Hallo droeftoeter, Het Aapje is watching you

Ik check mijn feed op sociale media dagelijks. Dat klinkt voor sommige peoples als dwangmatig, maar voor mij is sociale media part of my job. Als schrijver, blogger en journalist probeer ik zo veel mogelijk informatie te processen over allerlei dingen (tegelijk). Van politiek tot pancake-instamoods, van de nieuwste hipster (uhg) pop-upstores in town, tot de stand van zaken inzake donorregistratie. Za-lig is dat. Wat ook zalig is: het afstruinen van eindeloze commentaren en reacties-op-reacties op Twitter (de zogenaamde draadjes) en de schaamteloze rants van mensen op Facebook. Voor mij als schrijver is het een guilty pleasure, een walhalla, een onuitputtelijke bron van kersjes op mijn woordenbreintaart (oh hallo Lingo!!).

Ik heb deze Top Twee:
1. De comments onder een winactie.
Het grappigste vind ik dat de meeste winacties alleen maar een paar dingen van je vragen, namelijk: Like het bericht, tag je vriend(in) en deel de winactie. Maar wat doen al die Facebookersvrouwen,
(meestal vrouwen kan er ook niks aan doen). Die pleuren complete verhalen in de comments. Echt van die zielige verhalen zoals ‘Ik ben door een ongeluk mijn been verloren en mijn hond is onlangs ook al gestikt in een kattenbrokje dus nu eis ik deze winactie op want als er iemand is die deze spuuglelijke designkruk met verstelbare kussens verdient, dan ben ik het wel’. Of deze: ‘Tag je vriendin’ en die persoon plakt dan gelijk haar hele breiclub erin met “gezellig toch dames, met zijn allen een weekendje uitwaaien in een appelgebakrestaurant in Renesse zonder onze mannen!!!” ZUCHT.
2. De comments onder een random veroordeling. Want 99.9 procent van de Nederlandse bevolking vindt de Nederlandse strafmaat uiteraard substantiëel te laag, wat denk jij dan. Diezelfde mensen verdiepen zich uiteraard ook nooit in de eis en uitspraak (is allemaal heel makkelijk te googelen, maar goed wie ben ik). Of mijn tip: Volg Judge Joyce op FB voor superheldere uitleg over vonnissen in spraakmakende zaken. Of volg journalist Chris Klomp op Twitter. Ook hij legt bijvoorbeeld uit dat het recente nieuws, dat de regering geweld tegen hulpverleners gaat bestraffen, een laffe maatregel is die nergens op slaat. Huh? Ish toch goed die nieuwe wet? Nope. Het is een laffe aanvulling op een bestaande maatregel. Precies. Als je niet de moeite neemt om verdieping achter het nieuws te zoeken dan blijf je die zielige Hollandse roeptoeter die overal op loopt te schelden zonder enige onderbouwing. Heeft niks meer met terechte onderbuikgevoelens te maken. Is gewoon gênant, capisce?

Anyway, we moeten door. Want het meest belachelijke type comment onder rechterlijke uitspraken die het landelijke nieuws halen, vind ik met stip: ‘In wat voor verrot land leven wij’ en deze ‘We zijn een ziek land’. Even dit: Het onophoudelijke patiënterige gezeik achter de pc, zonder dat je het snapt, maakt me altijd superboos. Het is zo dommig. Nee, wacht. Het ís gewoon dom. Want zolang jij toegang hebt tot The Interwebs (yay we live in a free country) en zo lang jij de energie hebt om comments te posten, dan ga ik er even vanuit dat jij die energie haalt uit op zijn minst één fatsoenlijke maaltijd per dag. Dat is niet bepaald verrot te noemen hoor. It’s called civilisation. Dat kunnen onze medemensen in een OORLOGSGEBIED niet zeggen. Juist. Je leest het goed, meningenmens. Mensen in staat van oorlog of erger, in een dictatuur, zijn afgekoppeld van álles wat civilized is. Dussss lieve Facebookkinderen, als je weer eens roept dat ons land kapot, verrot en naar de klote is, kijk dan eens op de Facebookpagina (want je zit toch al met je lazy ass op internet, toch?) van een willekeurige krant. En klik dan het blokje ‘Nieuws’ aan. Educate yourself.

