Loempia? Loempinee!

Loempia. De meest ondergewaardeerde snack. Ever. Ik bedoel, dit overheerlijke gefrituurde apparaat wordt altijd als side kick bij rijsttafels geserveerd. Hallo! Een loempia is een snack op zichzelf en géën bijgerecht, hoedan mensen. Ik kan het gewoon niet aan als peoples dat allemaal gaan vermengings. En dan hebben we het nog niet eens over de verwesterde snackbarloempia. Het enige wat je daarmee scoort zijn ontplofte smaakpapillen omdat je met de vulling eigenlijk voegen kunt insmeren. What’s wrong with you people.

Dat vroeg ik me onlangs ook af toen mijn vriend tijdens een Netflix binge-sessie een doosje Vietnamese loempia’s van de Dirk in de oven gooide. Want wat er na twintig minuten terug kwam op het bord weet ik niet eens meer, heb het verdrongen. Wat ik wel weet is dat ik jankte als een baby, bij elke hap steeds dikkere traantjes. Maar even serieus: de loempia’s kwamen om te beginnen niet dampend uit de oven met dat sexy krokantbruine jasje. Neen, ze bleven in die bleke deegkleur hangen. Dubbele janksessie als gevolg. Nou houd ik best van een eet-uitdaging, maar albino-loempia’s gaan me toch echt een stapje te ver. Dan de inhoud. Welke inhoud bedoelen ze precies? Er zou kip en groente in motte zitten. All I got waren drie sprietjes wortel en een hompje kool met zepige smaak. Mijn vertrouwen in de thuissnackwereld stortte meteen in elkaar die avond. Maar vooral was ik zwaar beledigd. Kijk, ik snaps dat het fabrieksloempia’s zijn. En dat ze daarom met de minst mogelijke inspanning en nul liefde met duizenden tegelijk door illegale Polen in een tochtige fabriekshal door een loempiamal worden geduwd. Maar dit, Dirk van de Broek, is echt grote schande. Het is hands down voedselverkrachting op landelijke schaal. Bovendien leert deze supermarkt verkeerde aannames aan. Nu denken alle boerenkinkels in Holland dat Vietnamezen kaolo slechte smaakontwikkeling hebben. Maar maakt niet uit want boerenkinkels snappen sowieso niks van smaakverfijnings want snuiven hooi en lopen te lang op klompen. Hersens gaan daar kapot van. Anyway. Deze loempia’s die dus alleen geschikt zijn om je schoonmoeder een permanente buikperforatie te gunnen liggen legaal bij de Dirk. Kan niet hè, gewoon stoppen met het produceren van deze ongelofelijke shit. Loempia? Loempinee zul je bedoelen!

Om niet al te zuur af te sluiten heb ik gelukkig de ontdekking van de eeuw gedaan. De boyfriend nam me laatst mee naar eethuis Afobaka in Kralingen. Niet alleen een begrip voor Kralingers maar blijkbaar al duizend jaar voor heel Roffa. En ik als import-Rotterdammert snapte het meteen toen ik het insane lekkere menu las. Waarna ik meteen als Michelin-test een broodje kippenlever bestelde. Die was vet mals. Kippenlever is dangerous food omdat als je niet goed bakt, het vlees transformeert in rubber. Afobaka for life dus. Helemaal omdat ze ook hete tofu goreng met rijst en boontjes hebben. TOFU GORENG OMFG. Het is dat je niet kunt trouwen voor de wet met een toko, maar anders had ik een aanzoek gedaan.
20190816_182231-01
On top of this hadden ze blikjes roasted cocconut juice van FOCO. Ik kende deze variant niet maar na de eerste slok jankte ik al. Dit keer van geluk. Want het smaakt superveel naar Es Kelapa Kopyor: vers geschaafd jong kokokvlees, vers kokoswater met suikersiroop en geschaafd ijs in de mix. En jeweet, muziek, geuren en ook smaken kunnen je instant meenemen naar good memories en fijne sferen toch. Dat blikje Foco roasted cocojuice deed dat. Ik was 350 ml lang osso in Indonesië while in Kralingen. Nou jullie weer.

Het Aapje droomt van kokosnotendingen

Toen ik laatst fruitig onder de douche vandaan kwam en me insmeerde met kokos bodylotion van Nivea en daarna op de bank kroop met thee en skinny Oreo’s met kokosvulling dacht ik: Kan Unilever nou echt nergens vanaf blijven en moet de innocent kokosnoot nu echt zo commerciëel uitgebuit worden?
Dat laatste is natulek een superflauwe opmerking want kokos zit al sinds het jaar kruik in alles wat we lekker vinden. Maar echt hoor, Als Bounty uit het snoepschap verdwijnt dan bied ik spontaan ‘Zijn jullie Locos blijf af van mijn Kokos’-petitie aan aan de Tweede Kamer. I mean, ja toch? En verder alles met kokos verandert gewoon in holiyay vibes, ook al heb je net al je vakantiedagen opgemaakt met huis klussen en kapotsaaie bezoekjes aan je schoonfamilie. Hoe? Je smeert kokosolie in je haar en je ruikt de rest van het jaar naar alle seizoenen van Hawaii Five O, ook al zie je er in het echt uit als Klazien uit Zalk.

