Jeremy Lam, gooi jezelf weg, pls

Stel. We voeren cultural appropiation* systematisch door. In alles wie we zijn en wat we doen. Hoe we zijn opgevoed en grootgebracht. Dan kan ik er serieus wel mee kappen. Stel je maar eens goed voor: ik heet Ramona en ben Indonesisch. Krijg ik dan de Spaanse Inquisitie achter me aan omdat ik een Spaanse naam draag? Eigenlijk zouden ze mijn ouders dan in mootjes moeten hakken. En de cultureel attaché van Scandinavië mag ook direct een soepje van mij trekken want mijn derde naam is Ingrid. Ingrid! Ja die van Henk en Ingrid. Brengt Wilders mij dan hoogstpersoonlijk in motie in de Tweede Kamer omdat ik als kroepoek een Arische naam heb? Ik zou dan namelijk naar ‘eigen cultureluur’ Dewi Sri Endang Maramis motten hete en nie anders. Daarnaast, als 100 procent Aziatische is het natuurlijk een gotspe dat ik óók nog eens ex-corpsmeisje ben, bier drink en af en toe op een zeilboot zit. Allemaal white peoples-dingen. Dus doe ik in feite aan cultural appropiation next level. Want ik adopteer gebruiken en riten van mensen die afstammen van feodale VOC-veldheren. Diezelfde gasten die onder andere Indonesië tempo doeloe hebben leeggeplunderd en uitgemoord, weet U nog wel.

Vorige week was ik woest. Ik deelde een Metro-artikel op Facebook waarin een of andere millennial-idioot met Chinese roots en arrogante kop, Jeremy Lam (zijn voornaam, oh irony), compleet los ging op de Twitters omdat een All American gurl haar schattige galafoto’s had getweet. Het meisje, Keziah is haar naam, droeg een Shanghai-dress op de foto. Zo’n kokerjurk van satijn in Chinese traditionele stijl met dat typerende hooggesloten kraagje. Ik heb zelf ook zo’n Shanghaidress aangehad op een gala. En vele clubgenoten, freundinnen en vrouwkennissen met mij. It’s just a frikkin dress. Maar deze guy vond dat Keziah die jurk, met een ‘beladen geschiedenis van vrouwelijke onderdrukking’ (wat trouwens helemaal niet waar blijkt te zijn), niet mocht dragen. Niet zij. Niet een witte vrouw. Help!

Vorige week had ik een intens rollende ogen-momentje omdat er in NL pleisters op de markt komen in verschillende huidskleuren. Hoe handig! Lekker matching met je culturele identiteit. Eindelijk geen cultural appropiation meer op het gebied van Hansaplast. Weg met blanke pleisters op zwarte wondjes, hoezee! Dat laatste gedeelte verzin ik natuurlijk maar fuck them all. Het is even om aan te geven dat deze cultural appropiation-hysterie levensgevaarlijk is. En onmiddelijk moet stoppen. Want wat gebeurt er als ik die gezellige statement zwartkleurige pleisters op mijn schaafwond plak? Krijg ik dan de hooligans van Sylvana Simons op mijn Indonesische dakpan? En oh ja. IKEA heeft al die tijd zitten cultural appropiaten met hun Zweedse gehaktballetjes. Oh oh wat een boeven. Want de originele receptuur van die ballen blijkt Turks te zijn. Joh.

Hebben de enge sekteleden van de Stichting Cultural Appropiation überhaupt de zinnen ‘ik ben geïnteresseerd in andere culturen’, ‘het is juist mooi als bepaalde cultuurgebonden dingen, gebruiken etc worden geapprecieerd door anderen?’ en ‘culturen en gebruiken assimileren omdat mensen ze overnemen in hun reizen en doorgeven aan generaties’ in hun (scheld)woordenboekje staan? Ok, dit is wel een sterk staaltje amateur-culturele antropologie maar jullie snappen mijn punt.

