Mama was here

Sinds een week is mijn moeder in Nederland. Nog geen twee weken geleden was zussie hier, die inmiddels via Florence en München weer op Bali is. Ja, het is hysterisch die familie van mij.

Sinds een week is mijn moemie hier. Mijn ooms, tante en ik haalden haar in het ochtendgloren op van Schiphol, met als doel haar z.s.m. naar huis te brengen (bij tante in het Haagsche) en haar in een fris opgemaakt bedje te leggen. Een jetlag bij een zeventiger eruit kloppen kun je maar beter zorgvuldig doen.

Mama❤

Mama❤

Hoe anders liep het. Mijn moeder wilde helemáál niet slapen. Nee man. ‘Mama wil een Nederlandse simkaart in de stad regelen, gelijk even winkels kijken toch?’ En zo hobbelden mijn twee ooms, mijn tante en ik als chaperonnes braaf achter mama aan, de paden op, het Haagsche Noordeinde in. ‘Ik heb zin in falfel, eh falafel’ meldt moeders monter tussen haar hippe sneakerlooppassen door. Even daarvoor toverde ze nog een quiche van Starbucks uit haar handbagage. ‘Heb ik gekocht vlak voordat ik weer moest boarden.’ Mijn moeder, die net koud een uur geleden door Singapore Airlines vanuit Jakarta in NL was afgeleverd. Mama die er belachelijk frisfruitig uitzag, gezegend met een gezonde portie eetlust, zich voortbewegend met het tempo van een Indische hinde. Het ontroerde mij.

Van de week appte onze schoonmaakster Rabia dat ze aankomende zaterdag niet zou komen poetsen. Ze vliegt naar Marokko om haar zieke moeder te verzorgen. Mijn gedachten stonden opeens stil. Mijn gemoed wat zwaarder, het tempo lag eruit. Ik moest opeens aan papa denken. Pa die in 2016 een hersenbloeding kreeg en aan de gevolgen daarvan is gestorven. Halsoverkop vloog ik naar Manado, Indonesië naar een dode vader. Verzorgen kon niet meer.

Mijn moeder woont in Jakarta en, gelet op haar gesteldheid, nog enorm kwiek voor haar leeftijd. Er komt een dag dat dit allemaal voorbij is. Dat ik een vliegtuig pak, niet om haar te verzorgen, maar om haar as uit te strooien in de Indische Oceaan. Mijn moeder. Ze is hier in Nederland. Alle tijd die ik hier met haar ga doorbrengen is me, nog voordat het heeft plaatsgevonden, al enorm dierbaar. Ik ga haar vasthouden in een tempo dat mij past. Ons allebei past. Rabia wierp me van de week onbedoeld een count-your-blessing-moment recht in mijn schoot.

De gedachte daaraan ontroert mij.

Hallo Meneer Start Up, ik ben Het Aapje!

Mijn eerste werkweek bij Amsterdamse start up Týrsday is afgevinkt beste mensen. En ik vind daar wat van. Ik ben namelijk een super newbee in de wereld van start ups. Jaja, want deze monkey heeft haar werkervaring namelijk vooral bij grote jongens opgedaan. De Big Four, telecom, ministeries en onderwijs slash medische instellingen. Dat werk. Sinds ik de start up-wereld ben binnengewandeld, verwonder ik mij. Met een grote glimlach. Vanaf nu neem ik jullie mee in mijn Alice in StartupLand-avonturen. Let’s go!

Ik heb mijn solliegesprek en eerste werkweek op Týrsday’s kantoorboot gehad. Dat klinkt in principe nog niet heel spannend, maar wel als ik zeg dat die bateau op de Amstel lag te shinen, pal voor de Hermitage. Dus dan hebben we het over een triple A-locatie. Oh. Is dat sensationeel dan? Voor een kantoorklerk zoals ik, die gewend is bij grote corporates te werken, waarin je huis in een muffig kantoorkolos woont van pakweg tien verdiepingen hoog langs de A1, is het antwoord: Ja. Om het nog scherper te stellen: Als je op een regulier kantoor werkt, dan vinden teamuitjes plaats op ‘leuke’ locaties zoals een salonboot door de grachten. Precies, zo’n boot waar ik dus nu op heb gewerkt. De boot als uitje versus de boot als kantoor. Zoek de verschillen in hipsterheid. Anyway. Aan het roer van Týrsday staan twee partners, Gijsbregt en Mathys. Gesprek 1 had ik met Gijsbregt op de bateau en gesprek 2 met Mathys in Tyrsday’s nieuwe hi-ha-hipster onderkomen TQ aan het Singel (over die nieuwe office blog ik next time). Beide gesprekken met de heren partners gingen vloeiend en organisch. Maar toch ook spannend. Immers, ik had mezelf helemaal in de shine gezet als contentwriter en niet als contentmanager. En toch voelde het goed. Zij hadden/hebben het vertrouwen in mijn expertise en hadden/hebben vooral heul veel zin mij dingen te leren. Over hoe Týrsday werkt, de tech die zij gebruiken voor het storytellen voor klanten. Zet dat naast een random sollicitatieprocedure van een willekeurige corporate en zoek de verschillen. I promise, je bent next year nóg bezig. Van de humorloze notificatiemails zoals ‘bedankt voor je interesse in ons bedrijf. U ontvangt spoedig bericht over het verloop van de procedure’ tot aan de classic afsluitende pay offs die je roept na je eerste gesprek, such as ‘Nou, dank voor het leuke gesprek. Succes met de procedure en ik hoor het nog wel’, is niemand nooit echt beter geworden. Ik daarentegen van een high five van Mathys bij wijze van ‘je hoort nog van ons’ na ons gesprek, wel. Slechtlange zinnen, ik weet, maar voelen jullie het verschil? De vibe?

