Het Aapje zag een mafklapper


Echt gebeurd. Ik stond vorige week op een tochtig metrostation met de wind in mijn rug. Maar achter mijn rug gebeurt shit. Ik vang een gesprek op aka iemand praat superluid en behoorlijk opgefokt. Ik tik op mijn bluetooth-oortjes om Chris Brown iets gedimder te laten zingon want dit gesprek intrigreert. Maar not in a good way. ‘Ech nie ga ik voor jullie teringleiers betale, donder n end op ja toch’. Het is een stem van een opgefokte dertiger die zijn loodzware issues totaal ongevraagd in het gezicht van zijn familie of kennissen (?) smijt. Ik sta nog steeds met mijn rug naar deze setting toe. Ik wil front row luistervinken maar wel low key. Nee man, straks krijg ik een stomp van deze droeve figuur.

Maar we moeten door want meneer Teringleier is duidelijk on acid. “Weten jullie wat een masjettie is? dat zijn van die lange kapmessen waar je in één keer een arm mee afhakt haha jaja” Meneer de Tering lacht psychopaat-ish en krijgt respons van, wat ik zo kan horen, kleine kinderstemmen. Stemmetjes van nog geen zes jaar oud omfg. Ben in shock. Ik voel ongemak in mijn lijf in de mix met een vibe van onveiligheid. Ik wil niet de profiler gaan uithangen, maar dit soort types gaan goed op hun eigen toxic energy. Uitlokken is het ultieme doel in deleven. Één verkeerde opmerking naar deze gast en je ligt gevierendeeld tussen de metrorails.

Meneer Tering begint steeds harder te praten, alsof ie zijn territorium af wil bakenen tegen andere eventuele perronpeoples. Het klinkt niet eens stoer wat ie uitbraakt, eerder klinkt het zielig en pathetisch. Qua gespreksstof alsof hij met zijn enige twee matties in een foute kroeg tegen niemand in het bijzonder staat te lullen (maar wel hopen dat je indruk maakt): ” Weet je hoe ik dit soort dingen vroeger deed? Gewoon paar harde klappen op de muil en daarna samen biertje drinken, ja zo deden we dat dus nie van dat slappe gelul van tegenwoordig HAHAHAHAH”. Ik hoor (zijn) kinderen (gedwongen voorgeprogrammeerd) meelachen: “hihihiiiii neeeee doe je dat echt?!!’. Deze kinderen hebben zojuist poep te horen gekregen. Ik kook van binnen.

Dit is het moment dat ik me omdraai en tegelijkertijd mijn maag omdraait. Want mijn oren en onderbuikgevoel hadden het goed. Ik zie een wat gedrongen opgefokte kerel van in de dertig. Kaal Petje Bomberjack. IJsberend met gorilla-armen zwaaiend over het perron met zijn kroost onschuldig huppelend achter zich aan. Een vader die met intimiderende stem volslagen insane informatie van nul niveau met zijn kinderen deelt. Oh wacht even.
Ze hebben net geleerd hoe met een kapmes ledematen af te hakken. Wat goeeed!!! Echt  superhandig om te weten, naast het feit dat je je Danoontje altijd helemaal op moet eten natuurlijk.

Ik weet niet waar ze naartoe gingen of vandaan kwamen maar for the sake of the Holy Mother of God: Ik hoop dat deze kiddos ergens een moeder hebben die ze voorleest uit Kikker en zijn Vriendjes. Want aan deze teringleierdaddy heeft dit kroost van de toekomst precies helemaal niéts.

Het Aapje ging op cursusweekend

De monkey was op cursus dit weekend. Dat ging soort van per ongeluk. Toen ik namelijk voor de zoveelste keer schaamteloos sneller klaar was dan mijn vriend met het wegtijgeren van een broodje, was de mond eh maat vol. Vriend: “Weet je eigenlijk wel hoeveel keer je op één hapje moet kauwen?!” Thank Gods for creating google. Er ging een wereld voor me open. “Voor een goed werkend spijsverteringsproces kauw je minstens 20 keer op je hapje” Lawd have mercy. Volgens mij slikte ik al die tijd na zes keer mijn voedsel al door. Want jeweet toch Gulzig, Bourgondiër, the Works. Maar ik was dus in shock bij het processen van deze nieuwe info. Ik kauwde dus al die tijd nooit aandachtig (en ok, eten en Netflixen simultaneously helpt ook niet). Ik at eigenlijk gewoon lucht. Vandaar dat ik opgeblazen buik forever had! Dus dit weekend gelijk mindfullnes kauwen in de praktijk geknald. Infosites zeggen ook dat het lastig is om nieuw kauwgedrag aan te leren. Klopt want tot twintig tellen bij elke kauwbeweging vergt dicipline yo. Maar moet zeggen: mijn buik reageert zielsgelukkig op mijn nieuwe eetroutine aka minder bol buikje en minder oprispingen. Ben ook echt onder de indruks van het snelle effect. Mag ik hetzelfde recept voor spieropbouw en überhaupt platte buik? Dank U.

