Jeremy Lam, gooi jezelf weg, pls

Stel. We voeren cultural appropiation* systematisch door. In alles wie we zijn en wat we doen. Hoe we zijn opgevoed en grootgebracht. Dan kan ik er serieus wel mee kappen. Stel je maar eens goed voor: ik heet Ramona en ben Indonesisch. Krijg ik dan de Spaanse Inquisitie achter me aan omdat ik een Spaanse naam draag? Eigenlijk zouden ze mijn ouders dan in mootjes moeten hakken. En de cultureel attaché van Scandinavië mag ook direct een soepje van mij trekken want mijn derde naam is Ingrid. Ingrid! Ja die van Henk en Ingrid. Brengt Wilders mij dan hoogstpersoonlijk in motie in de Tweede Kamer omdat ik als kroepoek een Arische naam heb? Ik zou dan namelijk naar ‘eigen cultureluur’ Dewi Sri Endang Maramis motten hete en nie anders. Daarnaast, als 100 procent Aziatische is het natuurlijk een gotspe dat ik óók nog eens ex-corpsmeisje ben, bier drink en af en toe op een zeilboot zit. Allemaal white peoples-dingen. Dus doe ik in feite aan cultural appropiation next level. Want ik adopteer gebruiken en riten van mensen die afstammen van feodale VOC-veldheren. Diezelfde gasten die onder andere Indonesië tempo doeloe hebben leeggeplunderd en uitgemoord, weet U nog wel.

Vorige week was ik woest. Ik deelde een Metro-artikel op Facebook waarin een of andere millennial-idioot met Chinese roots en arrogante kop, Jeremy Lam (zijn voornaam, oh irony), compleet los ging op de Twitters omdat een All American gurl haar schattige galafoto’s had getweet. Het meisje, Keziah is haar naam, droeg een Shanghai-dress op de foto. Zo’n kokerjurk van satijn in Chinese traditionele stijl met dat typerende hooggesloten kraagje. Ik heb zelf ook zo’n Shanghaidress aangehad op een gala. En vele clubgenoten, freundinnen en vrouwkennissen met mij. It’s just a frikkin dress. Maar deze guy vond dat Keziah die jurk, met een ‘beladen geschiedenis van vrouwelijke onderdrukking’ (wat trouwens helemaal niet waar blijkt te zijn), niet mocht dragen. Niet zij. Niet een witte vrouw. Help!

Vorige week had ik een intens rollende ogen-momentje omdat er in NL pleisters op de markt komen in verschillende huidskleuren. Hoe handig! Lekker matching met je culturele identiteit. Eindelijk geen cultural appropiation meer op het gebied van Hansaplast. Weg met blanke pleisters op zwarte wondjes, hoezee! Dat laatste gedeelte verzin ik natuurlijk maar fuck them all. Het is even om aan te geven dat deze cultural appropiation-hysterie levensgevaarlijk is. En onmiddelijk moet stoppen. Want wat gebeurt er als ik die gezellige statement zwartkleurige pleisters op mijn schaafwond plak? Krijg ik dan de hooligans van Sylvana Simons op mijn Indonesische dakpan? En oh ja. IKEA heeft al die tijd zitten cultural appropiaten met hun Zweedse gehaktballetjes. Oh oh wat een boeven. Want de originele receptuur van die ballen blijkt Turks te zijn. Joh.

Hebben de enge sekteleden van de Stichting Cultural Appropiation überhaupt de zinnen ‘ik ben geïnteresseerd in andere culturen’, ‘het is juist mooi als bepaalde cultuurgebonden dingen, gebruiken etc worden geapprecieerd door anderen?’ en ‘culturen en gebruiken assimileren omdat mensen ze overnemen in hun reizen en doorgeven aan generaties’ in hun (scheld)woordenboekje staan? Ok, dit is wel een sterk staaltje amateur-culturele antropologie maar jullie snappen mijn punt.

Terug naar Jeremy Lam. Zijn antwoord op Keziah’s tweet was letterlijk: ‘my culture is NOT your goddamn dress.’ De verstikkende bitterheid en arrogantie in de reply van Lam vind ik onthutsend en giftig. Waarom? Omdat dit soort sicko’s de sociale mediawereld een gitzwart randje meegeven. Een wereld waarin mensen elkaar vanaf hun foons en laptops laf betichten, beschimpen, veroordelen, haten en hokjesduwendoen alsof hun nutteloze leven er vanaf hangt. De heftigheid. Maar vooral met het soort gemak, flair, souplesse en plezier waar ik oprecht koud van word. Deze mensen hebben voorgoed het geciviliseerde deel van hun hersens verloren waardoor debat en fatsoen op sociale media gewoon dood zijn gegaan. Noem mij naïef en somber. Soit en dikke vinger. Met je mijn cultuur is niet jouw jurk. Jouw persoonlijkheid is werkelijk níemands cultuur, wat dacht je daarvan Jeremy Lamlul. Gooi jezelf weg Jeremy. Is echt beter voor de mensheid en sociale media. En voor de Chinese cultuur. En voor de liefde. For Christ sakes.

PS: nieuwsgierig naar het Shanghaigate-artikel? Hiero. Oh ja. Het is een artikel uit de Metro dus niet huilen als je opeens een dode link treft.

* Google maar en je kunt prima afstuderen op dit onderwerp.

Een onsje verse longen alstublieft!

