De Top Tien Broodje Aap-blogs 2018

Hallo fans van overal ter wereld. Hier issie dan, mijn eigen top 10 aan lulverhalen. Een fijne selectie aan apenkool, van al die andere aapverhalen die jullie allemaal verplicht moesten lezon in 2018. Kom op, vooral op 1 januari is het zaak om die lamgezopen hersens vol te stoppen met intelligentie. Go!

1. Het Aapje kan heel goed plannen #not
2. Het Aapje is verliefd op de buurtgym
3. Het Aapje loert naar peoples in het zwembad
4. Het Aapje gaat los op Balinese fissa
5. Het Aapje huilt bij de KFC
6. Het Aapje is een taalopschepper
7. Het Aapje weet alles eigenlijk al
8. Het Aapje en moedermonkey
9. Het Aapje enters the start up-wereld
10. Het Aapje eet bananen, geen rapportages, snap dat nou eens.

Bonustrack: Wat de monki betreft de mooiste van 2018: Het Aapje en de uil van de Minahasa.

Kus, banaan en tot snel in 2019!

Het Aapje en de uil van de Minahasa

Het is een proces. Mijn eerste belandde op mijn rechterrib. Ik wilde het klein en privé houden, ik hoefde hiermee niet per se naar de buitenwereld te flexen. Je zou het alleen zien als je met mij naar het strand zou gaan of samen met mij onder de douche zou stoeien. Heul privé dus. Het idee voor mijn eerste ontstond op Bali, nadat ik mijn vader op 4 Maart 2016 had begraven in Tondano. ‘Anak spanggal’ noemde Maramis senior mij altijd. Het betekent ‘enige kind’ in Menadonees dialect. Ik wilde papa niet random herdenken met een ketting of een steen met zijn naam erin. Het werd ‘anak spanggal’ als kleine, intieme tattoo op mijn rechterzij, op een stukje ribbenkast om voor altijd bij me te dragen. Na pa’s overlijden dook ik in het voorjaar van 2016 the Interwebs op, verder en verder op zoek naar mijn roots. Op de Minahasa-site las ik meer over het wapen van de Minahasa. Samen met de verhalen van mijn Menadonese familie, groeide mijn patriotistische eilandgevoel. Dat groeiproces voelde als niet uit te leggen-zo-speciaal, I can tell you that allright.

Een kleine toelichting tussendoor want het kan confusing zijn als je topografie sucks en je bovendien denkt dat Noord-Sulawesi op de Noordpool ligt: Noord-Sulawesi (aka Noord-Celebes voor de ouwe kolonialen onder ons), is een van de 34 provincies van Indonesië. De hoofdstad van Noord-Sulawesi is Manado en daarom noemen we onszelf Menadonezen. De regio/streek op Noord-Sulawesi waar mijn ouders vandaan komen heet de Minahasa, dus noemen we onszelf ook wel ‘orang Minahasa’. Tondano, dat ook in de Minahasa ligt, is het geboortedorp van pa. Capisce?

Anyway. Dat groeiproces over mijn roots zette lekker door. Drie jaar later, in november van dit jaar, is de tweede gekomen. Het was een proces. Met een van mijn meest dierbare personen deelde ik deze zomer het verhaal van mijn vader, waar ik vandaan kom, mijn cultuur. We praatten over tattoos next level, over symboliek en speciale betekenissen. Over zijn cultuur, over mijn cultuur, mijn adat, zijn adat. Over rituelen vertaald naar eilandsymbolen die veel en veel verder gaan dan een blije dolfijn op je schouder. Ik dook volledig geïnspireerd door onze persoonlijke verhalen, weer in mijn eigen Minahasa-roots. Opnieuw zocht ik naar het wapen van de Minahasa op de site. Een burung manguni (wijze uil) gedragen op de krijgersleus van de Minahasa ‘I jayat usanti’ (ferm & krachtig). Gebiologeerd sloeg ik het wapen met een groots gevoel van trots en eerbiedigheid als plaatje op in mijn hoofd.

Man, wat raakte mij dit. Deze pinda die na het overlijden van haar pa, bij wijze van rouwverwerking, steeds verder onderzoekt naar wie ze is en waar ze vandaan komt. Een pattriotistisch proces dat groeide en groeide. Ik begon te denken aan een nieuwe, tweede tattoo, drie jaar na de eerste. Superkieskeurig als ik ben, vind ik maar een paar locaties op het lichaam sexy en waardig voor een permanent plaatje. Een sexywaardige plek voor een indrukwekkend plaatje met betekenis. Een plaatje dat alles zegt over mijn dna, mijn roots. Ik ging diep met het nadenkproces. Een enorm persoonlijk proces dat, drie jaar na de eerste, werkelijkheid is geworden.