Dat was dus cursus 1. Cursus 2 kwam ook uit de koker van Le Boyfriend. Nou ja deels dan. Omdat ik hem, na Expeditie Robinson kijken er met de haren bij heb gesleept, nu ook heb overgehaald om Wie is de Mol te volgen, werd het hoog tijd voor een tegenprestatie: Ik zou een NFL-wedstrijd kijken met zijn favo team Minnesota Vikings vs San Fransisco 49ers , mét uitleg over hoe het zit met die onbegrijpelijke worstelingen over die yards-lijn. Mag ik alvast confessen dat American football bestaat uit duizendmiljoen tactieken en strategieën om die bal over de lijn en/of een touchdown te scoren?! Mi gudu wat ingewikkelings is dit spel. Echt, buitenspel uitleggen (aan vrouwen ja, sorry voor deze seksistische comment die ondertussen gewoon waarheid is) is hierbij vergelijkings kinderspel. Wat ik in elk geval heb geleerd is dat je als team telkens vier keer de kans hebt om die bal over die 10 yard te knallen, de coach drie time outs kan vragen, een red flag op het veld wordt gegooid en de referee na consult gaat uitleggen waarom de rode kaart is gegeven. Maar most important: in American football hebben alle teams gelijke kansen. Je degradeert namelijk niet bij verlies. Nee mang, dit jaar hard op je helm gegaan? No probs, volgend jaar gwoon weer dabei. Ultiem American Dream dit. Allemaal leuwk en aardig maar voorlopig ben ik helemaal star struck voor de merch: de hoodies, shirts en caps.

Overall conclusie: American Football is niet goed voor mijn bankrekening, langzaam kauwen wél. Omdat je door langzamer te eten ook sneller vol zit, eet ik de voedselvoorraad ook minder snel op. Duh. Nou jullie weer.

What a Glorious Monkey Year 2019 was!!

Boi wat een jaar was vorig jaar. Een jaar waarin ik bijvoorbeeld door teruglopende opdrachten bij mijn start up, heel hard aan de bak moest om een nieuwe baan te scoren. Dus werkte ik in het voorjaar van 2019 een maand op de redactie van het AD Rotterdam. Een kortstondige bliksemcarrière maar echt, wat een eer om daar even gekoekeloerd te hebben. Daarna gesprekken gehad bij überhippe awardwinnende contentmarketingbureaus. Prima gesprekken waren dat maar o, o, o, wat zijn die creatieve vakluitjes van me toch onvoorspelbaar. Dan hadden ze alsnóg te weinig opdrachten voor me óf ik kwam niet snel genoeg met een salarisvoorstel (ja hallo, mag ik eeeeeeven nadenken voor hoeveel miljoen euries ik pas uit bed kom rollen? Dank U).

Anyway. Ik moest door. Dus stoomde ik hard doorrr en zat ik op gegeven moment in een bijna half jaar durende sollicitatieprocedure bij Defensie. Als mariniersdochter móest ik deze gezaghebbende uitdaging aangaan. Maar een veiligheidsonderzoek van vier maanden ging ver, ook al was ik al aangenomen. En toen 2019 bijna, bijna voorbij was, kwam die supertoffe communicatiebaan bij de CDA Tweede Kamerfractie uit de stikstofhoudende lucht naar beneden knallen. Wat een luxe. Want nu kon ik kiezen uit twee heel deftige banen, ja toch. Daarna ging het snel. Eind november tekende ik het contract bij de directeur van het CDA fractiebureau en in de eerste week van december was ik officiëel forens van Rotterdam Eastside naar de Hofstad Parliament.

