ASIAN POWERRRRRR

Waarom kwam ik niet eerder op dit geniale idee. Want na Obama is het DE FRIKKIN HOOGSTE TIJD voor een Aziatisch persoon in het Witte Huis. Of gewoon, bij ons in het Torentje ja toch.

Álles wordt anders. Gemixed met dingen die  the same blijven. Heel veel dingen worden beter, veel beter. Onderlinge omgang bijvoorbeeld. Hoe mensen met elkaar praten; daar komt me toch een partij respect bij kijken, oh yes. Oudere mensen krijgen eíndelijk weer aanzien in Nederland. Het respect wat ze verdienen. Sowieso worden alle verzorgingshuizen en verpleegcomplexen opgedoekt. Ouders wonen bij je in of in elk geval binnen een actieradius van 100 meter. De ideologie erachter? Het zijn jouw ouders die je hebben grootgebracht, eten in je mond hebben gestopt. Zodat jij nu fancy kunt doen met je baan en shiny osso. Wees dus oneindig dankbaar door vol overgave voor je eigen ouwelui te zorgen. Duidelijk?

Ander punt: Al die hipsters die opeens vegan spullen moeten eten omdat hun Westers-beschaafde ingewanden niet meer kunnen battelen tegen graan en lactose. O hallo! in grote delen van Azië wordt al eeuwenlang veel bewuster en vooral lekkerder gegeten. Waarom denk je dat wij altijd zo lachen? On top of it: hipsterz betalen hiero gerust heel posh 15 euro voor een tofu sandwich. Wat een verstoorde marktwerking is dat zeg. Wij Aziaten lachen jullie heel hard uit hoor. Doe normaal man. Tofu is gewoon sojastremsel, een voedingsmiddel voor eenvoudige mensen van het land. Niet iets wat je exclusief als horecabedrijf één keer per jaar in een Instagrammenu knalt, voor de prijs van een maandsalaris. Dat hipsters dat dan kopen en zich dan opeens King of the Hill voelen: stop dat. Je zet jezelf zwaar voor schut.

En ander big issue: de Nederlandse Cultureluur. Don’t worry, wij destroyen jullie cultoer echt niet als wij de tent overnemen. Tulpen, klompen en molens, allesh. Mogen allemaal blijven staan waar ze staan. Cause we Asians love it, yay!!’ Jaaaa, jullie lezen het goed: Aziaten zorgen juist voor het preserveren van Hollands Erfgoed. Want zonder busladingen Aziaten met hun camera’s langs de Kinderdijk; hebben Kaas, Delfts Blauw en de Afsluitdijk allemaal precies geen bestaansrecht.

En voor alle shopaholics onder ons: alles gaat en blijft 24 uur open. Ja, ook op die vage Nederlandse feestdagen waar dat ene dorp wél en dat kantoor juist níet vrij krijgt van de baas. Zo inconsequent en onnodig. Luister: Aziaten werken hard en door alle feestdagen heen. Voor jullie. Zodat jullie jezelf ook middernacht met gevulde koeken van de nachtwinkel kunnen insmeren. Dus heb vanaf nu sowieso meer respect voor Asians en zeg nooit meer dat bami en nasi hetzelfde smaken.

We moeten door, want we zijn nog niet klaar. Want wij Asians gaan er ook voor zorgen dat mensen hier gaan stoppen met het cultiveren van welvaartsziekte numero uno: ik-heb-een-burnt-out-boehoe. Maar echt hoor. Wij gaan buurthuizen voorzien van complete prefab Asian wellnessspa’s. Meditatieruimtes in elk openbaar toilet en in bushokjes. Ook geen illegale beautysalons meer maar supermasseurs en wimperstylistes naar goed Aziatisch gebruik: elke nagelstyliste heeft minstens Geneeskunde en Rechten tegelijk gestudeerd. Bam met je Intelligente nagels. Je hebt gewoon geen tijd meer over om te janken dat je overwerkt bent. Omdat Aziaten keizers zijn in het fiksen van een kapot lijf aka Tijgerbalsem. En als je geluk hebt resetten ze ook nog eens je vastgekoekte Westerse ziel van: ‘ik wil alles, ik mag nooit kwetsbaar zijn en waarom wilde ik per se vegan vliegreisjes naar Ibiza maken?!’ naar: ‘peace out en neem een hapje loempia.’

Zijn jullie er nog? Zeker al helemaal onder de indruk van de stille kracht van Aziaten toch? Daarom, ik loop vast naar het Torentje en vraag Rutte om zijn bureau op te ruimen. Sampai jumpa!!!


