I Ride, You Listen. Capisce?

Met mijn nieuwe baan komt ook een fonkelnieuw forenzentraject: Havenstad- Eastside naar de Hofstad en weer terug. Het voelt als een nieuwe speelplaats voor een observator zoals ik. Zo heerlak is dat, die metrovibe waarin iedereen zijn eigen stukje (geforceerd) (noodgedwongen) civilisation laat zien naar de mede-human. De metro en verdraagzaamheid. Het is de ultieme uitdaging in verbroedering, ik weet. In spitsuur ben je een sardientje, kom je zuurstof tekort en gaat je reukorgaan naar de kloten omdat SOMMIGE MENSEN – MAAR DAT ZIJN ER SOMMIGEN TE VEEL- DIE GEEN DEO SNAPPEN. What’s wrong with you people.

Anyway we moeten door. Het OV ís en blijft voor mij de ultieme speeltuin voor mijn woordenbrein, nasty not nasty. Een sneakertracker maar dan real time (‘mijn god, die chick draagt sneakers die ik ook wil’), een oneindige waterval aan nieuwe woorden en/of zinnen die ik hoor (want man man man, wat een wonderlijke ouwehoerings krijgen mensen in alle vroegte toch uit hun mond).

Metrorijden is gewoon goud. Ik las deze week dat, in tegenstelling tot andere grote steden, niet het centrale station (Rotterdam Centraal) het drukste metroknooppunt is, maar station Beurs. Het sexy station vlakbij de Coolsingel en Koopgoot waar alles samenkomt. Precies dat. Want als ik in Oost instap, deel ik de coupé nog met een handjevol semi-slaperige buitenwijkbewoners. Zodra we Kralingse Zoom voorbijrijden richting het centrum en bij Beurs stoppen, voelt de vibe gelijk anders. Hier komen stadse en wijkse Rotterdammers in vrede samenbubbelen. Of niet. Zo was ik afgelopen vrijdag ongevraagd lid geworden van een collectieve rolling eyes-posse. Omdat een lompe meid het volumeschuifje van haar stem op mount Everest had gezet. En wij dus witness waren van een totaal niet-boeiend gesprek tussen miss Lompy en haar zus, die apparently was vergeten hun moeder te droppen bij de kapper. Ze hadden Lompy moeten droppen in een Breaking Bad-woestijn, wat dacht je daarvan.

Maar goed, we moeten door. De metro is de komende tijd mijn beste mattie, mijn inspiratiebron. Een rijdend teambuildingsuitje waar elke dag een paar duizend kampioenen in verdraagzaamheid in- en uitstappen, de losers daargelaten. En ik. beste apenkoppen, ik observeer dat alles en leg het vast: I ride and I write, and you, you listen. Capisce?🐵

Hallo Tweede Kamer der Monkey-Generaal!

Vandaag een superbijzondere dag jo. Ik was namelijk naast mijn freelance werk op zoek naar een vaste baan. Voor meer steadyness, voor meer doekoe op de broodplank, snap jij snap ik.

Vandaag ís het dan zover: mijn eerste werkdag bij de Tweede Kamer der Staten Generaal op het Binnenhof in Den Haag. Wat een major switch it is. Van start up creative contentwriting naar writing about politics. Allebei dynamisch maar zo zo anders qua vibe.

Om te beginnen moest ik aan de bak met mijn fashionstash. Ik bedoel, ik denk dat ze het bij het Binnenhof op zich wel verfrissend vinden zo’n kroepoek met hiphopaspiraties. Helemaal swag in hoodiecapfannypack. Maar laten we dat maar even niet doen. Dusss ben ik het weekend mijn enorm veelzijdige kledingstash ingedoken. Al mijn preppy sartorial-ish combinaties apart gelegd: suède loafers, crèmekleurige blouses, black pants en classy effen shirts and all that.

Vanaf vandaag zal het even wennen zijn. Om vier dagen in de week in mantelpak en monk shoes mezelf te laten chauffeuren door de forenzenmetro van de Havenstad richting Hofstad. Maar boi, heb hier superveel zin in. Want de freelanceleven kende ook haar downs. Ik zat namelijk niet alle dagen van de week te schrijven in die superhipster internationale tech hub aan het Singel in Amsterdam. Vaak zat ik ook achter mijn laptop @ osso mijn ding te doen. En dat lieve apenkoppen, is voor een social dier zoals ik best taai. Ik hou namelijk van de kantoorkoffieautomaat-vibe. Maar vooral; eindelijk weer een beetje kantoorstructuur. Ja man. In mijn sollicitatiegesprek zei ik al dat juist creative peoples zoals ik een beetje grenzeloos kunnen zijn. Je weet zelf toch, beetje schrijven, creëren, woorden aan elkaar mixen, dat. Maar dan zonder timetable, zonder deadlines. Een kantoorbaan geeft die structuur juist op een presenteerblaadje en dat vind ik lekker. Breintechnisch is het ook een winner. Het feit dat ik ergens mooi naartoe kan werken samen met een team of iets echt af moet hebben binnen nul minuten. Tijdens mijn start up-tijd in Damsko had ik natulek ook deadlines, maar als freelancer kon ik die tijd wat chiller indelen.