Dan de hele attitude van start uppers, zullen we het daar eens over hebben.
Vorige week kreeg ik enthousiast uitleg over de kwartaalrapportages die ik binnenkort zelf moet draaien. ‘Heb je weleens eerder met Google Analytics gewerkt’ peilde Gijsbregt, precies op het moment dat ik mijn moeilijke Alpha-face opzette (lees: ik ben Alpha, dus ik ben van de fancy woorden&zinnen dus sterf ik een langzame dood als ik moet werken met stats, tabellen en cijfers moet interpreteron). Ik kon op dat moment twee dingen doen: a) heel stoer mompelen dat ik ‘weleensooitlanggeleden’ met GA heb gewerkt (klopt ook wel, maar heb het verdrongen) of b) heel fierce ‘nee!’ roepen. Ik koos natulek voor optie b). Waarop Gijsbregt dit riep: ‘WAT TOF, DAT BETEKENT DAT JE IETS HEEL NIEUWS BIJ ONS GAAT LEREN!’ Totaal beduusd van dit rammende enthousiasme vluchtte mijn blik van de schrik naar een vrij intimiderende kwartaalrapportage op mijn Mac-scherm. En daarna had ik een binnenpret-momentje. Wát een gasten zijn dit. Zo blij als ze zijn en zo ready om kennis met je te willen delen. Daar kunnen corporates wel wat van leren met hun opleidingsbudgetten-bureacratie en ‘even kijken of we iemand kunnen vrijmaken zodat je zo snel mogelijk aangeschakeld bent’ (man man man).

Allesh is natuurlijk nog brand new. Maar als je Trello (kom ik zo op terug) meteen vol wordt gestopt met meeting bij klant, eindredactie en interviews met klanten, dan heb je me hoor. De verantwoordelijkheden die ik krijg en het vertrouwen dat ik het ga fiksen, wordt gepresenteerd met een energie die ik niet meteen kan thuisbrengen, maar wel heel anders aanvoelt dan wat ik normaal gesproken gewend ben. Minder reserves en argusogen van kantoorklerken die zich allang en breed door de noeste kantoorhierarchie hebben gebilaat, gejaargesprekt en geheidag-geworsteld. Wél heel veel meer Gaan met Banaan, met dat eindeloos aanstekelijke enthousiasme. What’s not to like eigenlijk (nou ja ok: KWARTAALRAPPORTAGES als ik toch moet kiezen).

Heb ik het al gehad over al die vernuftige en zo voor de handliggende apps die Týrsdayers gebruiken? Slack, hun.eigen cms Create, Google Docs (heb ik natuurlijk zelf allang maar werk er alleen maar xgvdfoefsdfesresrz),
en Trello (voor iedereen met planningsfobie). Ik zou bíjna mijn statige Outlook, de excelsheets (oh joy), de G-schijf en de eventuele kapotvage afdelingsschijf waar werkelijk niemand verder bij kan, missen. De overzichtelijkheid versus de zwierige apps die onderling lekker wat-jij-wil aan elkaar zijn getweakt. Ik overweeg Trello bij mijn vriend te introduceren. Samen hebben wij namelijk een te belachelijk druk leven, waarin planning van levensbelang is. Maar first things first: eerst maar eens kijken hoe ik mijn tweede week bij deze leuke jongens en meisjes van Týrsday er vanaf breng. Spreek jullie laters. Of zullen we Slacken?

Het Aapje in de battle met Griekse pollen en melancholische dingen

Ik was op jaarclublustrum in de derde week van September. Een memorabele week waarin de enige conclusie die getrokken kon worden is dat wij, 10 chicas sterk, met elkaar, goud in handen hebben. Alle huidige negatieve publiciteit rondom het Groninger Studenten Corps ten spijt; de band die we hebben is onaantastbaar en waardevast tot het einde der tijden. Ja, daar hebben we excessief bier voor moeten drinken. En ja, daar hebben we geheel vrijwillig infantiele maar best taaie ontgroeningsrituelen voor moeten doorstaan. En nog een paar andere typische studentendingen die buitenstaanders nooit zullen begrijpen.

Geeft niks. Want ik was op jaarclublustrum in de derde week van September en het was magisch. Een ABBA revival poolparty was genoeg om überhaupt alle epische party’s die ik ooit had afgevinkt, te doen verbleken. Samen in je nakie in het zwembad springen in de donkere Griekse zwoelie nacht terwijl je een longontsteking riskeert, het boeide niet. De Griekse eilandwind föhnde ons droog (toch?). Diezelfde wind bracht trouwens ook een container aan pollen mee. Een woeste Sirtaki in mijn neus en ogen vond plaats, waardoor ik Griekse hooikoortstranen in mijn cocktail moest plengen. Maar het boeide niet want we hadden elkaar.

Vijf dagen lang genoten we van bourgondisch Griekenland. Units in wijn gekookte octopus soepel in de fusie met wijn en Ouzo (wie btw Ouzo drinkt, verklaar ik voor gekkie. Maar dat geheel terzijde). We gingen goed op ijskoffies want daarentegen bleken de Griekse traditionele koffieblends totaal ondrinkbaar te zijn, maar ach wat boeit zoiets. Wij hebben elkaar.
Picture_20181005_100918254

Telkens als de hectiek van downtown Athene ons teveel werd, parkeerden we onze huurbolides bij een random strandclub en gooiden we de glossy’s, dolmades, strandhaar en diepe gesprekken in de hussel. We aten zandkorrels en lachten de supergeestige Groninger-anekdotes weg op een zeilboot later in de week. En dan kon het zomaar gebeuren dat tijdens ons fietstripje the next day, dwars door de vismarkt van Athene, ik superemotioneel werd. Want papa, ouwe visliefhebber, had spontaan bedacht zichzelf even op ‘aanwezig’ te zetten. Mij te laten voelen dat ie er was. En hoe, want ik brak volledig. Wat is het dán rijkdom dat de meisjes er zijn om troost te geven (ok en wijn daarna voor de schrik).