Terug naar Jeremy Lam. Zijn antwoord op Keziah’s tweet was letterlijk: ‘my culture is NOT your goddamn dress.’ De verstikkende bitterheid en arrogantie in de reply van Lam vind ik onthutsend en giftig. Waarom? Omdat dit soort sicko’s de sociale mediawereld een gitzwart randje meegeven. Een wereld waarin mensen elkaar vanaf hun foons en laptops laf betichten, beschimpen, veroordelen, haten en hokjesduwendoen alsof hun nutteloze leven er vanaf hangt. De heftigheid. Maar vooral met het soort gemak, flair, souplesse en plezier waar ik oprecht koud van word. Deze mensen hebben voorgoed het geciviliseerde deel van hun hersens verloren waardoor debat en fatsoen op sociale media gewoon dood zijn gegaan. Noem mij naïef en somber. Soit en dikke vinger. Met je mijn cultuur is niet jouw jurk. Jouw persoonlijkheid is werkelijk níemands cultuur, wat dacht je daarvan Jeremy Lamlul. Gooi jezelf weg Jeremy. Is echt beter voor de mensheid en sociale media. En voor de Chinese cultuur. En voor de liefde. For Christ sakes.

PS: nieuwsgierig naar het Shanghaigate-artikel? Hiero. Oh ja. Het is een artikel uit de Metro dus niet huilen als je opeens een dode link treft.

* Google maar en je kunt prima afstuderen op dit onderwerp.

Een onsje verse longen alstublieft!

Ik ga morgen naar het Erasmus MC, om vervolgens door te lopen naar de donorkoelvitrine op zoek naar nieuwe versgebakken longen (ik realiseer me dat ik hier een nogal gevoelig thema -donoren- te pakken heb, maar ik bedoel het goed). Meanwhile heb ik ook een loeiknappe chirurg gefixt die mijn hoestlongen in de ziekenhuiskliko gooit en de nieuwe units erin plakt.

Sinds ik terug ben van Indo hoest ik. En dat is nu ruim drie weken geleden en ik heb er inmiddels een dikke sik van. En dan zullen jullie denken: hoesten? Lekker boeiend? Ja mensen, het is ook totally niet boeiend. Wat het wél is: hinderlijk tot in mijn diepste DNA-vezels. Ik hoest dagelijks een heel divers repertoire bijelkaar. Van droge hoest tot hoest met slijm erin waardoor ik als een Rotterdamse havenwerker klink die al tachtig jaar aan de zware shag zit. Twee weken geleden was die hoestprikkel nog zo intens en hardnekkig, dat ik een tijdje met een emmertje naast het bed moest tukken. En voor de zekerheid plastic zakjes meenam in mijn tas als ik de deur uitging. Bang dat een hoest- slash overgeefsessie mij als een brutale kakkerlak zou overvallen. Nou heb ik al mijn hele leven lang een tamelijk hysterisch luchtwegensysteem, maar het is nou niet bepaald een God given aandoening waar ik trots mee kan shinen. Ik heb nu pilletjes tegen de hoestprikkel die je slaperig maken. Ik eet die dingen als snoepjes waardoor ik elke tien minuten van de dag een slaap lekkermoment heb. Alles voor Bassie.

Op Bali had ik uiteraard nergens last van. De luchtvochtigheid daar was sky fakking high en in de groene uitgestrekte natuureluur van de Minahasa deden mijn longen hoogstwaarschijnlijk een vet vreugdedansje. Maar hier met die malle Hollandse zomer wel warm-niet warm, heb je toch te maken met doorgaans droge binnenruimtes door verwarming die dan weer aanslaat of gewoon slechte ventilatie. En ik wijs de superdroge lucht in het vliegtuig vanaf Dubai als hoofdverdachte aan. Nou vlieg ik natuurlijk wel vaker, maar de kans is groot dat precies op deze ene vlucht die gortdroge cabinelucht flink gemixt was met keelneusvirusjes van andere passagiers.

Een bezoekje aan de huisarts wordt overigens wel steeds urgenter gezien de hits die ik krijg in Google op ‘eindeloos hoesten’. Na drie weken zelfdokteren mag je namelijk gezellig verder klagen en rochelen bij een échte dokter, jeuj. Die van mij is op vakantie tot 4 mei. Dan ben ik precies een maand aan het blaffen. En omdat ik geen carrière ambieer als hondenblaf-imitator, eis ik volgende week van de dokter een wonderpil waarmee ik binnen 1 uur volledig hoestvrij ben. Dan maar geen knappie chirurg die nieuwe longen komt implanteren.

