ASIAN POWERRRRRR

Waarom kwam ik niet eerder op dit geniale idee. Want na Obama is het DE FRIKKIN HOOGSTE TIJD voor een Aziatisch persoon in het Witte Huis. Of gewoon, bij ons in het Torentje ja toch.

Álles wordt anders. Gemixed met dingen die  the same blijven. Heel veel dingen worden beter, veel beter. Onderlinge omgang bijvoorbeeld. Hoe mensen met elkaar praten; daar komt me toch een partij respect bij kijken, oh yes. Oudere mensen krijgen eíndelijk weer aanzien in Nederland. Het respect wat ze verdienen. Sowieso worden alle verzorgingshuizen en verpleegcomplexen opgedoekt. Ouders wonen bij je in of in elk geval binnen een actieradius van 100 meter. De ideologie erachter? Het zijn jouw ouders die je hebben grootgebracht, eten in je mond hebben gestopt. Zodat jij nu fancy kunt doen met je baan en shiny osso. Wees dus oneindig dankbaar door vol overgave voor je eigen ouwelui te zorgen. Duidelijk?

Ander punt: Al die hipsters die opeens vegan spullen moeten eten omdat hun Westers-beschaafde ingewanden niet meer kunnen battelen tegen graan en lactose. O hallo! in grote delen van Azië wordt al eeuwenlang veel bewuster en vooral lekkerder gegeten. Waarom denk je dat wij altijd zo lachen? On top of it: hipsterz betalen hiero gerust heel posh 15 euro voor een tofu sandwich. Wat een verstoorde marktwerking is dat zeg. Wij Aziaten lachen jullie heel hard uit hoor. Doe normaal man. Tofu is gewoon sojastremsel, een voedingsmiddel voor eenvoudige mensen van het land. Niet iets wat je exclusief als horecabedrijf één keer per jaar in een Instagrammenu knalt, voor de prijs van een maandsalaris. Dat hipsters dat dan kopen en zich dan opeens King of the Hill voelen: stop dat. Je zet jezelf zwaar voor schut.

En ander big issue: de Nederlandse Cultureluur. Don’t worry, wij destroyen jullie cultoer echt niet als wij de tent overnemen. Tulpen, klompen en molens, allesh. Mogen allemaal blijven staan waar ze staan. Cause we Asians love it, yay!!’ Jaaaa, jullie lezen het goed: Aziaten zorgen juist voor het preserveren van Hollands Erfgoed. Want zonder busladingen Aziaten met hun camera’s langs de Kinderdijk; hebben Kaas, Delfts Blauw en de Afsluitdijk allemaal precies geen bestaansrecht.

En voor alle shopaholics onder ons: alles gaat en blijft 24 uur open. Ja, ook op die vage Nederlandse feestdagen waar dat ene dorp wél en dat kantoor juist níet vrij krijgt van de baas. Zo inconsequent en onnodig. Luister: Aziaten werken hard en door alle feestdagen heen. Voor jullie. Zodat jullie jezelf ook middernacht met gevulde koeken van de nachtwinkel kunnen insmeren. Dus heb vanaf nu sowieso meer respect voor Asians en zeg nooit meer dat bami en nasi hetzelfde smaken.

We moeten door, want we zijn nog niet klaar. Want wij Asians gaan er ook voor zorgen dat mensen hier gaan stoppen met het cultiveren van welvaartsziekte numero uno: ik-heb-een-burnt-out-boehoe. Maar echt hoor. Wij gaan buurthuizen voorzien van complete prefab Asian wellnessspa’s. Meditatieruimtes in elk openbaar toilet en in bushokjes. Ook geen illegale beautysalons meer maar supermasseurs en wimperstylistes naar goed Aziatisch gebruik: elke nagelstyliste heeft minstens Geneeskunde en Rechten tegelijk gestudeerd. Bam met je Intelligente nagels. Je hebt gewoon geen tijd meer over om te janken dat je overwerkt bent. Omdat Aziaten keizers zijn in het fiksen van een kapot lijf aka Tijgerbalsem. En als je geluk hebt resetten ze ook nog eens je vastgekoekte Westerse ziel van: ‘ik wil alles, ik mag nooit kwetsbaar zijn en waarom wilde ik per se vegan vliegreisjes naar Ibiza maken?!’ naar: ‘peace out en neem een hapje loempia.’

Zijn jullie er nog? Zeker al helemaal onder de indruk van de stille kracht van Aziaten toch? Daarom, ik loop vast naar het Torentje en vraag Rutte om zijn bureau op te ruimen. Sampai jumpa!!!


 

Hey hey ouwe pinda, onbeskoft jij!