 

Don’t make your yoghurt our problem

Er zijn een paar monkey rules die gelden voor het OV-traject in heel Nederland:

  1. je bent fris en ruikt naar antitranspirant met actieve perzikmineralen, een hysterisch lenteboeket of versgemaaid gras. Zo niet: HUISARREST
  2. hey hey, je werktas is bestemd voor je Macbook, niet voor de Macfriet
  3. peoples die Tupperware-yoghurt naast je komen eten

Over punt drie moet ik het echt even met jullie over hebben. Over die yoghurt to-go mensen. Ik heb observaties gedaan. En ik vind daar wat van. Van mensen die ’s ochtends yoghurt transferen naar een plastic bakje. Het zijn bepaalde types (sorry, dit hokjesduwen gaat vanzelf).

Van de week kwam zo’n vrouw naast me zitten vanaf metrostation Pijnacker. Tussen Pijn en Den Haag Centraal zitten nog minstens, zeven stops en 19 lange minuten. Deze meid was al luidruchtig en begon telefonisch te vergaderen (ook deze soort peoples mogen van mij direct voorgeleid worden naar de Kantonrechter waar ik ze daag voor metrovredebreuk). Dus ik was spontaan cranky. En om het nóg erger te maken haalde ze opeens een giga plastic apparaat vol met yoghurt uit haar lelijke sleurhut (lees: handtas waar met gemak een huiskamerinboedel in gegooid kan worden).

Op dat moment ging ik in rap tempo van cranky naar nasty. Als in: ik beschermde de linkerkant van mijn lichaam met mijn leven. Als er ook maar één spat yoghurt een landing zou maken op mijn, met smaak uitgezochte, zwaar fashionable jas-broekcombinatie, dan zou ik haar gaan slaan.

En het was echt heftig. Ze zat hardop te vergaderen (vrouw, het boeit niemand in deze coupé dat je vindt dat je collega ‘dat moet aankaarten met haar eigen leidinggevende’. Echt, wij leren niks van deze conversatie, stop ermee), en tegelijkertijd stopte ze zichzelf vol met lauwe zuivel.

Vooropgesteld: we live in a free country, gelukkig. Dat maakt dat je heus je yoghurt ergens anders mag opeten dan in je osso. Maar. De manier waarop je dat doet, dát is cruciaal. Want op het moment dat je een PUBLIEKE VOORZIENING gebruikt, betekent het dat je rekening met elkaar houdt. Deze vrouw deed niks geen rekenings. Ze at en praatte alsof ze op kantoor zat. Alleen. Alsof niemand haar meevroeg om te lunchen. En daarom uit pure frustratie solo besloot te gaan schreeuwen en vreten tegelijk.

Ik durfde ook niet naar haar te kijken. Want geheid zat haar pratende mond vol met yoghurt, iew. Vrouw, where was your dignity. Die had ze helaas thuis gelaten. Volgende keer yoghurtvrouwtje: neem je fatsoen mee en laat Friesland Campina lekker thuis, ok dushi?

Hey hey ouwe pinda, onbeskoft jij!

 


Jongens, ik zit al een tijdje bij een Facebookgroepje over Indisch koken.  Aaahhhw gezellig tog monkey. Nee is het niet. Ik heb haatliefderelatie met deze club. De recepten die gepost worden zijn namelijk vaak superchill, lekker en inspirerend. Daar ligt het niet aan. Maar, de meeste leden zijn Ok Boomers. En Indisch. Precies die combinatie is gewoon I just can’t. De comments van deze pinda’s-over-datum zijn intens hinderlijk. Belastend voor mijn zonnige humeur. Echt, de dingenwoorden die ze naar mede-hobbykoks afdeling Indonesisch eten smijten, daar lusten de doggo’s nog geen fatsoenlijk stuk brood van. Zestigers die hun mond vol hebben van fatsoen maar ondertussen zelf de loeder uithangen achter hun personal computer waar nog een floppy disc in moet. Smh.

Bij een supermooie foto van goudbruin gebakken loempia’s, gepost door een blij lid lees ik bijvoorbeeld deze comment: WAT IS HET RECEPT (hallo capslock je broekrits staat nog open). Nog geen vijf minuten later van diezelfde old peanut: ?????? KAN JE NOG RECEPT DELEN” (hallo again ouwe Indische kraai: ze hoort je niet, ook niet als je HOofdletters gebruiKt). Daaronder een comment van rollatorvriendin van old peanut: “ja vin ook gek dat geen reactie volgens mij uit fotoboek deze foto, veelste mooi en daarom niet reageren maar alleen pronken bah.” Rollatorvriendin had apparently bondje gesloten met een andere Indische rolstoeler, die het nodig vond om de loempiafotodame on top of it “onbeschoft” te noemen. Luister dan. Alleen Judeska heeft het copyright op het gebruik van het wonderschone woord onbeskoft. Hoe dan deze oude peoples uit de Indo-universum.