Kokos is magic shit man. En toch ben ik een soort van hypocriet kritisch naar al die kokostoevoegingen in producten. Zodra kokos in fabrieksdingen wordt geprocessed, dan voelt het alsof het echte, het pure van kokos bruut wordt weggehaald en plaatsmaakt voor een slechte dupe ervan. I mean, ik ben een pinda die in Indonesië heeft gewoond. Het land dat palmproducten en kokos tot kunst heeft verheven. Van echte palmboomonderdelen maak je osso’s en van echte kokosnoten maak je superlekker voedsel. Kijk er een paar afleveringen van Expeditie Robinson bij voor de do it yourselfs en je hebt verder niks meer nodig in de leven. Kokos is magic shit like I said.

Dus waar jank ik eigenlijk over? Ja weet ik veel. Ik betaal rustig zes euro voor Nivea body met geprepte kokos-mineralen (what the feck zijn dat voor dingen) meanwhile koop ik voor dat bedrag in my hometown een stackvol aan Es Kelapa Kopyor (schaafijs met verse kokos en gecondenseerde melk) voor de rest van mijn leven. Rekensommetje is snel gemaakt toch qua what is the real shit en what not. Maar hee, ik woon nou eenmaal in een land en met een salaris waarvan ik Unilever kokosdupes kan kopen zonder dat ik meteen onder een brug lig in een kartonnen doosje, dus dit alles is dubbel, snap jij snap ik.

Dus blijf ik voorlopig alles consumeren wat bij benadering op the real coconuts lijkt en while I’m typing this: bestaan die good old kokosmakronen nog dat jullie weten?! Want boy die zijn me toch een partij vet lekker!! Fabriekskokosmakronen van Bakkerij de Gulden Krakeling, ja die ja. Fake ass kokos as hell, maar genoeg lekker als tussenoplossing. Totdat ik weer mijn vacay naar mijn hometown heb geboekt en op een bankje zit te chillen met een echte, genuine Es Kelapa Kopyor vol sappig kokosvruchtvlees en fruitigfris kokoswater regelrecht van de boom. Hasta Luego!

Gimme banana I play game

Ik en spelletjes. De relationship tussen die twee is wat ingewikkeld. Behalve woordspelletjes dan zoals Scrabble, Bananagram en Cards Against Humanity, duh.

Spelletjes dus. Soms heb ik zin en soms niet. Dat laatste meestal als al mijn vrienden er wél zin an hebben. Dan krijg je bijvoorbeeld dat een tros schreeuwende vriendinnen bloedfanatiek zit te kaarten, terwijl ik dan heel droog ernaast zit (‘Moo-hoon doe je nou mee of niet??’), al hun drankjes wegattend. Ik ben ook gekkie hoor af en toe. Afzonderings juist als het druk is. Nee, is niet gekkie, Het is de observator in mij. Ik ben een beelddenker en zie en hoor dan dingen. Vind ik leuk. Daar komen dan weer spoken words van die je tot in de lengte van dagen bij zullen blijven. Dat dan weer wel.

Maar ik dwaal af. We talk about games. En afgelopen week moest ik er toch aan geloven: mijn vriend die mij voor het eerst in mijn monkeylife introduceerde in backgammon aka TrikTrak. Ik had ‘m al een paar keer gewaarschuwd, want behalve achter mijn observatiegedrag verschuil ik me ook graag achter een high schooltrauma. Iets met wiskunde en duizend formules die ik real time voor de klas in een halve nanoseconde moest oplossen. Compleet met supernasty juf, niet normaal. Ze kneep in mijn arm telkens als ik een foute berekening maakte. Drama. Het werd gewoon blakka voor mijn ogen. En de formules werden dikke soep in mijn brein. Hopeloos. Kijk, lullen en schrijven kan ik als de beste. Maar iets uitrekenen no waayyy. Maar wat heeft dat te maken met spelletjes, Aapje? Nou, indirect alles. Als iemand mij iets uitlegt, in de trant van ‘als ik die dobbelsteen gooi en drie zetten doe, wat gebeurt er dan?’ Dan zeg ik: ‘ja uhhh weet ik veel, niks?’ Dat komt dus door die wiskundige terroristische aanslag op mijn hoofd. Ik sla dicht bij elke vraag wat om cijfers, logica en tactiek gaat. Mijn bovenkamer lijkt dan op een huis dat net is leeggehaald. Geen bank om op te chillen, geen voedsel om te snacken. Ik kan niks aan elkaar tweaken in een lege ruimte, toch? Daarom. Again, vrij hopeloos. En niemand die dan vraagt: ‘Ramoon, maak jij daar nou eens een mooi woordensoepie van’. Helemaal fucking niemand. Cijfers die dominant gaan zitten te doen. Zo oneerlijk.

Terug naar TrikTrak. Met het geduld van een sexy engel (maar met het fanatisme van een sporter want CIOS-achtergrond) loodste boyfriend mij door het spel heen. Wat de eerste helft betreft ging dat nog best smooth, al zeg ik het zelf. Nou vooruit confession, ik wilde stoer doen naar vriend. Dus zonder vakjes te tellen de stenen op de juiste plek leggen en keihard weigeren om de dobbelsteen om te draaien maar snel in mijn hoofd proberen te tellen, dat werk. Maar toen de stenen eenmaal aan de overkant lagen en dus het moment suprême was aangebroken om je stenen te ownen en zo snel mogelijk uit het spel te spelen, werd het ingewikkelings voor mij. Waar mijn nasty wiskundejuf mijn arm allang donkerblauw had geknepen, wist mijn supergeduldige boyfriend na drie extra uitlegpogingen het triktrakkwartje eíndelijk bij mij te laten vallen. Ik begreep namelijk niet (aka ik wilde het gewoon niet begrijpen of het was gewoon al soep geworden in de bovenkamer weet ik veel heb het verdrongen), dat als je in je laatste beurt bijvoorbeeld dubbel 1 gooit, jezelf uit het spel kan spelen, ook als je nog maar 1 steen hebt liggen. Snappen jullie het nog? Nee ik ook niet.