Ik was op clublustrum in de derde week van September. Het was magisch om vijf dagen lang zoveel lobi te voelen. En dat we die rijkdom delen voor de rest van ons leven.

Zomaar een melancholisch hooikoortsverslag van een oud-Vindicater die op lustrum was in Griekenland. Hoort U de snik ook in mijn stem? Nee? Lees dit blog dan opnieuw. Codewoord: vriendschap tot in de eeuwigheid.

WIJ WETEN DINGEN. AND IT’S BIG

Ik had vriendinnetje Batul al een tijdje niet gezien dus prikten we een seminardate (is dat een woord?) in posh en schattig Breukelen. In het kader van gezelligheid mixen met nuttige dingen in het leven, ja toch. In de auto richting Utrecht ging het bijpraatproces vrij rap van start. Batul die als coach een NLP-opleiding volgt, vertelde over haar kijk op persoonlijk leiderschap en spiritualiteit. Ik kon daar soepel op inhaken omdat een van mijn nieuwste opdrachtgevers aan het hoofd staat van een spirituele coachingsacademy in Bussum. Batul en ik. Onderweg naar Breukelen. Onze ervaringen, onze visie op persoonlijk en intuïtief leiderschap schoven we soepel in elkaar tijdens die bewuste autorit. We viben goed op het onderwerp heet dat in jargon.

Zo kon ik weer helemaal los op mijn stokpaardje ‘leiders en hun (machts)positie’. Leiders die oog verliezen voor hun omgeving en stekelblind worden. Als een soort Stevie Wonder maar dan zonder al het talent en de begaafdheid om mensen te verbinden en te raken zoals good ol Stevie al decennialang wél kan. Hey directeur, waarom verlies jij je medemenselijkheid eigenlijk net zo gemakkelijk als haaruitval zodra je een paar nullen extra op je bankrekening kan bijschrijven? Nou? Te vergelijken met een M&M-unit die van je ijsje afvalt en daar dan superonverschillig over zijn. Hellooo, die M&M is mooi wel de smaakmaker van het verder superrandom ijsje. Zonder werknemers geen bedrijf en zonder geïnspireerde collega’s kun je je firma net zo goed het raam uit knallen. Equal leadership zou goed zijn voor al die ego’s. Maak je werknemers gelijkwaardig en laat ze delen in de koers die je vaart. Maar goed. De achteloosheid bij die hooggeplaatste peoples die alleen nog maar opgewonden raken van winstmaximalisatie. De armoede.

En toen waren we in Breukelen. Op Neyenrode Business University. Om het seminar Samenwerken en Leiderschap bij te wonen plus de plechtige oratie van prof. dr. Jaap Schaveling ‘Transcend, Include and Be Curious’. Bijna vier uur lang kregen we minicolleges van knappe koppen uit het bedrijfsleven, uit de lokale politiek, van een organisatietrainer, een VU-hoogleraar, een assistent professor en van de prof. dr. himself. Allemaal vertelden ze intrigerende stories over persoonlijk leiderschap. Dat het om maximale inzet van impact moet gaan en níet over winst. Over het limpische systeem en de neocortex; dat superfascinerende deel van je hersenspan dat over je zintuigelijke waarneming gaat, je bewuste handelingen regelt, het breindeel dat gaat over redeneren en taal. Pretty much de dingen die je nodig hebt als leider, als mens om onder andere weloverwogen beslissingen te maken. Over tribes, je clan, je followers en dat je je tribe nooit groter dan 150 man moet maken om het overzicht en connectie te kunnen houden. Over organisaties die moeite hebben om werknemers aan zich te binden in de bedrijfsvisie, omdat ze te groot worden, omdat ze de context waarin de organisatie opereert totaal uit het oog hebben verloren. Omdat leiders niet meer alligned zijn met de mensen die voor ze werken. Systemen optimaliseren is prachtig maar dat betekent nog niet dat daarmee de wijsheid in de organisatie komt.

Meanwhile hebben Batul en ik elkaar wel een stuk of twintig keer aangekeken tijdens die vier uurdurende sessie. Steeds maar naar elkaar zitten winken en zitten glimlachen, echt superbijdehand. Maar met reden. Want we hadden dit hele seminar over kunnen nemen. Hands down. De overlap met waar wij het over hadden in de auto was namelijk ridiculously insane. En mooi, dat ook. Want kennis opslurpen doet iets met je. Je hoort nieuwe dingen. Maar ook de same old same old-dingen als bevestiging dat het wel goed zit met die bovenkamer van ons. Álles wat wij hadden gedeeld in de auto van Den Haag naar Breukelen werd hier herhaald. Inderdaad. Onze neocortex doet wat het moet doen: gezond verstand en redeneren over wat intuïtief juist is, zit nog precies waar het moet zitten. Overall conclusie: Onze gedachten maken onderdeel uit van een veel grotere beweging als het gaat om leiderschap. En Batul en ik snappen dit mensen, wij snappen dit. Dus, beste lui: voor al jullie persoonlijk leiderschapsvragen kunt u in het vervolg terecht bij Kazmi&Maramis.

