Altijd Lachen met die Longen

‘Ik hoest met droge keel en kriebel. Heb jij daar ook last van?’, appte mijn moeder met net het verkeerde – en dus grappig- emoji-gezichtje. ik wou dat ik ‘nee, wat vervelend voor je mama’ kon appen. We blijken hetzelfde irritante zwakke luchtwegen-gen te hebben. Dit gaat way back naar mijn babytijd. Ik ben geboren met bronchitis en longontsteking in de mix. Ziekenhuis was mijn tweede osso. Gelukkig schijn je over die longellende heen te groeien. And so it did. Maar je krijgt er wel aandoenings in dezelfde categorie voor terug: allergie en hooikoorts (iets met tegenreactie, antistoffen weetikveel). Lergic & Hay lopen dus als een soort blaffende honden al zo’n jaartje of tien met me mee. Met symptomen die lijken op, oh joy: bronchitis. Daarover later meer.

Ik heb best een bijzondere variant op hooikoorts. De meeste hooikoortspeoples hebben dikke ogen, niesbuien en loopneus. Ik heb dat ook allemaal maar minus de chubby eyes. Alleen vorig jaar op vacay in Griekenland was het taai. Ik reageerde plotseling helemaal hysterisch op alle bloeiende planten en struiken in Gyrosland. Met oogjes dicht Ouzo’s atten. My bad.

Anyway. Mijn hooikoortsaanval verloopt dus anders dan die van een random hooikoortspatiënt. Die van mij kruipt letterlijk als een hinderlijk Tetris-bataljon door mijn luchtwegen. Met epische hoestbuien als gevolg. Die hoestbuien kunnen overigens droog beginnen en na een tijdje transformeren in verstikkende slijm-apparaten. Die hoest, I mean really. Als ik in mijn hoestperiode met het OV ga, dan kijken mensen altijd verdwaasd om zich heen.
Op zoek naar dat oude gebochelde en rochelende vrouwtje. Dat oude vrouwtje vinden ze niet. Wel een leuk hip vrouwtje dat teringherrie produceert. Ogen dicht en je hoort National Geographic Channel aflevering ‘hoe mijnwerkers in 1788 klonken na 356 dagen steenkool snuivon’.

Anyway. Je doet er precies niks aan. Hoestdrankjes? Nah. Die zijn gemaakt voor symptoombestrijding en bedoeld om de toch al uitpuilende Maladiven-kas van de farmaceutische industrie verder te spekken. Soms helpt een honingdropje. Of een aai van mijn vriend over mijn hoesterige hoofdje. Maar de hoestprikkels zijn sluipmoordenaars. Krakakakaaa, snoeihard in mijn longen en hop, wéér een bijna-doodervaring. Daar helpt serieus helemaal niets tegen. Soms probeer ik de hoestprikkel te battelen door een soort mindfulness-dingetje er tegenaan te gooien. Gewoon, door rustig door te ademen, de kapotjeukende prikkel te negeren. Of te ownen, tis maar net hoe je het ziet. Op zo’n nasty moment kan ik ook niet praten en/of bewegen. Een overgeefsessie ligt namelijk gevaarlijk op de loer. De peristaltische beweging (yo Google) is dan zo heftig, dat ik niet anders kan zum kotsen. Dus dat. Hoesten is gewoon hel. En Thank God, eindelijk, eindelijk, na ruim anderhalve maand Chef Slijmproductie XL geweest te zijn, kan ik zeggen dat ik er vanaf ben. Dus als je volgende keer iemand hoort hoesten met een gemiddelde snelheid van 160 km/u (geen grap), maar geen idee hebt waar het vandaan komt: it’s me. The little monkey met haar helse hyperactief longapparaat, inclusief defecte UIT-knop. Advies: don’t stare at me. Stop gewoon oordopjes in. Dan stop ik op mijn beurt een honingdropje in mijn mond en doe ik een schietgebedje. Ik gun die lieve metroschoonmakers ook een normale werkdag, ja toch.

Loempia? Loempinee!

Loempia. De meest ondergewaardeerde snack. Ever. Ik bedoel, dit overheerlijke gefrituurde apparaat wordt altijd als side kick bij rijsttafels geserveerd. Hallo! Een loempia is een snack op zichzelf en géën bijgerecht, hoedan mensen. Ik kan het gewoon niet aan als peoples dat allemaal gaan vermengings. En dan hebben we het nog niet eens over de verwesterde snackbarloempia. Het enige wat je daarmee scoort zijn ontplofte smaakpapillen omdat je met de vulling eigenlijk voegen kunt insmeren. What’s wrong with you people.

