Mijn intens luidruchtige, sexylelijke tweede huid

Hier ben ik, het geïmponeerde geïmporteerde stadsmeisje wonend op de Westzijde dat met een sponzen planga chaos, gerse dingen, vuile dingen, daklozen dingen, gouden gurlz, geschiedenis en ego’s opzuigt.
Het is crazy hier.

Hier op de middenstip aan de Westsidestrip zie ik slechts zijdelings Sexy Lexie en Koning Gabriël regeren vanaf glazen Chicago-blikvangers waarbinnen de ziel van bloed, werk, textiel en tranen het fundament is gelegd voor afzichtig asfalt in het midden van Middelland waar nasty Alfa Romeo’s tegenwoordig het wit van je schoentjes hardhandig ontmaagden.
Het is historisch hier.

The Monkey zoekt nog naar beste plek om haar apenkool te performen🙊🍌✊

The Monkey zoekt nog naar beste plek om haar apenkool te performen🙊🍌✊

Hier snakt mijn onrustige stadshart naar rustage rustiek, het intense verlangen van vroeger toen je koprolde-omrolde in groen gras van limonade en de Fabeltjeskrant. Hier slurp ik ijle lucht van neplama’s en onwerkelijke pinguïns gemaakt van buurtliefde en sappige blaadjes, gevaarlijk dicht bij het district van luidruchtige zwervers en zwoele boysproblematiek.
Het is veilig hier.

Hier staat stadsmeisje stil te zijn, zijdelings kijkend naar geschiedenis, gouden tanden, grofheid, Gabriël en gras. Mijn planga gaat af:
want
mijn
tweede
huid
is
hier.

RamonaMaramis©2018

Dit Spoken Wordgedicht schreef, herschreef en verfijnde ik dankzij een toffe Spoken Word Workshop op 24 juni jl. Thanks to Wessel Klootwijk voor de fantastische buurtrondleiding en the one and only Elten Kiene, onze Spoken Word-inspirator tijdens de workshop. De rondleiding en workshop waren in het kader van ZigZagCity, de jaarlijkse alternatieve Rotterdamse route, waar dit jaar mijn eigen buurt, Het Oude Westen, volledig (en volledig terecht) in de shine stond.

Ik schrijf, you listen. Capisce?

Van de week las ik een nieuwsbericht over een debat slash discussie dat al langer in NL wordt gevoerd: de verengelsing van het onderwijs, en dan op de uni’s in het bijzonder. De Vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) daagde de Universiteit Twente en Maastricht University en de Onderwijsinspectie voor de Utrechtse rechter. Voor het teveel aan Engels in de collegebanken, en de inspectie voor het niet goed handhaven ervan.

Ik snap de angst van BON deels. Want Nederlands is een prachtige taal dat het natuurlijk niet verdient om onderdrukt te worden door een foreign language. Kijk, daar heb je het al. Het Engels is ook al geïnfiltreerd bij Het Aapje. Het klopt als een bus dat ik in mijn blogs veel Engelse slang gebruik. Het klopt gelukkig ook dat we in een free country leven, dus is het mijn goed recht dat te doen. Maar daar gaat het hier even niet om. Het gaat niet om het recht, maar het warum ik er zo dol op ben. Het zit zo. De Engelse woorden en uitdrukkingen die ik vaak gebruik vallen allemaal in de categorie gevat, sexy en brutaal. Precies het jargon dat mijn manier van vertellen zo goed ondersteunt of extra aanzet. Daarom. En als je die taalbrille al niet van jezelf hebt -sorry voor deze bash- dan is het ook nog eens allemaal gratish en voor niets van sociale media te jatten. Volg de mediaplatforms Vice en Ballinn’ op Facebook een tijdje (of überhaupt sociale media), en je krijgt enigszins the hang of it. Over hoe of dat het werkt. Oh ja, vlak vooral niet de comments uit onder een willekeurige post. De genialiteit van instagrammers, reaguurders, tweeps en trollen overtreft vaak zelfs míjn talige brein. Maar waarom gebruik je daar dan niet gewoon degelijke Nederlandsche woorden en uitdrukkingen voor, Ramona Maramis? Daar kom ik zo op terug.

