Elin, Mijn Funny Tandenfee

Mijn vaste mondhygiëniste was er niet. Haar vervangster checkte telefonisch nog even of ik okay was dat zij het voor deze keer waarnam, voordat zij de afspraak zou gaan inplannen. Ik maakte alsnog een superflauw grapje dat ik eenkennig was en niemand vertrouwde, dus nee, ik zou niet komen. Maar mijn stem verklapte natuurlijk allang en breed dat ik het totaal niet meende. De vervangster Elin, blijkt een opgewekte Turkse deerne die voor het gemak ook de receptie bemande. ‘Vakantietijd hè, iedereen weg. Behalve ik dan. Heb je nog even een moment? Dan werk ik even dit mailtje weg.’

Elin bleek haar opgewektheid heel consequent door te trekken in de behandelkamer. ‘Ff kijken hoe je mond erbij ligt te chillen. Aha.’ Ik: ‘Aha?’ ‘Ik zie aanslag. Rook je?’ Ik: ‘Ben een casual roker, dus als ik drie sigaretten per kwartaal rook is het veel,’ beken ik met gepaste groosheid. Koffie kon ook niet echt de boosdoener zijn aangezien ik alleen ’s ochtends aan het koffie-infuus lig: één beker c’est tout. Elin denkt even na want dit antwoord had ze blijkbaar ook niet helemaal zien aankomen. ‘Ik ga je laten zien hoe je het beste kan poetsen. Hand of elektrisch? Maakt mij geen bal uit hoor. Als je het maar goed doet.’ Ze klapt zo’n kunststof gebit, -gebit-poetssimulator in jargon- open, en pakt er een tandenborstel en spiegel bij. Theatraal duwt ze de handspiegel vlak onder mijn neus. ‘Je spiegel wordt je beste vriend. Spiegel wordt vies, dat ook, maar het gaat je beste vriend worden, let op.’ Geamuseerd kijk ik vanuit mijn lighouding naar docente Elin en bij haar eerste poetsbeweging in dat gebit slaak ik al een ‘oooh’ van enorme verbazing. Elin kijkt supertriomfantelijk. ‘Had je niet gedacht hè?’ Nee. Ik had zeker niet kunnen bedenken, dat als je van die hysterische massage-bewegingen van tand naar tandvlees maakt (de poetstechniek die echt íedereen hanteert), dat je dan gewoon niet goed bij je hoofd bent. ‘Want’ vervolgt Elin opgewekt, ‘op het moment dat je je tandenborstel heen en weer beweegt, van en naar je tandvlees, dan duw je toch je tandvlees stuk?’ Ik knik gedwee. ‘Nou dan.’ Dus weet ik vanaf nu dat je je borstel gewoon eerst op je tanden legt en heel simpel eenrichtingsverkeer-poetsbewegingen moet maken. Daarna ‘kieper’ je de tandenborstel schuin richting je tandvlees ‘en dan doe je rustig hetzelfde. Van achter naar voren, borstel uit je mond en weer leg je opnieuw je borstel op de achterkant en schuif je ‘m naar voren. Een panenka vanaf de stip is er niks bij.

IMG_20180801_222257_936

Tandenpoetsen is topsport als het aan Elin ligt. Streng als ze is, laat ze mij droogpoetsen terwijl ik onwennig die spiegel vasthoud. ‘Je moet gewoon zien wat je aan het doen bent, anders wordt het ‘m echt niet hoor. En door je neus blijven ademen en mond ontspannen als je bij je achterkiezen bent. Zo voorkom je kokhalzen. Waar poets je mee? Paradontax?’ Ze lacht. Daarmee weet ik meteen dat ik al jaren in het slimme marketingverhaal van Glaxo Smith Kline ben gestonken. Een godsvermogen heb ik aan deze zoute tandpasta gespendeerd. ‘Poets alsjeblieft met wat je lekker vindt smaken. Paradontax is niet lekker. Punt uit.’ Okeeee juf Elin.

Meteen beland ik in college deel II: Hoe-de Dreft-op-een doekje-volslagen zinloos-is-theorie. ‘Want zeg nou zelf, als je Dreft op een spons gebruikt, dán pas krijg je die aanslag toch weg? Precies.’ Elins’ tandenles werkt aanstekelijk. Vooral omdat Elin ook echt een heel grapppig persoon is. Bij elk nieuw poetstechniek-weetje dat Elin doceert, brul ik vrolijk ‘Serieus???’ en lacht Elin om mijn omg-momentje nummer twintig. Met haar lilakleurige uniform en haar sprankelende persoonlijkheid lijkt ze zo uit die gekke doktersserie Scrubs zijn weggelopen. Elin legt uit en kletst vrolijk verder. Dat ze poetsvoorlichting geven zoals ze nu al ruim twintig minuten doet, eigenlijk nog leuker vindt dan het behandelen zelf. Ook omdat ze de zenuwaandoening Carpaal tunnelsyndroom heeft in haar arm, ‘dus dan is het ook echt even lekker om niks met mijn handen te doen.’ Elin stijgt in mijn aanzien. Ik ga goed op mensen die werkelijk niks maar dan ook niks een belemmering vinden en gewoon gaan met die banaan. Ik hou ervan. En ik hou ook zielsveel van mijn nieuwe tandenpoetsritueel. Borstel erop, van achter naar voren. Borstel eraf en weer achterin je kaak leggen en de beweging herhalen.

The Elin Way is the Only Way peoples.

