Het Aapje heeft Xenosfobie

Nederland, 13 maart 2018: de Xenos kondigt aan failliet te zijn en alle winkels gaan sluiten (gaat verder als Casa maar daar ga ik het hier verder niet over hebben).
Nederland, 3 april 2019: de Xenos kondigt aan een doorstart te maken en dat de winkels snel weer open gaan met een vet vernieuwd concept.

Dit klinkt voor mij oprecht als een scenario van een B-film. Want ik word de laatste tijd he-le-maal gek van al die boo-fakking-hoo faillisementsopzeggingen en de superirritante doorstarts die ze daarna vaak maken. Maar dat is toch fijn, Aapje. Dat de mensen weer gezellig monnie kunnen stukslaan op spullen die ze nooit nodig hebben? Nee daar is niks fijns aan apenkoppen. Ik heb serieus de haat aan inconsequenties in retailland. Want dit: op het moment dat een winkelketen waar ik zelf (best wel vaak) kom, roeptoetert de deuren te gaan sluiten dan gaat direct een heel intens rouwproces van start. Dan condoleer ik mezelf, bel ik huilend dinnetje Suus op die altijd gezellig mee gaat naar die ‘nutteloze dingen kopen is goed voor je algemene ontwikkeling’-winkelt. In dit geval dus de Xenos die met tachtig filialen tegelijk landelijk het loodje legt en met de complete inboedel in een kist gaat zitten liggen, zonder aan ons te denken. Xenos failliet, de aap in full verdriet. Ja U hoort me wel.

Vervolgens verzamel ik alle Xenos-meuk die ik in huis kan vinden en ga daarna keihard tussen mijn zoute tranen door, er een altaar van bouwen. Hup stacks bouwen met die familiezakken theelichtjes, slechtsmakende kruidenthee, nep-Boeddha’s, Mediterraan-ish olielampjes-made-in-China en van die idiote houten Alzheimerbordjes die je in je osso hangt voor het geval je niet weet waar de KITCHEN ook alweer is. En waar de meest strategische plek is om een drol van episch formaat te draaien. Want aan die deur hang je natuurlijk zo’n fancy sloophouten bord met WC erop. Maar goed, ik fiks een altaar dus. Kan ik er dagelijks een vet potje tegenaan lopen jenken omdat ik de Xenos zo vreselijk mis.

En wat doen die directiegasten daar vervolgens op het half afgestorven hoofdkantoor? Die trekken na twaalf verdrietige maanden plotseling weer een blik veelste dure curatoren open en bedenken een doorstart-apparaat. Oh joy. Daarna mag de communicatie-afdeling een superfout persbericht de deur uit knallen: ”de Xenos maakt een doorstart want er zijn financiers gevonden. De mensen die wij eerder keihard hadden ontslagen, trekken we uit hun uitzichtloze modder waar we ze eerst nog face down zelf inpleurden. Ze krijgen gratis valium en anti-depressiva in een Xenos-cocktailglas. Daarna kneden we ze weer in de vorm van wandelende Xenos-aanbiedingsfolders. Tot slot worden ze in een nieuwgestoomd Xenos-doorstartpakkie weer fris en fuitig achter de Xenos-kassa gesoldeerd, met een sloophouten bord boven hun hoofd waar KASSA op staat, waaaaa.”

Ja hallo en ik dan??! Ben verdomme in deze rouwperiode platgeappt door familie en vrienden die 24/7 checkten of het wel goed met me ging. I mean, poets ik elke dag mijn altaar glimmend, komen ze weer terug met palets vol theelichten die ik al een jaar lang had verdrongen in hun existance. Hoe dan mensen? Ik sta serieus al een jaar in de gym op de loopband met een frikkin rouwband om (bij wijze van dan hè).

Nee mijn rant is nog niet helemaal klaar. Ken je dat gevoel? Dat je zeker weet dat er iemand tussen zes planken ver ver onder de grond ligt en dat je, na die ene horrorfilm die per ongeluk op Netflix stond te pruttelen, steeds denkt dat die persoon opeens als een zombie weer voor je neus staat? Dat gevoel krijg ik bij doorstarts van winkels. Zo slecht voor mijn gezondheid, dit soort schijnbewegingen in winkelland. Het moet echt ophouden.

Here’s the deal: winkelketens die het slecht doen moeten gewoon ballen tonen. Je hebt je best gedaan, het is niet gelukt, je gaat op je bek, blijft daar te lang liggen en uiteindelijk ga je dood. Prima. Leven gaat verder, ook zonder toiletbordjes exclusief geproduceerd voor de allerdomsten. Maar ga daarna niet lopen muiten en kom vooral niet het rouwproces verstoren, door als een iets te blije eikel uit je freaking as te gaan herrijzen.

One more thing. Als de Action aankondigt failliet te gaan dan kom ik hoogstpersoonlijk langs. Met mijn ME-vriendjes (die ik niet heb), én met een noodverordening van de gemeente Rotterdam (kan niet, maar even voor het idee). En de muur van Trump. Die laat ik ook overvliegen. Dan kunnen die Mexicans gewoon gelukzoekings doen in de VS en kunnen die hijgerige faillisementswolven niet bij de favo winkel van mij en mijn vriend komen. We hebben het wel over de Action hè. Dé Godmother of all winkels die, als de wereld vergaat, werkelijk álle spullen van je natte dromen verkoopt. Spullies waarmee jij een compleet nieuwe planeet kan knutsellijmen, waarop jij dan lekker kunt gaan lopen chillen. Op je Action-opblaastroon. Met in de armleuningen plenty ruimte voor Action-badeendjes in de vorm van een koekje, Action-afwasborstel met aromatherapie en een Action six-pack waterperoxide haarverf in maat L. Exactly. Allemaal spullen die je precies níet nodig hebt in life. Met je Xenos.