Biertje anyone?

PS: zonder gekkigheid, a) ik vind het een superdope spel en b) Manadonezen zijn gek van spelletjes en staan ook bekend om hun fanatisme erin (dus warum ik dat gen nou niet automatisch ingeprogrammeerd heb gekregen is worlds greatest mistery bruhh).

Anyway, na triktrak krijg ik hoogstwaarschijnlijk een masterclass schaken van boyfriend. Het spel wat mijn papa mij nota bene nog wilde leren. Hij zou trots zijn geweest op mij en op mijn vriend, for sure. De cirkel is rond. Ik ben game mang.

Hallo quinoatosti’s van me, alles goed?

De zomer is, op een paar hinderlijke natuurrampen in de vorm van nasty regen na, eíndelijk begonnen. Zo fijn dit. Alles geeft licht. De stad ziet er sexylekker uit, dikzakken met oranje muil aka meeuwen, terroriseren je bak patat en mensen met een eeuwig kuthumeur hebben opeens humor of zijn gelukkig dood. Waar ik heen wil: de zomer is ook altijd hét moment dat social media bruut wordt aangerand door allerlei hysterische persberichten. En die gaan allemaal over hetzelfde apparaat, namelijk de foodtruck. Die foodtrucks komen dan met containers tegelijk naar een onschuldig stadspark. Daar worden pinautomaatjes heel geniepig tussen de veganistische milkshakes met ham-tarwekiemflavour verstopt en dan opeens heten ze festival. Aaahhhhw hoe leuk is dat.

De hele zomer in de knallende hitte, of juist in de stortende regen gramproof pics maken van bakjes overprized vegan sushi en keukens op wieltjes. Stiekem ben je gewoon jaloers dat je je eigen keuken en verkering niet af en toe de parkeerplaats op kunt rollen voor de rust. Gezellie met de meidon naar een foodiefestival hoor! Al die provinciechickies lekker erop uit om fijn een daggie te chillen bij een walmende buitenbbq: #bbqblessings. En/of chicks die allemaal met dezelfde synchroonzwemmende linkerhand -vol signature goldplated ringetjes van Anna&Nina, een overheerlijke graspollen-kaviaarlolly vasthouden: ‘Say #foodtruckforever #squadgoals#cheese!!!’. U begrijpt, ik heb helemaal niks met die foodtrucks. Of eigenlijk bedoel ik: het is weer hoog tijd om hipsterdingen te bashen. This time the monkey is coming at ya foodrukkersss.

Want wat is dat toch met die inmiddels totaal overrated foodfestivals? Vertel het me dan. Het zijn er ook gewoon te veel. Luister, ik hou zielsveel van eten. Dus wil ik best mijn bekkie branden aan een premium foodtruck-wagyuburger die ik direct wegspoel met een festivaltrucklauwe IPA. Waarvoor ik dan zonder te knipperen tachtig euries betaal, inclusief foodtruckpolsbandje in de kleur HipsterHigh. No spang. Ik steek dan wel gelijk die truck in de fik en loop voor de rest van het seizoen met diepe zielenpijn onder mijn arm. Maarr, ik heb dan wel een puik foodtruckfestivalletje afgevinkt. Netjes tog gewoon! Nee mensen, het ís niet gewoon. Het is abnormaal slecht. Slecht voor de monnies en slecht voor het milieu of all dingen. Want hipsterproducten zoals quinoa, dwangarbeidvrije koffie en met de hand geweven kaneelbroodjes moeten dus nog wel vervoerd worden. Soms uit een vergeten Hollandsch biologisch boerengat ergens in de 13e provincie. Maar de meeste hipsterexotische spullen worden toch echt door Air India overgevlogen met een dikke lel kerosine per kilometer rechtstreeks in de oceaan. Alle Dory’s dood joh.

Het is eigenlijk kapotgrappig hoe mijn rant jegens foodtrucks is begonnen. Namelijk bij mijn vriend thuis. Daar realiseerde ik me eigenlijk, al scrollend door die opdringerige foodtruckberichten, dat wij praktisch elk weekend mooi ons eigen festivalletje zitten te draaien. De fridge als ons eigen coole foodparadijs. Helemaal volgeramd met superlekkere drankjes en snackies. Om elkaar vervolgens knapperige loempia’s en dampende shoarmarolletjes te serveren. En in ronde twee bestellen we bellen homemade Spritzers voor elkaar. What’s verder on het krijtbordmenu? Wat dachten jullie van de lekkerste tortillas met zelfgedraaide guacamole en kaasknakworstcroissants? Weg te spoelen met limoenbiertjes en Magnums? Anders nog iets? Geen rijen en geen muntjes voor de dixie. Oh ja, de band is ook fakking rad: boyfriend draait, terwijl ik mezelf intens rond eet, op zijn draaitafels supersexy techno tot het ochtendgloren.

Hier kan geen #foodtrucksquadforlife tegenop, het is #rizki. Wollah.

Het Aapje heeft Xenosfobie

Nederland, 13 maart 2018: de Xenos kondigt aan failliet te zijn en alle winkels gaan sluiten (gaat verder als Casa maar daar ga ik het hier verder niet over hebben).
Nederland, 3 april 2019: de Xenos kondigt aan een doorstart te maken en dat de winkels snel weer open gaan met een vet vernieuwd concept.