Had ik al gezegd dat het een supermooie zonnige dag was in Breukelen?

Elin, Mijn Funny Tandenfee

Mijn vaste mondhygiëniste was er niet. Haar vervangster checkte telefonisch nog even of ik okay was dat zij het voor deze keer waarnam, voordat zij de afspraak zou gaan inplannen. Ik maakte alsnog een superflauw grapje dat ik eenkennig was en niemand vertrouwde, dus nee, ik zou niet komen. Maar mijn stem verklapte natuurlijk allang en breed dat ik het totaal niet meende. De vervangster Elin, blijkt een opgewekte Turkse deerne die voor het gemak ook de receptie bemande. ‘Vakantietijd hè, iedereen weg. Behalve ik dan. Heb je nog even een moment? Dan werk ik even dit mailtje weg.’

Elin bleek haar opgewektheid heel consequent door te trekken in de behandelkamer. ‘Ff kijken hoe je mond erbij ligt te chillen. Aha.’ Ik: ‘Aha?’ ‘Ik zie aanslag. Rook je?’ Ik: ‘Ben een casual roker, dus als ik drie sigaretten per kwartaal rook is het veel,’ beken ik met gepaste groosheid. Koffie kon ook niet echt de boosdoener zijn aangezien ik alleen ’s ochtends aan het koffie-infuus lig: één beker c’est tout. Elin denkt even na want dit antwoord had ze blijkbaar ook niet helemaal zien aankomen. ‘Ik ga je laten zien hoe je het beste kan poetsen. Hand of elektrisch? Maakt mij geen bal uit hoor. Als je het maar goed doet.’ Ze klapt zo’n kunststof gebit, -gebit-poetssimulator in jargon- open, en pakt er een tandenborstel en spiegel bij. Theatraal duwt ze de handspiegel vlak onder mijn neus. ‘Je spiegel wordt je beste vriend. Spiegel wordt vies, dat ook, maar het gaat je beste vriend worden, let op.’ Geamuseerd kijk ik vanuit mijn lighouding naar docente Elin en bij haar eerste poetsbeweging in dat gebit slaak ik al een ‘oooh’ van enorme verbazing. Elin kijkt supertriomfantelijk. ‘Had je niet gedacht hè?’ Nee. Ik had zeker niet kunnen bedenken, dat als je van die hysterische massage-bewegingen van tand naar tandvlees maakt (de poetstechniek die echt íedereen hanteert), dat je dan gewoon niet goed bij je hoofd bent. ‘Want’ vervolgt Elin opgewekt, ‘op het moment dat je je tandenborstel heen en weer beweegt, van en naar je tandvlees, dan duw je toch je tandvlees stuk?’ Ik knik gedwee. ‘Nou dan.’ Dus weet ik vanaf nu dat je je borstel gewoon eerst op je tanden legt en heel simpel eenrichtingsverkeer-poetsbewegingen moet maken. Daarna ‘kieper’ je de tandenborstel schuin richting je tandvlees ‘en dan doe je rustig hetzelfde. Van achter naar voren, borstel uit je mond en weer leg je opnieuw je borstel op de achterkant en schuif je ‘m naar voren. Een panenka vanaf de stip is er niks bij.

IMG_20180801_222257_936

Tandenpoetsen is topsport als het aan Elin ligt. Streng als ze is, laat ze mij droogpoetsen terwijl ik onwennig die spiegel vasthoud. ‘Je moet gewoon zien wat je aan het doen bent, anders wordt het ‘m echt niet hoor. En door je neus blijven ademen en mond ontspannen als je bij je achterkiezen bent. Zo voorkom je kokhalzen. Waar poets je mee? Paradontax?’ Ze lacht. Daarmee weet ik meteen dat ik al jaren in het slimme marketingverhaal van Glaxo Smith Kline ben gestonken. Een godsvermogen heb ik aan deze zoute tandpasta gespendeerd. ‘Poets alsjeblieft met wat je lekker vindt smaken. Paradontax is niet lekker. Punt uit.’ Okeeee juf Elin.

Meteen beland ik in college deel II: Hoe-de Dreft-op-een doekje-volslagen zinloos-is-theorie. ‘Want zeg nou zelf, als je Dreft op een spons gebruikt, dán pas krijg je die aanslag toch weg? Precies.’ Elins’ tandenles werkt aanstekelijk. Vooral omdat Elin ook echt een heel grapppig persoon is. Bij elk nieuw poetstechniek-weetje dat Elin doceert, brul ik vrolijk ‘Serieus???’ en lacht Elin om mijn omg-momentje nummer twintig. Met haar lilakleurige uniform en haar sprankelende persoonlijkheid lijkt ze zo uit die gekke doktersserie Scrubs zijn weggelopen. Elin legt uit en kletst vrolijk verder. Dat ze poetsvoorlichting geven zoals ze nu al ruim twintig minuten doet, eigenlijk nog leuker vindt dan het behandelen zelf. Ook omdat ze de zenuwaandoening Carpaal tunnelsyndroom heeft in haar arm, ‘dus dan is het ook echt even lekker om niks met mijn handen te doen.’ Elin stijgt in mijn aanzien. Ik ga goed op mensen die werkelijk niks maar dan ook niks een belemmering vinden en gewoon gaan met die banaan. Ik hou ervan. En ik hou ook zielsveel van mijn nieuwe tandenpoetsritueel. Borstel erop, van achter naar voren. Borstel eraf en weer achterin je kaak leggen en de beweging herhalen.

The Elin Way is the Only Way peoples.