 


Jongens, ik zit al een tijdje bij een Facebookgroepje over Indisch koken.  Aaahhhw gezellig tog monkey. Nee is het niet. Ik heb haatliefderelatie met deze club. De recepten die gepost worden zijn namelijk vaak superchill, lekker en inspirerend. Daar ligt het niet aan. Maar, de meeste leden zijn Ok Boomers. En Indisch. Precies die combinatie is gewoon I just can’t. De comments van deze pinda’s-over-datum zijn intens hinderlijk. Belastend voor mijn zonnige humeur. Echt, de dingenwoorden die ze naar mede-hobbykoks afdeling Indonesisch eten smijten, daar lusten de doggo’s nog geen fatsoenlijk stuk brood van. Zestigers die hun mond vol hebben van fatsoen maar ondertussen zelf de loeder uithangen achter hun personal computer waar nog een floppy disc in moet. Smh.

Bij een supermooie foto van goudbruin gebakken loempia’s, gepost door een blij lid lees ik bijvoorbeeld deze comment: WAT IS HET RECEPT (hallo capslock je broekrits staat nog open). Nog geen vijf minuten later van diezelfde old peanut: ?????? KAN JE NOG RECEPT DELEN” (hallo again ouwe Indische kraai: ze hoort je niet, ook niet als je HOofdletters gebruiKt). Daaronder een comment van rollatorvriendin van old peanut: “ja vin ook gek dat geen reactie volgens mij uit fotoboek deze foto, veelste mooi en daarom niet reageren maar alleen pronken bah.” Rollatorvriendin had apparently bondje gesloten met een andere Indische rolstoeler, die het nodig vond om de loempiafotodame on top of it “onbeschoft” te noemen. Luister dan. Alleen Judeska heeft het copyright op het gebruik van het wonderschone woord onbeskoft. Hoe dan deze oude peoples uit de Indo-universum.

Maar goed. Normaal gesproken reageer ik niet op dit soort gedroeftoeter op de socials. Maar diep van binnen was ik inmiddels een ontplofte bapao geworden van irritatie. Deze lelijke tante Liens tikten bij mij een boxje aan en ik was niet meer te stoppen. Maar echt. Ik had zin om de duivelse zuster van Gerda Havertong op deze Ok Boomers af te sturen. “IK GA NAAR JULLIE TOEKOMEN EN JULLIE MOND SPOELEN OF IK SLA MET RIEM “.  Dat deed ik niet natuurlijk. In plaats daarvan heb ik eigenwoordig de vloer met ze aangeveegd. In monkey style. Ik ga niet herhalen wát ik heb gezegd. Het was in elk geval een effectieve mix van stay classy met alle fatale vocabulaire die al die tijd in mijn hoofd zat te bubbelen. A clash of Indonesian Generations Next Level. Waarop old peanut (die van ‘onbeskoft’) beetje beduusd reageerde: “ja nou plaats dan geen foto of geef later het recept. Vind prima zo, ik ga niet meer reageren, vind het alleen sneu voor die luitjes die vragen.”

En wat doen we met oude kleine kinderen die vragen? Juistem. Die worden overgeslagen.

Dus bu-bye lelijke pindaboomers. Ga lekker onder uw batikdekentje liggen, begraaf Facebook samen met kunstgebit in uw warmwaterkruik, bestel ouderenthuisbezorgd.nl en verder mondje dicht. Voor everyone else who love to cook and share Indonesian recipes: Selamat makan, enjoy and don’t you dare to get zuur yo.

Het Aapje ging op cursusweekend

De monkey was op cursus dit weekend. Dat ging soort van per ongeluk. Toen ik namelijk voor de zoveelste keer schaamteloos sneller klaar was dan mijn vriend met het wegtijgeren van een broodje, was de mond eh maat vol. Vriend: “Weet je eigenlijk wel hoeveel keer je op één hapje moet kauwen?!” Thank Gods for creating google. Er ging een wereld voor me open. “Voor een goed werkend spijsverteringsproces kauw je minstens 20 keer op je hapje” Lawd have mercy. Volgens mij slikte ik al die tijd na zes keer mijn voedsel al door. Want jeweet toch Gulzig, Bourgondiër, the Works. Maar ik was dus in shock bij het processen van deze nieuwe info. Ik kauwde dus al die tijd nooit aandachtig (en ok, eten en Netflixen simultaneously helpt ook niet). Ik at eigenlijk gewoon lucht. Vandaar dat ik opgeblazen buik forever had! Dus dit weekend gelijk mindfullnes kauwen in de praktijk geknald. Infosites zeggen ook dat het lastig is om nieuw kauwgedrag aan te leren. Klopt want tot twintig tellen bij elke kauwbeweging vergt dicipline yo. Maar moet zeggen: mijn buik reageert zielsgelukkig op mijn nieuwe eetroutine aka minder bol buikje en minder oprispingen. Ben ook echt onder de indruks van het snelle effect. Mag ik hetzelfde recept voor spieropbouw en überhaupt platte buik? Dank U.