Een huis vol schitterende zooi

Ouders worden..oud. Het woord zelf zegt het al en je doet er helemaal niets tegen. Zolang ze maar gezond verschrompelen tot rozijntjes, dan vind ik het allemaal prima. Mijn ma en stiefvader zijn anno 2018 gezond, gelukkig. Maar dat dus, ze worden ouder. Dat kan ik vooral zien aan de binnenkant van het huis in Jakarta. De hoeveelheid spullen die ze in de afgelopen jaren hebben verzameld. Bewust onbewust. Je wordt oud en je vergeet gisteren dat je vandaag die handtas bovenop de kast hebt gepositioneerd. Naast tig andere zaken die gewoon niet op die kast horen te staan. Dat werk. Het is er echt ingeslopen. Mijn ex-schoonmoeder zei altijd: ‘Geld hebben we niet maar spúllen?!’ Waarvan akte. Op de trolley bij de plasma-tv op de tweede verdieping staat een indrukwekkende verzameling dvd’s (!) en fotoboeken. Met als absolute show pony een kartonnen dvd-box in de vorm van een huis. In de raampjes (ja echt) portretten van de cast van ‘Everybody loves Raymond’. De badkamer van moeders en stiefpa is ook een soort toonkamer vol spullen die daar in principe niet helemaal horen. Een soort walk in closet en  jacuzzi in 1. Nou vooruit, handig is het wel. Douchen, aankleden en gaan met die bakbanaan.

Op de begane grond staan gelukkig geen dozen, wel veel meubels. Maar dat is niet hinderlijk, eerder functioneel. In de voor- en achterkamer, eetkamer en hal samen, kun je rustig een stoelendans-event voor 100 man plus houden. Dus je kunt hier wel wat zithoeken kwijt. Het valt me dan wel opeens weer op hoe ecclectisch de interieursmaak van moeders is. Tegen de muur tussen voor- en achterkamer, een witgeschilderde houten spiegeltafel met iets te weelderig uitgesneden krullen rondom de spiegellijst. Op het marmeren blad staan witte keramieken vogels te shinen (ik noem dit de Frans Bauertafel). Gelukkig wordt dit stukje woonwagenstyling op tijd gebroken door de rest van de meubels in Victoriaanse stijl en mahoniehouten vitrinekasten vol stijlvolle Wedgewood. Hier doe je aan Indonesische high tea met je pink omhoog, for sure.

Ik check of mijn piano het nog doet en hoor dat ‘ie net zo oud en kraai klinkt als mijn ouwelui (nee grapje, dat ding klinkt nog superhelder tot mijn grote verbazing). Ik ga meteen op zoek naar een souveniertje, een nachtblauwkleurige keramieken mini-tajine, ooit van mijn Marokko-reis meegenomen. En omdat moeders vrij vaak haar interieur omgooit, doe ik altijd Inspector Gadget na om te checken waar die tajine nu weer uithangt. Ik vond de unit uiteindelijk op het dressoir in de eetkamer (locatie nummer zes). Ik tilde nieuwsgierig het dekseltje op. Het tajine-bakje puilde uit van zilveren ringen en andere troepjes. Ik moest even lachen. Als de plastic bakken op zijn, dan zijn er blijkbaar genoeg andere opbergwegen naar Rome. Ouwe mensen en dingen. Als ze maar gezond oud worden tussen al die herinneringen en historische meuk.

Tajine jeweetog.

Tajine jeweetog.

PS: kon het toch niet laten om mijn moeder te pinpointen op die plastic containers in huis en de vet vage ‘mama weet ook niet meer wat er allemaal in zit’- inhoud daarvan. Ze beloofde plechtig een garage sale te organiseren met een van haar vriendinnen. You Go Mom. Ik kom snel checken of je dat ook gelukt is.

 

In God, Willem, Fabiola & Marieke we trust

Nu pa since 2016 onder de groene zoden ligt, doe ik aan een soort liefdadigheidsritueel waarvan ik weet dat pa dat enorm waardeert als ik in hometown Manado ben: een zondagsdienst afvinken in pa’s kerk en keihard liedjes zingen. Dit keer was extra bijzonder want vriendinnetje Natasha was mee. In het kader van de Manado hometown experience vind ik het uitzitten van een kerkdienst persoonlijk wel bucketlistdingetje. Zo’n zondagsdienst is dan meer een evenement en ‘ik doe dit ter ere van pa’ dan dat ik er persoonlijk iets uithaal. Want ik zie normaalgesproken nooit een kerk van binnen. Ja, als er een boeiende expositie is. Of bij een bruiloft. Enfin. Tas en ik trippelden dus gisteren de Gereja Riedel Wawalintouan binnen in strakke jurkjes en op stilletto’s. Menadonese chicks gaan hier namelijk altijd naar de kerk alsof ze daarna een borrel inclusief chille after hebben. Of naar een fancy fissa in een flitsende club. Dus zien we vooral glimmende, opengewerkte satijnen tubedresses, sandalen met spannende bandjes en veel bling. En al die mooie meisjes paraderen dan achter elkaar voorbij de kansel tijdens het collectemoment. De reli-catwalk noem ik dat. Ik vergeet dan gewoon de psalmen mee te zingen omdat ik jurkjes zit te keuren. Tas vond het allemaal prachtig, en was blij dat ze op het laatste moment stiefmoeders’ stilletto’s mocht lenen (fyi: stiefmoeder is een bossy zeventigplusser die zich graag laat escorteren door een fancy aangeklede entourage).