De Week van Rabia & Hadewych

We hebben sinds kort een nieuwe schoonmaakster. Ze luistert naar de naam Rabia. Een bescheiden Marokkaanse dame die de sterren van de hemel poetst: ze is uitgeroepen tot beste schoonmaakster van de Erasmus Universiteit en studentenhuizen prijzen haar de hemel in. Rabia komt uit deftig Kralingen, dus toen ze – want ze fietst niet- met het OV ‘helemaal naar Oud-West’ kwam voor het kennismakingsgesprekje wilde ze wel graag even kwijt dat ze nooit naar West komt want ‘veelste chaotisch en druk’. Het was dus even spannend of ze niet meteen gillend weg zou rennen van ons grote huis met een tuin die lijkt op een mini-versie van Rotterdam na de bombardementen. Maar Rabia hoeft geen tuinen te poetsen, ons sanitair moet gewoon blinken en de drie verdiepingen moeten geuren naar bloeiende lentebloemetjes. Ze is net twee weken onderweg en ze doet het supergoed. Rabia is grondig en houdt gelukkig ook van een praatje tussendoor. Zo hoor ik dat haar oudste zoon zojuist is gepromoveerd en nu als brigadier loopt te shinen in Spijkenisse. Trots vertelt ze dat deze politiezoon samenwoont met Nederlandse vriendin en hun kind. Ik mag Rabia wel, zo leuk liberaal voor een Marokkaanse. Een alleenstaande, hardwerkende moeder die nog de zorg heeft over een puberzoon (‘hij gamed teveel, maar ja wat doe je eraan’). Een andere zoon werkt bij de Keukenkampioen en een schone dochter is HBO Bouwkundestudente met TU Delft-aspiraties. Mooi om te zien hoe ze haar dedicatie in schoonmaken, combineert met liefde en warmte aan het thuisfront. Zodat haar kroost niks tekort komt. Alles zonder man. Ik weet niks van die man. Hoeft ook niet, want Rabia regelt het zelf wel.

Een andere soort supervrouw trof ik afgelopen zaterdag met mijn vaste theatermusicaltoneelgroepje op de Parade in het Haagse Westbroekpark. Hadewych Minis kwam, zag en overwon. Haar spel maakte alle andere voorstellingen volstrekt non-descript en overbodig. Hadewych stond gewoon ‘weet u wel wat dat betekent?’- Hadewych te zijn. Nou ja gewoon, gewoon. Ze was meesterlijk. Zingendgrommend, flamencodiscodansend, scherpgeestig, heftigkwetsbaar, intensprachtigintiem, felvenijniggrappig. Over wifey zijn, dochter-van-zijn, ballen omhooghouden-moeder zijn, sexyvrouw zijn, moedige-chick-zijn, alles. Hadewych die alle registers openrukte en de boel aftopte met een royale scheut #metoo. Actuele thema’s in de categorie ‘jaja nou weten we ’t wel’, maar blasé-heid maakt geen kans hier. Minis grijpt je bij de keel en maakt er een waarachtige en magische erlebenis van. Het is echt lang geleden dat een stuk mij zo heeft weten te raken (ik spreek ook namens de groep). In een RTL Boulevard-fragment(!) waarin Minis over haar theaterstuk werd geïnterviewd, vroeg ze zich in alle bescheidenheid af ‘of mensen het wel leuk genoeg zouden gaan vinden.’ Een koningin die het publiek volledig in haar intense energie weet te zuigen en dan nog onzeker zijn. Ik zou Minis zo in een doosje willen doen, zijden strik eromheen en koesteren voor de rest van mijn leven. Ik zie overeenkomsten met Rabia. Ook tikkie onzeker, achter de schermen opererend, maar ondertussen in staat om grootse dingen te doen, ballen-omhooghouden-moederzijn en tegelijkertijd totaal overlopen van liefde-mopperen-liefde voor haar kroost. Rabia, de kleine Marokkaanse vrouw die de wereld verovert van Kralingen tot aan het Oude Westen.

Het was de week van Rabia en Hadewych.

Make Europeans Great Again

Europa. Ik ben geboren op dit continent en woon daarnaast praktisch al mijn hele leven op dat superkleine, goed georganiseerde en aangeharkt Nederlandse stukkie van die Europese krokante bodem. Europa. Knap continent hoor. Vooral omdat er nog zo veel uit te halen valt. Omdat het ramvol geschiedenis zit waardoor je Europa met heel je hart voor altijd wilt aaien en koesteren. Pijnlijke, mooie, vooruitstrevende, verlichtende, brute, belachelijke, en intens geschiedkundige momenten. Mogen we, even los van de verdrietige vluchtelingencrisis, Europa ook het meest civilized continent van deze planeet noemen? Beschaafd omdat we vrij zijn, vrij kunnen dansen op straat, in een club of voor een webcam (dit in tegenstelling tot Iran, waar een dansend instagrammeisje vorige week gearresteerd is). Civilized omdat wij recht hebben op gezondheidszorg, rechtsbijstand en sociale vangnetten voor als het even niet meer gaat, gezegend zijn met fijne infrastructuur zodat we overal makkelijk kunnen komen.  Supermakkelijk wegrijden van je Vinexwoning-woonerf tot ver buiten de landsgrenzen toeren naar Duitse dorpspukkels waar je nog nooit eerder van hebt gehoord. Wij Europeanen, wij Nederlanders zijn luxebeesten met een boel privileges. Ja ok, we betalen ons helemaal naar de tering qua belasting. Maar je hebt continenten waar je gewoon om niets wordt kapotgeschoten, omdat je sowieso een zware belasting bent voor dat land. Of gewoon dood gaat omdat het woord ‘gezondheidszorg’ niet voorkomt in hun woordenboek.