Bananen&Sterren #aflevering: Het Aapje drinkt Espresso Martini in West en eet ikan in Capelle

Ik ben een sucker voor horecatentjes waar precies één koprol voor nodig is om er te komen. Tandoor16 is net een week open en ligt op, nou ok, vijf koprollen van huis vandaan. Googlemapstechnisch op de Middellandstraat grens West-Kruiskade. Naast mr. Beans, de koffietent van de komische jongens van de BorrelnootjeZ. Sexy locatie dus. Wat ik aan ‘grand opening’-berichten in mijn Facebook timeline voorbij zag komen klonk ook veelbelovend. Dus afgelopen weekend deze new kid on the block afgevinkt. Ik kan lang lullen over ons bezoekje aan Tandoor16 maar ik kan ook kort doen:
– Malse Tandoori chicken, naanbrood als side was droog
– Extra naanbrood met dips besteld waarvan het brood vers was maar de dips niet superspannend
– Tweede bestelling naanbrood: brood was droog
– Bediening nog chaotisch: verkeerde wijnen geserveerd en bier werd omgegooid (we kregen wel nieuwe dat dan weer wel)
– Cocktails waren dramatisch slecht: de Smokey Espresso Martini kwam in een koffiekop (!) van de kringloop. Denk ik. Ik heb een theorie: melk drink je uit een beker en niet uit een theekopje want smaakt gross. Dus een Martini Espresso in een koffiekop is een regelrechte mindfuck, snap jij snap ik. Oh ja, de Del Maquey mezcal en Cubaanse koffielikeur hadden ze voor het gemak uit de cocktail gelaten, bruuuh. Dan de Peniccilin-cocktail. Die had nét de verkeerde balans tussen whiskey en Angostura bitter. Waardoor mijn tafelgenoot serieus dacht een antibiotica-shot op doktersrecept naar binnen te hebben gewerkt. Mindfuck went wrong. Niet de bedoeling toch?

De avond werd gered door dj Rupert die voor drie aardappelen en een paardenkop lekkere zwoelie plaatjes draaide. Beter staat ´ie gewoon op Superdisco of Vunzige Deuntjes, maar lief dat ie hier was. Ik weet, ik weet, elke nieuwe tent, dus ook Tandoor16, moet gewoon een beetje slack krijgen en een paar sympathieke klopjes op de schouder zodat ze helemaal trots en zelfverzekerd lekker verder kunnen bouwen aan hun nieuwe Indiase eetparel.

Maar toch blijf ik streng: cocktails moeten meteen boom shakalala on point zijn. Ter illustratie: twee weken eerder zat ik cockies te slempen bij George op de Lijnbaan boven Scharrels & Schuim. Ik vertelde de barboy dat ik van zoet en fris houd. Ik kreeg iets met matcha en rum. Het was G.O.D.D.E.L.IJ.K, ik zeg het je. En dat terwijl George zelf qua sfeer nou niet meteen een frikkin amazing smash in de face is. Eigenlijk best voorspelbaar, je weet wel zo´n ruimte met bakstenen muren voor de ´urban vibe´. Maar heee als de cocktails goed zijn, dan heb je me hoor. Conclusie: Tandoor16 moet echt nog heel veel finetunen. En op cursus bij mijn favo cocktailboys van Noah. Maar dat geheel terzijde.

Score: 1 ster en nul bananen.

Afgelopen week was ik in Capelle a/d IJssel bij oom en tante Lekransy. Oom Lekransy heeft met mijn moeder in de klas gezeten in Nieuw-Guinea en ik groeide in Groningen op met de familie Supit, de familie van tante. Behalve een avond vol mooie anekdotes en herinneringen uit Hollandia, Waai, Jakarta en Tondano, was daar natuurlijk ook eten. Sayur, babi kecap, ikan en zelfgemaakte sambal. Ik at met ontroering. Ontroerd, omdat dit eten voor mij vertrouwd voelt en heimwee tegelijk is.

Soms moet je nieuwe horeca-ontwikkelingen in de stad gewoon links laten liggen en jezelf omringen door de huiselijke warmte van superlieve peoples, samengebracht in een bordje liefdevol klaargemaakt eten. Daar kan geen fancy of foutgeproduceerde cocktail tegenop.

*Uit principe geef ik geen ratings aan familie-eten. Het is te heilig en beyond alles om sterren en bananen aan te geven. Maar dat snappen jullie wel toch?

Het Aapje en de Toekan 2.0

Elegante lange tafels gedekt met linnen en glaswerk. De grote hoge zaal, door de intens grote raampartijen, badend in het licht van de late novemberzon. Families van heinde en verre vorkjes prikkend en toostend op de jarige en/of jubilerende medemens. Ik kon een gevoel van behagelijke ‘gezelligheid met een classy twist’ niet onderdrukken. Goed gedaan hoor Toekan, mijn eerste indruk is een ingelijste glimlach voor boven de open haard forever. Afgelopen zondag was familie Tiwow-dag aka verrassingafscheidsdiner voor mijn mama. Locatie: van der Valk in sexy Almere. Ik geloof dat mijn laatste van der Valk-experience een kantoorseminar was van honderd jaar geleden.

Anyway, mijn tweede indruk anno 2018 deelde ik met mijn eetgrage nichtjes. Onze ogen rolden er namelijk bijna uit toen we het buffet achterin de zaal zagen. In een roes liep ik ernaartoe. Ik hoorde de oh’s en ah’s van mijn nichtjes als gedempte stemmen ver weg in mijn oorschelpen. Wat wij zagen waren langwerpige Jan des Bouvrie-ish loungeblokken waarop allerlei voedsel was gedrapeerd. Van carpaccio, biefstuk, zalmtartaar, pasteitjes, verse croissants, American pancakes, gemarineerde kip tot aan friet met kroket retteketet toe. De keuze en gevariëerdheid was intens en overviel ons allemaal een beetje. Totale anarchie overviel mij vooral. Ging ik eerst voor de zoete dingen of toch beginnen met iets warms. Of allebei tegelijk? Herinneringen aan mijn wijlen keukenkoningin aka oma Tiwow, kwamen spontaan weer naar boven: haar aanrecht in Groningen stond ook altijd permanent vol met rolkoek, kip, koekjes ‘kue biji’ en dampende rijst in de hussel. Al het eten stalde ze vervolgens in de voorraadkast. Als kind verstopte ik me daar altijd. Mijn eigen EetWonderland. Back to de Valkjes. Met grote borden tegen de borst gedrukt liepen we langs alle voedselblokken in onze eigen gekozen volgorde. Als een soort Inspectiedienst met proefbevoegdheid schepten we behendig op: zalm check, friet check, gewokte kip check. En zoals te doen gebruikelijk ging ik bloedfanatiek van start: buikje open en vullen maar. Ok, ok. De hele familie Tiwow doet dat. Eten als madmen.

