Het Aapje loert aflevering #IntercityOma’s

Tegenover mij in coupé 20242 nemen twee dames plaats. Twee dames op beheurlijke leeftijd in de vertraagde Intercity Direct richting Damsko. De ene oude bes die recht tegenover mij zit naast het raam, heeft een compleet naturel gezicht alias een kale dorre vlakte is het. Haar zou ik zonder geriatrische toestemming meteen door een 60plus make-up tutorial willen rammen. Kledingtechnisch is ze ook drama. Een donkerblauwe veelste grote jas die ze uit een kringloopboedel heeft getrokken. Denk ik. Haar reisgenote, oude bes numéro 2, uhm zullen we het daar eens over hebben: een grande dame diva next level is ze. Totaal the opposite van haar reisgenote naturel. Gehuld in een lange camelkleurige overjas met lange revers inclusief, sorry peoples, een bontkraagje. Ze is behangen met gouden juwelen en haar mond draagt fuchsia lipstick. Deze vrouw is een badass. Ze praat deftig over de aankomende ski-vakantie. Over Charlotte die meekomt. Maar Quinten en Tobias waarschijnlijk weer niet. En de dochters, die trouwens ook niet (ik tel in mijn hoofd: er blijft niemand over). La Diva praat verder: dat ze natuhhuuuuurlijk niet in Duitsland skiën. ‘want daar zijn de bergen niet hoog genoeg heurrr want we zijn natuurlijk wel ervaren skiërs. We zijn overigens wel al te laat voor de sky Thalys dus we gaan met de auto, ook wel comfortabel.’

Al die tijd heeft Mieke Make-uploos aka oude bes nummer 1, gezwegen en volslagen ongeïnteresseerd geluisterd. Wat zeg ik. Ze luisterde überhaupt niet en keek uit het raam naar langszoevende vinexwijken. Natuurlijk een stuk interessanter dan het geblaat over de wintersporrrrrt. Maar dan gebeurt het. Mieke Makeuploos takes over en begint opeens over haar familiesinterklaas. De gedichten die nu al in de maak zijn ‘wat rijmt er nu op maat 43 want dat is nu precies de schoenmaat van Hans wist je dat ie nog steeds op de wachtlijst van een nieuwe heup staat? en de caravan van de buren is ook stuk.’ La Diva trekt bleek weg achter het keurig geverfde gezicht op leeftijd. Wat moet ik met deze totaal vinexleed-achtige kapotkneuterige onderwerpen terwijl ik net mijn 50-plus goldcard heb stukgeslagen op mijn skiholiday in Quote-sferen? Je ziet haar denken. La Diva kijkt even verstoord, maar niet op een vervelende manier, naar mij. Waarschijnlijk omdat ik net die schaapachtige licht brutale ‘ik hoor alles maar doe net alsof dat niet zo is’-monkeyface op heb gezet.

Dit mensen, is goud. Ik de treinforens. De observator. De oplettende monkey. De storyteller. Ik geef jullie dit cadeau. #geendank

You do the math, I go fix bananas

Het is maandag 19 november en ik leef nog. Daar was ik vorige week niet zo zeker van toen ik de maandrapportage voor een van onze klanten moest maken. Why en hoedan schoten als hysterische neonletters door mijn hoofd. Ik probeerde nog mijn beste amateurtoneelskills erin te knallen en bij partner Gijsbregt mijn meest theatrale wanhopige alfa-gezicht op te zetten. Maar G was onverbiddelijk: ‘als je content wilt managen moet je er cijfertechnisch ook iets zinnigs over kunnen melden.’ Bruuuur ik haat U. Ook omdat ‘ie gelijk had en heeft.

Het is niet dat ik die cijfers er niet in kan kloppen. I learned the hard way (lees: versies niet of fout opslaan, bug in oude rapportage waardoor het als unreadable doc werd opgeslagen, all drama). Dus toen op gegeven moment mijn Alfatranen waren opgedroogd, vond ik het zelfs wel lachen om die grafiekjes te zien stijgen. En daar dan iets opbouwends over te melden. In wervelende tekst welteverstaan, geheel verzorgd door woordenhosselaar, Het Aapje. Echt, ik snap heus de zin wel van rapportages. Alleen ben ik het aan mijn Alfastand verplicht om daar heel hysterisch over te doen. En so I did.

Ik lach hier nog.

Ik lach hier nog.

Nee even serieus: waar ik compleet gek van word, is O.P.M.A.A.K. Dáár word ik echt een mean monkey van. Dat alles verspringt wanneer jij net alle data superstrak in een schema hebt zitten slicen. Dat letters opeens in een witte sneeuwvlakte verdwijnen op je scherm omdat je in het copy pastaproces apparently stomme codering hebt meegesleept in je ellendige non existant-opmaakskills. Dat, lieve apenkoppen, is de grootste energy drain in mijn hele leven. De opmaak. Het liefst kopieer ik dan ook complete next level dichtgetimmerd-opgemaakte en ready to re-use-plannen van anderen. Anyway, als dáár dus de boel alsnog verspringt, dan spring ik op mijn dikke beurt van een brug. In mijn hoofd dan hè. Wisten jullie trouwens dat zelfs de meest simpele opmaak in Canva verspringt? In Canva mensen!

Maar goed. Ik heb het overleefd. Ondanks het feit dat ik die bewuste dag van alle stress heb zitten survivallen op slechts 1 mini-Twix. Waarvan ik de caramelvulling gebruikt heb om mijn stukjes uit elkaar gespatte breindelen, weer aan elkaar te plakken.

Eens een hysterische Alfa, altijd een true Alfa.

