Elin, Mijn Funny Tandenfee

Mijn vaste mondhygiëniste was er niet. Haar vervangster checkte telefonisch nog even of ik okay was dat zij het voor deze keer waarnam, voordat zij de afspraak zou gaan inplannen. Ik maakte alsnog een superflauw grapje dat ik eenkennig was en niemand vertrouwde, dus nee, ik zou niet komen. Maar mijn stem verklapte natuurlijk allang en breed dat ik het totaal niet meende. De vervangster Elin, blijkt een opgewekte Turkse deerne die voor het gemak ook de receptie bemande. ‘Vakantietijd hè, iedereen weg. Behalve ik dan. Heb je nog even een moment? Dan werk ik even dit mailtje weg.’

Elin bleek haar opgewektheid heel consequent door te trekken in de behandelkamer. ‘Ff kijken hoe je mond erbij ligt te chillen. Aha.’ Ik: ‘Aha?’ ‘Ik zie aanslag. Rook je?’ Ik: ‘Ben een casual roker, dus als ik drie sigaretten per kwartaal rook is het veel,’ beken ik met gepaste groosheid. Koffie kon ook niet echt de boosdoener zijn aangezien ik alleen ’s ochtends aan het koffie-infuus lig: één beker c’est tout. Elin denkt even na want dit antwoord had ze blijkbaar ook niet helemaal zien aankomen. ‘Ik ga je laten zien hoe je het beste kan poetsen. Hand of elektrisch? Maakt mij geen bal uit hoor. Als je het maar goed doet.’ Ze klapt zo’n kunststof gebit, -gebit-poetssimulator in jargon- open, en pakt er een tandenborstel en spiegel bij. Theatraal duwt ze de handspiegel vlak onder mijn neus. ‘Je spiegel wordt je beste vriend. Spiegel wordt vies, dat ook, maar het gaat je beste vriend worden, let op.’ Geamuseerd kijk ik vanuit mijn lighouding naar docente Elin en bij haar eerste poetsbeweging in dat gebit slaak ik al een ‘oooh’ van enorme verbazing. Elin kijkt supertriomfantelijk. ‘Had je niet gedacht hè?’ Nee. Ik had zeker niet kunnen bedenken, dat als je van die hysterische massage-bewegingen van tand naar tandvlees maakt (de poetstechniek die echt íedereen hanteert), dat je dan gewoon niet goed bij je hoofd bent. ‘Want’ vervolgt Elin opgewekt, ‘op het moment dat je je tandenborstel heen en weer beweegt, van en naar je tandvlees, dan duw je toch je tandvlees stuk?’ Ik knik gedwee. ‘Nou dan.’ Dus weet ik vanaf nu dat je je borstel gewoon eerst op je tanden legt en heel simpel eenrichtingsverkeer-poetsbewegingen moet maken. Daarna ‘kieper’ je de tandenborstel schuin richting je tandvlees ‘en dan doe je rustig hetzelfde. Van achter naar voren, borstel uit je mond en weer leg je opnieuw je borstel op de achterkant en schuif je ‘m naar voren. Een panenka vanaf de stip is er niks bij.

IMG_20180801_222257_936

Tandenpoetsen is topsport als het aan Elin ligt. Streng als ze is, laat ze mij droogpoetsen terwijl ik onwennig die spiegel vasthoud. ‘Je moet gewoon zien wat je aan het doen bent, anders wordt het ‘m echt niet hoor. En door je neus blijven ademen en mond ontspannen als je bij je achterkiezen bent. Zo voorkom je kokhalzen. Waar poets je mee? Paradontax?’ Ze lacht. Daarmee weet ik meteen dat ik al jaren in het slimme marketingverhaal van Glaxo Smith Kline ben gestonken. Een godsvermogen heb ik aan deze zoute tandpasta gespendeerd. ‘Poets alsjeblieft met wat je lekker vindt smaken. Paradontax is niet lekker. Punt uit.’ Okeeee juf Elin.

