Kip met tranen

Kak. Ik heb te maken met een nieuwe televisieverslaving. Op Spike tv kijk ik sinds een kleine maand vrij obsessief naar Ghost Adventures. Daarmee ben ik gelijk spuit elf want blijkbaar bestaat dit televisieprogramma al sinds 2008. Maar boeit niet. Het gaat erom dat ik inmiddels behoorlijk wat slaaptekort heb opgelopen omdat de serie pas rond middernacht begint. Wat dan wel weer toepasselijk is voor het hele programma dat draait om demonen en ronddolende geesten in gruwelijkziek vervallen kastelen en ziekenhuizen. Ik ga het Ghost Adventures-format verder niet uitleggen maar het draait om een groepje guys dat met behoorlijk geavanceerde apparatuur contact maakt met geesten. En hoe. Het is eigenlijk best eng om naar te kijken maar ik vind het dus helemaal fascinerend. Komt ook omdat ik best geloof dat er iets is tussen hemel en aarde. En geloof me, dat is er.

Ik heb een tijdje in Indonesië gewoond en daar kun je gewoon niet ongevoelig zijn voor paranormale verhalen die je daar best vaak hoort. Toen mijn oma kwam te overlijden, zagen mijn moeder, broertje en tante haar vaak verschijnen aan hun bed. Ik kan alleen maar ademloos naar dat soort verhalen luisteren. Want je zou denken dat gevoel hebben voor/met paranormale zaken dan meteen in je genen zit. Ik kan U vertellen: mij is zoiets nog nooit overkomen. Ik heb nooit geesten gezien of gevoeld. En toen een zakenrelatie die nogal spiritueel is ingesteld onlangs vroeg of ik het gevoel herken van plotselinge koude rillingen ‘want dan is je overleden vader dichtbij’, moest ik hem het antwoord helaas schuldig blijven. Misschien dat ik daarom dit soort programma’s juist heel entertaining vind. Ik ben zelf dan misschien niet het type waar geesten gezellig een bezoekje aan plegen, maar intrigerend vind ik het fenomeen wel. En ik geloof het. Toegegeven: ergens vind ik het jammer dat ik pa niet even van zijn wolkje af kan laten stappen. Een holo van papa die mij gedag komt zeggen, hoe chill is dat.

Of?
Een maandje terug besloot ik na een intense shopsessie met roomie eerder terug naar huis te lopen. Op de West-Kruiskade, home to tientallen Aziatische toko’s, restaurantjes en Turkse deli’s kreeg ik spontaan een intense snackattack. Een exotisch snackparadijs waar ik makkelijk lemper, empenada’s, sushirijst met paling of een kommetje dampende ramen achter elkaar naar binnen zou kunnen schuiven. Maar wat deed ik? Ik liep die hele Asian strip compleet voorbij en ging de Kentucky Fried Chicken in. Ja man. Binnen vijf minuten zat ik daar met een dienblad vol kippetjes in krokant jasje, friet en een Coke Zero een fastfoodbarbaar te zijn. Ik was zelf ook een beetje confuus van deze brute eetbeslissing. Maar na twee hapjes kip realiseerde ik me waarom ik hier zat. Heel gek dat ik die link niet eerder had gelegd, maar het kwam heel onverwachts snoeihard binnen.

Tijdens mijn highschooltijd in Jakarta sleurde ik papa altijd mee naar KFC als we ons maandelijkse uitje hadden. Als puber had ik blijkbaar een nogal eenzijdig smaakpalet. Of ik wilde gewoon afwisseling tussen rijsttafel en andersoortig voedsel. Naast het feit dat ik, confession, de ultieme frietjunkie ben. Anyway. Het moment dat ik de connectie zag tussen KFC, papa en mezelf, dat was hét moment dat ik genadeloos werd overvallen door emoties. Mijn oogjes liepen vol met tranen en ik liet me totaal meevoeren in een gigantische emotrip. Zat ik daar kip te eten en tranen te plengen tegelijk. Ik was totaal niet opgewassen tegen dit gevoel. Het gevoel dat papa daar naast me zat. Alsof we samen het verdriet deelden dat we elkaar zo vreselijk missen. De tastbare herinneringen die ik voelde. De quality time met pa, vergezeld door crispy stukjes kip. Het was echt een bizar en heel, heel intens gevoel. Ik kon simpelweg niet stoppen met droef zijn.

Zou dit dan mijn eerste soort van paranormale moment zijn geweest met papa? Ik zal het pa de volgende keer vragen als ik daar weer zit met een dienblad vol troostkip. Mijn eigen kip met traantjes.