Dit klinkt voor mij oprecht als een scenario van een B-film. Want ik word de laatste tijd he-le-maal gek van al die boo-fakking-hoo faillisementsopzeggingen en de superirritante doorstarts die ze daarna vaak maken. Maar dat is toch fijn, Aapje. Dat de mensen weer gezellig monnie kunnen stukslaan op spullen die ze nooit nodig hebben? Nee daar is niks fijns aan apenkoppen. Ik heb serieus de haat aan inconsequenties in retailland. Want dit: op het moment dat een winkelketen waar ik zelf (best wel vaak) kom, roeptoetert de deuren te gaan sluiten dan gaat direct een heel intens rouwproces van start. Dan condoleer ik mezelf, bel ik huilend dinnetje Suus op die altijd gezellig mee gaat naar die ‘nutteloze dingen kopen is goed voor je algemene ontwikkeling’-winkelt. In dit geval dus de Xenos die met tachtig filialen tegelijk landelijk het loodje legt en met de complete inboedel in een kist gaat zitten liggen, zonder aan ons te denken. Xenos failliet, de aap in full verdriet. Ja U hoort me wel.

Vervolgens verzamel ik alle Xenos-meuk die ik in huis kan vinden en ga daarna keihard tussen mijn zoute tranen door, er een altaar van bouwen. Hup stacks bouwen met die familiezakken theelichtjes, slechtsmakende kruidenthee, nep-Boeddha’s, Mediterraan-ish olielampjes-made-in-China en van die idiote houten Alzheimerbordjes die je in je osso hangt voor het geval je niet weet waar de KITCHEN ook alweer is. En waar de meest strategische plek is om een drol van episch formaat te draaien. Want aan die deur hang je natuurlijk zo’n fancy sloophouten bord met WC erop. Maar goed, ik fiks een altaar dus. Kan ik er dagelijks een vet potje tegenaan lopen jenken omdat ik de Xenos zo vreselijk mis.

En wat doen die directiegasten daar vervolgens op het half afgestorven hoofdkantoor? Die trekken na twaalf verdrietige maanden plotseling weer een blik veelste dure curatoren open en bedenken een doorstart-apparaat. Oh joy. Daarna mag de communicatie-afdeling een superfout persbericht de deur uit knallen: ”de Xenos maakt een doorstart want er zijn financiers gevonden. De mensen die wij eerder keihard hadden ontslagen, trekken we uit hun uitzichtloze modder waar we ze eerst nog face down zelf inpleurden. Ze krijgen gratis valium en anti-depressiva in een Xenos-cocktailglas. Daarna kneden we ze weer in de vorm van wandelende Xenos-aanbiedingsfolders. Tot slot worden ze in een nieuwgestoomd Xenos-doorstartpakkie weer fris en fuitig achter de Xenos-kassa gesoldeerd, met een sloophouten bord boven hun hoofd waar KASSA op staat, waaaaa.”

Ja hallo en ik dan??! Ben verdomme in deze rouwperiode platgeappt door familie en vrienden die 24/7 checkten of het wel goed met me ging. I mean, poets ik elke dag mijn altaar glimmend, komen ze weer terug met palets vol theelichten die ik al een jaar lang had verdrongen in hun existance. Hoe dan mensen? Ik sta serieus al een jaar in de gym op de loopband met een frikkin rouwband om (bij wijze van dan hè).

Nee mijn rant is nog niet helemaal klaar. Ken je dat gevoel? Dat je zeker weet dat er iemand tussen zes planken ver ver onder de grond ligt en dat je, na die ene horrorfilm die per ongeluk op Netflix stond te pruttelen, steeds denkt dat die persoon opeens als een zombie weer voor je neus staat? Dat gevoel krijg ik bij doorstarts van winkels. Zo slecht voor mijn gezondheid, dit soort schijnbewegingen in winkelland. Het moet echt ophouden.

Here’s the deal: winkelketens die het slecht doen moeten gewoon ballen tonen. Je hebt je best gedaan, het is niet gelukt, je gaat op je bek, blijft daar te lang liggen en uiteindelijk ga je dood. Prima. Leven gaat verder, ook zonder toiletbordjes exclusief geproduceerd voor de allerdomsten. Maar ga daarna niet lopen muiten en kom vooral niet het rouwproces verstoren, door als een iets te blije eikel uit je freaking as te gaan herrijzen.

One more thing. Als de Action aankondigt failliet te gaan dan kom ik hoogstpersoonlijk langs. Met mijn ME-vriendjes (die ik niet heb), én met een noodverordening van de gemeente Rotterdam (kan niet, maar even voor het idee). En de muur van Trump. Die laat ik ook overvliegen. Dan kunnen die Mexicans gewoon gelukzoekings doen in de VS en kunnen die hijgerige faillisementswolven niet bij de favo winkel van mij en mijn vriend komen. We hebben het wel over de Action hè. Dé Godmother of all winkels die, als de wereld vergaat, werkelijk álle spullen van je natte dromen verkoopt. Spullies waarmee jij een compleet nieuwe planeet kan knutsellijmen, waarop jij dan lekker kunt gaan lopen chillen. Op je Action-opblaastroon. Met in de armleuningen plenty ruimte voor Action-badeendjes in de vorm van een koekje, Action-afwasborstel met aromatherapie en een Action six-pack waterperoxide haarverf in maat L. Exactly. Allemaal spullen die je precies níet nodig hebt in life. Met je Xenos.