Het wapen van de Minahasa, de regio waar ik, mijn ouders en voorouders vandaan komen, pronkt nu sinds een maand op de binnenkant van mijn rechteronderarm. Anderhalf uur had Amsterdamse tattookoning Fabian Manuputty nodig om ‘m te zetten. Een tijd waarin hij normaalgesproken een complete Maorisleeve rondom een biceps tattoëert. Om aan te geven hoe gedetailleerd en precies Fabian de burung manguni naar het origineel op mijn arm moest fiksen. Het is dan ook geen dolfijntje hè. Terwijl Fabian een partij inkt en naalden door mijn lederhuid ramde, vertelde hij over zijn opa die overleed toen Fabian 18 jaar oud was. Hét moment voor hem om in zijn Molukse roots te duiken. Het was mooi om verhalen over onze roots te delen. Net zoals ik al eerder in de zomer mijn verhaal had gedeeld met dierbare. Het proces klopte.
tattoo s

Nu kijk ik dagelijks naar mijn wijze uil, mijn burung manguni. Dit keer wél op een plek for everybody to see. Zodat, elke keer als iemand ernaar vraagt, ik met gepaste pattriotistische trots kan vertellen dat ik Minahasa-meisje ben. Glunderend en ‘bangga’ (= trots in het Indonesisch) loer ik nu dagelijks naar mijn fasung -Menadonees dialect voor iets dat mooi of knap is- tattoo. Ok, ok, hij is zo verschrikkelijk pretty dat ik er nu wél vaak mee flex (lees: met korte mouwen op kantoor lopen shinen al is het freaking winter) en heb ik natuurlijk allang gezorgd voor een paar vette Instadrips. All for the likes, all for the likes. Ik ben per slot van rekening een ijdel aapje, duh.

Mijn burung manguni is geland op mijn arm. Geland om voor altijd te blijven. I jayat usanti, I jayat usanti.

Voor C.

Het Aapje loert aflevering #IntercityOma’s

Tegenover mij in coupé 20242 nemen twee dames plaats. Twee dames op beheurlijke leeftijd in de vertraagde Intercity Direct richting Damsko. De ene oude bes die recht tegenover mij zit naast het raam, heeft een compleet naturel gezicht alias een kale dorre vlakte is het. Haar zou ik zonder geriatrische toestemming meteen door een 60plus make-up tutorial willen rammen. Kledingtechnisch is ze ook drama. Een donkerblauwe veelste grote jas die ze uit een kringloopboedel heeft getrokken. Denk ik. Haar reisgenote, oude bes numéro 2, uhm zullen we het daar eens over hebben: een grande dame diva next level is ze. Totaal the opposite van haar reisgenote naturel. Gehuld in een lange camelkleurige overjas met lange revers inclusief, sorry peoples, een bontkraagje. Ze is behangen met gouden juwelen en haar mond draagt fuchsia lipstick. Deze vrouw is een badass. Ze praat deftig over de aankomende ski-vakantie. Over Charlotte die meekomt. Maar Quinten en Tobias waarschijnlijk weer niet. En de dochters, die trouwens ook niet (ik tel in mijn hoofd: er blijft niemand over). La Diva praat verder: dat ze natuhhuuuuurlijk niet in Duitsland skiën. ‘want daar zijn de bergen niet hoog genoeg heurrr want we zijn natuurlijk wel ervaren skiërs. We zijn overigens wel al te laat voor de sky Thalys dus we gaan met de auto, ook wel comfortabel.’

Al die tijd heeft Mieke Make-uploos aka oude bes nummer 1, gezwegen en volslagen ongeïnteresseerd geluisterd. Wat zeg ik. Ze luisterde überhaupt niet en keek uit het raam naar langszoevende vinexwijken. Natuurlijk een stuk interessanter dan het geblaat over de wintersporrrrrt. Maar dan gebeurt het. Mieke Makeuploos takes over en begint opeens over haar familiesinterklaas. De gedichten die nu al in de maak zijn ‘wat rijmt er nu op maat 43 want dat is nu precies de schoenmaat van Hans wist je dat ie nog steeds op de wachtlijst van een nieuwe heup staat? en de caravan van de buren is ook stuk.’ La Diva trekt bleek weg achter het keurig geverfde gezicht op leeftijd. Wat moet ik met deze totaal vinexleed-achtige kapotkneuterige onderwerpen terwijl ik net mijn 50-plus goldcard heb stukgeslagen op mijn skiholiday in Quote-sferen? Je ziet haar denken. La Diva kijkt even verstoord, maar niet op een vervelende manier, naar mij. Waarschijnlijk omdat ik net die schaapachtige licht brutale ‘ik hoor alles maar doe net alsof dat niet zo is’-monkeyface op heb gezet.