In alle stressy hectiek van solliciteren vinkte ik een paar heel coole spoken word gigs af. Maakte ik een spoken word viddy, ben ik inmiddels vaste mc voor allerlei toffe culturele events bij Leeszaal West. Verder ben ik best groos dat ik in de film zat ter ere van de jubilerende ouwe kraai Deelder die nu in de hemel zit te chillen. On top of all, sleepte ik in juni de spoken der spokenprijs in de wacht en mocht ik mezelf officiëel Poetry Slam Rotterdam-winnares 2019 noemen en stond ik bij het CDA kerstdiner alweer te poetry slammen met als resultaat staatssecretaris Mona Keijzer en minister Grapperhaus als resp. nieuwe fangirl- en fanboy.

2019 was ook het normaal-win-ik-nooit- iets-qua-Facebookactie-maar-nu-fucking-wel: ik won een meesterlijke make over van Rob Peetoom. In zijn fancy Haarlemse studio kreeg ik nieuw haar, een nieuw gezichtje en een nieuw pricey Rodenstockbrilletje op me neus. Op 25 oktober schreef ik me in voor de online newsletter van een vintage shop (iets wat ik serieus noooooit doe) en vijf dagen later kreeg ik mail met de mededeling dat ik een vintage Prada tote bag had gewonnen. EEN FOKKING PRADA PEOPLES!!! Van het gezellige December Kalenderkraslot (IK KRIJG SNEEUWPOP MAAR IK MOET NOG MAAR VIER WANTJES SMH) dat ik voor kerst van boyfriend kreeg won ik een pretty… kraslot!! jajaja. En van het Oudejaarslot, gekregen van mijn schoonouders, kon ik mooi tien klinkende euries cashen. Ik voelde me koningin te rijk, snap jij snap ik.

Nieuwe bril, dezelfde apenstreken.

Nieuwe bril, dezelfde apenstreken.

Ander fijn hoogtepuntje: gevolgd worden door mijn grote vriendin Olcay Gulsen op de Instagrams. Maar dát komt omdat ik fangirl ben van haar make-uplijn en funny persoonlijkheid. En ik stalk haar (grapje). Het was ook definately het jaar van de gepersonaliseerde kerstboom. Sterker: Het werd mijn obsessie. Nog nooit heb ik zo hysterisch als soort tante Nel online en shops afgestroopt en naar Kerstballen Met Meaning gezocht. Heyy maar ik kan zeggen dat in onze boom mooi wel mondgeblazen én handgeschilderde microfoon, platenspeler, voetbal, handtas en rode ui hingen te shinen. Nou jullie weer met je random saaie ballen.

Maar vooral, vooral was ik in 2019 kerngezond. Op een griepje, doorlopende hooikoortsdingen en een kleine hersenschudding door bedrijfsongevalletje na. Niet alleen ík ben gezond: mijn moeder kon 29 december ook weer een jaartje bijtekenen. Hoe ouder hoe mooier. Net zoals haar dochters che che. En hoewel ik mijn mama, stiefpa zussie broertje nichtje en de rest van de fam in Indonesië vooral via de socials moest knuffelen, heb ik gelukkig wel veel live kunnen knuffelen met mijn familie hier vlakbij in Groningen en Amsterdam. Dat geldt ook voor mijn inner circle: mijn jaarclub, mijn besties en goede vriendjes en vriendinnetjes: they are all good, ondanks dat some of them iemand of een relatie zijn verloren. Of zitten te klungelen met gezondheid. They are all good. Sommigen heb ik veel gezien en voor iedereen met wie ik gecancelde koffie- diner- en cocktaildates heb: dit jaar is going down man.

Maar vooral, vooral ben ik 2019 enorm dankbaar voor het allergrootste kado dat ik heb mogen ontvangen, ever: zijn naam is Ronald. De allerliefste- en knapste pinda (mag since 2019 niet meer gezegd worden, maar een aap zegt het dan vooral juist wel. Sorry mensen) uit Rotterdam-Oost is mijn grootste precious ontdekking van 2019. Daar kan geen fancy Binnenhofbaan, geen spoken wordbokaal, beterwordenvan-griepje en Proud of my Prada-tas tegenop.

Luister dan. Een banaan eet je op, is geen kunst aan

Jongens, zullen we het even hebben over die Banaan in duct tape-gate?!
Ik vind er namelijk wat van als apenkop met een voorliefde voor bananen.