En nu anno 2018 willen veel British stiff upper lip-lieden opeens verkassen naar NL vanwege hun ‘eigen hoogstpersoonlijke beslissing’ om te willen brexitten. Omdat ze de haat hebben aan de EU. Anno 2018 twijfelt überhaupt een deel van NL oprecht aan de zin en onzin van de EU. Komt omdat er nog steeds zo veel onduidelijkheid bestaat over dat vage Brusselse apparaat dat de hele dat zit te huiswerken op malle Europese regeltjes. Over parmaham die geen parmaham mag heten als het niet in Parma in elkaar is geklust. Of over landbouwsubsidies die nu wel of niet voordelig uitpakken voor onze melkboeren. Niemand die het weet of snapt. Voorlopig kun je je als rechtgeaarde Nederlander (en dus Europeaan) nog steeds lamzuipen aan literpakken melk van de Friesland Campina. En zullen we het dan meteen even over die hinderlijke Chinezen hebben? Ja die ja. Met je voetbalstadions in onze provincies opkopen, maar als we hun handelsmarkt willen betreden ho maar.

Maar dan Europa volgens oud-premier Jan-Peter Balkenende. Vorige week dinsdag was ik met nichtje bij een lezing waar Balkie werd geïnterviewd door NRC-journalist Wouter van Noort. Een fijn vragenvuurtje over de waarde van een nationale identiteit, de Europeaan in de wereld. Welke toekomst Europa heeft als we de nationale staten steeds verder willen opgeven. Niet op al deze prangende vragen kwamen eenduidige antwoorden. Dat kan volgens mij ook niet want daar is Europa te complex voor. Tuu-huurlijk trok Balkie de duurzaamheidskaart als speerpunt waarmee we met een volledig sustainable Europa fier de andere wereldmachten tegemoet kunnen treden. Als oud-partner bij EY met de portefeuille Corporate Social Responsibilty, weet hij als geen ander het belang van dit thema gevraagd en ongevraagd te pluggen. En oh ja: innovatie schijnt ook nogal een showpony te kunnen zijn, waarmee je als Europees continent machtigheid kunt behouden, naast of misschien juist nog steeds in de schaduw van China, de VS en Rusland. Duurzaamheid en innovatie. Ik kan me nog een interview herinneren met voormalig SER*-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, over duurzaamheid, kennis en innovatie. De beste man vond eigenlijk – en meer knappe economische kopstukken met hem- dat we als NL als de wiedeweerga moeten ophouden die duurzaamheidskennisinnovatiemantra rond te toeteren. Vol aan de bak moeten we omdat NL onderaan de innovatielijstjes in Europa dreigt te moeten kamperen. En nu oppert Balkie voor een verenigd, verduurzaamd en innovatief sterk en slim Europa. Nja. Terug naar de insteek van die hele lezing. Ik zat eigenlijk te wachten op een soort historisch hysterisch betoog over het belang van de waarde van de nationale identiteit of zoiets. Make Europeans Proud Again. Dat werk. Maar dat verhaal kwam er niet. Misschien moet ik er zelf gewoon aan beginnen. Als Europese kaaskop met Indonesische roots. Maak ik er gelijk een tropische verrassing-Europa van. Met veel eten, liefde, familie en gezelligheid. Y’all are invited!

  • SER = Sociaal Economische Raad

Monkey University

Afstuderen is zo’n typische hysterische gebeurtenis die je nooit meer vergeet. Sommige mensen willen het opzettelijk uit hun langetermijngeheugen wissen. Omdat afstuderen een ongekend intense martelgang is. En omdat je er blijvende littekens aan over houdt. Je sufgestudeerde brein die je moedwillig stukje bij stukje op hebt gerekt en waar je vervolgens jaren aan collegestof, syllabi, studieboeken, papers, tentamens, werkgroepjes, stage en presentaties driedubbel en origamiproof in hebt lopen vouwen. Dát brein, je zorgvuldig opgebouwde kenniskop laat jou op het moment suprême, wanneer je in je afstudeerfase belandt, in de steek. Dat wil zeggen: je begeleiders doen er werkelijk álles aan om aan je wetenschappelijke verstand te brengen dat je de meest onzinnige onderzoeksvraag van de wereld hebt geformuleerd. Zelfs al verbeter je die vraagstelling exact en op de millimeter nauwkeurig op de aanwijzingen van je afstudeerbegeleider. Of zelfs als je een totaal andere geniale invalshoek kiest. Je krijgt prefab terug dat je onderzoeksvraag simpelweg niet deugt (waardoor je denkt dat je zelf als homaan ook niet echt deugt). En daarom lieve kinders, studeer je nooit in een tempo of termijn af die je zelf in je knappe koppie had bedacht. Met totale waanzin en eindeloos donkere aan-je-scriptiesleutelen-dagen als gevolg. Je begeleiders vermoorden voor al dit onrecht gaat natuurlijk niet. Je wil immers afstuderen en daarna nog enigszins een glansrijke carrière beginnen als koffiehaler op de Zuidas. Of als jaknikker bij stroperige NGO’s. Je loopbaan starten met een vet strafblad is dan niet zo handig.

Nou ben ik natuurlijk allang en breed afgestudeerd, maar zoals ik al zei: je vergeet het nóóit niet meer. Die hele periode staat als een monumentale tattoo in je geheugen gegrift. En voor mij als Letterenstudent aan de Groningse universiteit al helemaal. Ik vond het bijvoorbeeld onverteerbaar dat ik telkens naar huis werd gestuurd omdat mijn onderzoeksvraag ernstig bijgesteld moest worden en of ik niet meteen een stuk of tachtig alinea’s om kon gooien alstublieft dankuwel. Ik was student Communicatie & Informatiewetenschappen for Christ sakes! Dan vind je jezelf namelijk schrijf- en taalvirtuoos-in-een. Dan vind je jezelf King of the Hill in überhaupt het formuleren van zinnige dingen. En dan word ik naar huis gestuurd vanwege een inconcrete vraagstelling? Really mensen? Wij hebben complete colleges gehad waarin we nota bene werden gedrild de beste vraagstelling zo lezersvriendelijk te formuleren op wetenschappelijk communicatiethema X. Frikkin ongelofelijk.