Dus, nogmaals en again: het is vandaag officiëel een beetje afscheid nemen van mijn hipsterschrijftijdperk. Bu-bye hoodie, dag dag Nike Air Max. Ok, niet helemaal, maar wel voor de volle vier dagen van de week. Of ik er een beetje sentimenteel van word? Nee joh, want ik bekijk dit alles als een AH Bonusvoordeelkaart. Ik heb superveel voordeel van zowel mijn freelancewerk als mijn nieuwe politieke werkplek. Ik blijf in alles een observator. Doe mijn ding. Schrijf dingen uit, schrijf dingen op. Recht toe rechtaan, feitelijk. Met diepgang, met monkeyhumor, Met straattaal en deftig jargon in de mixer. Het wordt supertof, echt, ik geef hier fabrieksgarantie op.

Dus blijft eigenlijk alles hetzelfde ja toch. En zeg nou zelf, een monkey met gepoetste schoentjes blijft altijd, precies, een apenkop.

Hasta luego en tot het volgende blog landgenoten van me!

Het Aapje houdt van bananen, sneakers en kleertjes (doneren). En jullie?

Ik heb de laatste tijd weer een Youtube viddy-obsessie erbij: Alle Youtubes over hoarders. Hoarders aka peoples die zichzelf in hun huis helemaal volstacken met troep, vaak verzameld door de jaren heen. Ik kwam er later pas achter dat hoarden eigenlijk een psychische aandoening is. Door verlies van een dierbare worden sommige mensen een soort hangjongere van hun eigen positieve herinneringen. Ze blijven bijvoorbeeld hardnekkig hangen aan spullen uit hun jeugd. Een jeugd waarin die overleden dierbare nog leefde. Hoarders zijn in staat om na twintig jaar nog steeds te knabbelen op hun babybijtring-in-staat van-ontbinding. Of ze worden eeuwige vriendjes met hun konijnenknuffel zonder oren. En zonder ogen. Maja, was wel eerste knuffel hè. Ja, de eerste knuffel gewonnen op de kermis. Hangen aan een herinnering next level is dit. Hoarders zijn hangjongeren die agressief worden als je aan hun Kingdom of Meuk komt. Als je één vinger uitsteekt naar hun precious inboedel, dat rijp is voor de kliko, dan krijg je direct gratish en voor niets een plek in de hel van ze. Tot zover het profiel van een hoarder.

Dus het is wel zielig, al die beroepsverzamelaars. Maar ik vind het dus wel allemaal aymaaazings. Want in al dat zieligs zie ik dan weer iets poëtisch-melancholisch. Ja, dat vind ik. Vanuit psychologisch point of view vind ik het intrigerend. Ik heb filmpjes gezien waarin de verzamelaars tijdens een grote schoonmaak superemo worden en/of outrageous. Omdat ze afscheid moeten nemen van een totaal beschimmeld supermarkttasje. Omdat daar blijkbaar een dierbare krop sla in had gezeten, gekocht toen hij/zij net op kamers ging. Of deze: “Ik wil deze set van vier totaal verroeste schroeven niet weggooien omdat het misschien ooit (in een uhm parallel universum?) nog een keer van pas gaat komen.”

In mijn familie zitten ook een paar stevige verzamelaars. Mijn moeder en stiefvader om maar een voorbeeld te noemen. Heb er dit blog over geschreven. Moet er wel bij zeggen dat het bij hun niet extreem is. Mijn moeder is geen hoarder maar heeft gewoon oog voor mooie dingen en is zuinig op al dat moois. Ikzelf ben het gelukkig ook niet. Ja ok, toen ik nog studeerde verzamelde ik alles wat met krokodillen te maken had. Ik moet hier mijn wijlen opa van de schuld geven. Het zit zo. Mijn grootouders hadden altijd een opgezette kaaiman op de kast staan. Toen ik ontdekte dat mijn opa de kaaiman zelf had gevangen en had opgezet, begon mijn fascinatie voor dit beest. Helemaal toen ik in een dierenboekje las dat een krokodil er misschien heul gevaarlijk en log uitziet, maar eigenlijk een enorme goedzak is met een superwankel gebit en een fat belly. Soort van spirit animal dus. Ik voel dit dier. Ik begon met een krokodillen-theepot, bekers en fluffy krokodillen. En ik eindigde bijna met een krokodillentattoo op mijn rug. Op zich was het nog best een uitdaging om fluffy crocodiles te vinden want die verkopen natulek voor geen meter. Ze zijn niet aaibaar, zien er niet cute uit, etc. Des te meer ik het een sport vond om ze wél te scoren. Maar goed, we moeten door met het verhaal. Ik ben dus geen extreme verzamelaar geworden. want die krokodillenperiode ligt al ver achter me. Thank U God.
Sterker: ik ben heul erg van het weggooien en weggeven aan kringloop of familie&vrienden. Bij mij helpt het gewoon om regelmatig op te ruimen en dingen weg te flikkeren of te doneren. Alsof mijn hoofd dan ook meteen lekker aan de kant is, snap jij snap ik. Het gevoel dat er dingen in huis liggen die niet of nooit meer gebruikt gaan worden werkt superverstorend in mijn brein.

