Hey Monkey, are you a start up (p)resident now?

Sinds een maand zit Týrsday op TQ en delen we de ruimte met Kinder, het andere bedrijf van partner Mathys. TQ zit aan het Singel bij het Muntplein in het voormalige ABNAMRO-pand. Het is een tech bedrijfsverzamelgebouw van het überhippe soort. Met on point faciliteiten to please her residents. Ja, wat wil je ook als deze hub gepartnered wordt door KPMG, ABNAMRO en Google. Anyhow. Via Slack kreeg ik mijn onboardingdocument met de huisregels horend bij het nieuwe kantoorconglomeraat KinderTyrsday. Een fijn naslagwerkje met de usuals zoals waar de wifi, waar de koffie valt te tappen, waar workspace-afspraakjes maken. En dat je vooral van de schalen met nootjes en fruit mag pakken voor je vitaminen- en mineralenfix. Maar niet alles in 1 keer opeten. Juist.

In onze kantoorunit wordt er vooral heel geluidsarm gewerkt. Veel koptelefoons en oortjes voor de peoples die wel goed gaan op een beetje reuring in de oren. Ik ben daar eentje van. Silent solo disco. Omdat het nogal silent is, slacken we voortdurend met elkaar. En we hebben Trello en mail en good old Whatsapp.

Ik snap opeens warum de Onboarding laws voorschrijven dat koffie halen een groepshug-moment hoort te zijn. Hét blijkt het moment om elkaar beter te leren kennen. Andere momenten bestaan niet; omdat je dan namelijk keihard je skills tegen de plinten aan zit te knallen in naam van Týrsday, in mijn geval. Kennismakings kan overigens ook heel prima op de roemruchte TQ Happyhours, elke vrijdag (watch my next blog on this one). Wil je daarnaast écht iets substantieels bespreken, iets waarin emotie in je stem nogal doorslaggevend kan zijn om je punt te kunnen maken? Buiten de offices zijn in de gangenstelsels overal knusse nisjes gecreëerd waar je chill met je laptopjes hardop kunt overleggen. Zei ik overleggen? 80% van de TQ residents chillen languit op de banken, designstoelen en hangmatten while working. Heel verleidelijk, maar ik zou serieus in slaap vallen in lighouding. Of ben ik gewoon te gewend geraakt aan de arbo-verantwoorde corporate rechtopzitten-stoelhouding? Who knows. Meetingrooms zijn er overigens ook. Dat geldt ook voor de eenpersoons phoneboots: bel/werkhokjes waar je even solo aan je start upcarrière kunt skypen. Heb je ADHD of is je Molly van afgelopen weekend nog niet uitgewerkt? Pingpongtafel, trampoline en stoelmassages zijn available to release some tension.

Irritant hè dat Engels overal doorheen in dit blog. Dan moet je sowieso niet op TQ willen werken. Nederlandssprekenden zijn exotische menschen hier. Minstens 99% aan Engelse woorden, zinnen en combinaties daarvan galmen en gonzen door dit pand dat het een lieve lust is. Daartussen roept een verdwaalde Italiaan of Kroaat iets techy in zijn moerstaal. Maar verder lekker Engelsings. Deal with it. So do I.

Verder ben ik hier helemaal in mijn element qua dresscode. De start upgurlz hier dragen óf hoodies high waists sneakers óf boyfriend, vintage overhemd en loafers. En alle Sartorial-proof lookjes hiertussen in. Love this so much. Ik heb de TQ catwalk tot nu toe voornamelijk gelopen in mijn Madonna- en Run DMC-shirt, hoodie over caps, broeken met Filasokken eroverheen, mijn Nike Air Max afgewisseld met Air Forces. Dat ik ooit op kantoor heb rondgelopen in strakgesneden broeken, jasje en blouse en rennend van de ene bila naar de volgende boardroomsessies op glimmende Chelsea-boots, is mind blowing onvoorstelbaar.