Ik ga morgen naar het Erasmus MC, om vervolgens door te lopen naar de donorkoelvitrine op zoek naar nieuwe versgebakken longen (ik realiseer me dat ik hier een nogal gevoelig thema -donoren- te pakken heb, maar ik bedoel het goed). Meanwhile heb ik ook een loeiknappe chirurg gefixt die mijn hoestlongen in de ziekenhuiskliko gooit en de nieuwe units erin plakt.

Sinds ik terug ben van Indo hoest ik. En dat is nu ruim drie weken geleden en ik heb er inmiddels een dikke sik van. En dan zullen jullie denken: hoesten? Lekker boeiend? Ja mensen, het is ook totally niet boeiend. Wat het wél is: hinderlijk tot in mijn diepste DNA-vezels. Ik hoest dagelijks een heel divers repertoire bijelkaar. Van droge hoest tot hoest met slijm erin waardoor ik als een Rotterdamse havenwerker klink die al tachtig jaar aan de zware shag zit. Twee weken geleden was die hoestprikkel nog zo intens en hardnekkig, dat ik een tijdje met een emmertje naast het bed moest tukken. En voor de zekerheid plastic zakjes meenam in mijn tas als ik de deur uitging. Bang dat een hoest- slash overgeefsessie mij als een brutale kakkerlak zou overvallen. Nou heb ik al mijn hele leven lang een tamelijk hysterisch luchtwegensysteem, maar het is nou niet bepaald een God given aandoening waar ik trots mee kan shinen. Ik heb nu pilletjes tegen de hoestprikkel die je slaperig maken. Ik eet die dingen als snoepjes waardoor ik elke tien minuten van de dag een slaap lekkermoment heb. Alles voor Bassie.

Op Bali had ik uiteraard nergens last van. De luchtvochtigheid daar was sky fakking high en in de groene uitgestrekte natuureluur van de Minahasa deden mijn longen hoogstwaarschijnlijk een vet vreugdedansje. Maar hier met die malle Hollandse zomer wel warm-niet warm, heb je toch te maken met doorgaans droge binnenruimtes door verwarming die dan weer aanslaat of gewoon slechte ventilatie. En ik wijs de superdroge lucht in het vliegtuig vanaf Dubai als hoofdverdachte aan. Nou vlieg ik natuurlijk wel vaker, maar de kans is groot dat precies op deze ene vlucht die gortdroge cabinelucht flink gemixt was met keelneusvirusjes van andere passagiers.

Een bezoekje aan de huisarts wordt overigens wel steeds urgenter gezien de hits die ik krijg in Google op ‘eindeloos hoesten’. Na drie weken zelfdokteren mag je namelijk gezellig verder klagen en rochelen bij een échte dokter, jeuj. Die van mij is op vakantie tot 4 mei. Dan ben ik precies een maand aan het blaffen. En omdat ik geen carrière ambieer als hondenblaf-imitator, eis ik volgende week van de dokter een wonderpil waarmee ik binnen 1 uur volledig hoestvrij ben. Dan maar geen knappie chirurg die nieuwe longen komt implanteren.

Hey millennial, kom hier met je boerka!

Goeie goden. Volgens mij was ik hier vorig jaar nog, maar binnen een jaar zijn ze in Indo behoorlijk in de rankings omhoog geschoten als het gaat om lesjes assertiviteit. Toen ik na veertien uur vliegen beetje versufd in de damestoiletten van Jakarta airport in de rij stond, werd ik bruut uit mijn sluimermodus getrokken door een tamelijk harde damesstem uit de rij. Vrij kordaat beet deze Indonesische dame met een bos haar op de tanden een boerka toe dat ‘híer de rij begint en dus niet dáár.’ Er kwam ook een paar heftig rollende ogen bij waar de boerka onmogelijk onderuit kon komen. De toiletjuf, duidelijk nog geen ontwikkeling doorgemaakt qua proactiviteit slash assertiviteit, probeerde de boel nog wat te sussen met ‘we doen gewoon om en om’ met die typische Indonesische gastvrijheidsglimlach. Maar het hielp niet. Kordate mevrouw legde het graag nog één keer haarfijn uit, nu aan serieus iedereen die in de rij stond: ‘luister, we staan allemaal netjes in de rij, níemand heeft het recht om voor te dringen toch? Dus deze mevrouw ook niet; dáár aansluiten dus.’ You go girl, dacht ik met een schaapachtig glimlachje op mijn gezicht. Deze pittige landgenote model tante Coby zou het prima doen op een festival-toilet hier in Holland, vol kneiterlamme bezoekers die schijt (pun intended) hebben aan plee-regels.

Van de ene verbazing direct in de andere. Thuis probeerde ik mijn jetlag weg te poetsen door een bord rijst met ayam goreng weg te tijgeren en tegelijkertijd doelloos random keukentelevisie te kijken. In mei zijn hier de provinciale verkiezingen en alle locale politici zijn druk campagne aan het voeren met onder andere televisiedebatten. Hoor ik op gegeven moment zo’n politicus met moslimkeppeltje tegen de journalist zeggen: “daar heeft u een punt. De millennials moeten op een heel andere manier benaderd worden, het penetratiepercentage in de dorpen is nog laag. Maar daar gaat mijn enthousiaste campagneteam zeker iets mee doen qua sociale media.’ Ik verslikte me in kip en een rijstkorrel. Zei die ouwe nou millennial? Na Toiletgate en dit televisieoptreden ben ik eruit. Het gaat helemaal goed komen met Indonesië. Als een vrouw een boerka op haar nummer weet te zetten, en een ouwe moslimpoliticus zijn campagnestrategie in de fine tune gaat gooien voor millennials, dan heb je me hoor.