Dit mensen, is goud. Ik de treinforens. De observator. De oplettende monkey. De storyteller. Ik geef jullie dit cadeau. #geendank

You do the math, I go fix bananas

Het is maandag 19 november en ik leef nog. Daar was ik vorige week niet zo zeker van toen ik de maandrapportage voor een van onze klanten moest maken. Why en hoedan schoten als hysterische neonletters door mijn hoofd. Ik probeerde nog mijn beste amateurtoneelskills erin te knallen en bij partner Gijsbregt mijn meest theatrale wanhopige alfa-gezicht op te zetten. Maar G was onverbiddelijk: ‘als je content wilt managen moet je er cijfertechnisch ook iets zinnigs over kunnen melden.’ Bruuuur ik haat U. Ook omdat ‘ie gelijk had en heeft.

Het is niet dat ik die cijfers er niet in kan kloppen. I learned the hard way (lees: versies niet of fout opslaan, bug in oude rapportage waardoor het als unreadable doc werd opgeslagen, all drama). Dus toen op gegeven moment mijn Alfatranen waren opgedroogd, vond ik het zelfs wel lachen om die grafiekjes te zien stijgen. En daar dan iets opbouwends over te melden. In wervelende tekst welteverstaan, geheel verzorgd door woordenhosselaar, Het Aapje. Echt, ik snap heus de zin wel van rapportages. Alleen ben ik het aan mijn Alfastand verplicht om daar heel hysterisch over te doen. En so I did.

Ik lach hier nog.

Ik lach hier nog.

Nee even serieus: waar ik compleet gek van word, is O.P.M.A.A.K. Dáár word ik echt een mean monkey van. Dat alles verspringt wanneer jij net alle data superstrak in een schema hebt zitten slicen. Dat letters opeens in een witte sneeuwvlakte verdwijnen op je scherm omdat je in het copy pastaproces apparently stomme codering hebt meegesleept in je ellendige non existant-opmaakskills. Dat, lieve apenkoppen, is de grootste energy drain in mijn hele leven. De opmaak. Het liefst kopieer ik dan ook complete next level dichtgetimmerd-opgemaakte en ready to re-use-plannen van anderen. Anyway, als dáár dus de boel alsnog verspringt, dan spring ik op mijn dikke beurt van een brug. In mijn hoofd dan hè. Wisten jullie trouwens dat zelfs de meest simpele opmaak in Canva verspringt? In Canva mensen!

Maar goed. Ik heb het overleefd. Ondanks het feit dat ik die bewuste dag van alle stress heb zitten survivallen op slechts 1 mini-Twix. Waarvan ik de caramelvulling gebruikt heb om mijn stukjes uit elkaar gespatte breindelen, weer aan elkaar te plakken.

Eens een hysterische Alfa, altijd een true Alfa.

PS: voor de peoples die zichzelf stuk piekeren wat ik bedoel met Alfa: dat zijn de mensen van wie het talige brein bovenmatig is ontwikkeld. Precies, dit is de bevolkingsgroep die niet kan rekenen want daar heb je die dikke nerds voor. Juist, de Bêta’s. Capisce?

Het Aapje en de Toekan 2.0

Elegante lange tafels gedekt met linnen en glaswerk. De grote hoge zaal, door de intens grote raampartijen, badend in het licht van de late novemberzon. Families van heinde en verre vorkjes prikkend en toostend op de jarige en/of jubilerende medemens. Ik kon een gevoel van behagelijke ‘gezelligheid met een classy twist’ niet onderdrukken. Goed gedaan hoor Toekan, mijn eerste indruk is een ingelijste glimlach voor boven de open haard forever. Afgelopen zondag was familie Tiwow-dag aka verrassingafscheidsdiner voor mijn mama. Locatie: van der Valk in sexy Almere. Ik geloof dat mijn laatste van der Valk-experience een kantoorseminar was van honderd jaar geleden.

