I love you, Sweetie Pie


Zullen we het hebben over de zoete dingen in het leven? Ik bedoel daarmee de suikerhoudende apparaten waarmee we onszelf als mens dagelijks of af en toe mee verwennen. Mijn trigger was een nieuwsbericht over de Roffin. Mijn talige brein maakte meteen een vreugdedansje want ik filterde daar muffin, Roffa en Robin uit. De Muffin van Robin uit Roffa. Het had zomaar een titel van een supercute kinderboekje kunnen zijn. Nee, Roffin blijkt een crossover te zijn tussen een muffin en een croissant. Naar een oud Frans recept hebben twee brutale bakkers uit Roffa Noord er een eigen draai aan gegeven en de Roffin gecreëerd. Met allemaal lekkere spullen erin zoals bramen en mascarpone. Ik zou dan wel de bramen en mascarpone eruit slopen met mijn speciale muffinschepje. Huh. Ja precies. Hierover later meer.

Ik ga het dus hebben over de sweeties, de koekjes, taarten en cakes van deze wereld. En dat is meteen grappig want eigenlijk ben ik niet een heel grote zoetekauw. Als kind kreeg ik centjes mee voor een ijsje voor na het zwemmen. Ik kocht daar altijd een zak friet van. Snap je? Lollies die we als kind kregen uitgedeeld op school vond ik intens vreselijk. Ik vond die suikermonsters op stokjes altijd zo belachelijk zuurzoet; de pijnscheuten schoten gewoon in mijn wangzakken van die suikerterreur. In dezelfde categorie snap ik salmiakballen en dropveters niet. Nooit begrepen ook. Die droplulveters smaken namelijk naar ernstig misvormd karton. Dus eigenlijk snapte ik zo jong als ik was, niks van mijn peergroup die lollies, drop en aanverwante units verslonden als savage beasts. Ik dacht als kind ook altijd heel arrogant dat mijn vriendjes en vriendinnetjes een superonderontwikkeld smaakpalet hadden. Met je dropveters. Geef mij maar verfijnde, goudgeel gebakken frietjes. Of een superb gebakken kippetje van mijn oma. Voedsel met ballen. Inderdaad. Voedsel dat ook echt alleen weggelegd is voor de fierce eter. Maar snoep? Snoep is voor sissy’s. Snoep in general is bleh met een dikke B.

Alhoewel. Ik had/heb een zwak voor een bepaalde categorie zoet, namelijk de cake zoals mijn mama die altijd maakt. Een beetje vochtig nog, en niet al te gaar. Ook de appeltaart uit het winkelcentrum in Amstelveen waar ik opgroeide, is uitzondering op de regel qua mijn haat aan nutteloze vulling in taarten, donuts en muffins. Want het is juist die heerlijke naturelle smaak van suiker, boter en eieren; all united in een spongy cake of taart, die mij echt in vervoering kan brengen. Dus geen blueberry muffin of een chocoladedonut (ieuw). Op de een of andere manier raakt mijn smaakbelevingsmomentum compleet van slag als ik in mijn hapje cake een verdwaalde blauwe bes ontdek. Of een kwak aardbeienjam tussen de taart. Of een lel chocolade over een roomblanke donut (why). Als ik het even doortrek naar de categorie chocolade: praliné en nootjes zijn helemaal fijn, rozijntjes kan ook nog. Rice crispies? Heerlijk. Maar bonbons met ganache, fruit, marsepein, drank en andere vulling en vloeibare ellende is voor mij moodkiller nummer 1. Heel soms vind ik hysterische combi’s wel lachen. Zoals de seizoensbars van Tony Chocolonely. Of de witte chocola met kokossnippers van Verkade. Maar uiteindelijk ben ik the most happy met chocola naturel.

En nog iets: die uitdeelvlaaien op het werk. Mijn god wat een droeve randomness is dat. Kunnen we daar alsjeblieft mee stoppen? Alleen appelkruimel krijgt mijn approval. Maar wat is er eigenlijk mis met een dampende lemper bij je koffie of een knapperige loempia bij de thee? Oh man, wat heb ik opeens zin in het ontketenen van The Savage Savory Revolution. Maar dan wel met een toetjesfestijn voor erna. Met cake naturel, donut zonder toppings en taart waarbij de verhouding vulling cake 10/90 is. Wie van jullie sweeties doet er mee?

PS: een muffinschep bestaat niet apenkoppen, echt jullie geloven ook alles. #hoedan

Elin, Mijn Funny Tandenfee

Mijn vaste mondhygiëniste was er niet. Haar vervangster checkte telefonisch nog even of ik okay was dat zij het voor deze keer waarnam, voordat zij de afspraak zou gaan inplannen. Ik maakte alsnog een superflauw grapje dat ik eenkennig was en niemand vertrouwde, dus nee, ik zou niet komen. Maar mijn stem verklapte natuurlijk allang en breed dat ik het totaal niet meende. De vervangster Elin, blijkt een opgewekte Turkse deerne die voor het gemak ook de receptie bemande. ‘Vakantietijd hè, iedereen weg. Behalve ik dan. Heb je nog even een moment? Dan werk ik even dit mailtje weg.’