Dat vroeg ik me onlangs ook af toen mijn vriend tijdens een Netflix binge-sessie een doosje Vietnamese loempia’s van de Dirk in de oven gooide. Want wat er na twintig minuten terug kwam op het bord weet ik niet eens meer, heb het verdrongen. Wat ik wel weet is dat ik jankte als een baby, bij elke hap steeds dikkere traantjes. Maar even serieus: de loempia’s kwamen om te beginnen niet dampend uit de oven met dat sexy krokantbruine jasje. Neen, ze bleven in die bleke deegkleur hangen. Dubbele janksessie als gevolg. Nou houd ik best van een eet-uitdaging, maar albino-loempia’s gaan me toch echt een stapje te ver. Dan de inhoud. Welke inhoud bedoelen ze precies? Er zou kip en groente in motte zitten. All I got waren drie sprietjes wortel en een hompje kool met zepige smaak. Mijn vertrouwen in de thuissnackwereld stortte meteen in elkaar die avond. Maar vooral was ik zwaar beledigd. Kijk, ik snaps dat het fabrieksloempia’s zijn. En dat ze daarom met de minst mogelijke inspanning en nul liefde met duizenden tegelijk door illegale Polen in een tochtige fabriekshal door een loempiamal worden geduwd. Maar dit, Dirk van de Broek, is echt grote schande. Het is hands down voedselverkrachting op landelijke schaal. Bovendien leert deze supermarkt verkeerde aannames aan. Nu denken alle boerenkinkels in Holland dat Vietnamezen kaolo slechte smaakontwikkeling hebben. Maar maakt niet uit want boerenkinkels snappen sowieso niks van smaakverfijnings want snuiven hooi en lopen te lang op klompen. Hersens gaan daar kapot van. Anyway. Deze loempia’s die dus alleen geschikt zijn om je schoonmoeder een permanente buikperforatie te gunnen liggen legaal bij de Dirk. Kan niet hè, gewoon stoppen met het produceren van deze ongelofelijke shit. Loempia? Loempinee zul je bedoelen!

Om niet al te zuur af te sluiten heb ik gelukkig de ontdekking van de eeuw gedaan. De boyfriend nam me laatst mee naar eethuis Afobaka in Kralingen. Niet alleen een begrip voor Kralingers maar blijkbaar al duizend jaar voor heel Roffa. En ik als import-Rotterdammert snapte het meteen toen ik het insane lekkere menu las. Waarna ik meteen als Michelin-test een broodje kippenlever bestelde. Die was vet mals. Kippenlever is dangerous food omdat als je niet goed bakt, het vlees transformeert in rubber. Afobaka for life dus. Helemaal omdat ze ook hete tofu goreng met rijst en boontjes hebben. TOFU GORENG OMFG. Het is dat je niet kunt trouwen voor de wet met een toko, maar anders had ik een aanzoek gedaan.
20190816_182231-01
On top of this hadden ze blikjes roasted cocconut juice van FOCO. Ik kende deze variant niet maar na de eerste slok jankte ik al. Dit keer van geluk. Want het smaakt superveel naar Es Kelapa Kopyor: vers geschaafd jong kokokvlees, vers kokoswater met suikersiroop en geschaafd ijs in de mix. En jeweet, muziek, geuren en ook smaken kunnen je instant meenemen naar good memories en fijne sferen toch. Dat blikje Foco roasted cocojuice deed dat. Ik was 350 ml lang osso in Indonesië while in Kralingen. Nou jullie weer.

Het Aapje droomt van kokosnotendingen

Toen ik laatst fruitig onder de douche vandaan kwam en me insmeerde met kokos bodylotion van Nivea en daarna op de bank kroop met thee en skinny Oreo’s met kokosvulling dacht ik: Kan Unilever nou echt nergens vanaf blijven en moet de innocent kokosnoot nu echt zo commerciëel uitgebuit worden?
Dat laatste is natulek een superflauwe opmerking want kokos zit al sinds het jaar kruik in alles wat we lekker vinden. Maar echt hoor, Als Bounty uit het snoepschap verdwijnt dan bied ik spontaan ‘Zijn jullie Locos blijf af van mijn Kokos’-petitie aan aan de Tweede Kamer. I mean, ja toch? En verder alles met kokos verandert gewoon in holiyay vibes, ook al heb je net al je vakantiedagen opgemaakt met huis klussen en kapotsaaie bezoekjes aan je schoonfamilie. Hoe? Je smeert kokosolie in je haar en je ruikt de rest van het jaar naar alle seizoenen van Hawaii Five O, ook al zie je er in het echt uit als Klazien uit Zalk.

Kokos is magic shit man. En toch ben ik een soort van hypocriet kritisch naar al die kokostoevoegingen in producten. Zodra kokos in fabrieksdingen wordt geprocessed, dan voelt het alsof het echte, het pure van kokos bruut wordt weggehaald en plaatsmaakt voor een slechte dupe ervan. I mean, ik ben een pinda die in Indonesië heeft gewoond. Het land dat palmproducten en kokos tot kunst heeft verheven. Van echte palmboomonderdelen maak je osso’s en van echte kokosnoten maak je superlekker voedsel. Kijk er een paar afleveringen van Expeditie Robinson bij voor de do it yourselfs en je hebt verder niks meer nodig in de leven. Kokos is magic shit like I said.

Dus waar jank ik eigenlijk over? Ja weet ik veel. Ik betaal rustig zes euro voor Nivea body met geprepte kokos-mineralen (what the feck zijn dat voor dingen) meanwhile koop ik voor dat bedrag in my hometown een stackvol aan Es Kelapa Kopyor (schaafijs met verse kokos en gecondenseerde melk) voor de rest van mijn leven. Rekensommetje is snel gemaakt toch qua what is the real shit en what not. Maar hee, ik woon nou eenmaal in een land en met een salaris waarvan ik Unilever kokosdupes kan kopen zonder dat ik meteen onder een brug lig in een kartonnen doosje, dus dit alles is dubbel, snap jij snap ik.