Maar na bord drie werd ik overvallen door een soort gek gevoel van melancholie. Dit magische eetmoment met familie. Tuurlijk, eten met de familie is een vaste waarde, een familieritueel dat de afgelopen jaren ontelbaar vaak de revue is gepasseerd (en voor het eerst dus in een van der Valk), maar toch. Ik voelde ook een raar soort maatschappelijk besef. Er zijn te veel families op de wereld die dit níet hebben: De rijkdom van samenzijn. De warmte van de voorspelbare grapjes en de vertrouwde, al duizend keer gehoorde anekdotes, om je heen. Het uitbuikmoment, de slok champagne, de limonade. Deze enorm mooie Van der Valkzaal. Als een gevulde pastei vol mensen. Die elkaar lief vinden, elkaar waarderen en koesteren. Ook al is een familie onderhouden soms taai. Of pijnlijk of allebei tegelijk. Je houdt (alsnog) van elkaar, al vorkjeprikkend. Voor het eerst in mijn leven vond ik dit niet kapotburgerlijk, eerder ontroerend.

Allemachtig wat was dit ontroerend.

I love you, Sweetie Pie


Zullen we het hebben over de zoete dingen in het leven? Ik bedoel daarmee de suikerhoudende apparaten waarmee we onszelf als mens dagelijks of af en toe mee verwennen. Mijn trigger was een nieuwsbericht over de Roffin. Mijn talige brein maakte meteen een vreugdedansje want ik filterde daar muffin, Roffa en Robin uit. De Muffin van Robin uit Roffa. Het had zomaar een titel van een supercute kinderboekje kunnen zijn. Nee, Roffin blijkt een crossover te zijn tussen een muffin en een croissant. Naar een oud Frans recept hebben twee brutale bakkers uit Roffa Noord er een eigen draai aan gegeven en de Roffin gecreëerd. Met allemaal lekkere spullen erin zoals bramen en mascarpone. Ik zou dan wel de bramen en mascarpone eruit slopen met mijn speciale muffinschepje. Huh. Ja precies. Hierover later meer.

Ik ga het dus hebben over de sweeties, de koekjes, taarten en cakes van deze wereld. En dat is meteen grappig want eigenlijk ben ik niet een heel grote zoetekauw. Als kind kreeg ik centjes mee voor een ijsje voor na het zwemmen. Ik kocht daar altijd een zak friet van. Snap je? Lollies die we als kind kregen uitgedeeld op school vond ik intens vreselijk. Ik vond die suikermonsters op stokjes altijd zo belachelijk zuurzoet; de pijnscheuten schoten gewoon in mijn wangzakken van die suikerterreur. In dezelfde categorie snap ik salmiakballen en dropveters niet. Nooit begrepen ook. Die droplulveters smaken namelijk naar ernstig misvormd karton. Dus eigenlijk snapte ik zo jong als ik was, niks van mijn peergroup die lollies, drop en aanverwante units verslonden als savage beasts. Ik dacht als kind ook altijd heel arrogant dat mijn vriendjes en vriendinnetjes een superonderontwikkeld smaakpalet hadden. Met je dropveters. Geef mij maar verfijnde, goudgeel gebakken frietjes. Of een superb gebakken kippetje van mijn oma. Voedsel met ballen. Inderdaad. Voedsel dat ook echt alleen weggelegd is voor de fierce eter. Maar snoep? Snoep is voor sissy’s. Snoep in general is bleh met een dikke B.

Alhoewel. Ik had/heb een zwak voor een bepaalde categorie zoet, namelijk de cake zoals mijn mama die altijd maakt. Een beetje vochtig nog, en niet al te gaar. Ook de appeltaart uit het winkelcentrum in Amstelveen waar ik opgroeide, is uitzondering op de regel qua mijn haat aan nutteloze vulling in taarten, donuts en muffins. Want het is juist die heerlijke naturelle smaak van suiker, boter en eieren; all united in een spongy cake of taart, die mij echt in vervoering kan brengen. Dus geen blueberry muffin of een chocoladedonut (ieuw). Op de een of andere manier raakt mijn smaakbelevingsmomentum compleet van slag als ik in mijn hapje cake een verdwaalde blauwe bes ontdek. Of een kwak aardbeienjam tussen de taart. Of een lel chocolade over een roomblanke donut (why). Als ik het even doortrek naar de categorie chocolade: praliné en nootjes zijn helemaal fijn, rozijntjes kan ook nog. Rice crispies? Heerlijk. Maar bonbons met ganache, fruit, marsepein, drank en andere vulling en vloeibare ellende is voor mij moodkiller nummer 1. Heel soms vind ik hysterische combi’s wel lachen. Zoals de seizoensbars van Tony Chocolonely. Of de witte chocola met kokossnippers van Verkade. Maar uiteindelijk ben ik the most happy met chocola naturel.

En nog iets: die uitdeelvlaaien op het werk. Mijn god wat een droeve randomness is dat. Kunnen we daar alsjeblieft mee stoppen? Alleen appelkruimel krijgt mijn approval. Maar wat is er eigenlijk mis met een dampende lemper bij je koffie of een knapperige loempia bij de thee? Oh man, wat heb ik opeens zin in het ontketenen van The Savage Savory Revolution. Maar dan wel met een toetjesfestijn voor erna. Met cake naturel, donut zonder toppings en taart waarbij de verhouding vulling cake 10/90 is. Wie van jullie sweeties doet er mee?