Dat ik hier bij Týrsday zit te werken waar je output, je suggesties en je contentadviezen realtime worden aangenomen, zonder dat het eerst in twintig target-afvinkbare projectplannen moet worden geknald, is ook intens ongelofelijk. Er is no such thing als hiërarchie, clusterhoofden, afdelingscoordinatoren en chef controles. Hier zijn het de partners en collega’s die je direct voeden met werk dat gedaan moet worden. Die weten waar jij qua skills goed op gaat. Dus waar jij blij van wordt, stop jij in je werk. En wat jij met liefde erin stopt en waar je je goed bij voelt is hands down goed voor Týrsday. Klinkt simpel toch? Nou niet voor corporates waar de dagelijkse dingen des levens zo gaan: ‘conform je competenties ga jij project X en Y doen. Middels milestones kijken we dan naar de next steps en of je na je jaargesprek je competenties moet herzien.’ Lees dit een paar keer en je krijgt door hoe lekker de minds van een start up werkt. Hoe een corporate denkt en werkt moet je gewoon negeren, duh.

Týrsday any other day. It works for me for sure. En nu kijken hoe ik de komende maand November to Remember bij deze leuke jongens&meisjes van Týrsday doorkom. Later!

 

Mama was here

Sinds een week is mijn moeder in Nederland. Nog geen twee weken geleden was zussie hier, die inmiddels via Florence en München weer op Bali is. Ja, het is hysterisch die familie van mij.

Sinds een week is mijn moemie hier. Mijn ooms, tante en ik haalden haar in het ochtendgloren op van Schiphol, met als doel haar z.s.m. naar huis te brengen (bij tante in het Haagsche) en haar in een fris opgemaakt bedje te leggen. Een jetlag bij een zeventiger eruit kloppen kun je maar beter zorgvuldig doen.

Mama❤

Mama❤

Hoe anders liep het. Mijn moeder wilde helemáál niet slapen. Nee man. ‘Mama wil een Nederlandse simkaart in de stad regelen, gelijk even winkels kijken toch?’ En zo hobbelden mijn twee ooms, mijn tante en ik als chaperonnes braaf achter mama aan, de paden op, het Haagsche Noordeinde in. ‘Ik heb zin in falfel, eh falafel’ meldt moeders monter tussen haar hippe sneakerlooppassen door. Even daarvoor toverde ze nog een quiche van Starbucks uit haar handbagage. ‘Heb ik gekocht vlak voordat ik weer moest boarden.’ Mijn moeder, die net koud een uur geleden door Singapore Airlines vanuit Jakarta in NL was afgeleverd. Mama die er belachelijk frisfruitig uitzag, gezegend met een gezonde portie eetlust, zich voortbewegend met het tempo van een Indische hinde. Het ontroerde mij.

Van de week appte onze schoonmaakster Rabia dat ze aankomende zaterdag niet zou komen poetsen. Ze vliegt naar Marokko om haar zieke moeder te verzorgen. Mijn gedachten stonden opeens stil. Mijn gemoed wat zwaarder, het tempo lag eruit. Ik moest opeens aan papa denken. Pa die in 2016 een hersenbloeding kreeg en aan de gevolgen daarvan is gestorven. Halsoverkop vloog ik naar Manado, Indonesië naar een dode vader. Verzorgen kon niet meer.

Mijn moeder woont in Jakarta en, gelet op haar gesteldheid, nog enorm kwiek voor haar leeftijd. Er komt een dag dat dit allemaal voorbij is. Dat ik een vliegtuig pak, niet om haar te verzorgen, maar om haar as uit te strooien in de Indische Oceaan. Mijn moeder. Ze is hier in Nederland. Alle tijd die ik hier met haar ga doorbrengen is me, nog voordat het heeft plaatsgevonden, al enorm dierbaar. Ik ga haar vasthouden in een tempo dat mij past. Ons allebei past. Rabia wierp me van de week onbedoeld een count-your-blessing-moment recht in mijn schoot.

De gedachte daaraan ontroert mij.

Hallo Meneer Start Up, ik ben Het Aapje!

Mijn eerste werkweek bij Amsterdamse start up Týrsday is afgevinkt beste mensen. En ik vind daar wat van. Ik ben namelijk een super newbee in de wereld van start ups. Jaja, want deze monkey heeft haar werkervaring namelijk vooral bij grote jongens opgedaan. De Big Four, telecom, ministeries en onderwijs slash medische instellingen. Dat werk. Sinds ik de start up-wereld ben binnengewandeld, verwonder ik mij. Met een grote glimlach. Vanaf nu neem ik jullie mee in mijn Alice in StartupLand-avonturen. Let’s go!