Mijn routine om Engels in mijn dagelijkse vocab te gebruiken gaat way back terug naar mijn studententijd. Een clubgenootje van mij was expatkindje. Daardoor husselde zij sowieso veel Engels door haar Nederlands. En omdat ik ook in het buitenland heb gewoond, vonden wij elkaar al snel in die gemixt tapete taal van NL en ENG. Tel daarbij op dat ik als televisiejunkie ontelbaar veel Engelse series en sitcoms heb geprocessed, en je creëert vanzelf een heel soepelwerkend internationaal ingesteld stuk brein dat je taalvermogen regelt. En ok ok, het is ook allemaal niet helemaal eerlijk: ik ben geboren Alfa. Was als kind al niet bang voor het husselen van letters en woorden. En de totaal verrassende uitdrukkingen die dat grammaticale proces dan weer opleverde. Daarnaast en daarnaast en daarnaast (ja mensen, opzettelijk maal drie) studeerde ik ook nog eens Communicatiewetenschappen met Engelse Taal & Letterkunde als propedeuse, en daar ga je eigenlijk al.

Sommige vrienden en bevriende taalpeoples vinden mijn liberale gebruik van Engels in onder andere mijn blogs superhinderlijk. Ik niet. Ik ga uitleggen waarom. Het mixen van talen is juist het bewijs dat ik in het bezit ben van breingenialiteit. En daarmee in staat ben mensen te entertainen met mijn bijeen gekluste woordenschat. Ik switch met finesse tussen het ABN en Amsterdams, of tussen Gronings naar Rotterdams. Of naar het Indonesisch zo je wilt. Daar kan ik ook een aardig moppie van opzetten, eventueel in de mix met Nederlands, stukkie Menadonees dialect en Engels, om het weer leuk te pimpen. Voel je de taalrijkdom al? Het mixen levert een soort zomercarnaval aan uitdrukkingen op. Elk woord in die specificieke taal krijgt de betekenislading die het verdient, óf wordt in combi met een andere taal juist in een verrassend daglicht gezet. Daar heeft elke luisteraar-lezer weer plenty plezier van en dat allitereert weer lekker. En while I am writing this, snapt iedereen waar ik het over heb. Nou dan.

Dus. Ik snap de bezorgdheid van BON-peoples deels. Ik snap dat je je moerstaal moet koesteren, het liefst met een rood-wit-blauwe strik eromheen. Want laten we heel eerlijk zijn, als je de gezelligheid van de Nederlandse taal niet kunt waarderen, wat voor pannenkoek ben je dan.

Ook snap ik dat we op onderwijslevel echt moeten kijken naar in hoeverre (volledige) Engelstalige colleges relevant zijn ja of te nee. Maar other than that: suck it up peoples. Zie het als rijkdom, als gevarieerdheid in de manier waarop homaans zich kunnen uitdrukken. Taal is iets ontstellends moois en krachtigs. Laten we er vooral niet ongezellig over doen. Mondje open als je wat wilt zeggen. Kun je dat in meerdere talen tegelijk, helemaal mooi. Mondje dicht als je een taalhooligan in je haarvezels bent en dus niks te vertellen hebt. Bij Het Aapje is geen ruimte voor zure peoples, capisce? ‘Word!’ zeggen jullie dan.

Haarlem, my homie

Haarlem, mijn homie. De stad waar ik als baby met een kop gitzwart haar het levenslicht zag. De stad van geboorte maar waar ik niet opgroeide (die eer viel Amstelveen ten deel).
Het is de stad waar ik voor eeuwig aan ben verbonden maar waar ik toch echt te weinig kom. Los van een clubgenootje, een oud-collega en een collega-schrijver die daar wonen, heb ik nooit echt aanleiding om daar te zijn. Sinds kort woont vriendinnetje-bestie L. daar samen met husband vlak achter stadspark de Bolwerken. En opeens begon ik de lol in te zien van verschillende Haarlem partycrash-adresjes, en dus wilde ik nu wél naar mijn oude hometown afreizen. Het werd een heerlijke middag met L. vol grapjes over de bakfiets- en chellobuurt waar hun huis woont. We gooiden worstjes en aardappelschijfjes in een koekenpan voor het diner en genoten ondertussen van kookchips en Grunner Veltliners in hun schattige achtertuin. Het gesprek ging over hoe je kinderen in godsnaam ‘normaal’ kunt opvoeden in een white peoplesbuurt zoals deze. Hoe je dan toch vanuit huis je eigen setje aan waarden in de Brinta moet pleuren. Dat niet iedereen een wit smoeltje heeft en dito privileges. L. moest mij iig vurig beloven dat, mocht ik ooit oppassen op hun kind, dat ik het kind wel van voetballen maar níet van hockey en chelloles ga halen. Ik vond het zelf een best overzichtelijke opdracht voor de toekomst. L. moest er vooral heel hard om lachen maar was het verder wel volkomen met mij eens over het voetbalgedeelte.

