Het Aapje is een woordenhosselaar met slaapgebrek

Er is een keerzijde aan die God’s Gift of Heaven van mij. Tuuuuulek is het superchill dat ik op dagelijks basis vrij soepel een stukkie tekst op papier kan fiksen, terwijl de gemiddelde landgenoot jankt als een baby bij het moeten schrijven van een sinterklaasgedicht van twintig woorden only.

Elke schrijver herkent het: het niet vantevoren te voorspellen moment dat je in de ultieme schrijfbubbel valt en gegrepen wordt door die frikkin lekkere schrijfflow waar geen einde aan lijkt te komen. En dát lieve apenkoppen, is de keerzijde. Want van die schrijfbubbel word ik junkerig. Ik raak overprikkeld en gretig door bijna alles wat ik hoor. Een zinnetje uit de Libelle (WIE LEEST DIT NOG MENSEN) kan zomaar een geniaal begin zijn voor een spoken word. Iemand die met me praat onderbreek ik opeens, omdat net dat ene zinnetje mij triggert. Alles moet meteen opgeslagen op mijn foon, in mijn hoofd. Mijn tas en thuis liggen vol opschrijfboekjes want alles wat ik hoor kan een begin zijn van alweer een intens gedicht, die minitsunami van woorden en zinnenhussels in mijn hoofd. Het is druk in die bovenkamer van me. Voorbeeld: ik hoorde Eva Jinek laatst in haar talkshow iets zeggen met ‘koekje van eigen deeg’. Niet echt een superspannende uitdrukking toch? Iedereen kent ‘m. Maar in mijn hoofd gingen koekje en eigen deeg helemaal los én een eigen leven leiden. Want wat is er mis met koekje van andermans deeg? Precies. En zo vormt zich dan een compleet nieuwe woordenwaarheid in mijn apenkop. The works. Het is rijkdom geef ik toe, dat mijn hoofd woorden weet te processen tot nieuwe dingen. Maar tis ook best vermoeiend. De hyperness ervan, snap jij snap ik.

Het is de ultieme keerzijde van mijn skills: ik slaap onrustig omdat ik tot laat in de avond door zit te schrijven en ook nog eens hardop oefen om de woorden om te zetten in een loeistrakke spoken word performance, die andere liefde die ik weer heb opgepakt. Het is ook een soort bedrijfsrisico want de schrijfbubbel is eigenlijk één grote sexy verleider; ik vergeet andere dingen sneller, negeer verplichtingen die ik heb, ik laat me gewoon als een konijn in koplampen in deze schrijfbubbel zuigen. Het is maniakaal bijna, het is intens.

Het is de reden waarom ik twee maandagen MonkeyMondayBlogs heb geskipt. Want te moe vanwege doorhaalavondenschrijfuitbarstingendingen. Boy, wat moet ik aan de slag met concealer om die insomnia-wallen weg te poetsen. Alles voor Bassie. Ik beloof u plechtig dat deze gaten in mijn blogroutine iets gaan opleveren. Om te beginnen sta ik woensdag 10 april a.s. in de voorrondes van Poetry Slam Rotterdam (KOMT ALLEN, I NEED MY FANS OUT THERE!).

Precies, deze monkey is on a mission. Dus, laat haar lekker in die schrijfbubbel. Laat haar pruttelen in haar zelfgetrokken woordensoepje. Er komen mooie dingen van. Promise.
 

Oud West Thuis Best

Ik ben import-Rotterdammert. Mezelf geïmporteerd naar de stoffige straten van het Oude Westen. Mijn actieradius concentreert zich grofweg tussen het Weena/Beukelsdijk, West-Kruiskade en de Nieuwe Binnenweg. In die driehoek zit alles wat ik nodig heb: mijn favo fluffy pancaketent (Altijd in de Buurt), de buurtgym, de Chinatown voedselstrip over de gehele lengte van de West-Kruiskade tot aan de Eerste Middellandstraat. In theorie kun je jezelf letterlijk doodeten aan voedsel in al die eettentjes en je salaris stukslaan in de Asian supermarkets. Omdat het kan. En dan heb je mijn stokoude huisarts, dokter Oudemans op de ´s Gravendijkwal, die niet onder de indruk is van wat voor hysterische kwaal je dan ook naar de spreekkamer meebrengt. Deze man heeft in de roerige jaren ’80-’90, zware drugsverslaafden en crackhoertjes in zijn wachtkamer gehad. Dus hij lacht je uit hoor. Met je keelontsteking.

Het Oude Westen. Ik ben hier niet opgegroeid, maar moest als volwassene serieus opnieuw opgroeien als bewoner in een buurt met gebruiksaanwijzing. Deze hectische, luchtvervuilende brutale brulaap met een ingewikkeld verleden die het Oude Westen heet. Het doet iets met je. Slalommen tussen tüterende waggies en autoportieren die onaangekondigd openslaan en tegen je fiets en face aanknallen. Mijn middelvinger is inmiddels de meest getrainde vinger die ik heb. Jullie snappen mijn punt. Het Oude Westen. Het verkennen van deze roemruchte wijk doe je nooit alleen. Er wandelen altijd lekker neuriënde daklozen met je mee, die een muntje voor de nachtopvang aka jonko komen vragen. Ik zeg nooit get out of my air, een muntje geef ik altijd. Maar ze staan vaak nét iets te dicht op de huid. De West-Kruiskade zit sowíeso dicht op je huid. Overdag bubbly, ’s avonds een no go-area (irritant want het is de snelste weg van avondje binnenstad naar huis).