Anyway, mijn tweede indruk anno 2018 deelde ik met mijn eetgrage nichtjes. Onze ogen rolden er namelijk bijna uit toen we het buffet achterin de zaal zagen. In een roes liep ik ernaartoe. Ik hoorde de oh’s en ah’s van mijn nichtjes als gedempte stemmen ver weg in mijn oorschelpen. Wat wij zagen waren langwerpige Jan des Bouvrie-ish loungeblokken waarop allerlei voedsel was gedrapeerd. Van carpaccio, biefstuk, zalmtartaar, pasteitjes, verse croissants, American pancakes, gemarineerde kip tot aan friet met kroket retteketet toe. De keuze en gevariëerdheid was intens en overviel ons allemaal een beetje. Totale anarchie overviel mij vooral. Ging ik eerst voor de zoete dingen of toch beginnen met iets warms. Of allebei tegelijk? Herinneringen aan mijn wijlen keukenkoningin aka oma Tiwow, kwamen spontaan weer naar boven: haar aanrecht in Groningen stond ook altijd permanent vol met rolkoek, kip, koekjes ‘kue biji’ en dampende rijst in de hussel. Al het eten stalde ze vervolgens in de voorraadkast. Als kind verstopte ik me daar altijd. Mijn eigen EetWonderland. Back to de Valkjes. Met grote borden tegen de borst gedrukt liepen we langs alle voedselblokken in onze eigen gekozen volgorde. Als een soort Inspectiedienst met proefbevoegdheid schepten we behendig op: zalm check, friet check, gewokte kip check. En zoals te doen gebruikelijk ging ik bloedfanatiek van start: buikje open en vullen maar. Ok, ok. De hele familie Tiwow doet dat. Eten als madmen.

Maar na bord drie werd ik overvallen door een soort gek gevoel van melancholie. Dit magische eetmoment met familie. Tuurlijk, eten met de familie is een vaste waarde, een familieritueel dat de afgelopen jaren ontelbaar vaak de revue is gepasseerd (en voor het eerst dus in een van der Valk), maar toch. Ik voelde ook een raar soort maatschappelijk besef. Er zijn te veel families op de wereld die dit níet hebben: De rijkdom van samenzijn. De warmte van de voorspelbare grapjes en de vertrouwde, al duizend keer gehoorde anekdotes, om je heen. Het uitbuikmoment, de slok champagne, de limonade. Deze enorm mooie Van der Valkzaal. Als een gevulde pastei vol mensen. Die elkaar lief vinden, elkaar waarderen en koesteren. Ook al is een familie onderhouden soms taai. Of pijnlijk of allebei tegelijk. Je houdt (alsnog) van elkaar, al vorkjeprikkend. Voor het eerst in mijn leven vond ik dit niet kapotburgerlijk, eerder ontroerend.

Allemachtig wat was dit ontroerend.

Het Aapje en haar filosofische apenkooi

Mijn moeder die naar de Griekse deli in de Pannenkoekstraat wilde, ondanks het kapotdruilerige weer. Ik wilde niet maar dacht opeens aan al die kinderjaren waarin ik ook per se op het hobbelpaard in het winkelcentrum wilde. Of een ijsje in de winter (ik kreeg).

Een stagiair op het werk die zijn rap/soul-ish soundclouddemo’s aan mij mailde. Ik dacht meteen aan mijn spoken wordgedicht in progress. Of ik zijn Joey Badass-arrangement daarvoor mocht gebruiken (ik mocht).

Vriendinnen die een ode brachten aan mij, in speeches en dichtvorm. Ik huilde en dacht opeens aan al die keren dat ík mensen toesprak. Of die keren dat ik een gedicht voor iemand schreef (ik geef).

Mijn vriend, mijn sparringpartner aan wie ik al mijn verhalen vertel. En van wie ik zo veel terugkrijg (ik ontvang een precious telefoongesprek van 120 minuten).

In een mensenleven wil je iets, wil je niets, ontdek je iets en hoor je iets, geef je graag iets. En je gaat terugkrijgen. Het gaat naar je toekomen. Je ontvangt wat je toekomt. Gewoon, op dagelijkse basis. De vorm van wat je krijgt variëert.