Maar goed. Normaal gesproken reageer ik niet op dit soort gedroeftoeter op de socials. Maar diep van binnen was ik inmiddels een ontplofte bapao geworden van irritatie. Deze lelijke tante Liens tikten bij mij een boxje aan en ik was niet meer te stoppen. Maar echt. Ik had zin om de duivelse zuster van Gerda Havertong op deze Ok Boomers af te sturen. “IK GA NAAR JULLIE TOEKOMEN EN JULLIE MOND SPOELEN OF IK SLA MET RIEM “.  Dat deed ik niet natuurlijk. In plaats daarvan heb ik eigenwoordig de vloer met ze aangeveegd. In monkey style. Ik ga niet herhalen wát ik heb gezegd. Het was in elk geval een effectieve mix van stay classy met alle fatale vocabulaire die al die tijd in mijn hoofd zat te bubbelen. A clash of Indonesian Generations Next Level. Waarop old peanut (die van ‘onbeskoft’) beetje beduusd reageerde: “ja nou plaats dan geen foto of geef later het recept. Vind prima zo, ik ga niet meer reageren, vind het alleen sneu voor die luitjes die vragen.”

En wat doen we met oude kleine kinderen die vragen? Juistem. Die worden overgeslagen.

Dus bu-bye lelijke pindaboomers. Ga lekker onder uw batikdekentje liggen, begraaf Facebook samen met kunstgebit in uw warmwaterkruik, bestel ouderenthuisbezorgd.nl en verder mondje dicht. Voor everyone else who love to cook and share Indonesian recipes: Selamat makan, enjoy and don’t you dare to get zuur yo.

Het Aapje zag een mafklapper


Echt gebeurd. Ik stond vorige week op een tochtig metrostation met de wind in mijn rug. Maar achter mijn rug gebeurt shit. Ik vang een gesprek op aka iemand praat superluid en behoorlijk opgefokt. Ik tik op mijn bluetooth-oortjes om Chris Brown iets gedimder te laten zingon want dit gesprek intrigreert. Maar not in a good way. ‘Ech nie ga ik voor jullie teringleiers betale, donder n end op ja toch’. Het is een stem van een opgefokte dertiger die zijn loodzware issues totaal ongevraagd in het gezicht van zijn familie of kennissen (?) smijt. Ik sta nog steeds met mijn rug naar deze setting toe. Ik wil front row luistervinken maar wel low key. Nee man, straks krijg ik een stomp van deze droeve figuur.

Maar we moeten door want meneer Teringleier is duidelijk on acid. “Weten jullie wat een masjettie is? dat zijn van die lange kapmessen waar je in één keer een arm mee afhakt haha jaja” Meneer de Tering lacht psychopaat-ish en krijgt respons van, wat ik zo kan horen, kleine kinderstemmen. Stemmetjes van nog geen zes jaar oud omfg. Ben in shock. Ik voel ongemak in mijn lijf in de mix met een vibe van onveiligheid. Ik wil niet de profiler gaan uithangen, maar dit soort types gaan goed op hun eigen toxic energy. Uitlokken is het ultieme doel in deleven. Één verkeerde opmerking naar deze gast en je ligt gevierendeeld tussen de metrorails.

Meneer Tering begint steeds harder te praten, alsof ie zijn territorium af wil bakenen tegen andere eventuele perronpeoples. Het klinkt niet eens stoer wat ie uitbraakt, eerder klinkt het zielig en pathetisch. Qua gespreksstof alsof hij met zijn enige twee matties in een foute kroeg tegen niemand in het bijzonder staat te lullen (maar wel hopen dat je indruk maakt): ” Weet je hoe ik dit soort dingen vroeger deed? Gewoon paar harde klappen op de muil en daarna samen biertje drinken, ja zo deden we dat dus nie van dat slappe gelul van tegenwoordig HAHAHAHAH”. Ik hoor (zijn) kinderen (gedwongen voorgeprogrammeerd) meelachen: “hihihiiiii neeeee doe je dat echt?!!’. Deze kinderen hebben zojuist poep te horen gekregen. Ik kook van binnen.

Dit is het moment dat ik me omdraai en tegelijkertijd mijn maag omdraait. Want mijn oren en onderbuikgevoel hadden het goed. Ik zie een wat gedrongen opgefokte kerel van in de dertig. Kaal Petje Bomberjack. IJsberend met gorilla-armen zwaaiend over het perron met zijn kroost onschuldig huppelend achter zich aan. Een vader die met intimiderende stem volslagen insane informatie van nul niveau met zijn kinderen deelt. Oh wacht even.
Ze hebben net geleerd hoe met een kapmes ledematen af te hakken. Wat goeeed!!! Echt  superhandig om te weten, naast het feit dat je je Danoontje altijd helemaal op moet eten natuurlijk.