20191104_151948

Er is wel uno exception op mijn lean life en dat is: kleding. Hoewel ik best regelmatig een doos doneer aan een weggeefhoek op fb, of een zak afgedankte fashion naar de H&M sleep voor een kortingsbon (duh), blijft mijn kleding- en shoesstash uhm royaal gevuld. Met speciale vermelding van sneakers: Daar heb ik ook meesterlijk veel van. Dat weet mijn vriend ook. Die deed vorige week toen ik jarige job was, nog een extra lieve investering door mij een paar schitterende Stan Smiths cadeau te doen. Daar liep ik hoor, PattaPrinses met nieuwe aanwinst. Ik ben dan wel Het Aapje, maar vooral ben ik het meisje van de kleertjes en de schoentjes.

Een PattaPrincess, een ex-krokodillenverzamelaarster, een hoarder-symphatisant en een fanatieke spullenwegflikkerares (oh hallo Scrabble). Wat een leuwke LinkedIn-bio is dit eigenlijk, ja toch?!

Hallo droeftoeter, Het Aapje is watching you

Ik check mijn feed op sociale media dagelijks. Dat klinkt voor sommige peoples als dwangmatig, maar voor mij is sociale media part of my job. Als schrijver, blogger en journalist probeer ik zo veel mogelijk informatie te processen over allerlei dingen (tegelijk). Van politiek tot pancake-instamoods, van de nieuwste hipster (uhg) pop-upstores in town, tot de stand van zaken inzake donorregistratie. Za-lig is dat. Wat ook zalig is: het afstruinen van eindeloze commentaren en reacties-op-reacties op Twitter (de zogenaamde draadjes) en de schaamteloze rants van mensen op Facebook. Voor mij als schrijver is het een guilty pleasure, een walhalla, een onuitputtelijke bron van kersjes op mijn woordenbreintaart (oh hallo Lingo!!).

Ik heb deze Top Twee:
1. De comments onder een winactie.
Het grappigste vind ik dat de meeste winacties alleen maar een paar dingen van je vragen, namelijk: Like het bericht, tag je vriend(in) en deel de winactie. Maar wat doen al die Facebookersvrouwen,
(meestal vrouwen kan er ook niks aan doen). Die pleuren complete verhalen in de comments. Echt van die zielige verhalen zoals ‘Ik ben door een ongeluk mijn been verloren en mijn hond is onlangs ook al gestikt in een kattenbrokje dus nu eis ik deze winactie op want als er iemand is die deze spuuglelijke designkruk met verstelbare kussens verdient, dan ben ik het wel’. Of deze: ‘Tag je vriendin’ en die persoon plakt dan gelijk haar hele breiclub erin met “gezellig toch dames, met zijn allen een weekendje uitwaaien in een appelgebakrestaurant in Renesse zonder onze mannen!!!” ZUCHT.
2. De comments onder een random veroordeling. Want 99.9 procent van de Nederlandse bevolking vindt de Nederlandse strafmaat uiteraard substantiëel te laag, wat denk jij dan. Diezelfde mensen verdiepen zich uiteraard ook nooit in de eis en uitspraak (is allemaal heel makkelijk te googelen, maar goed wie ben ik). Of mijn tip: Volg Judge Joyce op FB voor superheldere uitleg over vonnissen in spraakmakende zaken. Of volg journalist Chris Klomp op Twitter. Ook hij legt bijvoorbeeld uit dat het recente nieuws, dat de regering geweld tegen hulpverleners gaat bestraffen, een laffe maatregel is die nergens op slaat. Huh? Ish toch goed die nieuwe wet? Nope. Het is een laffe aanvulling op een bestaande maatregel. Precies. Als je niet de moeite neemt om verdieping achter het nieuws te zoeken dan blijf je die zielige Hollandse roeptoeter die overal op loopt te schelden zonder enige onderbouwing. Heeft niks meer met terechte onderbuikgevoelens te maken. Is gewoon gênant, capisce?

Anyway, we moeten door. Want het meest belachelijke type comment onder rechterlijke uitspraken die het landelijke nieuws halen, vind ik met stip: ‘In wat voor verrot land leven wij’ en deze ‘We zijn een ziek land’. Even dit: Het onophoudelijke patiënterige gezeik achter de pc, zonder dat je het snapt, maakt me altijd superboos. Het is zo dommig. Nee, wacht. Het ís gewoon dom. Want zolang jij toegang hebt tot The Interwebs (yay we live in a free country) en zo lang jij de energie hebt om comments te posten, dan ga ik er even vanuit dat jij die energie haalt uit op zijn minst één fatsoenlijke maaltijd per dag. Dat is niet bepaald verrot te noemen hoor. It’s called civilisation. Dat kunnen onze medemensen in een OORLOGSGEBIED niet zeggen. Juist. Je leest het goed, meningenmens. Mensen in staat van oorlog of erger, in een dictatuur, zijn afgekoppeld van álles wat civilized is. Dussss lieve Facebookkinderen, als je weer eens roept dat ons land kapot, verrot en naar de klote is, kijk dan eens op de Facebookpagina (want je zit toch al met je lazy ass op internet, toch?) van een willekeurige krant. En klik dan het blokje ‘Nieuws’ aan. Educate yourself.