Tas en ik waren overigens lucky bastards want de dienst stond in het teken van Pasen en er was cathechisatie van een groepje prachtig uitgedoste godsvrezende jongeren. De namen van die jonge dudes en dudettes werden één voor één opgenoemd. En dát beste mensen, is wat ik zo waardeer in mijn Manadonese homies. Dat ze de vibe van het koloniale verleden zo lekker mixen met superordinaire kitsch namen van nu. Zo kan het gebeuren dat de ouders van Cornelie Pinq (!); Willem en Aneke (met 1 n), wordt gevraagd naar voren te komen. Gevolgd door nog een dozijn felicitaties voor o.a. Grashella Vabiolla en Gleydis Eklesia (fonetische spelling went wrong) en niet te vergeten voor Manchester Beckham Fujiko (ok).

Maar het allermooiste werd bewaard tot na afloop van de dienst. Toen we op slippers en hakken onder de armen via de dorpsmarkt naar huis slenterden, en een fruitverkoper keihard ‘ey Marieke!’ naar Natasha riep. Zou hij ook ‘heuj Hans!’ brullen als ik jongen en blond was geweest?

Het Aapje, Jackie Chan en de demons van Bali

Ein-de-lijk. Na een stuk of vijftig keer naar Bali te zijn geweest, en dan nét niet op het accurate Balinese fissaschema, ga ik Nyepi, het Balinese nieuwjaar, meemaken. Tijdens Nyepi worden de boze geesten volgens de Balinese mythologie volgens de Balinese kalender 24 uur intens gefopt. Door het openbare leven volledig dicht te gooien (o.a. het lamleggen van het vliegverkeer). Door binnen te blijven en de lichten uit te laten en geen vuurtjes te stoken. Op deze manier vliegen de nasty demons zo het eiland over en voorbij omdat Bali dan ‘onzichtbaar’ is. De dag ervoor is het juist bal, dan wordt er enorm veel lawaai gemaakt en zijn er carnavalachtige parades van metershoge papiermaché poppen in de vorm van superenge demonen die dwars door de Balinese dorpen zwieren.

Nichtje Nonna en ik maken het mee. Op het centrale kruispunt bij Ubud Palace en Monkey forestroad proberen we een frontrow seat te regelen. Wat niet helemaal lukt want het is festivaldruk. Maar ergens halverwege, en strategisch bij een driepoot waar vier lampen aan hangen, hebben we redelijk zicht (lees: ik moet daarvoor een paar keer ellenbogen en op mijn balletspitzen staan die ik niet heb). Het is een hypnotiserend schouwspel die Ogoh-Ogoh-parade zoals het officieel heet. Er klinkt ritmische gamelan, je ruikt wierook, je ogen prikken van de rookkanonnen en je ziet sierlijke danseressen die complete delen uit het Hindoe-epos, de Mahabarata, naspelen. Met als show ponies de Ogoh-Ogoh’s. De megagrote poppen, gemonteerd op bamboe draagschilden, getild door twintig tot dertig coole boys uit omliggende dorpen op Vans en New Balances. Maanden hebben ze aan deze units gewerkt, vergelijkbaar met die Hollandsche carnavalpraalwagens waar hele fanfaregezelschappen wekenlang aan zitten te klussen.

Het lekkere mystieke sfeertje bij Ubud Palace ging op gegeven moment wel beetje stuk tho omdat een superblije Koreaan links van mij aan mijn nichtje ongevraagd en vooral onaangekondings, het hele Wikipedia-verhaal achter Nyepi en Ogoh-Ogoh ging uitleggen. Praten Koreaanse toeristen altijd heel hard tijdens intens bijzondere momenten zoals Balinees nieuwjaar? Deze Jackie Chan made in Korea iig wel. Korea-orakel vroeg of ik ook interesse had voor zijn TEDtalk maar ik rolde al de hele tijd met de eyes, dus taaide hij op gegeven moment wel af.

