Gymmen bij Cobi van de zonnebank

Jongens, ik heb bij toeval mijn eigen buurtfitnesskroeg ontdekt en ben nu al verliefd. Maak kennis met mijn nieuwe crush: Recreatiecentrum Oostervant, zo’n drie koprollen van huis vandaan. Typisch zo´n buurtvoorziening geschikt voor het hele gezin: oma stal je met een pak bingokaarten in het Wereldrestaurant (´deze week ons wereldgerecht stamppot peentjes en verse worst voor maar 7,50 euro`), de kindjes knal je in het kinderbad, de neefjes kunnen zaalhockeyen, mama hangen we aan de bokszakken voor die felbegeerde instafithotbod en papa kan zijn verroeste bowlingbal weer eens uit de kast sleuren (of doe maar niet eigenlijk). Recreatiecentrum Oostervant. Van binnen ziet het er uit zoals het klinkt: Campy en compleet over datum. Het interieur doet zo verschikkelijk pijn aan de ogen, dat het gewoon hipster is. De roodbruine bakstenen muren, de bruine tegels met die typische terracotta overloop op de vloeren en sanitair; het is heel overweldigend en intens. Het gebouw schat ik minstens dertig lentes oud. Maar wat geldt voor de tempels van de oude Grieken geldt ook voor Oostervant. Het zijn bouwwerken van het type robuuste units die moeiteloos veldslagen, krakersrellen en de immer onvermoeibare vastgoedbouwsloopkogel overleven.
Picture_20180122_090340267
Als de atoombom een keer neerklettert, dan ben ik hier aan het schuilen, zoiets. Oostervant is oud, maar alles doet het nog, en wat functioneel is ís gewoon functioneel. Verlichting is om je weg te vinden in de ruimte waar je bent, van gedempt sfeerlicht hebben ze hier nognooitniemand gehoord. En vooral: automatisering heeft nog maar mondjesmaat zijn invloed gehad op dit stokoude sporthuis. Schattig vind ik dat. Zo kom je het centrum niet binnen via een flashy poortjesscanner. Nee, hier meld je jezelf nog netjes zoals het heurt bij Cobi aan de balie. Die vervolgens je pasje scant en je een bonnetje geeft voor de gym. Voor elke sportaanbieder in Oostervant krijg je een uitdraai die je afgeeft bij je trainer als bewijs van deelname. Maar het is natuurlijk vooral om de gigantische Miss MoneyPenny-administratie op orde te houden (lees: plastic ordners vol insteekhoesjes met ledeninfo). Volkomen hysterisch en hopeloos achterhaald. Maar het werkt wel.

De fitness is dus uitbesteed, aan een org met de zalige naam Buurtfitness SportLokaal. Toegegeven, deze naam hielp niet. Dus mijn verwachtingsmanagement had ik al ingesteld op -7. Ik gokte hoogstens op vier apparaten voor buik, armen, benen plus een cardio-unit waarop je kunt faken dat je de marathon net fluitend hebt afgevinkt. Maar, toen ik de gang doorliep, langs de sportzalen voor zaalhockeytoernooien en de entree van de buurtfitness binnenwandelde slikte ik die stereotype gedachten meteen weer in. De Buurtfitness blijkt een enorme sportruimte met aparte zalen voor crossfit, groepslessen en de hoofdzaal met prima apparatuur waar op de vide, nóg meer impressive apparatuur is uitgestald. ´Hier sporten vooral de boys (uit de hood), maar iedereen is welkom natuurlijk´ vertelde de blije fitnessinstructeur blij. Dat laat ik me natuurlijk geen twee keer vertellen want het zijn precies deze hardcore buikspiermartelapparaten waar ik de komende tijd dikke vriendjes mee ga worden.

Inmiddels heb ik al flink zitten apenkooien in de fitness en het zwembad (jaja) en heb ik ook al heerlijk gesoezeld onder de zonnebank. Die laatste staat in een ruimte die je zelf moet openen met een loodzware Cluedo schatkistsleutel, uitgereikt door Cobi herself. ‘Zonnebank aub zelf schoonmaken voor de volgende gast. Danku’, hangt er in legendarische Hyves-font op een geprinte A-vier aan de muur. Want het blijft natuurlijk wel het Rotterdamse Oostervant buurtcentrum hè mensen. Niet eindeloos lullen, maar meedogenloos sporten en na afloop zelluf poetsen. Recreatiecentrum Oostervant, nu al dé ontdekking van 2018.