De Week van Rabia & Hadewych

We hebben sinds kort een nieuwe schoonmaakster. Ze luistert naar de naam Rabia. Een bescheiden Marokkaanse dame die de sterren van de hemel poetst: ze is uitgeroepen tot beste schoonmaakster van de Erasmus Universiteit en studentenhuizen prijzen haar de hemel in. Rabia komt uit deftig Kralingen, dus toen ze – want ze fietst niet- met het OV ‘helemaal naar Oud-West’ kwam voor het kennismakingsgesprekje wilde ze wel graag even kwijt dat ze nooit naar West komt want ‘veelste chaotisch en druk’. Het was dus even spannend of ze niet meteen gillend weg zou rennen van ons grote huis met een tuin die lijkt op een mini-versie van Rotterdam na de bombardementen. Maar Rabia hoeft geen tuinen te poetsen, ons sanitair moet gewoon blinken en de drie verdiepingen moeten geuren naar bloeiende lentebloemetjes. Ze is net twee weken onderweg en ze doet het supergoed. Rabia is grondig en houdt gelukkig ook van een praatje tussendoor. Zo hoor ik dat haar oudste zoon zojuist is gepromoveerd en nu als brigadier loopt te shinen in Spijkenisse. Trots vertelt ze dat deze politiezoon samenwoont met Nederlandse vriendin en hun kind. Ik mag Rabia wel, zo leuk liberaal voor een Marokkaanse. Een alleenstaande, hardwerkende moeder die nog de zorg heeft over een puberzoon (‘hij gamed teveel, maar ja wat doe je eraan’). Een andere zoon werkt bij de Keukenkampioen en een schone dochter is HBO Bouwkundestudente met TU Delft-aspiraties. Mooi om te zien hoe ze haar dedicatie in schoonmaken, combineert met liefde en warmte aan het thuisfront. Zodat haar kroost niks tekort komt. Alles zonder man. Ik weet niks van die man. Hoeft ook niet, want Rabia regelt het zelf wel.

Een andere soort supervrouw trof ik afgelopen zaterdag met mijn vaste theatermusicaltoneelgroepje op de Parade in het Haagse Westbroekpark. Hadewych Minis kwam, zag en overwon. Haar spel maakte alle andere voorstellingen volstrekt non-descript en overbodig. Hadewych stond gewoon ‘weet u wel wat dat betekent?’- Hadewych te zijn. Nou ja gewoon, gewoon. Ze was meesterlijk. Zingendgrommend, flamencodiscodansend, scherpgeestig, heftigkwetsbaar, intensprachtigintiem, felvenijniggrappig. Over wifey zijn, dochter-van-zijn, ballen omhooghouden-moeder zijn, sexyvrouw zijn, moedige-chick-zijn, alles. Hadewych die alle registers openrukte en de boel aftopte met een royale scheut #metoo. Actuele thema’s in de categorie ‘jaja nou weten we ’t wel’, maar blasé-heid maakt geen kans hier. Minis grijpt je bij de keel en maakt er een waarachtige en magische erlebenis van. Het is echt lang geleden dat een stuk mij zo heeft weten te raken (ik spreek ook namens de groep). In een RTL Boulevard-fragment(!) waarin Minis over haar theaterstuk werd geïnterviewd, vroeg ze zich in alle bescheidenheid af ‘of mensen het wel leuk genoeg zouden gaan vinden.’ Een koningin die het publiek volledig in haar intense energie weet te zuigen en dan nog onzeker zijn. Ik zou Minis zo in een doosje willen doen, zijden strik eromheen en koesteren voor de rest van mijn leven. Ik zie overeenkomsten met Rabia. Ook tikkie onzeker, achter de schermen opererend, maar ondertussen in staat om grootse dingen te doen, ballen-omhooghouden-moederzijn en tegelijkertijd totaal overlopen van liefde-mopperen-liefde voor haar kroost. Rabia, de kleine Marokkaanse vrouw die de wereld verovert van Kralingen tot aan het Oude Westen.

Het was de week van Rabia en Hadewych.

Make Europeans Great Again

Europa. Ik ben geboren op dit continent en woon daarnaast praktisch al mijn hele leven op dat superkleine, goed georganiseerde en aangeharkt Nederlandse stukkie van die Europese krokante bodem. Europa. Knap continent hoor. Vooral omdat er nog zo veel uit te halen valt. Omdat het ramvol geschiedenis zit waardoor je Europa met heel je hart voor altijd wilt aaien en koesteren. Pijnlijke, mooie, vooruitstrevende, verlichtende, brute, belachelijke, en intens geschiedkundige momenten. Mogen we, even los van de verdrietige vluchtelingencrisis, Europa ook het meest civilized continent van deze planeet noemen? Beschaafd omdat we vrij zijn, vrij kunnen dansen op straat, in een club of voor een webcam (dit in tegenstelling tot Iran, waar een dansend instagrammeisje vorige week gearresteerd is). Civilized omdat wij recht hebben op gezondheidszorg, rechtsbijstand en sociale vangnetten voor als het even niet meer gaat, gezegend zijn met fijne infrastructuur zodat we overal makkelijk kunnen komen.  Supermakkelijk wegrijden van je Vinexwoning-woonerf tot ver buiten de landsgrenzen toeren naar Duitse dorpspukkels waar je nog nooit eerder van hebt gehoord. Wij Europeanen, wij Nederlanders zijn luxebeesten met een boel privileges. Ja ok, we betalen ons helemaal naar de tering qua belasting. Maar je hebt continenten waar je gewoon om niets wordt kapotgeschoten, omdat je sowieso een zware belasting bent voor dat land. Of gewoon dood gaat omdat het woord ‘gezondheidszorg’ niet voorkomt in hun woordenboek.