Dus blijf ik voorlopig alles consumeren wat bij benadering op the real coconuts lijkt en while I’m typing this: bestaan die good old kokosmakronen nog dat jullie weten?! Want boy die zijn me toch een partij vet lekker!! Fabriekskokosmakronen van Bakkerij de Gulden Krakeling, ja die ja. Fake ass kokos as hell, maar genoeg lekker als tussenoplossing. Totdat ik weer mijn vacay naar mijn hometown heb geboekt en op een bankje zit te chillen met een echte, genuine Es Kelapa Kopyor vol sappig kokosvruchtvlees en fruitigfris kokoswater regelrecht van de boom. Hasta Luego!

Gimme banana I play game

Ik en spelletjes. De relationship tussen die twee is wat ingewikkeld. Behalve woordspelletjes dan zoals Scrabble, Bananagram en Cards Against Humanity, duh.

Spelletjes dus. Soms heb ik zin en soms niet. Dat laatste meestal als al mijn vrienden er wél zin an hebben. Dan krijg je bijvoorbeeld dat een tros schreeuwende vriendinnen bloedfanatiek zit te kaarten, terwijl ik dan heel droog ernaast zit (‘Moo-hoon doe je nou mee of niet??’), al hun drankjes wegattend. Ik ben ook gekkie hoor af en toe. Afzonderings juist als het druk is. Nee, is niet gekkie, Het is de observator in mij. Ik ben een beelddenker en zie en hoor dan dingen. Vind ik leuk. Daar komen dan weer spoken words van die je tot in de lengte van dagen bij zullen blijven. Dat dan weer wel.

Maar ik dwaal af. We talk about games. En afgelopen week moest ik er toch aan geloven: mijn vriend die mij voor het eerst in mijn monkeylife introduceerde in backgammon aka TrikTrak. Ik had ‘m al een paar keer gewaarschuwd, want behalve achter mijn observatiegedrag verschuil ik me ook graag achter een high schooltrauma. Iets met wiskunde en duizend formules die ik real time voor de klas in een halve nanoseconde moest oplossen. Compleet met supernasty juf, niet normaal. Ze kneep in mijn arm telkens als ik een foute berekening maakte. Drama. Het werd gewoon blakka voor mijn ogen. En de formules werden dikke soep in mijn brein. Hopeloos. Kijk, lullen en schrijven kan ik als de beste. Maar iets uitrekenen no waayyy. Maar wat heeft dat te maken met spelletjes, Aapje? Nou, indirect alles. Als iemand mij iets uitlegt, in de trant van ‘als ik die dobbelsteen gooi en drie zetten doe, wat gebeurt er dan?’ Dan zeg ik: ‘ja uhhh weet ik veel, niks?’ Dat komt dus door die wiskundige terroristische aanslag op mijn hoofd. Ik sla dicht bij elke vraag wat om cijfers, logica en tactiek gaat. Mijn bovenkamer lijkt dan op een huis dat net is leeggehaald. Geen bank om op te chillen, geen voedsel om te snacken. Ik kan niks aan elkaar tweaken in een lege ruimte, toch? Daarom. Again, vrij hopeloos. En niemand die dan vraagt: ‘Ramoon, maak jij daar nou eens een mooi woordensoepie van’. Helemaal fucking niemand. Cijfers die dominant gaan zitten te doen. Zo oneerlijk.

Terug naar TrikTrak. Met het geduld van een sexy engel (maar met het fanatisme van een sporter want CIOS-achtergrond) loodste boyfriend mij door het spel heen. Wat de eerste helft betreft ging dat nog best smooth, al zeg ik het zelf. Nou vooruit confession, ik wilde stoer doen naar vriend. Dus zonder vakjes te tellen de stenen op de juiste plek leggen en keihard weigeren om de dobbelsteen om te draaien maar snel in mijn hoofd proberen te tellen, dat werk. Maar toen de stenen eenmaal aan de overkant lagen en dus het moment suprême was aangebroken om je stenen te ownen en zo snel mogelijk uit het spel te spelen, werd het ingewikkelings voor mij. Waar mijn nasty wiskundejuf mijn arm allang donkerblauw had geknepen, wist mijn supergeduldige boyfriend na drie extra uitlegpogingen het triktrakkwartje eíndelijk bij mij te laten vallen. Ik begreep namelijk niet (aka ik wilde het gewoon niet begrijpen of het was gewoon al soep geworden in de bovenkamer weet ik veel heb het verdrongen), dat als je in je laatste beurt bijvoorbeeld dubbel 1 gooit, jezelf uit het spel kan spelen, ook als je nog maar 1 steen hebt liggen. Snappen jullie het nog? Nee ik ook niet.

Biertje anyone?

PS: zonder gekkigheid, a) ik vind het een superdope spel en b) Manadonezen zijn gek van spelletjes en staan ook bekend om hun fanatisme erin (dus warum ik dat gen nou niet automatisch ingeprogrammeerd heb gekregen is worlds greatest mistery bruhh).

Anyway, na triktrak krijg ik hoogstwaarschijnlijk een masterclass schaken van boyfriend. Het spel wat mijn papa mij nota bene nog wilde leren. Hij zou trots zijn geweest op mij en op mijn vriend, for sure. De cirkel is rond. Ik ben game mang.