De Mannetjes van de West Side #1

Afgelopen donderdag mocht ik mijn spoken wordkunstjes loslaten op argeloze passanten in hartje West. De Mathenesserbrug was tijdelijk dicht omdat er een prachtig gedicht op de binnenkant werd geschilderd. Een groepje dichters had de (on)dankbare taak om al die Westside homies die de brug eigenlijk over wilden, zoet te houden met eigen werk. Ongevraagd entertainen while waiting voor de pendelbusjes. Busjes speciaal ingehuurd om de bewoners naar de overzijde van de brug te droppen. De vraag is: gaan de Westside-peoples dit Insya Allah wel trekken?

Tijdens mijn shift komt een groepje mannen op leeftijd aanlopen. Vier Marokkanen type buurtvader en één trotse Surinaamse wijze mijnheer. Deze middelbare mannetjes uit West zitten natulek niet te wachten op deze voor hun volslagen onbekende chick. Die wat ook alweer gaat doen? ‘Iets met gediegt?’ Nee mang, ze willen gewoon naar de overkant van hun brug wandelen, zoals ze altijd doen. Maar dat gaat op deze random donderdagavond niet gebeuren. Omdat de binnenkant van de brug nou eenmaal een woordensoepje kado krijgt van dichter Dee. Geduld gaat hier heftig op de proef worden gesteld, for sure. Wat doen we deze oude Rotterdamse kraaien ook eigenlijk aan, denk ik wanhopig als ik dit groepje zit te luistervinken. Ze willen namelijk geen bruggediegt. Nee, ze willen die ‘aaandere’ voetbalwedstrijden kijken, mopperen ze opgewonden. ‘Want er speelt meer als Juventus tog, als het mag van de vrouw, vrouwtje kijkt toch naar Dubai-shows op de schotel, daarom. Maar als ik geweten had van deze brug dan had ik beter tram gepakt’, bromt De Surinamer licht verontwaardigd in puntige zinnen. Het is even stil, en dan, een van de Marokkaanse mannetjes triomfantelijk: ‘warum jij vrouw vragen? Vrouw moet boven boek lezen jij beneden voetbal kijken, geen problem tog?.’

Voorzichtig schuifelen de mannetjes naar het pendelbusverzamelpunt slash spoken word-middenstip. Ze kijken naar mij, vol verwachting. Streng en met argusogen, dat ook. Ze wilden brug, geen pendelbus, remember? Ik wapper demonstratief en slightly nervous met mijn spoken wordpapierwerk, while aankondigend dat ik een ‘mooi gedicht’ ga voorlezen. Ondertussen ga ik al behoorlijk dood van binnen want ik moet real time schrappen. Schrappen als een idioot man. Ik kan deze mannetjes, waarvoor je hands down respect dient te hebben, onmogelijk vertellen dat ik allochtonen en hoeren categoriseer. In één zin. Of dat er doden zijn gevallen in pornoportiekjes. Nee man. Kan echt niet, wollah. Ondertussen hebben de grijze wijze mannetjes uit District West zichzelf als een kring om mij heen opgesteld. Vragende, nieuwsgierige blikken én de Surinaamse wijze mijnheer. Hij geeft mij gratish en voor niets die o zo strenge Suri-‘ik ga naar je toe komen maar vertel mij geen onzin meisje’-blik. Intimiderend but harmless tho. Ik moet beginnen want pendelbusje komt zo. Dus ga ik, in het hol van de West Side-leeuw.

'The streets belong to those who know their way with words'

‘The streets belong to those who know their way with words’

Ik geef de oude kraaien van West een gekuiste, zachtere versie van mijn brutale aap-verhaal. De kring luistert half eerbiedig half onwennig met een vibe van ‘wat segt die meisje allemaal’. Ik kon dat voelen. Dat, terwijl tegelijkertijd achter ons langs, een complete collone aan geïrriteerde tüterende waggies luidruchtig hun plek kwamen ownen. De pendelbus en pylonnen staan hinderlijk in de weg als het aan deze lokale Verstappen-boys ligt. Rustig jongons, rustag dacht ik nog.

En toen, na vier minuten was ik klaar. Mijn bescheiden gedicht had voor zich gesproken. Ik keek op van mijn papier en keek recht in de face van De Wijze Surinamer. ‘Wie heeft dat geschreven’, vroeg hij met vet accent op gebiedende wijs, zijn stemgeluid donker. ‘Ik heb dit zelf geschreven meneer’, antwoordde ik boven het verkeer uit. Zijn blik. Die was nu van een totaal andere orde. Ineens een stuk zachter dan vier minuten terug. Aaibaar haast. Wait. Zag ik ontroering in zijn verschrompelde oogjes? Ogen die vast al te veel hadden gezien van deze soms mooie, soms kapotlelijke wereld. ‘Dat was echt mooi jongedame, echt mooi hoor.’ De Wijze Surinamer had zijn vonnis zojuist uitgesproken en draaide zich vervolgens om. Samen met zijn Mocro posse stapte hij het pendelbusje in. Ik keek hoe het busje de diepe nacht van West in dook, op weg naar de boekenlezende vrouwtjes en Dubai via de schotel. Ik bleef achter op de middenstip met een groots gevoel van surrealness. Hier stonden Het Aapje en De Leeuw zojuist tegenover elkaar, hier was zojuist iets moois gebeurd.

Hier praat een nederig Aapje

Soms moet je als blogger een beetje nederig zijn. Door wat je eerst uitgebreid en luidruchtig wilde vertellen, even door te schuiven naar de next time. Nederig zijn omdat momenteel in de stad van Stokbrood&Lobi, een stokoud en wereldberoemd bouwwerk in de hens staat. Wat een tristesse. Ik val daar gewoon spontaan van in het nachtslot. Mijn woordenwaterval stopt, voor even. Gewoon even chill.