Flamencovluggertje

Aan het begin van de lente dacht ik ‘doe ‘s supergek en boek een proefles Flamenco dit najaar’. Kwam natuurlijk ook door mijn Barcelona-avontuur en ik he-le-maal aan ging bij het zien van een vurige Flamencodans door zo’n beweeglijke kleine churro met een mooie jurk aan. En ik zie dan ook vaak aanknopingspunten om mezelf diezelfde warmbloedigheid toe te dichten. Bijvoorbeeld dat ik een vet Spaanse naam heb. Omdat ik ook zo’n petit latin postuur heb. Grote ogen heb waarmee ik met melancholische swag kan rollen op de maat van de castagnettes. En uhm dat ik regelmatig vino rojo en cervezas klap.

Dus had ik vorige week die bewuste Flamenco-uitprobeerles. Op weg naar de oefenruimte kwam ik een paar dames tegen van het kaliber ‘kort pittig kapsel’ en ‘ik draag een vormeloze jurk-kijk-maar-hoe-lelijk’. Op de een of andere manier is zo’n provinciaal cursushuis een chick magnet voor dit soort types. Anyway. Ik ging er met mijn botte hoofd vol stereotiepe aannames vanuit dat ze vast kwamen voor een cursus therapeutisch kantklossen of aquarellen met kwasten gemaakt van restjes geitenwollen sok. Maar toen ik de oefenruimte binnen kwam wandelen stond die kantklosposse er al. De Spaanse les-mejuffrouw was gelukkig mijn bliksemafleider. Een Hollandse dame die, doordat ze al dertig jaar in het Flamenco-vak zit en ook studiereisjes naar Sevilla organiseert, er inmiddels zelf als een Spaanse zigeuner uitzag. Tellen ging in het Spaans, de bewegingen en aanwijzingen met 1000% Spaans temperament. Kijk, zo leer je de Flamenco en niet anders. Voor ik het wist zat ik met het vuur in mijn ogen ritmisch te klappen en te tappen op mijn hakken. En leerde ik binnen een kleine drie kwartier slechts een fractie van wat Flamenco in het diepst van haar wezen is (een levensstijl mensen, een levensstijl). Verliefd was ik. Flamenco, together with my name: ik bén het gewoon and I own this.

Mooi. Zal ik jullie nu dan meteen weer uit de Flamenco-bubbel halen? Huh? Ja precies. Ik heb besloten de cursus níet te gaan volgen. Want die medecursisten hè. I just can’t. Natuurlijk gaat het om de dans. En of je de ambitie hebt om die onder de knie te krijgen. Die heb ik nog steeds. Maar ambitie wordt ook voortgestuwd door andere factoren. Zoals ‘met wie zit ik acht tergend lange, en bikkelharde trainingsmaanden in een groepje?’ Aight. Ik kreeg simpelweg geen energie van deze kantklossende, grijzewollensok-aquarellerende vrouwen met de motoriek van een hardhouten Flamenco-gitaarstandaard. Grote kans dat ze mij ook maar een fladderige huppelkroepoek vonden? Dikke prima. Ik bedoel, ze zullen allemaal best aardig zijn, maar ik wil kunnen bonden met mijn dansguapas. Ik wil na een heftige les meteen de kroeg in kunnen duiken en filosoferen over het megahypnotiserende pálmas, over de instant blijheid die je overvalt wanneer je de Alegrías danst. Ik wil, als we hard werken aan de jaarlijkse eindvoorstelling uitgebreid shoppen voor de perfecte Flamenco-outfit en uren, dagen en nachten slap lullen over Flamenco make-up tutorials dat verder geen enkel doel heeft. Ik wil niet op suffe studiereis. Ik wil een weekend Ibiza en daar een Flamenco flash mob doen. In bikini. Precies. That aint’ gonna happen met deze Vereniging van Nederlandse Mormonen-Vrouwen. RAMONA, ga je mond spoelen! Heb ik braaf gedaan. maar ik blijf bij mijn plan B. Of eigenlijk plan A, mijn all time grote liefde. Ik heb mezelf namelijk zojuist ingeschreven via de VU voor Hip Hop niveau II. Komen jullie aan het einde van de rit naar de voorstelling kijkon? Drinks zijn alvast on me. Hasta luego!