Ik weet niet waar ze naartoe gingen of vandaan kwamen maar for the sake of the Holy Mother of God: Ik hoop dat deze kiddos ergens een moeder hebben die ze voorleest uit Kikker en zijn Vriendjes. Want aan deze teringleierdaddy heeft dit kroost van de toekomst precies helemaal niéts.

Het Aapje ging op cursusweekend

De monkey was op cursus dit weekend. Dat ging soort van per ongeluk. Toen ik namelijk voor de zoveelste keer schaamteloos sneller klaar was dan mijn vriend met het wegtijgeren van een broodje, was de mond eh maat vol. Vriend: “Weet je eigenlijk wel hoeveel keer je op één hapje moet kauwen?!” Thank Gods for creating google. Er ging een wereld voor me open. “Voor een goed werkend spijsverteringsproces kauw je minstens 20 keer op je hapje” Lawd have mercy. Volgens mij slikte ik al die tijd na zes keer mijn voedsel al door. Want jeweet toch Gulzig, Bourgondiër, the Works. Maar ik was dus in shock bij het processen van deze nieuwe info. Ik kauwde dus al die tijd nooit aandachtig (en ok, eten en Netflixen simultaneously helpt ook niet). Ik at eigenlijk gewoon lucht. Vandaar dat ik opgeblazen buik forever had! Dus dit weekend gelijk mindfullnes kauwen in de praktijk geknald. Infosites zeggen ook dat het lastig is om nieuw kauwgedrag aan te leren. Klopt want tot twintig tellen bij elke kauwbeweging vergt dicipline yo. Maar moet zeggen: mijn buik reageert zielsgelukkig op mijn nieuwe eetroutine aka minder bol buikje en minder oprispingen. Ben ook echt onder de indruks van het snelle effect. Mag ik hetzelfde recept voor spieropbouw en überhaupt platte buik? Dank U.

Dat was dus cursus 1. Cursus 2 kwam ook uit de koker van Le Boyfriend. Nou ja deels dan. Omdat ik hem, na Expeditie Robinson kijken er met de haren bij heb gesleept, nu ook heb overgehaald om Wie is de Mol te volgen, werd het hoog tijd voor een tegenprestatie: Ik zou een NFL-wedstrijd kijken met zijn favo team Minnesota Vikings vs San Fransisco 49ers , mét uitleg over hoe het zit met die onbegrijpelijke worstelingen over die yards-lijn. Mag ik alvast confessen dat American football bestaat uit duizendmiljoen tactieken en strategieën om die bal over de lijn en/of een touchdown te scoren?! Mi gudu wat ingewikkelings is dit spel. Echt, buitenspel uitleggen (aan vrouwen ja, sorry voor deze seksistische comment die ondertussen gewoon waarheid is) is hierbij vergelijkings kinderspel. Wat ik in elk geval heb geleerd is dat je als team telkens vier keer de kans hebt om die bal over die 10 yard te knallen, de coach drie time outs kan vragen, een red flag op het veld wordt gegooid en de referee na consult gaat uitleggen waarom de rode kaart is gegeven. Maar most important: in American football hebben alle teams gelijke kansen. Je degradeert namelijk niet bij verlies. Nee mang, dit jaar hard op je helm gegaan? No probs, volgend jaar gwoon weer dabei. Ultiem American Dream dit. Allemaal leuwk en aardig maar voorlopig ben ik helemaal star struck voor de merch: de hoodies, shirts en caps.

Overall conclusie: American Football is niet goed voor mijn bankrekening, langzaam kauwen wél. Omdat je door langzamer te eten ook sneller vol zit, eet ik de voedselvoorraad ook minder snel op. Duh. Nou jullie weer.

What a Glorious Monkey Year 2019 was!!

Boi wat een jaar was vorig jaar. Een jaar waarin ik bijvoorbeeld door teruglopende opdrachten bij mijn start up, heel hard aan de bak moest om een nieuwe baan te scoren. Dus werkte ik in het voorjaar van 2019 een maand op de redactie van het AD Rotterdam. Een kortstondige bliksemcarrière maar echt, wat een eer om daar even gekoekeloerd te hebben. Daarna gesprekken gehad bij überhippe awardwinnende contentmarketingbureaus. Prima gesprekken waren dat maar o, o, o, wat zijn die creatieve vakluitjes van me toch onvoorspelbaar. Dan hadden ze alsnóg te weinig opdrachten voor me óf ik kwam niet snel genoeg met een salarisvoorstel (ja hallo, mag ik eeeeeeven nadenken voor hoeveel miljoen euries ik pas uit bed kom rollen? Dank U).