Behalve dat afstuderen als een intense ervaring blijft nagalmen, kan het zomaar gebeuren dat het fenomeen afstuderen onderwerp van gesprek wordt op een sexy vrijdagavond anno 2018. Hoedan? Nou, als vriendinnetje Natasha haar afstuderende boyfriend Erik meeneemt. Die op een zwoelie vrijdagavond met geluidsarme koptelefoon braaf en murwgeslagen op zijn laptop naar levenswerk to be zit te koekeloeren. Meanwhile chillen N. en ik op de bank, doen slap ouwehoeren en smeren we de keeltjes met een fles rosé. Dat werk. Ik probeerde afstudeervriend vervolgens soort van schraal te troosten dat werkelijk iedereen die afstudeert of is afgestudeerd, deze ongekende lijdensweg heeft ondergaan. We besluiten het er over te hebben. Gewoon bam ff alle frustraties van nu en vroegâh op tafel. Het wordt waarachtig zelfs leerzaam als we de verschillende stijlen en vormen van scriptie verdedigen delen. Van die TU Delft-nerds (waar N. ook een alumnus van is) weet ik dat ze verschillende begeleiders hebben en dat ze groen licht moeten krijgen alvorens de nerds allstars mogen afstuderen. De scriptie wordt op de afstudeerdag zelf verdedigd. Daarna trekt de afstudeercommissie zich terug om het cijfer te bepalen. Bij Letteren ging dat dus heel anders. Ik verdedigde mijn scriptie gewoon op de faculteitskamer van mijn vaste begeleider. Vervolgens kreeg ik op de daadwerkelijke afstudeerdag in het bloedstatige instaproof Academiegebouw een rijkelijke speech van mijn twee begeleiders cadeau. Opgebouwd langs de as van een paar geestig-droge anekdotische opmerkingen en quotes. Daarna volgde apotheotisch een chronologisch relaas van mijn afstuderen en verdediging-in-1. En wat zij daar allemaal van vonden, met als pay off het afstudeercijfer verpakt in die prachtige bul. Het gekke van zo’n efficiënte afstudeerceremonie, is dat die hele trainerende periode van maanden van bloed schelden, frustratie en tranen opeens kaboem voorbij is. Beetje Stockholm syndroom-ish. Je wilt niet dat het voorbij is maar ergens toch gewoon kneiterhard weer wel. Het is natuurlijk nogal wat, na je brugklastijd begint de spannende studententijd. En nu ben je opeens aanbeland bij de def afsluiting van deze boeiende maar vermoeiende periode van je leven. Huilen in de krochten van je studentenhuis of faculteit kan niet meer. Vanaf nu huil je stilletjes je corporate tranen stuk als newbee kantoorklerk op de toiletten op de dertigste verdieping van je statige office. Nu geen begeleider die je mind blowing vraagstelling niet snapt, maar een leidinggevende die voor de zoveelste keer komt blaten dat je projectplan nog niet agile genoeg is. Had ik al verklapt dat je eerste kantoorbaan ook een soort van ontgroeningstijd is? Welkom in de Grote Peopleswereld. Banaan anyone?

Ik schrijf, you listen. Capisce?

Van de week las ik een nieuwsbericht over een debat slash discussie dat al langer in NL wordt gevoerd: de verengelsing van het onderwijs, en dan op de uni’s in het bijzonder. De Vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) daagde de Universiteit Twente en Maastricht University en de Onderwijsinspectie voor de Utrechtse rechter. Voor het teveel aan Engels in de collegebanken, en de inspectie voor het niet goed handhaven ervan.

Ik snap de angst van BON deels. Want Nederlands is een prachtige taal dat het natuurlijk niet verdient om onderdrukt te worden door een foreign language. Kijk, daar heb je het al. Het Engels is ook al geïnfiltreerd bij Het Aapje. Het klopt als een bus dat ik in mijn blogs veel Engelse slang gebruik. Het klopt gelukkig ook dat we in een free country leven, dus is het mijn goed recht dat te doen. Maar daar gaat het hier even niet om. Het gaat niet om het recht, maar het warum ik er zo dol op ben. Het zit zo. De Engelse woorden en uitdrukkingen die ik vaak gebruik vallen allemaal in de categorie gevat, sexy en brutaal. Precies het jargon dat mijn manier van vertellen zo goed ondersteunt of extra aanzet. Daarom. En als je die taalbrille al niet van jezelf hebt -sorry voor deze bash- dan is het ook nog eens allemaal gratish en voor niets van sociale media te jatten. Volg de mediaplatforms Vice en Ballinn’ op Facebook een tijdje (of überhaupt sociale media), en je krijgt enigszins the hang of it. Over hoe of dat het werkt. Oh ja, vlak vooral niet de comments uit onder een willekeurige post. De genialiteit van instagrammers, reaguurders, tweeps en trollen overtreft vaak zelfs míjn talige brein. Maar waarom gebruik je daar dan niet gewoon degelijke Nederlandsche woorden en uitdrukkingen voor, Ramona Maramis? Daar kom ik zo op terug.