Dat was dus cursus 1. Cursus 2 kwam ook uit de koker van Le Boyfriend. Nou ja deels dan. Omdat ik hem, na Expeditie Robinson kijken er met de haren bij heb gesleept, nu ook heb overgehaald om Wie is de Mol te volgen, werd het hoog tijd voor een tegenprestatie: Ik zou een NFL-wedstrijd kijken met zijn favo team Minnesota Vikings vs San Fransisco 49ers , mét uitleg over hoe het zit met die onbegrijpelijke worstelingen over die yards-lijn. Mag ik alvast confessen dat American football bestaat uit duizendmiljoen tactieken en strategieën om die bal over de lijn en/of een touchdown te scoren?! Mi gudu wat ingewikkelings is dit spel. Echt, buitenspel uitleggen (aan vrouwen ja, sorry voor deze seksistische comment die ondertussen gewoon waarheid is) is hierbij vergelijkings kinderspel. Wat ik in elk geval heb geleerd is dat je als team telkens vier keer de kans hebt om die bal over die 10 yard te knallen, de coach drie time outs kan vragen, een red flag op het veld wordt gegooid en de referee na consult gaat uitleggen waarom de rode kaart is gegeven. Maar most important: in American football hebben alle teams gelijke kansen. Je degradeert namelijk niet bij verlies. Nee mang, dit jaar hard op je helm gegaan? No probs, volgend jaar gwoon weer dabei. Ultiem American Dream dit. Allemaal leuwk en aardig maar voorlopig ben ik helemaal star struck voor de merch: de hoodies, shirts en caps.

Overall conclusie: American Football is niet goed voor mijn bankrekening, langzaam kauwen wél. Omdat je door langzamer te eten ook sneller vol zit, eet ik de voedselvoorraad ook minder snel op. Duh. Nou jullie weer.

I Ride, You Listen. Capisce?

Met mijn nieuwe baan komt ook een fonkelnieuw forenzentraject: Havenstad- Eastside naar de Hofstad en weer terug. Het voelt als een nieuwe speelplaats voor een observator zoals ik. Zo heerlak is dat, die metrovibe waarin iedereen zijn eigen stukje (geforceerd) (noodgedwongen) civilisation laat zien naar de mede-human. De metro en verdraagzaamheid. Het is de ultieme uitdaging in verbroedering, ik weet. In spitsuur ben je een sardientje, kom je zuurstof tekort en gaat je reukorgaan naar de kloten omdat SOMMIGE MENSEN – MAAR DAT ZIJN ER SOMMIGEN TE VEEL- DIE GEEN DEO SNAPPEN. What’s wrong with you people.

Anyway we moeten door. Het OV ís en blijft voor mij de ultieme speeltuin voor mijn woordenbrein, nasty not nasty. Een sneakertracker maar dan real time (‘mijn god, die chick draagt sneakers die ik ook wil’), een oneindige waterval aan nieuwe woorden en/of zinnen die ik hoor (want man man man, wat een wonderlijke ouwehoerings krijgen mensen in alle vroegte toch uit hun mond).

Metrorijden is gewoon goud. Ik las deze week dat, in tegenstelling tot andere grote steden, niet het centrale station (Rotterdam Centraal) het drukste metroknooppunt is, maar station Beurs. Het sexy station vlakbij de Coolsingel en Koopgoot waar alles samenkomt. Precies dat. Want als ik in Oost instap, deel ik de coupé nog met een handjevol semi-slaperige buitenwijkbewoners. Zodra we Kralingse Zoom voorbijrijden richting het centrum en bij Beurs stoppen, voelt de vibe gelijk anders. Hier komen stadse en wijkse Rotterdammers in vrede samenbubbelen. Of niet. Zo was ik afgelopen vrijdag ongevraagd lid geworden van een collectieve rolling eyes-posse. Omdat een lompe meid het volumeschuifje van haar stem op mount Everest had gezet. En wij dus witness waren van een totaal niet-boeiend gesprek tussen miss Lompy en haar zus, die apparently was vergeten hun moeder te droppen bij de kapper. Ze hadden Lompy moeten droppen in een Breaking Bad-woestijn, wat dacht je daarvan.

Maar goed, we moeten door. De metro is de komende tijd mijn beste mattie, mijn inspiratiebron. Een rijdend teambuildingsuitje waar elke dag een paar duizend kampioenen in verdraagzaamheid in- en uitstappen, de losers daargelaten. En ik. beste apenkoppen, ik observeer dat alles en leg het vast: I ride and I write, and you, you listen. Capisce?🐵

Hallo Tweede Kamer der Monkey-Generaal!