Haters gonna hate

Ik was een achtjarige Pocahontas met lange paardenstaart toen ik met moeder en stiefpapa op rondreis door Spanje trok. In de la Santa Creu i Santa Eulàlia-kathedraal in Barcelona zochten we verkoeling in een van de nissen waar je even een momentje voor jezelf met een beschermheilige of Jezus zelf kon hebben. Ik herinner me dat mama me meenam naar zo’n nis waar een huge motherfucker Jezusbeeld (in kleur) aan de wand hing, bloedend en lijdend aan het kruis. Ik vond het supereng en dorste niet naar dat gevaarte aan de muur te kijken. Tot overmaat van ramp duwde mama mij een muntje in mijn hand zodat ik een donatie kon doen voor de kerk. Het donatiekistje hing – oh joy- pal naast de gespierde maar wel eng-bloedende voeten van dat Jezusbeeld. Zonder omhoog te kijken en in één rechte lijn liep ik op dat lijdende lijf af en stopte ik het muntje in de gleuf van het kistje. Met een diepe siddering door mijn hele lichaam liep ik, zonder om te kijken terug naar mama. Ik ging naast haar zitten op het houten contemplatiebankje recht tegenover zielige Jezus toen ik zag dat ze zichtbaar geëmotioneerd, lichtjes huilde. ‘Vergeet nooit dat Jezus voor ons aan het kruis is gestorven. Hij heeft voor ons geleden.’ Ik vergat mijn Jezus-fobie direct en was eigenlijk ook best onder de indruk van mama’s woorden. Tot op de dag van vandaag vind ik het Paasverhaal een indrukwekkend dingetje. Zo’n lieve gast die is gestorven voor ons allen. Tot zover mijn reli-adoratie. Een kerk zie ik verder vrij weinig van binnen.

Saillant detail is dat mijn moeder tijdens dat intense Barcelona-moment toen al getrouwd was met mijn stiefpapa, een Balinese man en dus hindu qua geloof. Mijn moeder is dus voor de liefde van geloof gehopt. Van hervormd naar het schitterende Balinese hindugeloof (wat een aangepaste religie is naar Indonesische gebruiken. Dus don’t worry: ze gooien in Bali geen peoples op de brandstapel als je van een lage kaste bent). Nu waren we binnen onze familie überhaupt al heel losjes en liberaal in onze protestants-christelijke geloofsovertuiging. Alleen mijn wijlen opa was wel redelijk godvrezend. Maar voor de rest ging niemand naar de kerk en luisterden we als familie alleen plichtsmatig en megaongeduldig naar opa’s ellenlange preken voordat we ein-de-lijk konden aanvallen op de epische familierijsttafels. Later, toen ik als brugklasser in Jakarta op een katholieke scholengemeenschap belandde, en een keer op retraite moest, zei mam: ‘laat je niet gek maken hè, je kiest zelf waar je in gelooft of niet. Dat mag je helemaal zelf bepalen.’ Die katholieke school met een norsige zuster als schooldirecteur klinkt misschien als vreemde keuze voor iemand die liberaal-christelijk is opgevoed. Maar het had meer te maken met de kwaliteit van onderwijs. Christelijke scholen hebben in de grote steden van Indonesië nou eenmaal een on point reputatie (vrij ironisch voor een moslem dominant society).

Anyway. Warum vertel ik dit op zich prachtig anekdotisch verhaaltje? Omdat het afgelopen zondag Moederdag was. Een dag waarop een gezin uit Surabaya, de tweede stad van Indonesië (vader, moeder, vier kindjes in de leeftijd van 8 t/m 14) besloot bomgordels aan hun lichamen en aan die van hun kinderen vast te klikken alsof het gezellige veiligheidsgordels voor in de auto waren. Om vervolgens met harten ramvol haat zichzelf te laten ontploffen bij drie kerken.

Op mijn katholieke middelbare school in Jakarta had ik ook moslimvriendjes en- vriendinnetjes in de klas. Liberale moslims die, als ze bij ons kwamen eten, lekker illegaal varkensvlees-vorkje zaten te prikken. Al giechelend. Omdat het kon.

Afgelopen zondag besloten radicale moslims, die blijkbaar al best een poosje in die woonwijk in Surabaya woonden, hun opgekropte haat om te zetten in bloedbommen.

Ik dank God (dus toch) op mijn blote knieën omdat ik weet dat deze wandelende haatbommen niet de meerderheid zijn. Dat ik deemoedige herinneringen heb aan moslimvriendjes die blijmoedig porky aten. En dat die vreedzame moslimgemeenschap gelukkig ook gewoon nog bestaat, hetzij in de schaduw van de radicaliserenden, the mad men.

Ik moet nu een beetje huilen. Net zoals mama toen in de kathedraal van Barcelona.