Mijn routine om Engels in mijn dagelijkse vocab te gebruiken gaat way back terug naar mijn studententijd. Een clubgenootje van mij was expatkindje. Daardoor husselde zij sowieso veel Engels door haar Nederlands. En omdat ik ook in het buitenland heb gewoond, vonden wij elkaar al snel in die gemixt tapete taal van NL en ENG. Tel daarbij op dat ik als televisiejunkie ontelbaar veel Engelse series en sitcoms heb geprocessed, en je creëert vanzelf een heel soepelwerkend internationaal ingesteld stuk brein dat je taalvermogen regelt. En ok ok, het is ook allemaal niet helemaal eerlijk: ik ben geboren Alfa. Was als kind al niet bang voor het husselen van letters en woorden. En de totaal verrassende uitdrukkingen die dat grammaticale proces dan weer opleverde. Daarnaast en daarnaast en daarnaast (ja mensen, opzettelijk maal drie) studeerde ik ook nog eens Communicatiewetenschappen met Engelse Taal & Letterkunde als propedeuse, en daar ga je eigenlijk al.

Sommige vrienden en bevriende taalpeoples vinden mijn liberale gebruik van Engels in onder andere mijn blogs superhinderlijk. Ik niet. Ik ga uitleggen waarom. Het mixen van talen is juist het bewijs dat ik in het bezit ben van breingenialiteit. En daarmee in staat ben mensen te entertainen met mijn bijeen gekluste woordenschat. Ik switch met finesse tussen het ABN en Amsterdams, of tussen Gronings naar Rotterdams. Of naar het Indonesisch zo je wilt. Daar kan ik ook een aardig moppie van opzetten, eventueel in de mix met Nederlands, stukkie Menadonees dialect en Engels, om het weer leuk te pimpen. Voel je de taalrijkdom al? Het mixen levert een soort zomercarnaval aan uitdrukkingen op. Elk woord in die specificieke taal krijgt de betekenislading die het verdient, óf wordt in combi met een andere taal juist in een verrassend daglicht gezet. Daar heeft elke luisteraar-lezer weer plenty plezier van en dat allitereert weer lekker. En while I am writing this, snapt iedereen waar ik het over heb. Nou dan.

Dus. Ik snap de bezorgdheid van BON-peoples deels. Ik snap dat je je moerstaal moet koesteren, het liefst met een rood-wit-blauwe strik eromheen. Want laten we heel eerlijk zijn, als je de gezelligheid van de Nederlandse taal niet kunt waarderen, wat voor pannenkoek ben je dan.

Ook snap ik dat we op onderwijslevel echt moeten kijken naar in hoeverre (volledige) Engelstalige colleges relevant zijn ja of te nee. Maar other than that: suck it up peoples. Zie het als rijkdom, als gevarieerdheid in de manier waarop homaans zich kunnen uitdrukken. Taal is iets ontstellends moois en krachtigs. Laten we er vooral niet ongezellig over doen. Mondje open als je wat wilt zeggen. Kun je dat in meerdere talen tegelijk, helemaal mooi. Mondje dicht als je een taalhooligan in je haarvezels bent en dus niks te vertellen hebt. Bij Het Aapje is geen ruimte voor zure peoples, capisce? ‘Word!’ zeggen jullie dan.

Sterren&Bananen aflevering #3: Rondje Roffa, stukje Malieveld

Een nichtje van mij is na een kort Amerika-avontuur weer neergestreken in de havenstad. En dat is gezellig en gevaarlijk tegelijk. Mijn familie gaat nou eenmaal verschrikkelijk goed op lekker eten. Tel daarbij op dat Rotterdam letterlijk motherfucking vet wordt door de never ending stroom aan heerlijke nieuwe horeca en compleet is de eetcyclus. En dan ben ik dus inderdaad supergezegend met de uitstekendwerkende eetgenen van mijn fam, ook dat nog. Back to my niece. Sinds ze dus terug is terroriseren we de horecaplinten van downtown Roffa compleet stuk. We spreken af voor lunch, shoppingspree of diner, en als een van ons wat later arriveert op eetlocatie X, dan is de ander alvast begonnen aan een fles goede vino. Wachten is hetzelfde als voorproeven. Dat werk. Ik stroop alle Facebook-updates af van de Buik van Rotterdam en andere Roffaculinair-oriented fb-dingen, op zoek naar nieuw te openen tentjes of net geopende tenten. Of restaurantjes die al honderd jaar vijfsterren reviews krijgen en ‘die we nu toch echt een keer moeten slicen’. De lijst is soms hopeloosmakend lang. Want wanneer eet je deze horeca-ontwikkelingen in hemelsnaam in één kalenderjaar bijelkaar zonder bankroet te raken? Hysterisch is het.

But never give up uiteraard. Wat denken jullie dan. Zo hebben we al de allerlekkerste Syrische shoarma in district Delfshaven weggetijgerd. De heavenly shoarma van Shaami Huis lijkt geeneens op die random antikater-shoarma uit je dorp. Het type provinciale shoarma waarmee je, als je het niet snel opeet, de tochtgaten in je huis kan dichtkitten met knetterhard geworden shoarmabrokjes. Nee, Shaami Huis knutselt opgerolde kunstwerkjes van smakelijk Syrisch brood en mals gekruid vlees. De kunstige rolletjes hebben een diva appearance alsof de shoarma-units rechtstreeks uit een Arabisch sprookje komen wandelen, zo prachtig. Verder ga ik nog net niet spontaan dancehallen van de juicy burgers van respectievelijk de Burgerclub op de Nieuwe Binnenweg en Diego’s. Die laatstgenoemde burgerboer is bekend van de duurste hamburger ter wereld en komt binnenkort met een filiaal in Rotterdam. Nichtje kwam bij toeval een Diego’s foodtruck tegen op het Schouwburgplein (want apparently was het vorig weekend International Hamburgerday), alwaar ze de orgastisch lekkere burgers ‘kado’ deden voor het absurde bedrag van twee euro de burgert. Insane qua prijs, insane lekker en insane slimme reclame van deze new kid in town coming soon. Oh ja: chocoladetaart eet je goed bij De Koffiebar. Ja hallo, wel blijven opletten want we zijn inderdaad bij het dessert aangekomen. De Koffiebar zit een beetje stom verstopt aan de Karel Doormanstraat tussen een paar non-descripte restaurantbars. Jeweet, van die systeemplafondtenten waar je je nare schoonmoeder naartoe stuurt, maar worthy the walk. Ben je meer van een noncha chocoladetaart en hoeft het niet zo instagrammystrak? Hobbel dan door naar Mangiare, in de poshy Van Oldenbarneveldtstraat. Daar krijg je een rommelig maar superlekker stuk chocotaart uitgeserveerd. Alsof di mama ‘m zelf uit Napoli heeft meegebracht.