PS: een muffinschep bestaat niet apenkoppen, echt jullie geloven ook alles. #hoedan

Elin, Mijn Funny Tandenfee

Mijn vaste mondhygiëniste was er niet. Haar vervangster checkte telefonisch nog even of ik okay was dat zij het voor deze keer waarnam, voordat zij de afspraak zou gaan inplannen. Ik maakte alsnog een superflauw grapje dat ik eenkennig was en niemand vertrouwde, dus nee, ik zou niet komen. Maar mijn stem verklapte natuurlijk allang en breed dat ik het totaal niet meende. De vervangster Elin, blijkt een opgewekte Turkse deerne die voor het gemak ook de receptie bemande. ‘Vakantietijd hè, iedereen weg. Behalve ik dan. Heb je nog even een moment? Dan werk ik even dit mailtje weg.’

Elin bleek haar opgewektheid heel consequent door te trekken in de behandelkamer. ‘Ff kijken hoe je mond erbij ligt te chillen. Aha.’ Ik: ‘Aha?’ ‘Ik zie aanslag. Rook je?’ Ik: ‘Ben een casual roker, dus als ik drie sigaretten per kwartaal rook is het veel,’ beken ik met gepaste groosheid. Koffie kon ook niet echt de boosdoener zijn aangezien ik alleen ’s ochtends aan het koffie-infuus lig: één beker c’est tout. Elin denkt even na want dit antwoord had ze blijkbaar ook niet helemaal zien aankomen. ‘Ik ga je laten zien hoe je het beste kan poetsen. Hand of elektrisch? Maakt mij geen bal uit hoor. Als je het maar goed doet.’ Ze klapt zo’n kunststof gebit, -gebit-poetssimulator in jargon- open, en pakt er een tandenborstel en spiegel bij. Theatraal duwt ze de handspiegel vlak onder mijn neus. ‘Je spiegel wordt je beste vriend. Spiegel wordt vies, dat ook, maar het gaat je beste vriend worden, let op.’ Geamuseerd kijk ik vanuit mijn lighouding naar docente Elin en bij haar eerste poetsbeweging in dat gebit slaak ik al een ‘oooh’ van enorme verbazing. Elin kijkt supertriomfantelijk. ‘Had je niet gedacht hè?’ Nee. Ik had zeker niet kunnen bedenken, dat als je van die hysterische massage-bewegingen van tand naar tandvlees maakt (de poetstechniek die echt íedereen hanteert), dat je dan gewoon niet goed bij je hoofd bent. ‘Want’ vervolgt Elin opgewekt, ‘op het moment dat je je tandenborstel heen en weer beweegt, van en naar je tandvlees, dan duw je toch je tandvlees stuk?’ Ik knik gedwee. ‘Nou dan.’ Dus weet ik vanaf nu dat je je borstel gewoon eerst op je tanden legt en heel simpel eenrichtingsverkeer-poetsbewegingen moet maken. Daarna ‘kieper’ je de tandenborstel schuin richting je tandvlees ‘en dan doe je rustig hetzelfde. Van achter naar voren, borstel uit je mond en weer leg je opnieuw je borstel op de achterkant en schuif je ‘m naar voren. Een panenka vanaf de stip is er niks bij.

IMG_20180801_222257_936

Tandenpoetsen is topsport als het aan Elin ligt. Streng als ze is, laat ze mij droogpoetsen terwijl ik onwennig die spiegel vasthoud. ‘Je moet gewoon zien wat je aan het doen bent, anders wordt het ‘m echt niet hoor. En door je neus blijven ademen en mond ontspannen als je bij je achterkiezen bent. Zo voorkom je kokhalzen. Waar poets je mee? Paradontax?’ Ze lacht. Daarmee weet ik meteen dat ik al jaren in het slimme marketingverhaal van Glaxo Smith Kline ben gestonken. Een godsvermogen heb ik aan deze zoute tandpasta gespendeerd. ‘Poets alsjeblieft met wat je lekker vindt smaken. Paradontax is niet lekker. Punt uit.’ Okeeee juf Elin.

Meteen beland ik in college deel II: Hoe-de Dreft-op-een doekje-volslagen zinloos-is-theorie. ‘Want zeg nou zelf, als je Dreft op een spons gebruikt, dán pas krijg je die aanslag toch weg? Precies.’ Elins’ tandenles werkt aanstekelijk. Vooral omdat Elin ook echt een heel grapppig persoon is. Bij elk nieuw poetstechniek-weetje dat Elin doceert, brul ik vrolijk ‘Serieus???’ en lacht Elin om mijn omg-momentje nummer twintig. Met haar lilakleurige uniform en haar sprankelende persoonlijkheid lijkt ze zo uit die gekke doktersserie Scrubs zijn weggelopen. Elin legt uit en kletst vrolijk verder. Dat ze poetsvoorlichting geven zoals ze nu al ruim twintig minuten doet, eigenlijk nog leuker vindt dan het behandelen zelf. Ook omdat ze de zenuwaandoening Carpaal tunnelsyndroom heeft in haar arm, ‘dus dan is het ook echt even lekker om niks met mijn handen te doen.’ Elin stijgt in mijn aanzien. Ik ga goed op mensen die werkelijk niks maar dan ook niks een belemmering vinden en gewoon gaan met die banaan. Ik hou ervan. En ik hou ook zielsveel van mijn nieuwe tandenpoetsritueel. Borstel erop, van achter naar voren. Borstel eraf en weer achterin je kaak leggen en de beweging herhalen.

The Elin Way is the Only Way peoples.

Sterren&Bananen aflevering #3: Rondje Roffa, stukje Malieveld

Een nichtje van mij is na een kort Amerika-avontuur weer neergestreken in de havenstad. En dat is gezellig en gevaarlijk tegelijk. Mijn familie gaat nou eenmaal verschrikkelijk goed op lekker eten. Tel daarbij op dat Rotterdam letterlijk motherfucking vet wordt door de never ending stroom aan heerlijke nieuwe horeca en compleet is de eetcyclus. En dan ben ik dus inderdaad supergezegend met de uitstekendwerkende eetgenen van mijn fam, ook dat nog. Back to my niece. Sinds ze dus terug is terroriseren we de horecaplinten van downtown Roffa compleet stuk. We spreken af voor lunch, shoppingspree of diner, en als een van ons wat later arriveert op eetlocatie X, dan is de ander alvast begonnen aan een fles goede vino. Wachten is hetzelfde als voorproeven. Dat werk. Ik stroop alle Facebook-updates af van de Buik van Rotterdam en andere Roffaculinair-oriented fb-dingen, op zoek naar nieuw te openen tentjes of net geopende tenten. Of restaurantjes die al honderd jaar vijfsterren reviews krijgen en ‘die we nu toch echt een keer moeten slicen’. De lijst is soms hopeloosmakend lang. Want wanneer eet je deze horeca-ontwikkelingen in hemelsnaam in één kalenderjaar bijelkaar zonder bankroet te raken? Hysterisch is het.