De West-Kruiskade flirt met je in de zomer wanneer je langs de bakabana- en schaafijskraampjes flaneert, samen met de buurtprinsessen met hun instagramgeboetseerde lichamen. Vriendelijk toegesproken door de coole boys van de fashionstores die altijd buiten voor hun etalages staan te shinen met hun gouden tanden. En vergeten dat ze binnen distressed jeans en shirts met v-halsjes moeten omzetten.

De West-Kruis irriteert, als je net lekker windowshopping doet in sloom Aziatisch tempo en opeens een blik white peoples vanuit je dode hoek, het nodig vindt om snel en lomp dwars door je heen te gaan lopen, hoedan. Sommige mensen zijn hier niet op hun plaats. Maar de West-Kruiskade vertedert ook. Vooral als er kleine Marokkaanse en Turkse kindjes met grote diepe ogen en lange wimpers zorgeloos uit de zijstraten komen huppelen. Straten met meestal een moeilijk heden en verleden vol inwoners met issues: de Bajonetstraat, Gouvernestraat, Johannes de Vouplein, het opgroeipleintje van doodgeschoten rapper Feis.

Daarover gesproken: yep mijn buurt het Oude Westen gedraagt zich een beetje als het Wilde Westen de laatste tijd. Fake cowboys, importlui met graftakkenfaces die met creepy souplesse en vooral nul geweten, hardvochtig en kil pistooltje trekken. Sommige mensen zijn hier gewoon niet op hun plaats.

De West-Kruis leeft dagelijks op de rand, over de rand om te overleven. De buurtbewoners zijn soms beetje doelloos, doelbewust, dwaas, dolend misschien. Maar het mixt allemaal goed en het lukt best om een beetje fatsoenlijk langs en met elkaar te bewegen en te viben. In Oud-West leven de mensen 24/7 op de rand om te leven, te overleven en soms om het juist níet te overleven.

Vandaag liep ik op de West-Kruis en zag ik bij koffietentje mr. Beans, een groepje hoodies waar geluid uit kwam. Een straatsoldaat is onlangs dan wel doodgeschoten, maar de nieuwe lichting is alweer opgestaan. Deze capuchonboys in broederschap zullen de buurtprinsessen van nu en straks willen beschermen, hier in hun Oude Westen.

Naar deze buurt heb ik mezelf geïmporteerd. En ik vind daar wat van. Sinds de schietpartijen, een buurtillusie armer maar wél een stukje wijktrots rijker. Want karakter hebben ze hier allemaal. Grote waffels, kleine hartkleppen, hard op je bek pleuren en hup, doorgaan. Ik ben hier niet opgegroeid maar boy, wat klopt het hart van het Oude Westen hard en luid en wat hoor ik die inmiddels goed mang, maar echt. Het Oude Westen, koning in het stapelen van verleden, heden, verdriet, verlies en vooruitgang. Uw import-Rotterdammert heeft gezien, gevoeld en gesproken.

De Top Tien Broodje Aap-blogs 2018

Hallo fans van overal ter wereld. Hier issie dan, mijn eigen top 10 aan lulverhalen. Een fijne selectie aan apenkool, van al die andere aapverhalen die jullie allemaal verplicht moesten lezon in 2018. Kom op, vooral op 1 januari is het zaak om die lamgezopen hersens vol te stoppen met intelligentie. Go!

1. Het Aapje kan heel goed plannen #not
2. Het Aapje is verliefd op de buurtgym
3. Het Aapje loert naar peoples in het zwembad
4. Het Aapje gaat los op Balinese fissa
5. Het Aapje huilt bij de KFC
6. Het Aapje is een taalopschepper
7. Het Aapje weet alles eigenlijk al
8. Het Aapje en moedermonkey
9. Het Aapje enters the start up-wereld
10. Het Aapje eet bananen, geen rapportages, snap dat nou eens.

Bonustrack: Wat de monki betreft de mooiste van 2018: Het Aapje en de uil van de Minahasa.

Kus, banaan en tot snel in 2019!

Het Aapje en de uil van de Minahasa

Het is een proces. Mijn eerste belandde op mijn rechterrib. Ik wilde het klein en privé houden, ik hoefde hiermee niet per se naar de buitenwereld te flexen. Je zou het alleen zien als je met mij naar het strand zou gaan of samen met mij onder de douche zou stoeien. Heul privé dus. Het idee voor mijn eerste ontstond op Bali, nadat ik mijn vader op 4 Maart 2016 had begraven in Tondano. ‘Anak spanggal’ noemde Maramis senior mij altijd. Het betekent ‘enige kind’ in Menadonees dialect. Ik wilde papa niet random herdenken met een ketting of een steen met zijn naam erin. Het werd ‘anak spanggal’ als kleine, intieme tattoo op mijn rechterzij, op een stukje ribbenkast om voor altijd bij me te dragen. Na pa’s overlijden dook ik in het voorjaar van 2016 the Interwebs op, verder en verder op zoek naar mijn roots. Op de Minahasa-site las ik meer over het wapen van de Minahasa. Samen met de verhalen van mijn Menadonese familie, groeide mijn patriotistische eilandgevoel. Dat groeiproces voelde als niet uit te leggen-zo-speciaal, I can tell you that allright.