Meteen beland ik in college deel II: Hoe-de Dreft-op-een doekje-volslagen zinloos-is-theorie. ‘Want zeg nou zelf, als je Dreft op een spons gebruikt, dán pas krijg je die aanslag toch weg? Precies.’ Elins’ tandenles werkt aanstekelijk. Vooral omdat Elin ook echt een heel grapppig persoon is. Bij elk nieuw poetstechniek-weetje dat Elin doceert, brul ik vrolijk ‘Serieus???’ en lacht Elin om mijn omg-momentje nummer twintig. Met haar lilakleurige uniform en haar sprankelende persoonlijkheid lijkt ze zo uit die gekke doktersserie Scrubs zijn weggelopen. Elin legt uit en kletst vrolijk verder. Dat ze poetsvoorlichting geven zoals ze nu al ruim twintig minuten doet, eigenlijk nog leuker vindt dan het behandelen zelf. Ook omdat ze de zenuwaandoening Carpaal tunnelsyndroom heeft in haar arm, ‘dus dan is het ook echt even lekker om niks met mijn handen te doen.’ Elin stijgt in mijn aanzien. Ik ga goed op mensen die werkelijk niks maar dan ook niks een belemmering vinden en gewoon gaan met die banaan. Ik hou ervan. En ik hou ook zielsveel van mijn nieuwe tandenpoetsritueel. Borstel erop, van achter naar voren. Borstel eraf en weer achterin je kaak leggen en de beweging herhalen.

The Elin Way is the Only Way peoples.

De Week van Rabia & Hadewych

We hebben sinds kort een nieuwe schoonmaakster. Ze luistert naar de naam Rabia. Een bescheiden Marokkaanse dame die de sterren van de hemel poetst: ze is uitgeroepen tot beste schoonmaakster van de Erasmus Universiteit en studentenhuizen prijzen haar de hemel in. Rabia komt uit deftig Kralingen, dus toen ze – want ze fietst niet- met het OV ‘helemaal naar Oud-West’ kwam voor het kennismakingsgesprekje wilde ze wel graag even kwijt dat ze nooit naar West komt want ‘veelste chaotisch en druk’. Het was dus even spannend of ze niet meteen gillend weg zou rennen van ons grote huis met een tuin die lijkt op een mini-versie van Rotterdam na de bombardementen. Maar Rabia hoeft geen tuinen te poetsen, ons sanitair moet gewoon blinken en de drie verdiepingen moeten geuren naar bloeiende lentebloemetjes. Ze is net twee weken onderweg en ze doet het supergoed. Rabia is grondig en houdt gelukkig ook van een praatje tussendoor. Zo hoor ik dat haar oudste zoon zojuist is gepromoveerd en nu als brigadier loopt te shinen in Spijkenisse. Trots vertelt ze dat deze politiezoon samenwoont met Nederlandse vriendin en hun kind. Ik mag Rabia wel, zo leuk liberaal voor een Marokkaanse. Een alleenstaande, hardwerkende moeder die nog de zorg heeft over een puberzoon (‘hij gamed teveel, maar ja wat doe je eraan’). Een andere zoon werkt bij de Keukenkampioen en een schone dochter is HBO Bouwkundestudente met TU Delft-aspiraties. Mooi om te zien hoe ze haar dedicatie in schoonmaken, combineert met liefde en warmte aan het thuisfront. Zodat haar kroost niks tekort komt. Alles zonder man. Ik weet niks van die man. Hoeft ook niet, want Rabia regelt het zelf wel.