But never give up uiteraard. Wat denken jullie dan. Zo hebben we al de allerlekkerste Syrische shoarma in district Delfshaven weggetijgerd. De heavenly shoarma van Shaami Huis lijkt geeneens op die random antikater-shoarma uit je dorp. Het type provinciale shoarma waarmee je, als je het niet snel opeet, de tochtgaten in je huis kan dichtkitten met knetterhard geworden shoarmabrokjes. Nee, Shaami Huis knutselt opgerolde kunstwerkjes van smakelijk Syrisch brood en mals gekruid vlees. De kunstige rolletjes hebben een diva appearance alsof de shoarma-units rechtstreeks uit een Arabisch sprookje komen wandelen, zo prachtig. Verder ga ik nog net niet spontaan dancehallen van de juicy burgers van respectievelijk de Burgerclub op de Nieuwe Binnenweg en Diego’s. Die laatstgenoemde burgerboer is bekend van de duurste hamburger ter wereld en komt binnenkort met een filiaal in Rotterdam. Nichtje kwam bij toeval een Diego’s foodtruck tegen op het Schouwburgplein (want apparently was het vorig weekend International Hamburgerday), alwaar ze de orgastisch lekkere burgers ‘kado’ deden voor het absurde bedrag van twee euro de burgert. Insane qua prijs, insane lekker en insane slimme reclame van deze new kid in town coming soon. Oh ja: chocoladetaart eet je goed bij De Koffiebar. Ja hallo, wel blijven opletten want we zijn inderdaad bij het dessert aangekomen. De Koffiebar zit een beetje stom verstopt aan de Karel Doormanstraat tussen een paar non-descripte restaurantbars. Jeweet, van die systeemplafondtenten waar je je nare schoonmoeder naartoe stuurt, maar worthy the walk. Ben je meer van een noncha chocoladetaart en hoeft het niet zo instagrammystrak? Hobbel dan door naar Mangiare, in de poshy Van Oldenbarneveldtstraat. Daar krijg je een rommelig maar superlekker stuk chocotaart uitgeserveerd. Alsof di mama ‘m zelf uit Napoli heeft meegebracht.

Burgerclub mensen.

Burgerclub mensen, leer nou van deze apenkop waar je goed burgers kunt eten.

Anyway: ik had het over het Schouwburgplein net. De horecastrip op het plein maakt een geweldige metamorfose door qua aanbod. Een echte foodie-upgrade thanks to Bertmans ontbijt&lunch&dinertent. De Rotterdamse eigenaren van Bertmans openden hier onlangs een megagroot tweede filiaal. Ze gaan lekker inderdaad. En dat snappen nichtje en ik maar al te goed. Hier slurpten wij twee weken geleden de lekkerste sapjes weg en aten we een prima ontbijtplankje met eitje, pannenkoekjes en kokosyoghurt helemaal opperdepop. Wel pricey, maarrr wel heul blijmakend en smaakvol. Afgelopen weekend at ik met een deel van mijn familie op de Haagse Tong Tong Fair op het Malieveld. Ik werd letterlijk door een Javaans moslimvrouwtje haar restaurantje ingelokt, ondanks het feit dat ze dus geen porky en bier serveerden. Als je dát lukt dan ben je echt een koning vind ik. Koninklijk waren de nasi campur, uduk en bami goreng met kip for sure. Helemaal leuk en in mijn element was ik, omdat ik de hele bestelling voor zeven man in het Indonesisch kon doen. Verder heb ik me die avond heel flink moeten houden (confession). Want de dreiging van supersentimenteel te worden met al die fijne Indonesische vibes om me heen, was groot. Sterker nog, ik was af en toe een beetje stil. Beetje heel erg in het realisatiemoment hoe rijk je bent als pinda met deze fantastische eetcultuurt. Even niet de sassy restaurantrecensent uithangen in downtown Roffa, maar gewoon gelukzalig en stil genietings doen van een stokje sate op het Malieveld. Supermooi.

Deze keer geen rotte bananen dus maar alleen maar fonkelende sterren en liefde voor alle tentjes die ik in dit blog heb genoemd. Ik zeg: gaan met die banaan en proef zelluf!

Shaami Huis
Burger club
Bertmans
Diego’s
De Koffiebar
Mangiare

PS: Voor de Tong Tong Fair zijn jullie te laat want afgelopen, sukkels. Volgend jaar is ie er weer dus blok ‘m maar in je agenda alvast #geendank

Kip met tranen

Kak. Ik heb te maken met een nieuwe televisieverslaving. Op Spike tv kijk ik sinds een kleine maand vrij obsessief naar Ghost Adventures. Daarmee ben ik gelijk spuit elf want blijkbaar bestaat dit televisieprogramma al sinds 2008. Maar boeit niet. Het gaat erom dat ik inmiddels behoorlijk wat slaaptekort heb opgelopen omdat de serie pas rond middernacht begint. Wat dan wel weer toepasselijk is voor het hele programma dat draait om demonen en ronddolende geesten in gruwelijkziek vervallen kastelen en ziekenhuizen. Ik ga het Ghost Adventures-format verder niet uitleggen maar het draait om een groepje guys dat met behoorlijk geavanceerde apparatuur contact maakt met geesten. En hoe. Het is eigenlijk best eng om naar te kijken maar ik vind het dus helemaal fascinerend. Komt ook omdat ik best geloof dat er iets is tussen hemel en aarde. En geloof me, dat is er.