Anyway. Ik moest door. Dus stoomde ik hard doorrr en zat ik op gegeven moment in een bijna half jaar durende sollicitatieprocedure bij Defensie. Als mariniersdochter móest ik deze gezaghebbende uitdaging aangaan. Maar een veiligheidsonderzoek van vier maanden ging ver, ook al was ik al aangenomen. En toen 2019 bijna, bijna voorbij was, kwam die supertoffe communicatiebaan bij de CDA Tweede Kamerfractie uit de stikstofhoudende lucht naar beneden knallen. Wat een luxe. Want nu kon ik kiezen uit twee heel deftige banen, ja toch. Daarna ging het snel. Eind november tekende ik het contract bij de directeur van het CDA fractiebureau en in de eerste week van december was ik officiëel forens van Rotterdam Eastside naar de Hofstad Parliament.

In alle stressy hectiek van solliciteren vinkte ik een paar heel coole spoken word gigs af. Maakte ik een spoken word viddy, ben ik inmiddels vaste mc voor allerlei toffe culturele events bij Leeszaal West. Verder ben ik best groos dat ik in de film zat ter ere van de jubilerende ouwe kraai Deelder die nu in de hemel zit te chillen. On top of all, sleepte ik in juni de spoken der spokenprijs in de wacht en mocht ik mezelf officiëel Poetry Slam Rotterdam-winnares 2019 noemen en stond ik bij het CDA kerstdiner alweer te poetry slammen met als resultaat staatssecretaris Mona Keijzer en minister Grapperhaus als resp. nieuwe fangirl- en fanboy.

2019 was ook het normaal-win-ik-nooit- iets-qua-Facebookactie-maar-nu-fucking-wel: ik won een meesterlijke make over van Rob Peetoom. In zijn fancy Haarlemse studio kreeg ik nieuw haar, een nieuw gezichtje en een nieuw pricey Rodenstockbrilletje op me neus. Op 25 oktober schreef ik me in voor de online newsletter van een vintage shop (iets wat ik serieus noooooit doe) en vijf dagen later kreeg ik mail met de mededeling dat ik een vintage Prada tote bag had gewonnen. EEN FOKKING PRADA PEOPLES!!! Van het gezellige December Kalenderkraslot (IK KRIJG SNEEUWPOP MAAR IK MOET NOG MAAR VIER WANTJES SMH) dat ik voor kerst van boyfriend kreeg won ik een pretty… kraslot!! jajaja. En van het Oudejaarslot, gekregen van mijn schoonouders, kon ik mooi tien klinkende euries cashen. Ik voelde me koningin te rijk, snap jij snap ik.

Nieuwe bril, dezelfde apenstreken.

Nieuwe bril, dezelfde apenstreken.

Ander fijn hoogtepuntje: gevolgd worden door mijn grote vriendin Olcay Gulsen op de Instagrams. Maar dát komt omdat ik fangirl ben van haar make-uplijn en funny persoonlijkheid. En ik stalk haar (grapje). Het was ook definately het jaar van de gepersonaliseerde kerstboom. Sterker: Het werd mijn obsessie. Nog nooit heb ik zo hysterisch als soort tante Nel online en shops afgestroopt en naar Kerstballen Met Meaning gezocht. Heyy maar ik kan zeggen dat in onze boom mooi wel mondgeblazen én handgeschilderde microfoon, platenspeler, voetbal, handtas en rode ui hingen te shinen. Nou jullie weer met je random saaie ballen.

Maar vooral, vooral was ik in 2019 kerngezond. Op een griepje, doorlopende hooikoortsdingen en een kleine hersenschudding door bedrijfsongevalletje na. Niet alleen ík ben gezond: mijn moeder kon 29 december ook weer een jaartje bijtekenen. Hoe ouder hoe mooier. Net zoals haar dochters che che. En hoewel ik mijn mama, stiefpa zussie broertje nichtje en de rest van de fam in Indonesië vooral via de socials moest knuffelen, heb ik gelukkig wel veel live kunnen knuffelen met mijn familie hier vlakbij in Groningen en Amsterdam. Dat geldt ook voor mijn inner circle: mijn jaarclub, mijn besties en goede vriendjes en vriendinnetjes: they are all good, ondanks dat some of them iemand of een relatie zijn verloren. Of zitten te klungelen met gezondheid. They are all good. Sommigen heb ik veel gezien en voor iedereen met wie ik gecancelde koffie- diner- en cocktaildates heb: dit jaar is going down man.

Maar vooral, vooral ben ik 2019 enorm dankbaar voor het allergrootste kado dat ik heb mogen ontvangen, ever: zijn naam is Ronald. De allerliefste- en knapste pinda (mag since 2019 niet meer gezegd worden, maar een aap zegt het dan vooral juist wel. Sorry mensen) uit Rotterdam-Oost is mijn grootste precious ontdekking van 2019. Daar kan geen fancy Binnenhofbaan, geen spoken wordbokaal, beterwordenvan-griepje en Proud of my Prada-tas tegenop.

Luister dan. Een banaan eet je op, is geen kunst aan

Jongens, zullen we het even hebben over die Banaan in duct tape-gate?!
Ik vind er namelijk wat van als apenkop met een voorliefde voor bananen.