PS:ik heb Wie is de Mol teruggekeken op Dubai International Airport en ik heb op hèt moment van onthulling iemand die naast me zat compleet doofgeschreeuwd en kapotgeknepen. Geniaal.

Het Aapje vliegt ‘m erin

Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal zaterdagavond, 19.45u.

Dineren en drankjes doen met vier skydivegekkies. Dan ben jij als buitenstaander opeens de daredevil hoor. Iets met hol van de leeuw en kijken of je je verbaal staande kunt houden in het Chute Assis en Heads down-geweld.

Dat twee chickies uit Utrecht en twee andere chicas uit Damsko komen, en ik dus als enige vertegenwoordiger uit de Havenstad, maakte het er niet makkelijker op. ‘Ze woont in Rotterdam maar ze is wel leuk hoor.’ Nja.

Ik had in elk geval geregeld dat de fles Pinot Noir strategisch in de buurt was in de hoop dat ik, wanneer ik al wat lammer was en soepeler qua tong, opeens ook zinnig in het skydive-debat kon stiften. Of, dat ik verstopt achter de fles(sen) wijn, nog even rap op mijn foon Mashable kon afstropen op ‘Five things you desperately need to know about skydivers’.

Maar was het nodig, deze irreële angst? De angst om als enige lullenpot te moeten doen over mijn werk als redacteurcopywriter of over mijn tamelijk succesvolle fitnessregime van de afgelopen weken, nadat deze vier vliegende dudettes al een uur over the World Skydive Summit hebben zitten ouwehoeren? En je je dus realiseert hoe niet-spannend je writing career wel niet is?

Welnee joh. Skydivegekkies zijn ook maar gewone peoples. En verschrikkelijk leuk en lief ook nog. Want het ging eigenlijk 80-20 over hun passie (ugh, mag dit woord weg uit het Nederlandse vocabulaire pls). Echt waar. Tachtig procent ging over een epische verbouwing van een woning (skydivegekkie 1), over het supertoffe jurkje (van skydivegekkie 2), over de hottie tinderdate (van jarige skydivegekkie 3) en over de nieuwe baan als Transaviapiloot van skydivegekkie 4 (want wanneer je vrijwillig in de lucht figuurtjes zit te maken, dan is een kist van A naar B vliegen een fluitje van een cent natulek). Met andere woorden: het was een zalige avond.

PS: jongons, don’t worry. Ich habe keine irreële angsten. Schrijver zijn is de allermooiste baan van de hele wereld. En daarna ergens in de verte pas komt skydiven (voor beginners). Kus!

Wat heb ik in mijn Pocahontas-tas

Nog een beetje wazig bestudeerde ik vanochtend in de Intercity Direct mijn Louis Vuittonnetje qua inventaris. En opeens zag ik daar poëzie in. Zoals schrijvers, dichters dat in het algemeen doen. Dingen droogobserveren totdat die talige bovenkamer gaat werken, om het vervolgens tot een onwaarschijnlijke woordenwaterval te roeren. Oh, wat zit er dan in die Vuitton-tas Ramona, dat je bovenkamer ging steigeren? Nou gewoon, alledaagse ik-neem-mee-naar-kantoor-dingen. En toen ik ze zo schijnbaar achteloos aan het ontleden was in de Intercity Direct, ontstegen ze vanzelf hun randomness als volgt (zoek trouwens zelf even de onderwerpen van gesprek in de foto op):

Magnetronbakje met couscous, broccoli, feta en Italiaanse worst. Hier heb ik afgelopen weekend een grote pan van gemaakt en onderverdeeld in to-go-bakjes. Met mijn Spartaanse fitnessregime sinds januari is dit gewoon het beste wat me kan overkomen doordeweeks: ruim voordat ik ga trainen, gezond snaaien uit, wat ik noem, bakjes voor de blokjes (op mijn buik). Brood van de Dirk gesneden in hun fancy broodmachine, uit de diepvries in de tas gepleurd: ik ontbijt meestal wel, maar de laatste tijd probeer ik iets meer efficiency in het ochtendritueel te knallen. Want ik haat haasten in de ochtend. Dus skip ik ontbijt en smeer ik pas een bammetje als ik op the office ben. Daardoor kan ik in de ochtend iets relaxter een gezichtje tekenen met mascara, poeder en oogschaduw while drinking een vers getapt bakkie uit de Bialetti-cafetière. Oh zo luxe. Op de foto ook een bakje selleriesalade van de Dirk (die ik eigenlijk niet zo lekker vindt, die van de Appie smaakt smeuïger. Yep. Blijkbaar kan daar dus kwaliteitsverschil in zitten, in een bak dressing waar getjopte sellerie doorheen is geroerd).