Elin bleek haar opgewektheid heel consequent door te trekken in de behandelkamer. ‘Ff kijken hoe je mond erbij ligt te chillen. Aha.’ Ik: ‘Aha?’ ‘Ik zie aanslag. Rook je?’ Ik: ‘Ben een casual roker, dus als ik drie sigaretten per kwartaal rook is het veel,’ beken ik met gepaste groosheid. Koffie kon ook niet echt de boosdoener zijn aangezien ik alleen ’s ochtends aan het koffie-infuus lig: één beker c’est tout. Elin denkt even na want dit antwoord had ze blijkbaar ook niet helemaal zien aankomen. ‘Ik ga je laten zien hoe je het beste kan poetsen. Hand of elektrisch? Maakt mij geen bal uit hoor. Als je het maar goed doet.’ Ze klapt zo’n kunststof gebit, -gebit-poetssimulator in jargon- open, en pakt er een tandenborstel en spiegel bij. Theatraal duwt ze de handspiegel vlak onder mijn neus. ‘Je spiegel wordt je beste vriend. Spiegel wordt vies, dat ook, maar het gaat je beste vriend worden, let op.’ Geamuseerd kijk ik vanuit mijn lighouding naar docente Elin en bij haar eerste poetsbeweging in dat gebit slaak ik al een ‘oooh’ van enorme verbazing. Elin kijkt supertriomfantelijk. ‘Had je niet gedacht hè?’ Nee. Ik had zeker niet kunnen bedenken, dat als je van die hysterische massage-bewegingen van tand naar tandvlees maakt (de poetstechniek die echt íedereen hanteert), dat je dan gewoon niet goed bij je hoofd bent. ‘Want’ vervolgt Elin opgewekt, ‘op het moment dat je je tandenborstel heen en weer beweegt, van en naar je tandvlees, dan duw je toch je tandvlees stuk?’ Ik knik gedwee. ‘Nou dan.’ Dus weet ik vanaf nu dat je je borstel gewoon eerst op je tanden legt en heel simpel eenrichtingsverkeer-poetsbewegingen moet maken. Daarna ‘kieper’ je de tandenborstel schuin richting je tandvlees ‘en dan doe je rustig hetzelfde. Van achter naar voren, borstel uit je mond en weer leg je opnieuw je borstel op de achterkant en schuif je ‘m naar voren. Een panenka vanaf de stip is er niks bij.

IMG_20180801_222257_936

Tandenpoetsen is topsport als het aan Elin ligt. Streng als ze is, laat ze mij droogpoetsen terwijl ik onwennig die spiegel vasthoud. ‘Je moet gewoon zien wat je aan het doen bent, anders wordt het ‘m echt niet hoor. En door je neus blijven ademen en mond ontspannen als je bij je achterkiezen bent. Zo voorkom je kokhalzen. Waar poets je mee? Paradontax?’ Ze lacht. Daarmee weet ik meteen dat ik al jaren in het slimme marketingverhaal van Glaxo Smith Kline ben gestonken. Een godsvermogen heb ik aan deze zoute tandpasta gespendeerd. ‘Poets alsjeblieft met wat je lekker vindt smaken. Paradontax is niet lekker. Punt uit.’ Okeeee juf Elin.

Meteen beland ik in college deel II: Hoe-de Dreft-op-een doekje-volslagen zinloos-is-theorie. ‘Want zeg nou zelf, als je Dreft op een spons gebruikt, dán pas krijg je die aanslag toch weg? Precies.’ Elins’ tandenles werkt aanstekelijk. Vooral omdat Elin ook echt een heel grapppig persoon is. Bij elk nieuw poetstechniek-weetje dat Elin doceert, brul ik vrolijk ‘Serieus???’ en lacht Elin om mijn omg-momentje nummer twintig. Met haar lilakleurige uniform en haar sprankelende persoonlijkheid lijkt ze zo uit die gekke doktersserie Scrubs zijn weggelopen. Elin legt uit en kletst vrolijk verder. Dat ze poetsvoorlichting geven zoals ze nu al ruim twintig minuten doet, eigenlijk nog leuker vindt dan het behandelen zelf. Ook omdat ze de zenuwaandoening Carpaal tunnelsyndroom heeft in haar arm, ‘dus dan is het ook echt even lekker om niks met mijn handen te doen.’ Elin stijgt in mijn aanzien. Ik ga goed op mensen die werkelijk niks maar dan ook niks een belemmering vinden en gewoon gaan met die banaan. Ik hou ervan. En ik hou ook zielsveel van mijn nieuwe tandenpoetsritueel. Borstel erop, van achter naar voren. Borstel eraf en weer achterin je kaak leggen en de beweging herhalen.

The Elin Way is the Only Way peoples.

Sterren&Bananen aflevering #3: Rondje Roffa, stukje Malieveld

Een nichtje van mij is na een kort Amerika-avontuur weer neergestreken in de havenstad. En dat is gezellig en gevaarlijk tegelijk. Mijn familie gaat nou eenmaal verschrikkelijk goed op lekker eten. Tel daarbij op dat Rotterdam letterlijk motherfucking vet wordt door de never ending stroom aan heerlijke nieuwe horeca en compleet is de eetcyclus. En dan ben ik dus inderdaad supergezegend met de uitstekendwerkende eetgenen van mijn fam, ook dat nog. Back to my niece. Sinds ze dus terug is terroriseren we de horecaplinten van downtown Roffa compleet stuk. We spreken af voor lunch, shoppingspree of diner, en als een van ons wat later arriveert op eetlocatie X, dan is de ander alvast begonnen aan een fles goede vino. Wachten is hetzelfde als voorproeven. Dat werk. Ik stroop alle Facebook-updates af van de Buik van Rotterdam en andere Roffaculinair-oriented fb-dingen, op zoek naar nieuw te openen tentjes of net geopende tenten. Of restaurantjes die al honderd jaar vijfsterren reviews krijgen en ‘die we nu toch echt een keer moeten slicen’. De lijst is soms hopeloosmakend lang. Want wanneer eet je deze horeca-ontwikkelingen in hemelsnaam in één kalenderjaar bijelkaar zonder bankroet te raken? Hysterisch is het.

But never give up uiteraard. Wat denken jullie dan. Zo hebben we al de allerlekkerste Syrische shoarma in district Delfshaven weggetijgerd. De heavenly shoarma van Shaami Huis lijkt geeneens op die random antikater-shoarma uit je dorp. Het type provinciale shoarma waarmee je, als je het niet snel opeet, de tochtgaten in je huis kan dichtkitten met knetterhard geworden shoarmabrokjes. Nee, Shaami Huis knutselt opgerolde kunstwerkjes van smakelijk Syrisch brood en mals gekruid vlees. De kunstige rolletjes hebben een diva appearance alsof de shoarma-units rechtstreeks uit een Arabisch sprookje komen wandelen, zo prachtig. Verder ga ik nog net niet spontaan dancehallen van de juicy burgers van respectievelijk de Burgerclub op de Nieuwe Binnenweg en Diego’s. Die laatstgenoemde burgerboer is bekend van de duurste hamburger ter wereld en komt binnenkort met een filiaal in Rotterdam. Nichtje kwam bij toeval een Diego’s foodtruck tegen op het Schouwburgplein (want apparently was het vorig weekend International Hamburgerday), alwaar ze de orgastisch lekkere burgers ‘kado’ deden voor het absurde bedrag van twee euro de burgert. Insane qua prijs, insane lekker en insane slimme reclame van deze new kid in town coming soon. Oh ja: chocoladetaart eet je goed bij De Koffiebar. Ja hallo, wel blijven opletten want we zijn inderdaad bij het dessert aangekomen. De Koffiebar zit een beetje stom verstopt aan de Karel Doormanstraat tussen een paar non-descripte restaurantbars. Jeweet, van die systeemplafondtenten waar je je nare schoonmoeder naartoe stuurt, maar worthy the walk. Ben je meer van een noncha chocoladetaart en hoeft het niet zo instagrammystrak? Hobbel dan door naar Mangiare, in de poshy Van Oldenbarneveldtstraat. Daar krijg je een rommelig maar superlekker stuk chocotaart uitgeserveerd. Alsof di mama ‘m zelf uit Napoli heeft meegebracht.