En voor alle huisvrouwen die hopen dat hun hele Action-huis kan worden ingericht met een VT-Wonen loungeset, keukeninbouwapparatuur, airfryer, haardroger en nieuwe jacuzzi: Ain’t gonna happen. Ever. Dus laat je moeder, je dochters, buurvrouwen en krulspelden uit je comments. Vertel vooral niet dat je kunstgebit het heeft begeven. Laat het zielige verhaal van je ongeluk van 15 jaar geleden ook maar gewoon zitten want voorlopig ben je gezond genoeg om je pc aan te zetten en je FeesBoekje af te struinen op winacties.nl People smh.

Zo. Ben ik klaar? Jazeker broeders en zusters! Ik zag net een toffe winactie in mijn Instafeed. Want ik kan wel een Chill&Relax-weekendje-weg gebruiken als ik zo mijn hystérische blog teruglees. Che che che.

Expeditie Monkeyson

Expeditie Robinson. Ik beschouw het televisieprogramma als een jaarlijkse masterclass ´Hoe overleef je op één pakje rijst als alle Dirk van den Broeks failliet gaan´. Ook als een soort heerlijke “Wat als ik mee zou doen, hoe tactisch zou ik spelen in veertig graden temperaturen. Op 1 bananenschil per week.” Nah. Niks tactisch spelen, ik word direct hangry as hell natulek. Met je rijstkorrel per dag.

In real life heb ik eigenlijk nog nooit hoeven overleven qua eten en/of onderdak moeten zoeken. Verdrietig idee dat overleven voor heel veel mensen bittere realiteit is.. Als ik naar Expeditie kijk, dan zie ik overigens wel overeenkomsten qua locatie. Die belachelijk pretty eilandengroep op de Phillipijnen lijkt heel veel op de idyllische Sundae-eilanden waar ik in 2016 met een groepje vrienden ronddobberde. We hadden een boot, schipper en personeel, snacks, drinken, alles. Maar de ultieme stille, bijna desolate vibe in die eilandengroep- en wateren is goud. Het gegeven dat je serieus niemand tegengekomt op zo’n tranquillo island roadtrip, voelde fijn. Op jezelf en je eigen gedachten aangewezen zijn. Je nederig voelen omdat je op visite bent in een stuk natuur en onderzeewereld waar je gewoon niets te vertellen hebt als human. De echte bewoners zoals manta´s en baby hamerhaaitjes die langs je benen zwemmen. Zonder geluid te maken. Zonder te schreeuwen. Iets wat wij peoples zo goed kunnen. Alleen al de gedachte dat je ooit terug moet keren naar de bewoonde wereld. Waar iedereen weer aan je kop zit te zeiken, egoïstisch zit voor te dringen bij de kassa, in de trein en gewoon in het leven in general. Surreal.

Kaolo lelijke Expeditie-sandalen dragen is a mood smh .

Kaolo lelijke Expeditie Robinson-sandalen dragen is a mood smh.

Maar goed, ik heb mogen slapen onder een sterrenhemel, imposante rotsen kunnen beklimmen (die volgens mij gewoon gehuurd zijn voor alle Lord of de Rings-afleveringen). Het solitaire natuurgevoel voelde heel rijk. Maar dat heeft verder natuurlijk niets te maken met overleven op een bounty-eiland waar je wekenlang je tanden poetst met een stukkie kokosnoot.

Of toch. Als mijn studententijd ook geldt als survivallen tenminste. Ik bedoel, wekenlang teren op witbrood, pindakaas en pasta met groenten onder de twee euries, is hard hoor. Dan zit er waarschijnlijk tóch een klein Robinsonnetje in mij. Kijk, dat vind ik zo geinig aan Expeditie. Het is iedere keer toch weer een bucketlistgevoeletje dat het programma bij mij opwekt. Dat ik ook die vuurmaakskills wil ownen (leuwk toch een kampvuur op het balkon). Dat ik notabene als het Aapje niet eens fatsoenlijk in een touw kan klimmen. En dat ik dat dus ook gewoon zou willen. Is toch handig als er wat gebeurt in je osso? Lekker soepel een touw langs de muren gooien, mezelf sexy naar beneden laten abseilen. En ondertussen de hamster van de buren redden. Dat werk.

Wat ik trouwens wél kan: Een maand lang een hele dag niet eten en drinken onder heftige temperaturen. Ik heb namelijk ooit meegedaan aan de Ramadhan toen ik in Jakarta woonde. Supersolidair zijn met mijn moslimvriendjes en vriendinnetjes op school, ja toch. Hoe dat ging? Nou uhm, taai. Je moet even door een bepaald punt heen en proberen je energie slim te verdelen gedurende de dag. That’s all.