En voor alle huisvrouwen die hopen dat hun hele Action-huis kan worden ingericht met een VT-Wonen loungeset, keukeninbouwapparatuur, airfryer, haardroger en nieuwe jacuzzi: Ain’t gonna happen. Ever. Dus laat je moeder, je dochters, buurvrouwen en krulspelden uit je comments. Vertel vooral niet dat je kunstgebit het heeft begeven. Laat het zielige verhaal van je ongeluk van 15 jaar geleden ook maar gewoon zitten want voorlopig ben je gezond genoeg om je pc aan te zetten en je FeesBoekje af te struinen op winacties.nl People smh.

Zo. Ben ik klaar? Jazeker broeders en zusters! Ik zag net een toffe winactie in mijn Instafeed. Want ik kan wel een Chill&Relax-weekendje-weg gebruiken als ik zo mijn hystérische blog teruglees. Che che che.

Expeditie Monkeyson

Expeditie Robinson. Ik beschouw het televisieprogramma als een jaarlijkse masterclass ´Hoe overleef je op één pakje rijst als alle Dirk van den Broeks failliet gaan´. Ook als een soort heerlijke “Wat als ik mee zou doen, hoe tactisch zou ik spelen in veertig graden temperaturen. Op 1 bananenschil per week.” Nah. Niks tactisch spelen, ik word direct hangry as hell natulek. Met je rijstkorrel per dag.

In real life heb ik eigenlijk nog nooit hoeven overleven qua eten en/of onderdak moeten zoeken. Verdrietig idee dat overleven voor heel veel mensen bittere realiteit is.. Als ik naar Expeditie kijk, dan zie ik overigens wel overeenkomsten qua locatie. Die belachelijk pretty eilandengroep op de Phillipijnen lijkt heel veel op de idyllische Sundae-eilanden waar ik in 2016 met een groepje vrienden ronddobberde. We hadden een boot, schipper en personeel, snacks, drinken, alles. Maar de ultieme stille, bijna desolate vibe in die eilandengroep- en wateren is goud. Het gegeven dat je serieus niemand tegengekomt op zo’n tranquillo island roadtrip, voelde fijn. Op jezelf en je eigen gedachten aangewezen zijn. Je nederig voelen omdat je op visite bent in een stuk natuur en onderzeewereld waar je gewoon niets te vertellen hebt als human. De echte bewoners zoals manta´s en baby hamerhaaitjes die langs je benen zwemmen. Zonder geluid te maken. Zonder te schreeuwen. Iets wat wij peoples zo goed kunnen. Alleen al de gedachte dat je ooit terug moet keren naar de bewoonde wereld. Waar iedereen weer aan je kop zit te zeiken, egoïstisch zit voor te dringen bij de kassa, in de trein en gewoon in het leven in general. Surreal.

Kaolo lelijke Expeditie-sandalen dragen is a mood smh .

Kaolo lelijke Expeditie Robinson-sandalen dragen is a mood smh.

Maar goed, ik heb mogen slapen onder een sterrenhemel, imposante rotsen kunnen beklimmen (die volgens mij gewoon gehuurd zijn voor alle Lord of de Rings-afleveringen). Het solitaire natuurgevoel voelde heel rijk. Maar dat heeft verder natuurlijk niets te maken met overleven op een bounty-eiland waar je wekenlang je tanden poetst met een stukkie kokosnoot.

Of toch. Als mijn studententijd ook geldt als survivallen tenminste. Ik bedoel, wekenlang teren op witbrood, pindakaas en pasta met groenten onder de twee euries, is hard hoor. Dan zit er waarschijnlijk tóch een klein Robinsonnetje in mij. Kijk, dat vind ik zo geinig aan Expeditie. Het is iedere keer toch weer een bucketlistgevoeletje dat het programma bij mij opwekt. Dat ik ook die vuurmaakskills wil ownen (leuwk toch een kampvuur op het balkon). Dat ik notabene als het Aapje niet eens fatsoenlijk in een touw kan klimmen. En dat ik dat dus ook gewoon zou willen. Is toch handig als er wat gebeurt in je osso? Lekker soepel een touw langs de muren gooien, mezelf sexy naar beneden laten abseilen. En ondertussen de hamster van de buren redden. Dat werk.

Wat ik trouwens wél kan: Een maand lang een hele dag niet eten en drinken onder heftige temperaturen. Ik heb namelijk ooit meegedaan aan de Ramadhan toen ik in Jakarta woonde. Supersolidair zijn met mijn moslimvriendjes en vriendinnetjes op school, ja toch. Hoe dat ging? Nou uhm, taai. Je moet even door een bepaald punt heen en proberen je energie slim te verdelen gedurende de dag. That’s all.