Anyway, na afloop van de magische parade en onder luid applaus vulden de omliggende straatjes zich rond 23u snel weer met het paradepubliek die op zoek ging naar voedsel. Locals, toeristen onder wie de gebruikelijke jaarclubs en Coachellameisjes met poepbruine-blote-rug-jurkjes, nichtje en ik. Als de usual kuddediertjes slenterden we gemuttlich door de straten, trappend op verdwaalde bekertjes en resten Ogoh-materiaal. We aten nasi campur, dronken papayajuices en Bintang en kwamen onderweg nog een megachille ijssalon tegen met lemon merengue en cheesecake-ijs straight from heaven. Het leek wel Koningsdag. Maar dan zonder Max en Willie op Luckytv.

Hey millennial, kom hier met je boerka!

Goeie goden. Volgens mij was ik hier vorig jaar nog, maar binnen een jaar zijn ze in Indo behoorlijk in de rankings omhoog geschoten als het gaat om lesjes assertiviteit. Toen ik na veertien uur vliegen beetje versufd in de damestoiletten van Jakarta airport in de rij stond, werd ik bruut uit mijn sluimermodus getrokken door een tamelijk harde damesstem uit de rij. Vrij kordaat beet deze Indonesische dame met een bos haar op de tanden een boerka toe dat ‘híer de rij begint en dus niet dáár.’ Er kwam ook een paar heftig rollende ogen bij waar de boerka onmogelijk onderuit kon komen. De toiletjuf, duidelijk nog geen ontwikkeling doorgemaakt qua proactiviteit slash assertiviteit, probeerde de boel nog wat te sussen met ‘we doen gewoon om en om’ met die typische Indonesische gastvrijheidsglimlach. Maar het hielp niet. Kordate mevrouw legde het graag nog één keer haarfijn uit, nu aan serieus iedereen die in de rij stond: ‘luister, we staan allemaal netjes in de rij, níemand heeft het recht om voor te dringen toch? Dus deze mevrouw ook niet; dáár aansluiten dus.’ You go girl, dacht ik met een schaapachtig glimlachje op mijn gezicht. Deze pittige landgenote model tante Coby zou het prima doen op een festival-toilet hier in Holland, vol kneiterlamme bezoekers die schijt (pun intended) hebben aan plee-regels.

Van de ene verbazing direct in de andere. Thuis probeerde ik mijn jetlag weg te poetsen door een bord rijst met ayam goreng weg te tijgeren en tegelijkertijd doelloos random keukentelevisie te kijken. In mei zijn hier de provinciale verkiezingen en alle locale politici zijn druk campagne aan het voeren met onder andere televisiedebatten. Hoor ik op gegeven moment zo’n politicus met moslimkeppeltje tegen de journalist zeggen: “daar heeft u een punt. De millennials moeten op een heel andere manier benaderd worden, het penetratiepercentage in de dorpen is nog laag. Maar daar gaat mijn enthousiaste campagneteam zeker iets mee doen qua sociale media.’ Ik verslikte me in kip en een rijstkorrel. Zei die ouwe nou millennial? Na Toiletgate en dit televisieoptreden ben ik eruit. Het gaat helemaal goed komen met Indonesië. Als een vrouw een boerka op haar nummer weet te zetten, en een ouwe moslimpoliticus zijn campagnestrategie in de fine tune gaat gooien voor millennials, dan heb je me hoor.

PS:ik heb Wie is de Mol teruggekeken op Dubai International Airport en ik heb op hèt moment van onthulling iemand die naast me zat compleet doofgeschreeuwd en kapotgeknepen. Geniaal.

Het Aapje vliegt ‘m erin

Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal zaterdagavond, 19.45u.

Dineren en drankjes doen met vier skydivegekkies. Dan ben jij als buitenstaander opeens de daredevil hoor. Iets met hol van de leeuw en kijken of je je verbaal staande kunt houden in het Chute Assis en Heads down-geweld.

Dat twee chickies uit Utrecht en twee andere chicas uit Damsko komen, en ik dus als enige vertegenwoordiger uit de Havenstad, maakte het er niet makkelijker op. ‘Ze woont in Rotterdam maar ze is wel leuk hoor.’ Nja.

Ik had in elk geval geregeld dat de fles Pinot Noir strategisch in de buurt was in de hoop dat ik, wanneer ik al wat lammer was en soepeler qua tong, opeens ook zinnig in het skydive-debat kon stiften. Of, dat ik verstopt achter de fles(sen) wijn, nog even rap op mijn foon Mashable kon afstropen op ‘Five things you desperately need to know about skydivers’.