Hallo quinoatosti’s van me, alles goed?

De zomer is, op een paar hinderlijke natuurrampen in de vorm van nasty regen na, eíndelijk begonnen. Zo fijn dit. Alles geeft licht. De stad ziet er sexylekker uit, dikzakken met oranje muil aka meeuwen, terroriseren je bak patat en mensen met een eeuwig kuthumeur hebben opeens humor of zijn gelukkig dood. Waar ik heen wil: de zomer is ook altijd hét moment dat social media bruut wordt aangerand door allerlei hysterische persberichten. En die gaan allemaal over hetzelfde apparaat, namelijk de foodtruck. Die foodtrucks komen dan met containers tegelijk naar een onschuldig stadspark. Daar worden pinautomaatjes heel geniepig tussen de veganistische milkshakes met ham-tarwekiemflavour verstopt en dan opeens heten ze festival. Aaahhhhw hoe leuk is dat.

De hele zomer in de knallende hitte, of juist in de stortende regen gramproof pics maken van bakjes overprized vegan sushi en keukens op wieltjes. Stiekem ben je gewoon jaloers dat je je eigen keuken en verkering niet af en toe de parkeerplaats op kunt rollen voor de rust. Gezellie met de meidon naar een foodiefestival hoor! Al die provinciechickies lekker erop uit om fijn een daggie te chillen bij een walmende buitenbbq: #bbqblessings. En/of chicks die allemaal met dezelfde synchroonzwemmende linkerhand -vol signature goldplated ringetjes van Anna&Nina, een overheerlijke graspollen-kaviaarlolly vasthouden: ‘Say #foodtruckforever #squadgoals#cheese!!!’. U begrijpt, ik heb helemaal niks met die foodtrucks. Of eigenlijk bedoel ik: het is weer hoog tijd om hipsterdingen te bashen. This time the monkey is coming at ya foodrukkersss.

Want wat is dat toch met die inmiddels totaal overrated foodfestivals? Vertel het me dan. Het zijn er ook gewoon te veel. Luister, ik hou zielsveel van eten. Dus wil ik best mijn bekkie branden aan een premium foodtruck-wagyuburger die ik direct wegspoel met een festivaltrucklauwe IPA. Waarvoor ik dan zonder te knipperen tachtig euries betaal, inclusief foodtruckpolsbandje in de kleur HipsterHigh. No spang. Ik steek dan wel gelijk die truck in de fik en loop voor de rest van het seizoen met diepe zielenpijn onder mijn arm. Maarr, ik heb dan wel een puik foodtruckfestivalletje afgevinkt. Netjes tog gewoon! Nee mensen, het ís niet gewoon. Het is abnormaal slecht. Slecht voor de monnies en slecht voor het milieu of all dingen. Want hipsterproducten zoals quinoa, dwangarbeidvrije koffie en met de hand geweven kaneelbroodjes moeten dus nog wel vervoerd worden. Soms uit een vergeten Hollandsch biologisch boerengat ergens in de 13e provincie. Maar de meeste hipsterexotische spullen worden toch echt door Air India overgevlogen met een dikke lel kerosine per kilometer rechtstreeks in de oceaan. Alle Dory’s dood joh.

Het is eigenlijk kapotgrappig hoe mijn rant jegens foodtrucks is begonnen. Namelijk bij mijn vriend thuis. Daar realiseerde ik me eigenlijk, al scrollend door die opdringerige foodtruckberichten, dat wij praktisch elk weekend mooi ons eigen festivalletje zitten te draaien. De fridge als ons eigen coole foodparadijs. Helemaal volgeramd met superlekkere drankjes en snackies. Om elkaar vervolgens knapperige loempia’s en dampende shoarmarolletjes te serveren. En in ronde twee bestellen we bellen homemade Spritzers voor elkaar. What’s verder on het krijtbordmenu? Wat dachten jullie van de lekkerste tortillas met zelfgedraaide guacamole en kaasknakworstcroissants? Weg te spoelen met limoenbiertjes en Magnums? Anders nog iets? Geen rijen en geen muntjes voor de dixie. Oh ja, de band is ook fakking rad: boyfriend draait, terwijl ik mezelf intens rond eet, op zijn draaitafels supersexy techno tot het ochtendgloren.

Hier kan geen #foodtrucksquadforlife tegenop, het is #rizki. Wollah.

Het Aapje heeft Xenosfobie

Nederland, 13 maart 2018: de Xenos kondigt aan failliet te zijn en alle winkels gaan sluiten (gaat verder als Casa maar daar ga ik het hier verder niet over hebben).
Nederland, 3 april 2019: de Xenos kondigt aan een doorstart te maken en dat de winkels snel weer open gaan met een vet vernieuwd concept.