Ik wilde niet naar de deli maar ik ging. Ik kreeg kwaliteitstijd met mama.
Ik schreef een spoken word en deelde mijn story met de stagiair. Ik kreeg er een passende toffe track voor terug.
Ik trok voor de verandering mijn dichtersjasje niet aan. Ik kreeg er een spiegel op papier voor terug.
Ik praat honderduit tegen mijn vriend. Ik krijg kostbare tijd om te koesteren.

Ik wilde niet ik ging ik schreef ik hoorde ik huilde. Ik vertel ik krijg ik geef ik ontvang. #monkeycycleoflife

Hey Monkey, are you a start up (p)resident now?

Sinds een maand zit Týrsday op TQ en delen we de ruimte met Kinder, het andere bedrijf van partner Mathys. TQ zit aan het Singel bij het Muntplein in het voormalige ABNAMRO-pand. Het is een tech bedrijfsverzamelgebouw van het überhippe soort. Met on point faciliteiten to please her residents. Ja, wat wil je ook als deze hub gepartnered wordt door KPMG, ABNAMRO en Google. Anyhow. Via Slack kreeg ik mijn onboardingdocument met de huisregels horend bij het nieuwe kantoorconglomeraat KinderTyrsday. Een fijn naslagwerkje met de usuals zoals waar de wifi, waar de koffie valt te tappen, waar workspace-afspraakjes maken. En dat je vooral van de schalen met nootjes en fruit mag pakken voor je vitaminen- en mineralenfix. Maar niet alles in 1 keer opeten. Juist.

In onze kantoorunit wordt er vooral heel geluidsarm gewerkt. Veel koptelefoons en oortjes voor de peoples die wel goed gaan op een beetje reuring in de oren. Ik ben daar eentje van. Silent solo disco. Omdat het nogal silent is, slacken we voortdurend met elkaar. En we hebben Trello en mail en good old Whatsapp.

Ik snap opeens warum de Onboarding laws voorschrijven dat koffie halen een groepshug-moment hoort te zijn. Hét blijkt het moment om elkaar beter te leren kennen. Andere momenten bestaan niet; omdat je dan namelijk keihard je skills tegen de plinten aan zit te knallen in naam van Týrsday, in mijn geval. Kennismakings kan overigens ook heel prima op de roemruchte TQ Happyhours, elke vrijdag (watch my next blog on this one). Wil je daarnaast écht iets substantieels bespreken, iets waarin emotie in je stem nogal doorslaggevend kan zijn om je punt te kunnen maken? Buiten de offices zijn in de gangenstelsels overal knusse nisjes gecreëerd waar je chill met je laptopjes hardop kunt overleggen. Zei ik overleggen? 80% van de TQ residents chillen languit op de banken, designstoelen en hangmatten while working. Heel verleidelijk, maar ik zou serieus in slaap vallen in lighouding. Of ben ik gewoon te gewend geraakt aan de arbo-verantwoorde corporate rechtopzitten-stoelhouding? Who knows. Meetingrooms zijn er overigens ook. Dat geldt ook voor de eenpersoons phoneboots: bel/werkhokjes waar je even solo aan je start upcarrière kunt skypen. Heb je ADHD of is je Molly van afgelopen weekend nog niet uitgewerkt? Pingpongtafel, trampoline en stoelmassages zijn available to release some tension.

Irritant hè dat Engels overal doorheen in dit blog. Dan moet je sowieso niet op TQ willen werken. Nederlandssprekenden zijn exotische menschen hier. Minstens 99% aan Engelse woorden, zinnen en combinaties daarvan galmen en gonzen door dit pand dat het een lieve lust is. Daartussen roept een verdwaalde Italiaan of Kroaat iets techy in zijn moerstaal. Maar verder lekker Engelsings. Deal with it. So do I.

Verder ben ik hier helemaal in mijn element qua dresscode. De start upgurlz hier dragen óf hoodies high waists sneakers óf boyfriend, vintage overhemd en loafers. En alle Sartorial-proof lookjes hiertussen in. Love this so much. Ik heb de TQ catwalk tot nu toe voornamelijk gelopen in mijn Madonna- en Run DMC-shirt, hoodie over caps, broeken met Filasokken eroverheen, mijn Nike Air Max afgewisseld met Air Forces. Dat ik ooit op kantoor heb rondgelopen in strakgesneden broeken, jasje en blouse en rennend van de ene bila naar de volgende boardroomsessies op glimmende Chelsea-boots, is mind blowing onvoorstelbaar.