Ik heb mijn solliegesprek en eerste werkweek op Týrsday’s kantoorboot gehad. Dat klinkt in principe nog niet heel spannend, maar wel als ik zeg dat die bateau op de Amstel lag te shinen, pal voor de Hermitage. Dus dan hebben we het over een triple A-locatie. Oh. Is dat sensationeel dan? Voor een kantoorklerk zoals ik, die gewend is bij grote corporates te werken, waarin je huis in een muffig kantoorkolos woont van pakweg tien verdiepingen hoog langs de A1, is het antwoord: Ja. Om het nog scherper te stellen: Als je op een regulier kantoor werkt, dan vinden teamuitjes plaats op ‘leuke’ locaties zoals een salonboot door de grachten. Precies, zo’n boot waar ik dus nu op heb gewerkt. De boot als uitje versus de boot als kantoor. Zoek de verschillen in hipsterheid. Anyway. Aan het roer van Týrsday staan twee partners, Gijsbregt en Mathys. Gesprek 1 had ik met Gijsbregt op de bateau en gesprek 2 met Mathys in Tyrsday’s nieuwe hi-ha-hipster onderkomen TQ aan het Singel (over die nieuwe office blog ik next time). Beide gesprekken met de heren partners gingen vloeiend en organisch. Maar toch ook spannend. Immers, ik had mezelf helemaal in de shine gezet als contentwriter en niet als contentmanager. En toch voelde het goed. Zij hadden/hebben het vertrouwen in mijn expertise en hadden/hebben vooral heul veel zin mij dingen te leren. Over hoe Týrsday werkt, de tech die zij gebruiken voor het storytellen voor klanten. Zet dat naast een random sollicitatieprocedure van een willekeurige corporate en zoek de verschillen. I promise, je bent next year nóg bezig. Van de humorloze notificatiemails zoals ‘bedankt voor je interesse in ons bedrijf. U ontvangt spoedig bericht over het verloop van de procedure’ tot aan de classic afsluitende pay offs die je roept na je eerste gesprek, such as ‘Nou, dank voor het leuke gesprek. Succes met de procedure en ik hoor het nog wel’, is niemand nooit echt beter geworden. Ik daarentegen van een high five van Mathys bij wijze van ‘je hoort nog van ons’ na ons gesprek, wel. Slechtlange zinnen, ik weet, maar voelen jullie het verschil? De vibe?

Dan de hele attitude van start uppers, zullen we het daar eens over hebben.
Vorige week kreeg ik enthousiast uitleg over de kwartaalrapportages die ik binnenkort zelf moet draaien. ‘Heb je weleens eerder met Google Analytics gewerkt’ peilde Gijsbregt, precies op het moment dat ik mijn moeilijke Alpha-face opzette (lees: ik ben Alpha, dus ik ben van de fancy woorden&zinnen dus sterf ik een langzame dood als ik moet werken met stats, tabellen en cijfers moet interpreteron). Ik kon op dat moment twee dingen doen: a) heel stoer mompelen dat ik ‘weleensooitlanggeleden’ met GA heb gewerkt (klopt ook wel, maar heb het verdrongen) of b) heel fierce ‘nee!’ roepen. Ik koos natulek voor optie b). Waarop Gijsbregt dit riep: ‘WAT TOF, DAT BETEKENT DAT JE IETS HEEL NIEUWS BIJ ONS GAAT LEREN!’ Totaal beduusd van dit rammende enthousiasme vluchtte mijn blik van de schrik naar een vrij intimiderende kwartaalrapportage op mijn Mac-scherm. En daarna had ik een binnenpret-momentje. Wát een gasten zijn dit. Zo blij als ze zijn en zo ready om kennis met je te willen delen. Daar kunnen corporates wel wat van leren met hun opleidingsbudgetten-bureacratie en ‘even kijken of we iemand kunnen vrijmaken zodat je zo snel mogelijk aangeschakeld bent’ (man man man).

Allesh is natuurlijk nog brand new. Maar als je Trello (kom ik zo op terug) meteen vol wordt gestopt met meeting bij klant, eindredactie en interviews met klanten, dan heb je me hoor. De verantwoordelijkheden die ik krijg en het vertrouwen dat ik het ga fiksen, wordt gepresenteerd met een energie die ik niet meteen kan thuisbrengen, maar wel heel anders aanvoelt dan wat ik normaal gesproken gewend ben. Minder reserves en argusogen van kantoorklerken die zich allang en breed door de noeste kantoorhierarchie hebben gebilaat, gejaargesprekt en geheidag-geworsteld. Wél heel veel meer Gaan met Banaan, met dat eindeloos aanstekelijke enthousiasme. What’s not to like eigenlijk (nou ja ok: KWARTAALRAPPORTAGES als ik toch moet kiezen).