Jeremy Lam, gooi jezelf weg, pls

Stel. We voeren cultural appropiation* systematisch door. In alles wie we zijn en wat we doen. Hoe we zijn opgevoed en grootgebracht. Dan kan ik er serieus wel mee kappen. Stel je maar eens goed voor: ik heet Ramona en ben Indonesisch. Krijg ik dan de Spaanse Inquisitie achter me aan omdat ik een Spaanse naam draag? Eigenlijk zouden ze mijn ouders dan in mootjes moeten hakken. En de cultureel attaché van Scandinavië mag ook direct een soepje van mij trekken want mijn derde naam is Ingrid. Ingrid! Ja die van Henk en Ingrid. Brengt Wilders mij dan hoogstpersoonlijk in motie in de Tweede Kamer omdat ik als kroepoek een Arische naam heb? Ik zou dan namelijk naar ‘eigen cultureluur’ Dewi Sri Endang Maramis motten hete en nie anders. Daarnaast, als 100 procent Aziatische is het natuurlijk een gotspe dat ik óók nog eens ex-corpsmeisje ben, bier drink en af en toe op een zeilboot zit. Allemaal white peoples-dingen. Dus doe ik in feite aan cultural appropiation next level. Want ik adopteer gebruiken en riten van mensen die afstammen van feodale VOC-veldheren. Diezelfde gasten die onder andere Indonesië tempo doeloe hebben leeggeplunderd en uitgemoord, weet U nog wel.

Vorige week was ik woest. Ik deelde een Metro-artikel op Facebook waarin een of andere millennial-idioot met Chinese roots en arrogante kop, Jeremy Lam (zijn voornaam, oh irony), compleet los ging op de Twitters omdat een All American gurl haar schattige galafoto’s had getweet. Het meisje, Keziah is haar naam, droeg een Shanghai-dress op de foto. Zo’n kokerjurk van satijn in Chinese traditionele stijl met dat typerende hooggesloten kraagje. Ik heb zelf ook zo’n Shanghaidress aangehad op een gala. En vele clubgenoten, freundinnen en vrouwkennissen met mij. It’s just a frikkin dress. Maar deze guy vond dat Keziah die jurk, met een ‘beladen geschiedenis van vrouwelijke onderdrukking’ (wat trouwens helemaal niet waar blijkt te zijn), niet mocht dragen. Niet zij. Niet een witte vrouw. Help!

Vorige week had ik een intens rollende ogen-momentje omdat er in NL pleisters op de markt komen in verschillende huidskleuren. Hoe handig! Lekker matching met je culturele identiteit. Eindelijk geen cultural appropiation meer op het gebied van Hansaplast. Weg met blanke pleisters op zwarte wondjes, hoezee! Dat laatste gedeelte verzin ik natuurlijk maar fuck them all. Het is even om aan te geven dat deze cultural appropiation-hysterie levensgevaarlijk is. En onmiddelijk moet stoppen. Want wat gebeurt er als ik die gezellige statement zwartkleurige pleisters op mijn schaafwond plak? Krijg ik dan de hooligans van Sylvana Simons op mijn Indonesische dakpan? En oh ja. IKEA heeft al die tijd zitten cultural appropiaten met hun Zweedse gehaktballetjes. Oh oh wat een boeven. Want de originele receptuur van die ballen blijkt Turks te zijn. Joh.

Hebben de enge sekteleden van de Stichting Cultural Appropiation überhaupt de zinnen ‘ik ben geïnteresseerd in andere culturen’, ‘het is juist mooi als bepaalde cultuurgebonden dingen, gebruiken etc worden geapprecieerd door anderen?’ en ‘culturen en gebruiken assimileren omdat mensen ze overnemen in hun reizen en doorgeven aan generaties’ in hun (scheld)woordenboekje staan? Ok, dit is wel een sterk staaltje amateur-culturele antropologie maar jullie snappen mijn punt.

Terug naar Jeremy Lam. Zijn antwoord op Keziah’s tweet was letterlijk: ‘my culture is NOT your goddamn dress.’ De verstikkende bitterheid en arrogantie in de reply van Lam vind ik onthutsend en giftig. Waarom? Omdat dit soort sicko’s de sociale mediawereld een gitzwart randje meegeven. Een wereld waarin mensen elkaar vanaf hun foons en laptops laf betichten, beschimpen, veroordelen, haten en hokjesduwendoen alsof hun nutteloze leven er vanaf hangt. De heftigheid. Maar vooral met het soort gemak, flair, souplesse en plezier waar ik oprecht koud van word. Deze mensen hebben voorgoed het geciviliseerde deel van hun hersens verloren waardoor debat en fatsoen op sociale media gewoon dood zijn gegaan. Noem mij naïef en somber. Soit en dikke vinger. Met je mijn cultuur is niet jouw jurk. Jouw persoonlijkheid is werkelijk níemands cultuur, wat dacht je daarvan Jeremy Lamlul. Gooi jezelf weg Jeremy. Is echt beter voor de mensheid en sociale media. En voor de Chinese cultuur. En voor de liefde. For Christ sakes.

PS: nieuwsgierig naar het Shanghaigate-artikel? Hiero. Oh ja. Het is een artikel uit de Metro dus niet huilen als je opeens een dode link treft.

* Google maar en je kunt prima afstuderen op dit onderwerp.