Toegegeven, in Parijs ben ik nooit naar de Notre Dame geweest. Maar als je niet weet what de hek de ND is, dan is er echt iets gruwelijk misgegaan met je algemene ontwikkeling afdeling Frankrijk (Hint: The Hunchback). Mijn gedachten deliveren mij meteen bij mijn eigen woonstad Roffa. Je kunt je toch echt niet voorstellen dat deze bloedmooie stad ooit compleet in de fik stond. Of dat de Erasmusbrug vlammend ten onder zou gaan. Tering wat trek ik die gedachte slecht. En daarom voel ik die huilende Parijzenaren ook echt. Markante gebouwen of ze nou shiny nieuw zijn of in elkaar geklust zijn in het jaar kruik, het hoort bij de ziel van een stad.

Stadsiconen zijn eigenlijk kapotluie verhalenvertellers bedenk ik me net. Want het zijn de peoples door de jaren heen die het verhaal achter gebouwen vertellen. Dat doen níet de gebouwen zelf natuurlijk. Duh. Alleen in Disneyfilms krijgt een kerk een bekkie opgeplakt en een wolkenkrabber een paar lippen op de plinten gesoldeerd zodat ze de film gezellig vol kunnen lullen.

Kerken, bunkers, gerechtsgebouwen, campussen, moskeeën, tempels, concertgebouwen. De hele wereld staat vol met dit soort units. Allemaal vertellen ze verhalen.
Indrukwekkende, treurige, heftige, mooie, onwerkelijke, ongelofelijke en avontuurlijke. Bedoeld om de liefde voor cultuur en history forever te koesteren.

Soms moet je als blogger een beetje nederig zijn. Door stil te staan met wat je hebt als stadse inwoner. En boy wat ben ik trots op Rotterdam. Een stad die brandend op zijn muil ging, een stad die van fakking ver moest komen om te zijn wie het nu is. Dáárom ben ik trots als import-Rotterdammert. Dat als ik op een zwoele zomernacht in 2018 bijna sta te janken van ontroering wanneer ik onder de verlichte Willemsbrug sta, zo trots ben ik.

Ik denk aan een brandend icoon en een stad die huilt. Ik hoop dat de Parijzenaren ook een soortgelijke trots hebben en zullen blijven houden na vanavond. Ze gaan het nodig hebben om het nieuwe, pijnlijke verhaal van de Notre Dame te vertellen. En te blijven vertellen. Met nóg meer trots dan ze al waren op deze Grand Old Lady. Ik gun het ze. Maar echt❤.

The Subway is the Only Way

Ik voelde me afgelopen 24 maart best een beetje feestelijk. Eindelijk, eindelijk na 100 jaar heeft Jakarta een metrolijn. Hun eigen Noord-Zuidlijn, de Jakarta MRT, is ready to rumble met 13 haltes dwars door de stad, over een lengte van 23 kilometer. Dit is pas fase 1, later komt daar nog de Oost/West-lijn bij. Ik ben serieus nog confuus van dit monsterproject, en dan praat ik over de afstanden. Hier in NL ben je met die metrokilometers bij elkaar opgeteld, gelijk het land uit. Zou wat wezen, dan kun je mensen gelijk én goedkoop het land uitzetten. Ok, dat was een niet echt geslaagde grap. Verre van subtiel ook. Ik schrijf gauw verder. De nieuwe metro in JKT is dus een gigantische stap voorwaarts in de Indonesische infrastructurele geschiedenis zoals dat deftig heet. En ik maak het mee hoor in mijn Facebooktimeline. Aan de lopende band flitsende pictures van vrienden, kennissen en pamilies. Allemaal striking a pose bij/in/op de metro. Hysterisch. Hysterisch mooi, dat ook. Glanzende ultramoderne metrostations (met tourniquets!) en voetgangerstunnels vol ledlampjes die steeds heel nice van kleur veranderen, echt fakking hipster. Jakarta heeft er serieus een kermisattractie bij, een compleet nieuw hoofdstuk in civilisation. Het werd tijd ook. Jakarta (16 miljoen inwoners) moest het tot nu toe doen met een bescheiden tram/forenzentreinlijntje, een op zich prima busnetwerk en taxi’s. Maar vooral moest Jakarta zichzelf levend zien te houden in die intense CO2-spugende soep vol filetwerkende waggies. Dat het doodnormaal is om elk uitje, ritje, uitstapje en tripje met je car binnen de stadse ring in te calculeren met een marge van minstens een uur, is natuurlijk ridiculously insane. Allemaal de schuld van de nieuwe rijken in Jakarta (en in Indonesië in general). Deze moneymaking Asians hebben nou eenmaal standaard gemiddeld drie auto’s (en 1 chauff) per huishouden. Die metro was daarom het laatste redmiddel voordat Indonesië uberhaupt uit alle internationale klimaatconventies zou worden gegooid. En een wereld zonder Indonesië, mijn landgenoten; sorry maar dat kan natuurlijk niet. Hoe dan. We pinda’s belong in this world. Eindelijk horen we erbij met dit hoofdstedelijke metronetwerk. En they rock it real hard mensen.

Apenkooien op station Bikini eh Cikini back in 2018🐒.

Apenkooien op station Bikini eh Cikini back in 2018🐒.