Altijd een mooi onderwerp, je opvoeding. De buurt waar je opgroeit, de school en de vriendjes vriendinnetjes die je krijgt. De clubjes waar je op zit. Ik groeide op in posh Amstelveen, niet in een twee onder 1 kap- maar als flatkindje. Mijn vriendinnetjes en ik zaten overigens niet op hockey en zeilen. Neen, wij turnden ons drie slagen in de rondte, al was ik zelf geen natuurtalent. Ik geloof dat ballet mij iets beter af ging. Fietsen leerde ik in het coole Amsterdamse Bos, dat dan weer wel. Dat is het privilege als je in Amstelveen woont. Het Amsterdamse Bos is dan je achtertuin en Aalsmeer je bloemenleverancier. Ik was Montessorikindje: op de lagere school lekker in je eigen tempo en volstrekt autonoom leren wat je het allerleukst vindt. Als ik niet naar Indonesië was geëmigreerd dan was ik zo’n verwend en bijdehand Amsterdams Montessorilyceum-kind geworden inclusief rollende r en verder met een tot in de puntjes verzorgd ABN-vocabulaire. Skiën leerde ik pas veel en veel later toen ik ging studeren en lid werd van Vindicat. Grappig dat ik überhaupt lid werd. Want doordat ik mijn middelbare school in Jakarta doorbracht tussen mijn pindalandgenoten, had ik die hele Montessori-hockeypeergroup gemist. Het zijn die cruciale vriendschappen op de middelbare school die je sluit en de dinnetjes waarmee je verbondjes aangaat. Met deze chicks ga je vervolgens naar dezelfde uni en besluit je samen lid te worden van het corps. Ik kwam gewoon uit een Indonesisch ei gestapt en stortte me volledig bleu in de wereld van bierdrinkend, roeiend- en studerend Groningen. Nou ja bleu,ik ben heel bewúst lid geworden. Niet omdat Annemijn en Sofie ook gingen, want vriendinnen met die namen had ik dus niet in Jakarta. Ik was gewoon oprecht gefascineerd door het corps. De mores en de geschiedenis. De mores (de regels) vond ik boeiend omdat ik net uit een vrij hiërarchische Indonesische samenleving kwam wandelen, dus die houd-je-aan-de-regels-vibe kon ik wel handelen. En geschiedenis vond ik hands down het allerleukste vak van de middelbare school. Het idee dat je bij het corps dingen meemaakt die een lange voorgeschiedenis hebben vond én vind ik uitermate interessant. Uiteindelijk denk ik dat ik het beste van beide werelden in mij heb. Een exotische kaaskop die graag op een zeilbootje zit, roeimarathons heeft gestuurd. De Hollandsche pinda die emotioneel wordt op elk Indonesisch event georganiseerd in Nederland. En tranen krijgt bij elke landing op Indonesische bodem. En on top of it, ik ben die korte kaaskop (1.50 m) die nota bene in haar geboortestad Haarlem moet lachen om bakfietsterreur en vioollesmonsters-to be. Ik vind dat rijkdom.

Sterren&Bananen aflevering #3: Rondje Roffa, stukje Malieveld

Een nichtje van mij is na een kort Amerika-avontuur weer neergestreken in de havenstad. En dat is gezellig en gevaarlijk tegelijk. Mijn familie gaat nou eenmaal verschrikkelijk goed op lekker eten. Tel daarbij op dat Rotterdam letterlijk motherfucking vet wordt door de never ending stroom aan heerlijke nieuwe horeca en compleet is de eetcyclus. En dan ben ik dus inderdaad supergezegend met de uitstekendwerkende eetgenen van mijn fam, ook dat nog. Back to my niece. Sinds ze dus terug is terroriseren we de horecaplinten van downtown Roffa compleet stuk. We spreken af voor lunch, shoppingspree of diner, en als een van ons wat later arriveert op eetlocatie X, dan is de ander alvast begonnen aan een fles goede vino. Wachten is hetzelfde als voorproeven. Dat werk. Ik stroop alle Facebook-updates af van de Buik van Rotterdam en andere Roffaculinair-oriented fb-dingen, op zoek naar nieuw te openen tentjes of net geopende tenten. Of restaurantjes die al honderd jaar vijfsterren reviews krijgen en ‘die we nu toch echt een keer moeten slicen’. De lijst is soms hopeloosmakend lang. Want wanneer eet je deze horeca-ontwikkelingen in hemelsnaam in één kalenderjaar bijelkaar zonder bankroet te raken? Hysterisch is het.

