You do the math, I go fix bananas

Het is maandag 19 november en ik leef nog. Daar was ik vorige week niet zo zeker van toen ik de maandrapportage voor een van onze klanten moest maken. Why en hoedan schoten als hysterische neonletters door mijn hoofd. Ik probeerde nog mijn beste amateurtoneelskills erin te knallen en bij partner Gijsbregt mijn meest theatrale wanhopige alfa-gezicht op te zetten. Maar G was onverbiddelijk: ‘als je content wilt managen moet je er cijfertechnisch ook iets zinnigs over kunnen melden.’ Bruuuur ik haat U. Ook omdat ‘ie gelijk had en heeft.

Het is niet dat ik die cijfers er niet in kan kloppen. I learned the hard way (lees: versies niet of fout opslaan, bug in oude rapportage waardoor het als unreadable doc werd opgeslagen, all drama). Dus toen op gegeven moment mijn Alfatranen waren opgedroogd, vond ik het zelfs wel lachen om die grafiekjes te zien stijgen. En daar dan iets opbouwends over te melden. In wervelende tekst welteverstaan, geheel verzorgd door woordenhosselaar, Het Aapje. Echt, ik snap heus de zin wel van rapportages. Alleen ben ik het aan mijn Alfastand verplicht om daar heel hysterisch over te doen. En so I did.

Ik lach hier nog.

Ik lach hier nog.

Nee even serieus: waar ik compleet gek van word, is O.P.M.A.A.K. Dáár word ik echt een mean monkey van. Dat alles verspringt wanneer jij net alle data superstrak in een schema hebt zitten slicen. Dat letters opeens in een witte sneeuwvlakte verdwijnen op je scherm omdat je in het copy pastaproces apparently stomme codering hebt meegesleept in je ellendige non existant-opmaakskills. Dat, lieve apenkoppen, is de grootste energy drain in mijn hele leven. De opmaak. Het liefst kopieer ik dan ook complete next level dichtgetimmerd-opgemaakte en ready to re-use-plannen van anderen. Anyway, als dáár dus de boel alsnog verspringt, dan spring ik op mijn dikke beurt van een brug. In mijn hoofd dan hè. Wisten jullie trouwens dat zelfs de meest simpele opmaak in Canva verspringt? In Canva mensen!

Maar goed. Ik heb het overleefd. Ondanks het feit dat ik die bewuste dag van alle stress heb zitten survivallen op slechts 1 mini-Twix. Waarvan ik de caramelvulling gebruikt heb om mijn stukjes uit elkaar gespatte breindelen, weer aan elkaar te plakken.

Eens een hysterische Alfa, altijd een true Alfa.

PS: voor de peoples die zichzelf stuk piekeren wat ik bedoel met Alfa: dat zijn de mensen van wie het talige brein bovenmatig is ontwikkeld. Precies, dit is de bevolkingsgroep die niet kan rekenen want daar heb je die dikke nerds voor. Juist, de Bêta’s. Capisce?

Het Aapje en de Toekan 2.0

Elegante lange tafels gedekt met linnen en glaswerk. De grote hoge zaal, door de intens grote raampartijen, badend in het licht van de late novemberzon. Families van heinde en verre vorkjes prikkend en toostend op de jarige en/of jubilerende medemens. Ik kon een gevoel van behagelijke ‘gezelligheid met een classy twist’ niet onderdrukken. Goed gedaan hoor Toekan, mijn eerste indruk is een ingelijste glimlach voor boven de open haard forever. Afgelopen zondag was familie Tiwow-dag aka verrassingafscheidsdiner voor mijn mama. Locatie: van der Valk in sexy Almere. Ik geloof dat mijn laatste van der Valk-experience een kantoorseminar was van honderd jaar geleden.

Anyway, mijn tweede indruk anno 2018 deelde ik met mijn eetgrage nichtjes. Onze ogen rolden er namelijk bijna uit toen we het buffet achterin de zaal zagen. In een roes liep ik ernaartoe. Ik hoorde de oh’s en ah’s van mijn nichtjes als gedempte stemmen ver weg in mijn oorschelpen. Wat wij zagen waren langwerpige Jan des Bouvrie-ish loungeblokken waarop allerlei voedsel was gedrapeerd. Van carpaccio, biefstuk, zalmtartaar, pasteitjes, verse croissants, American pancakes, gemarineerde kip tot aan friet met kroket retteketet toe. De keuze en gevariëerdheid was intens en overviel ons allemaal een beetje. Totale anarchie overviel mij vooral. Ging ik eerst voor de zoete dingen of toch beginnen met iets warms. Of allebei tegelijk? Herinneringen aan mijn wijlen keukenkoningin aka oma Tiwow, kwamen spontaan weer naar boven: haar aanrecht in Groningen stond ook altijd permanent vol met rolkoek, kip, koekjes ‘kue biji’ en dampende rijst in de hussel. Al het eten stalde ze vervolgens in de voorraadkast. Als kind verstopte ik me daar altijd. Mijn eigen EetWonderland. Back to de Valkjes. Met grote borden tegen de borst gedrukt liepen we langs alle voedselblokken in onze eigen gekozen volgorde. Als een soort Inspectiedienst met proefbevoegdheid schepten we behendig op: zalm check, friet check, gewokte kip check. En zoals te doen gebruikelijk ging ik bloedfanatiek van start: buikje open en vullen maar. Ok, ok. De hele familie Tiwow doet dat. Eten als madmen.