Een andere soort supervrouw trof ik afgelopen zaterdag met mijn vaste theatermusicaltoneelgroepje op de Parade in het Haagse Westbroekpark. Hadewych Minis kwam, zag en overwon. Haar spel maakte alle andere voorstellingen volstrekt non-descript en overbodig. Hadewych stond gewoon ‘weet u wel wat dat betekent?’- Hadewych te zijn. Nou ja gewoon, gewoon. Ze was meesterlijk. Zingendgrommend, flamencodiscodansend, scherpgeestig, heftigkwetsbaar, intensprachtigintiem, felvenijniggrappig. Over wifey zijn, dochter-van-zijn, ballen omhooghouden-moeder zijn, sexyvrouw zijn, moedige-chick-zijn, alles. Hadewych die alle registers openrukte en de boel aftopte met een royale scheut #metoo. Actuele thema’s in de categorie ‘jaja nou weten we ’t wel’, maar blasé-heid maakt geen kans hier. Minis grijpt je bij de keel en maakt er een waarachtige en magische erlebenis van. Het is echt lang geleden dat een stuk mij zo heeft weten te raken (ik spreek ook namens de groep). In een RTL Boulevard-fragment(!) waarin Minis over haar theaterstuk werd geïnterviewd, vroeg ze zich in alle bescheidenheid af ‘of mensen het wel leuk genoeg zouden gaan vinden.’ Een koningin die het publiek volledig in haar intense energie weet te zuigen en dan nog onzeker zijn. Ik zou Minis zo in een doosje willen doen, zijden strik eromheen en koesteren voor de rest van mijn leven. Ik zie overeenkomsten met Rabia. Ook tikkie onzeker, achter de schermen opererend, maar ondertussen in staat om grootse dingen te doen, ballen-omhooghouden-moederzijn en tegelijkertijd totaal overlopen van liefde-mopperen-liefde voor haar kroost. Rabia, de kleine Marokkaanse vrouw die de wereld verovert van Kralingen tot aan het Oude Westen.

Het was de week van Rabia en Hadewych.

Make Europeans Great Again

Europa. Ik ben geboren op dit continent en woon daarnaast praktisch al mijn hele leven op dat superkleine, goed georganiseerde en aangeharkt Nederlandse stukkie van die Europese krokante bodem. Europa. Knap continent hoor. Vooral omdat er nog zo veel uit te halen valt. Omdat het ramvol geschiedenis zit waardoor je Europa met heel je hart voor altijd wilt aaien en koesteren. Pijnlijke, mooie, vooruitstrevende, verlichtende, brute, belachelijke, en intens geschiedkundige momenten. Mogen we, even los van de verdrietige vluchtelingencrisis, Europa ook het meest civilized continent van deze planeet noemen? Beschaafd omdat we vrij zijn, vrij kunnen dansen op straat, in een club of voor een webcam (dit in tegenstelling tot Iran, waar een dansend instagrammeisje vorige week gearresteerd is). Civilized omdat wij recht hebben op gezondheidszorg, rechtsbijstand en sociale vangnetten voor als het even niet meer gaat, gezegend zijn met fijne infrastructuur zodat we overal makkelijk kunnen komen.  Supermakkelijk wegrijden van je Vinexwoning-woonerf tot ver buiten de landsgrenzen toeren naar Duitse dorpspukkels waar je nog nooit eerder van hebt gehoord. Wij Europeanen, wij Nederlanders zijn luxebeesten met een boel privileges. Ja ok, we betalen ons helemaal naar de tering qua belasting. Maar je hebt continenten waar je gewoon om niets wordt kapotgeschoten, omdat je sowieso een zware belasting bent voor dat land. Of gewoon dood gaat omdat het woord ‘gezondheidszorg’ niet voorkomt in hun woordenboek.

En nu anno 2018 willen veel British stiff upper lip-lieden opeens verkassen naar NL vanwege hun ‘eigen hoogstpersoonlijke beslissing’ om te willen brexitten. Omdat ze de haat hebben aan de EU. Anno 2018 twijfelt überhaupt een deel van NL oprecht aan de zin en onzin van de EU. Komt omdat er nog steeds zo veel onduidelijkheid bestaat over dat vage Brusselse apparaat dat de hele dat zit te huiswerken op malle Europese regeltjes. Over parmaham die geen parmaham mag heten als het niet in Parma in elkaar is geklust. Of over landbouwsubsidies die nu wel of niet voordelig uitpakken voor onze melkboeren. Niemand die het weet of snapt. Voorlopig kun je je als rechtgeaarde Nederlander (en dus Europeaan) nog steeds lamzuipen aan literpakken melk van de Friesland Campina. En zullen we het dan meteen even over die hinderlijke Chinezen hebben? Ja die ja. Met je voetbalstadions in onze provincies opkopen, maar als we hun handelsmarkt willen betreden ho maar.