Burgerclub mensen.

Burgerclub mensen, leer nou van deze apenkop waar je goed burgers kunt eten.

Anyway: ik had het over het Schouwburgplein net. De horecastrip op het plein maakt een geweldige metamorfose door qua aanbod. Een echte foodie-upgrade thanks to Bertmans ontbijt&lunch&dinertent. De Rotterdamse eigenaren van Bertmans openden hier onlangs een megagroot tweede filiaal. Ze gaan lekker inderdaad. En dat snappen nichtje en ik maar al te goed. Hier slurpten wij twee weken geleden de lekkerste sapjes weg en aten we een prima ontbijtplankje met eitje, pannenkoekjes en kokosyoghurt helemaal opperdepop. Wel pricey, maarrr wel heul blijmakend en smaakvol. Afgelopen weekend at ik met een deel van mijn familie op de Haagse Tong Tong Fair op het Malieveld. Ik werd letterlijk door een Javaans moslimvrouwtje haar restaurantje ingelokt, ondanks het feit dat ze dus geen porky en bier serveerden. Als je dát lukt dan ben je echt een koning vind ik. Koninklijk waren de nasi campur, uduk en bami goreng met kip for sure. Helemaal leuk en in mijn element was ik, omdat ik de hele bestelling voor zeven man in het Indonesisch kon doen. Verder heb ik me die avond heel flink moeten houden (confession). Want de dreiging van supersentimenteel te worden met al die fijne Indonesische vibes om me heen, was groot. Sterker nog, ik was af en toe een beetje stil. Beetje heel erg in het realisatiemoment hoe rijk je bent als pinda met deze fantastische eetcultuurt. Even niet de sassy restaurantrecensent uithangen in downtown Roffa, maar gewoon gelukzalig en stil genietings doen van een stokje sate op het Malieveld. Supermooi.

Deze keer geen rotte bananen dus maar alleen maar fonkelende sterren en liefde voor alle tentjes die ik in dit blog heb genoemd. Ik zeg: gaan met die banaan en proef zelluf!

Shaami Huis
Burger club
Bertmans
Diego’s
De Koffiebar
Mangiare

PS: Voor de Tong Tong Fair zijn jullie te laat want afgelopen, sukkels. Volgend jaar is ie er weer dus blok ‘m maar in je agenda alvast #geendank

Kip met tranen

Kak. Ik heb te maken met een nieuwe televisieverslaving. Op Spike tv kijk ik sinds een kleine maand vrij obsessief naar Ghost Adventures. Daarmee ben ik gelijk spuit elf want blijkbaar bestaat dit televisieprogramma al sinds 2008. Maar boeit niet. Het gaat erom dat ik inmiddels behoorlijk wat slaaptekort heb opgelopen omdat de serie pas rond middernacht begint. Wat dan wel weer toepasselijk is voor het hele programma dat draait om demonen en ronddolende geesten in gruwelijkziek vervallen kastelen en ziekenhuizen. Ik ga het Ghost Adventures-format verder niet uitleggen maar het draait om een groepje guys dat met behoorlijk geavanceerde apparatuur contact maakt met geesten. En hoe. Het is eigenlijk best eng om naar te kijken maar ik vind het dus helemaal fascinerend. Komt ook omdat ik best geloof dat er iets is tussen hemel en aarde. En geloof me, dat is er.

Ik heb een tijdje in Indonesië gewoond en daar kun je gewoon niet ongevoelig zijn voor paranormale verhalen die je daar best vaak hoort. Toen mijn oma kwam te overlijden, zagen mijn moeder, broertje en tante haar vaak verschijnen aan hun bed. Ik kan alleen maar ademloos naar dat soort verhalen luisteren. Want je zou denken dat gevoel hebben voor/met paranormale zaken dan meteen in je genen zit. Ik kan U vertellen: mij is zoiets nog nooit overkomen. Ik heb nooit geesten gezien of gevoeld. En toen een zakenrelatie die spiritueel is ingesteld onlangs vroeg of ik het gevoel herken van plotselinge koude rillingen ‘want dan is je overleden vader dichtbij’, moest ik hem het antwoord helaas schuldig blijven. Misschien dat ik daarom dit soort programma’s juist heel entertaining vind. Ik ben zelf dan misschien niet het type waar geesten gezellig een bezoekje aan plegen, maar intrigerend vind ik het fenomeen wel. En ik geloof het. Toegegeven: ergens vind ik het jammer dat ik pa niet even van zijn wolkje af kan laten stappen. Een holo van papa die mij gedag komt zeggen, hoe chill is dat.

Of?
Een maandje terug besloot ik na een intense shopsessie met roomie eerder terug naar huis te lopen. Op de West-Kruiskade, home to tientallen Aziatische toko’s, restaurantjes en Turkse deli’s kreeg ik spontaan een intense snackattack. Een straat vol exotische snackparadijsjes waar ik makkelijk lemper, empenada’s, sushirijst met paling of een kommetje dampende ramen achter elkaar naar binnen zou kunnen schuiven. Maar wat deed ik? Ik liep die hele Asian strip compleet voorbij en ging de Kentucky Fried Chicken in. Ja man. Binnen vijf minuten zat ik daar met een dienblad vol kippetjes in krokant jasje, friet en een Coke Zero een fastfoodbarbaar te zijn. Ik was zelf ook een beetje confuus van deze brute eetbeslissing. Maar na twee hapjes kip realiseerde ik me waarom ik hier zat. Heel gek dat ik die link niet eerder had gelegd, maar het kwam heel onverwachts snoeihard binnen.