Maar na bord drie werd ik overvallen door een soort gek gevoel van melancholie. Dit magische eetmoment met familie. Tuurlijk, eten met de familie is een vaste waarde, een familieritueel dat de afgelopen jaren ontelbaar vaak de revue is gepasseerd (en voor het eerst dus in een van der Valk), maar toch. Ik voelde ook een raar soort maatschappelijk besef. Er zijn te veel families op de wereld die dit níet hebben: De rijkdom van samenzijn. De warmte van de voorspelbare grapjes en de vertrouwde, al duizend keer gehoorde anekdotes, om je heen. Het uitbuikmoment, de slok champagne, de limonade. Deze enorm mooie Van der Valkzaal. Als een gevulde pastei vol mensen. Die elkaar lief vinden, elkaar waarderen en koesteren. Ook al is een familie onderhouden soms taai. Of pijnlijk of allebei tegelijk. Je houdt (alsnog) van elkaar, al vorkjeprikkend. Voor het eerst in mijn leven vond ik dit niet kapotburgerlijk, eerder ontroerend.

Allemachtig wat was dit ontroerend.

Het Aapje en haar filosofische apenkooi

Mijn moeder die naar de Griekse deli in de Pannenkoekstraat wilde, ondanks het kapotdruilerige weer. Ik wilde niet maar dacht opeens aan al die kinderjaren waarin ik ook per se op het hobbelpaard in het winkelcentrum wilde. Of een ijsje in de winter (ik kreeg).

Een stagiair op het werk die zijn rap/soul-ish soundclouddemo’s aan mij mailde. Ik dacht meteen aan mijn spoken wordgedicht in progress. Of ik zijn Joey Badass-arrangement daarvoor mocht gebruiken (ik mocht).

Vriendinnen die een ode brachten aan mij, in speeches en dichtvorm. Ik huilde en dacht opeens aan al die keren dat ík mensen toesprak. Of die keren dat ik een gedicht voor iemand schreef (ik geef).

Mijn vriend, mijn sparringpartner aan wie ik al mijn verhalen vertel. En van wie ik zo veel terugkrijg (ik ontvang een precious telefoongesprek van 120 minuten).

In een mensenleven wil je iets, wil je niets, ontdek je iets en hoor je iets, geef je graag iets. En je gaat terugkrijgen. Het gaat naar je toekomen. Je ontvangt wat je toekomt. Gewoon, op dagelijkse basis. De vorm van wat je krijgt variëert.

Ik wilde niet naar de deli maar ik ging. Ik kreeg kwaliteitstijd met mama.
Ik schreef een spoken word en deelde mijn story met de stagiair. Ik kreeg er een passende toffe track voor terug.
Ik trok voor de verandering mijn dichtersjasje niet aan. Ik kreeg er een spiegel op papier voor terug.
Ik praat honderduit tegen mijn vriend. Ik krijg kostbare tijd om te koesteren.

Ik wilde niet ik ging ik schreef ik hoorde ik huilde. Ik vertel ik krijg ik geef ik ontvang. #monkeycycleoflife

Hey Monkey, are you a start up (p)resident now?

Sinds een maand zit Týrsday op TQ en delen we de ruimte met Kinder, het andere bedrijf van partner Mathys. TQ zit aan het Singel bij het Muntplein in het voormalige ABNAMRO-pand. Het is een tech bedrijfsverzamelgebouw van het überhippe soort. Met on point faciliteiten to please her residents. Ja, wat wil je ook als deze hub gepartnered wordt door KPMG, ABNAMRO en Google. Anyhow. Via Slack kreeg ik mijn onboardingdocument met de huisregels horend bij het nieuwe kantoorconglomeraat KinderTyrsday. Een fijn naslagwerkje met de usuals zoals waar de wifi, waar de koffie valt te tappen, waar workspace-afspraakjes maken. En dat je vooral van de schalen met nootjes en fruit mag pakken voor je vitaminen- en mineralenfix. Maar niet alles in 1 keer opeten. Juist.

In onze kantoorunit wordt er vooral heel geluidsarm gewerkt. Veel koptelefoons en oortjes voor de peoples die wel goed gaan op een beetje reuring in de oren. Ik ben daar eentje van. Silent solo disco. Omdat het nogal silent is, slacken we voortdurend met elkaar. En we hebben Trello en mail en good old Whatsapp.

