Een onsje verse longen alstublieft!

Ik ga morgen naar het Erasmus MC, om vervolgens door te lopen naar de donorkoelvitrine op zoek naar nieuwe versgebakken longen (ik realiseer me dat ik hier een nogal gevoelig thema -donoren- te pakken heb, maar ik bedoel het goed). Meanwhile heb ik ook een loeiknappe chirurg gefixt die mijn hoestlongen in de ziekenhuiskliko gooit en de nieuwe units erin plakt.

Sinds ik terug ben van Indo hoest ik. En dat is nu ruim drie weken geleden en ik heb er inmiddels een dikke sik van. En dan zullen jullie denken: hoesten? Lekker boeiend? Ja mensen, het is ook totally niet boeiend. Wat het wél is: hinderlijk tot in mijn diepste DNA-vezels. Ik hoest dagelijks een heel divers repertoire bijelkaar. Van droge hoest tot hoest met slijm erin waardoor ik als een Rotterdamse havenwerker klink die al tachtig jaar aan de zware shag zit. Twee weken geleden was die hoestprikkel nog zo intens en hardnekkig, dat ik een tijdje met een emmertje naast het bed moest tukken. En voor de zekerheid plastic zakjes meenam in mijn tas als ik de deur uitging. Bang dat een hoest- slash overgeefsessie mij als een brutale kakkerlak zou overvallen. Nou heb ik al mijn hele leven lang een tamelijk hysterisch luchtwegensysteem, maar het is nou niet bepaald een God given aandoening waar ik trots mee kan shinen. Ik heb nu pilletjes tegen de hoestprikkel die je slaperig maken. Ik eet die dingen als snoepjes waardoor ik elke tien minuten van de dag een slaap lekkermoment heb. Alles voor Bassie.

Op Bali had ik uiteraard nergens last van. De luchtvochtigheid daar was sky fakking high en in de groene uitgestrekte natuureluur van de Minahasa deden mijn longen hoogstwaarschijnlijk een vet vreugdedansje. Maar hier met die malle Hollandse zomer wel warm-niet warm, heb je toch te maken met doorgaans droge binnenruimtes door verwarming die dan weer aanslaat of gewoon slechte ventilatie. En ik wijs de superdroge lucht in het vliegtuig vanaf Dubai als hoofdverdachte aan. Nou vlieg ik natuurlijk wel vaker, maar de kans is groot dat precies op deze ene vlucht die gortdroge cabinelucht flink gemixt was met keelneusvirusjes van andere passagiers.

Een bezoekje aan de huisarts wordt overigens wel steeds urgenter gezien de hits die ik krijg in Google op ‘eindeloos hoesten’. Na drie weken zelfdokteren mag je namelijk gezellig verder klagen en rochelen bij een échte dokter, jeuj. Die van mij is op vakantie tot 4 mei. Dan ben ik precies een maand aan het blaffen. En omdat ik geen carrière ambieer als hondenblaf-imitator, eis ik volgende week van de dokter een wonderpil waarmee ik binnen 1 uur volledig hoestvrij ben. Dan maar geen knappie chirurg die nieuwe longen komt implanteren.

Een huis vol schitterende zooi

Ouders worden..oud. Het woord zelf zegt het al en je doet er helemaal niets tegen. Zolang ze maar gezond verschrompelen tot rozijntjes, dan vind ik het allemaal prima. Mijn ma en stiefvader zijn anno 2018 gezond, gelukkig. Maar dat dus, ze worden ouder. Dat kan ik vooral zien aan de binnenkant van het huis in Jakarta. De hoeveelheid spullen die ze in de afgelopen jaren hebben verzameld. Bewust onbewust. Je wordt oud en je vergeet gisteren dat je vandaag die handtas bovenop de kast hebt gepositioneerd. Naast tig andere zaken die gewoon niet op die kast horen te staan. Dat werk. Het is er echt ingeslopen. Mijn ex-schoonmoeder zei altijd: ‘Geld hebben we niet maar spúllen?!’ Waarvan akte. Op de trolley bij de plasma-tv op de tweede verdieping staat een indrukwekkende verzameling dvd’s (!) en fotoboeken. Met als absolute show pony een kartonnen dvd-box in de vorm van een huis. In de raampjes (ja echt) portretten van de cast van ‘Everybody loves Raymond’. De badkamer van moeders en stiefpa is ook een soort toonkamer vol spullen die daar in principe niet helemaal horen. Een soort walk in closet en  jacuzzi in 1. Nou vooruit, handig is het wel. Douchen, aankleden en gaan met die bakbanaan.

Op de begane grond staan gelukkig geen dozen, wel veel meubels. Maar dat is niet hinderlijk, eerder functioneel. In de voor- en achterkamer, eetkamer en hal samen, kun je rustig een stoelendans-event voor 100 man plus houden. Dus je kunt hier wel wat zithoeken kwijt. Het valt me dan wel opeens weer op hoe ecclectisch de interieursmaak van moeders is. Tegen de muur tussen voor- en achterkamer, een witgeschilderde houten spiegeltafel met iets te weelderig uitgesneden krullen rondom de spiegellijst. Op het marmeren blad staan witte keramieken vogels te shinen (ik noem dit de Frans Bauertafel). Gelukkig wordt dit stukje woonwagenstyling op tijd gebroken door de rest van de meubels in Victoriaanse stijl en mahoniehouten vitrinekasten vol stijlvolle Wedgewood. Hier doe je aan Indonesische high tea met je pink omhoog, for sure.

Ik check of mijn piano het nog doet en hoor dat ‘ie net zo oud en kraai klinkt als mijn ouwelui (nee grapje, dat ding klinkt nog superhelder tot mijn grote verbazing). Ik ga meteen op zoek naar een souveniertje, een nachtblauwkleurige keramieken mini-tajine, ooit van mijn Marokko-reis meegenomen. En omdat moeders vrij vaak haar interieur omgooit, doe ik altijd Inspector Gadget na om te checken waar die tajine nu weer uithangt. Ik vond de unit uiteindelijk op het dressoir in de eetkamer (locatie nummer zes). Ik tilde nieuwsgierig het dekseltje op. Het tajine-bakje puilde uit van zilveren ringen en andere troepjes. Ik moest even lachen. Als de plastic bakken op zijn, dan zijn er blijkbaar genoeg andere opbergwegen naar Rome. Ouwe mensen en dingen. Als ze maar gezond oud worden tussen al die herinneringen en historische meuk.

Tajine jeweetog.

Tajine jeweetog.

PS: kon het toch niet laten om mijn moeder te pinpointen op die plastic containers in huis en de vet vage ‘mama weet ook niet meer wat er allemaal in zit’- inhoud daarvan. Ze beloofde plechtig een garage sale te organiseren met een van haar vriendinnen. You Go Mom. Ik kom snel checken of je dat ook gelukt is.