Mijn allergiedildo. Ja jongens, hij lijkt daar toch op qua vorm? Deze inhalator is zelfs in de winter my best friend, en dat is niet raar maar alleen maar heel bijzonder. Want wie heeft nou last van pollen in een seizoen waar alle bloemetjes tijdelijk zijn uitgeroeid door koelkasttemperaturen? Ik. I kid you not. Chloé eau de parfum. Complete chickpopulaties op deze aardbol lopen met deze geur op. Mainstream tot op het bot maar dat boeit mij in zijn geheel niet. Feit is dat dit een machtigsexy geurtje is dat zo intens naar honing ruikt terwijl dat er niet in zit. Heerlijk, ik hou van dat ongrijpbare (want dat ben ik ook, zeggen intimi). AquaFresh Intense Clean tandpasta. Dubbelfristandpasta noem ik het. Dikke onzin natuurlijk dat 24/7-frisverhaal maar eigenlijk ook weer niet. Want na het poetsen met dit goedje voelt het alsof ik drie pakjes SportLife tegelijk weg heb zitten tijgeren. Echt meesterlijk spul.
tas

GEVONDEN! Mijn camelkleurige leren handschoenen van de H&M. Ooit ingeslagen toen de kleur camel heel de fashionwereld voor het eerst terroriseerde en daarna voorgoed alle fashionista’s in de hip-greep hield. Inmiddels compleet doorleefd maar daardoor zijn het mooi wel handschoenen met karakter. En waar ben je met je handen tegenwoordig zonder onderscheidend vermogen. Precies. Mijn ABN e-dentifier. Afgelopen maand was het bal met de bank. Internetbankieren was stuk. Niemand kon bij zijn zwaarvergaarde kapitaal. En ik kon niet online shoppen. Blah. Deze e-dentifier heb ik niet altijd bij me, maar soms moet je je geld even tussendoor kunnen witwassen. En dan kunnen de grote jongensbedragen echt niet getransfered worden zonder extra controle en dus niet zonder e-dentifier. Snap jij snap ik.

PS: Pocahontas-tas is een oud grapje van mijn jaarclub toen ik een keer met een hysterisch-kleurige rugzak naar college wilde.

Dat is niet raar, dat is alleen maar heel bijzonder

The Luizenmoederforce is strong. Ik móet wel iets uit de gelijknamige, en nu al legend megahitserie in mijn blog tweaken. De intens politiek-incorrecte Juf Ank-oneliners verdienen al een blog op zich, zo meesterlijk zijn ze. Maar misschien voor een andere keer.

Want guysgirls, ik zit sinds januari op training. En dat is ook best bijzonder. Een training geïnspireerd op de leer van managementgoeroe Stephen Covey: persoonlijke effectiviteit, dé cultklassieker onder de ontwikkelingstrainingen. En een training waarvan de naam overigens ongelofelijk in de jaren negentig is blijven hangen. Ik bedoel, wie wil in het overvolle agile – en mindfulnesstijdperk nog op een persoonlijke effectiviteits-heisessie kauwen? Ik wel hoor (al vind ik een banaan lekkerder om op te knagen, maar dat geheel terzijde). Als werkend aapje heb ik altijd genoeg te leren qua efficiency en effectiviteit en de onderliggende drijfveren waarom ik iets doet zoals ik doe. En waarom ik meestal niet doe wat eigenlijk wel moet. Of zoiets. Enfin, via het werk ben ik sinds januari officieel in training via opleidingsinstituut ICM. Met een knus compact groepje, bestaande uit drie andere verloren werkschapen komen we één keer per maand, gedurende vier maanden samen op de trainingslocatie in Utrecht Lunetten. Daar leren we onder leiding van een coach de fijne kneepjes van dat hele effectiviteitsdenken in relatie tot werk en ook privé. De tussenliggende weken maak je opdrachten en log je al je ontwikkelingsavonturen in een online diary.

Al sinds de eerste training gedraag ik me als een voorbeeldige leerling, hetzij in het begin met wat opstartproblemos. Ingesleten gewoontes ram je er niet zo maar uit (lees: episch uitstelgedrag). Maarrr, mijn to-do-lijst op het werk is sinds ruim twee weken aardig getransformeerd van slagveld vol eindeloze taken in iets wat lijkt op een intens strakke routeplanner van een commandant die elke dag een strategie voor het volgende oorlogsjaar moet uittekenen. Volgens de kwadranten van Eisenhower (vrij vertaald: Actie/Plannen/Delegeren/Onbelangrijk) vul ik braaf mijn projecten en acties in en, probeer ik ze ook met focus in die volgorde af te werken. Lastig wordt het als ik sommige taken die snel af kunnen, verwar met taken die echt NU moeten. Want wat is nu acute noodzaak en hoezo schuif ik een project waar ik eindverantwoordelijk voor ben voor me uit? Beter check ik als communicado hoe het met de wereld is gesteld volgens de realiteit van de sociale media. Heb ik ten minste koffie-automaatgelummelmateriaal op een beetje niveau.
IMG_20180129_175143_149
Gek eigenlijk. Ik ben stuur geweest van een Acht. Een roeiboot met acht bloedeigenwijze kerels waar ik in charge was om deze roeiploeg accuraat en zonder kleerscheuren, via langsvarende binnenvaartschepen over de finish te brullen. Daar moest ik ook met focus en alertheid de juiste, meest efficiënte stuurbeslissingen maken. Daar op de klotsende kanaalwateren van de Schie had ik ook de verantwoording voor de boot en de ploeg: één fout commando en ik zou in theorie de boot, mezelf én de boys knalhard tegen een brugpijler aan kunnen sauzen. Dus basically weet ik best wel wat er op een cruciaal moment gefixt moet worden en wat niet. Maar waarom doe ik het dan niet met alle dingen in de leven? Best bijzonder.