Ik snap opeens warum de Onboarding laws voorschrijven dat koffie halen een groepshug-moment hoort te zijn. Hét blijkt het moment om elkaar beter te leren kennen. Andere momenten bestaan niet; omdat je dan namelijk keihard je skills tegen de plinten aan zit te knallen in naam van Týrsday, in mijn geval. Kennismakings kan overigens ook heel prima op de roemruchte TQ Happyhours, elke vrijdag (watch my next blog on this one). Wil je daarnaast écht iets substantieels bespreken, iets waarin emotie in je stem nogal doorslaggevend kan zijn om je punt te kunnen maken? Buiten de offices zijn in de gangenstelsels overal knusse nisjes gecreëerd waar je chill met je laptopjes hardop kunt overleggen. Zei ik overleggen? 80% van de TQ residents chillen languit op de banken, designstoelen en hangmatten while working. Heel verleidelijk, maar ik zou serieus in slaap vallen in lighouding. Of ben ik gewoon te gewend geraakt aan de arbo-verantwoorde corporate rechtopzitten-stoelhouding? Who knows. Meetingrooms zijn er overigens ook. Dat geldt ook voor de eenpersoons phoneboots: bel/werkhokjes waar je even solo aan je start upcarrière kunt skypen. Heb je ADHD of is je Molly van afgelopen weekend nog niet uitgewerkt? Pingpongtafel, trampoline en stoelmassages zijn available to release some tension.

Irritant hè dat Engels overal doorheen in dit blog. Dan moet je sowieso niet op TQ willen werken. Nederlandssprekenden zijn exotische menschen hier. Minstens 99% aan Engelse woorden, zinnen en combinaties daarvan galmen en gonzen door dit pand dat het een lieve lust is. Daartussen roept een verdwaalde Italiaan of Kroaat iets techy in zijn moerstaal. Maar verder lekker Engelsings. Deal with it. So do I.

Verder ben ik hier helemaal in mijn element qua dresscode. De start upgurlz hier dragen óf hoodies high waists sneakers óf boyfriend, vintage overhemd en loafers. En alle Sartorial-proof lookjes hiertussen in. Love this so much. Ik heb de TQ catwalk tot nu toe voornamelijk gelopen in mijn Madonna- en Run DMC-shirt, hoodie over caps, broeken met Filasokken eroverheen, mijn Nike Air Max afgewisseld met Air Forces. Dat ik ooit op kantoor heb rondgelopen in strakgesneden broeken, jasje en blouse en rennend van de ene bila naar de volgende boardroomsessies op glimmende Chelsea-boots, is mind blowing onvoorstelbaar.

Dat ik hier bij Týrsday zit te werken waar je output, je suggesties en je contentadviezen realtime worden aangenomen, zonder dat het eerst in twintig target-afvinkbare projectplannen moet worden geknald, is ook intens ongelofelijk. Er is no such thing als hiërarchie, clusterhoofden, afdelingscoordinatoren en chef controles. Hier zijn het de partners en collega’s die je direct voeden met werk dat gedaan moet worden. Die weten waar jij qua skills goed op gaat. Dus waar jij blij van wordt, stop jij in je werk. En wat jij met liefde erin stopt en waar je je goed bij voelt is hands down goed voor Týrsday. Klinkt simpel toch? Nou niet voor corporates waar de dagelijkse dingen des levens zo gaan: ‘conform je competenties ga jij project X en Y doen. Middels milestones kijken we dan naar de next steps en of je na je jaargesprek je competenties moet herzien.’ Lees dit een paar keer en je krijgt door hoe lekker de minds van een start up werkt. Hoe een corporate denkt en werkt moet je gewoon negeren, duh.

Týrsday any other day. It works for me for sure. En nu kijken hoe ik de komende maand November to Remember bij deze leuke jongens&meisjes van Týrsday doorkom. Later!

 

Mama was here

Sinds een week is mijn moeder in Nederland. Nog geen twee weken geleden was zussie hier, die inmiddels via Florence en München weer op Bali is. Ja, het is hysterisch die familie van mij.

Sinds een week is mijn moemie hier. Mijn ooms, tante en ik haalden haar in het ochtendgloren op van Schiphol, met als doel haar z.s.m. naar huis te brengen (bij tante in het Haagsche) en haar in een fris opgemaakt bedje te leggen. Een jetlag bij een zeventiger eruit kloppen kun je maar beter zorgvuldig doen.

Mama❤

Mama❤

Hoe anders liep het. Mijn moeder wilde helemáál niet slapen. Nee man. ‘Mama wil een Nederlandse simkaart in de stad regelen, gelijk even winkels kijken toch?’ En zo hobbelden mijn twee ooms, mijn tante en ik als chaperonnes braaf achter mama aan, de paden op, het Haagsche Noordeinde in. ‘Ik heb zin in falfel, eh falafel’ meldt moeders monter tussen haar hippe sneakerlooppassen door. Even daarvoor toverde ze nog een quiche van Starbucks uit haar handbagage. ‘Heb ik gekocht vlak voordat ik weer moest boarden.’ Mijn moeder, die net koud een uur geleden door Singapore Airlines vanuit Jakarta in NL was afgeleverd. Mama die er belachelijk frisfruitig uitzag, gezegend met een gezonde portie eetlust, zich voortbewegend met het tempo van een Indische hinde. Het ontroerde mij.