Dat ik hier bij Týrsday zit te werken waar je output, je suggesties en je contentadviezen realtime worden aangenomen, zonder dat het eerst in twintig target-afvinkbare projectplannen moet worden geknald, is ook intens ongelofelijk. Er is no such thing als hiërarchie, clusterhoofden, afdelingscoordinatoren en chef controles. Hier zijn het de partners en collega’s die je direct voeden met werk dat gedaan moet worden. Die weten waar jij qua skills goed op gaat. Dus waar jij blij van wordt, stop jij in je werk. En wat jij met liefde erin stopt en waar je je goed bij voelt is hands down goed voor Týrsday. Klinkt simpel toch? Nou niet voor corporates waar de dagelijkse dingen des levens zo gaan: ‘conform je competenties ga jij project X en Y doen. Middels milestones kijken we dan naar de next steps en of je na je jaargesprek je competenties moet herzien.’ Lees dit een paar keer en je krijgt door hoe lekker de minds van een start up werkt. Hoe een corporate denkt en werkt moet je gewoon negeren, duh.

Týrsday any other day. It works for me for sure. En nu kijken hoe ik de komende maand November to Remember bij deze leuke jongens&meisjes van Týrsday doorkom. Later!

 

Mama was here

Sinds een week is mijn moeder in Nederland. Nog geen twee weken geleden was zussie hier, die inmiddels via Florence en München weer op Bali is. Ja, het is hysterisch die familie van mij.

Sinds een week is mijn moemie hier. Mijn ooms, tante en ik haalden haar in het ochtendgloren op van Schiphol, met als doel haar z.s.m. naar huis te brengen (bij tante in het Haagsche) en haar in een fris opgemaakt bedje te leggen. Een jetlag bij een zeventiger eruit kloppen kun je maar beter zorgvuldig doen.

Mama❤

Mama❤

Hoe anders liep het. Mijn moeder wilde helemáál niet slapen. Nee man. ‘Mama wil een Nederlandse simkaart in de stad regelen, gelijk even winkels kijken toch?’ En zo hobbelden mijn twee ooms, mijn tante en ik als chaperonnes braaf achter mama aan, de paden op, het Haagsche Noordeinde in. ‘Ik heb zin in falfel, eh falafel’ meldt moeders monter tussen haar hippe sneakerlooppassen door. Even daarvoor toverde ze nog een quiche van Starbucks uit haar handbagage. ‘Heb ik gekocht vlak voordat ik weer moest boarden.’ Mijn moeder, die net koud een uur geleden door Singapore Airlines vanuit Jakarta in NL was afgeleverd. Mama die er belachelijk frisfruitig uitzag, gezegend met een gezonde portie eetlust, zich voortbewegend met het tempo van een Indische hinde. Het ontroerde mij.

Van de week appte onze schoonmaakster Rabia dat ze aankomende zaterdag niet zou komen poetsen. Ze vliegt naar Marokko om haar zieke moeder te verzorgen. Mijn gedachten stonden opeens stil. Mijn gemoed wat zwaarder, het tempo lag eruit. Ik moest opeens aan papa denken. Pa die in 2016 een hersenbloeding kreeg en aan de gevolgen daarvan is gestorven. Halsoverkop vloog ik naar Manado, Indonesië naar een dode vader. Verzorgen kon niet meer.

Mijn moeder woont in Jakarta en, gelet op haar gesteldheid, nog enorm kwiek voor haar leeftijd. Er komt een dag dat dit allemaal voorbij is. Dat ik een vliegtuig pak, niet om haar te verzorgen, maar om haar as uit te strooien in de Indische Oceaan. Mijn moeder. Ze is hier in Nederland. Alle tijd die ik hier met haar ga doorbrengen is me, nog voordat het heeft plaatsgevonden, al enorm dierbaar. Ik ga haar vasthouden in een tempo dat mij past. Ons allebei past. Rabia wierp me van de week onbedoeld een count-your-blessing-moment recht in mijn schoot.

De gedachte daaraan ontroert mij.

Hallo Meneer Start Up, ik ben Het Aapje!

Mijn eerste werkweek bij Amsterdamse start up Týrsday is afgevinkt beste mensen. En ik vind daar wat van. Ik ben namelijk een super newbee in de wereld van start ups. Jaja, want deze monkey heeft haar werkervaring namelijk vooral bij grote jongens opgedaan. De Big Four, telecom, ministeries en onderwijs slash medische instellingen. Dat werk. Sinds ik de start up-wereld ben binnengewandeld, verwonder ik mij. Met een grote glimlach. Vanaf nu neem ik jullie mee in mijn Alice in StartupLand-avonturen. Let’s go!