Ander dingetje: ik vind planningen maken op het werk het meest geestdodende wat je als kantoorklerk kan doen, ooit. Maar ik weet ook dat iets inplannen ervoor zorgt dat je dingen niet op het laatste moment nog ergens in moet knallen of fixen. Serieus, eindredactie doen voor een e-zine zonder planning is géén aanrader. Tenzij je het fashionable vindt om na de klus met een grijze coupe door het leven te gaan. Maar wel gek eigenlijk; want thuis ben ik dus wél een meesterplanner. Ik kan supergoed evenementen voor vrienden organiseren, fijne vrijgezellenfeesten in elkaar klussen, citytrips regelen; alles tot in belachelijke details en in de punten verzorgd. Zelfs mijn koffer klap ik een maand voor de vakantie open: elke keer als ik wat tegenkom wat mee moet, gooi ik erin. Met een tijdig knap ingepakte koffer als resultaat. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de oprichtingsgeschiedenis van mijn eigen firma Het Aapje. Van de visie, strategie, website; alles heb ik volgens plan en in een bepaalde volgorde van belangrijkheid, met voorbedachte rade opgebouwd en opgezet. Maar toch vind ik plannen gruwelijkstom en moodkiller eerste klas. Bijzonder nietwaar?

Dus vind ik het bijna ontroerend dat ik voor mijn corporate career het kwadrant van Eisenhower, de routine van taken indelen in een zelfgetekend modelletje, nodig heb terwijl ik voor de meeste andere zaken prima de planner kan uithangen. Hier moet ik even stoppen met ouwehoeren en een kanttekening plaatsen, en terug naar mijn eerdere vraag waarom ik soms wel en soms niet kan plannen. Volgens de MBTI-kleurentest (ooit bij Marketing & Communicatie-heisessie van EY gedaan), ben ik vooral geel, groen en een beetje paars. Geel klopt als een bus, want yellow people are the most creative ones. Voor de ideale werkbalans zou ik samen moeten werken met peoples die vooral blauw (gestructureerd) zijn. Dus, het feit dat ik op het werk niet zo goed ga op (bepaalde) structuren is eigenlijk gewoon heul logisch. Maar waarom doe ik deze hele persoonlijke effectiviteits-unit dan? Omdat dit type training verbazingwekkend uitstekend werkt voor het gele zonnetje dat ik ben. Ik leer namelijk dat iets systematisch aanpakken niet per definitie supersaai hoeft te zijn. Kwadranten tekenen aan het begin van mijn werkdag vind ik in elk geval een stuk chiller dan meteen rücksichtslos de dag doorrammen zonder plan. Maar de grootste les die ik nu al heb geleerd (en die ik allang wist, maar in zo’n training altijd fijn wordt bevestigd) is dit: dat ik uitstekende communicatieskills heb zowel corporate als creatief, maar dat mijn creatieve writingskills daar mijlenver bovenuit (op)stijgen.

Of zoals juf Ank inderdaad zou zeggen: ‘dat vinden wij niet raar, dat vinden wij alleen maar heel bijzonder.’ En zo is het.

Als je vintage tv-junkie bent (like me) maar de tv-serie Luizenmoeder (NPO 3) om welke merkwaardige redenen dan ook gemist hebt en er niet over kan meepraten, ga gauw je mond spoelen of bekijk hier de Juf Ank-anthem.

Kerst, kaas en nepwimpers

Mijn diva-vriendinnetje uit Jakarta heeft het net uitgemaakt met haar Italian boyfriend en wil op rebound-kerst in Europa. En ze wil kaas, appt ze nog snel. Daarom stond ze vier dagen geleden bij ons op de stoep, met een knalroze Samsonite-trolleykoffer waar met gemak vier Chineze bootvluchtelingen in passen.

Ik wijs met rollende ogen naar haar roze container-unit, “ja luister, ik móest deze Zara-winterjassen (drie stuks!) inslaan, ik run twee bedrijven in Jakarta en heb personeel, en wil hier dus niet doodvriezen, dat snap je toch wel?’

Nadat ik haar heb gevoerd met stroopwafels en wijn, ontdooit ze. En gaan we vet goed op heerlijke onderwerpen zoals de gierende corruptie in Indonesië (‘over 200 jaar is het uitgeroeid’), over het fenomeen wasmachine (‘en hoeveel betaal ik jullie schoonmaakster om mijn was te doen?’) en over de liefde. Op het laatste onderwerp lach ik haar standaard snoeihard uit. Want wie guys beoordeelt op basis van horoscoop en reportages uit de Cosmopolitan kan ik gewoon echt niet serieus nemen.

Op kerstavond is het frêle knappe poppetje opeens stil en ontwaar ik een paar traantjes. Ik zeg dat het niet erg is om een beetje de kerstblues te hebben, maar volgens haar komt het door de verkeerde wimperlijm van haar nepwimpers. Ook goed schat, wat jij wil. Het kan overigens óók gewoon slaapgebrek zijn aangezien we de avond daarvoor om 06.00 uit de Suïcide Club zijn gegooid. Wie nachtelijk Rotterdam wil beleven, krijgt het dan ook van mij. Op een presenteerblaadje vol shots en cocktails. Het werd een epische avond.

In preparation op het familiekerstdiner in Molenschot, schuiven we chill door het huis in onze kerstpyjama’s, kook ik antikater-voedsel met omelet en Hollands gehaktprutje, en vertelt la Diva meanwhile verder over haar intense leven in Jakarta. Over een van haar vriendinnen die haar droomleven leidt. Op mijn vraag wat ze precies bedoelt met droomleven, krijg ik ‘rijke man, dik huis en een Hèrmes-tas’ als antwoord. I rest my fucking case. Ook schijnt Jakarta inmiddels een gevaarlijke thug city te zijn voor chicks zoals zij. Om die reden heeft ze geblindeerde ramen in haar SUV ‘anders kom ik echt nergens’. Dit zijn van die momenten waarop ik oprecht blij ben dat ik in Nederland woon. Zo lekker normaal gebleven ook. Je hele leven op de fiets, zwierend van de Appie naar vrimibo en buurtcocktailbar, dat werk.