Om te beginnen: ik heb hartjes voor kunst (in het algemeen). Zelf ooit begonnen met het bewonderen van kunst en bouwwerken uit het jaar kruik. De afbrokkelende Acropolis, de intense Borobudurtempel op Java, de muurschilderingen in de rotsen op Sri Lanka. Mijn moeder en stiefpa zijn verantwoordelijk voor mijn interesse in de Oudheid. Geschiedenis maakt dus altijd indruk op mij. Heel lang was ik fan van schilderkunst van de Oude Meesters. Rembrandt, Frans Hals, the works. De details, de finesse van die gasten om lichtinval en knappe koppen  te schilderen is meesterlijk, ja toch.

Van de 17e eeuw-units maakte ik op gegeven moment de switch naar moderne kunst. Gewoon, zomaar. Noem het persoonlijke artistieke evolutie. Al dat middeleeuwse gepriegel, de krullen, de zuilen. Done with that. Dus begon ik modern art expo’s af te vinken. Heel interessant staren naar bijvoorbeeld een video-installatie met beetje shady beelden van naakte peoples, bloed en Ghost Adventures-geluiden. Of een zaal binnenlopen waar de mensen daar onderdeel bleken te zijn van een conceptuele kunst-installatie. Dit vind ik persoonlijk al te conceptueel.

Ja, ik ben fangirl van moderne kunst, klopt. Maar het moet niet tè intellectueel zijn. Er mag humor in zitten, een onverwachte wending. Het liefst groots en meeslepend. Kunstinstallaties met een ordinair randje bijvoorbeeld. Klibansky, die levensgrote gorilla’s overgoten met gouden bling-coating maakt. Of de opgezette haai van Damien Hirst. Vind ik leuk.

Dus. Ik vind conceptuele kunst interessant en ook vaak funny op een indrukwekkende manier. Omdat het je eigen fantasie prikkelt. Omdat wat je ziet vaak een soort mind fuck is. En nadenken is altijd goed toch? Maaarrrr. Ik heb zoals gezegd mijn grenzen.

Die banaan. My gosh. Een banaan gekilled met duct tape en daar much monnie voor vragen. Ik vind dit soort ‘kunst’ echt getuigen van een soort arrogante luiheid. Maar echt. Kijk, het leuke van kunstenaar zijn is dat je de volledige vrijheid hebt om iets te maken. Maar neem je audience serieus dan. Dat doe je niet door een banaan op een muur te plakken en daar heel fancy over te gaan doen. Ik leer niks van jouw banaan en kriig geen inspiratie. Nou jij weer.

Als je de zin/onzin van kunst op een unieke manier wil presenteren, doe daar dan megahard je best voor. Doe het met bezieling. Een banaan duct tapen wat is dat. Heeft met aspiraties niks te maken. Maar goed wie ben ik. Misschien ben ik wel stom dat ik de muren niet allang heb lopen sauzen met mijn chips-stash. En daarom gruwelijk veel geld ben misgelopen.

Hou op met mij hoor.

I Ride, You Listen. Capisce?

Met mijn nieuwe baan komt ook een fonkelnieuw forenzentraject: Havenstad- Eastside naar de Hofstad en weer terug. Het voelt als een nieuwe speelplaats voor een observator zoals ik. Zo heerlak is dat, die metrovibe waarin iedereen zijn eigen stukje (geforceerd) (noodgedwongen) civilisation laat zien naar de mede-human. De metro en verdraagzaamheid. Het is de ultieme uitdaging in verbroedering, ik weet. In spitsuur ben je een sardientje, kom je zuurstof tekort en gaat je reukorgaan naar de kloten omdat SOMMIGE MENSEN – MAAR DAT ZIJN ER SOMMIGEN TE VEEL- DIE GEEN DEO SNAPPEN. What’s wrong with you people.

Anyway we moeten door. Het OV ís en blijft voor mij de ultieme speeltuin voor mijn woordenbrein, nasty not nasty. Een sneakertracker maar dan real time (‘mijn god, die chick draagt sneakers die ik ook wil’), een oneindige waterval aan nieuwe woorden en/of zinnen die ik hoor (want man man man, wat een wonderlijke ouwehoerings krijgen mensen in alle vroegte toch uit hun mond).