Maar dan Europa volgens oud-premier Jan-Peter Balkenende. Vorige week dinsdag was ik met nichtje bij een lezing waar Balkie werd geïnterviewd door NRC-journalist Wouter van Noort. Een fijn vragenvuurtje over de waarde van een nationale identiteit, de Europeaan in de wereld. Welke toekomst Europa heeft als we de nationale staten steeds verder willen opgeven. Niet op al deze prangende vragen kwamen eenduidige antwoorden. Dat kan volgens mij ook niet want daar is Europa te complex voor. Tuu-huurlijk trok Balkie de duurzaamheidskaart als speerpunt waarmee we met een volledig sustainable Europa fier de andere wereldmachten tegemoet kunnen treden. Als oud-partner bij EY met de portefeuille Corporate Social Responsibilty, weet hij als geen ander het belang van dit thema gevraagd en ongevraagd te pluggen. En oh ja: innovatie schijnt ook nogal een showpony te kunnen zijn, waarmee je als Europees continent machtigheid kunt behouden, naast of misschien juist nog steeds in de schaduw van China, de VS en Rusland. Duurzaamheid en innovatie. Ik kan me nog een interview herinneren met voormalig SER*-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, over duurzaamheid, kennis en innovatie. De beste man vond eigenlijk – en meer knappe economische kopstukken met hem- dat we als NL als de wiedeweerga moeten ophouden die duurzaamheidskennisinnovatiemantra rond te toeteren. Vol aan de bak moeten we omdat NL onderaan de innovatielijstjes in Europa dreigt te moeten kamperen. En nu oppert Balkie voor een verenigd, verduurzaamd en innovatief sterk en slim Europa. Nja. Terug naar de insteek van die hele lezing. Ik zat eigenlijk te wachten op een soort historisch hysterisch betoog over het belang van de waarde van de nationale identiteit of zoiets. Make Europeans Proud Again. Dat werk. Maar dat verhaal kwam er niet. Misschien moet ik er zelf gewoon aan beginnen. Als Europese kaaskop met Indonesische roots. Maak ik er gelijk een tropische verrassing-Europa van. Met veel eten, liefde, familie en gezelligheid. Y’all are invited!

  • SER = Sociaal Economische Raad

Monkey University

Afstuderen is zo’n typische hysterische gebeurtenis die je nooit meer vergeet. Sommige mensen willen het opzettelijk uit hun langetermijngeheugen wissen. Omdat afstuderen een ongekend intense martelgang is. En omdat je er blijvende littekens aan over houdt. Je sufgestudeerde brein die je moedwillig stukje bij stukje op hebt gerekt en waar je vervolgens jaren aan collegestof, syllabi, studieboeken, papers, tentamens, werkgroepjes, stage en presentaties driedubbel en origamiproof in hebt lopen vouwen. Dát brein, je zorgvuldig opgebouwde kenniskop laat jou op het moment suprême, wanneer je in je afstudeerfase belandt, in de steek. Dat wil zeggen: je begeleiders doen er werkelijk álles aan om aan je wetenschappelijke verstand te brengen dat je de meest onzinnige onderzoeksvraag van de wereld hebt geformuleerd. Zelfs al verbeter je die vraagstelling exact en op de millimeter nauwkeurig op de aanwijzingen van je afstudeerbegeleider. Of zelfs als je een totaal andere geniale invalshoek kiest. Je krijgt prefab terug dat je onderzoeksvraag simpelweg niet deugt (waardoor je denkt dat je zelf als homaan ook niet echt deugt). En daarom lieve kinders, studeer je nooit in een tempo of termijn af die je zelf in je knappe koppie had bedacht. Met totale waanzin en eindeloos donkere aan-je-scriptiesleutelen-dagen als gevolg. Je begeleiders vermoorden voor al dit onrecht gaat natuurlijk niet. Je wil immers afstuderen en daarna nog enigszins een glansrijke carrière beginnen als koffiehaler op de Zuidas. Of als jaknikker bij stroperige NGO’s. Je loopbaan starten met een vet strafblad is dan niet zo handig.