Aan de andere kant is het juist van een ontroerende schoonheid hoe zij vol bewondering geniet van dat kneuterigekleine hier, ver weg van die ordinaire Indonesische del die Jakarta heet. Een dappere en teringhardwerkende chick die over twee jaar haar IT-bedrijf gaat verkopen voor 2,5 miljoen dollar. Ja u leest het goed. Deze wandelende premium goldcard-monniemachine kiest ervoor om de plane te nemen naar Europa. Ze kiest Holland boven kaviaarcocktails in Jakarta skybars. Ze kiest ons little frogcountry om af te kicken van de liefde in sexy Roffa en om kerstkaas te kunnen eten bij mijn familia in het Brabantse Molenschot.

Bam, some kerstverhaaltje of niet dan apenkoppen?!

Sterren&Bananen aflevering #1: mascara & inktvis

Mascara is viagra voor wimpers. Vooral voor Aziatische wimpers die van zichzelf een soort immer gerade aus-model hebben: recht, kil en niet wulps krullend. De perfecte mascara vinden is topsport. Vooral om een budget-unit te vinden (lees: mascara onder de vijf euro) die mijn rechte wimpies omtovert tot sexy ass volle units die hoog de hemel in kroelen. Het is niet erg, of beter gezegd, ík vind het niet erg om hier cheap monnie aan te verspillen. Ik koop een paar van die dingen en test ze uit. Zijn ze ruk, dan leidt mijn beursgenoteerde onderneming geen verlies, doen ze het goed, dan verdienen ze eeuwige beautyroem en een gebruikersintensiteit van heb ik jou daar. Maar goed, mascara dus. Je hebt er slechte tussen zitten, niet-normaal. Ik vraag me oprecht af hoe zo’n mascaraborstel-ontwerpafdeling werkt. Ik denk dat ze testen op orks met wimpers van teflon. De Separation&Volume van Etos is zo’n mascara, waarbij de borstelvorm zo intens lomp is, dat het behalve mijn wimpies ook mijn hele oogbal dreigde te kielhalen. Gelukkig heeft de HEMA al dit wimperleed royaal goedgemaakt met hun volumemascara (4 ekkies per stuk). Een mooi en hanteerbaar fijn borsteltje dat goed separeert, verlengt en zelfs lekker vet volume geeft. Dus tien bananen voor de HEMA en nul voor Etos.
Picture_20171201_145431792

In de categorie Horeca testte ik via Foodora een bezorgmaaltijd van Street Foodies. Mijn oog viel namelijk direct op het gerecht ‘Sea foodies calamaris’ aka inktvis gevuld met varken of kip’. Bij het woordje inktvis op elke willekeurige menukaart ga ik sowieso al kwijlen, laat staan als ik lees dat octopussy gevuld is met mijn andere favoriete dier: varken of kip. En ik ga gewoon goed op onverwachte smaakcombinaties. Ik had al op ‘bestellen’ geklikt en iDeal afgevinkt, toen ergens in de verte binnen het meest verstandige deel van mijn brein, een lampje alarmerend begon te flikkeren. Gevulde inktvis en dan thuisbezorgd. Je moet wel heel superzelfverzekerd over je kookskills zijn wil je inktvis uit je koekenpan in de deliverybox laten glijden, zonder het risico dat de klant zijn gebit verliest vanwege inktvis turned into rubber. En dan gevuld ook nog. Ik vond het gerecht opeens heel ambitieus chefkokkerig klinken voor een bezorgmaaltijd, maar goed. De sea foodies calamares-bestelling was nu al onderweg en vet na aan het garen op de bagagedrager van mijn Foodora-fietsbroeder.

Uitgepakt trof ik, eerlijk is eerlijk, een very instagrammie inktvis aan. Maar ergens ook een beetje horror. De roomwitkleurige octopus zag er namelijk uit alsof kokkie een albino kakkerlak op de grill had geknald. Anyway. Ik was klaar voor de proefsessie. Wat even zoveel betekende als zorgen dat mijn voortandjes niet achterbleven in de octopus, want holy whale, wat was dit voedsel taai zeg. Geen doorkomen aan. En het allerergste: de inktvis smaakte niet (meer) naar inktvis, maar had een merkwaardige, non-descripte smaak. De vulling was ook al om te janken. Een beetje zoetig; terwijl ik juist naar die smeuïg-zoutige, iets vettige varkenssmaak verlangde, als tegenhanger van die inktvissmaak (die dus ontbrak). Wat een wanstaltig gerecht was dit zeg. Nergons mee te vergelijken, hoeft ook niet, want ik bestel sowieso nooit meer bij Street Foodies. Even serieus, voor echte inktvis moet je gewoon naar Zuidoost-Azië. Only them peoples know how to cook octopus on point and accurately. Hoeveel bananen dan voor dit gerecht? Wat denk je zelf? Ja twee stuks, voor de instagram-proof uitstraling, minus twee omdat het gerecht zo intens slecht was. Dus uiteindelijk gewoon nul.

Kakkerlak in disguise.

Kakkerlak in disguise.

Wat willen jullie dat ik de volgende keer ga testen apenkoppen van me?