Metrorijden is gewoon goud. Ik las deze week dat, in tegenstelling tot andere grote steden, niet het centrale station (Rotterdam Centraal) het drukste metroknooppunt is, maar station Beurs. Het sexy station vlakbij de Coolsingel en Koopgoot waar alles samenkomt. Precies dat. Want als ik in Oost instap, deel ik de coupé nog met een handjevol semi-slaperige buitenwijkbewoners. Zodra we Kralingse Zoom voorbijrijden richting het centrum en bij Beurs stoppen, voelt de vibe gelijk anders. Hier komen stadse en wijkse Rotterdammers in vrede samenbubbelen. Of niet. Zo was ik afgelopen vrijdag ongevraagd lid geworden van een collectieve rolling eyes-posse. Omdat een lompe meid het volumeschuifje van haar stem op mount Everest had gezet. En wij dus witness waren van een totaal niet-boeiend gesprek tussen miss Lompy en haar zus, die apparently was vergeten hun moeder te droppen bij de kapper. Ze hadden Lompy moeten droppen in een Breaking Bad-woestijn, wat dacht je daarvan.

Maar goed, we moeten door. De metro is de komende tijd mijn beste mattie, mijn inspiratiebron. Een rijdend teambuildingsuitje waar elke dag een paar duizend kampioenen in verdraagzaamheid in- en uitstappen, de losers daargelaten. En ik. beste apenkoppen, ik observeer dat alles en leg het vast: I ride and I write, and you, you listen. Capisce?🐵

Hallo Tweede Kamer der Monkey-Generaal!

Vandaag een superbijzondere dag jo. Ik was namelijk naast mijn freelance werk op zoek naar een vaste baan. Voor meer steadyness, voor meer doekoe op de broodplank, snap jij snap ik.

Vandaag ís het dan zover: mijn eerste werkdag bij de Tweede Kamer der Staten Generaal op het Binnenhof in Den Haag. Wat een major switch it is. Van start up creative contentwriting naar writing about politics. Allebei dynamisch maar zo zo anders qua vibe.

Om te beginnen moest ik aan de bak met mijn fashionstash. Ik bedoel, ik denk dat ze het bij het Binnenhof op zich wel verfrissend vinden zo’n kroepoek met hiphopaspiraties. Helemaal swag in hoodiecapfannypack. Maar laten we dat maar even niet doen. Dusss ben ik het weekend mijn enorm veelzijdige kledingstash ingedoken. Al mijn preppy sartorial-ish combinaties apart gelegd: suède loafers, crèmekleurige blouses, black pants en classy effen shirts and all that.

Vanaf vandaag zal het even wennen zijn. Om vier dagen in de week in mantelpak en monk shoes mezelf te laten chauffeuren door de forenzenmetro van de Havenstad richting Hofstad. Maar boi, heb hier superveel zin in. Want de freelanceleven kende ook haar downs. Ik zat namelijk niet alle dagen van de week te schrijven in die superhipster internationale tech hub aan het Singel in Amsterdam. Vaak zat ik ook achter mijn laptop @ osso mijn ding te doen. En dat lieve apenkoppen, is voor een social dier zoals ik best taai. Ik hou namelijk van de kantoorkoffieautomaat-vibe. Maar vooral; eindelijk weer een beetje kantoorstructuur. Ja man. In mijn sollicitatiegesprek zei ik al dat juist creative peoples zoals ik een beetje grenzeloos kunnen zijn. Je weet zelf toch, beetje schrijven, creëren, woorden aan elkaar mixen, dat. Maar dan zonder timetable, zonder deadlines. Een kantoorbaan geeft die structuur juist op een presenteerblaadje en dat vind ik lekker. Breintechnisch is het ook een winner. Het feit dat ik ergens mooi naartoe kan werken samen met een team of iets echt af moet hebben binnen nul minuten. Tijdens mijn start up-tijd in Damsko had ik natulek ook deadlines, maar als freelancer kon ik die tijd wat chiller indelen.

Dus, nogmaals en again: het is vandaag officiëel een beetje afscheid nemen van mijn hipsterschrijftijdperk. Bu-bye hoodie, dag dag Nike Air Max. Ok, niet helemaal, maar wel voor de volle vier dagen van de week. Of ik er een beetje sentimenteel van word? Nee joh, want ik bekijk dit alles als een AH Bonusvoordeelkaart. Ik heb superveel voordeel van zowel mijn freelancewerk als mijn nieuwe politieke werkplek. Ik blijf in alles een observator. Doe mijn ding. Schrijf dingen uit, schrijf dingen op. Recht toe rechtaan, feitelijk. Met diepgang, met monkeyhumor, Met straattaal en deftig jargon in de mixer. Het wordt supertof, echt, ik geef hier fabrieksgarantie op.

Dus blijft eigenlijk alles hetzelfde ja toch. En zeg nou zelf, een monkey met gepoetste schoentjes blijft altijd, precies, een apenkop.

Hasta luego en tot het volgende blog landgenoten van me!

Het Aapje houdt van bananen, sneakers en kleertjes (doneren). En jullie?