Van de week appte onze schoonmaakster Rabia dat ze aankomende zaterdag niet zou komen poetsen. Ze vliegt naar Marokko om haar zieke moeder te verzorgen. Mijn gedachten stonden opeens stil. Mijn gemoed wat zwaarder, het tempo lag eruit. Ik moest opeens aan papa denken. Pa die in 2016 een hersenbloeding kreeg en aan de gevolgen daarvan is gestorven. Halsoverkop vloog ik naar Manado, Indonesië naar een dode vader. Verzorgen kon niet meer.

Mijn moeder woont in Jakarta en, gelet op haar gesteldheid, nog enorm kwiek voor haar leeftijd. Er komt een dag dat dit allemaal voorbij is. Dat ik een vliegtuig pak, niet om haar te verzorgen, maar om haar as uit te strooien in de Indische Oceaan. Mijn moeder. Ze is hier in Nederland. Alle tijd die ik hier met haar ga doorbrengen is me, nog voordat het heeft plaatsgevonden, al enorm dierbaar. Ik ga haar vasthouden in een tempo dat mij past. Ons allebei past. Rabia wierp me van de week onbedoeld een count-your-blessing-moment recht in mijn schoot.

De gedachte daaraan ontroert mij.

Hallo Meneer Start Up, ik ben Het Aapje!

Mijn eerste werkweek bij Amsterdamse start up Týrsday is afgevinkt beste mensen. En ik vind daar wat van. Ik ben namelijk een super newbee in de wereld van start ups. Jaja, want deze monkey heeft haar werkervaring namelijk vooral bij grote jongens opgedaan. De Big Four, telecom, ministeries en onderwijs slash medische instellingen. Dat werk. Sinds ik de start up-wereld ben binnengewandeld, verwonder ik mij. Met een grote glimlach. Vanaf nu neem ik jullie mee in mijn Alice in StartupLand-avonturen. Let’s go!

Ik heb mijn solliegesprek en eerste werkweek op Týrsday’s kantoorboot gehad. Dat klinkt in principe nog niet heel spannend, maar wel als ik zeg dat die bateau op de Amstel lag te shinen, pal voor de Hermitage. Dus dan hebben we het over een triple A-locatie. Oh. Is dat sensationeel dan? Voor een kantoorklerk zoals ik, die gewend is bij grote corporates te werken, waarin je huis in een muffig kantoorkolos woont van pakweg tien verdiepingen hoog langs de A1, is het antwoord: Ja. Om het nog scherper te stellen: Als je op een regulier kantoor werkt, dan vinden teamuitjes plaats op ‘leuke’ locaties zoals een salonboot door de grachten. Precies, zo’n boot waar ik dus nu op heb gewerkt. De boot als uitje versus de boot als kantoor. Zoek de verschillen in hipsterheid. Anyway. Aan het roer van Týrsday staan twee partners, Gijsbregt en Mathys. Gesprek 1 had ik met Gijsbregt op de bateau en gesprek 2 met Mathys in Tyrsday’s nieuwe hi-ha-hipster onderkomen TQ aan het Singel (over die nieuwe office blog ik next time). Beide gesprekken met de heren partners gingen vloeiend en organisch. Maar toch ook spannend. Immers, ik had mezelf helemaal in de shine gezet als contentwriter en niet als contentmanager. En toch voelde het goed. Zij hadden/hebben het vertrouwen in mijn expertise en hadden/hebben vooral heul veel zin mij dingen te leren. Over hoe Týrsday werkt, de tech die zij gebruiken voor het storytellen voor klanten. Zet dat naast een random sollicitatieprocedure van een willekeurige corporate en zoek de verschillen. I promise, je bent next year nóg bezig. Van de humorloze notificatiemails zoals ‘bedankt voor je interesse in ons bedrijf. U ontvangt spoedig bericht over het verloop van de procedure’ tot aan de classic afsluitende pay offs die je roept na je eerste gesprek, such as ‘Nou, dank voor het leuke gesprek. Succes met de procedure en ik hoor het nog wel’, is niemand nooit echt beter geworden. Ik daarentegen van een high five van Mathys bij wijze van ‘je hoort nog van ons’ na ons gesprek, wel. Slechtlange zinnen, ik weet, maar voelen jullie het verschil? De vibe?

Dan de hele attitude van start uppers, zullen we het daar eens over hebben.
Vorige week kreeg ik enthousiast uitleg over de kwartaalrapportages die ik binnenkort zelf moet draaien. ‘Heb je weleens eerder met Google Analytics gewerkt’ peilde Gijsbregt, precies op het moment dat ik mijn moeilijke Alpha-face opzette (lees: ik ben Alpha, dus ik ben van de fancy woorden&zinnen dus sterf ik een langzame dood als ik moet werken met stats, tabellen en cijfers moet interpreteron). Ik kon op dat moment twee dingen doen: a) heel stoer mompelen dat ik ‘weleensooitlanggeleden’ met GA heb gewerkt (klopt ook wel, maar heb het verdrongen) of b) heel fierce ‘nee!’ roepen. Ik koos natulek voor optie b). Waarop Gijsbregt dit riep: ‘WAT TOF, DAT BETEKENT DAT JE IETS HEEL NIEUWS BIJ ONS GAAT LEREN!’ Totaal beduusd van dit rammende enthousiasme vluchtte mijn blik van de schrik naar een vrij intimiderende kwartaalrapportage op mijn Mac-scherm. En daarna had ik een binnenpret-momentje. Wát een gasten zijn dit. Zo blij als ze zijn en zo ready om kennis met je te willen delen. Daar kunnen corporates wel wat van leren met hun opleidingsbudgetten-bureacratie en ‘even kijken of we iemand kunnen vrijmaken zodat je zo snel mogelijk aangeschakeld bent’ (man man man).