Vandaag een superbijzondere dag jo. Ik was namelijk naast mijn freelance werk op zoek naar een vaste baan. Voor meer steadyness, voor meer doekoe op de broodplank, snap jij snap ik.

Vandaag ís het dan zover: mijn eerste werkdag bij de Tweede Kamer der Staten Generaal op het Binnenhof in Den Haag. Wat een major switch it is. Van start up creative contentwriting naar writing about politics. Allebei dynamisch maar zo zo anders qua vibe.

Om te beginnen moest ik aan de bak met mijn fashionstash. Ik bedoel, ik denk dat ze het bij het Binnenhof op zich wel verfrissend vinden zo’n kroepoek met hiphopaspiraties. Helemaal swag in hoodiecapfannypack. Maar laten we dat maar even niet doen. Dusss ben ik het weekend mijn enorm veelzijdige kledingstash ingedoken. Al mijn preppy sartorial-ish combinaties apart gelegd: suède loafers, crèmekleurige blouses, black pants en classy effen shirts and all that.

Vanaf vandaag zal het even wennen zijn. Om vier dagen in de week in mantelpak en monk shoes mezelf te laten chauffeuren door de forenzenmetro van de Havenstad richting Hofstad. Maar boi, heb hier superveel zin in. Want de freelanceleven kende ook haar downs. Ik zat namelijk niet alle dagen van de week te schrijven in die superhipster internationale tech hub aan het Singel in Amsterdam. Vaak zat ik ook achter mijn laptop @ osso mijn ding te doen. En dat lieve apenkoppen, is voor een social dier zoals ik best taai. Ik hou namelijk van de kantoorkoffieautomaat-vibe. Maar vooral; eindelijk weer een beetje kantoorstructuur. Ja man. In mijn sollicitatiegesprek zei ik al dat juist creative peoples zoals ik een beetje grenzeloos kunnen zijn. Je weet zelf toch, beetje schrijven, creëren, woorden aan elkaar mixen, dat. Maar dan zonder timetable, zonder deadlines. Een kantoorbaan geeft die structuur juist op een presenteerblaadje en dat vind ik lekker. Breintechnisch is het ook een winner. Het feit dat ik ergens mooi naartoe kan werken samen met een team of iets echt af moet hebben binnen nul minuten. Tijdens mijn start up-tijd in Damsko had ik natulek ook deadlines, maar als freelancer kon ik die tijd wat chiller indelen.

Dus, nogmaals en again: het is vandaag officiëel een beetje afscheid nemen van mijn hipsterschrijftijdperk. Bu-bye hoodie, dag dag Nike Air Max. Ok, niet helemaal, maar wel voor de volle vier dagen van de week. Of ik er een beetje sentimenteel van word? Nee joh, want ik bekijk dit alles als een AH Bonusvoordeelkaart. Ik heb superveel voordeel van zowel mijn freelancewerk als mijn nieuwe politieke werkplek. Ik blijf in alles een observator. Doe mijn ding. Schrijf dingen uit, schrijf dingen op. Recht toe rechtaan, feitelijk. Met diepgang, met monkeyhumor, Met straattaal en deftig jargon in de mixer. Het wordt supertof, echt, ik geef hier fabrieksgarantie op.

Dus blijft eigenlijk alles hetzelfde ja toch. En zeg nou zelf, een monkey met gepoetste schoentjes blijft altijd, precies, een apenkop.

Hasta luego en tot het volgende blog landgenoten van me!

Altijd Lachen met die Longen

‘Ik hoest met droge keel en kriebel. Heb jij daar ook last van?’, appte mijn moeder met net het verkeerde – en dus grappig- emoji-gezichtje. ik wou dat ik ‘nee, wat vervelend voor je mama’ kon appen. We blijken hetzelfde irritante zwakke luchtwegen-gen te hebben. Dit gaat way back naar mijn babytijd. Ik ben geboren met bronchitis en longontsteking in de mix. Ziekenhuis was mijn tweede osso. Gelukkig schijn je over die longellende heen te groeien. And so it did. Maar je krijgt er wel aandoenings in dezelfde categorie voor terug: allergie en hooikoorts (iets met tegenreactie, antistoffen weetikveel). Lergic & Hay lopen dus als een soort blaffende honden al zo’n jaartje of tien met me mee. Met symptomen die lijken op, oh joy: bronchitis. Daarover later meer.

Ik heb best een bijzondere variant op hooikoorts. De meeste hooikoortspeoples hebben dikke ogen, niesbuien en loopneus. Ik heb dat ook allemaal maar minus de chubby eyes. Alleen vorig jaar op vacay in Griekenland was het taai. Ik reageerde plotseling helemaal hysterisch op alle bloeiende planten en struiken in Gyrosland. Met oogjes dicht Ouzo’s atten. My bad.