Ik heb een tijdje in Indonesië gewoond en daar kun je gewoon niet ongevoelig zijn voor paranormale verhalen die je daar best vaak hoort. Toen mijn oma kwam te overlijden, zagen mijn moeder, broertje en tante haar vaak verschijnen aan hun bed. Ik kan alleen maar ademloos naar dat soort verhalen luisteren. Want je zou denken dat gevoel hebben voor/met paranormale zaken dan meteen in je genen zit. Ik kan U vertellen: mij is zoiets nog nooit overkomen. Ik heb nooit geesten gezien of gevoeld. En toen een zakenrelatie die spiritueel is ingesteld onlangs vroeg of ik het gevoel herken van plotselinge koude rillingen ‘want dan is je overleden vader dichtbij’, moest ik hem het antwoord helaas schuldig blijven. Misschien dat ik daarom dit soort programma’s juist heel entertaining vind. Ik ben zelf dan misschien niet het type waar geesten gezellig een bezoekje aan plegen, maar intrigerend vind ik het fenomeen wel. En ik geloof het. Toegegeven: ergens vind ik het jammer dat ik pa niet even van zijn wolkje af kan laten stappen. Een holo van papa die mij gedag komt zeggen, hoe chill is dat.

Of?
Een maandje terug besloot ik na een intense shopsessie met roomie eerder terug naar huis te lopen. Op de West-Kruiskade, home to tientallen Aziatische toko’s, restaurantjes en Turkse deli’s kreeg ik spontaan een intense snackattack. Een straat vol exotische snackparadijsjes waar ik makkelijk lemper, empenada’s, sushirijst met paling of een kommetje dampende ramen achter elkaar naar binnen zou kunnen schuiven. Maar wat deed ik? Ik liep die hele Asian strip compleet voorbij en ging de Kentucky Fried Chicken in. Ja man. Binnen vijf minuten zat ik daar met een dienblad vol kippetjes in krokant jasje, friet en een Coke Zero een fastfoodbarbaar te zijn. Ik was zelf ook een beetje confuus van deze brute eetbeslissing. Maar na twee hapjes kip realiseerde ik me waarom ik hier zat. Heel gek dat ik die link niet eerder had gelegd, maar het kwam heel onverwachts snoeihard binnen.

Tijdens mijn highschooltijd in Jakarta sleurde ik papa altijd mee naar KFC als we ons maandelijkse uitje hadden. Als puber had ik blijkbaar een nogal eenzijdig smaakpalet. Of ik wilde gewoon afwisseling tussen rijsttafel en andersoortig voedsel. Naast het feit dat ik, confession, de ultieme frietjunkie ben. Anyway. Het moment dat ik de connectie zag tussen KFC, papa en mezelf, dat was hét moment dat ik genadeloos werd overvallen door emoties. Mijn oogjes liepen vol met tranen en ik liet me totaal meevoeren in een gigantische emotrip. Zat ik daar kip te eten en tranen te plengen tegelijk. Ik was totaal niet opgewassen tegen dit gevoel. Het gevoel dat papa daar naast me zat. Alsof we samen het verdriet deelden dat we elkaar zo vreselijk missen. De tastbare herinneringen die ik voelde. De quality time met pa, vergezeld door crispy stukjes kip. Het was echt een bizar en heel, heel intens gevoel. Ik kon simpelweg niet stoppen met droef zijn.

Zou dit dan mijn eerste soort van paranormale moment zijn geweest met papa? Ik zal het pa de volgende keer vragen als ik daar weer zit met een dienblad vol troostkip. Mijn eigen kip met traantjes.

Mag ik uw aandacht voor hamburgers en friet?

Ik ben nu een kleine maand onderweg met heel uitsloverig sporten (gemiddeld vier keer per week) en het uitbannen van gezellige doordeweekse drankjes waarbij ik in het weekend (lees: een donderdag schuurt ook tegen het weekend aan duss) af en toe een cheat day mag hebben. Afgelopen donderdag voelde dus als een mooie dag om los te gaan op mijn eeuwige liefde voor friet en snacks. Het was toevallig zo’n avond na werk waarin niet-rijdende treinen vanaf Amsterdam-Zuid een hoofdrol speelden. Mijn beste escape is dan altijd om via Schiphol naar Roffa te reizen. Werkt altijd vet prima. En recht zo die gaat, liep ik van de roltrap direct door naar de Burger King. Met een frietje mayo en crispy kipnuggets ging ik met een intens gelukkige glimlach aan een tafeltje zitten. Dit dienblad vol diepgefrituurde snacks voelde niet slecht maar juist als beste besluit van de dag. Een andere beslissing die vrij rap kwam was om mijn foon een keertje onaangeroerd te laten. Want aandachtig en rustig eten past in een gezond en verantwoorde manier van consumeren. Je raakt gewoon verstandiger verzadigd i.p.v het standaard snel wegroeren van snacks (om een uur later gewoon weer trek te hebben, maar dat geheel terzijde). Enfin. Met mijn foon diep in mijn tas geduwd genoot ik van elk frietje en van elk hapje nugget. Het niet doelloos naar schermpje staren leverde ook gewoon een soort mindfulness-moment op. Wat heerlijk om een keer gewoon je omgeving te observeren. Of gewoon de tijd nemen om je knapperige nugget te bestuderen: de goudgele korst, het sappige kippenvlees (really, Ramona).