Tijdens mijn highschooltijd in Jakarta sleurde ik papa altijd mee naar KFC als we ons maandelijkse uitje hadden. Als puber had ik blijkbaar een nogal eenzijdig smaakpalet. Of ik wilde gewoon afwisseling tussen rijsttafel en andersoortig voedsel. Naast het feit dat ik, confession, de ultieme frietjunkie ben. Anyway. Het moment dat ik de connectie zag tussen KFC, papa en mezelf, dat was hét moment dat ik genadeloos werd overvallen door emoties. Mijn oogjes liepen vol met tranen en ik liet me totaal meevoeren in een gigantische emotrip. Zat ik daar kip te eten en tranen te plengen tegelijk. Ik was totaal niet opgewassen tegen dit gevoel. Het gevoel dat papa daar naast me zat. Alsof we samen het verdriet deelden dat we elkaar zo vreselijk missen. De tastbare herinneringen die ik voelde. De quality time met pa, vergezeld door crispy stukjes kip. Het was echt een bizar en heel, heel intens gevoel. Ik kon simpelweg niet stoppen met droef zijn.

Zou dit dan mijn eerste soort van paranormale moment zijn geweest met papa? Ik zal het pa de volgende keer vragen als ik daar weer zit met een dienblad vol troostkip. Mijn eigen kip met traantjes.

Mag ik uw aandacht voor hamburgers en friet?

Ik ben nu een kleine maand onderweg met heel uitsloverig sporten (gemiddeld vier keer per week) en het uitbannen van gezellige doordeweekse drankjes waarbij ik in het weekend (lees: een donderdag schuurt ook tegen het weekend aan duss) af en toe een cheat day mag hebben. Afgelopen donderdag voelde dus als een mooie dag om los te gaan op mijn eeuwige liefde voor friet en snacks. Het was toevallig zo’n avond na werk waarin niet-rijdende treinen vanaf Amsterdam-Zuid een hoofdrol speelden. Mijn beste escape is dan altijd om via Schiphol naar Roffa te reizen. Werkt altijd vet prima. En recht zo die gaat, liep ik van de roltrap direct door naar de Burger King. Met een frietje mayo en crispy kipnuggets ging ik met een intens gelukkige glimlach aan een tafeltje zitten. Dit dienblad vol diepgefrituurde snacks voelde niet slecht maar juist als beste besluit van de dag. Een andere beslissing die vrij rap kwam was om mijn foon een keertje onaangeroerd te laten. Want aandachtig en rustig eten past in een gezond en verantwoorde manier van consumeren. Je raakt gewoon verstandiger verzadigd i.p.v het standaard snel wegroeren van snacks (om een uur later gewoon weer trek te hebben, maar dat geheel terzijde). Enfin. Met mijn foon diep in mijn tas geduwd genoot ik van elk frietje en van elk hapje nugget. Het niet doelloos naar schermpje staren leverde ook gewoon een soort mindfulness-moment op. Wat heerlijk om een keer gewoon je omgeving te observeren. Of gewoon de tijd nemen om je knapperige nugget te bestuderen: de goudgele korst, het sappige kippenvlees (really, Ramona).

Ook was ik even vergeten hoe chill de Burger King is om mensen te observeren. En erachter komen dat de meesten toch corresponderen met het doel van Burger King: fastfood verkopen aan mensen die nul boodschap hebben aan mindfulness, aandachtig eten en rust. Welnee. Ik heb nog nooit zo veel mensen zo hard whoppers, friet en nuggets naar binnen zien werken. En die telefoons hè. Die belanden nog net niet in den slokdarm der mensheid. Naast mij zat natuurlijk zo´n paradijsvogel. Een soort theelepelvrouwtje met te grote jas en te lelijk haar. Lelijke bril ook. Ze praatte tegen haar foon. Doe ik misschien ook weleens, maar dan thuis uit het zicht van het volk. Het klonk een beetje Willy Wartaal-ish. Ze had ook een speakertje bij zich. Net gekocht, want ze frutselde het ding uit een kartonnen doosje, waarna het een prominente plek kreeg tussen de friet en haar hamburger. Tegen deze opstelling begon ze opnieuw te pruttelen. Af en toe belde ze ook (niemand). Ik kreeg een beetje een brok in mijn keel. Normaal gesproken omdat ik te gulzig een hamburger weg probeer te kauwen en nu om het hoopje sneu naast me. Is er dan niemand die dit vrouwtje opvangt of iemand die voor haar zorgt? Of misschien maakte ik me te druk en is het gewoon helemaal prima met haar en is ze met al haar beperkingen juist knap zelfstandig dat ze erop uit is en haar eigen mindfulnessmoment bij de Burger King heeft.

Wie ben ik om daarover te oordelen?

Wat heb ik in mijn Pocahontas-tas

Nog een beetje wazig bestudeerde ik vanochtend in de Intercity Direct mijn Louis Vuittonnetje qua inventaris. En opeens zag ik daar poëzie in. Zoals schrijvers, dichters dat in het algemeen doen. Dingen droogobserveren totdat die talige bovenkamer gaat werken, om het vervolgens tot een onwaarschijnlijke woordenwaterval te roeren. Oh, wat zit er dan in die Vuitton-tas Ramona, dat je bovenkamer ging steigeren? Nou gewoon, alledaagse ik-neem-mee-naar-kantoor-dingen. En toen ik ze zo schijnbaar achteloos aan het ontleden was in de Intercity Direct, ontstegen ze vanzelf hun randomness als volgt (zoek trouwens zelf even de onderwerpen van gesprek in de foto op):

Magnetronbakje met couscous, broccoli, feta en Italiaanse worst. Hier heb ik afgelopen weekend een grote pan van gemaakt en onderverdeeld in to-go-bakjes. Met mijn Spartaanse fitnessregime sinds januari is dit gewoon het beste wat me kan overkomen doordeweeks: ruim voordat ik ga trainen, gezond snaaien uit, wat ik noem, bakjes voor de blokjes (op mijn buik). Brood van de Dirk gesneden in hun fancy broodmachine, uit de diepvries in de tas gepleurd: ik ontbijt meestal wel, maar de laatste tijd probeer ik iets meer efficiency in het ochtendritueel te knallen. Want ik haat haasten in de ochtend. Dus skip ik ontbijt en smeer ik pas een bammetje als ik op the office ben. Daardoor kan ik in de ochtend iets relaxter een gezichtje tekenen met mascara, poeder en oogschaduw while drinking een vers getapt bakkie uit de Bialetti-cafetière. Oh zo luxe. Op de foto ook een bakje selleriesalade van de Dirk (die ik eigenlijk niet zo lekker vindt, die van de Appie smaakt smeuïger. Yep. Blijkbaar kan daar dus kwaliteitsverschil in zitten, in een bak dressing waar getjopte sellerie doorheen is geroerd).