Ik heb mijn solliegesprek en eerste werkweek op Týrsday’s kantoorboot gehad. Dat klinkt in principe nog niet heel spannend, maar wel als ik zeg dat die bateau op de Amstel lag te shinen, pal voor de Hermitage. Dus dan hebben we het over een triple A-locatie. Oh. Is dat sensationeel dan? Voor een kantoorklerk zoals ik, die gewend is bij grote corporates te werken, waarin je huis in een muffig kantoorkolos woont van pakweg tien verdiepingen hoog langs de A1, is het antwoord: Ja. Om het nog scherper te stellen: Als je op een regulier kantoor werkt, dan vinden teamuitjes plaats op ‘leuke’ locaties zoals een salonboot door de grachten. Precies, zo’n boot waar ik dus nu op heb gewerkt. De boot als uitje versus de boot als kantoor. Zoek de verschillen in hipsterheid. Anyway. Aan het roer van Týrsday staan twee partners, Gijsbregt en Mathys. Gesprek 1 had ik met Gijsbregt op de bateau en gesprek 2 met Mathys in Tyrsday’s nieuwe hi-ha-hipster onderkomen TQ aan het Singel (over die nieuwe office blog ik next time). Beide gesprekken met de heren partners gingen vloeiend en organisch. Maar toch ook spannend. Immers, ik had mezelf helemaal in de shine gezet als contentwriter en niet als contentmanager. En toch voelde het goed. Zij hadden/hebben het vertrouwen in mijn expertise en hadden/hebben vooral heul veel zin mij dingen te leren. Over hoe Týrsday werkt, de tech die zij gebruiken voor het storytellen voor klanten. Zet dat naast een random sollicitatieprocedure van een willekeurige corporate en zoek de verschillen. I promise, je bent next year nóg bezig. Van de humorloze notificatiemails zoals ‘bedankt voor je interesse in ons bedrijf. U ontvangt spoedig bericht over het verloop van de procedure’ tot aan de classic afsluitende pay offs die je roept na je eerste gesprek, such as ‘Nou, dank voor het leuke gesprek. Succes met de procedure en ik hoor het nog wel’, is niemand nooit echt beter geworden. Ik daarentegen van een high five van Mathys bij wijze van ‘je hoort nog van ons’ na ons gesprek, wel. Slechtlange zinnen, ik weet, maar voelen jullie het verschil? De vibe?

Dan de hele attitude van start uppers, zullen we het daar eens over hebben.
Vorige week kreeg ik enthousiast uitleg over de kwartaalrapportages die ik binnenkort zelf moet draaien. ‘Heb je weleens eerder met Google Analytics gewerkt’ peilde Gijsbregt, precies op het moment dat ik mijn moeilijke Alpha-face opzette (lees: ik ben Alpha, dus ik ben van de fancy woorden&zinnen dus sterf ik een langzame dood als ik moet werken met stats, tabellen en cijfers moet interpreteron). Ik kon op dat moment twee dingen doen: a) heel stoer mompelen dat ik ‘weleensooitlanggeleden’ met GA heb gewerkt (klopt ook wel, maar heb het verdrongen) of b) heel fierce ‘nee!’ roepen. Ik koos natulek voor optie b). Waarop Gijsbregt dit riep: ‘WAT TOF, DAT BETEKENT DAT JE IETS HEEL NIEUWS BIJ ONS GAAT LEREN!’ Totaal beduusd van dit rammende enthousiasme vluchtte mijn blik van de schrik naar een vrij intimiderende kwartaalrapportage op mijn Mac-scherm. En daarna had ik een binnenpret-momentje. Wát een gasten zijn dit. Zo blij als ze zijn en zo ready om kennis met je te willen delen. Daar kunnen corporates wel wat van leren met hun opleidingsbudgetten-bureacratie en ‘even kijken of we iemand kunnen vrijmaken zodat je zo snel mogelijk aangeschakeld bent’ (man man man).

Allesh is natuurlijk nog brand new. Maar als je Trello (kom ik zo op terug) meteen vol wordt gestopt met meeting bij klant, eindredactie en interviews met klanten, dan heb je me hoor. De verantwoordelijkheden die ik krijg en het vertrouwen dat ik het ga fiksen, wordt gepresenteerd met een energie die ik niet meteen kan thuisbrengen, maar wel heel anders aanvoelt dan wat ik normaal gesproken gewend ben. Minder reserves en argusogen van kantoorklerken die zich allang en breed door de noeste kantoorhierarchie hebben gebilaat, gejaargesprekt en geheidag-geworsteld. Wél heel veel meer Gaan met Banaan, met dat eindeloos aanstekelijke enthousiasme. What’s not to like eigenlijk (nou ja ok: KWARTAALRAPPORTAGES als ik toch moet kiezen).