Ook was ik even vergeten hoe chill de Burger King is om mensen te observeren. En erachter komen dat de meesten toch corresponderen met het doel van Burger King: fastfood verkopen aan mensen die nul boodschap hebben aan mindfulness, aandachtig eten en rust. Welnee. Ik heb nog nooit zo veel mensen zo hard whoppers, friet en nuggets naar binnen zien werken. En die telefoons hè. Die belanden nog net niet in den slokdarm der mensheid. Naast mij zat natuurlijk zo´n paradijsvogel. Een soort theelepelvrouwtje met te grote jas en te lelijk haar. Lelijke bril ook. Ze praatte tegen haar foon. Doe ik misschien ook weleens, maar dan thuis uit het zicht van het volk. Het klonk een beetje Willy Wartaal-ish. Ze had ook een speakertje bij zich. Net gekocht, want ze frutselde het ding uit een kartonnen doosje, waarna het een prominente plek kreeg tussen de friet en haar hamburger. Tegen deze opstelling begon ze opnieuw te pruttelen. Af en toe belde ze ook (niemand). Ik kreeg een beetje een brok in mijn keel. Normaal gesproken omdat ik te gulzig een hamburger weg probeer te kauwen en nu om het hoopje sneu naast me. Is er dan niemand die dit vrouwtje opvangt of iemand die voor haar zorgt? Of misschien maakte ik me te druk en is het gewoon helemaal prima met haar en is ze met al haar beperkingen juist knap zelfstandig dat ze erop uit is en haar eigen mindfulnessmoment bij de Burger King heeft.

Wie ben ik om daarover te oordelen?

Wat heb ik in mijn Pocahontas-tas

Nog een beetje wazig bestudeerde ik vanochtend in de Intercity Direct mijn Louis Vuittonnetje qua inventaris. En opeens zag ik daar poëzie in. Zoals schrijvers, dichters dat in het algemeen doen. Dingen droogobserveren totdat die talige bovenkamer gaat werken, om het vervolgens tot een onwaarschijnlijke woordenwaterval te roeren. Oh, wat zit er dan in die Vuitton-tas Ramona, dat je bovenkamer ging steigeren? Nou gewoon, alledaagse ik-neem-mee-naar-kantoor-dingen. En toen ik ze zo schijnbaar achteloos aan het ontleden was in de Intercity Direct, ontstegen ze vanzelf hun randomness als volgt (zoek trouwens zelf even de onderwerpen van gesprek in de foto op):

Magnetronbakje met couscous, broccoli, feta en Italiaanse worst. Hier heb ik afgelopen weekend een grote pan van gemaakt en onderverdeeld in to-go-bakjes. Met mijn Spartaanse fitnessregime sinds januari is dit gewoon het beste wat me kan overkomen doordeweeks: ruim voordat ik ga trainen, gezond snaaien uit, wat ik noem, bakjes voor de blokjes (op mijn buik). Brood van de Dirk gesneden in hun fancy broodmachine, uit de diepvries in de tas gepleurd: ik ontbijt meestal wel, maar de laatste tijd probeer ik iets meer efficiency in het ochtendritueel te knallen. Want ik haat haasten in de ochtend. Dus skip ik ontbijt en smeer ik pas een bammetje als ik op the office ben. Daardoor kan ik in de ochtend iets relaxter een gezichtje tekenen met mascara, poeder en oogschaduw while drinking een vers getapt bakkie uit de Bialetti-cafetière. Oh zo luxe. Op de foto ook een bakje selleriesalade van de Dirk (die ik eigenlijk niet zo lekker vindt, die van de Appie smaakt smeuïger. Yep. Blijkbaar kan daar dus kwaliteitsverschil in zitten, in een bak dressing waar getjopte sellerie doorheen is geroerd).

Mijn allergiedildo. Ja jongens, hij lijkt daar toch op qua vorm? Deze inhalator is zelfs in de winter my best friend, en dat is niet raar maar alleen maar heel bijzonder. Want wie heeft nou last van pollen in een seizoen waar alle bloemetjes tijdelijk zijn uitgeroeid door koelkasttemperaturen? Ik. I kid you not. Chloé eau de parfum. Complete chickpopulaties op deze aardbol lopen met deze geur op. Mainstream tot op het bot maar dat boeit mij in zijn geheel niet. Feit is dat dit een machtigsexy geurtje is dat zo intens naar honing ruikt terwijl dat er niet in zit. Heerlijk, ik hou van dat ongrijpbare (want dat ben ik ook, zeggen intimi). AquaFresh Intense Clean tandpasta. Dubbelfristandpasta noem ik het. Dikke onzin natuurlijk dat 24/7-frisverhaal maar eigenlijk ook weer niet. Want na het poetsen met dit goedje voelt het alsof ik drie pakjes SportLife tegelijk weg heb zitten tijgeren. Echt meesterlijk spul.
tas

GEVONDEN! Mijn camelkleurige leren handschoenen van de H&M. Ooit ingeslagen toen de kleur camel heel de fashionwereld voor het eerst terroriseerde en daarna voorgoed alle fashionista’s in de hip-greep hield. Inmiddels compleet doorleefd maar daardoor zijn het mooi wel handschoenen met karakter. En waar ben je met je handen tegenwoordig zonder onderscheidend vermogen. Precies. Mijn ABN e-dentifier. Afgelopen maand was het bal met de bank. Internetbankieren was stuk. Niemand kon bij zijn zwaarvergaarde kapitaal. En ik kon niet online shoppen. Blah. Deze e-dentifier heb ik niet altijd bij me, maar soms moet je je geld even tussendoor kunnen witwassen. En dan kunnen de grote jongensbedragen echt niet getransfered worden zonder extra controle en dus niet zonder e-dentifier. Snap jij snap ik.

PS: Pocahontas-tas is een oud grapje van mijn jaarclub toen ik een keer met een hysterisch-kleurige rugzak naar college wilde.

Dat is niet raar, dat is alleen maar heel bijzonder

The Luizenmoederforce is strong. Ik móet wel iets uit de gelijknamige, en nu al legend megahitserie in mijn blog tweaken. De intens politiek-incorrecte Juf Ank-oneliners verdienen al een blog op zich, zo meesterlijk zijn ze. Maar misschien voor een andere keer.