Anyway. Mijn hooikoortsaanval verloopt dus anders dan die van een random hooikoortspatiënt. Die van mij kruipt letterlijk als een hinderlijk Tetris-bataljon door mijn luchtwegen. Met epische hoestbuien als gevolg. Die hoestbuien kunnen overigens droog beginnen en na een tijdje transformeren in verstikkende slijm-apparaten. Die hoest, I mean really. Als ik in mijn hoestperiode met het OV ga, dan kijken mensen altijd verdwaasd om zich heen.
Op zoek naar dat oude gebochelde en rochelende vrouwtje. Dat oude vrouwtje vinden ze niet. Wel een leuk hip vrouwtje dat teringherrie produceert. Ogen dicht en je hoort National Geographic Channel aflevering ‘hoe mijnwerkers in 1788 klonken na 356 dagen steenkool snuivon’.

Anyway. Je doet er precies niks aan. Hoestdrankjes? Nah. Die zijn gemaakt voor symptoombestrijding en bedoeld om de toch al uitpuilende Maladiven-kas van de farmaceutische industrie verder te spekken. Soms helpt een honingdropje. Of een aai van mijn vriend over mijn hoesterige hoofdje. Maar de hoestprikkels zijn sluipmoordenaars. Krakakakaaa, snoeihard in mijn longen en hop, wéér een bijna-doodervaring. Daar helpt serieus helemaal niets tegen. Soms probeer ik de hoestprikkel te battelen door een soort mindfulness-dingetje er tegenaan te gooien. Gewoon, door rustig door te ademen, de kapotjeukende prikkel te negeren. Of te ownen, tis maar net hoe je het ziet. Op zo’n nasty moment kan ik ook niet praten en/of bewegen. Een overgeefsessie ligt namelijk gevaarlijk op de loer. De peristaltische beweging (yo Google) is dan zo heftig, dat ik niet anders kan zum kotsen. Dus dat. Hoesten is gewoon hel. En Thank God, eindelijk, eindelijk, na ruim anderhalve maand Chef Slijmproductie XL geweest te zijn, kan ik zeggen dat ik er vanaf ben. Dus als je volgende keer iemand hoort hoesten met een gemiddelde snelheid van 160 km/u (geen grap), maar geen idee hebt waar het vandaan komt: it’s me. The little monkey met haar helse hyperactief longapparaat, inclusief defecte UIT-knop. Advies: don’t stare at me. Stop gewoon oordopjes in. Dan stop ik op mijn beurt een honingdropje in mijn mond en doe ik een schietgebedje. Ik gun die lieve metroschoonmakers ook een normale werkdag, ja toch.

Loempia? Loempinee!

Loempia. De meest ondergewaardeerde snack. Ever. Ik bedoel, dit overheerlijke gefrituurde apparaat wordt altijd als side kick bij rijsttafels geserveerd. Hallo! Een loempia is een snack op zichzelf en géën bijgerecht, hoedan mensen. Ik kan het gewoon niet aan als peoples dat allemaal gaan vermengings. En dan hebben we het nog niet eens over de verwesterde snackbarloempia. Het enige wat je daarmee scoort zijn ontplofte smaakpapillen omdat je met de vulling eigenlijk voegen kunt insmeren. What’s wrong with you people.

Dat vroeg ik me onlangs ook af toen mijn vriend tijdens een Netflix binge-sessie een doosje Vietnamese loempia’s van de Dirk in de oven gooide. Want wat er na twintig minuten terug kwam op het bord weet ik niet eens meer, heb het verdrongen. Wat ik wel weet is dat ik jankte als een baby, bij elke hap steeds dikkere traantjes. Maar even serieus: de loempia’s kwamen om te beginnen niet dampend uit de oven met dat sexy krokantbruine jasje. Neen, ze bleven in die bleke deegkleur hangen. Dubbele janksessie als gevolg. Nou houd ik best van een eet-uitdaging, maar albino-loempia’s gaan me toch echt een stapje te ver. Dan de inhoud. Welke inhoud bedoelen ze precies? Er zou kip en groente in motte zitten. All I got waren drie sprietjes wortel en een hompje kool met zepige smaak. Mijn vertrouwen in de thuissnackwereld stortte meteen in elkaar die avond. Maar vooral was ik zwaar beledigd. Kijk, ik snaps dat het fabrieksloempia’s zijn. En dat ze daarom met de minst mogelijke inspanning en nul liefde met duizenden tegelijk door illegale Polen in een tochtige fabriekshal door een loempiamal worden geduwd. Maar dit, Dirk van de Broek, is echt grote schande. Het is hands down voedselverkrachting op landelijke schaal. Bovendien leert deze supermarkt verkeerde aannames aan. Nu denken alle boerenkinkels in Holland dat Vietnamezen kaolo slechte smaakontwikkeling hebben. Maar maakt niet uit want boerenkinkels snappen sowieso niks van smaakverfijnings want snuiven hooi en lopen te lang op klompen. Hersens gaan daar kapot van. Anyway. Deze loempia’s die dus alleen geschikt zijn om je schoonmoeder een permanente buikperforatie te gunnen liggen legaal bij de Dirk. Kan niet hè, gewoon stoppen met het produceren van deze ongelofelijke shit. Loempia? Loempinee zul je bedoelen!