Burgerclub mensen.

Burgerclub mensen, leer nou van deze apenkop waar je goed burgers kunt eten.

Anyway: ik had het over het Schouwburgplein net. De horecastrip op het plein maakt een geweldige metamorfose door qua aanbod. Een echte foodie-upgrade thanks to Bertmans ontbijt&lunch&dinertent. De Rotterdamse eigenaren van Bertmans openden hier onlangs een megagroot tweede filiaal. Ze gaan lekker inderdaad. En dat snappen nichtje en ik maar al te goed. Hier slurpten wij twee weken geleden de lekkerste sapjes weg en aten we een prima ontbijtplankje met eitje, pannenkoekjes en kokosyoghurt helemaal opperdepop. Wel pricey, maarrr wel heul blijmakend en smaakvol. Afgelopen weekend at ik met een deel van mijn familie op de Haagse Tong Tong Fair op het Malieveld. Ik werd letterlijk door een Javaans moslimvrouwtje haar restaurantje ingelokt, ondanks het feit dat ze dus geen porky en bier serveerden. Als je dát lukt dan ben je echt een koning vind ik. Koninklijk waren de nasi campur, uduk en bami goreng met kip for sure. Helemaal leuk en in mijn element was ik, omdat ik de hele bestelling voor zeven man in het Indonesisch kon doen. Verder heb ik me die avond heel flink moeten houden (confession). Want de dreiging van supersentimenteel te worden met al die fijne Indonesische vibes om me heen, was groot. Sterker nog, ik was af en toe een beetje stil. Beetje heel erg in het realisatiemoment hoe rijk je bent als pinda met deze fantastische eetcultuurt. Even niet de sassy restaurantrecensent uithangen in downtown Roffa, maar gewoon gelukzalig en stil genietings doen van een stokje sate op het Malieveld. Supermooi.

Deze keer geen rotte bananen dus maar alleen maar fonkelende sterren en liefde voor alle tentjes die ik in dit blog heb genoemd. Ik zeg: gaan met die banaan en proef zelluf!

Shaami Huis
Burger club
Bertmans
Diego’s
De Koffiebar
Mangiare

PS: Voor de Tong Tong Fair zijn jullie te laat want afgelopen, sukkels. Volgend jaar is ie er weer dus blok ‘m maar in je agenda alvast #geendank

Jeremy Lam, gooi jezelf weg, pls

Stel. We voeren cultural appropiation* systematisch door. In alles wie we zijn en wat we doen. Hoe we zijn opgevoed en grootgebracht. Dan kan ik er serieus wel mee kappen. Stel je maar eens goed voor: ik heet Ramona en ben Indonesisch. Krijg ik dan de Spaanse Inquisitie achter me aan omdat ik een Spaanse naam draag? Eigenlijk zouden ze mijn ouders dan in mootjes moeten hakken. En de cultureel attaché van Scandinavië mag ook direct een soepje van mij trekken want mijn derde naam is Ingrid. Ingrid! Ja die van Henk en Ingrid. Brengt Wilders mij dan hoogstpersoonlijk in motie in de Tweede Kamer omdat ik als kroepoek een Arische naam heb? Ik zou dan namelijk naar ‘eigen cultureluur’ Dewi Sri Endang Maramis motten hete en nie anders. Daarnaast, als 100 procent Aziatische is het natuurlijk een gotspe dat ik óók nog eens ex-corpsmeisje ben, bier drink en af en toe op een zeilboot zit. Allemaal white peoples-dingen. Dus doe ik in feite aan cultural appropiation next level. Want ik adopteer gebruiken en riten van mensen die afstammen van feodale VOC-veldheren. Diezelfde gasten die onder andere Indonesië tempo doeloe hebben leeggeplunderd en uitgemoord, weet U nog wel.

Vorige week was ik woest. Ik deelde een Metro-artikel op Facebook waarin een of andere millennial-idioot met Chinese roots en arrogante kop, Jeremy Lam (zijn voornaam, oh irony), compleet los ging op de Twitters omdat een All American gurl haar schattige galafoto’s had getweet. Het meisje, Keziah is haar naam, droeg een Shanghai-dress op de foto. Zo’n kokerjurk van satijn in Chinese traditionele stijl met dat typerende hooggesloten kraagje. Ik heb zelf ook zo’n Shanghaidress aangehad op een gala. En vele clubgenoten, freundinnen en vrouwkennissen met mij. It’s just a frikkin dress. Maar deze guy vond dat Keziah die jurk, met een ‘beladen geschiedenis van vrouwelijke onderdrukking’ (wat trouwens helemaal niet waar blijkt te zijn), niet mocht dragen. Niet zij. Niet een witte vrouw. Help!