Mijn allergiedildo. Ja jongens, hij lijkt daar toch op qua vorm? Deze inhalator is zelfs in de winter my best friend, en dat is niet raar maar alleen maar heel bijzonder. Want wie heeft nou last van pollen in een seizoen waar alle bloemetjes tijdelijk zijn uitgeroeid door koelkasttemperaturen? Ik. I kid you not. Chloé eau de parfum. Complete chickpopulaties op deze aardbol lopen met deze geur op. Mainstream tot op het bot maar dat boeit mij in zijn geheel niet. Feit is dat dit een machtigsexy geurtje is dat zo intens naar honing ruikt terwijl dat er niet in zit. Heerlijk, ik hou van dat ongrijpbare (want dat ben ik ook, zeggen intimi). AquaFresh Intense Clean tandpasta. Dubbelfristandpasta noem ik het. Dikke onzin natuurlijk dat 24/7-frisverhaal maar eigenlijk ook weer niet. Want na het poetsen met dit goedje voelt het alsof ik drie pakjes SportLife tegelijk weg heb zitten tijgeren. Echt meesterlijk spul.
tas

GEVONDEN! Mijn camelkleurige leren handschoenen van de H&M. Ooit ingeslagen toen de kleur camel heel de fashionwereld voor het eerst terroriseerde en daarna voorgoed alle fashionista’s in de hip-greep hield. Inmiddels compleet doorleefd maar daardoor zijn het mooi wel handschoenen met karakter. En waar ben je met je handen tegenwoordig zonder onderscheidend vermogen. Precies. Mijn ABN e-dentifier. Afgelopen maand was het bal met de bank. Internetbankieren was stuk. Niemand kon bij zijn zwaarvergaarde kapitaal. En ik kon niet online shoppen. Blah. Deze e-dentifier heb ik niet altijd bij me, maar soms moet je je geld even tussendoor kunnen witwassen. En dan kunnen de grote jongensbedragen echt niet getransfered worden zonder extra controle en dus niet zonder e-dentifier. Snap jij snap ik.

PS: Pocahontas-tas is een oud grapje van mijn jaarclub toen ik een keer met een hysterisch-kleurige rugzak naar college wilde.

Dat is niet raar, dat is alleen maar heel bijzonder

The Luizenmoederforce is strong. Ik móet wel iets uit de gelijknamige, en nu al legend megahitserie in mijn blog tweaken. De intens politiek-incorrecte Juf Ank-oneliners verdienen al een blog op zich, zo meesterlijk zijn ze. Maar misschien voor een andere keer.

Want guysgirls, ik zit sinds januari op training. En dat is ook best bijzonder. Een training geïnspireerd op de leer van managementgoeroe Stephen Covey: persoonlijke effectiviteit, dé cultklassieker onder de ontwikkelingstrainingen. En een training waarvan de naam overigens ongelofelijk in de jaren negentig is blijven hangen. Ik bedoel, wie wil in het overvolle agile – en mindfulnesstijdperk nog op een persoonlijke effectiviteits-heisessie kauwen? Ik wel hoor (al vind ik een banaan lekkerder om op te knagen, maar dat geheel terzijde). Als werkend aapje heb ik altijd genoeg te leren qua efficiency en effectiviteit en de onderliggende drijfveren waarom ik iets doet zoals ik doe. En waarom ik meestal niet doe wat eigenlijk wel moet. Of zoiets. Enfin, via het werk ben ik sinds januari officieel in training via opleidingsinstituut ICM. Met een knus compact groepje, bestaande uit drie andere verloren werkschapen komen we één keer per maand, gedurende vier maanden samen op de trainingslocatie in Utrecht Lunetten. Daar leren we onder leiding van een coach de fijne kneepjes van dat hele effectiviteitsdenken in relatie tot werk en ook privé. De tussenliggende weken maak je opdrachten en log je al je ontwikkelingsavonturen in een online diary.

Al sinds de eerste training gedraag ik me als een voorbeeldige leerling, hetzij in het begin met wat opstartproblemos. Ingesleten gewoontes ram je er niet zo maar uit (lees: episch uitstelgedrag). Maarrr, mijn to-do-lijst op het werk is sinds ruim twee weken aardig getransformeerd van slagveld vol eindeloze taken in iets wat lijkt op een intens strakke routeplanner van een commandant die elke dag een strategie voor het volgende oorlogsjaar moet uittekenen. Volgens de kwadranten van Eisenhower (vrij vertaald: Actie/Plannen/Delegeren/Onbelangrijk) vul ik braaf mijn projecten en acties in en, probeer ik ze ook met focus in die volgorde af te werken. Lastig wordt het als ik sommige taken die snel af kunnen, verwar met taken die echt NU moeten. Want wat is nu acute noodzaak en hoezo schuif ik een project waar ik eindverantwoordelijk voor ben voor me uit? Beter check ik als communicado hoe het met de wereld is gesteld volgens de realiteit van de sociale media. Heb ik ten minste koffie-automaatgelummelmateriaal op een beetje niveau.
IMG_20180129_175143_149
Gek eigenlijk. Ik ben stuur geweest van een Acht. Een roeiboot met acht bloedeigenwijze kerels waar ik in charge was om deze roeiploeg accuraat en zonder kleerscheuren, via langsvarende binnenvaartschepen over de finish te brullen. Daar moest ik ook met focus en alertheid de juiste, meest efficiënte stuurbeslissingen maken. Daar op de klotsende kanaalwateren van de Schie had ik ook de verantwoording voor de boot en de ploeg: één fout commando en ik zou in theorie de boot, mezelf én de boys knalhard tegen een brugpijler aan kunnen sauzen. Dus basically weet ik best wel wat er op een cruciaal moment gefixt moet worden en wat niet. Maar waarom doe ik het dan niet met alle dingen in de leven? Best bijzonder.