Dit klinkt voor mij oprecht als een scenario van een B-film. Want ik word de laatste tijd he-le-maal gek van al die boo-fakking-hoo faillisementsopzeggingen en de superirritante doorstarts die ze daarna vaak maken. Maar dat is toch fijn, Aapje. Dat de mensen weer gezellig monnie kunnen stukslaan op spullen die ze nooit nodig hebben? Nee daar is niks fijns aan apenkoppen. Ik heb serieus de haat aan inconsequenties in retailland. Want dit: op het moment dat een winkelketen waar ik zelf (best wel vaak) kom, roeptoetert de deuren te gaan sluiten dan gaat direct een heel intens rouwproces van start. Dan condoleer ik mezelf, bel ik huilend dinnetje Suus op die altijd gezellig mee gaat naar die ‘nutteloze dingen kopen is goed voor je algemene ontwikkeling’-winkelt. In dit geval dus de Xenos die met tachtig filialen tegelijk landelijk het loodje legt en met de complete inboedel in een kist gaat zitten liggen, zonder aan ons te denken. Xenos failliet, de aap in full verdriet. Ja U hoort me wel.

Vervolgens verzamel ik alle Xenos-meuk die ik in huis kan vinden en ga daarna keihard tussen mijn zoute tranen door, er een altaar van bouwen. Hup stacks bouwen met die familiezakken theelichtjes, slechtsmakende kruidenthee, nep-Boeddha’s, Mediterraan-ish olielampjes-made-in-China en van die idiote houten Alzheimerbordjes die je in je osso hangt voor het geval je niet weet waar de KITCHEN ook alweer is. En waar de meest strategische plek is om een drol van episch formaat te draaien. Want aan die deur hang je natuurlijk zo’n fancy sloophouten bord met WC erop. Maar goed, ik fiks een altaar dus. Kan ik er dagelijks een vet potje tegenaan lopen jenken omdat ik de Xenos zo vreselijk mis.

En wat doen die directiegasten daar vervolgens op het half afgestorven hoofdkantoor? Die trekken na twaalf verdrietige maanden plotseling weer een blik veelste dure curatoren open en bedenken een doorstart-apparaat. Oh joy. Daarna mag de communicatie-afdeling een superfout persbericht de deur uit knallen: ”de Xenos maakt een doorstart want er zijn financiers gevonden. De mensen die wij eerder keihard hadden ontslagen, trekken we uit hun uitzichtloze modder waar we ze eerst nog face down zelf inpleurden. Ze krijgen gratis valium en anti-depressiva in een Xenos-cocktailglas. Daarna kneden we ze weer in de vorm van wandelende Xenos-aanbiedingsfolders. Tot slot worden ze in een nieuwgestoomd Xenos-doorstartpakkie weer fris en fuitig achter de Xenos-kassa gesoldeerd, met een sloophouten bord boven hun hoofd waar KASSA op staat, waaaaa.”

Ja hallo en ik dan??! Ben verdomme in deze rouwperiode platgeappt door familie en vrienden die 24/7 checkten of het wel goed met me ging. I mean, poets ik elke dag mijn altaar glimmend, komen ze weer terug met palets vol theelichten die ik al een jaar lang had verdrongen in hun existance. Hoe dan mensen? Ik sta serieus al een jaar in de gym op de loopband met een frikkin rouwband om (bij wijze van dan hè).

Nee mijn rant is nog niet helemaal klaar. Ken je dat gevoel? Dat je zeker weet dat er iemand tussen zes planken ver ver onder de grond ligt en dat je, na die ene horrorfilm die per ongeluk op Netflix stond te pruttelen, steeds denkt dat die persoon opeens als een zombie weer voor je neus staat? Dat gevoel krijg ik bij doorstarts van winkels. Zo slecht voor mijn gezondheid, dit soort schijnbewegingen in winkelland. Het moet echt ophouden.

Here’s the deal: winkelketens die het slecht doen moeten gewoon ballen tonen. Je hebt je best gedaan, het is niet gelukt, je gaat op je bek, blijft daar te lang liggen en uiteindelijk ga je dood. Prima. Leven gaat verder, ook zonder toiletbordjes exclusief geproduceerd voor de allerdomsten. Maar ga daarna niet lopen muiten en kom vooral niet het rouwproces verstoren, door als een iets te blije eikel uit je freaking as te gaan herrijzen.

One more thing. Als de Action aankondigt failliet te gaan dan kom ik hoogstpersoonlijk langs. Met mijn ME-vriendjes (die ik niet heb), én met een noodverordening van de gemeente Rotterdam (kan niet, maar even voor het idee). En de muur van Trump. Die laat ik ook overvliegen. Dan kunnen die Mexicans gewoon gelukzoekings doen in de VS en kunnen die hijgerige faillisementswolven niet bij de favo winkel van mij en mijn vriend komen. We hebben het wel over de Action hè. Dé Godmother of all winkels die, als de wereld vergaat, werkelijk álle spullen van je natte dromen verkoopt. Spullies waarmee jij een compleet nieuwe planeet kan knutsellijmen, waarop jij dan lekker kunt gaan lopen chillen. Op je Action-opblaastroon. Met in de armleuningen plenty ruimte voor Action-badeendjes in de vorm van een koekje, Action-afwasborstel met aromatherapie en een Action six-pack waterperoxide haarverf in maat L. Exactly. Allemaal spullen die je precies níet nodig hebt in life. Met je Xenos.

De week waarvan we wisten dat die zou komen. Not.