En nu anno 2018 willen veel British stiff upper lip-lieden opeens verkassen naar NL vanwege hun ‘eigen hoogstpersoonlijke beslissing’ om te willen brexitten. Omdat ze de haat hebben aan de EU. Anno 2018 twijfelt überhaupt een deel van NL oprecht aan de zin en onzin van de EU. Komt omdat er nog steeds zo veel onduidelijkheid bestaat over dat vage Brusselse apparaat dat de hele dat zit te huiswerken op malle Europese regeltjes. Over parmaham die geen parmaham mag heten als het niet in Parma in elkaar is geklust. Of over landbouwsubsidies die nu wel of niet voordelig uitpakken voor onze melkboeren. Niemand die het weet of snapt. Voorlopig kun je je als rechtgeaarde Nederlander (en dus Europeaan) nog steeds lamzuipen aan literpakken melk van de Friesland Campina. En zullen we het dan meteen even over die hinderlijke Chinezen hebben? Ja die ja. Met je voetbalstadions in onze provincies opkopen, maar als we hun handelsmarkt willen betreden ho maar.

Maar dan Europa volgens oud-premier Jan-Peter Balkenende. Vorige week dinsdag was ik met nichtje bij een lezing waar Balkie werd geïnterviewd door NRC-journalist Wouter van Noort. Een fijn vragenvuurtje over de waarde van een nationale identiteit, de Europeaan in de wereld. Welke toekomst Europa heeft als we de nationale staten steeds verder willen opgeven. Niet op al deze prangende vragen kwamen eenduidige antwoorden. Dat kan volgens mij ook niet want daar is Europa te complex voor. Tuu-huurlijk trok Balkie de duurzaamheidskaart als speerpunt waarmee we met een volledig sustainable Europa fier de andere wereldmachten tegemoet kunnen treden. Als oud-partner bij EY met de portefeuille Corporate Social Responsibilty, weet hij als geen ander het belang van dit thema gevraagd en ongevraagd te pluggen. En oh ja: innovatie schijnt ook nogal een showpony te kunnen zijn, waarmee je als Europees continent machtigheid kunt behouden, naast of misschien juist nog steeds in de schaduw van China, de VS en Rusland. Duurzaamheid en innovatie. Ik kan me nog een interview herinneren met voormalig SER*-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, over duurzaamheid, kennis en innovatie. De beste man vond eigenlijk – en meer knappe economische kopstukken met hem- dat we als NL als de wiedeweerga moeten ophouden die duurzaamheidskennisinnovatiemantra rond te toeteren. Vol aan de bak moeten we omdat NL onderaan de innovatielijstjes in Europa dreigt te moeten kamperen. En nu oppert Balkie voor een verenigd, verduurzaamd en innovatief sterk en slim Europa. Nja. Terug naar de insteek van die hele lezing. Ik zat eigenlijk te wachten op een soort historisch hysterisch betoog over het belang van de waarde van de nationale identiteit of zoiets. Make Europeans Proud Again. Dat werk. Maar dat verhaal kwam er niet. Misschien moet ik er zelf gewoon aan beginnen. Als Europese kaaskop met Indonesische roots. Maak ik er gelijk een tropische verrassing-Europa van. Met veel eten, liefde, familie en gezelligheid. Y’all are invited!

  • SER = Sociaal Economische Raad

Monkey University

Afstuderen is zo’n typische hysterische gebeurtenis die je nooit meer vergeet. Sommige mensen willen het opzettelijk uit hun langetermijngeheugen wissen. Omdat afstuderen een ongekend intense martelgang is. En omdat je er blijvende littekens aan over houdt. Je sufgestudeerde brein die je moedwillig stukje bij stukje op hebt gerekt en waar je vervolgens jaren aan collegestof, syllabi, studieboeken, papers, tentamens, werkgroepjes, stage en presentaties driedubbel en origamiproof in hebt lopen vouwen. Dát brein, je zorgvuldig opgebouwde kenniskop laat jou op het moment suprême, wanneer je in je afstudeerfase belandt, in de steek. Dat wil zeggen: je begeleiders doen er werkelijk álles aan om aan je wetenschappelijke verstand te brengen dat je de meest onzinnige onderzoeksvraag van de wereld hebt geformuleerd. Zelfs al verbeter je die vraagstelling exact en op de millimeter nauwkeurig op de aanwijzingen van je afstudeerbegeleider. Of zelfs als je een totaal andere geniale invalshoek kiest. Je krijgt prefab terug dat je onderzoeksvraag simpelweg niet deugt (waardoor je denkt dat je zelf als homaan ook niet echt deugt). En daarom lieve kinders, studeer je nooit in een tempo of termijn af die je zelf in je knappe koppie had bedacht. Met totale waanzin en eindeloos donkere aan-je-scriptiesleutelen-dagen als gevolg. Je begeleiders vermoorden voor al dit onrecht gaat natuurlijk niet. Je wil immers afstuderen en daarna nog enigszins een glansrijke carrière beginnen als koffiehaler op de Zuidas. Of als jaknikker bij stroperige NGO’s. Je loopbaan starten met een vet strafblad is dan niet zo handig.