Hier in Roffa kunnen we er ook wat van hoor. Van een ander kaliber maar toch. Op z’n Hollands dus met een boel gemekker over een stukkie metrolijn wat maar niet afgemonteerd wil worden (lees: ze hebben het steeds over het testen van de software van de spoorwegbeveliging maar wat ze bedoelen is frikkin budgetoverschrijding zoals ever). Maar waar heb je het dan over, Aapje? Ik heb het over de Hoekse Lijn, het stuk treinspoor dat getweaked gaat worden naar een metrolijn richting het strand van Hoek van Holland. Maar het is al twee jaar uitgesteld. Dus nog steeds kunnen we onze strandstoelen, parasol, BBQ en schoonouders niet in de metro schuiven zodra de thermometer de eerste 22 graden aantikt. En elke rechtgeaarde Rotterdammer gaat natuurlijk nooitnie naar Schevie. Waar ze sowieso al niet eens een paar kerstbomen fatsoenlijk in de hens kunnen steken. Maar goed, dat geheel terzijde. Dit is dan gelijk het enige smetje op het verder supermooie metronetwerk plus stations dat Roffa rijk is. Want man man man, wat is dit type OV in de havenstad toch gruwelijk goed gelukt. Vergeleken met Damsko, waar met de net nieuwe metro Noord/Zuidlijn, ook eindelijk een beetje beschaving is ingetreden, is Roffa toch echt smooth en sexy hoor. Keje nagaan: Alle stations en metrostellen clean, strak en glanzend in de lak. Zelfs in de oksels van metrostation Roffa centraal ruikt het bloemig oriëntaals. Ik sei toch: sexy. Plus het feit dat metro Roffa de oudste en grootste in NL is. Ol’, big én sexy dus.

Toch nog iets kwijt over Damsko. Onlangs is daar de beruchte metro/tramlijn 51 opgeheven. Berucht vanwege zijn storingsgevoeligheid, maar vooral berucht omdat het nog een metrostel uit 1980 was en er ever since nooit iemand meer met een swiffer doorheen is gegaan. Ik ben een jaartje met die metro geweest toen ik op de Vrije Universiteit werkte. Metro 51, een wandelend stuk geschiedenis, de rockster van alle metrostellen. Je kon gewoon bijna ruiken hoeveel junkies, sigarettenrokende peoples (toen het nog mocht), honden en toeristen hier in hebben gezoend, gevloekt, gedreigd, gehoest, geniest en gekotst. Metro 51 is de enige metro waar als het vol was, ik standaard mensen aan hun rugtassen vasthield. Of aan iemands haar(stukje). Je hand aan de stang of stukje wand was vragen om AIDS. Het idee dat je hand gewoon bleef plakken aan whatever shit happened. Metro 51, by far de meest vuige, rauwe en compleet uitgewoonde metro die ik heb gekend. Dat resulteerde btw in dit blog.

Recap:
Jakarta heeft er een machtig mooie showpony erbij, in Roffa wachten we nog een jaartje ongeduldig op de strandsluiper en in Damsko namen ze afscheid van lijn 51, de metro die decennialang Amsterdam Centraal – Amstelveen heeft zitten rocken. Een goed metronetwerk is superonmisbaar in een big city, zoveel is duidelijk toch?
Of op z’n Roffiaans: ‘je ken er nie van buite ja toch niet dan.’

De week waarvan we wisten dat die zou komen. Not.

Vorige week kon de monkey even geen blog fiksen. Gewoon. Want er kwam niks zinnigs. Na de Utrecht-aanslag had ik meer behoefte aan een hoekje om in te chillen. Maakte ik me meer druk om die ramptoeries op Facebook. Zo’n muts die dan haar dinnetjes gaat lopen taggen onder de foto van die treurige Utrechtste tram, nog nagloeiend van de slachtoffers: ‘Kijk dan Lyn, daar was ik ook donderdag!😱😱😱.’ For fecks sakes pleur op. Al was je er de hele week met je Primark-boodschappentas, nobody ever cares.

Maar goed. Het was een bizarre week afgelopen week. Een aanslag op het veilige gevoel. Plus een aanslag op de democratie. Omdat meneer Lavendelzakje Baudet de senaat en provincie gaat bezetten met mensen die nog nooit een vinger om politiek hebben gegeven. Ja, ze vinden dat het anders moet in ‘hun’ NL. En het liefst alleen met mensen met een roomblanke huid. Weet je wat ook anders moet? Mijn haar. Want de balayage begint rap uit te groeien. En mijn scheve ondertandjes wil ik ook rechtop hebben a.u.b. Het liefst met roomblanke facings erop geknald. Maar daar hoort U mij ook verder niet over.

Maar goed. Het was een intense week. Ik heb mijn politieke plicht gedaan, mijn partij met liefde gesteund als lijstduwert. Ik heb gezegd dat ik zaadjes aan het planten ben. Wie dit jaar nog niet gehoord heeft van Rapinda eh Ramona M., zal bij de volgende verkiezingen nog eens heel gek gaan opkijken. Eigenlijk te vergelijken met de opmars van Thierry Lavendelzak. Want wie o wie had ooit bedacht dat deze pianoboy zo verpletterond het rechtse geluid van NL in klinkende gouden muntjes uitbetaald zou zien krijgen? Inderdaad. Niemand.

Maar even zonder gekkigheid: ik beloof helemaal niks met alles waar ik op dit moment mee bezig ben. Ik heb inderdaad grootse plannen voor dit jaar en it’s all work in progress. Ik werk daarvoor samen met de fijnste peoples die gezellig allemaal verschillende kekke huidskleurtjes hebben. Hoor je me? ik sluit dus geen mensen uit om tot iets moois te komen. Dat is al een verschil met Thierry Lavendelzeepje Baudet.