Maar was het nodig, deze irreële angst? De angst om als enige lullenpot te moeten doen over mijn werk als redacteurcopywriter of over mijn tamelijk succesvolle fitnessregime van de afgelopen weken, nadat deze vier vliegende dudettes al een uur over the World Skydive Summit hebben zitten ouwehoeren? En je je dus realiseert hoe niet-spannend je writing career wel niet is?

Welnee joh. Skydivegekkies zijn ook maar gewone peoples. En verschrikkelijk leuk en lief ook nog. Want het ging eigenlijk 80-20 over hun passie (ugh, mag dit woord weg uit het Nederlandse vocabulaire pls). Echt waar. Tachtig procent ging over een epische verbouwing van een woning (skydivegekkie 1), over het supertoffe jurkje (van skydivegekkie 2), over de hottie tinderdate (van jarige skydivegekkie 3) en over de nieuwe baan als Transaviapiloot van skydivegekkie 4 (want wanneer je vrijwillig in de lucht figuurtjes zit te maken, dan is een kist van A naar B vliegen een fluitje van een cent natulek). Met andere woorden: het was een zalige avond.

PS: jongons, don’t worry. Ich habe keine irreële angsten. Schrijver zijn is de allermooiste baan van de hele wereld. En daarna ergens in de verte pas komt skydiven (voor beginners). Kus!

Mag ik uw aandacht voor hamburgers en friet?

Ik ben nu een kleine maand onderweg met heel uitsloverig sporten (gemiddeld vier keer per week) en het uitbannen van gezellige doordeweekse drankjes waarbij ik in het weekend (lees: een donderdag schuurt ook tegen het weekend aan duss) af en toe een cheat day mag hebben. Afgelopen donderdag voelde dus als een mooie dag om los te gaan op mijn eeuwige liefde voor friet en snacks. Het was toevallig zo’n avond na werk waarin niet-rijdende treinen vanaf Amsterdam-Zuid een hoofdrol speelden. Mijn beste escape is dan altijd om via Schiphol naar Roffa te reizen. Werkt altijd vet prima. En recht zo die gaat, liep ik van de roltrap direct door naar de Burger King. Met een frietje mayo en crispy kipnuggets ging ik met een intens gelukkige glimlach aan een tafeltje zitten. Dit dienblad vol diepgefrituurde snacks voelde niet slecht maar juist als beste besluit van de dag. Een andere beslissing die vrij rap kwam was om mijn foon een keertje onaangeroerd te laten. Want aandachtig en rustig eten past in een gezond en verantwoorde manier van consumeren. Je raakt gewoon verstandiger verzadigd i.p.v het standaard snel wegroeren van snacks (om een uur later gewoon weer trek te hebben, maar dat geheel terzijde). Enfin. Met mijn foon diep in mijn tas geduwd genoot ik van elk frietje en van elk hapje nugget. Het niet doelloos naar schermpje staren leverde ook gewoon een soort mindfulness-moment op. Wat heerlijk om een keer gewoon je omgeving te observeren. Of gewoon de tijd nemen om je knapperige nugget te bestuderen: de goudgele korst, het sappige kippenvlees (really, Ramona).

Ook was ik even vergeten hoe chill de Burger King is om mensen te observeren. En erachter komen dat de meesten toch corresponderen met het doel van Burger King: fastfood verkopen aan mensen die nul boodschap hebben aan mindfulness, aandachtig eten en rust. Welnee. Ik heb nog nooit zo veel mensen zo hard whoppers, friet en nuggets naar binnen zien werken. En die telefoons hè. Die belanden nog net niet in den slokdarm der mensheid. Naast mij zat natuurlijk zo´n paradijsvogel. Een soort theelepelvrouwtje met te grote jas en te lelijk haar. Lelijke bril ook. Ze praatte tegen haar foon. Doe ik misschien ook weleens, maar dan thuis uit het zicht van het volk. Het klonk een beetje Willy Wartaal-ish. Ze had ook een speakertje bij zich. Net gekocht, want ze frutselde het ding uit een kartonnen doosje, waarna het een prominente plek kreeg tussen de friet en haar hamburger. Tegen deze opstelling begon ze opnieuw te pruttelen. Af en toe belde ze ook (niemand). Ik kreeg een beetje een brok in mijn keel. Normaal gesproken omdat ik te gulzig een hamburger weg probeer te kauwen en nu om het hoopje sneu naast me. Is er dan niemand die dit vrouwtje opvangt of iemand die voor haar zorgt? Of misschien maakte ik me te druk en is het gewoon helemaal prima met haar en is ze met al haar beperkingen juist knap zelfstandig dat ze erop uit is en haar eigen mindfulnessmoment bij de Burger King heeft.