Dus recap: rondlopen op een onbewoond eiland, weinig eten en drinken maakt mij inderdaad nog geen Robinson. Als ik ooit voor de Mudrace ga trainen aka Gaat Never Gebeuren, dán pas mag ik stoer doen. Voorlopig houd ik het bij kijkon naar al die ploeterende Robinsons op tv. Maar vooral denk ik aan al die peoples op aarde voor wie voedselschaarste, struggelingen en geen osso hebben, überhaupt een nasty vanzelfsprekendheid is. Wat is de wereld eigenlijk een knap en lelijk apparaat tegelijk.

Altijd Lachen met die Longen

‘Ik hoest met droge keel en kriebel. Heb jij daar ook last van?’, appte mijn moeder met net het verkeerde – en dus grappig- emoji-gezichtje. ik wou dat ik ‘nee, wat vervelend voor je mama’ kon appen. We blijken hetzelfde irritante zwakke luchtwegen-gen te hebben. Dit gaat way back naar mijn babytijd. Ik ben geboren met bronchitis en longontsteking in de mix. Ziekenhuis was mijn tweede osso. Gelukkig schijn je over die longellende heen te groeien. And so it did. Maar je krijgt er wel aandoenings in dezelfde categorie voor terug: allergie en hooikoorts (iets met tegenreactie, antistoffen weetikveel). Lergic & Hay lopen dus als een soort blaffende honden al zo’n jaartje of tien met me mee. Met symptomen die lijken op, oh joy: bronchitis. Daarover later meer.

Ik heb best een bijzondere variant op hooikoorts. De meeste hooikoortspeoples hebben dikke ogen, niesbuien en loopneus. Ik heb dat ook allemaal maar minus de chubby eyes. Alleen vorig jaar op vacay in Griekenland was het taai. Ik reageerde plotseling helemaal hysterisch op alle bloeiende planten en struiken in Gyrosland. Met oogjes dicht Ouzo’s atten. My bad.

Anyway. Mijn hooikoortsaanval verloopt dus anders dan die van een random hooikoortspatiënt. Die van mij kruipt letterlijk als een hinderlijk Tetris-bataljon door mijn luchtwegen. Met epische hoestbuien als gevolg. Die hoestbuien kunnen overigens droog beginnen en na een tijdje transformeren in verstikkende slijm-apparaten. Die hoest, I mean really. Als ik in mijn hoestperiode met het OV ga, dan kijken mensen altijd verdwaasd om zich heen.
Op zoek naar dat oude gebochelde en rochelende vrouwtje. Dat oude vrouwtje vinden ze niet. Wel een leuk hip vrouwtje dat teringherrie produceert. Ogen dicht en je hoort National Geographic Channel aflevering ‘hoe mijnwerkers in 1788 klonken na 356 dagen steenkool snuivon’.

Anyway. Je doet er precies niks aan. Hoestdrankjes? Nah. Die zijn gemaakt voor symptoombestrijding en bedoeld om de toch al uitpuilende Maladiven-kas van de farmaceutische industrie verder te spekken. Soms helpt een honingdropje. Of een aai van mijn vriend over mijn hoesterige hoofdje. Maar de hoestprikkels zijn sluipmoordenaars. Krakakakaaa, snoeihard in mijn longen en hop, wéér een bijna-doodervaring. Daar helpt serieus helemaal niets tegen. Soms probeer ik de hoestprikkel te battelen door een soort mindfulness-dingetje er tegenaan te gooien. Gewoon, door rustig door te ademen, de kapotjeukende prikkel te negeren. Of te ownen, tis maar net hoe je het ziet. Op zo’n nasty moment kan ik ook niet praten en/of bewegen. Een overgeefsessie ligt namelijk gevaarlijk op de loer. De peristaltische beweging (yo Google) is dan zo heftig, dat ik niet anders kan zum kotsen. Dus dat. Hoesten is gewoon hel. En Thank God, eindelijk, eindelijk, na ruim anderhalve maand Chef Slijmproductie XL geweest te zijn, kan ik zeggen dat ik er vanaf ben. Dus als je volgende keer iemand hoort hoesten met een gemiddelde snelheid van 160 km/u (geen grap), maar geen idee hebt waar het vandaan komt: it’s me. The little monkey met haar helse hyperactief longapparaat, inclusief defecte UIT-knop. Advies: don’t stare at me. Stop gewoon oordopjes in. Dan stop ik op mijn beurt een honingdropje in mijn mond en doe ik een schietgebedje. Ik gun die lieve metroschoonmakers ook een normale werkdag, ja toch.

Loempia? Loempinee!

Loempia. De meest ondergewaardeerde snack. Ever. Ik bedoel, dit overheerlijke gefrituurde apparaat wordt altijd als side kick bij rijsttafels geserveerd. Hallo! Een loempia is een snack op zichzelf en géën bijgerecht, hoedan mensen. Ik kan het gewoon niet aan als peoples dat allemaal gaan vermengings. En dan hebben we het nog niet eens over de verwesterde snackbarloempia. Het enige wat je daarmee scoort zijn ontplofte smaakpapillen omdat je met de vulling eigenlijk voegen kunt insmeren. What’s wrong with you people.

