwimpers. Ook goed schat, wat jij wil. Het kan overigens óók gewoon slaapgebrek zijn aangezien we de avond daarvoor om 06.00 uit de Suïcide Club zijn gegooid. Wie nachtelijk Rotterdam wil beleven, krijgt het dan ook van mij. Op een presenteerblaadje vol shots en cocktails. Het werd een epische avond.

In preparation op het familiekerstdiner in Molenschot, schuiven we chill door het huis in onze kerstpyjama’s, kook ik antikater-voedsel met omelet en Hollands gehaktprutje, en vertelt la Diva meanwhile verder over haar intense leven in Jakarta. Over een van haar vriendinnen die haar droomleven leidt. Op mijn vraag wat ze precies bedoelt met droomleven, krijg ik ‘rijke man, dik huis en een Hèrmes-tas’ als antwoord. I rest my fucking case. Ook schijnt Jakarta inmiddels een gevaarlijke thug city te zijn voor chicks zoals zij. Om die reden heeft ze geblindeerde ramen in haar SUV ‘anders kom ik echt nergens’. Dit zijn van die momenten waarop ik oprecht blij ben dat ik in Nederland woon. Zo lekker normaal gebleven ook. Je hele leven op de fiets, zwierend van de Appie naar vrimibo en buurtcocktailbar, dat werk.

Aan de andere kant is het juist van een ontroerende schoonheid hoe zij vol bewondering geniet van dat kneuterigekleine hier, ver weg van die ordinaire Indonesische del die Jakarta heet. Een dappere en teringhardwerkende chick die over twee jaar haar IT-bedrijf gaat verkopen voor 2,5 miljoen dollar. Ja u leest het goed. Deze wandelende premium goldcard-monniemachine kiest ervoor om de plane te nemen naar Europa. Ze kiest Holland boven kaviaarcocktails in Jakarta skybars. Ze kiest ons little frogcountry om af te kicken van de liefde in sexy Roffa en om kerstkaas te kunnen eten bij mijn familia in het Brabantse Molenschot.

Bam, some kerstverhaaltje of niet dan apenkoppen?!

Het Aapje, confetti en de maanmannetjes

De dag waarvan je weet dat die gaat komen. En waarvan je zou willen dat die in een groot gapend Star Wars-niemandsgat was gevallen. Of nou ja, je wilt het niet maar sommige dingen vallen nou eenmaal in de categorie ‘suck it up’. Zoals het vervangen van suskasten; de sexy ventilatiekasten die in de erkers boven de raampartijen naar buiten steken.

En daarom staat Jurgen in de kamer. Een wat – je verwacht het niet- chubby kale Surinamer zonder nek. Met die o zo dwingende, streng maar rechtvaardige Creoolse ‘ik weet waar je huis woont’-stem. ‘Ik ben Jurgen en ik kom deze suskast monteren, aangenaam om met u kennis te maken.’ Aandachtig kijkt hij rond op zoek naar een strategische plek om zijn klusspullen en de nieuwe suskast tijdelijk te stallen. Er ligt nog overal confetti op het tapijt van mijn verjaardag van anderhalve maand geleden. Jurgen heeft ze inmiddels gespot en kijkt triomfantelijk: ‘zo zo, het was een feestje wel zeker’, en met dik accent: ‘wat is gebeurd op een feesje blijft op het feesje zeggen ze altijd toch.’ Ik knik instemmend. Jurgen begrijpt dingen.

Er zijn inmiddels meerdere suskastmannen in la casa gearriveerd, voor elke kamer met een oude suskast eentje. Ouwe eruut, nieuwe erin. Het lijkt wel een reorganisatie. Het aannemersbedrijf heeft duidelijk geïnvesteerd in een uniforme uitstraling van haar werknemers. De mannen dragen allemaal een marsmannetje-pak van robuust donkerblauw kunststof met overal handige klepzakken om klusmateriaal in te stallen. Maar het is vooral geassembleerd als buitenspeelpakje wanneer het tien graden vriest. Want binnen worstelen ze zichtbaar met de veelste dik gewatteerde maanpakken. Het zit ze in de weg. Een van de mannen, ik noem hem De Stille, loopt zelfs zijdelings op zijn tenen de kamers in omdat ie anders niet past. Als een Ollie in een porseleinkast.