PS: de titel was soort van inkoppertje, maar manmanman #zoslechthebikmnognooitverzonnen🙈.

Ik gun iedereen het bananenparadijs

Afgunst. Ik ken het niet. Ik ben gewoon geen afgunstig persoon. Ik gun mensen van alles. De liefde, lekker eten, leuk werk, snoepreisjes, een paaldansdiploma, bananenschuimpjes, een miljoen, een gezond hart. Nah ok. Sommige mensen gun ik een vrije val in een bak met kakkerlakken. Maar dát geldt alleen voor heel nare mensen.

Ik ben niet afgunstig. En omdat ik dat niet ben, valt het des te meer op hoeveel mensen dat wél zijn. Het als hobby beschouwen. Zoals laatst, toen ik met tien andere werkmurwe forenzen in de Hall of Sardines stond van de Sprinter Holendrecht-Rotterdam CS. En uitgerekend op deze uitdagende twintig vierkante centimeters sloeg een heftige allergieuitbraak toe. Waardoor ik mijn poezelige neus onmiddelijk moest snuiten met een papieren zakdoekje. Even voor het beeld: mijn nagels waren op dat moment laguneblauw gelakt. Een nogal opvallend contrast in combinatie met mijn maagdelijk witte zakdoekje.

Ok. Ik hoor u denken: ‘waar wil deze op cliffhangerbeluste blogger heen?’. Ik ga het u nu vertellen. Op het moment van snuiten voelde ik opeens een priemende blik van de chick waarmee ik de middenpaal in de Hall of Sardines moest delen (lees: handen aan de paal, om in geval van botsing, niet meteen door drie coupé’s tegelijk te vliegen. En vooral om niemand eraan te helpen herinneren dat dwergwerpen ooit een serieus dingetje was op televisie). Dus, haar priemende blik, haar ogen vol afgunst. Wat ook niet hielp: de chick toornde minstens 38 cm boven mij uit. Dus haar ogen puilden niet alleen uit van afgunst, maar ze keek ook nog eens néér. Haar moeder zou echt heel trots op haar zijn geweest (not).

Ik dubbelcheckte na mijn snuitsessie voor de zekerheid haar gemoedstoestand, en keek ik haar op mijn beurt quasinonchalant aan. Zoals alleen katten zo niet-geboeid naar je kunnen loeren. Op dat moment trok ze met haar overbite haar linkerhandschoen uit, en gleed ze heel demonstratief met die hand door heur haar. Alsof ze een weggewaaide lok wilde terugzetten. Maar er viel niets te corrigeren. Haar kapsel stond namelijk compleet stijf van de haarlak, waardoor er een helling van 0,1 graden was ontstaan van kruin tot schouder. Geen speld tussen te krijgen. Ja, een longboard, die wel. Maar die superoverbodige hand was nu juist het antwoord op haar afgunst. Die was namelijk voorzien van de meest vilein gelakte Cruella de Ville-gelnagels ever seen. Bloedrood, glanzend, puntig en lang. Aha. Deze chick wilde dus even laten zien wie hier de onbetwiste nagelkoningin van de Hall of Sardines was, hahaha.

En zo keek ik ook. Triomfantelijk en geamuseerd keek ik naar haar op, in het felle licht van de Sprinter TL-bakken. Met mijn zelfingenomen bekkie (ik ben inderdaad niet afgunstig maar soms wel uhm zelfingenomen? Nee ook niet, maar is even leuk voor het beeld nu), liep ik soepel langs haar afgunstige aura heen. Met opzet tikte ik nog even heel parmantig mijn neusje aan met mijn gruwelijkgoedgelakte nagels, en daarna wandelde ik de trein uit op Rotterdam CS. Ik geloof dat naast afgunst, totale geshockeerdheid haar ten deel was gevallen. Don’t envy people, just don’t. Er is al genoeg lelijks op de wereld. Kies zoals gezegd gewoon een fijne hobby. Ga breien, ga koken voor vluchtelingen, ga voor het Guiness Book of Records nagellakflesjes stapelen. But don’t envy.