Om niet al te zuur af te sluiten heb ik gelukkig de ontdekking van de eeuw gedaan. De boyfriend nam me laatst mee naar eethuis Afobaka in Kralingen. Niet alleen een begrip voor Kralingers maar blijkbaar al duizend jaar voor heel Roffa. En ik als import-Rotterdammert snapte het meteen toen ik het insane lekkere menu las. Waarna ik meteen als Michelin-test een broodje kippenlever bestelde. Die was vet mals. Kippenlever is dangerous food omdat als je niet goed bakt, het vlees transformeert in rubber. Afobaka for life dus. Helemaal omdat ze ook hete tofu goreng met rijst en boontjes hebben. TOFU GORENG OMFG. Het is dat je niet kunt trouwen voor de wet met een toko, maar anders had ik een aanzoek gedaan.
20190816_182231-01
On top of this hadden ze blikjes roasted cocconut juice van FOCO. Ik kende deze variant niet maar na de eerste slok jankte ik al. Dit keer van geluk. Want het smaakt superveel naar Es Kelapa Kopyor: vers geschaafd jong kokokvlees, vers kokoswater met suikersiroop en geschaafd ijs in de mix. En jeweet, muziek, geuren en ook smaken kunnen je instant meenemen naar good memories en fijne sferen toch. Dat blikje Foco roasted cocojuice deed dat. Ik was 350 ml lang osso in Indonesië while in Kralingen. Nou jullie weer.

Het Aapje droomt van kokosnotendingen

Toen ik laatst fruitig onder de douche vandaan kwam en me insmeerde met kokos bodylotion van Nivea en daarna op de bank kroop met thee en skinny Oreo’s met kokosvulling dacht ik: Kan Unilever nou echt nergens vanaf blijven en moet de innocent kokosnoot nu echt zo commerciëel uitgebuit worden?
Dat laatste is natulek een superflauwe opmerking want kokos zit al sinds het jaar kruik in alles wat we lekker vinden. Maar echt hoor, Als Bounty uit het snoepschap verdwijnt dan bied ik spontaan ‘Zijn jullie Locos blijf af van mijn Kokos’-petitie aan aan de Tweede Kamer. I mean, ja toch? En verder alles met kokos verandert gewoon in holiyay vibes, ook al heb je net al je vakantiedagen opgemaakt met huis klussen en kapotsaaie bezoekjes aan je schoonfamilie. Hoe? Je smeert kokosolie in je haar en je ruikt de rest van het jaar naar alle seizoenen van Hawaii Five O, ook al zie je er in het echt uit als Klazien uit Zalk.

Kokos is magic shit man. En toch ben ik een soort van hypocriet kritisch naar al die kokostoevoegingen in producten. Zodra kokos in fabrieksdingen wordt geprocessed, dan voelt het alsof het echte, het pure van kokos bruut wordt weggehaald en plaatsmaakt voor een slechte dupe ervan. I mean, ik ben een pinda die in Indonesië heeft gewoond. Het land dat palmproducten en kokos tot kunst heeft verheven. Van echte palmboomonderdelen maak je osso’s en van echte kokosnoten maak je superlekker voedsel. Kijk er een paar afleveringen van Expeditie Robinson bij voor de do it yourselfs en je hebt verder niks meer nodig in de leven. Kokos is magic shit like I said.

Dus waar jank ik eigenlijk over? Ja weet ik veel. Ik betaal rustig zes euro voor Nivea body met geprepte kokos-mineralen (what the feck zijn dat voor dingen) meanwhile koop ik voor dat bedrag in my hometown een stackvol aan Es Kelapa Kopyor (schaafijs met verse kokos en gecondenseerde melk) voor de rest van mijn leven. Rekensommetje is snel gemaakt toch qua what is the real shit en what not. Maar hee, ik woon nou eenmaal in een land en met een salaris waarvan ik Unilever kokosdupes kan kopen zonder dat ik meteen onder een brug lig in een kartonnen doosje, dus dit alles is dubbel, snap jij snap ik.