Een kleine toelichting tussendoor want het kan confusing zijn als je topografie sucks en je bovendien denkt dat Noord-Sulawesi op de Noordpool ligt: Noord-Sulawesi (aka Noord-Celebes voor de ouwe kolonialen onder ons), is een van de 34 provincies van Indonesië. De hoofdstad van Noord-Sulawesi is Manado en daarom noemen we onszelf Menadonezen. De regio/streek op Noord-Sulawesi waar mijn ouders vandaan komen heet de Minahasa, dus noemen we onszelf ook wel ‘orang Minahasa’. Tondano, dat ook in de Minahasa ligt, is het geboortedorp van pa. Capisce?

Anyway. Dat groeiproces over mijn roots zette lekker door. Drie jaar later, in november van dit jaar, is de tweede gekomen. Het was een proces. Met een van mijn meest dierbare personen deelde ik deze zomer het verhaal van mijn vader, waar ik vandaan kom, mijn cultuur. We praatten over tattoos next level, over symboliek en speciale betekenissen. Over zijn cultuur, over mijn cultuur, mijn adat, zijn adat. Over rituelen vertaald naar eilandsymbolen die veel en veel verder gaan dan een blije dolfijn op je schouder. Ik dook volledig geïnspireerd door onze persoonlijke verhalen, weer in mijn eigen Minahasa-roots. Opnieuw zocht ik naar het wapen van de Minahasa op de site. Een burung manguni (wijze uil) gedragen op de krijgersleus van de Minahasa ‘I jayat usanti’ (ferm & krachtig). Gebiologeerd sloeg ik het wapen met een groots gevoel van trots en eerbiedigheid als plaatje op in mijn hoofd.

Man, wat raakte mij dit. Deze pinda die na het overlijden van haar pa, bij wijze van rouwverwerking, steeds verder onderzoekt naar wie ze is en waar ze vandaan komt. Een pattriotistisch proces dat groeide en groeide. Ik begon te denken aan een nieuwe, tweede tattoo, drie jaar na de eerste. Superkieskeurig als ik ben, vind ik maar een paar locaties op het lichaam sexy en waardig voor een permanent plaatje. Een sexywaardige plek voor een indrukwekkend plaatje met betekenis. Een plaatje dat alles zegt over mijn dna, mijn roots. Ik ging diep met het nadenkproces. Een enorm persoonlijk proces dat, drie jaar na de eerste, werkelijkheid is geworden.

Het wapen van de Minahasa, de regio waar ik, mijn ouders en voorouders vandaan komen, pronkt nu sinds een maand op de binnenkant van mijn rechteronderarm. Anderhalf uur had Amsterdamse tattookoning Fabian Manuputty nodig om ‘m te zetten. Een tijd waarin hij normaalgesproken een complete Maorisleeve rondom een biceps tattoëert. Om aan te geven hoe gedetailleerd en precies Fabian de burung manguni naar het origineel op mijn arm moest fiksen. Het is dan ook geen dolfijntje hè. Terwijl Fabian een partij inkt en naalden door mijn lederhuid ramde, vertelde hij over zijn opa die overleed toen Fabian 18 jaar oud was. Hét moment voor hem om in zijn Molukse roots te duiken. Het was mooi om verhalen over onze roots te delen. Net zoals ik al eerder in de zomer mijn verhaal had gedeeld met dierbare. Het proces klopte.
tattoo s

Nu kijk ik dagelijks naar mijn wijze uil, mijn burung manguni. Dit keer wél op een plek for everybody to see. Zodat, elke keer als iemand ernaar vraagt, ik met gepaste pattriotistische trots kan vertellen dat ik Minahasa-meisje ben. Glunderend en ‘bangga’ (= trots in het Indonesisch) loer ik nu dagelijks naar mijn fasung -Menadonees dialect voor iets dat mooi of knap is- tattoo. Ok, ok, hij is zo verschrikkelijk pretty dat ik er nu wél vaak mee flex (lees: met korte mouwen op kantoor lopen shinen al is het freaking winter) en heb ik natuurlijk allang gezorgd voor een paar vette Instadrips. All for the likes, all for the likes. Ik ben per slot van rekening een ijdel aapje, duh.

Mijn burung manguni is geland op mijn arm. Geland om voor altijd te blijven. I jayat usanti, I jayat usanti.

Voor C.

You do the math, I go fix bananas

Het is maandag 19 november en ik leef nog. Daar was ik vorige week niet zo zeker van toen ik de maandrapportage voor een van onze klanten moest maken. Why en hoedan schoten als hysterische neonletters door mijn hoofd. Ik probeerde nog mijn beste amateurtoneelskills erin te knallen en bij partner Gijsbregt mijn meest theatrale wanhopige alfa-gezicht op te zetten. Maar G was onverbiddelijk: ‘als je content wilt managen moet je er cijfertechnisch ook iets zinnigs over kunnen melden.’ Bruuuur ik haat U. Ook omdat ‘ie gelijk had en heeft.