Ander dingetje: ik vind planningen maken op het werk het meest geestdodende wat je als kantoorklerk kan doen, ooit. Maar ik weet ook dat iets inplannen ervoor zorgt dat je dingen niet op het laatste moment nog ergens in moet knallen of fixen. Serieus, eindredactie doen voor een e-zine zonder planning is géén aanrader. Tenzij je het fashionable vindt om na de klus met een grijze coupe door het leven te gaan. Maar wel gek eigenlijk; want thuis ben ik dus wél een meesterplanner. Ik kan supergoed evenementen voor vrienden organiseren, fijne vrijgezellenfeesten in elkaar klussen, citytrips regelen; alles tot in belachelijke details en in de punten verzorgd. Zelfs mijn koffer klap ik een maand voor de vakantie open: elke keer als ik wat tegenkom wat mee moet, gooi ik erin. Met een tijdig knap ingepakte koffer als resultaat. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de oprichtingsgeschiedenis van mijn eigen firma Het Aapje. Van de visie, strategie, website; alles heb ik volgens plan en in een bepaalde volgorde van belangrijkheid, met voorbedachte rade opgebouwd en opgezet. Maar toch vind ik plannen gruwelijkstom en moodkiller eerste klas. Bijzonder nietwaar?

Dus vind ik het bijna ontroerend dat ik voor mijn corporate career het kwadrant van Eisenhower, de routine van taken indelen in een zelfgetekend modelletje, nodig heb terwijl ik voor de meeste andere zaken prima de planner kan uithangen. Hier moet ik even stoppen met ouwehoeren en een kanttekening plaatsen, en terug naar mijn eerdere vraag waarom ik soms wel en soms niet kan plannen. Volgens de MBTI-kleurentest (ooit bij Marketing & Communicatie-heisessie van EY gedaan), ben ik vooral geel, groen en een beetje paars. Geel klopt als een bus, want yellow people are the most creative ones. Voor de ideale werkbalans zou ik samen moeten werken met peoples die vooral blauw (gestructureerd) zijn. Dus, het feit dat ik op het werk niet zo goed ga op (bepaalde) structuren is eigenlijk gewoon heul logisch. Maar waarom doe ik deze hele persoonlijke effectiviteits-unit dan? Omdat dit type training verbazingwekkend uitstekend werkt voor het gele zonnetje dat ik ben. Ik leer namelijk dat iets systematisch aanpakken niet per definitie supersaai hoeft te zijn. Kwadranten tekenen aan het begin van mijn werkdag vind ik in elk geval een stuk chiller dan meteen rücksichtslos de dag doorrammen zonder plan. Maar de grootste les die ik nu al heb geleerd (en die ik allang wist, maar in zo’n training altijd fijn wordt bevestigd) is dit: dat ik uitstekende communicatieskills heb zowel corporate als creatief, maar dat mijn creatieve writingskills daar mijlenver bovenuit (op)stijgen.

Of zoals juf Ank inderdaad zou zeggen: ‘dat vinden wij niet raar, dat vinden wij alleen maar heel bijzonder.’ En zo is het.

Als je vintage tv-junkie bent (like me) maar de tv-serie Luizenmoeder (NPO 3) om welke merkwaardige redenen dan ook gemist hebt en er niet over kan meepraten, ga gauw je mond spoelen of bekijk hier de Juf Ank-anthem.

Gymmen bij Cobi van de zonnebank

Jongens, ik heb bij toeval mijn eigen buurtfitnesskroeg ontdekt en ben nu al verliefd. Maak kennis met mijn nieuwe crush: Recreatiecentrum Oostervant, zo’n drie koprollen van huis vandaan. Typisch zo´n buurtvoorziening geschikt voor het hele gezin: oma stal je met een pak bingokaarten in het Wereldrestaurant (´deze week ons wereldgerecht stamppot peentjes en verse worst voor maar 7,50 euro`), de kindjes knal je in het kinderbad, de neefjes kunnen zaalhockeyen, mama hangen we aan de bokszakken voor die felbegeerde instafithotbod en papa kan zijn verroeste bowlingbal weer eens uit de kast sleuren (of doe maar niet eigenlijk). Recreatiecentrum Oostervant. Van binnen ziet het er uit zoals het klinkt: Campy en compleet over datum. Het interieur doet zo verschikkelijk pijn aan de ogen, dat het gewoon hipster is. De roodbruine bakstenen muren, de bruine tegels met die typische terracotta overloop op de vloeren en sanitair; het is heel overweldigend en intens. Het gebouw schat ik minstens dertig lentes oud. Maar wat geldt voor de tempels van de oude Grieken geldt ook voor Oostervant. Het zijn bouwwerken van het type robuuste units die moeiteloos veldslagen, krakersrellen en de immer onvermoeibare vastgoedbouwsloopkogel overleven.
Picture_20180122_090340267
Als de atoombom een keer neerklettert, dan ben ik hier aan het schuilen, zoiets. Oostervant is oud, maar alles doet het nog, en wat functioneel is ís gewoon functioneel. Verlichting is om je weg te vinden in de ruimte waar je bent, van gedempt sfeerlicht hebben ze hier nognooitniemand gehoord. En vooral: automatisering heeft nog maar mondjesmaat zijn invloed gehad op dit stokoude sporthuis. Schattig vind ik dat. Zo kom je het centrum niet binnen via een flashy poortjesscanner. Nee, hier meld je jezelf nog netjes zoals het heurt bij Cobi aan de balie. Die vervolgens je pasje scant en je een bonnetje geeft voor de gym. Voor elke sportaanbieder in Oostervant krijg je een uitdraai die je afgeeft bij je trainer als bewijs van deelname. Maar het is natuurlijk vooral om de gigantische Miss MoneyPenny-administratie op orde te houden (lees: plastic ordners vol insteekhoesjes met ledeninfo). Volkomen hysterisch en hopeloos achterhaald. Maar het werkt wel.