‘Landgenoten, hier spreekt Het Aapje’

Dinsdag 30 oktober, the day after my silent discobirthday. Ik werk de laatste keelontstekingstuipjes weg achter La Laptop.
17.30: een Facebook-DM van Relus Breeuwsma, voorzitter CDA Zuid-Holland. Of ik zaterdag wat te doen heb. ‘Dan hoop ik aan het einde van mijn keelonsteking te zitten Relus’, typ ik kuchend terug. Relus had blijkbaar mijn laryngitis-blog gelezen want stuurt rap vijf berichtjes:
‘neem Berenburg’
‘een longdrinkglas vol’
‘in een keer’
‘ga je wel knock-out’
‘maar het helpt’
Na mijn haha-emoji komt prompt de volgende vraag: ‘Ruth (Peetoom, partijvoorzitter CDA) zoekt nog naar iemand voor het meditatief moment tijdens het congres’. Ik schreeuw het uit van vri-vra-vreugde maar dan met het geluid op mute. Ik antwoord Relus dat als ik dit doe, ik het wel op míjn manier, de monkeyway, doe. Relus snapt het meteen want ik doel op een CDA-millenialborrel waarvoor ik in opdracht een gedicht schreef en voordroeg. Een gedicht met vette knipoog waarin het talmende dertigerspubliek zich totally in herkende. Daarnaast was Ruth afgelopen zomer aanwezig bij mijn mentorspeech voor de CDA Talentacademie lichting 2016-2017, waar zij de diploma’s uitreikte. Juist. Zo speel je jezelf dus in de partijkijkert.

Donderdag 2 november, 17.14: Ruth belt me om voor te bespreken en refereert direct naar mijn mentorspeech: ‘dus ik dacht dat jij dat zaterdag prima kunt doen.’ Hands down hét telefoonmoment van het jaar. Niet alleen het verzoek was een eer, maar vooral omdat Ruth mij volledige carte blanche gaf als het ging om de inhoud. Ik hoefde alleen iets te verwerken over de diversiteit aan partijgenoten en dat we samen één zijn. Ik mocht er een persoonlijk verhaal van maken, of vertellen vanuit mijn ervaring als mentor bij de Talentacademie. Prima. Ik besloot alleen aan het eerste verzoek te voldoen. Van een persoonlijk verhaal en ervaringen als mentor ben ik ver weggebleven. Een persoonlijk betoog kan de juiste snaar raken, maar het blijft linke materie. Als het niet een verhaal is van het kaliber dat het hele electoraat in de zaal ‘m voelt, of erger, een verhaal dat zorgt voor plaatsvervangende schaamte (‘ik weet nog dat mijn moeder ooit vertelde’), dan ben je serieus in de monkey gelogeerd. En ik had nog maar anderhalve dag te gaan. Ik hinkte voor het ultieme beslismoment voortdurend op twee gedachten. Of het werd een persoonlijk (mentor)verhaal óf ik ging voor de performance, een speech waar de hele zaal zich in kon vinden, minstens. Het werd het laatste.

De Monkey & de Staatssecretaris.

De Monkey & de Staatssecretaris.

En zo ontstond de speech zoals het in mijn bovenkamer altijd gaat. Vrij associëren, van een afstand naar de materie kijken en hier en daar de boel abstraheren. Dat klinkt net zo abstract als het klinkt, maar zo werkt mijn dichtende brein nou eenmaal. Sowieso ga ik altijd op zoek naar de onverwachte wending aka de witz. Tijdens mijn ontgroening bij Vindicat geleerd. Op commando, onder druk en terwijl je door de ontgroeningscie honderd keer hinderlijk onderbroken wordt, een superorigineel verhaal houden. Want inderdaad dames en heren, u leest het toch echt goed: in die kapotverwerpelijke besloten corpsballenbunker vol bier en bangalijstjes heb ik zeer zekers wat geleerd ja. Anyhow. In één middag stond de speech op papier, en na twee eindredactierondes was het af. Een speech zo breed en divers als het CDA zelf is. Met al die verschillende partijgenoten in de hoofdrol, met een grapje hier (minister Grapperhaus de columnist) en een gebbetje (Hugo’s chille schoenen) daar. In het schrijfproces ging ik al lekker op de pre-adrenaline van het aanstaande podiummoment. Die energie, die vibe combineert altijd zalig met dat dolle woordenbacchanaal in mijn hoofd.

Zaterdag 3 november, Het Concertgebouw in Nijmegen,10.00: ik vink nog wat rituelen af voorafgaand aan de speech. Ik inspecteer de zaal, check het podium en proef sfeer. Minimaal een half uur van tevoren sla ik alle social talks af en stap ik in mijn concentratie-ei. Eerder bij de podiumcheck zag ik al dat ik niet boven het kateder uitstak. Dus regelde de floormanager een kistje waar ik op kon staan. Waar anderen van zo’n last minute-ding accuut dood zouden gaan, had ik juist vet voorpret. Dit zou een supergeestige binnenkomer worden.

Grote Zaal, plenaire sessie 12.00: Ruth kondigt mij aan en nodigt mij uit het podium op te komen. De hilariteit was voelbaar in de zaal toen ik na een paar keer schuiven eindelijk op de koffer ging staan: ‘het is belangrijk dat jullie mij kunnen zien, maar belangrijker nog dat jullie mij kunnen horen’. En zo geschiedde.

No comment.

Make midgets great again.