Dus blijf ik voorlopig alles consumeren wat bij benadering op the real coconuts lijkt en while I’m typing this: bestaan die good old kokosmakronen nog dat jullie weten?! Want boy die zijn me toch een partij vet lekker!! Fabriekskokosmakronen van Bakkerij de Gulden Krakeling, ja die ja. Fake ass kokos as hell, maar genoeg lekker als tussenoplossing. Totdat ik weer mijn vacay naar mijn hometown heb geboekt en op een bankje zit te chillen met een echte, genuine Es Kelapa Kopyor vol sappig kokosvruchtvlees en fruitigfris kokoswater regelrecht van de boom. Hasta Luego!

Gimme banana I play game

Ik en spelletjes. De relationship tussen die twee is wat ingewikkeld. Behalve woordspelletjes dan zoals Scrabble, Bananagram en Cards Against Humanity, duh.

Spelletjes dus. Soms heb ik zin en soms niet. Dat laatste meestal als al mijn vrienden er wél zin an hebben. Dan krijg je bijvoorbeeld dat een tros schreeuwende vriendinnen bloedfanatiek zit te kaarten, terwijl ik dan heel droog ernaast zit (‘Moo-hoon doe je nou mee of niet??’), al hun drankjes wegattend. Ik ben ook gekkie hoor af en toe. Afzonderings juist als het druk is. Nee, is niet gekkie, Het is de observator in mij. Ik ben een beelddenker en zie en hoor dan dingen. Vind ik leuk. Daar komen dan weer spoken words van die je tot in de lengte van dagen bij zullen blijven. Dat dan weer wel.

Maar ik dwaal af. We talk about games. En afgelopen week moest ik er toch aan geloven: mijn vriend die mij voor het eerst in mijn monkeylife introduceerde in backgammon aka TrikTrak. Ik had ‘m al een paar keer gewaarschuwd, want behalve achter mijn observatiegedrag verschuil ik me ook graag achter een high schooltrauma. Iets met wiskunde en duizend formules die ik real time voor de klas in een halve nanoseconde moest oplossen. Compleet met supernasty juf, niet normaal. Ze kneep in mijn arm telkens als ik een foute berekening maakte. Drama. Het werd gewoon blakka voor mijn ogen. En de formules werden dikke soep in mijn brein. Hopeloos. Kijk, lullen en schrijven kan ik als de beste. Maar iets uitrekenen no waayyy. Maar wat heeft dat te maken met spelletjes, Aapje? Nou, indirect alles. Als iemand mij iets uitlegt, in de trant van ‘als ik die dobbelsteen gooi en drie zetten doe, wat gebeurt er dan?’ Dan zeg ik: ‘ja uhhh weet ik veel, niks?’ Dat komt dus door die wiskundige terroristische aanslag op mijn hoofd. Ik sla dicht bij elke vraag wat om cijfers, logica en tactiek gaat. Mijn bovenkamer lijkt dan op een huis dat net is leeggehaald. Geen bank om op te chillen, geen voedsel om te snacken. Ik kan niks aan elkaar tweaken in een lege ruimte, toch? Daarom. Again, vrij hopeloos. En niemand die dan vraagt: ‘Ramoon, maak jij daar nou eens een mooi woordensoepie van’. Helemaal fucking niemand. Cijfers die dominant gaan zitten te doen. Zo oneerlijk.

Terug naar TrikTrak. Met het geduld van een sexy engel (maar met het fanatisme van een sporter want CIOS-achtergrond) loodste boyfriend mij door het spel heen. Wat de eerste helft betreft ging dat nog best smooth, al zeg ik het zelf. Nou vooruit confession, ik wilde stoer doen naar vriend. Dus zonder vakjes te tellen de stenen op de juiste plek leggen en keihard weigeren om de dobbelsteen om te draaien maar snel in mijn hoofd proberen te tellen, dat werk. Maar toen de stenen eenmaal aan de overkant lagen en dus het moment suprême was aangebroken om je stenen te ownen en zo snel mogelijk uit het spel te spelen, werd het ingewikkelings voor mij. Waar mijn nasty wiskundejuf mijn arm allang donkerblauw had geknepen, wist mijn supergeduldige boyfriend na drie extra uitlegpogingen het triktrakkwartje eíndelijk bij mij te laten vallen. Ik begreep namelijk niet (aka ik wilde het gewoon niet begrijpen of het was gewoon al soep geworden in de bovenkamer weet ik veel heb het verdrongen), dat als je in je laatste beurt bijvoorbeeld dubbel 1 gooit, jezelf uit het spel kan spelen, ook als je nog maar 1 steen hebt liggen. Snappen jullie het nog? Nee ik ook niet.

Biertje anyone?

PS: zonder gekkigheid, a) ik vind het een superdope spel en b) Manadonezen zijn gek van spelletjes en staan ook bekend om hun fanatisme erin (dus warum ik dat gen nou niet automatisch ingeprogrammeerd heb gekregen is worlds greatest mistery bruhh).