Allesh is natuurlijk nog brand new. Maar als je Trello (kom ik zo op terug) meteen vol wordt gestopt met meeting bij klant, eindredactie en interviews met klanten, dan heb je me hoor. De verantwoordelijkheden die ik krijg en het vertrouwen dat ik het ga fiksen, wordt gepresenteerd met een energie die ik niet meteen kan thuisbrengen, maar wel heel anders aanvoelt dan wat ik normaal gesproken gewend ben. Minder reserves en argusogen van kantoorklerken die zich allang en breed door de noeste kantoorhierarchie hebben gebilaat, gejaargesprekt en geheidag-geworsteld. Wél heel veel meer Gaan met Banaan, met dat eindeloos aanstekelijke enthousiasme. What’s not to like eigenlijk (nou ja ok: KWARTAALRAPPORTAGES als ik toch moet kiezen).

Heb ik het al gehad over al die vernuftige en zo voor de handliggende apps die Týrsdayers gebruiken? Slack, hun.eigen cms Create, Google Docs (heb ik natuurlijk zelf allang maar werk er alleen maar xgvdfoefsdfesresrz),
en Trello (voor iedereen met planningsfobie). Ik zou bíjna mijn statige Outlook, de excelsheets (oh joy), de G-schijf en de eventuele kapotvage afdelingsschijf waar werkelijk niemand verder bij kan, missen. De overzichtelijkheid versus de zwierige apps die onderling lekker wat-jij-wil aan elkaar zijn getweakt. Ik overweeg Trello bij mijn vriend te introduceren. Samen hebben wij namelijk een te belachelijk druk leven, waarin planning van levensbelang is. Maar first things first: eerst maar eens kijken hoe ik mijn tweede week bij deze leuke jongens en meisjes van Týrsday er vanaf breng. Spreek jullie laters. Of zullen we Slacken?

Het Aapje in de battle met Griekse pollen en melancholische dingen

Ik was op jaarclublustrum in de derde week van September. Een memorabele week waarin de enige conclusie die getrokken kon worden is dat wij, 10 chicas sterk, met elkaar, goud in handen hebben. Alle huidige negatieve publiciteit rondom het Groninger Studenten Corps ten spijt; de band die we hebben is onaantastbaar en waardevast tot het einde der tijden. Ja, daar hebben we excessief bier voor moeten drinken. En ja, daar hebben we geheel vrijwillig infantiele maar best taaie ontgroeningsrituelen voor moeten doorstaan. En nog een paar andere typische studentendingen die buitenstaanders nooit zullen begrijpen.

Geeft niks. Want ik was op jaarclublustrum in de derde week van September en het was magisch. Een ABBA revival poolparty was genoeg om überhaupt alle epische party’s die ik ooit had afgevinkt, te doen verbleken. Samen in je nakie in het zwembad springen in de donkere Griekse zwoelie nacht terwijl je een longontsteking riskeert, het boeide niet. De Griekse eilandwind föhnde ons droog (toch?). Diezelfde wind bracht trouwens ook een container aan pollen mee. Een woeste Sirtaki in mijn neus en ogen vond plaats, waardoor ik Griekse hooikoortstranen in mijn cocktail moest plengen. Maar het boeide niet want we hadden elkaar.

Vijf dagen lang genoten we van bourgondisch Griekenland. Units in wijn gekookte octopus soepel in de fusie met wijn en Ouzo (wie btw Ouzo drinkt, verklaar ik voor gekkie. Maar dat geheel terzijde). We gingen goed op ijskoffies want daarentegen bleken de Griekse traditionele koffieblends totaal ondrinkbaar te zijn, maar ach wat boeit zoiets. Wij hebben elkaar.
Picture_20181005_100918254

Telkens als de hectiek van downtown Athene ons teveel werd, parkeerden we onze huurbolides bij een random strandclub en gooiden we de glossy’s, dolmades, strandhaar en diepe gesprekken in de hussel. We aten zandkorrels en lachten de supergeestige Groninger-anekdotes weg op een zeilboot later in de week. En dan kon het zomaar gebeuren dat tijdens ons fietstripje the next day, dwars door de vismarkt van Athene, ik superemotioneel werd. Want papa, ouwe visliefhebber, had spontaan bedacht zichzelf even op ‘aanwezig’ te zetten. Mij te laten voelen dat ie er was. En hoe, want ik brak volledig. Wat is het dán rijkdom dat de meisjes er zijn om troost te geven (ok en wijn daarna voor de schrik).