Ik heb de laatste tijd weer een Youtube viddy-obsessie erbij: Alle Youtubes over hoarders. Hoarders aka peoples die zichzelf in hun huis helemaal volstacken met troep, vaak verzameld door de jaren heen. Ik kwam er later pas achter dat hoarden eigenlijk een psychische aandoening is. Door verlies van een dierbare worden sommige mensen een soort hangjongere van hun eigen positieve herinneringen. Ze blijven bijvoorbeeld hardnekkig hangen aan spullen uit hun jeugd. Een jeugd waarin die overleden dierbare nog leefde. Hoarders zijn in staat om na twintig jaar nog steeds te knabbelen op hun babybijtring-in-staat van-ontbinding. Of ze worden eeuwige vriendjes met hun konijnenknuffel zonder oren. En zonder ogen. Maja, was wel eerste knuffel hè. Ja, de eerste knuffel gewonnen op de kermis. Hangen aan een herinnering next level is dit. Hoarders zijn hangjongeren die agressief worden als je aan hun Kingdom of Meuk komt. Als je één vinger uitsteekt naar hun precious inboedel, dat rijp is voor de kliko, dan krijg je direct gratish en voor niets een plek in de hel van ze. Tot zover het profiel van een hoarder.

Dus het is wel zielig, al die beroepsverzamelaars. Maar ik vind het dus wel allemaal aymaaazings. Want in al dat zieligs zie ik dan weer iets poëtisch-melancholisch. Ja, dat vind ik. Vanuit psychologisch point of view vind ik het intrigerend. Ik heb filmpjes gezien waarin de verzamelaars tijdens een grote schoonmaak superemo worden en/of outrageous. Omdat ze afscheid moeten nemen van een totaal beschimmeld supermarkttasje. Omdat daar blijkbaar een dierbare krop sla in had gezeten, gekocht toen hij/zij net op kamers ging. Of deze: “Ik wil deze set van vier totaal verroeste schroeven niet weggooien omdat het misschien ooit (in een uhm parallel universum?) nog een keer van pas gaat komen.”

In mijn familie zitten ook een paar stevige verzamelaars. Mijn moeder en stiefvader om maar een voorbeeld te noemen. Heb er dit blog over geschreven. Moet er wel bij zeggen dat het bij hun niet extreem is. Mijn moeder is geen hoarder maar heeft gewoon oog voor mooie dingen en is zuinig op al dat moois. Ikzelf ben het gelukkig ook niet. Ja ok, toen ik nog studeerde verzamelde ik alles wat met krokodillen te maken had. Ik moet hier mijn wijlen opa van de schuld geven. Het zit zo. Mijn grootouders hadden altijd een opgezette kaaiman op de kast staan. Toen ik ontdekte dat mijn opa de kaaiman zelf had gevangen en had opgezet, begon mijn fascinatie voor dit beest. Helemaal toen ik in een dierenboekje las dat een krokodil er misschien heul gevaarlijk en log uitziet, maar eigenlijk een enorme goedzak is met een superwankel gebit en een fat belly. Soort van spirit animal dus. Ik voel dit dier. Ik begon met een krokodillen-theepot, bekers en fluffy krokodillen. En ik eindigde bijna met een krokodillentattoo op mijn rug. Op zich was het nog best een uitdaging om fluffy crocodiles te vinden want die verkopen natulek voor geen meter. Ze zijn niet aaibaar, zien er niet cute uit, etc. Des te meer ik het een sport vond om ze wél te scoren. Maar goed, we moeten door met het verhaal. Ik ben dus geen extreme verzamelaar geworden. want die krokodillenperiode ligt al ver achter me. Thank U God.
Sterker: ik ben heul erg van het weggooien en weggeven aan kringloop of familie&vrienden. Bij mij helpt het gewoon om regelmatig op te ruimen en dingen weg te flikkeren of te doneren. Alsof mijn hoofd dan ook meteen lekker aan de kant is, snap jij snap ik. Het gevoel dat er dingen in huis liggen die niet of nooit meer gebruikt gaan worden werkt superverstorend in mijn brein.

20191104_151948

Er is wel uno exception op mijn lean life en dat is: kleding. Hoewel ik best regelmatig een doos doneer aan een weggeefhoek op fb, of een zak afgedankte fashion naar de H&M sleep voor een kortingsbon (duh), blijft mijn kleding- en shoesstash uhm royaal gevuld. Met speciale vermelding van sneakers: Daar heb ik ook meesterlijk veel van. Dat weet mijn vriend ook. Die deed vorige week toen ik jarige job was, nog een extra lieve investering door mij een paar schitterende Stan Smiths cadeau te doen. Daar liep ik hoor, PattaPrinses met nieuwe aanwinst. Ik ben dan wel Het Aapje, maar vooral ben ik het meisje van de kleertjes en de schoentjes.

Een PattaPrincess, een ex-krokodillenverzamelaarster, een hoarder-symphatisant en een fanatieke spullenwegflikkerares (oh hallo Scrabble). Wat een leuwke LinkedIn-bio is dit eigenlijk, ja toch?!