Anyway, na triktrak krijg ik hoogstwaarschijnlijk een masterclass schaken van boyfriend. Het spel wat mijn papa mij nota bene nog wilde leren. Hij zou trots zijn geweest op mij en op mijn vriend, for sure. De cirkel is rond. Ik ben game mang.

Hallo quinoatosti’s van me, alles goed?

De zomer is, op een paar hinderlijke natuurrampen in de vorm van nasty regen na, eíndelijk begonnen. Zo fijn dit. Alles geeft licht. De stad ziet er sexylekker uit, dikzakken met oranje muil aka meeuwen, terroriseren je bak patat en mensen met een eeuwig kuthumeur hebben opeens humor of zijn gelukkig dood. Waar ik heen wil: de zomer is ook altijd hét moment dat social media bruut wordt aangerand door allerlei hysterische persberichten. En die gaan allemaal over hetzelfde apparaat, namelijk de foodtruck. Die foodtrucks komen dan met containers tegelijk naar een onschuldig stadspark. Daar worden pinautomaatjes heel geniepig tussen de veganistische milkshakes met ham-tarwekiemflavour verstopt en dan opeens heten ze festival. Aaahhhhw hoe leuk is dat.

De hele zomer in de knallende hitte, of juist in de stortende regen gramproof pics maken van bakjes overprized vegan sushi en keukens op wieltjes. Stiekem ben je gewoon jaloers dat je je eigen keuken en verkering niet af en toe de parkeerplaats op kunt rollen voor de rust. Gezellie met de meidon naar een foodiefestival hoor! Al die provinciechickies lekker erop uit om fijn een daggie te chillen bij een walmende buitenbbq: #bbqblessings. En/of chicks die allemaal met dezelfde synchroonzwemmende linkerhand -vol signature goldplated ringetjes van Anna&Nina, een overheerlijke graspollen-kaviaarlolly vasthouden: ‘Say #foodtruckforever #squadgoals#cheese!!!’. U begrijpt, ik heb helemaal niks met die foodtrucks. Of eigenlijk bedoel ik: het is weer hoog tijd om hipsterdingen te bashen. This time the monkey is coming at ya foodrukkersss.

Want wat is dat toch met die inmiddels totaal overrated foodfestivals? Vertel het me dan. Het zijn er ook gewoon te veel. Luister, ik hou zielsveel van eten. Dus wil ik best mijn bekkie branden aan een premium foodtruck-wagyuburger die ik direct wegspoel met een festivaltrucklauwe IPA. Waarvoor ik dan zonder te knipperen tachtig euries betaal, inclusief foodtruckpolsbandje in de kleur HipsterHigh. No spang. Ik steek dan wel gelijk die truck in de fik en loop voor de rest van het seizoen met diepe zielenpijn onder mijn arm. Maarr, ik heb dan wel een puik foodtruckfestivalletje afgevinkt. Netjes tog gewoon! Nee mensen, het ís niet gewoon. Het is abnormaal slecht. Slecht voor de monnies en slecht voor het milieu of all dingen. Want hipsterproducten zoals quinoa, dwangarbeidvrije koffie en met de hand geweven kaneelbroodjes moeten dus nog wel vervoerd worden. Soms uit een vergeten Hollandsch biologisch boerengat ergens in de 13e provincie. Maar de meeste hipsterexotische spullen worden toch echt door Air India overgevlogen met een dikke lel kerosine per kilometer rechtstreeks in de oceaan. Alle Dory’s dood joh.

Het is eigenlijk kapotgrappig hoe mijn rant jegens foodtrucks is begonnen. Namelijk bij mijn vriend thuis. Daar realiseerde ik me eigenlijk, al scrollend door die opdringerige foodtruckberichten, dat wij praktisch elk weekend mooi ons eigen festivalletje zitten te draaien. De fridge als ons eigen coole foodparadijs. Helemaal volgeramd met superlekkere drankjes en snackies. Om elkaar vervolgens knapperige loempia’s en dampende shoarmarolletjes te serveren. En in ronde twee bestellen we bellen homemade Spritzers voor elkaar. What’s verder on het krijtbordmenu? Wat dachten jullie van de lekkerste tortillas met zelfgedraaide guacamole en kaasknakworstcroissants? Weg te spoelen met limoenbiertjes en Magnums? Anders nog iets? Geen rijen en geen muntjes voor de dixie. Oh ja, de band is ook fakking rad: boyfriend draait, terwijl ik mezelf intens rond eet, op zijn draaitafels supersexy techno tot het ochtendgloren.

Hier kan geen #foodtrucksquadforlife tegenop, het is #rizki. Wollah.