Vorige week kon de monkey even geen blog fiksen. Gewoon. Want er kwam niks zinnigs. Na de Utrecht-aanslag had ik meer behoefte aan een hoekje om in te chillen. Maakte ik me meer druk om die ramptoeries op Facebook. Zo’n muts die dan haar dinnetjes gaat lopen taggen onder de foto van die treurige Utrechtste tram, nog nagloeiend van de slachtoffers: ‘Kijk dan Lyn, daar was ik ook donderdag!😱😱😱.’ For fecks sakes pleur op. Al was je er de hele week met je Primark-boodschappentas, nobody ever cares.

Maar goed. Het was een bizarre week afgelopen week. Een aanslag op het veilige gevoel. Plus een aanslag op de democratie. Omdat meneer Lavendelzakje Baudet de senaat en provincie gaat bezetten met mensen die nog nooit een vinger om politiek hebben gegeven. Ja, ze vinden dat het anders moet in ‘hun’ NL. En het liefst alleen met mensen met een roomblanke huid. Weet je wat ook anders moet? Mijn haar. Want de balayage begint rap uit te groeien. En mijn scheve ondertandjes wil ik ook rechtop hebben a.u.b. Het liefst met roomblanke facings erop geknald. Maar daar hoort U mij ook verder niet over.

Maar goed. Het was een intense week. Ik heb mijn politieke plicht gedaan, mijn partij met liefde gesteund als lijstduwert. Ik heb gezegd dat ik zaadjes aan het planten ben. Wie dit jaar nog niet gehoord heeft van Rapinda eh Ramona M., zal bij de volgende verkiezingen nog eens heel gek gaan opkijken. Eigenlijk te vergelijken met de opmars van Thierry Lavendelzak. Want wie o wie had ooit bedacht dat deze pianoboy zo verpletterond het rechtse geluid van NL in klinkende gouden muntjes uitbetaald zou zien krijgen? Inderdaad. Niemand.

Maar even zonder gekkigheid: ik beloof helemaal niks met alles waar ik op dit moment mee bezig ben. Ik heb inderdaad grootse plannen voor dit jaar en it’s all work in progress. Ik werk daarvoor samen met de fijnste peoples die gezellig allemaal verschillende kekke huidskleurtjes hebben. Hoor je me? ik sluit dus geen mensen uit om tot iets moois te komen. Dat is al een verschil met Thierry Lavendelzeepje Baudet.

Ik heb grote dromen voor dit jaar en beyond. Ik beloof dat ik het resultaat met liefde met jullie ga delen. Horen jullie dat apenkoppen? Met liepde. Dus niet met de H van Haat zoals het motief van de Utrechtse schutter.

Laffe baas Gökmen Tanis opereerde op basis van haat. Lavendelzakje doet dingen op basis van uitsluiting. Is dat vreselijk? Ja. Maar zulke mensen bestaan nou eenmaal op deze wereld, so suck it up. Dat deze mensen op hun eigen verwerpelijke manier van zich laten horen, sorteert bij mij juíst een groots tegeneffect: Het zorgt er namelijk voor dat ik nóg beter weet waar ik wél voor sta: liefde, samenwerking en heel veel bananen. Wat voor tegengeluid geven jullie?

PS: ik geef bij deze toestemming dat bananen ingezet mogen worden. Hoe dan? Nou gewoon goed mikken. Complete trossen heel hard naar alle mensen gooien die racisme, haat en uitsluiting als middle name hebben.

Bananen&Sterren #aflevering: Het Aapje drinkt Espresso Martini in West en eet ikan in Capelle

Ik ben een sucker voor horecatentjes waar precies één koprol voor nodig is om er te komen. Tandoor16 is net een week open en ligt op, nou ok, vijf koprollen van huis vandaan. Googlemapstechnisch op de Middellandstraat grens West-Kruiskade. Naast mr. Beans, de koffietent van de komische jongens van de BorrelnootjeZ. Sexy locatie dus. Wat ik aan ‘grand opening’-berichten in mijn Facebook timeline voorbij zag komen klonk ook veelbelovend. Dus afgelopen weekend deze new kid on the block afgevinkt. Ik kan lang lullen over ons bezoekje aan Tandoor16 maar ik kan ook kort doen:
– Malse Tandoori chicken, naanbrood als side was droog
– Extra naanbrood met dips besteld waarvan het brood vers was maar de dips niet superspannend
– Tweede bestelling naanbrood: brood was droog
– Bediening nog chaotisch: verkeerde wijnen geserveerd en bier werd omgegooid (we kregen wel nieuwe dat dan weer wel)
– Cocktails waren dramatisch slecht: de Smokey Espresso Martini kwam in een koffiekop (!) van de kringloop. Denk ik. Ik heb een theorie: melk drink je uit een beker en niet uit een theekopje want smaakt gross. Dus een Martini Espresso in een koffiekop is een regelrechte mindfuck, snap jij snap ik. Oh ja, de Del Maquey mezcal en Cubaanse koffielikeur hadden ze voor het gemak uit de cocktail gelaten, bruuuh. Dan de Peniccilin-cocktail. Die had nét de verkeerde balans tussen whiskey en Angostura bitter. Waardoor mijn tafelgenoot serieus dacht een antibiotica-shot op doktersrecept naar binnen te hebben gewerkt. Mindfuck went wrong. Niet de bedoeling toch?