Want guysgirls, ik zit sinds januari op training. En dat is ook best bijzonder. Een training geïnspireerd op de leer van managementgoeroe Stephen Covey: persoonlijke effectiviteit, dé cultklassieker onder de ontwikkelingstrainingen. En een training waarvan de naam overigens ongelofelijk in de jaren negentig is blijven hangen. Ik bedoel, wie wil in het overvolle agile – en mindfulnesstijdperk nog op een persoonlijke effectiviteits-heisessie kauwen? Ik wel hoor (al vind ik een banaan lekkerder om op te knagen, maar dat geheel terzijde). Als werkend aapje heb ik altijd genoeg te leren qua efficiency en effectiviteit en de onderliggende drijfveren waarom ik iets doet zoals ik doe. En waarom ik meestal niet doe wat eigenlijk wel moet. Of zoiets. Enfin, via het werk ben ik sinds januari officieel in training via opleidingsinstituut ICM. Met een knus compact groepje, bestaande uit drie andere verloren werkschapen komen we één keer per maand, gedurende vier maanden samen op de trainingslocatie in Utrecht Lunetten. Daar leren we onder leiding van een coach de fijne kneepjes van dat hele effectiviteitsdenken in relatie tot werk en ook privé. De tussenliggende weken maak je opdrachten en log je al je ontwikkelingsavonturen in een online diary.

Al sinds de eerste training gedraag ik me als een voorbeeldige leerling, hetzij in het begin met wat opstartproblemos. Ingesleten gewoontes ram je er niet zo maar uit (lees: episch uitstelgedrag). Maarrr, mijn to-do-lijst op het werk is sinds ruim twee weken aardig getransformeerd van slagveld vol eindeloze taken in iets wat lijkt op een intens strakke routeplanner van een commandant die elke dag een strategie voor het volgende oorlogsjaar moet uittekenen. Volgens de kwadranten van Eisenhower (vrij vertaald: Actie/Plannen/Delegeren/Onbelangrijk) vul ik braaf mijn projecten en acties in en, probeer ik ze ook met focus in die volgorde af te werken. Lastig wordt het als ik sommige taken die snel af kunnen, verwar met taken die echt NU moeten. Want wat is nu acute noodzaak en hoezo schuif ik een project waar ik eindverantwoordelijk voor ben voor me uit? Beter check ik als communicado hoe het met de wereld is gesteld volgens de realiteit van de sociale media. Heb ik ten minste koffie-automaatgelummelmateriaal op een beetje niveau.
IMG_20180129_175143_149
Gek eigenlijk. Ik ben stuur geweest van een Acht. Een roeiboot met acht bloedeigenwijze kerels waar ik in charge was om deze roeiploeg accuraat en zonder kleerscheuren, via langsvarende binnenvaartschepen over de finish te brullen. Daar moest ik ook met focus en alertheid de juiste, meest efficiënte stuurbeslissingen maken. Daar op de klotsende kanaalwateren van de Schie had ik ook de verantwoording voor de boot en de ploeg: één fout commando en ik zou in theorie de boot, mezelf én de boys knalhard tegen een brugpijler aan kunnen sauzen. Dus basically weet ik best wel wat er op een cruciaal moment gefixt moet worden en wat niet. Maar waarom doe ik het dan niet met alle dingen in de leven? Best bijzonder.

Ander dingetje: ik vind planningen maken op het werk het meest geestdodende wat je als kantoorklerk kan doen, ooit. Maar ik weet ook dat iets inplannen ervoor zorgt dat je dingen niet op het laatste moment nog ergens in moet knallen of fixen. Serieus, eindredactie doen voor een e-zine zonder planning is géén aanrader. Tenzij je het fashionable vindt om na de klus met een grijze coupe door het leven te gaan. Maar wel gek eigenlijk; want thuis ben ik dus wél een meesterplanner. Ik kan supergoed evenementen voor vrienden organiseren, fijne vrijgezellenfeesten in elkaar klussen, citytrips regelen; alles tot in belachelijke details en in de punten verzorgd. Zelfs mijn koffer klap ik een maand voor de vakantie open: elke keer als ik wat tegenkom wat mee moet, gooi ik erin. Met een tijdig knap ingepakte koffer als resultaat. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de oprichtingsgeschiedenis van mijn eigen firma Het Aapje. Van de visie, strategie, website; alles heb ik volgens plan en in een bepaalde volgorde van belangrijkheid, met voorbedachte rade opgebouwd en opgezet. Maar toch vind ik plannen gruwelijkstom en moodkiller eerste klas. Bijzonder nietwaar?

Dus vind ik het bijna ontroerend dat ik voor mijn corporate career het kwadrant van Eisenhower, de routine van taken indelen in een zelfgetekend modelletje, nodig heb terwijl ik voor de meeste andere zaken prima de planner kan uithangen. Hier moet ik even stoppen met ouwehoeren en een kanttekening plaatsen, en terug naar mijn eerdere vraag waarom ik soms wel en soms niet kan plannen. Volgens de MBTI-kleurentest (ooit bij Marketing & Communicatie-heisessie van EY gedaan), ben ik vooral geel, groen en een beetje paars. Geel klopt als een bus, want yellow people are the most creative ones. Voor de ideale werkbalans zou ik samen moeten werken met peoples die vooral blauw (gestructureerd) zijn. Dus, het feit dat ik op het werk niet zo goed ga op (bepaalde) structuren is eigenlijk gewoon heul logisch. Maar waarom doe ik deze hele persoonlijke effectiviteits-unit dan? Omdat dit type training verbazingwekkend uitstekend werkt voor het gele zonnetje dat ik ben. Ik leer namelijk dat iets systematisch aanpakken niet per definitie supersaai hoeft te zijn. Kwadranten tekenen aan het begin van mijn werkdag vind ik in elk geval een stuk chiller dan meteen rücksichtslos de dag doorrammen zonder plan. Maar de grootste les die ik nu al heb geleerd (en die ik allang wist, maar in zo’n training altijd fijn wordt bevestigd) is dit: dat ik uitstekende communicatieskills heb zowel corporate als creatief, maar dat mijn creatieve writingskills daar mijlenver bovenuit (op)stijgen.

Of zoals juf Ank inderdaad zou zeggen: ‘dat vinden wij niet raar, dat vinden wij alleen maar heel bijzonder.’ En zo is het.

Als je vintage tv-junkie bent (like me) maar de tv-serie Luizenmoeder (NPO 3) om welke merkwaardige redenen dan ook gemist hebt en er niet over kan meepraten, ga gauw je mond spoelen of bekijk hier de Juf Ank-anthem.