Ik was op clublustrum in de derde week van September. Het was magisch om vijf dagen lang zoveel lobi te voelen. En dat we die rijkdom delen voor de rest van ons leven.

Zomaar een melancholisch hooikoortsverslag van een oud-Vindicater die op lustrum was in Griekenland. Hoort U de snik ook in mijn stem? Nee? Lees dit blog dan opnieuw. Codewoord: vriendschap tot in de eeuwigheid.

I love you, Sweetie Pie


Zullen we het hebben over de zoete dingen in het leven? Ik bedoel daarmee de suikerhoudende apparaten waarmee we onszelf als mens dagelijks of af en toe mee verwennen. Mijn trigger was een nieuwsbericht over de Roffin. Mijn talige brein maakte meteen een vreugdedansje want ik filterde daar muffin, Roffa en Robin uit. De Muffin van Robin uit Roffa. Het had zomaar een titel van een supercute kinderboekje kunnen zijn. Nee, Roffin blijkt een crossover te zijn tussen een muffin en een croissant. Naar een oud Frans recept hebben twee brutale bakkers uit Roffa Noord er een eigen draai aan gegeven en de Roffin gecreëerd. Met allemaal lekkere spullen erin zoals bramen en mascarpone. Ik zou dan wel de bramen en mascarpone eruit slopen met mijn speciale muffinschepje. Huh. Ja precies. Hierover later meer.

Ik ga het dus hebben over de sweeties, de koekjes, taarten en cakes van deze wereld. En dat is meteen grappig want eigenlijk ben ik niet een heel grote zoetekauw. Als kind kreeg ik centjes mee voor een ijsje voor na het zwemmen. Ik kocht daar altijd een zak friet van. Snap je? Lollies die we als kind kregen uitgedeeld op school vond ik intens vreselijk. Ik vond die suikermonsters op stokjes altijd zo belachelijk zuurzoet; de pijnscheuten schoten gewoon in mijn wangzakken van die suikerterreur. In dezelfde categorie snap ik salmiakballen en dropveters niet. Nooit begrepen ook. Die droplulveters smaken namelijk naar ernstig misvormd karton. Dus eigenlijk snapte ik zo jong als ik was, niks van mijn peergroup die lollies, drop en aanverwante units verslonden als savage beasts. Ik dacht als kind ook altijd heel arrogant dat mijn vriendjes en vriendinnetjes een superonderontwikkeld smaakpalet hadden. Met je dropveters. Geef mij maar verfijnde, goudgeel gebakken frietjes. Of een superb gebakken kippetje van mijn oma. Voedsel met ballen. Inderdaad. Voedsel dat ook echt alleen weggelegd is voor de fierce eter. Maar snoep? Snoep is voor sissy’s. Snoep in general is bleh met een dikke B.

Alhoewel. Ik had/heb een zwak voor een bepaalde categorie zoet, namelijk de cake zoals mijn mama die altijd maakt. Een beetje vochtig nog, en niet al te gaar. Ook de appeltaart uit het winkelcentrum in Amstelveen waar ik opgroeide, is uitzondering op de regel qua mijn haat aan nutteloze vulling in taarten, donuts en muffins. Want het is juist die heerlijke naturelle smaak van suiker, boter en eieren; all united in een spongy cake of taart, die mij echt in vervoering kan brengen. Dus geen blueberry muffin of een chocoladedonut (ieuw). Op de een of andere manier raakt mijn smaakbelevingsmomentum compleet van slag als ik in mijn hapje cake een verdwaalde blauwe bes ontdek. Of een kwak aardbeienjam tussen de taart. Of een lel chocolade over een roomblanke donut (why). Als ik het even doortrek naar de categorie chocolade: praliné en nootjes zijn helemaal fijn, rozijntjes kan ook nog. Rice crispies? Heerlijk. Maar bonbons met ganache, fruit, marsepein, drank en andere vulling en vloeibare ellende is voor mij moodkiller nummer 1. Heel soms vind ik hysterische combi’s wel lachen. Zoals de seizoensbars van Tony Chocolonely. Of de witte chocola met kokossnippers van Verkade. Maar uiteindelijk ben ik the most happy met chocola naturel.

En nog iets: die uitdeelvlaaien op het werk. Mijn god wat een droeve randomness is dat. Kunnen we daar alsjeblieft mee stoppen? Alleen appelkruimel krijgt mijn approval. Maar wat is er eigenlijk mis met een dampende lemper bij je koffie of een knapperige loempia bij de thee? Oh man, wat heb ik opeens zin in het ontketenen van The Savage Savory Revolution. Maar dan wel met een toetjesfestijn voor erna. Met cake naturel, donut zonder toppings en taart waarbij de verhouding vulling cake 10/90 is. Wie van jullie sweeties doet er mee?