Nou ben ik natuurlijk allang en breed afgestudeerd, maar zoals ik al zei: je vergeet het nóóit niet meer. Die hele periode staat als een monumentale tattoo in je geheugen gegrift. En voor mij als Letterenstudent aan de Groningse universiteit al helemaal. Ik vond het bijvoorbeeld onverteerbaar dat ik telkens naar huis werd gestuurd omdat mijn onderzoeksvraag ernstig bijgesteld moest worden en of ik niet meteen een stuk of tachtig alinea’s om kon gooien alstublieft dankuwel. Ik was student Communicatie & Informatiewetenschappen for Christ sakes! Dan vind je jezelf namelijk schrijf- en taalvirtuoos-in-een. Dan vind je jezelf King of the Hill in überhaupt het formuleren van zinnige dingen. En dan word ik naar huis gestuurd vanwege een inconcrete vraagstelling? Really mensen? Wij hebben complete colleges gehad waarin we nota bene werden gedrild de beste vraagstelling zo lezersvriendelijk te formuleren op wetenschappelijk communicatiethema X. Frikkin ongelofelijk.

Behalve dat afstuderen als een intense ervaring blijft nagalmen, kan het zomaar gebeuren dat het fenomeen afstuderen onderwerp van gesprek wordt op een sexy vrijdagavond anno 2018. Hoedan? Nou, als vriendinnetje Natasha haar afstuderende boyfriend Erik meeneemt. Die op een zwoelie vrijdagavond met geluidsarme koptelefoon braaf en murwgeslagen op zijn laptop naar levenswerk to be zit te koekeloeren. Meanwhile chillen N. en ik op de bank, doen slap ouwehoeren en smeren we de keeltjes met een fles rosé. Dat werk. Ik probeerde afstudeervriend vervolgens soort van schraal te troosten dat werkelijk iedereen die afstudeert of is afgestudeerd, deze ongekende lijdensweg heeft ondergaan. We besluiten het er over te hebben. Gewoon bam ff alle frustraties van nu en vroegâh op tafel. Het wordt waarachtig zelfs leerzaam als we de verschillende stijlen en vormen van scriptie verdedigen delen. Van die TU Delft-nerds (waar N. ook een alumnus van is) weet ik dat ze verschillende begeleiders hebben en dat ze groen licht moeten krijgen alvorens de nerds allstars mogen afstuderen. De scriptie wordt op de afstudeerdag zelf verdedigd. Daarna trekt de afstudeercommissie zich terug om het cijfer te bepalen. Bij Letteren ging dat dus heel anders. Ik verdedigde mijn scriptie gewoon op de faculteitskamer van mijn vaste begeleider. Vervolgens kreeg ik op de daadwerkelijke afstudeerdag in het bloedstatige instaproof Academiegebouw een rijkelijke speech van mijn twee begeleiders cadeau. Opgebouwd langs de as van een paar geestig-droge anekdotische opmerkingen en quotes. Daarna volgde apotheotisch een chronologisch relaas van mijn afstuderen en verdediging-in-1. En wat zij daar allemaal van vonden, met als pay off het afstudeercijfer verpakt in die prachtige bul. Het gekke van zo’n efficiënte afstudeerceremonie, is dat die hele trainerende periode van maanden van bloed schelden, frustratie en tranen opeens kaboem voorbij is. Beetje Stockholm syndroom-ish. Je wilt niet dat het voorbij is maar ergens toch gewoon kneiterhard weer wel. Het is natuurlijk nogal wat, na je brugklastijd begint de spannende studententijd. En nu ben je opeens aanbeland bij de def afsluiting van deze boeiende maar vermoeiende periode van je leven. Huilen in de krochten van je studentenhuis of faculteit kan niet meer. Vanaf nu huil je stilletjes je corporate tranen stuk als newbee kantoorklerk op de toiletten op de dertigste verdieping van je statige office. Nu geen begeleider die je mind blowing vraagstelling niet snapt, maar een leidinggevende die voor de zoveelste keer komt blaten dat je projectplan nog niet agile genoeg is. Had ik al verklapt dat je eerste kantoorbaan ook een soort van ontgroeningstijd is? Welkom in de Grote Peopleswereld. Banaan anyone?

Mijn intens luidruchtige, sexylelijke tweede huid

Hier ben ik, het geïmponeerde geïmporteerde stadsmeisje wonend op de Westzijde dat met een sponzen planga chaos, gerse dingen, vuile dingen, daklozen dingen, gouden gurlz, geschiedenis en ego’s opzuigt.
Het is crazy hier.

Hier op de middenstip aan de Westsidestrip zie ik slechts zijdelings Sexy Lexie en Koning Gabriël regeren vanaf glazen Chicago-blikvangers waarbinnen de ziel van bloed, werk, textiel en tranen het fundament is gelegd voor afzichtig asfalt in het midden van Middelland waar nasty Alfa Romeo’s tegenwoordig het wit van je schoentjes hardhandig ontmaagden.
Het is historisch hier.

The Monkey zoekt nog naar beste plek om haar apenkool te performen🙊🍌✊

The Monkey zoekt nog naar beste plek om haar apenkool te performen🙊🍌✊

Hier snakt mijn onrustige stadshart naar rustage rustiek, het intense verlangen van vroeger toen je koprolde-omrolde in groen gras van limonade en de Fabeltjeskrant. Hier slurp ik ijle lucht van neplama’s en onwerkelijke pinguïns gemaakt van buurtliefde en sappige blaadjes, gevaarlijk dicht bij het district van luidruchtige zwervers en zwoele boysproblematiek.
Het is veilig hier.

Hier staat stadsmeisje stil te zijn, zijdelings kijkend naar geschiedenis, gouden tanden, grofheid, Gabriël en gras. Mijn planga gaat af:
want
mijn
tweede
huid
is
hier.