De Stille is zo’n type bouwvakker die zich bij voorbaat al schuldig voelt vanwege de teringzooi die hij en zijn klusgappies standaard aanrichten. Onhandig en bezwaard veegt hij stof en stukken debree op, die als verbrande pepernoten op de vensterbank zijn gevallen. Wat trekt zo’n oude suskast ook een kilometer aangekoekte stof met zich mee zeg, niet normaal. De Stille stopt even met vegen en kijkt vertwijfeld naar de vloer: ‘moeten die dingen ook weggeveegd mevrouw?’ Met dingen doelt hij op mijn nu al legendarische confetti-spoor, waar Jurgen ook al zo lyrisch over was. ‘Mag blijven liggen, vind ik gezellig’, maar al gauw gooi ik ‘maar als je het opveegt ook prima’ erachteraan. De beste man kon ik simpelweg niet als een soort Assepoester de confetti laten scheiden van de dikke stofplukken. Dat zou oprecht superfeodaal zijn.

Het Aapje met bouwlaarzen. Loensend naar bouwvakkers in de Delftse spoortunnelbak in aanbouw.@privéarchief 2012

Het Aapje met bouwlaarzen. Loensend naar bouwvakkers in de Delftse spoortunnelbak in aanbouw.@privéarchief 2012

Vervolgens hoor ik Jurgen en suskastklusser 1e verdieping, Richard, reutelen over het aankomende weekend dat voor de deur staat te rammen. Richard gaat een weekendje naar Stockholm. Stockholm? Deze jongens gaan toch meestal naar Torremolinos voor een weekendje bier en wijven? Die ordinaire combi vind je niet in Stockholm heur. ‘Is in Zweden toch jeweet’, vat Jurgen topografisch nog even strak samen. Ik wilde eigenlijk vragen of Ries misschien nog naar een fancy museum gaat. In Zweden. Maar ik realiseer me dat hij ook recht heeft op bouwvakkersprivacy. Ik laat hem en zijn maten rustig de nieuwe suskasten in de raamkozijnen monteren. Wat overigens best in rap tempo wordt uitgevoerd. Ik ben er helemaal beduusd van. De hele ellendige cyclus van ‘mevrouw wij komen langs’ tot het voorspelbare ‘oh nee wij komen tóch niet morgen maar we weten voorlopig ook niet wanneer wel want de helft is ziek en we hebben te veel werk en genoeg geld dus daarom boeit het ons niet dat u nu pissig bent’, maakt meestal een stuk of tweehonderd pallets aan stresshormonen in dit kleine lichaam vrij. En dat is funest voor de wereldvrede.

Ik zwaai de maanmannen vanwege deze snelle bouwvakkersactie, nadat alles is gefixt en netjes is achtergelaten, ongekend vrolijk de deur uit. ‘Ja ff gas erop gezet want wij willen ook weekend mevrouw’ roept de Stille opeens als hij zijdelings langs me de deur uit loopt, compleet met pretbekkie. Ach ja jezus, what was I thinking ook. Deze guys willen natuurlijk ook gewoon vet weekend vieren. In Zweden. Met bier, blonde wijven en knäckebröd. What happens in Stockholm stays in Stockholm, ja toch.

Het Aapje Loert aflevering #8: Metro 51 & Lucy Zilverfolie

Alleen als het donderstraalt en regent. En alleen als de wind mij tegen de glazen kantoorplinten op de Zuidas kapotzweept, pas dán neem ik metro 51 naar de Boelelaan. Vanaf station Amsterdam Zuid is dat namelijk slechts een beschamend klein stukje metroboemelen. Een paar keer ademen en tops tien keer knipperen met de ogen en dan schuiven de deuren al open op perron Boelelaan. Maar liever schaamteloos in de metro chillen dan acht minuten lopend gemarteld worden door poepsjagrijnige weergoden.