Heb ik het al gehad over al die vernuftige en zo voor de handliggende apps die Týrsdayers gebruiken? Slack, hun.eigen cms Create, Google Docs (heb ik natuurlijk zelf allang maar werk er alleen maar xgvdfoefsdfesresrz),
en Trello (voor iedereen met planningsfobie). Ik zou bíjna mijn statige Outlook, de excelsheets (oh joy), de G-schijf en de eventuele kapotvage afdelingsschijf waar werkelijk niemand verder bij kan, missen. De overzichtelijkheid versus de zwierige apps die onderling lekker wat-jij-wil aan elkaar zijn getweakt. Ik overweeg Trello bij mijn vriend te introduceren. Samen hebben wij namelijk een te belachelijk druk leven, waarin planning van levensbelang is. Maar first things first: eerst maar eens kijken hoe ik mijn tweede week bij deze leuke jongens en meisjes van Týrsday er vanaf breng. Spreek jullie laters. Of zullen we Slacken?

Het Aapje in de battle met Griekse pollen en melancholische dingen

Ik was op jaarclublustrum in de derde week van September. Een memorabele week waarin de enige conclusie die getrokken kon worden is dat wij, 10 chicas sterk, met elkaar, goud in handen hebben. Alle huidige negatieve publiciteit rondom het Groninger Studenten Corps ten spijt; de band die we hebben is onaantastbaar en waardevast tot het einde der tijden. Ja, daar hebben we excessief bier voor moeten drinken. En ja, daar hebben we geheel vrijwillig infantiele maar best taaie ontgroeningsrituelen voor moeten doorstaan. En nog een paar andere typische studentendingen die buitenstaanders nooit zullen begrijpen.

Geeft niks. Want ik was op jaarclublustrum in de derde week van September en het was magisch. Een ABBA revival poolparty was genoeg om überhaupt alle epische party’s die ik ooit had afgevinkt, te doen verbleken. Samen in je nakie in het zwembad springen in de donkere Griekse zwoelie nacht terwijl je een longontsteking riskeert, het boeide niet. De Griekse eilandwind föhnde ons droog (toch?). Diezelfde wind bracht trouwens ook een container aan pollen mee. Een woeste Sirtaki in mijn neus en ogen vond plaats, waardoor ik Griekse hooikoortstranen in mijn cocktail moest plengen. Maar het boeide niet want we hadden elkaar.

Vijf dagen lang genoten we van bourgondisch Griekenland. Units in wijn gekookte octopus soepel in de fusie met wijn en Ouzo (wie btw Ouzo drinkt, verklaar ik voor gekkie. Maar dat geheel terzijde). We gingen goed op ijskoffies want daarentegen bleken de Griekse traditionele koffieblends totaal ondrinkbaar te zijn, maar ach wat boeit zoiets. Wij hebben elkaar.
Picture_20181005_100918254

Telkens als de hectiek van downtown Athene ons teveel werd, parkeerden we onze huurbolides bij een random strandclub en gooiden we de glossy’s, dolmades, strandhaar en diepe gesprekken in de hussel. We aten zandkorrels en lachten de supergeestige Groninger-anekdotes weg op een zeilboot later in de week. En dan kon het zomaar gebeuren dat tijdens ons fietstripje the next day, dwars door de vismarkt van Athene, ik superemotioneel werd. Want papa, ouwe visliefhebber, had spontaan bedacht zichzelf even op ‘aanwezig’ te zetten. Mij te laten voelen dat ie er was. En hoe, want ik brak volledig. Wat is het dán rijkdom dat de meisjes er zijn om troost te geven (ok en wijn daarna voor de schrik).

Ik was op clublustrum in de derde week van September. Het was magisch om vijf dagen lang zoveel lobi te voelen. En dat we die rijkdom delen voor de rest van ons leven.

Zomaar een melancholisch hooikoortsverslag van een oud-Vindicater die op lustrum was in Griekenland. Hoort U de snik ook in mijn stem? Nee? Lees dit blog dan opnieuw. Codewoord: vriendschap tot in de eeuwigheid.