Vorige week had ik een intens rollende ogen-momentje omdat er in NL pleisters op de markt komen in verschillende huidskleuren. Hoe handig! Lekker matching met je culturele identiteit. Eindelijk geen cultural appropiation meer op het gebied van Hansaplast. Weg met blanke pleisters op zwarte wondjes, hoezee! Dat laatste gedeelte verzin ik natuurlijk maar fuck them all. Het is even om aan te geven dat deze cultural appropiation-hysterie levensgevaarlijk is. En onmiddelijk moet stoppen. Want wat gebeurt er als ik die gezellige statement zwartkleurige pleisters op mijn schaafwond plak? Krijg ik dan de hooligans van Sylvana Simons op mijn Indonesische dakpan? En oh ja. IKEA heeft al die tijd zitten cultural appropiaten met hun Zweedse gehaktballetjes. Oh oh wat een boeven. Want de originele receptuur van die ballen blijkt Turks te zijn. Joh.

Hebben de enge sekteleden van de Stichting Cultural Appropiation überhaupt de zinnen ‘ik ben geïnteresseerd in andere culturen’, ‘het is juist mooi als bepaalde cultuurgebonden dingen, gebruiken etc worden geapprecieerd door anderen?’ en ‘culturen en gebruiken assimileren omdat mensen ze overnemen in hun reizen en doorgeven aan generaties’ in hun (scheld)woordenboekje staan? Ok, dit is wel een sterk staaltje amateur-culturele antropologie maar jullie snappen mijn punt.

Terug naar Jeremy Lam. Zijn antwoord op Keziah’s tweet was letterlijk: ‘my culture is NOT your goddamn dress.’ De verstikkende bitterheid en arrogantie in de reply van Lam vind ik onthutsend en giftig. Waarom? Omdat dit soort sicko’s de sociale mediawereld een gitzwart randje meegeven. Een wereld waarin mensen elkaar vanaf hun foons en laptops laf betichten, beschimpen, veroordelen, haten en hokjesduwendoen alsof hun nutteloze leven er vanaf hangt. De heftigheid. Maar vooral met het soort gemak, flair, souplesse en plezier waar ik oprecht koud van word. Deze mensen hebben voorgoed het geciviliseerde deel van hun hersens verloren waardoor debat en fatsoen op sociale media gewoon dood zijn gegaan. Noem mij naïef en somber. Soit en dikke vinger. Met je mijn cultuur is niet jouw jurk. Jouw persoonlijkheid is werkelijk níemands cultuur, wat dacht je daarvan Jeremy Lamlul. Gooi jezelf weg Jeremy. Is echt beter voor de mensheid en sociale media. En voor de Chinese cultuur. En voor de liefde. For Christ sakes.

PS: nieuwsgierig naar het Shanghaigate-artikel? Hiero. Oh ja. Het is een artikel uit de Metro dus niet huilen als je opeens een dode link treft.

* Google maar en je kunt prima afstuderen op dit onderwerp.

Een onsje verse longen alstublieft!

Ik ga morgen naar het Erasmus MC, om vervolgens door te lopen naar de donorkoelvitrine op zoek naar nieuwe versgebakken longen (ik realiseer me dat ik hier een nogal gevoelig thema -donoren- te pakken heb, maar ik bedoel het goed). Meanwhile heb ik ook een loeiknappe chirurg gefixt die mijn hoestlongen in de ziekenhuiskliko gooit en de nieuwe units erin plakt.

Sinds ik terug ben van Indo hoest ik. En dat is nu ruim drie weken geleden en ik heb er inmiddels een dikke sik van. En dan zullen jullie denken: hoesten? Lekker boeiend? Ja mensen, het is ook totally niet boeiend. Wat het wél is: hinderlijk tot in mijn diepste DNA-vezels. Ik hoest dagelijks een heel divers repertoire bijelkaar. Van droge hoest tot hoest met slijm erin waardoor ik als een Rotterdamse havenwerker klink die al tachtig jaar aan de zware shag zit. Twee weken geleden was die hoestprikkel nog zo intens en hardnekkig, dat ik een tijdje met een emmertje naast het bed moest tukken. En voor de zekerheid plastic zakjes meenam in mijn tas als ik de deur uitging. Bang dat een hoest- slash overgeefsessie mij als een brutale kakkerlak zou overvallen. Nou heb ik al mijn hele leven lang een tamelijk hysterisch luchtwegensysteem, maar het is nou niet bepaald een God given aandoening waar ik trots mee kan shinen. Ik heb nu pilletjes tegen de hoestprikkel die je slaperig maken. Ik eet die dingen als snoepjes waardoor ik elke tien minuten van de dag een slaap lekkermoment heb. Alles voor Bassie.

Op Bali had ik uiteraard nergens last van. De luchtvochtigheid daar was sky fakking high en in de groene uitgestrekte natuureluur van de Minahasa deden mijn longen hoogstwaarschijnlijk een vet vreugdedansje. Maar hier met die malle Hollandse zomer wel warm-niet warm, heb je toch te maken met doorgaans droge binnenruimtes door verwarming die dan weer aanslaat of gewoon slechte ventilatie. En ik wijs de superdroge lucht in het vliegtuig vanaf Dubai als hoofdverdachte aan. Nou vlieg ik natuurlijk wel vaker, maar de kans is groot dat precies op deze ene vlucht die gortdroge cabinelucht flink gemixt was met keelneusvirusjes van andere passagiers.