RamonaMaramis©2018

Dit Spoken Wordgedicht schreef, herschreef en verfijnde ik dankzij een toffe Spoken Word Workshop op 24 juni jl. Thanks to Wessel Klootwijk voor de fantastische buurtrondleiding en the one and only Elten Kiene, onze Spoken Word-inspirator tijdens de workshop. De rondleiding en workshop waren in het kader van ZigZagCity, de jaarlijkse alternatieve Rotterdamse route, waar dit jaar mijn eigen buurt, Het Oude Westen, volledig (en volledig terecht) in de shine stond.

Ik schrijf, you listen. Capisce?

Van de week las ik een nieuwsbericht over een debat slash discussie dat al langer in NL wordt gevoerd: de verengelsing van het onderwijs, en dan op de uni’s in het bijzonder. De Vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) daagde de Universiteit Twente en Maastricht University en de Onderwijsinspectie voor de Utrechtse rechter. Voor het teveel aan Engels in de collegebanken, en de inspectie voor het niet goed handhaven ervan.

Ik snap de angst van BON deels. Want Nederlands is een prachtige taal dat het natuurlijk niet verdient om onderdrukt te worden door een foreign language. Kijk, daar heb je het al. Het Engels is ook al geïnfiltreerd bij Het Aapje. Het klopt als een bus dat ik in mijn blogs veel Engelse slang gebruik. Het klopt gelukkig ook dat we in een free country leven, dus is het mijn goed recht dat te doen. Maar daar gaat het hier even niet om. Het gaat niet om het recht, maar het warum ik er zo dol op ben. Het zit zo. De Engelse woorden en uitdrukkingen die ik vaak gebruik vallen allemaal in de categorie gevat, sexy en brutaal. Precies het jargon dat mijn manier van vertellen zo goed ondersteunt of extra aanzet. Daarom. En als je die taalbrille al niet van jezelf hebt -sorry voor deze bash- dan is het ook nog eens allemaal gratish en voor niets van sociale media te jatten. Volg de mediaplatforms Vice en Ballinn’ op Facebook een tijdje (of überhaupt sociale media), en je krijgt enigszins the hang of it. Over hoe of dat het werkt. Oh ja, vlak vooral niet de comments uit onder een willekeurige post. De genialiteit van instagrammers, reaguurders, tweeps en trollen overtreft vaak zelfs míjn talige brein. Maar waarom gebruik je daar dan niet gewoon degelijke Nederlandsche woorden en uitdrukkingen voor, Ramona Maramis? Daar kom ik zo op terug.

Mijn routine om Engels in mijn dagelijkse vocab te gebruiken gaat way back terug naar mijn studententijd. Een clubgenootje van mij was expatkindje. Daardoor husselde zij sowieso veel Engels door haar Nederlands. En omdat ik ook in het buitenland heb gewoond, vonden wij elkaar al snel in die gemixt tapete taal van NL en ENG. Tel daarbij op dat ik als televisiejunkie ontelbaar veel Engelse series en sitcoms heb geprocessed, en je creëert vanzelf een heel soepelwerkend internationaal ingesteld stuk brein dat je taalvermogen regelt. En ok ok, het is ook allemaal niet helemaal eerlijk: ik ben geboren Alfa. Was als kind al niet bang voor het husselen van letters en woorden. En de totaal verrassende uitdrukkingen die dat grammaticale proces dan weer opleverde. Daarnaast en daarnaast en daarnaast (ja mensen, opzettelijk maal drie) studeerde ik ook nog eens Communicatiewetenschappen met Engelse Taal & Letterkunde als propedeuse, en daar ga je eigenlijk al.

Sommige vrienden en bevriende taalpeoples vinden mijn liberale gebruik van Engels in onder andere mijn blogs superhinderlijk. Ik niet. Ik ga uitleggen waarom. Het mixen van talen is juist het bewijs dat ik in het bezit ben van breingenialiteit. En daarmee in staat ben mensen te entertainen met mijn bijeen gekluste woordenschat. Ik switch met finesse tussen het ABN en Amsterdams, of tussen Gronings naar Rotterdams. Of naar het Indonesisch zo je wilt. Daar kan ik ook een aardig moppie van opzetten, eventueel in de mix met Nederlands, stukkie Menadonees dialect en Engels, om het weer leuk te pimpen. Voel je de taalrijkdom al? Het mixen levert een soort zomercarnaval aan uitdrukkingen op. Elk woord in die specificieke taal krijgt de betekenislading die het verdient, óf wordt in combi met een andere taal juist in een verrassend daglicht gezet. Daar heeft elke luisteraar-lezer weer plenty plezier van en dat allitereert weer lekker. En while I am writing this, snapt iedereen waar ik het over heb. Nou dan.

Dus. Ik snap de bezorgdheid van BON-peoples deels. Ik snap dat je je moerstaal moet koesteren, het liefst met een rood-wit-blauwe strik eromheen. Want laten we heel eerlijk zijn, als je de gezelligheid van de Nederlandse taal niet kunt waarderen, wat voor pannenkoek ben je dan.

Ook snap ik dat we op onderwijslevel echt moeten kijken naar in hoeverre (volledige) Engelstalige colleges relevant zijn ja of te nee. Maar other than that: suck it up peoples. Zie het als rijkdom, als gevarieerdheid in de manier waarop homaans zich kunnen uitdrukken. Taal is iets ontstellends moois en krachtigs. Laten we er vooral niet ongezellig over doen. Mondje open als je wat wilt zeggen. Kun je dat in meerdere talen tegelijk, helemaal mooi. Mondje dicht als je een taalhooligan in je haarvezels bent en dus niks te vertellen hebt. Bij Het Aapje is geen ruimte voor zure peoples, capisce? ‘Word!’ zeggen jullie dan.