Dat vroeg ik me onlangs ook af toen mijn vriend tijdens een Netflix binge-sessie een doosje Vietnamese loempia’s van de Dirk in de oven gooide. Want wat er na twintig minuten terug kwam op het bord weet ik niet eens meer, heb het verdrongen. Wat ik wel weet is dat ik jankte als een baby, bij elke hap steeds dikkere traantjes. Maar even serieus: de loempia’s kwamen om te beginnen niet dampend uit de oven met dat sexy krokantbruine jasje. Neen, ze bleven in die bleke deegkleur hangen. Dubbele janksessie als gevolg. Nou houd ik best van een eet-uitdaging, maar albino-loempia’s gaan me toch echt een stapje te ver. Dan de inhoud. Welke inhoud bedoelen ze precies? Er zou kip en groente in motte zitten. All I got waren drie sprietjes wortel en een hompje kool met zepige smaak. Mijn vertrouwen in de thuissnackwereld stortte meteen in elkaar die avond. Maar vooral was ik zwaar beledigd. Kijk, ik snaps dat het fabrieksloempia’s zijn. En dat ze daarom met de minst mogelijke inspanning en nul liefde met duizenden tegelijk door illegale Polen in een tochtige fabriekshal door een loempiamal worden geduwd. Maar dit, Dirk van de Broek, is echt grote schande. Het is hands down voedselverkrachting op landelijke schaal. Bovendien leert deze supermarkt verkeerde aannames aan. Nu denken alle boerenkinkels in Holland dat Vietnamezen kaolo slechte smaakontwikkeling hebben. Maar maakt niet uit want boerenkinkels snappen sowieso niks van smaakverfijnings want snuiven hooi en lopen te lang op klompen. Hersens gaan daar kapot van. Anyway. Deze loempia’s die dus alleen geschikt zijn om je schoonmoeder een permanente buikperforatie te gunnen liggen legaal bij de Dirk. Kan niet hè, gewoon stoppen met het produceren van deze ongelofelijke shit. Loempia? Loempinee zul je bedoelen!

Om niet al te zuur af te sluiten heb ik gelukkig de ontdekking van de eeuw gedaan. De boyfriend nam me laatst mee naar eethuis Afobaka in Kralingen. Niet alleen een begrip voor Kralingers maar blijkbaar al duizend jaar voor heel Roffa. En ik als import-Rotterdammert snapte het meteen toen ik het insane lekkere menu las. Waarna ik meteen als Michelin-test een broodje kippenlever bestelde. Die was vet mals. Kippenlever is dangerous food omdat als je niet goed bakt, het vlees transformeert in rubber. Afobaka for life dus. Helemaal omdat ze ook hete tofu goreng met rijst en boontjes hebben. TOFU GORENG OMFG. Het is dat je niet kunt trouwen voor de wet met een toko, maar anders had ik een aanzoek gedaan.
20190816_182231-01
On top of this hadden ze blikjes roasted cocconut juice van FOCO. Ik kende deze variant niet maar na de eerste slok jankte ik al. Dit keer van geluk. Want het smaakt superveel naar Es Kelapa Kopyor: vers geschaafd jong kokokvlees, vers kokoswater met suikersiroop en geschaafd ijs in de mix. En jeweet, muziek, geuren en ook smaken kunnen je instant meenemen naar good memories en fijne sferen toch. Dat blikje Foco roasted cocojuice deed dat. Ik was 350 ml lang osso in Indonesië while in Kralingen. Nou jullie weer.

Het Aapje droomt van kokosnotendingen

Toen ik laatst fruitig onder de douche vandaan kwam en me insmeerde met kokos bodylotion van Nivea en daarna op de bank kroop met thee en skinny Oreo’s met kokosvulling dacht ik: Kan Unilever nou echt nergens vanaf blijven en moet de innocent kokosnoot nu echt zo commerciëel uitgebuit worden?
Dat laatste is natulek een superflauwe opmerking want kokos zit al sinds het jaar kruik in alles wat we lekker vinden. Maar echt hoor, Als Bounty uit het snoepschap verdwijnt dan bied ik spontaan ‘Zijn jullie Locos blijf af van mijn Kokos’-petitie aan aan de Tweede Kamer. I mean, ja toch? En verder alles met kokos verandert gewoon in holiyay vibes, ook al heb je net al je vakantiedagen opgemaakt met huis klussen en kapotsaaie bezoekjes aan je schoonfamilie. Hoe? Je smeert kokosolie in je haar en je ruikt de rest van het jaar naar alle seizoenen van Hawaii Five O, ook al zie je er in het echt uit als Klazien uit Zalk.

Kokos is magic shit man. En toch ben ik een soort van hypocriet kritisch naar al die kokostoevoegingen in producten. Zodra kokos in fabrieksdingen wordt geprocessed, dan voelt het alsof het echte, het pure van kokos bruut wordt weggehaald en plaatsmaakt voor een slechte dupe ervan. I mean, ik ben een pinda die in Indonesië heeft gewoond. Het land dat palmproducten en kokos tot kunst heeft verheven. Van echte palmboomonderdelen maak je osso’s en van echte kokosnoten maak je superlekker voedsel. Kijk er een paar afleveringen van Expeditie Robinson bij voor de do it yourselfs en je hebt verder niks meer nodig in de leven. Kokos is magic shit like I said.