Het is niet dat ik die cijfers er niet in kan kloppen. I learned the hard way (lees: versies niet of fout opslaan, bug in oude rapportage waardoor het als unreadable doc werd opgeslagen, all drama). Dus toen op gegeven moment mijn Alfatranen waren opgedroogd, vond ik het zelfs wel lachen om die grafiekjes te zien stijgen. En daar dan iets opbouwends over te melden. In wervelende tekst welteverstaan, geheel verzorgd door woordenhosselaar, Het Aapje. Echt, ik snap heus de zin wel van rapportages. Alleen ben ik het aan mijn Alfastand verplicht om daar heel hysterisch over te doen. En so I did.

Ik lach hier nog.

Ik lach hier nog.

Nee even serieus: waar ik compleet gek van word, is O.P.M.A.A.K. Dáár word ik echt een mean monkey van. Dat alles verspringt wanneer jij net alle data superstrak in een schema hebt zitten slicen. Dat letters opeens in een witte sneeuwvlakte verdwijnen op je scherm omdat je in het copy pastaproces apparently stomme codering hebt meegesleept in je ellendige non existant-opmaakskills. Dat, lieve apenkoppen, is de grootste energy drain in mijn hele leven. De opmaak. Het liefst kopieer ik dan ook complete next level dichtgetimmerd-opgemaakte en ready to re-use-plannen van anderen. Anyway, als dáár dus de boel alsnog verspringt, dan spring ik op mijn dikke beurt van een brug. In mijn hoofd dan hè. Wisten jullie trouwens dat zelfs de meest simpele opmaak in Canva verspringt? In Canva mensen!

Maar goed. Ik heb het overleefd. Ondanks het feit dat ik die bewuste dag van alle stress heb zitten survivallen op slechts 1 mini-Twix. Waarvan ik de caramelvulling gebruikt heb om mijn stukjes uit elkaar gespatte breindelen, weer aan elkaar te plakken.

Eens een hysterische Alfa, altijd een true Alfa.

PS: voor de peoples die zichzelf stuk piekeren wat ik bedoel met Alfa: dat zijn de mensen van wie het talige brein bovenmatig is ontwikkeld. Precies, dit is de bevolkingsgroep die niet kan rekenen want daar heb je die dikke nerds voor. Juist, de Bêta’s. Capisce?

I love you, Sweetie Pie


Zullen we het hebben over de zoete dingen in het leven? Ik bedoel daarmee de suikerhoudende apparaten waarmee we onszelf als mens dagelijks of af en toe mee verwennen. Mijn trigger was een nieuwsbericht over de Roffin. Mijn talige brein maakte meteen een vreugdedansje want ik filterde daar muffin, Roffa en Robin uit. De Muffin van Robin uit Roffa. Het had zomaar een titel van een supercute kinderboekje kunnen zijn. Nee, Roffin blijkt een crossover te zijn tussen een muffin en een croissant. Naar een oud Frans recept hebben twee brutale bakkers uit Roffa Noord er een eigen draai aan gegeven en de Roffin gecreëerd. Met allemaal lekkere spullen erin zoals bramen en mascarpone. Ik zou dan wel de bramen en mascarpone eruit slopen met mijn speciale muffinschepje. Huh. Ja precies. Hierover later meer.

Ik ga het dus hebben over de sweeties, de koekjes, taarten en cakes van deze wereld. En dat is meteen grappig want eigenlijk ben ik niet een heel grote zoetekauw. Als kind kreeg ik centjes mee voor een ijsje voor na het zwemmen. Ik kocht daar altijd een zak friet van. Snap je? Lollies die we als kind kregen uitgedeeld op school vond ik intens vreselijk. Ik vond die suikermonsters op stokjes altijd zo belachelijk zuurzoet; de pijnscheuten schoten gewoon in mijn wangzakken van die suikerterreur. In dezelfde categorie snap ik salmiakballen en dropveters niet. Nooit begrepen ook. Die droplulveters smaken namelijk naar ernstig misvormd karton. Dus eigenlijk snapte ik zo jong als ik was, niks van mijn peergroup die lollies, drop en aanverwante units verslonden als savage beasts. Ik dacht als kind ook altijd heel arrogant dat mijn vriendjes en vriendinnetjes een superonderontwikkeld smaakpalet hadden. Met je dropveters. Geef mij maar verfijnde, goudgeel gebakken frietjes. Of een superb gebakken kippetje van mijn oma. Voedsel met ballen. Inderdaad. Voedsel dat ook echt alleen weggelegd is voor de fierce eter. Maar snoep? Snoep is voor sissy’s. Snoep in general is bleh met een dikke B.