Ik heb grote dromen voor dit jaar en beyond. Ik beloof dat ik het resultaat met liefde met jullie ga delen. Horen jullie dat apenkoppen? Met liepde. Dus niet met de H van Haat zoals het motief van de Utrechtse schutter.

Laffe baas Gökmen Tanis opereerde op basis van haat. Lavendelzakje doet dingen op basis van uitsluiting. Is dat vreselijk? Ja. Maar zulke mensen bestaan nou eenmaal op deze wereld, so suck it up. Dat deze mensen op hun eigen verwerpelijke manier van zich laten horen, sorteert bij mij juíst een groots tegeneffect: Het zorgt er namelijk voor dat ik nóg beter weet waar ik wél voor sta: liefde, samenwerking en heel veel bananen. Wat voor tegengeluid geven jullie?

PS: ik geef bij deze toestemming dat bananen ingezet mogen worden. Hoe dan? Nou gewoon goed mikken. Complete trossen heel hard naar alle mensen gooien die racisme, haat en uitsluiting als middle name hebben.

Bananen&Sterren #aflevering: Het Aapje drinkt Espresso Martini in West en eet ikan in Capelle

Ik ben een sucker voor horecatentjes waar precies één koprol voor nodig is om er te komen. Tandoor16 is net een week open en ligt op, nou ok, vijf koprollen van huis vandaan. Googlemapstechnisch op de Middellandstraat grens West-Kruiskade. Naast mr. Beans, de koffietent van de komische jongens van de BorrelnootjeZ. Sexy locatie dus. Wat ik aan ‘grand opening’-berichten in mijn Facebook timeline voorbij zag komen klonk ook veelbelovend. Dus afgelopen weekend deze new kid on the block afgevinkt. Ik kan lang lullen over ons bezoekje aan Tandoor16 maar ik kan ook kort doen:
– Malse Tandoori chicken, naanbrood als side was droog
– Extra naanbrood met dips besteld waarvan het brood vers was maar de dips niet superspannend
– Tweede bestelling naanbrood: brood was droog
– Bediening nog chaotisch: verkeerde wijnen geserveerd en bier werd omgegooid (we kregen wel nieuwe dat dan weer wel)
– Cocktails waren dramatisch slecht: de Smokey Espresso Martini kwam in een koffiekop (!) van de kringloop. Denk ik. Ik heb een theorie: melk drink je uit een beker en niet uit een theekopje want smaakt gross. Dus een Martini Espresso in een koffiekop is een regelrechte mindfuck, snap jij snap ik. Oh ja, de Del Maquey mezcal en Cubaanse koffielikeur hadden ze voor het gemak uit de cocktail gelaten, bruuuh. Dan de Peniccilin-cocktail. Die had nét de verkeerde balans tussen whiskey en Angostura bitter. Waardoor mijn tafelgenoot serieus dacht een antibiotica-shot op doktersrecept naar binnen te hebben gewerkt. Mindfuck went wrong. Niet de bedoeling toch?

De avond werd gered door dj Rupert die voor drie aardappelen en een paardenkop lekkere zwoelie plaatjes draaide. Beter staat ´ie gewoon op Superdisco of Vunzige Deuntjes, maar lief dat ie hier was. Ik weet, ik weet, elke nieuwe tent, dus ook Tandoor16, moet gewoon een beetje slack krijgen en een paar sympathieke klopjes op de schouder zodat ze helemaal trots en zelfverzekerd lekker verder kunnen bouwen aan hun nieuwe Indiase eetparel.

Maar toch blijf ik streng: cocktails moeten meteen boom shakalala on point zijn. Ter illustratie: twee weken eerder zat ik cockies te slempen bij George op de Lijnbaan boven Scharrels & Schuim. Ik vertelde de barboy dat ik van zoet en fris houd. Ik kreeg iets met matcha en rum. Het was G.O.D.D.E.L.IJ.K, ik zeg het je. En dat terwijl George zelf qua sfeer nou niet meteen een frikkin amazing smash in de face is. Eigenlijk best voorspelbaar, je weet wel zo´n ruimte met bakstenen muren voor de ´urban vibe´. Maar heee als de cocktails goed zijn, dan heb je me hoor. Conclusie: Tandoor16 moet echt nog heel veel finetunen. En op cursus bij mijn favo cocktailboys van Noah. Maar dat geheel terzijde.

Score: 1 ster en nul bananen.

Afgelopen week was ik in Capelle a/d IJssel bij oom en tante Lekransy. Oom Lekransy heeft met mijn moeder in de klas gezeten in Nieuw-Guinea en ik groeide in Groningen op met de familie Supit, de familie van tante. Behalve een avond vol mooie anekdotes en herinneringen uit Hollandia, Waai, Jakarta en Tondano, was daar natuurlijk ook eten. Sayur, babi kecap, ikan en zelfgemaakte sambal. Ik at met ontroering. Ontroerd, omdat dit eten voor mij vertrouwd voelt en heimwee tegelijk is.

Soms moet je nieuwe horeca-ontwikkelingen in de stad gewoon links laten liggen en jezelf omringen door de huiselijke warmte van superlieve peoples, samengebracht in een bordje liefdevol klaargemaakt eten. Daar kan geen fancy of foutgeproduceerde cocktail tegenop.

*Uit principe geef ik geen ratings aan familie-eten. Het is te heilig en beyond alles om sterren en bananen aan te geven. Maar dat snappen jullie wel toch?