Het is 9.45 uur als ik royaal buiten de spits in een zalig-lege metro 51 richting Westwijk stap. Ik blijf in het halletje staan dichtbij de deur die straks aan de andere kant opent op de Boelelaan. Ik heb dan al één keer ingeademd en twee keer met mijn ogen geknipperd. Totdat ik Lucy Ball zie. Althans, een exacte kopie van de belachelijk succesvolle Amerikaanse comédienne uit de jaren ’50. Met diezelfde loeigrote ogen en tuitende pin-up-mond, die Ball zo geweldig flex open kon trekken als ze weer eens in een hilarische scene was verwikkeld. Met het verschil dat deze Hollandse dubbelgangster in een scootmobiel zit. Het zwarte karretje is helemaal omwikkeld met aluminiumfolie. Het stuur, de armleuningen, alles stevig verpakt in zilverpapier. Daaromheen nog plastic folie, tegen de regen gok ik. Dat zilverpapier begrijp ik niet en daarom vind ik het dus boeiend. Een koosnaampje is meteen geboren: Lucy Z. aka Lucy Zilverfolie.

Ondertussen staart Lucy Z. strak voor zich uit, met haar gezicht richting de deur. Mijn deur die straks openschuift op de Boelelaan. En al zie ik haar markante gezicht slechts en profiel, ik voel de melancholie. Ogen die naar het niets staren. Dat had Lucy Ball ook weleens in haar schaars-serieuze momenten. Ik raak niet uitgeloerd. Niet alleen het scootmobiele kunstwerk van zilverpapier waarin Lucy Z. apathisch voor zich uit staart, maar haar hele voorkomen is het levende voorbeeld van stil verdriet en eenzaamheid. Haar baksteenrode (nep?)coupe is een eigenaardige mix van kroeskrullen en een suikerspin. Of het zijn plukken haar die te lang geen borstel hebben gezien. Op die verstikkende klittenberg pronken vijf schuifspeldjes met strass-steentjes die af en toe oplichten in het vale licht van metro 51. Een ekster had haar tot bloedens toe aangevallen. De vogel zou haar kapsel voor glitterende discobal hebben aangezien. Over het suikerspinkapsel is een kanten haarnetje gespannen dat meer weg heeft van een stuk antieke bruidssluier uit Lucy Z.’s weduwe-inboedel. Haar outfit is verder van het type droevig. Een vaalblauw regenjack, een grijsbruine sjaal uit de kringloopwinkel, haar donkerblauwe katoenen broek onder de vlekken. Daaronder gewatteerde skilaarsjes die ze waarschijnlijk thuis ook niet uitdoet vanwege onbetaalde elektriciteitsrekeningen. Lucy Z. begint te mompelen. De vorm van haar mond verraadt een wulpszoenend verleden. Ze zou nog best willen, gezien de hysterische vegen budgetroze lippenstift vlak naast haar mond en op de appeltjes van haar ingevallen wangen.

In het mandje dat aan haar stuur hangt zie ik alleen wat verkreukelde Metro-krantjes. Ik ga een beetje op mijn tenen staan om te koekeloeren of er misschien niet iets markants in dat mandje ligt. Maar tevergeefs. Het is verder leeg. Net zo leeg als haar blik. Lucy Z. mompelt nog steeds. Of misschien lipsynct ze wel een zoet jukeboxliedje, nog uit de tijd dat ze een jong blomske was. Nog twee seconden en dan trekt de metro na het stoplicht op, om vervolgens de Boelelaan aan te tikken. Ik werp nog een allerlaatste blik op de achterkant van Lucy’s scootmobiel, en dan zie ik het opeens. Aan het tassenhaakje bungelt moederziel alleen een wit fietslampje, als een eenzame kerstengel. Diep van binnen moet ik huilen. Ik huil om Lucy Zilverfolie. En mijn dag moet nog beginnen.

Lucy wie? Check het hierrr.