Wie ben ik om daarover te oordelen?

Het Aapje loert aflevering #8: apenkooien waterkooien

Zaterdagmiddag 12 uur, H&M badpakje is aan en het is weer tijd om chloorwaterlucht te snuiven. Ik heb inmiddels op verschillende dagen gezwommen en ik begin gezichten te herkennen. Gezichten die ik regelmatig tegenkom in de langzame baan. Uiteraard heb ik aan de leden van dit illustere groepje namen gegeven. ‘De kale’, een krasse kleine zestiger, een beetje chubby. De Bollyman, een Hindoestaanse gast die gezien zijn leeftijd de Spelen nooit meer gaat halen, maar wel ongeveer dezelfde ambities heeft gezien zijn zwemdrift. Mooi om te zien. Er zwemmen ook een paar vrouwen op leeftijd; sommige diepgerimpeld, sommige met overgewicht. Maar zwemmen zullen ze. Ontspannen een paar baantjes, en als het hart het niet meer trekt, dan schuifelen ze even door naar het kinderbadje met bubbels voor de rust. Ik vergeet bijna ‘Marco de stamgast’. Een veertiger met een buikje die iedereen vrolijk gedag zegt en zo ongeveer iedereen voorrang geeft bij de bochten. Hij is zo sociaal dat hij tijdens het zwemmen achterom kijkt, even checken of het met iedereen wel goed gaat. Hij roept/vraagt dan ook gewoon dingen. Dit soms tot irritatie van de rest. Geniaal.

Novotel Manado Golf Resort 2016

Novotel Manado Golf Resort 2016

Ik zie deze zaterdag een nieuw iemand aan de rand van het zwembad. Een badmutsmeisje met grote mediterraanse ogen. Ze kijkt gespannen en uitgelaten tegelijk. Gefocust inspecteert ze het water en de zwemgasten die onverbetelijk hun baantjes afvinken. Ik zie dat ze op het moment wacht dat ze ‘in kan springen’, net als bij touwtjespringen. Ze stift op gegeven moment moedig in en nadert mij aan de overkant. ‘Gaat u maar voor hoor’ roept ze bijna buiten adem. ‘Zwem je hier vaker?’ vraag ik. ‘Nou, ik heb net hiervoor zwemles gehad dus ik ga nog even door. Ik kon vroeger wel zwemmen maar heb het al heel lang niet gedaan, vandaar.’ Er klinkt veni vidi vici in haar stem door en ik geef haar een vet compliment daarvoor. ‘Dankje’ klinkt het dankbaar en blij. En hup daar gaat ze.

In de snelle baan hangt een even zo snelle boy aan de rand van het water. De snelle boy is gok ik een mid-twintiger met een gemixte achtergrond. Nederlands-Surinaams denk ik. Het levert hem in elk geval een Memphis Depay-uiterlijk en features op, maar dan zonder tats. Hij draagt een zwarte zwembroek tot de knie met daaronder een opzettelijk zichtbare Calvin Klein-dupe onderbroek. Met de wetenschap dat ie knappie is, flirt en grapt hij gul met twee vriendinnen die daar ook in het hoekje van de snelle baan chillen. Een van die chicks is – surprise surprise- een Kylie Jenner lookalike. Haar valse wimpies spot je van een kilometer afstand, zo nep. En verder lijkt ze eigenlijk helemaal niet op Kylie want ze ontbeert de dikke lippen, boobs en billen. Haar vriendin is een struise Rotterdamse; en is in het bezit van wat in de modewereld van nu in is, namelijk curvy rondingen. Ze zwemmen wat, chillen wat en maken grapjes over de rode hartvormige ballonnen en Valentijnsposters die overal in het zwembad zijn opgehangen door het management. Als de dames richting minibubbelbad vertrekken, zegt nep-Kylie tegen Depay: ‘kom je niet gezellig bubbelen dan?’ Het klonk serieus als openingszin van een sluwe verleidster uit Temptation Island.

Het is tien over half een en ik heb toch zeker een paar keer in de file gestaan dan wel een paar inhaalmanoeuvres moeten uithalen in deze langzame baan. Het chloor prikt intussen in mijn neus, het is tijd om te gaan. Tot de volgende keer Kale, Bollyman, Kylie en Memphis!