De fitness is dus uitbesteed, aan een org met de zalige naam Buurtfitness SportLokaal. Toegegeven, deze naam hielp niet. Dus mijn verwachtingsmanagement had ik al ingesteld op -7. Ik gokte hoogstens op vier apparaten voor buik, armen, benen plus een cardio-unit waarop je kunt faken dat je de marathon net fluitend hebt afgevinkt. Maar, toen ik de gang doorliep, langs de sportzalen voor zaalhockeytoernooien en de entree van de buurtfitness binnenwandelde slikte ik die stereotype gedachten meteen weer in. De Buurtfitness blijkt een enorme sportruimte met aparte zalen voor crossfit, groepslessen en de hoofdzaal met prima apparatuur waar op de vide, nóg meer impressive apparatuur is uitgestald. ´Hier sporten vooral de boys (uit de hood), maar iedereen is welkom natuurlijk´ vertelde de blije fitnessinstructeur blij. Dat laat ik me natuurlijk geen twee keer vertellen want het zijn precies deze hardcore buikspiermartelapparaten waar ik de komende tijd dikke vriendjes mee ga worden.

Inmiddels heb ik al flink zitten apenkooien in de fitness en het zwembad (jaja) en heb ik ook al heerlijk gesoezeld onder de zonnebank. Die laatste staat in een ruimte die je zelf moet openen met een loodzware Cluedo schatkistsleutel, uitgereikt door Cobi herself. ‘Zonnebank aub zelf schoonmaken voor de volgende gast. Danku’, hangt er in legendarische Hyves-font op een geprinte A-vier aan de muur. Want het blijft natuurlijk wel het Rotterdamse Oostervant buurtcentrum hè mensen. Niet eindeloos lullen, maar meedogenloos sporten en na afloop zelluf poetsen. Recreatiecentrum Oostervant, nu al dé ontdekking van 2018.

Sterren&Bananen aflevering #2: Falafelbowlingballen en strafrechtravioli

Bij een versgebakken nieuw jaar hoort, nog in tamelijk brakke toestand, het afstruinen van horecatentjes die ernstig van de bucketlist moeten worden afgevinkt. Rotterdam is een dramastad daarvoor, want elke dag wordt er wel een tent vertimmerd waar je ‘beste koffie’ en ‘de lekkerste sandwiches’ kunt wegtijgeren. Nja. Het is hysterisch als je bedenkt dat het over koffie en brood gaat. Spullen waar niemand de wereld mee gaat redden.

Anyway. Lot&Daan, een lunchtent in de dode hoek van de Wijnhaven, vlak naast mijn alltime favorite cocktailbar Noah en tegenover hotel CitizenM, is er zo eentje. Net vorig jaar geopend en ever since jankt iedereen van happiness in Facebookreviews. Tijd voor een monkeyinterventie. Samen met twee eetgrage vriendjes Natasha en Erik bestelde ik afgelopen zaterdag hoopvol een tafel vol lekkere dingen. Een bol met kip voor E., een quinoabowl *sigh voor N., een falafelbol voor mij. En soms weet je, nog voor je je gebit in je voedsel hebt geparkeerd: kak, ik heb het verkeerde besteld, en mijn tafelgenoten het beste van de kaart. Op het moment dat de serveerster mijn witte bol met falafel-balletjes (vier stuks nog wel, hou op met me hoor!) voor mijn neus zette viel een van de falafel-units al als een soort gefossiliseerde gekrompen bowlingbal van het broodje af, en maakte het ding een ererondje op mijn bord. Dit was echt geen sappig falafelballetje mensen, I can tell you that. Het niet-verse broodje oogde ook wat schraal zo met die vier remi-falafels. Aan de donkere kleur kon ik ook al zien dat ze te lang onder de frituurzonnebank hadden gelegen. Niet sexy. Ik sneed zo’n midget bowlingbal open. Correctie: ik probéérde een balletje open te snijden maar die besloot met een lompe sprong van mijn mes weg te escapen. Zou ik ook doen als ik mislukt was. Na handmatig gepruts zag ik al waar ik bang voor was: een compleet drooggefrituurd balletje waar alle sappige blijheid uit was verschwunden. Ik huilde van binnen. En ik huilde nog harder toen ik zag dat de yoghurtsaus, jeweet, de romige friszure saus waarin falafel lekker kan borstcrawlen, hier slechts zo’n nasty culinair lepelstreekje op het brood was. Serieus, qua sausproportionering nog niet eens genoeg als dressing over de brokjes voor de cafékat die ze niet hebben.

Lot & Daan, wat doe je me aan. Ik geef je nul sterren en ook geeneens een banaan. Nou vooruit, twee voor de moeite en nog soort van tweede kans. Want zoals ik al zei, de bol met kip van Erik zag er goddelijk uit. Een royaal stuk kippenborst (?) in veel marinade. Niet geproefd maar ik zag aan Erik dat hij één werd met zijn chille bol met kip. Ik proefde vervolgens van Natasha’s quinoa-bowl en die was supersappig, met heerlijke toppings zoals ei en zalm. Hoera! En hoewel ik zelf al vet lang over die quinoaspelt-hysterie heen ben, wil ik deze de volgende keer best bestellen. Maar dan wel in een PLAT schaaltje en niet in van die onzinnig diepe drinkbakken voor chihuahua’s aka kommen waarin ze werkelijk álles serveerden. Of doen ze dat expres om die falafelknikkers op te kunnen vangen? Aight.

Tip voor L&D: het is óf bowlen óf frituren, capisce?

Tip voor L&D: het is óf bowlen óf frituren, capisce?