Alhoewel. Ik had/heb een zwak voor een bepaalde categorie zoet, namelijk de cake zoals mijn mama die altijd maakt. Een beetje vochtig nog, en niet al te gaar. Ook de appeltaart uit het winkelcentrum in Amstelveen waar ik opgroeide, is uitzondering op de regel qua mijn haat aan nutteloze vulling in taarten, donuts en muffins. Want het is juist die heerlijke naturelle smaak van suiker, boter en eieren; all united in een spongy cake of taart, die mij echt in vervoering kan brengen. Dus geen blueberry muffin of een chocoladedonut (ieuw). Op de een of andere manier raakt mijn smaakbelevingsmomentum compleet van slag als ik in mijn hapje cake een verdwaalde blauwe bes ontdek. Of een kwak aardbeienjam tussen de taart. Of een lel chocolade over een roomblanke donut (why). Als ik het even doortrek naar de categorie chocolade: praliné en nootjes zijn helemaal fijn, rozijntjes kan ook nog. Rice crispies? Heerlijk. Maar bonbons met ganache, fruit, marsepein, drank en andere vulling en vloeibare ellende is voor mij moodkiller nummer 1. Heel soms vind ik hysterische combi’s wel lachen. Zoals de seizoensbars van Tony Chocolonely. Of de witte chocola met kokossnippers van Verkade. Maar uiteindelijk ben ik the most happy met chocola naturel.

En nog iets: die uitdeelvlaaien op het werk. Mijn god wat een droeve randomness is dat. Kunnen we daar alsjeblieft mee stoppen? Alleen appelkruimel krijgt mijn approval. Maar wat is er eigenlijk mis met een dampende lemper bij je koffie of een knapperige loempia bij de thee? Oh man, wat heb ik opeens zin in het ontketenen van The Savage Savory Revolution. Maar dan wel met een toetjesfestijn voor erna. Met cake naturel, donut zonder toppings en taart waarbij de verhouding vulling cake 10/90 is. Wie van jullie sweeties doet er mee?

PS: een muffinschep bestaat niet apenkoppen, echt jullie geloven ook alles. #hoedan

WIJ WETEN DINGEN. AND IT’S BIG

Ik had vriendinnetje Batul al een tijdje niet gezien dus prikten we een seminardate (is dat een woord?) in posh en schattig Breukelen. In het kader van gezelligheid mixen met nuttige dingen in het leven, ja toch. In de auto richting Utrecht ging het bijpraatproces vrij rap van start. Batul die als coach een NLP-opleiding volgt, vertelde over haar kijk op persoonlijk leiderschap en spiritualiteit. Ik kon daar soepel op inhaken omdat een van mijn nieuwste opdrachtgevers aan het hoofd staat van een spirituele coachingsacademy in Bussum. Batul en ik. Onderweg naar Breukelen. Onze ervaringen, onze visie op persoonlijk en intuïtief leiderschap schoven we soepel in elkaar tijdens die bewuste autorit. We viben goed op het onderwerp heet dat in jargon.

Zo kon ik weer helemaal los op mijn stokpaardje ‘leiders en hun (machts)positie’. Leiders die oog verliezen voor hun omgeving en stekelblind worden. Als een soort Stevie Wonder maar dan zonder al het talent en de begaafdheid om mensen te verbinden en te raken zoals good ol Stevie al decennialang wél kan. Hey directeur, waarom verlies jij je medemenselijkheid eigenlijk net zo gemakkelijk als haaruitval zodra je een paar nullen extra op je bankrekening kan bijschrijven? Nou? Te vergelijken met een M&M-unit die van je ijsje afvalt en daar dan superonverschillig over zijn. Hellooo, die M&M is mooi wel de smaakmaker van het verder superrandom ijsje. Zonder werknemers geen bedrijf en zonder geïnspireerde collega’s kun je je firma net zo goed het raam uit knallen. Equal leadership zou goed zijn voor al die ego’s. Maak je werknemers gelijkwaardig en laat ze delen in de koers die je vaart. Maar goed. De achteloosheid bij die hooggeplaatste peoples die alleen nog maar opgewonden raken van winstmaximalisatie. De armoede.

En toen waren we in Breukelen. Op Neyenrode Business University. Om het seminar Samenwerken en Leiderschap bij te wonen plus de plechtige oratie van prof. dr. Jaap Schaveling ‘Transcend, Include and Be Curious’. Bijna vier uur lang kregen we minicolleges van knappe koppen uit het bedrijfsleven, uit de lokale politiek, van een organisatietrainer, een VU-hoogleraar, een assistent professor en van de prof. dr. himself. Allemaal vertelden ze intrigerende stories over persoonlijk leiderschap. Dat het om maximale inzet van impact moet gaan en níet over winst. Over het limpische systeem en de neocortex; dat superfascinerende deel van je hersenspan dat over je zintuigelijke waarneming gaat, je bewuste handelingen regelt, het breindeel dat gaat over redeneren en taal. Pretty much de dingen die je nodig hebt als leider, als mens om onder andere weloverwogen beslissingen te maken. Over tribes, je clan, je followers en dat je je tribe nooit groter dan 150 man moet maken om het overzicht en connectie te kunnen houden. Over organisaties die moeite hebben om werknemers aan zich te binden in de bedrijfsvisie, omdat ze te groot worden, omdat ze de context waarin de organisatie opereert totaal uit het oog hebben verloren. Omdat leiders niet meer alligned zijn met de mensen die voor ze werken. Systemen optimaliseren is prachtig maar dat betekent nog niet dat daarmee de wijsheid in de organisatie komt.