De avond werd gered door dj Rupert die voor drie aardappelen en een paardenkop lekkere zwoelie plaatjes draaide. Beter staat ´ie gewoon op Superdisco of Vunzige Deuntjes, maar lief dat ie hier was. Ik weet, ik weet, elke nieuwe tent, dus ook Tandoor16, moet gewoon een beetje slack krijgen en een paar sympathieke klopjes op de schouder zodat ze helemaal trots en zelfverzekerd lekker verder kunnen bouwen aan hun nieuwe Indiase eetparel.

Maar toch blijf ik streng: cocktails moeten meteen boom shakalala on point zijn. Ter illustratie: twee weken eerder zat ik cockies te slempen bij George op de Lijnbaan boven Scharrels & Schuim. Ik vertelde de barboy dat ik van zoet en fris houd. Ik kreeg iets met matcha en rum. Het was G.O.D.D.E.L.IJ.K, ik zeg het je. En dat terwijl George zelf qua sfeer nou niet meteen een frikkin amazing smash in de face is. Eigenlijk best voorspelbaar, je weet wel zo´n ruimte met bakstenen muren voor de ´urban vibe´. Maar heee als de cocktails goed zijn, dan heb je me hoor. Conclusie: Tandoor16 moet echt nog heel veel finetunen. En op cursus bij mijn favo cocktailboys van Noah. Maar dat geheel terzijde.

Score: 1 ster en nul bananen.

Afgelopen week was ik in Capelle a/d IJssel bij oom en tante Lekransy. Oom Lekransy heeft met mijn moeder in de klas gezeten in Nieuw-Guinea en ik groeide in Groningen op met de familie Supit, de familie van tante. Behalve een avond vol mooie anekdotes en herinneringen uit Hollandia, Waai, Jakarta en Tondano, was daar natuurlijk ook eten. Sayur, babi kecap, ikan en zelfgemaakte sambal. Ik at met ontroering. Ontroerd, omdat dit eten voor mij vertrouwd voelt en heimwee tegelijk is.

Soms moet je nieuwe horeca-ontwikkelingen in de stad gewoon links laten liggen en jezelf omringen door de huiselijke warmte van superlieve peoples, samengebracht in een bordje liefdevol klaargemaakt eten. Daar kan geen fancy of foutgeproduceerde cocktail tegenop.

*Uit principe geef ik geen ratings aan familie-eten. Het is te heilig en beyond alles om sterren en bananen aan te geven. Maar dat snappen jullie wel toch?

Oh, Oh Rotterdamt de mooiste stad achter alle duinen

Mijn liefde voor Rotterdam neemt ernstige vormen aan. Ik merk dat elke keer als ik de Westelijke tunnel van Amsterdam Centraal uitwandel, en de hoofdstedelijke lucht inadem. Die typische lichtranzige walm waar ik altijd zo goed op ging, hypnotiseert niet meer. Het is voor mij het herkenbare parfum van grachtenwater, wiet, roestende fietsen. duivenpoep en Febo-friet, maar die niet langer meer in mijn feels zit. Oh hallo Amsterdam-achterban: rustag maar. Ik zal mijn Amstelveense afkomst nooit verloochenen. Ook al kom ik daar eigenlijk nooit meer, maar ik weet waar mijn (oude) huis woont. Respect.

Maarrrr, Rotterdam begint na een dikke twee jaar serieus in mijn ziel te sluipen. Geleidelijk maar gestaag en heel doelgericht. Dat ik als een kind zo blij ben als ik weer in de trein terug zit van Damsko naar 010. Als na 40 minuten Intercity Direct snoozen, vanaf de noordzijde van het Rotterdamse spoor de zwoelie rode neonletters van mijn favo nachtclub Annabel soepel in mijn blikveld vallen. Rotterdam dat zo lekker in mijn actieradius ligt wat betreft de inwoners met grote muil en mini-hartje, de intense architectuur-eyecandy, de vrije opmars van allerlei toffe horecaconcepten en clubs. Ok, ok, ik moet kanttekening doen. De heftige discussie rondom de huidige clubscène-situation hiero, parkeren we even. De gloednieuwe club Reverse aan de Schiekade moet/gaat Roffa als nachtvlinderstad weer op de kaart brengen. Dus chill out iedereen.

Alle nachtvlinders en vlinders in de buik nog an toe en toch en toch en toch moest ik moeite doen voor deze stad. En alles waar ik moeite voor moet doen heeft direct mijn aandacht en laat ik moeilijk los. Ik lijk wat dat betreft net een guy. Als er niets meer te jagen valt dan verdwijnt de interesse rap. Amsterdam is de pretty girl die zichzelf, op het afzichtelijke af, makkelijk presenteert. Roffa? Neeuuh. Ga eerst maar even tien keer op je bek in dat rare NYC-avenue stratenpatroon. Alles rechtdoor zo die gaat en nergens van die organisch-schattige fietsbochtjes te bekennen zoals in Damsko. Nee, dan al die hinderlijke gangsta-waggies waar Roffa zo berucht om is. En als je eindelijk dat stratenpatroon doorhebt, dán ontvouwt zich ook nog eens de concrete jungle waarin je je voedsel moet gaan zoeken. Om te overleven. Koffie en eettentjes zitten, alsof ze het erom doen, vaak kneitergoed dichtgemetseld in de betonnen periferie. Verstopt als geduldige parels om ontdekt en voor eens en voor altijd omarmd en gedragen te worden. Eenmaal gevonden, dan is de gruwelijke koffie en goddelijk voedsel ook je eeuwige overwinningsbeloning. Dát is Roffa. Zoek het eerst maar ff lekker uit, genieten en de held uithangen kan altijd nog.