Heb ik het al gehad over al die vernuftige en zo voor de handliggende apps die Týrsdayers gebruiken? Slack, hun.eigen cms Create, Google Docs (heb ik natuurlijk zelf allang maar werk er alleen maar xgvdfoefsdfesresrz),
en Trello (voor iedereen met planningsfobie). Ik zou bíjna mijn statige Outlook, de excelsheets (oh joy), de G-schijf en de eventuele kapotvage afdelingsschijf waar werkelijk niemand verder bij kan, missen. De overzichtelijkheid versus de zwierige apps die onderling lekker wat-jij-wil aan elkaar zijn getweakt. Ik overweeg Trello bij mijn vriend te introduceren. Samen hebben wij namelijk een te belachelijk druk leven, waarin planning van levensbelang is. Maar first things first: eerst maar eens kijken hoe ik mijn tweede week bij deze leuke jongens en meisjes van Týrsday er vanaf breng. Spreek jullie laters. Of zullen we Slacken?

Het Aapje in de battle met Griekse pollen en melancholische dingen

Ik was op jaarclublustrum in de derde week van September. Een memorabele week waarin de enige conclusie die getrokken kon worden is dat wij, 10 chicas sterk, met elkaar, goud in handen hebben. Alle huidige negatieve publiciteit rondom het Groninger Studenten Corps ten spijt; de band die we hebben is onaantastbaar en waardevast tot het einde der tijden. Ja, daar hebben we excessief bier voor moeten drinken. En ja, daar hebben we geheel vrijwillig infantiele maar best taaie ontgroeningsrituelen voor moeten doorstaan. En nog een paar andere typische studentendingen die buitenstaanders nooit zullen begrijpen.

Geeft niks. Want ik was op jaarclublustrum in de derde week van September en het was magisch. Een ABBA revival poolparty was genoeg om überhaupt alle epische party’s die ik ooit had afgevinkt, te doen verbleken. Samen in je nakie in het zwembad springen in de donkere Griekse zwoelie nacht terwijl je een longontsteking riskeert, het boeide niet. De Griekse eilandwind föhnde ons droog (toch?). Diezelfde wind bracht trouwens ook een container aan pollen mee. Een woeste Sirtaki in mijn neus en ogen vond plaats, waardoor ik Griekse hooikoortstranen in mijn cocktail moest plengen. Maar het boeide niet want we hadden elkaar.

Vijf dagen lang genoten we van bourgondisch Griekenland. Units in wijn gekookte octopus soepel in de fusie met wijn en Ouzo (wie btw Ouzo drinkt, verklaar ik voor gekkie. Maar dat geheel terzijde). We gingen goed op ijskoffies want daarentegen bleken de Griekse traditionele koffieblends totaal ondrinkbaar te zijn, maar ach wat boeit zoiets. Wij hebben elkaar.
Picture_20181005_100918254

Telkens als de hectiek van downtown Athene ons teveel werd, parkeerden we onze huurbolides bij een random strandclub en gooiden we de glossy’s, dolmades, strandhaar en diepe gesprekken in de hussel. We aten zandkorrels en lachten de supergeestige Groninger-anekdotes weg op een zeilboot later in de week. En dan kon het zomaar gebeuren dat tijdens ons fietstripje the next day, dwars door de vismarkt van Athene, ik superemotioneel werd. Want papa, ouwe visliefhebber, had spontaan bedacht zichzelf even op ‘aanwezig’ te zetten. Mij te laten voelen dat ie er was. En hoe, want ik brak volledig. Wat is het dán rijkdom dat de meisjes er zijn om troost te geven (ok en wijn daarna voor de schrik).

Ik was op clublustrum in de derde week van September. Het was magisch om vijf dagen lang zoveel lobi te voelen. En dat we die rijkdom delen voor de rest van ons leven.

Zomaar een melancholisch hooikoortsverslag van een oud-Vindicater die op lustrum was in Griekenland. Hoort U de snik ook in mijn stem? Nee? Lees dit blog dan opnieuw. Codewoord: vriendschap tot in de eeuwigheid.