Luister dan. Een banaan eet je op, is geen kunst aan

Jongens, zullen we het even hebben over die Banaan in duct tape-gate?!
Ik vind er namelijk wat van als apenkop met een voorliefde voor bananen.

Om te beginnen: ik heb hartjes voor kunst (in het algemeen). Zelf ooit begonnen met het bewonderen van kunst en bouwwerken uit het jaar kruik. De afbrokkelende Acropolis, de intense Borobudurtempel op Java, de muurschilderingen in de rotsen op Sri Lanka. Mijn moeder en stiefpa zijn verantwoordelijk voor mijn interesse in de Oudheid. Geschiedenis maakt dus altijd indruk op mij. Heel lang was ik fan van schilderkunst van de Oude Meesters. Rembrandt, Frans Hals, the works. De details, de finesse van die gasten om lichtinval en knappe koppen  te schilderen is meesterlijk, ja toch.

Van de 17e eeuw-units maakte ik op gegeven moment de switch naar moderne kunst. Gewoon, zomaar. Noem het persoonlijke artistieke evolutie. Al dat middeleeuwse gepriegel, de krullen, de zuilen. Done with that. Dus begon ik modern art expo’s af te vinken. Heel interessant staren naar bijvoorbeeld een video-installatie met beetje shady beelden van naakte peoples, bloed en Ghost Adventures-geluiden. Of een zaal binnenlopen waar de mensen daar onderdeel bleken te zijn van een conceptuele kunst-installatie. Dit vind ik persoonlijk al te conceptueel.

Ja, ik ben fangirl van moderne kunst, klopt. Maar het moet niet tè intellectueel zijn. Er mag humor in zitten, een onverwachte wending. Het liefst groots en meeslepend. Kunstinstallaties met een ordinair randje bijvoorbeeld. Klibansky, die levensgrote gorilla’s overgoten met gouden bling-coating maakt. Of de opgezette haai van Damien Hirst. Vind ik leuk.

Dus. Ik vind conceptuele kunst interessant en ook vaak funny op een indrukwekkende manier. Omdat het je eigen fantasie prikkelt. Omdat wat je ziet vaak een soort mind fuck is. En nadenken is altijd goed toch? Maaarrrr. Ik heb zoals gezegd mijn grenzen.

Die banaan. My gosh. Een banaan gekilled met duct tape en daar much monnie voor vragen. Ik vind dit soort ‘kunst’ echt getuigen van een soort arrogante luiheid. Maar echt. Kijk, het leuke van kunstenaar zijn is dat je de volledige vrijheid hebt om iets te maken. Maar neem je audience serieus dan. Dat doe je niet door een banaan op een muur te plakken en daar heel fancy over te gaan doen. Ik leer niks van jouw banaan en kriig geen inspiratie. Nou jij weer.

Als je de zin/onzin van kunst op een unieke manier wil presenteren, doe daar dan megahard je best voor. Doe het met bezieling. Een banaan duct tapen wat is dat. Heeft met aspiraties niks te maken. Maar goed wie ben ik. Misschien ben ik wel stom dat ik de muren niet allang heb lopen sauzen met mijn chips-stash. En daarom gruwelijk veel geld ben misgelopen.

Hou op met mij hoor.

I Ride, You Listen. Capisce?

Met mijn nieuwe baan komt ook een fonkelnieuw forenzentraject: Havenstad- Eastside naar de Hofstad en weer terug. Het voelt als een nieuwe speelplaats voor een observator zoals ik. Zo heerlak is dat, die metrovibe waarin iedereen zijn eigen stukje (geforceerd) (noodgedwongen) civilisation laat zien naar de mede-human. De metro en verdraagzaamheid. Het is de ultieme uitdaging in verbroedering, ik weet. In spitsuur ben je een sardientje, kom je zuurstof tekort en gaat je reukorgaan naar de kloten omdat SOMMIGE MENSEN – MAAR DAT ZIJN ER SOMMIGEN TE VEEL- DIE GEEN DEO SNAPPEN. What’s wrong with you people.

Anyway we moeten door. Het OV ís en blijft voor mij de ultieme speeltuin voor mijn woordenbrein, nasty not nasty. Een sneakertracker maar dan real time (‘mijn god, die chick draagt sneakers die ik ook wil’), een oneindige waterval aan nieuwe woorden en/of zinnen die ik hoor (want man man man, wat een wonderlijke ouwehoerings krijgen mensen in alle vroegte toch uit hun mond).