PS: een muffinschep bestaat niet apenkoppen, echt jullie geloven ook alles. #hoedan

WIJ WETEN DINGEN. AND IT’S BIG

Ik had vriendinnetje Batul al een tijdje niet gezien dus prikten we een seminardate (is dat een woord?) in posh en schattig Breukelen. In het kader van gezelligheid mixen met nuttige dingen in het leven, ja toch. In de auto richting Utrecht ging het bijpraatproces vrij rap van start. Batul die als coach een NLP-opleiding volgt, vertelde over haar kijk op persoonlijk leiderschap en spiritualiteit. Ik kon daar soepel op inhaken omdat een van mijn nieuwste opdrachtgevers aan het hoofd staat van een spirituele coachingsacademy in Bussum. Batul en ik. Onderweg naar Breukelen. Onze ervaringen, onze visie op persoonlijk en intuïtief leiderschap schoven we soepel in elkaar tijdens die bewuste autorit. We viben goed op het onderwerp heet dat in jargon.

Zo kon ik weer helemaal los op mijn stokpaardje ‘leiders en hun (machts)positie’. Leiders die oog verliezen voor hun omgeving en stekelblind worden. Als een soort Stevie Wonder maar dan zonder al het talent en de begaafdheid om mensen te verbinden en te raken zoals good ol Stevie al decennialang wél kan. Hey directeur, waarom verlies jij je medemenselijkheid eigenlijk net zo gemakkelijk als haaruitval zodra je een paar nullen extra op je bankrekening kan bijschrijven? Nou? Te vergelijken met een M&M-unit die van je ijsje afvalt en daar dan superonverschillig over zijn. Hellooo, die M&M is mooi wel de smaakmaker van het verder superrandom ijsje. Zonder werknemers geen bedrijf en zonder geïnspireerde collega’s kun je je firma net zo goed het raam uit knallen. Equal leadership zou goed zijn voor al die ego’s. Maak je werknemers gelijkwaardig en laat ze delen in de koers die je vaart. Maar goed. De achteloosheid bij die hooggeplaatste peoples die alleen nog maar opgewonden raken van winstmaximalisatie. De armoede.

En toen waren we in Breukelen. Op Neyenrode Business University. Om het seminar Samenwerken en Leiderschap bij te wonen plus de plechtige oratie van prof. dr. Jaap Schaveling ‘Transcend, Include and Be Curious’. Bijna vier uur lang kregen we minicolleges van knappe koppen uit het bedrijfsleven, uit de lokale politiek, van een organisatietrainer, een VU-hoogleraar, een assistent professor en van de prof. dr. himself. Allemaal vertelden ze intrigerende stories over persoonlijk leiderschap. Dat het om maximale inzet van impact moet gaan en níet over winst. Over het limpische systeem en de neocortex; dat superfascinerende deel van je hersenspan dat over je zintuigelijke waarneming gaat, je bewuste handelingen regelt, het breindeel dat gaat over redeneren en taal. Pretty much de dingen die je nodig hebt als leider, als mens om onder andere weloverwogen beslissingen te maken. Over tribes, je clan, je followers en dat je je tribe nooit groter dan 150 man moet maken om het overzicht en connectie te kunnen houden. Over organisaties die moeite hebben om werknemers aan zich te binden in de bedrijfsvisie, omdat ze te groot worden, omdat ze de context waarin de organisatie opereert totaal uit het oog hebben verloren. Omdat leiders niet meer alligned zijn met de mensen die voor ze werken. Systemen optimaliseren is prachtig maar dat betekent nog niet dat daarmee de wijsheid in de organisatie komt.

Meanwhile hebben Batul en ik elkaar wel een stuk of twintig keer aangekeken tijdens die vier uurdurende sessie. Steeds maar naar elkaar zitten winken en zitten glimlachen, echt superbijdehand. Maar met reden. Want we hadden dit hele seminar over kunnen nemen. Hands down. De overlap met waar wij het over hadden in de auto was namelijk ridiculously insane. En mooi, dat ook. Want kennis opslurpen doet iets met je. Je hoort nieuwe dingen. Maar ook de same old same old-dingen als bevestiging dat het wel goed zit met die bovenkamer van ons. Álles wat wij hadden gedeeld in de auto van Den Haag naar Breukelen werd hier herhaald. Inderdaad. Onze neocortex doet wat het moet doen: gezond verstand en redeneren over wat intuïtief juist is, zit nog precies waar het moet zitten. Overall conclusie: Onze gedachten maken onderdeel uit van een veel grotere beweging als het gaat om leiderschap. En Batul en ik snappen dit mensen, wij snappen dit. Dus, beste lui: voor al jullie persoonlijk leiderschapsvragen kunt u in het vervolg terecht bij Kazmi&Maramis.

Had ik al gezegd dat het een supermooie zonnige dag was in Breukelen?

Elin, Mijn Funny Tandenfee

Mijn vaste mondhygiëniste was er niet. Haar vervangster checkte telefonisch nog even of ik okay was dat zij het voor deze keer waarnam, voordat zij de afspraak zou gaan inplannen. Ik maakte alsnog een superflauw grapje dat ik eenkennig was en niemand vertrouwde, dus nee, ik zou niet komen. Maar mijn stem verklapte natuurlijk allang en breed dat ik het totaal niet meende. De vervangster Elin, blijkt een opgewekte Turkse deerne die voor het gemak ook de receptie bemande. ‘Vakantietijd hè, iedereen weg. Behalve ik dan. Heb je nog even een moment? Dan werk ik even dit mailtje weg.’