Veel beter at ik de donderdag daarvoor op de Zuidas. Tussen die kantoorunits een goeie tent vinden is nogal een project. Of het is kneiterduur en niet per se lekker. Of het is average en gewoon niet lekker. Daarbij, gewoon ‘uit eten’ op de Zuidas doet geen culinaire sterveling. Voor een beetje fatsoenlijk eten in Damsko moet je eerst je postdoc halen op alle recensies van Hiske Versprille van het Parool, alvorens ergens in een fancy tent binnen de grachtengordelperiferie te belanden (en geen meter daarbuiten) omdat Hiske twintig sterren gaf voor de gepoftgelaktgesauteerde hertenfilet maar nul voor de beschimmelde amuses. Anyway, eten in Amsterdam kan prima, maar doe je niet voor je lol bij de kantoorklerkkantines op de Zuidas. Je zou bijna denken dat ze daar desserts met stukjes creditcard erover gesprenkeld serveren, zo slecht. Maar goed. Als je er werkt zoals ik en mijn collega’s, dan maak je van een nood een deugd en ga je research doen. Ik kwam uit bij Oliver’s, een restaurant/borrelhok in de plint van advocatenkantoor Baker&McKenzie. Daar loop ik sws altijd langs als ik naar the office ga, dus ik had ‘m al in mijn ooghoekjes geregistreerd. Oliver’s is een van de horecatenten op Le Zuidas die in vergelijking met de rest, aardig goed scoort in de reviews. En dat waren 100 % geen fake reviews beste mensen. Mijn tafelgenoot en ik hadden als inzet een bord eten (zij: ravioli met pastinaak, ik salade met eend en eendendumplings) en een glaasje of twee rode Portugese wijn pp. Dat werd uiteindelijk een tamelijk late avond waarbij de glazen samen goed waren voor een royale fles Vista Nova en leeggedineerde borden aan het eind. Alles klopt hier: de bediening supervlot en lief. De sfeer van het type zaliger dan zalig; een prettige hussel van brasserie en bruin café. En dan het voedsel: de eendenborstunits waren mals, de salade erbij (die vaak een soort zielige sidekickfunctie heeft) was supergoed aangemaakt en hoefde beslist geen onzeker saladeleven te leiden. Het gedoneerde hapje ravioli met pastinaak van tafelgenoot smaakte intens romig en smeuïg. Daar zou ik rustig nog een bordje van op kunnen (de volgende keer). Vijf klinkende bananen heeft deze tent verdiend. Plus twee nieuwe klantjes voor het leven.

Vorkje prikken?
De met Sterren&Bananen overladen Oliver’s.
Lot&Daan-goedvooreenbanaan. Zelfs le website is nog niet op orde. Ik zeg niks.

Maarre, wat zal ik de volgende keer voor jullie reviewen, apenkoppen?

Sterren&Bananen aflevering #1: mascara & inktvis

Mascara is viagra voor wimpers. Vooral voor Aziatische wimpers die van zichzelf een soort immer gerade aus-model hebben: recht, kil en niet wulps krullend. De perfecte mascara vinden is topsport. Vooral om een budget-unit te vinden (lees: mascara onder de vijf euro) die mijn rechte wimpies omtovert tot sexy ass volle units die hoog de hemel in kroelen. Het is niet erg, of beter gezegd, ík vind het niet erg om hier cheap monnie aan te verspillen. Ik koop een paar van die dingen en test ze uit. Zijn ze ruk, dan leidt mijn beursgenoteerde onderneming geen verlies, doen ze het goed, dan verdienen ze eeuwige beautyroem en een gebruikersintensiteit van heb ik jou daar. Maar goed, mascara dus. Je hebt er slechte tussen zitten, niet-normaal. Ik vraag me oprecht af hoe zo’n mascaraborstel-ontwerpafdeling werkt. Ik denk dat ze testen op orks met wimpers van teflon. De Separation&Volume van Etos is zo’n mascara, waarbij de borstelvorm zo intens lomp is, dat het behalve mijn wimpies ook mijn hele oogbal dreigde te kielhalen. Gelukkig heeft de HEMA al dit wimperleed royaal goedgemaakt met hun volumemascara (4 ekkies per stuk). Een mooi en hanteerbaar fijn borsteltje dat goed separeert, verlengt en zelfs lekker vet volume geeft. Dus tien bananen voor de HEMA en nul voor Etos.
Picture_20171201_145431792

In de categorie Horeca testte ik via Foodora een bezorgmaaltijd van Street Foodies. Mijn oog viel namelijk direct op het gerecht ‘Sea foodies calamaris’ aka inktvis gevuld met varken of kip’. Bij het woordje inktvis op elke willekeurige menukaart ga ik sowieso al kwijlen, laat staan als ik lees dat octopussy gevuld is met mijn andere favoriete dier: varken of kip. En ik ga gewoon goed op onverwachte smaakcombinaties. Ik had al op ‘bestellen’ geklikt en iDeal afgevinkt, toen ergens in de verte binnen het meest verstandige deel van mijn brein, een lampje alarmerend begon te flikkeren. Gevulde inktvis en dan thuisbezorgd. Je moet wel heel superzelfverzekerd over je kookskills zijn wil je inktvis uit je koekenpan in de deliverybox laten glijden, zonder het risico dat de klant zijn gebit verliest vanwege inktvis turned into rubber. En dan gevuld ook nog. Ik vond het gerecht opeens heel ambitieus chefkokkerig klinken voor een bezorgmaaltijd, maar goed. De sea foodies calamares-bestelling was nu al onderweg en vet na aan het garen op de bagagedrager van mijn Foodora-fietsbroeder.

Uitgepakt trof ik, eerlijk is eerlijk, een very instagrammie inktvis aan. Maar ergens ook een beetje horror. De roomwitkleurige octopus zag er namelijk uit alsof kokkie een albino kakkerlak op de grill had geknald. Anyway. Ik was klaar voor de proefsessie. Wat even zoveel betekende als zorgen dat mijn voortandjes niet achterbleven in de octopus, want holy whale, wat was dit voedsel taai zeg. Geen doorkomen aan. En het allerergste: de inktvis smaakte niet (meer) naar inktvis, maar had een merkwaardige, non-descripte smaak. De vulling was ook al om te janken. Een beetje zoetig; terwijl ik juist naar die smeuïg-zoutige, iets vettige varkenssmaak verlangde, als tegenhanger van die inktvissmaak (die dus ontbrak). Wat een wanstaltig gerecht was dit zeg. Nergons mee te vergelijken, hoeft ook niet, want ik bestel sowieso nooit meer bij Street Foodies. Even serieus, voor echte inktvis moet je gewoon naar Zuidoost-Azië. Only them peoples know how to cook octopus on point and accurately. Hoeveel bananen dan voor dit gerecht? Wat denk je zelf? Ja twee stuks, voor de instagram-proof uitstraling, minus twee omdat het gerecht zo intens slecht was. Dus uiteindelijk gewoon nul.

Kakkerlak in disguise.

Kakkerlak in disguise.

Wat willen jullie dat ik de volgende keer ga testen apenkoppen van me?