Meanwhile hebben Batul en ik elkaar wel een stuk of twintig keer aangekeken tijdens die vier uurdurende sessie. Steeds maar naar elkaar zitten winken en zitten glimlachen, echt superbijdehand. Maar met reden. Want we hadden dit hele seminar over kunnen nemen. Hands down. De overlap met waar wij het over hadden in de auto was namelijk ridiculously insane. En mooi, dat ook. Want kennis opslurpen doet iets met je. Je hoort nieuwe dingen. Maar ook de same old same old-dingen als bevestiging dat het wel goed zit met die bovenkamer van ons. Álles wat wij hadden gedeeld in de auto van Den Haag naar Breukelen werd hier herhaald. Inderdaad. Onze neocortex doet wat het moet doen: gezond verstand en redeneren over wat intuïtief juist is, zit nog precies waar het moet zitten. Overall conclusie: Onze gedachten maken onderdeel uit van een veel grotere beweging als het gaat om leiderschap. En Batul en ik snappen dit mensen, wij snappen dit. Dus, beste lui: voor al jullie persoonlijk leiderschapsvragen kunt u in het vervolg terecht bij Kazmi&Maramis.

Had ik al gezegd dat het een supermooie zonnige dag was in Breukelen?

Elin, Mijn Funny Tandenfee

Mijn vaste mondhygiëniste was er niet. Haar vervangster checkte telefonisch nog even of ik okay was dat zij het voor deze keer waarnam, voordat zij de afspraak zou gaan inplannen. Ik maakte alsnog een superflauw grapje dat ik eenkennig was en niemand vertrouwde, dus nee, ik zou niet komen. Maar mijn stem verklapte natuurlijk allang en breed dat ik het totaal niet meende. De vervangster Elin, blijkt een opgewekte Turkse deerne die voor het gemak ook de receptie bemande. ‘Vakantietijd hè, iedereen weg. Behalve ik dan. Heb je nog even een moment? Dan werk ik even dit mailtje weg.’

Elin bleek haar opgewektheid heel consequent door te trekken in de behandelkamer. ‘Ff kijken hoe je mond erbij ligt te chillen. Aha.’ Ik: ‘Aha?’ ‘Ik zie aanslag. Rook je?’ Ik: ‘Ben een casual roker, dus als ik drie sigaretten per kwartaal rook is het veel,’ beken ik met gepaste groosheid. Koffie kon ook niet echt de boosdoener zijn aangezien ik alleen ’s ochtends aan het koffie-infuus lig: één beker c’est tout. Elin denkt even na want dit antwoord had ze blijkbaar ook niet helemaal zien aankomen. ‘Ik ga je laten zien hoe je het beste kan poetsen. Hand of elektrisch? Maakt mij geen bal uit hoor. Als je het maar goed doet.’ Ze klapt zo’n kunststof gebit, -gebit-poetssimulator in jargon- open, en pakt er een tandenborstel en spiegel bij. Theatraal duwt ze de handspiegel vlak onder mijn neus. ‘Je spiegel wordt je beste vriend. Spiegel wordt vies, dat ook, maar het gaat je beste vriend worden, let op.’ Geamuseerd kijk ik vanuit mijn lighouding naar docente Elin en bij haar eerste poetsbeweging in dat gebit slaak ik al een ‘oooh’ van enorme verbazing. Elin kijkt supertriomfantelijk. ‘Had je niet gedacht hè?’ Nee. Ik had zeker niet kunnen bedenken, dat als je van die hysterische massage-bewegingen van tand naar tandvlees maakt (de poetstechniek die echt íedereen hanteert), dat je dan gewoon niet goed bij je hoofd bent. ‘Want’ vervolgt Elin opgewekt, ‘op het moment dat je je tandenborstel heen en weer beweegt, van en naar je tandvlees, dan duw je toch je tandvlees stuk?’ Ik knik gedwee. ‘Nou dan.’ Dus weet ik vanaf nu dat je je borstel gewoon eerst op je tanden legt en heel simpel eenrichtingsverkeer-poetsbewegingen moet maken. Daarna ‘kieper’ je de tandenborstel schuin richting je tandvlees ‘en dan doe je rustig hetzelfde. Van achter naar voren, borstel uit je mond en weer leg je opnieuw je borstel op de achterkant en schuif je ‘m naar voren. Een panenka vanaf de stip is er niks bij.

IMG_20180801_222257_936

Tandenpoetsen is topsport als het aan Elin ligt. Streng als ze is, laat ze mij droogpoetsen terwijl ik onwennig die spiegel vasthoud. ‘Je moet gewoon zien wat je aan het doen bent, anders wordt het ‘m echt niet hoor. En door je neus blijven ademen en mond ontspannen als je bij je achterkiezen bent. Zo voorkom je kokhalzen. Waar poets je mee? Paradontax?’ Ze lacht. Daarmee weet ik meteen dat ik al jaren in het slimme marketingverhaal van Glaxo Smith Kline ben gestonken. Een godsvermogen heb ik aan deze zoute tandpasta gespendeerd. ‘Poets alsjeblieft met wat je lekker vindt smaken. Paradontax is niet lekker. Punt uit.’ Okeeee juf Elin.