Elin bleek haar opgewektheid heel consequent door te trekken in de behandelkamer. ‘Ff kijken hoe je mond erbij ligt te chillen. Aha.’ Ik: ‘Aha?’ ‘Ik zie aanslag. Rook je?’ Ik: ‘Ben een casual roker, dus als ik drie sigaretten per kwartaal rook is het veel,’ beken ik met gepaste groosheid. Koffie kon ook niet echt de boosdoener zijn aangezien ik alleen ’s ochtends aan het koffie-infuus lig: één beker c’est tout. Elin denkt even na want dit antwoord had ze blijkbaar ook niet helemaal zien aankomen. ‘Ik ga je laten zien hoe je het beste kan poetsen. Hand of elektrisch? Maakt mij geen bal uit hoor. Als je het maar goed doet.’ Ze klapt zo’n kunststof gebit, -gebit-poetssimulator in jargon- open, en pakt er een tandenborstel en spiegel bij. Theatraal duwt ze de handspiegel vlak onder mijn neus. ‘Je spiegel wordt je beste vriend. Spiegel wordt vies, dat ook, maar het gaat je beste vriend worden, let op.’ Geamuseerd kijk ik vanuit mijn lighouding naar docente Elin en bij haar eerste poetsbeweging in dat gebit slaak ik al een ‘oooh’ van enorme verbazing. Elin kijkt supertriomfantelijk. ‘Had je niet gedacht hè?’ Nee. Ik had zeker niet kunnen bedenken, dat als je van die hysterische massage-bewegingen van tand naar tandvlees maakt (de poetstechniek die echt íedereen hanteert), dat je dan gewoon niet goed bij je hoofd bent. ‘Want’ vervolgt Elin opgewekt, ‘op het moment dat je je tandenborstel heen en weer beweegt, van en naar je tandvlees, dan duw je toch je tandvlees stuk?’ Ik knik gedwee. ‘Nou dan.’ Dus weet ik vanaf nu dat je je borstel gewoon eerst op je tanden legt en heel simpel eenrichtingsverkeer-poetsbewegingen moet maken. Daarna ‘kieper’ je de tandenborstel schuin richting je tandvlees ‘en dan doe je rustig hetzelfde. Van achter naar voren, borstel uit je mond en weer leg je opnieuw je borstel op de achterkant en schuif je ‘m naar voren. Een panenka vanaf de stip is er niks bij.

IMG_20180801_222257_936

Tandenpoetsen is topsport als het aan Elin ligt. Streng als ze is, laat ze mij droogpoetsen terwijl ik onwennig die spiegel vasthoud. ‘Je moet gewoon zien wat je aan het doen bent, anders wordt het ‘m echt niet hoor. En door je neus blijven ademen en mond ontspannen als je bij je achterkiezen bent. Zo voorkom je kokhalzen. Waar poets je mee? Paradontax?’ Ze lacht. Daarmee weet ik meteen dat ik al jaren in het slimme marketingverhaal van Glaxo Smith Kline ben gestonken. Een godsvermogen heb ik aan deze zoute tandpasta gespendeerd. ‘Poets alsjeblieft met wat je lekker vindt smaken. Paradontax is niet lekker. Punt uit.’ Okeeee juf Elin.

Meteen beland ik in college deel II: Hoe-de Dreft-op-een doekje-volslagen zinloos-is-theorie. ‘Want zeg nou zelf, als je Dreft op een spons gebruikt, dán pas krijg je die aanslag toch weg? Precies.’ Elins’ tandenles werkt aanstekelijk. Vooral omdat Elin ook echt een heel grapppig persoon is. Bij elk nieuw poetstechniek-weetje dat Elin doceert, brul ik vrolijk ‘Serieus???’ en lacht Elin om mijn omg-momentje nummer twintig. Met haar lilakleurige uniform en haar sprankelende persoonlijkheid lijkt ze zo uit die gekke doktersserie Scrubs zijn weggelopen. Elin legt uit en kletst vrolijk verder. Dat ze poetsvoorlichting geven zoals ze nu al ruim twintig minuten doet, eigenlijk nog leuker vindt dan het behandelen zelf. Ook omdat ze de zenuwaandoening Carpaal tunnelsyndroom heeft in haar arm, ‘dus dan is het ook echt even lekker om niks met mijn handen te doen.’ Elin stijgt in mijn aanzien. Ik ga goed op mensen die werkelijk niks maar dan ook niks een belemmering vinden en gewoon gaan met die banaan. Ik hou ervan. En ik hou ook zielsveel van mijn nieuwe tandenpoetsritueel. Borstel erop, van achter naar voren. Borstel eraf en weer achterin je kaak leggen en de beweging herhalen.

The Elin Way is the Only Way peoples.