PS: voor de peoples die zichzelf stuk piekeren wat ik bedoel met Alfa: dat zijn de mensen van wie het talige brein bovenmatig is ontwikkeld. Precies, dit is de bevolkingsgroep die niet kan rekenen want daar heb je die dikke nerds voor. Juist, de Bêta’s. Capisce?

Het Aapje en de Toekan 2.0

Elegante lange tafels gedekt met linnen en glaswerk. De grote hoge zaal, door de intens grote raampartijen, badend in het licht van de late novemberzon. Families van heinde en verre vorkjes prikkend en toostend op de jarige en/of jubilerende medemens. Ik kon een gevoel van behagelijke ‘gezelligheid met een classy twist’ niet onderdrukken. Goed gedaan hoor Toekan, mijn eerste indruk is een ingelijste glimlach voor boven de open haard forever. Afgelopen zondag was familie Tiwow-dag aka verrassingafscheidsdiner voor mijn mama. Locatie: van der Valk in sexy Almere. Ik geloof dat mijn laatste van der Valk-experience een kantoorseminar was van honderd jaar geleden.

Anyway, mijn tweede indruk anno 2018 deelde ik met mijn eetgrage nichtjes. Onze ogen rolden er namelijk bijna uit toen we het buffet achterin de zaal zagen. In een roes liep ik ernaartoe. Ik hoorde de oh’s en ah’s van mijn nichtjes als gedempte stemmen ver weg in mijn oorschelpen. Wat wij zagen waren langwerpige Jan des Bouvrie-ish loungeblokken waarop allerlei voedsel was gedrapeerd. Van carpaccio, biefstuk, zalmtartaar, pasteitjes, verse croissants, American pancakes, gemarineerde kip tot aan friet met kroket retteketet toe. De keuze en gevariëerdheid was intens en overviel ons allemaal een beetje. Totale anarchie overviel mij vooral. Ging ik eerst voor de zoete dingen of toch beginnen met iets warms. Of allebei tegelijk? Herinneringen aan mijn wijlen keukenkoningin aka oma Tiwow, kwamen spontaan weer naar boven: haar aanrecht in Groningen stond ook altijd permanent vol met rolkoek, kip, koekjes ‘kue biji’ en dampende rijst in de hussel. Al het eten stalde ze vervolgens in de voorraadkast. Als kind verstopte ik me daar altijd. Mijn eigen EetWonderland. Back to de Valkjes. Met grote borden tegen de borst gedrukt liepen we langs alle voedselblokken in onze eigen gekozen volgorde. Als een soort Inspectiedienst met proefbevoegdheid schepten we behendig op: zalm check, friet check, gewokte kip check. En zoals te doen gebruikelijk ging ik bloedfanatiek van start: buikje open en vullen maar. Ok, ok. De hele familie Tiwow doet dat. Eten als madmen.

Maar na bord drie werd ik overvallen door een soort gek gevoel van melancholie. Dit magische eetmoment met familie. Tuurlijk, eten met de familie is een vaste waarde, een familieritueel dat de afgelopen jaren ontelbaar vaak de revue is gepasseerd (en voor het eerst dus in een van der Valk), maar toch. Ik voelde ook een raar soort maatschappelijk besef. Er zijn te veel families op de wereld die dit níet hebben: De rijkdom van samenzijn. De warmte van de voorspelbare grapjes en de vertrouwde, al duizend keer gehoorde anekdotes, om je heen. Het uitbuikmoment, de slok champagne, de limonade. Deze enorm mooie Van der Valkzaal. Als een gevulde pastei vol mensen. Die elkaar lief vinden, elkaar waarderen en koesteren. Ook al is een familie onderhouden soms taai. Of pijnlijk of allebei tegelijk. Je houdt (alsnog) van elkaar, al vorkjeprikkend. Voor het eerst in mijn leven vond ik dit niet kapotburgerlijk, eerder ontroerend.

Allemachtig wat was dit ontroerend.

Het Aapje en haar filosofische apenkooi

Mijn moeder die naar de Griekse deli in de Pannenkoekstraat wilde, ondanks het kapotdruilerige weer. Ik wilde niet maar dacht opeens aan al die kinderjaren waarin ik ook per se op het hobbelpaard in het winkelcentrum wilde. Of een ijsje in de winter (ik kreeg).

Een stagiair op het werk die zijn rap/soul-ish soundclouddemo’s aan mij mailde. Ik dacht meteen aan mijn spoken wordgedicht in progress. Of ik zijn Joey Badass-arrangement daarvoor mocht gebruiken (ik mocht).

Vriendinnen die een ode brachten aan mij, in speeches en dichtvorm. Ik huilde en dacht opeens aan al die keren dat ík mensen toesprak. Of die keren dat ik een gedicht voor iemand schreef (ik geef).

Mijn vriend, mijn sparringpartner aan wie ik al mijn verhalen vertel. En van wie ik zo veel terugkrijg (ik ontvang een precious telefoongesprek van 120 minuten).

In een mensenleven wil je iets, wil je niets, ontdek je iets en hoor je iets, geef je graag iets. En je gaat terugkrijgen. Het gaat naar je toekomen. Je ontvangt wat je toekomt. Gewoon, op dagelijkse basis. De vorm van wat je krijgt variëert.

Ik wilde niet naar de deli maar ik ging. Ik kreeg kwaliteitstijd met mama.
Ik schreef een spoken word en deelde mijn story met de stagiair. Ik kreeg er een passende toffe track voor terug.
Ik trok voor de verandering mijn dichtersjasje niet aan. Ik kreeg er een spiegel op papier voor terug.
Ik praat honderduit tegen mijn vriend. Ik krijg kostbare tijd om te koesteren.

Ik wilde niet ik ging ik schreef ik hoorde ik huilde. Ik vertel ik krijg ik geef ik ontvang. #monkeycycleoflife