Nou ben ik natuurlijk allang en breed afgestudeerd, maar zoals ik al zei: je vergeet het nóóit niet meer. Die hele periode staat als een monumentale tattoo in je geheugen gegrift. En voor mij als Letterenstudent aan de Groningse universiteit al helemaal. Ik vond het bijvoorbeeld onverteerbaar dat ik telkens naar huis werd gestuurd omdat mijn onderzoeksvraag ernstig bijgesteld moest worden en of ik niet meteen een stuk of tachtig alinea’s om kon gooien alstublieft dankuwel. Ik was student Communicatie & Informatiewetenschappen for Christ sakes! Dan vind je jezelf namelijk schrijf- en taalvirtuoos-in-een. Dan vind je jezelf King of the Hill in überhaupt het formuleren van zinnige dingen. En dan word ik naar huis gestuurd vanwege een inconcrete vraagstelling? Really mensen? Wij hebben complete colleges gehad waarin we nota bene werden gedrild de beste vraagstelling zo lezersvriendelijk te formuleren op wetenschappelijk communicatiethema X. Frikkin ongelofelijk.

Behalve dat afstuderen als een intense ervaring blijft nagalmen, kan het zomaar gebeuren dat het fenomeen afstuderen onderwerp van gesprek wordt op een sexy vrijdagavond anno 2018. Hoedan? Nou, als vriendinnetje Natasha haar afstuderende boyfriend Erik meeneemt. Die op een zwoelie vrijdagavond met geluidsarme koptelefoon braaf en murwgeslagen op zijn laptop naar levenswerk to be zit te koekeloeren. Meanwhile chillen N. en ik op de bank, doen slap ouwehoeren en smeren we de keeltjes met een fles rosé. Dat werk. Ik probeerde afstudeervriend vervolgens soort van schraal te troosten dat werkelijk iedereen die afstudeert of is afgestudeerd, deze ongekende lijdensweg heeft ondergaan. We besluiten het er over te hebben. Gewoon bam ff alle frustraties van nu en vroegâh op tafel. Het wordt waarachtig zelfs leerzaam als we de verschillende stijlen en vormen van scriptie verdedigen delen. Van die TU Delft-nerds (waar N. ook een alumnus van is) weet ik dat ze verschillende begeleiders hebben en dat ze groen licht moeten krijgen alvorens de nerds allstars mogen afstuderen. De scriptie wordt op de afstudeerdag zelf verdedigd. Daarna trekt de afstudeercommissie zich terug om het cijfer te bepalen. Bij Letteren ging dat dus heel anders. Ik verdedigde mijn scriptie gewoon op de faculteitskamer van mijn vaste begeleider. Vervolgens kreeg ik op de daadwerkelijke afstudeerdag in het bloedstatige instaproof Academiegebouw een rijkelijke speech van mijn twee begeleiders cadeau. Opgebouwd langs de as van een paar geestig-droge anekdotische opmerkingen en quotes. Daarna volgde apotheotisch een chronologisch relaas van mijn afstuderen en verdediging-in-1. En wat zij daar allemaal van vonden, met als pay off het afstudeercijfer verpakt in die prachtige bul. Het gekke van zo’n efficiënte afstudeerceremonie, is dat die hele trainerende periode van maanden van bloed schelden, frustratie en tranen opeens kaboem voorbij is. Beetje Stockholm syndroom-ish. Je wilt niet dat het voorbij is maar ergens toch gewoon kneiterhard weer wel. Het is natuurlijk nogal wat, na je brugklastijd begint de spannende studententijd. En nu ben je opeens aanbeland bij de def afsluiting van deze boeiende maar vermoeiende periode van je leven. Huilen in de krochten van je studentenhuis of faculteit kan niet meer. Vanaf nu huil je stilletjes je corporate tranen stuk als newbee kantoorklerk op de toiletten op de dertigste verdieping van je statige office. Nu geen begeleider die je mind blowing vraagstelling niet snapt, maar een leidinggevende die voor de zoveelste keer komt blaten dat je projectplan nog niet agile genoeg is. Had ik al verklapt dat je eerste kantoorbaan ook een soort van ontgroeningstijd is? Welkom in de Grote Peopleswereld. Banaan anyone?