Meteen beland ik in college deel II: Hoe-de Dreft-op-een doekje-volslagen zinloos-is-theorie. ‘Want zeg nou zelf, als je Dreft op een spons gebruikt, dán pas krijg je die aanslag toch weg? Precies.’ Elins’ tandenles werkt aanstekelijk. Vooral omdat Elin ook echt een heel grapppig persoon is. Bij elk nieuw poetstechniek-weetje dat Elin doceert, brul ik vrolijk ‘Serieus???’ en lacht Elin om mijn omg-momentje nummer twintig. Met haar lilakleurige uniform en haar sprankelende persoonlijkheid lijkt ze zo uit die gekke doktersserie Scrubs zijn weggelopen. Elin legt uit en kletst vrolijk verder. Dat ze poetsvoorlichting geven zoals ze nu al ruim twintig minuten doet, eigenlijk nog leuker vindt dan het behandelen zelf. Ook omdat ze de zenuwaandoening Carpaal tunnelsyndroom heeft in haar arm, ‘dus dan is het ook echt even lekker om niks met mijn handen te doen.’ Elin stijgt in mijn aanzien. Ik ga goed op mensen die werkelijk niks maar dan ook niks een belemmering vinden en gewoon gaan met die banaan. Ik hou ervan. En ik hou ook zielsveel van mijn nieuwe tandenpoetsritueel. Borstel erop, van achter naar voren. Borstel eraf en weer achterin je kaak leggen en de beweging herhalen.

The Elin Way is the Only Way peoples.

De Week van Rabia & Hadewych

We hebben sinds kort een nieuwe schoonmaakster. Ze luistert naar de naam Rabia. Een bescheiden Marokkaanse dame die de sterren van de hemel poetst: ze is uitgeroepen tot beste schoonmaakster van de Erasmus Universiteit en studentenhuizen prijzen haar de hemel in. Rabia komt uit deftig Kralingen, dus toen ze – want ze fietst niet- met het OV ‘helemaal naar Oud-West’ kwam voor het kennismakingsgesprekje wilde ze wel graag even kwijt dat ze nooit naar West komt want ‘veelste chaotisch en druk’. Het was dus even spannend of ze niet meteen gillend weg zou rennen van ons grote huis met een tuin die lijkt op een mini-versie van Rotterdam na de bombardementen. Maar Rabia hoeft geen tuinen te poetsen, ons sanitair moet gewoon blinken en de drie verdiepingen moeten geuren naar bloeiende lentebloemetjes. Ze is net twee weken onderweg en ze doet het supergoed. Rabia is grondig en houdt gelukkig ook van een praatje tussendoor. Zo hoor ik dat haar oudste zoon zojuist is gepromoveerd en nu als brigadier loopt te shinen in Spijkenisse. Trots vertelt ze dat deze politiezoon samenwoont met Nederlandse vriendin en hun kind. Ik mag Rabia wel, zo leuk liberaal voor een Marokkaanse. Een alleenstaande, hardwerkende moeder die nog de zorg heeft over een puberzoon (‘hij gamed teveel, maar ja wat doe je eraan’). Een andere zoon werkt bij de Keukenkampioen en een schone dochter is HBO Bouwkundestudente met TU Delft-aspiraties. Mooi om te zien hoe ze haar dedicatie in schoonmaken, combineert met liefde en warmte aan het thuisfront. Zodat haar kroost niks tekort komt. Alles zonder man. Ik weet niks van die man. Hoeft ook niet, want Rabia regelt het zelf wel.

Een andere soort supervrouw trof ik afgelopen zaterdag met mijn vaste theatermusicaltoneelgroepje op de Parade in het Haagse Westbroekpark. Hadewych Minis kwam, zag en overwon. Haar spel maakte alle andere voorstellingen volstrekt non-descript en overbodig. Hadewych stond gewoon ‘weet u wel wat dat betekent?’- Hadewych te zijn. Nou ja gewoon, gewoon. Ze was meesterlijk. Zingendgrommend, flamencodiscodansend, scherpgeestig, heftigkwetsbaar, intensprachtigintiem, felvenijniggrappig. Over wifey zijn, dochter-van-zijn, ballen omhooghouden-moeder zijn, sexyvrouw zijn, moedige-chick-zijn, alles. Hadewych die alle registers openrukte en de boel aftopte met een royale scheut #metoo. Actuele thema’s in de categorie ‘jaja nou weten we ’t wel’, maar blasé-heid maakt geen kans hier. Minis grijpt je bij de keel en maakt er een waarachtige en magische erlebenis van. Het is echt lang geleden dat een stuk mij zo heeft weten te raken (ik spreek ook namens de groep). In een RTL Boulevard-fragment(!) waarin Minis over haar theaterstuk werd geïnterviewd, vroeg ze zich in alle bescheidenheid af ‘of mensen het wel leuk genoeg zouden gaan vinden.’ Een koningin die het publiek volledig in haar intense energie weet te zuigen en dan nog onzeker zijn. Ik zou Minis zo in een doosje willen doen, zijden strik eromheen en koesteren voor de rest van mijn leven. Ik zie overeenkomsten met Rabia. Ook tikkie onzeker, achter de schermen opererend, maar ondertussen in staat om grootse dingen te doen, ballen-omhooghouden-moederzijn en tegelijkertijd totaal overlopen van liefde-mopperen-liefde voor haar kroost. Rabia, de kleine Marokkaanse vrouw die de wereld verovert van Kralingen tot aan het Oude Westen.