Een bezoekje aan de huisarts wordt overigens wel steeds urgenter gezien de hits die ik krijg in Google op ‘eindeloos hoesten’. Na drie weken zelfdokteren mag je namelijk gezellig verder klagen en rochelen bij een échte dokter, jeuj. Die van mij is op vakantie tot 4 mei. Dan ben ik precies een maand aan het blaffen. En omdat ik geen carrière ambieer als hondenblaf-imitator, eis ik volgende week van de dokter een wonderpil waarmee ik binnen 1 uur volledig hoestvrij ben. Dan maar geen knappie chirurg die nieuwe longen komt implanteren.

Hey millennial, kom hier met je boerka!

Goeie goden. Volgens mij was ik hier vorig jaar nog, maar binnen een jaar zijn ze in Indo behoorlijk in de rankings omhoog geschoten als het gaat om lesjes assertiviteit. Toen ik na veertien uur vliegen beetje versufd in de damestoiletten van Jakarta airport in de rij stond, werd ik bruut uit mijn sluimermodus getrokken door een tamelijk harde damesstem uit de rij. Vrij kordaat beet deze Indonesische dame met een bos haar op de tanden een boerka toe dat ‘híer de rij begint en dus niet dáár.’ Er kwam ook een paar heftig rollende ogen bij waar de boerka onmogelijk onderuit kon komen. De toiletjuf, duidelijk nog geen ontwikkeling doorgemaakt qua proactiviteit slash assertiviteit, probeerde de boel nog wat te sussen met ‘we doen gewoon om en om’ met die typische Indonesische gastvrijheidsglimlach. Maar het hielp niet. Kordate mevrouw legde het graag nog één keer haarfijn uit, nu aan serieus iedereen die in de rij stond: ‘luister, we staan allemaal netjes in de rij, níemand heeft het recht om voor te dringen toch? Dus deze mevrouw ook niet; dáár aansluiten dus.’ You go girl, dacht ik met een schaapachtig glimlachje op mijn gezicht. Deze pittige landgenote model tante Coby zou het prima doen op een festival-toilet hier in Holland, vol kneiterlamme bezoekers die schijt (pun intended) hebben aan plee-regels.

Van de ene verbazing direct in de andere. Thuis probeerde ik mijn jetlag weg te poetsen door een bord rijst met ayam goreng weg te tijgeren en tegelijkertijd doelloos random keukentelevisie te kijken. In mei zijn hier de provinciale verkiezingen en alle locale politici zijn druk campagne aan het voeren met onder andere televisiedebatten. Hoor ik op gegeven moment zo’n politicus met moslimkeppeltje tegen de journalist zeggen: “daar heeft u een punt. De millennials moeten op een heel andere manier benaderd worden, het penetratiepercentage in de dorpen is nog laag. Maar daar gaat mijn enthousiaste campagneteam zeker iets mee doen qua sociale media.’ Ik verslikte me in kip en een rijstkorrel. Zei die ouwe nou millennial? Na Toiletgate en dit televisieoptreden ben ik eruit. Het gaat helemaal goed komen met Indonesië. Als een vrouw een boerka op haar nummer weet te zetten, en een ouwe moslimpoliticus zijn campagnestrategie in de fine tune gaat gooien voor millennials, dan heb je me hoor.

PS:ik heb Wie is de Mol teruggekeken op Dubai International Airport en ik heb op hèt moment van onthulling iemand die naast me zat compleet doofgeschreeuwd en kapotgeknepen. Geniaal.

Het Aapje vliegt ‘m erin

Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal zaterdagavond, 19.45u.

Dineren en drankjes doen met vier skydivegekkies. Dan ben jij als buitenstaander opeens de daredevil hoor. Iets met hol van de leeuw en kijken of je je verbaal staande kunt houden in het Chute Assis en Heads down-geweld.

Dat twee chickies uit Utrecht en twee andere chicas uit Damsko komen, en ik dus als enige vertegenwoordiger uit de Havenstad, maakte het er niet makkelijker op. ‘Ze woont in Rotterdam maar ze is wel leuk hoor.’ Nja.

Ik had in elk geval geregeld dat de fles Pinot Noir strategisch in de buurt was in de hoop dat ik, wanneer ik al wat lammer was en soepeler qua tong, opeens ook zinnig in het skydive-debat kon stiften. Of, dat ik verstopt achter de fles(sen) wijn, nog even rap op mijn foon Mashable kon afstropen op ‘Five things you desperately need to know about skydivers’.

Maar was het nodig, deze irreële angst? De angst om als enige lullenpot te moeten doen over mijn werk als redacteurcopywriter of over mijn tamelijk succesvolle fitnessregime van de afgelopen weken, nadat deze vier vliegende dudettes al een uur over the World Skydive Summit hebben zitten ouwehoeren? En je je dus realiseert hoe niet-spannend je writing career wel niet is?

Welnee joh. Skydivegekkies zijn ook maar gewone peoples. En verschrikkelijk leuk en lief ook nog. Want het ging eigenlijk 80-20 over hun passie (ugh, mag dit woord weg uit het Nederlandse vocabulaire pls). Echt waar. Tachtig procent ging over een epische verbouwing van een woning (skydivegekkie 1), over het supertoffe jurkje (van skydivegekkie 2), over de hottie tinderdate (van jarige skydivegekkie 3) en over de nieuwe baan als Transaviapiloot van skydivegekkie 4 (want wanneer je vrijwillig in de lucht figuurtjes zit te maken, dan is een kist van A naar B vliegen een fluitje van een cent natulek). Met andere woorden: het was een zalige avond.

PS: jongons, don’t worry. Ich habe keine irreële angsten. Schrijver zijn is de allermooiste baan van de hele wereld. En daarna ergens in de verte pas komt skydiven (voor beginners). Kus!