Dus waar jank ik eigenlijk over? Ja weet ik veel. Ik betaal rustig zes euro voor Nivea body met geprepte kokos-mineralen (what the feck zijn dat voor dingen) meanwhile koop ik voor dat bedrag in my hometown een stackvol aan Es Kelapa Kopyor (schaafijs met verse kokos en gecondenseerde melk) voor de rest van mijn leven. Rekensommetje is snel gemaakt toch qua what is the real shit en what not. Maar hee, ik woon nou eenmaal in een land en met een salaris waarvan ik Unilever kokosdupes kan kopen zonder dat ik meteen onder een brug lig in een kartonnen doosje, dus dit alles is dubbel, snap jij snap ik.

Dus blijf ik voorlopig alles consumeren wat bij benadering op the real coconuts lijkt en while I’m typing this: bestaan die good old kokosmakronen nog dat jullie weten?! Want boy die zijn me toch een partij vet lekker!! Fabriekskokosmakronen van Bakkerij de Gulden Krakeling, ja die ja. Fake ass kokos as hell, maar genoeg lekker als tussenoplossing. Totdat ik weer mijn vacay naar mijn hometown heb geboekt en op een bankje zit te chillen met een echte, genuine Es Kelapa Kopyor vol sappig kokosvruchtvlees en fruitigfris kokoswater regelrecht van de boom. Hasta Luego!

Gimme banana I play game

Ik en spelletjes. De relationship tussen die twee is wat ingewikkeld. Behalve woordspelletjes dan zoals Scrabble, Bananagram en Cards Against Humanity, duh.

Spelletjes dus. Soms heb ik zin en soms niet. Dat laatste meestal als al mijn vrienden er wél zin an hebben. Dan krijg je bijvoorbeeld dat een tros schreeuwende vriendinnen bloedfanatiek zit te kaarten, terwijl ik dan heel droog ernaast zit (‘Moo-hoon doe je nou mee of niet??’), al hun drankjes wegattend. Ik ben ook gekkie hoor af en toe. Afzonderings juist als het druk is. Nee, is niet gekkie, Het is de observator in mij. Ik ben een beelddenker en zie en hoor dan dingen. Vind ik leuk. Daar komen dan weer spoken words van die je tot in de lengte van dagen bij zullen blijven. Dat dan weer wel.

Maar ik dwaal af. We talk about games. En afgelopen week moest ik er toch aan geloven: mijn vriend die mij voor het eerst in mijn monkeylife introduceerde in backgammon aka TrikTrak. Ik had ‘m al een paar keer gewaarschuwd, want behalve achter mijn observatiegedrag verschuil ik me ook graag achter een high schooltrauma. Iets met wiskunde en duizend formules die ik real time voor de klas in een halve nanoseconde moest oplossen. Compleet met supernasty juf, niet normaal. Ze kneep in mijn arm telkens als ik een foute berekening maakte. Drama. Het werd gewoon blakka voor mijn ogen. En de formules werden dikke soep in mijn brein. Hopeloos. Kijk, lullen en schrijven kan ik als de beste. Maar iets uitrekenen no waayyy. Maar wat heeft dat te maken met spelletjes, Aapje? Nou, indirect alles. Als iemand mij iets uitlegt, in de trant van ‘als ik die dobbelsteen gooi en drie zetten doe, wat gebeurt er dan?’ Dan zeg ik: ‘ja uhhh weet ik veel, niks?’ Dat komt dus door die wiskundige terroristische aanslag op mijn hoofd. Ik sla dicht bij elke vraag wat om cijfers, logica en tactiek gaat. Mijn bovenkamer lijkt dan op een huis dat net is leeggehaald. Geen bank om op te chillen, geen voedsel om te snacken. Ik kan niks aan elkaar tweaken in een lege ruimte, toch? Daarom. Again, vrij hopeloos. En niemand die dan vraagt: ‘Ramoon, maak jij daar nou eens een mooi woordensoepie van’. Helemaal fucking niemand. Cijfers die dominant gaan zitten te doen. Zo oneerlijk.

Terug naar TrikTrak. Met het geduld van een sexy engel (maar met het fanatisme van een sporter want CIOS-achtergrond) loodste boyfriend mij door het spel heen. Wat de eerste helft betreft ging dat nog best smooth, al zeg ik het zelf. Nou vooruit confession, ik wilde stoer doen naar vriend. Dus zonder vakjes te tellen de stenen op de juiste plek leggen en keihard weigeren om de dobbelsteen om te draaien maar snel in mijn hoofd proberen te tellen, dat werk. Maar toen de stenen eenmaal aan de overkant lagen en dus het moment suprême was aangebroken om je stenen te ownen en zo snel mogelijk uit het spel te spelen, werd het ingewikkelings voor mij. Waar mijn nasty wiskundejuf mijn arm allang donkerblauw had geknepen, wist mijn supergeduldige boyfriend na drie extra uitlegpogingen het triktrakkwartje eíndelijk bij mij te laten vallen. Ik begreep namelijk niet (aka ik wilde het gewoon niet begrijpen of het was gewoon al soep geworden in de bovenkamer weet ik veel heb het verdrongen), dat als je in je laatste beurt bijvoorbeeld dubbel 1 gooit, jezelf uit het spel kan spelen, ook als je nog maar 1 steen hebt liggen. Snappen jullie het nog? Nee ik ook niet.