Waar zit dit zwembad vol paradijsvogels dan. Nou, hiero.

Wat heb ik in mijn Pocahontas-tas

Nog een beetje wazig bestudeerde ik vanochtend in de Intercity Direct mijn Louis Vuittonnetje qua inventaris. En opeens zag ik daar poëzie in. Zoals schrijvers, dichters dat in het algemeen doen. Dingen droogobserveren totdat die talige bovenkamer gaat werken, om het vervolgens tot een onwaarschijnlijke woordenwaterval te roeren. Oh, wat zit er dan in die Vuitton-tas Ramona, dat je bovenkamer ging steigeren? Nou gewoon, alledaagse ik-neem-mee-naar-kantoor-dingen. En toen ik ze zo schijnbaar achteloos aan het ontleden was in de Intercity Direct, ontstegen ze vanzelf hun randomness als volgt (zoek trouwens zelf even de onderwerpen van gesprek in de foto op):

Magnetronbakje met couscous, broccoli, feta en Italiaanse worst. Hier heb ik afgelopen weekend een grote pan van gemaakt en onderverdeeld in to-go-bakjes. Met mijn Spartaanse fitnessregime sinds januari is dit gewoon het beste wat me kan overkomen doordeweeks: ruim voordat ik ga trainen, gezond snaaien uit, wat ik noem, bakjes voor de blokjes (op mijn buik). Brood van de Dirk gesneden in hun fancy broodmachine, uit de diepvries in de tas gepleurd: ik ontbijt meestal wel, maar de laatste tijd probeer ik iets meer efficiency in het ochtendritueel te knallen. Want ik haat haasten in de ochtend. Dus skip ik ontbijt en smeer ik pas een bammetje als ik op the office ben. Daardoor kan ik in de ochtend iets relaxter een gezichtje tekenen met mascara, poeder en oogschaduw while drinking een vers getapt bakkie uit de Bialetti-cafetière. Oh zo luxe. Op de foto ook een bakje selleriesalade van de Dirk (die ik eigenlijk niet zo lekker vindt, die van de Appie smaakt smeuïger. Yep. Blijkbaar kan daar dus kwaliteitsverschil in zitten, in een bak dressing waar getjopte sellerie doorheen is geroerd).

Mijn allergiedildo. Ja jongens, hij lijkt daar toch op qua vorm? Deze inhalator is zelfs in de winter my best friend, en dat is niet raar maar alleen maar heel bijzonder. Want wie heeft nou last van pollen in een seizoen waar alle bloemetjes tijdelijk zijn uitgeroeid door koelkasttemperaturen? Ik. I kid you not. Chloé eau de parfum. Complete chickpopulaties op deze aardbol lopen met deze geur op. Mainstream tot op het bot maar dat boeit mij in zijn geheel niet. Feit is dat dit een machtigsexy geurtje is dat zo intens naar honing ruikt terwijl dat er niet in zit. Heerlijk, ik hou van dat ongrijpbare (want dat ben ik ook, zeggen intimi). AquaFresh Intense Clean tandpasta. Dubbelfristandpasta noem ik het. Dikke onzin natuurlijk dat 24/7-frisverhaal maar eigenlijk ook weer niet. Want na het poetsen met dit goedje voelt het alsof ik drie pakjes SportLife tegelijk weg heb zitten tijgeren. Echt meesterlijk spul.
tas

GEVONDEN! Mijn camelkleurige leren handschoenen van de H&M. Ooit ingeslagen toen de kleur camel heel de fashionwereld voor het eerst terroriseerde en daarna voorgoed alle fashionista’s in de hip-greep hield. Inmiddels compleet doorleefd maar daardoor zijn het mooi wel handschoenen met karakter. En waar ben je met je handen tegenwoordig zonder onderscheidend vermogen. Precies. Mijn ABN e-dentifier. Afgelopen maand was het bal met de bank. Internetbankieren was stuk. Niemand kon bij zijn zwaarvergaarde kapitaal. En ik kon niet online shoppen. Blah. Deze e-dentifier heb ik niet altijd bij me, maar soms moet je je geld even tussendoor kunnen witwassen. En dan kunnen de grote jongensbedragen echt niet getransfered worden zonder extra controle en dus niet zonder e-dentifier. Snap jij snap ik.

PS: Pocahontas-tas is een oud grapje van mijn jaarclub toen ik een keer met een hysterisch-kleurige rugzak naar college wilde.