But never give up uiteraard. Wat denken jullie dan. Zo hebben we al de allerlekkerste Syrische shoarma in district Delfshaven weggetijgerd. De heavenly shoarma van Shaami Huis lijkt geeneens op die random antikater-shoarma uit je dorp. Het type provinciale shoarma waarmee je, als je het niet snel opeet, de tochtgaten in je huis kan dichtkitten met knetterhard geworden shoarmabrokjes. Nee, Shaami Huis knutselt opgerolde kunstwerkjes van smakelijk Syrisch brood en mals gekruid vlees. De kunstige rolletjes hebben een diva appearance alsof de shoarma-units rechtstreeks uit een Arabisch sprookje komen wandelen, zo prachtig. Verder ga ik nog net niet spontaan dancehallen van de juicy burgers van respectievelijk de Burgerclub op de Nieuwe Binnenweg en Diego’s. Die laatstgenoemde burgerboer is bekend van de duurste hamburger ter wereld en komt binnenkort met een filiaal in Rotterdam. Nichtje kwam bij toeval een Diego’s foodtruck tegen op het Schouwburgplein (want apparently was het vorig weekend International Hamburgerday), alwaar ze de orgastisch lekkere burgers ‘kado’ deden voor het absurde bedrag van twee euro de burgert. Insane qua prijs, insane lekker en insane slimme reclame van deze new kid in town coming soon. Oh ja: chocoladetaart eet je goed bij De Koffiebar. Ja hallo, wel blijven opletten want we zijn inderdaad bij het dessert aangekomen. De Koffiebar zit een beetje stom verstopt aan de Karel Doormanstraat tussen een paar non-descripte restaurantbars. Jeweet, van die systeemplafondtenten waar je je nare schoonmoeder naartoe stuurt, maar worthy the walk. Ben je meer van een noncha chocoladetaart en hoeft het niet zo instagrammystrak? Hobbel dan door naar Mangiare, in de poshy Van Oldenbarneveldtstraat. Daar krijg je een rommelig maar superlekker stuk chocotaart uitgeserveerd. Alsof di mama ‘m zelf uit Napoli heeft meegebracht.

Burgerclub mensen.

Burgerclub mensen, leer nou van deze apenkop waar je goed burgers kunt eten.

Anyway: ik had het over het Schouwburgplein net. De horecastrip op het plein maakt een geweldige metamorfose door qua aanbod. Een echte foodie-upgrade thanks to Bertmans ontbijt&lunch&dinertent. De Rotterdamse eigenaren van Bertmans openden hier onlangs een megagroot tweede filiaal. Ze gaan lekker inderdaad. En dat snappen nichtje en ik maar al te goed. Hier slurpten wij twee weken geleden de lekkerste sapjes weg en aten we een prima ontbijtplankje met eitje, pannenkoekjes en kokosyoghurt helemaal opperdepop. Wel pricey, maarrr wel heul blijmakend en smaakvol. Afgelopen weekend at ik met een deel van mijn familie op de Haagse Tong Tong Fair op het Malieveld. Ik werd letterlijk door een Javaans moslimvrouwtje haar restaurantje ingelokt, ondanks het feit dat ze dus geen porky en bier serveerden. Als je dát lukt dan ben je echt een koning vind ik. Koninklijk waren de nasi campur, uduk en bami goreng met kip for sure. Helemaal leuk en in mijn element was ik, omdat ik de hele bestelling voor zeven man in het Indonesisch kon doen. Verder heb ik me die avond heel flink moeten houden (confession). Want de dreiging van supersentimenteel te worden met al die fijne Indonesische vibes om me heen, was groot. Sterker nog, ik was af en toe een beetje stil. Beetje heel erg in het realisatiemoment hoe rijk je bent als pinda met deze fantastische eetcultuurt. Even niet de sassy restaurantrecensent uithangen in downtown Roffa, maar gewoon gelukzalig en stil genietings doen van een stokje sate op het Malieveld. Supermooi.

Deze keer geen rotte bananen dus maar alleen maar fonkelende sterren en liefde voor alle tentjes die ik in dit blog heb genoemd. Ik zeg: gaan met die banaan en proef zelluf!

Shaami Huis
Burger club
Bertmans
Diego’s
De Koffiebar
Mangiare

PS: Voor de Tong Tong Fair zijn jullie te laat want afgelopen, sukkels. Volgend jaar is ie er weer dus blok ‘m maar in je agenda alvast #geendank