Biertje anyone?

PS: zonder gekkigheid, a) ik vind het een superdope spel en b) Manadonezen zijn gek van spelletjes en staan ook bekend om hun fanatisme erin (dus warum ik dat gen nou niet automatisch ingeprogrammeerd heb gekregen is worlds greatest mistery bruhh).

Anyway, na triktrak krijg ik hoogstwaarschijnlijk een masterclass schaken van boyfriend. Het spel wat mijn papa mij nota bene nog wilde leren. Hij zou trots zijn geweest op mij en op mijn vriend, for sure. De cirkel is rond. Ik ben game mang.

Hallo quinoatosti’s van me, alles goed?

De zomer is, op een paar hinderlijke natuurrampen in de vorm van nasty regen na, eíndelijk begonnen. Zo fijn dit. Alles geeft licht. De stad ziet er sexylekker uit, dikzakken met oranje muil aka meeuwen, terroriseren je bak patat en mensen met een eeuwig kuthumeur hebben opeens humor of zijn gelukkig dood. Waar ik heen wil: de zomer is ook altijd hét moment dat social media bruut wordt aangerand door allerlei hysterische persberichten. En die gaan allemaal over hetzelfde apparaat, namelijk de foodtruck. Die foodtrucks komen dan met containers tegelijk naar een onschuldig stadspark. Daar worden pinautomaatjes heel geniepig tussen de veganistische milkshakes met ham-tarwekiemflavour verstopt en dan opeens heten ze festival. Aaahhhhw hoe leuk is dat.

De hele zomer in de knallende hitte, of juist in de stortende regen gramproof pics maken van bakjes overprized vegan sushi en keukens op wieltjes. Stiekem ben je gewoon jaloers dat je je eigen keuken en verkering niet af en toe de parkeerplaats op kunt rollen voor de rust. Gezellie met de meidon naar een foodiefestival hoor! Al die provinciechickies lekker erop uit om fijn een daggie te chillen bij een walmende buitenbbq: #bbqblessings. En/of chicks die allemaal met dezelfde synchroonzwemmende linkerhand -vol signature goldplated ringetjes van Anna&Nina, een overheerlijke graspollen-kaviaarlolly vasthouden: ‘Say #foodtruckforever #squadgoals#cheese!!!’. U begrijpt, ik heb helemaal niks met die foodtrucks. Of eigenlijk bedoel ik: het is weer hoog tijd om hipsterdingen te bashen. This time the monkey is coming at ya foodrukkersss.

Want wat is dat toch met die inmiddels totaal overrated foodfestivals? Vertel het me dan. Het zijn er ook gewoon te veel. Luister, ik hou zielsveel van eten. Dus wil ik best mijn bekkie branden aan een premium foodtruck-wagyuburger die ik direct wegspoel met een festivaltrucklauwe IPA. Waarvoor ik dan zonder te knipperen tachtig euries betaal, inclusief foodtruckpolsbandje in de kleur HipsterHigh. No spang. Ik steek dan wel gelijk die truck in de fik en loop voor de rest van het seizoen met diepe zielenpijn onder mijn arm. Maarr, ik heb dan wel een puik foodtruckfestivalletje afgevinkt. Netjes tog gewoon! Nee mensen, het ís niet gewoon. Het is abnormaal slecht. Slecht voor de monnies en slecht voor het milieu of all dingen. Want hipsterproducten zoals quinoa, dwangarbeidvrije koffie en met de hand geweven kaneelbroodjes moeten dus nog wel vervoerd worden. Soms uit een vergeten Hollandsch biologisch boerengat ergens in de 13e provincie. Maar de meeste hipsterexotische spullen worden toch echt door Air India overgevlogen met een dikke lel kerosine per kilometer rechtstreeks in de oceaan. Alle Dory’s dood joh.

Het is eigenlijk kapotgrappig hoe mijn rant jegens foodtrucks is begonnen. Namelijk bij mijn vriend thuis. Daar realiseerde ik me eigenlijk, al scrollend door die opdringerige foodtruckberichten, dat wij praktisch elk weekend mooi ons eigen festivalletje zitten te draaien. De fridge als ons eigen coole foodparadijs. Helemaal volgeramd met superlekkere drankjes en snackies. Om elkaar vervolgens knapperige loempia’s en dampende shoarmarolletjes te serveren. En in ronde twee bestellen we bellen homemade Spritzers voor elkaar. What’s verder on het krijtbordmenu? Wat dachten jullie van de lekkerste tortillas met zelfgedraaide guacamole en kaasknakworstcroissants? Weg te spoelen met limoenbiertjes en Magnums? Anders nog iets? Geen rijen en geen muntjes voor de dixie. Oh ja, de band is ook fakking rad: boyfriend draait, terwijl ik mezelf intens rond eet, op zijn draaitafels supersexy techno tot het ochtendgloren.

Hier kan geen #foodtrucksquadforlife tegenop, het is #rizki. Wollah.