Metrorijden is gewoon goud. Ik las deze week dat, in tegenstelling tot andere grote steden, niet het centrale station (Rotterdam Centraal) het drukste metroknooppunt is, maar station Beurs. Het sexy station vlakbij de Coolsingel en Koopgoot waar alles samenkomt. Precies dat. Want als ik in Oost instap, deel ik de coupé nog met een handjevol semi-slaperige buitenwijkbewoners. Zodra we Kralingse Zoom voorbijrijden richting het centrum en bij Beurs stoppen, voelt de vibe gelijk anders. Hier komen stadse en wijkse Rotterdammers in vrede samenbubbelen. Of niet. Zo was ik afgelopen vrijdag ongevraagd lid geworden van een collectieve rolling eyes-posse. Omdat een lompe meid het volumeschuifje van haar stem op mount Everest had gezet. En wij dus witness waren van een totaal niet-boeiend gesprek tussen miss Lompy en haar zus, die apparently was vergeten hun moeder te droppen bij de kapper. Ze hadden Lompy moeten droppen in een Breaking Bad-woestijn, wat dacht je daarvan.

Maar goed, we moeten door. De metro is de komende tijd mijn beste mattie, mijn inspiratiebron. Een rijdend teambuildingsuitje waar elke dag een paar duizend kampioenen in verdraagzaamheid in- en uitstappen, de losers daargelaten. En ik. beste apenkoppen, ik observeer dat alles en leg het vast: I ride and I write, and you, you listen. Capisce?🐵

Hallo Tweede Kamer der Monkey-Generaal!

Vandaag een superbijzondere dag jo. Ik was namelijk naast mijn freelance werk op zoek naar een vaste baan. Voor meer steadyness, voor meer doekoe op de broodplank, snap jij snap ik.

Vandaag ís het dan zover: mijn eerste werkdag bij de Tweede Kamer der Staten Generaal op het Binnenhof in Den Haag. Wat een major switch it is. Van start up creative contentwriting naar writing about politics. Allebei dynamisch maar zo zo anders qua vibe.

Om te beginnen moest ik aan de bak met mijn fashionstash. Ik bedoel, ik denk dat ze het bij het Binnenhof op zich wel verfrissend vinden zo’n kroepoek met hiphopaspiraties. Helemaal swag in hoodiecapfannypack. Maar laten we dat maar even niet doen. Dusss ben ik het weekend mijn enorm veelzijdige kledingstash ingedoken. Al mijn preppy sartorial-ish combinaties apart gelegd: suède loafers, crèmekleurige blouses, black pants en classy effen shirts and all that.

Vanaf vandaag zal het even wennen zijn. Om vier dagen in de week in mantelpak en monk shoes mezelf te laten chauffeuren door de forenzenmetro van de Havenstad richting Hofstad. Maar boi, heb hier superveel zin in. Want de freelanceleven kende ook haar downs. Ik zat namelijk niet alle dagen van de week te schrijven in die superhipster internationale tech hub aan het Singel in Amsterdam. Vaak zat ik ook achter mijn laptop @ osso mijn ding te doen. En dat lieve apenkoppen, is voor een social dier zoals ik best taai. Ik hou namelijk van de kantoorkoffieautomaat-vibe. Maar vooral; eindelijk weer een beetje kantoorstructuur. Ja man. In mijn sollicitatiegesprek zei ik al dat juist creative peoples zoals ik een beetje grenzeloos kunnen zijn. Je weet zelf toch, beetje schrijven, creëren, woorden aan elkaar mixen, dat. Maar dan zonder timetable, zonder deadlines. Een kantoorbaan geeft die structuur juist op een presenteerblaadje en dat vind ik lekker. Breintechnisch is het ook een winner. Het feit dat ik ergens mooi naartoe kan werken samen met een team of iets echt af moet hebben binnen nul minuten. Tijdens mijn start up-tijd in Damsko had ik natulek ook deadlines, maar als freelancer kon ik die tijd wat chiller indelen.

Dus, nogmaals en again: het is vandaag officiëel een beetje afscheid nemen van mijn hipsterschrijftijdperk. Bu-bye hoodie, dag dag Nike Air Max. Ok, niet helemaal, maar wel voor de volle vier dagen van de week. Of ik er een beetje sentimenteel van word? Nee joh, want ik bekijk dit alles als een AH Bonusvoordeelkaart. Ik heb superveel voordeel van zowel mijn freelancewerk als mijn nieuwe politieke werkplek. Ik blijf in alles een observator. Doe mijn ding. Schrijf dingen uit, schrijf dingen op. Recht toe rechtaan, feitelijk. Met diepgang, met monkeyhumor, Met straattaal en deftig jargon in de mixer. Het wordt supertof, echt, ik geef hier fabrieksgarantie op.

Dus blijft eigenlijk alles hetzelfde ja toch. En zeg nou zelf, een monkey met gepoetste schoentjes blijft altijd, precies, een apenkop.

Hasta luego en tot het volgende blog landgenoten van me!