Het is mooi als je schrijverij iets doet met het publiek. De haag aan complimenten na afloop, maar vooral dat partijgenoten zich volledig herkenden in een ‘heel helder en fris verhaal’. Als oude nestor Eelco Brinkman je vet veel schouderklopjes geeft (‘wat deze dame dus zegt’) en Mona Keijzer mijn speech technisch knap in elkaar vond steken, dan heb je me hoor. Ik voel me dankbaar dat ik mocht shinen met goed doordachte en creatieve apenkool op zo’n machtig moment. Oftewel ‘speechen in het centrum van de macht’ zoals een van mijn beste vriendjes daags na het congres appte.

Helemaal zo slecht nog niet voor een kleine apenkop, toch?

Het millenialgedicht vind je hiero. De bewuste speech vind je hieronder.

Monkey and the Monster of Laryngitis

Mensen, al tien dagen eet ik ziekenhuis/bejaardenvoeding in de vorm van vla, witte bolletjes, soep en alles wat maar zacht en vloeibaar is. Ik duw al tien dagen een cocktail van paracetamol en naproxen 4500 mg in totaal, in mijn gehavende strot. Qua pijngrens kom ik in de buurt van een Indiase straatartiest die bierbliklipjes heel doorslikt. En ik weet blindelings waar mijn pyjama woont (lees: die zit aan mijn lijf gekleefd zo onderhand). Want wat is keel/amandelontsteking een teringtyfusirritante aandoening zeg. Ik wil, als ik beter ben, deze letterlijk zieke virusgast nooit, maar dan ook nooit meer tegenkomen. Zo, dat is eruut.

En dat zijn best stevige woorden voor iemand die als kind een premiumabonnement had op het ziekenhuis in Amstelveen. Longontsteking en bronchitis, ik ging daar vet goed op. Ik verdenk de enorme hoeveelheid antibiotica die ik daar toegediend heb gekregen, debet is aan mijn 1,50 meter. Alle Brinta en TLC* van mama ten spijt. Maar goed. Deze bronchitis-story was om aan te geven dat ik met mijn ‘levenservaring’ een griepvirusje heel goed kan handelen. Het kost mij hoogstens een weekje eenzame opsluiting met een soepje, zakdoek-origami en paracetamol. Eventueel nog wat codeïne tegen droge hoest en dan gaat het snel met de wederopstanding zeg maar. Maar deze li-lu-laryngitis is nieuw voor mij. En vooral nieuw in de zin van dat het zo hemeltergend lang duurt. Ik vind het hinderlijk dat ik dit keer geen controle heb over het verloop en de lengte van het virus.

En nog iets: dit hele gebeuren doet wat met mijn Indonesische voedsel-inborst. Ik vind het taai dat mijn tong, tandjes en keel; die normaal gesproken zeven dagen van de week mij helpen te processen en te fijnproeven, te bunkeren of te cheatdagen, nu tijdelijk ontoerekeningsvatbaar zijn. Met als gevolg hysterische zwaardgevechten in mijn keel, een tong die in zijn eentje vecht tegen de bacillen en tandjes die de nasty druk van de ontsteking op hun emaille schouders moeten dragen. Ik voel me oprecht kwetsbaar en tijdelijk van mijn Indonesische roots ontnomen. Ik bedoel, wat is nou een Indonesische die haar rendang, sate babi en kare ayam niet fatsoenlijk op kan eten? Niks. Nada. Het is intense droefenis allemaal.

Had ik al verteld dat voor dit virus twee weken staat? Waarom ook alweer vloog ik vorige week niet ff per monkeyjet naar Indonesië? Toen ik in Jakarta woonde had ik namelijk het privilege om van de Aziatische gezondheidszorg te genieten. Bij een simpele griep moest je al met een aanhanger komen, zo veel medicijnen kreeg je daar mee. Vier verschillende capsules formaat XXL (echt insane) en een hoestdrankje is standaard. Maar dan was je, let op, binnen twee dagen zo fit als je personal trainer en je bootcampmatties bij elkaar. Ik mis die Asian farmaceutische efficiency enorm. Want omdat ik vanwege deze KeelGate nu twee weken rust moet houden, mis ik deze week het VU-teamuitje waarvan ik nota bene, samen met een andere collega, Commissaris Organisatie ben. Hoe wreed is dat.

Zo lacht een boer met keelpijn. Met het bekkie dicht. PS: wie heeft die confetti op mijn hoofd geplakt?

Zo lacht een boer met keelpijn. Met het bekkie dicht. PS: wie heeft die confetti op mijn hoofd geplakt?

Is er dan hélemaal níks leuks te melden over deze brute quarantaine? Natuurlijk wel. Gisteren op mijn verjaardag at ik samen met mijn lieve besties en roomies pannenkoeken met confetti en spekkies op cocktailprikkers. En omdat het mijn verjaardag was, klonk de hele middag Bruno Mars en was de dresscode feestelijk. Lulde iedereen de oren van mijn kop en antwoordde ik hinterig met kladblokbriefjes en een dubbele dosis Naproxen. Voor het eerst in mijn leven geen woord gesproken met deze peoples. Zelfs toen ik na het feestje naar bed werd gestuurd protesteerde ik voor de verandering niet (luidkeels). Vriendin Suzanne noemde het ‘de meest hipster stilte-verjaardag ever’. Nja. Alles voor Bassie, alles voor de keel. Maarre luister Keel, als je aan het einde van de week nog steeds in brand staat, dan stuur ik een knokploeg op je af. Want zoals ik al in het begin zei: ik weet waar je pyjama woont.

*Voor de sufferds die niet weten wat TLC betekent: Tender Loving Care