Och och och, wat heb ik al belachelijk vaak mijn liefde voor Roffa geuit. In mijn blogs, in mijn spoken word, in mijn amateur-instapics. In 2016 nog aarzelend en verlegen, want toen nog helemaal onder de indruk van die grote brulaap. Daarna begon de liefde geleidelijk te groeien. Niet zo moeilijk als je dan ook nog eens verliefd wordt op een geboren Rotterdammert met inderdaad een brutaal bekkie maar met een hart so so sweet.

Mijn liefde voor Rotterdam neemt ernstige vormen aan. Maar dat ik zo verliefd ben geworden op deze stad is ironisch genoeg altijd het meest voelbaar wanneer ik pendel tussen ‘oude liefde’ Amsterdam en Rotterdamt. Nee mensen, het ís geen verraad naar dat ijdele ADE-prinsesje op haar Prinsengrachtbed (niet huilen, plagen mag). Het is gewoon een proces. Een kwestie van groeien en iets ontgroeien. Groeien naar iets nieuws. Jezelf ontwikkelen, blijven bewegen en nieuwe dingen ontdekken.

Amsterdam is where I come from. Dat gaat nooitnie weg. Maar als je vraagt wie mijn grote liefde is: ik ga nog net geen Lee Towers zingen en twintig rondjes Hofpleinfontein zwemmen. Dat laatste heb ik in 2017 overigens echt gedaan toen Feyenoord landskampioen werd. Maar dat geheel terzijde.

Ja joh, nieuwe liefdes gaan diep. Heel diep. De Monkey heeft het er maar druk mee.

Het Aapje is een woordenhosselaar met slaapgebrek

Er is een keerzijde aan die God’s Gift of Heaven van mij. Tuuuuulek is het superchill dat ik op dagelijks basis vrij soepel een stukkie tekst op papier kan fiksen, terwijl de gemiddelde landgenoot jankt als een baby bij het moeten schrijven van een sinterklaasgedicht van twintig woorden only.

Elke schrijver herkent het: het niet vantevoren te voorspellen moment dat je in de ultieme schrijfbubbel valt en gegrepen wordt door die frikkin lekkere schrijfflow waar geen einde aan lijkt te komen. En dát lieve apenkoppen, is de keerzijde. Want van die schrijfbubbel word ik junkerig. Ik raak overprikkeld en gretig door bijna alles wat ik hoor. Een zinnetje uit de Libelle (WIE LEEST DIT NOG MENSEN) kan zomaar een geniaal begin zijn voor een spoken word. Iemand die met me praat onderbreek ik opeens, omdat net dat ene zinnetje mij triggert. Alles moet meteen opgeslagen op mijn foon, in mijn hoofd. Mijn tas en thuis liggen vol opschrijfboekjes want alles wat ik hoor kan een begin zijn van alweer een intens gedicht, die minitsunami van woorden en zinnenhussels in mijn hoofd. Het is druk in die bovenkamer van me. Voorbeeld: ik hoorde Eva Jinek laatst in haar talkshow iets zeggen met ‘koekje van eigen deeg’. Niet echt een superspannende uitdrukking toch? Iedereen kent ‘m. Maar in mijn hoofd gingen koekje en eigen deeg helemaal los én een eigen leven leiden. Want wat is er mis met koekje van andermans deeg? Precies. En zo vormt zich dan een compleet nieuwe woordenwaarheid in mijn apenkop. The works. Het is rijkdom geef ik toe, dat mijn hoofd woorden weet te processen tot nieuwe dingen. Maar tis ook best vermoeiend. De hyperness ervan, snap jij snap ik.

Het is de ultieme keerzijde van mijn skills: ik slaap onrustig omdat ik tot laat in de avond door zit te schrijven en ook nog eens hardop oefen om de woorden om te zetten in een loeistrakke spoken word performance, die andere liefde die ik weer heb opgepakt. Het is ook een soort bedrijfsrisico want de schrijfbubbel is eigenlijk één grote sexy verleider; ik vergeet andere dingen sneller, negeer verplichtingen die ik heb, ik laat me gewoon als een konijn in koplampen in deze schrijfbubbel zuigen. Het is maniakaal bijna, het is intens.

Het is de reden waarom ik twee maandagen MonkeyMondayBlogs heb geskipt. Want te moe vanwege doorhaalavondenschrijfuitbarstingendingen. Boy, wat moet ik aan de slag met concealer om die insomnia-wallen weg te poetsen. Alles voor Bassie. Ik beloof u plechtig dat deze gaten in mijn blogroutine iets gaan opleveren. Om te beginnen sta ik woensdag 10 april a.s. in de voorrondes van Poetry Slam Rotterdam (KOMT ALLEN, I NEED MY FANS OUT THERE!).

Precies, deze monkey is on a mission. Dus, laat haar lekker in die schrijfbubbel. Laat haar pruttelen in haar zelfgetrokken woordensoepje. Er komen mooie dingen van. Promise.