Dus recap: rondlopen op een onbewoond eiland, weinig eten en drinken maakt mij inderdaad nog geen Robinson. Als ik ooit voor de Mudrace ga trainen aka Gaat Never Gebeuren, dán pas mag ik stoer doen. Voorlopig houd ik het bij kijkon naar al die ploeterende Robinsons op tv. Maar vooral denk ik aan al die peoples op aarde voor wie voedselschaarste, struggelingen en geen osso hebben, überhaupt een nasty vanzelfsprekendheid is. Wat is de wereld eigenlijk een knap en lelijk apparaat tegelijk.

Altijd Lachen met die Longen

‘Ik hoest met droge keel en kriebel. Heb jij daar ook last van?’, appte mijn moeder met net het verkeerde – en dus grappig- emoji-gezichtje. ik wou dat ik ‘nee, wat vervelend voor je mama’ kon appen. We blijken hetzelfde irritante zwakke luchtwegen-gen te hebben. Dit gaat way back naar mijn babytijd. Ik ben geboren met bronchitis en longontsteking in de mix. Ziekenhuis was mijn tweede osso. Gelukkig schijn je over die longellende heen te groeien. And so it did. Maar je krijgt er wel aandoenings in dezelfde categorie voor terug: allergie en hooikoorts (iets met tegenreactie, antistoffen weetikveel). Lergic & Hay lopen dus als een soort blaffende honden al zo’n jaartje of tien met me mee. Met symptomen die lijken op, oh joy: bronchitis. Daarover later meer.

Ik heb best een bijzondere variant op hooikoorts. De meeste hooikoortspeoples hebben dikke ogen, niesbuien en loopneus. Ik heb dat ook allemaal maar minus de chubby eyes. Alleen vorig jaar op vacay in Griekenland was het taai. Ik reageerde plotseling helemaal hysterisch op alle bloeiende planten en struiken in Gyrosland. Met oogjes dicht Ouzo’s atten. My bad.

Anyway. Mijn hooikoortsaanval verloopt dus anders dan die van een random hooikoortspatiënt. Die van mij kruipt letterlijk als een hinderlijk Tetris-bataljon door mijn luchtwegen. Met epische hoestbuien als gevolg. Die hoestbuien kunnen overigens droog beginnen en na een tijdje transformeren in verstikkende slijm-apparaten. Die hoest, I mean really. Als ik in mijn hoestperiode met het OV ga, dan kijken mensen altijd verdwaasd om zich heen.
Op zoek naar dat oude gebochelde en rochelende vrouwtje. Dat oude vrouwtje vinden ze niet. Wel een leuk hip vrouwtje dat teringherrie produceert. Ogen dicht en je hoort National Geographic Channel aflevering ‘hoe mijnwerkers in 1788 klonken na 356 dagen steenkool snuivon’.

Anyway. Je doet er precies niks aan. Hoestdrankjes? Nah. Die zijn gemaakt voor symptoombestrijding en bedoeld om de toch al uitpuilende Maladiven-kas van de farmaceutische industrie verder te spekken. Soms helpt een honingdropje. Of een aai van mijn vriend over mijn hoesterige hoofdje. Maar de hoestprikkels zijn sluipmoordenaars. Krakakakaaa, snoeihard in mijn longen en hop, wéér een bijna-doodervaring. Daar helpt serieus helemaal niets tegen. Soms probeer ik de hoestprikkel te battelen door een soort mindfulness-dingetje er tegenaan te gooien. Gewoon, door rustig door te ademen, de kapotjeukende prikkel te negeren. Of te ownen, tis maar net hoe je het ziet. Op zo’n nasty moment kan ik ook niet praten en/of bewegen. Een overgeefsessie ligt namelijk gevaarlijk op de loer. De peristaltische beweging (yo Google) is dan zo heftig, dat ik niet anders kan zum kotsen. Dus dat. Hoesten is gewoon hel. En Thank God, eindelijk, eindelijk, na ruim anderhalve maand Chef Slijmproductie XL geweest te zijn, kan ik zeggen dat ik er vanaf ben. Dus als je volgende keer iemand hoort hoesten met een gemiddelde snelheid van 160 km/u (geen grap), maar geen idee hebt waar het vandaan komt: it’s me. The little monkey met haar helse hyperactief longapparaat, inclusief defecte UIT-knop. Advies: don’t stare at me. Stop gewoon oordopjes in. Dan stop ik op mijn beurt een honingdropje in mijn mond en doe ik een schietgebedje. Ik gun die lieve metroschoonmakers ook een normale werkdag, ja toch.