Sterren&Bananen aflevering #1: mascara & inktvis

Mascara is viagra voor wimpers. Vooral voor Aziatische wimpers die van zichzelf een soort immer gerade aus-model hebben: recht, kil en niet wulps krullend. De perfecte mascara vinden is topsport. Vooral om een budget-unit te vinden (lees: mascara onder de vijf euro) die mijn rechte wimpies omtovert tot sexy ass volle units die hoog de hemel in kroelen. Het is niet erg, of beter gezegd, ík vind het niet erg om hier cheap monnie aan te verspillen. Ik koop een paar van die dingen en test ze uit. Zijn ze ruk, dan leidt mijn beursgenoteerde onderneming geen verlies, doen ze het goed, dan verdienen ze eeuwige beautyroem en een gebruikersintensiteit van heb ik jou daar. Maar goed, mascara dus. Je hebt er slechte tussen zitten, niet-normaal. Ik vraag me oprecht af hoe zo’n mascaraborstel-ontwerpafdeling werkt. Ik denk dat ze testen op orks met wimpers van teflon. De Separation&Volume van Etos is zo’n mascara, waarbij de borstelvorm zo intens lomp is, dat het behalve mijn wimpies ook mijn hele oogbal dreigde te kielhalen. Gelukkig heeft de HEMA al dit wimperleed royaal goedgemaakt met hun volumemascara (4 ekkies per stuk). Een mooi en hanteerbaar fijn borsteltje dat goed separeert, verlengt en zelfs lekker vet volume geeft. Dus tien bananen voor de HEMA en nul voor Etos.
Picture_20171201_145431792

In de categorie Horeca testte ik via Foodora een bezorgmaaltijd van Street Foodies. Mijn oog viel namelijk direct op het gerecht ‘Sea foodies calamaris’ aka inktvis gevuld met varken of kip’. Bij het woordje inktvis op elke willekeurige menukaart ga ik sowieso al kwijlen, laat staan als ik lees dat octopussy gevuld is met mijn andere favoriete dier: varken of kip. En ik ga gewoon goed op onverwachte smaakcombinaties. Ik had al op ‘bestellen’ geklikt en iDeal afgevinkt, toen ergens in de verte binnen het meest verstandige deel van mijn brein, een lampje alarmerend begon te flikkeren. Gevulde inktvis en dan thuisbezorgd. Je moet wel heel superzelfverzekerd over je kookskills zijn wil je inktvis uit je koekenpan in de deliverybox laten glijden, zonder het risico dat de klant zijn gebit verliest vanwege inktvis turned into rubber. En dan gevuld ook nog. Ik vond het gerecht opeens heel ambitieus chefkokkerig klinken voor een bezorgmaaltijd, maar goed. De sea foodies calamares-bestelling was nu al onderweg en vet na aan het garen op de bagagedrager van mijn Foodora-fietsbroeder.

Uitgepakt trof ik, eerlijk is eerlijk, een very instagrammie inktvis aan. Maar ergens ook een beetje horror. De roomwitkleurige octopus zag er namelijk uit alsof kokkie een albino kakkerlak op de grill had geknald. Anyway. Ik was klaar voor de proefsessie. Wat even zoveel betekende als zorgen dat mijn voortandjes niet achterbleven in de octopus, want holy whale, wat was dit voedsel taai zeg. Geen doorkomen aan. En het allerergste: de inktvis smaakte niet (meer) naar inktvis, maar had een merkwaardige, non-descripte smaak. De vulling was ook al om te janken. Een beetje zoetig; terwijl ik juist naar die smeuïg-zoutige, iets vettige varkenssmaak verlangde, als tegenhanger van die inktvissmaak (die dus ontbrak). Wat een wanstaltig gerecht was dit zeg. Nergons mee te vergelijken, hoeft ook niet, want ik bestel sowieso nooit meer bij Street Foodies. Even serieus, voor echte inktvis moet je gewoon naar Zuidoost-Azië. Only them peoples know how to cook octopus on point and accurately. Hoeveel bananen dan voor dit gerecht? Wat denk je zelf? Ja twee stuks, voor de instagram-proof uitstraling, minus twee omdat het gerecht zo intens slecht was. Dus uiteindelijk gewoon nul.

Kakkerlak in disguise.

Kakkerlak in disguise.

Wat willen jullie dat ik de volgende keer ga testen apenkoppen van me?