Het was de week van Rabia en Hadewych.

Make Europeans Great Again

Europa. Ik ben geboren op dit continent en woon daarnaast praktisch al mijn hele leven op dat superkleine, goed georganiseerde en aangeharkt Nederlandse stukkie van die Europese krokante bodem. Europa. Knap continent hoor. Vooral omdat er nog zo veel uit te halen valt. Omdat het ramvol geschiedenis zit waardoor je Europa met heel je hart voor altijd wilt aaien en koesteren. Pijnlijke, mooie, vooruitstrevende, verlichtende, brute, belachelijke, en intens geschiedkundige momenten. Mogen we, even los van de verdrietige vluchtelingencrisis, Europa ook het meest civilized continent van deze planeet noemen? Beschaafd omdat we vrij zijn, vrij kunnen dansen op straat, in een club of voor een webcam (dit in tegenstelling tot Iran, waar een dansend instagrammeisje vorige week gearresteerd is). Civilized omdat wij recht hebben op gezondheidszorg, rechtsbijstand en sociale vangnetten voor als het even niet meer gaat, gezegend zijn met fijne infrastructuur zodat we overal makkelijk kunnen komen.  Supermakkelijk wegrijden van je Vinexwoning-woonerf tot ver buiten de landsgrenzen toeren naar Duitse dorpspukkels waar je nog nooit eerder van hebt gehoord. Wij Europeanen, wij Nederlanders zijn luxebeesten met een boel privileges. Ja ok, we betalen ons helemaal naar de tering qua belasting. Maar je hebt continenten waar je gewoon om niets wordt kapotgeschoten, omdat je sowieso een zware belasting bent voor dat land. Of gewoon dood gaat omdat het woord ‘gezondheidszorg’ niet voorkomt in hun woordenboek.

En nu anno 2018 willen veel British stiff upper lip-lieden opeens verkassen naar NL vanwege hun ‘eigen hoogstpersoonlijke beslissing’ om te willen brexitten. Omdat ze de haat hebben aan de EU. Anno 2018 twijfelt überhaupt een deel van NL oprecht aan de zin en onzin van de EU. Komt omdat er nog steeds zo veel onduidelijkheid bestaat over dat vage Brusselse apparaat dat de hele dat zit te huiswerken op malle Europese regeltjes. Over parmaham die geen parmaham mag heten als het niet in Parma in elkaar is geklust. Of over landbouwsubsidies die nu wel of niet voordelig uitpakken voor onze melkboeren. Niemand die het weet of snapt. Voorlopig kun je je als rechtgeaarde Nederlander (en dus Europeaan) nog steeds lamzuipen aan literpakken melk van de Friesland Campina. En zullen we het dan meteen even over die hinderlijke Chinezen hebben? Ja die ja. Met je voetbalstadions in onze provincies opkopen, maar als we hun handelsmarkt willen betreden ho maar.

Maar dan Europa volgens oud-premier Jan-Peter Balkenende. Vorige week dinsdag was ik met nichtje bij een lezing waar Balkie werd geïnterviewd door NRC-journalist Wouter van Noort. Een fijn vragenvuurtje over de waarde van een nationale identiteit, de Europeaan in de wereld. Welke toekomst Europa heeft als we de nationale staten steeds verder willen opgeven. Niet op al deze prangende vragen kwamen eenduidige antwoorden. Dat kan volgens mij ook niet want daar is Europa te complex voor. Tuu-huurlijk trok Balkie de duurzaamheidskaart als speerpunt waarmee we met een volledig sustainable Europa fier de andere wereldmachten tegemoet kunnen treden. Als oud-partner bij EY met de portefeuille Corporate Social Responsibilty, weet hij als geen ander het belang van dit thema gevraagd en ongevraagd te pluggen. En oh ja: innovatie schijnt ook nogal een showpony te kunnen zijn, waarmee je als Europees continent machtigheid kunt behouden, naast of misschien juist nog steeds in de schaduw van China, de VS en Rusland. Duurzaamheid en innovatie. Ik kan me nog een interview herinneren met voormalig SER*-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, over duurzaamheid, kennis en innovatie. De beste man vond eigenlijk – en meer knappe economische kopstukken met hem- dat we als NL als de wiedeweerga moeten ophouden die duurzaamheidskennisinnovatiemantra rond te toeteren. Vol aan de bak moeten we omdat NL onderaan de innovatielijstjes in Europa dreigt te moeten kamperen. En nu oppert Balkie voor een verenigd, verduurzaamd en innovatief sterk en slim Europa. Nja. Terug naar de insteek van die hele lezing. Ik zat eigenlijk te wachten op een soort historisch hysterisch betoog over het belang van de waarde van de nationale identiteit of zoiets. Make Europeans Proud Again. Dat werk. Maar dat verhaal kwam er niet. Misschien moet ik er zelf gewoon aan beginnen. Als Europese kaaskop met Indonesische roots. Maak ik er gelijk een tropische verrassing-Europa van. Met veel eten, liefde, familie en gezelligheid. Y’all are invited!

  • SER = Sociaal Economische Raad