Om te beginnen: ik heb hartjes voor kunst (in het algemeen). Zelf ooit begonnen met het bewonderen van kunst en bouwwerken uit het jaar kruik. De afbrokkelende Acropolis, de intense Borobudurtempel op Java, de muurschilderingen in de rotsen op Sri Lanka. Mijn moeder en stiefpa zijn verantwoordelijk voor mijn interesse in de Oudheid. Geschiedenis maakt dus altijd indruk op mij. Heel lang was ik fan van schilderkunst van de Oude Meesters. Rembrandt, Frans Hals, the works. De details, de finesse van die gasten om lichtinval en knappe koppen  te schilderen is meesterlijk, ja toch.

Van de 17e eeuw-units maakte ik op gegeven moment de switch naar moderne kunst. Gewoon, zomaar. Noem het persoonlijke artistieke evolutie. Al dat middeleeuwse gepriegel, de krullen, de zuilen. Done with that. Dus begon ik modern art expo’s af te vinken. Heel interessant staren naar bijvoorbeeld een video-installatie met beetje shady beelden van naakte peoples, bloed en Ghost Adventures-geluiden. Of een zaal binnenlopen waar de mensen daar onderdeel bleken te zijn van een conceptuele kunst-installatie. Dit vind ik persoonlijk al te conceptueel.

Ja, ik ben fangirl van moderne kunst, klopt. Maar het moet niet tè intellectueel zijn. Er mag humor in zitten, een onverwachte wending. Het liefst groots en meeslepend. Kunstinstallaties met een ordinair randje bijvoorbeeld. Klibansky, die levensgrote gorilla’s overgoten met gouden bling-coating maakt. Of de opgezette haai van Damien Hirst. Vind ik leuk.

Dus. Ik vind conceptuele kunst interessant en ook vaak funny op een indrukwekkende manier. Omdat het je eigen fantasie prikkelt. Omdat wat je ziet vaak een soort mind fuck is. En nadenken is altijd goed toch? Maaarrrr. Ik heb zoals gezegd mijn grenzen.

Die banaan. My gosh. Een banaan gekilled met duct tape en daar much monnie voor vragen. Ik vind dit soort ‘kunst’ echt getuigen van een soort arrogante luiheid. Maar echt. Kijk, het leuke van kunstenaar zijn is dat je de volledige vrijheid hebt om iets te maken. Maar neem je audience serieus dan. Dat doe je niet door een banaan op een muur te plakken en daar heel fancy over te gaan doen. Ik leer niks van jouw banaan en kriig geen inspiratie. Nou jij weer.

Als je de zin/onzin van kunst op een unieke manier wil presenteren, doe daar dan megahard je best voor. Doe het met bezieling. Een banaan duct tapen wat is dat. Heeft met aspiraties niks te maken. Maar goed wie ben ik. Misschien ben ik wel stom dat ik de muren niet allang heb lopen sauzen met mijn chips-stash. En daarom gruwelijk veel geld ben misgelopen.

Hou op met mij hoor.

I Ride, You Listen. Capisce?

Met mijn nieuwe baan komt ook een fonkelnieuw forenzentraject: Havenstad- Eastside naar de Hofstad en weer terug. Het voelt als een nieuwe speelplaats voor een observator zoals ik. Zo heerlak is dat, die metrovibe waarin iedereen zijn eigen stukje (geforceerd) (noodgedwongen) civilisation laat zien naar de mede-human. De metro en verdraagzaamheid. Het is de ultieme uitdaging in verbroedering, ik weet. In spitsuur ben je een sardientje, kom je zuurstof tekort en gaat je reukorgaan naar de kloten omdat SOMMIGE MENSEN – MAAR DAT ZIJN ER SOMMIGEN TE VEEL- DIE GEEN DEO SNAPPEN. What’s wrong with you people.

Anyway we moeten door. Het OV ís en blijft voor mij de ultieme speeltuin voor mijn woordenbrein, nasty not nasty. Een sneakertracker maar dan real time (‘mijn god, die chick draagt sneakers die ik ook wil’), een oneindige waterval aan nieuwe woorden en/of zinnen die ik hoor (want man man man, wat een wonderlijke ouwehoerings krijgen mensen in alle vroegte toch uit hun mond).

Metrorijden is gewoon goud. Ik las deze week dat, in tegenstelling tot andere grote steden, niet het centrale station (Rotterdam Centraal) het drukste metroknooppunt is, maar station Beurs. Het sexy station vlakbij de Coolsingel en Koopgoot waar alles samenkomt. Precies dat. Want als ik in Oost instap, deel ik de coupé nog met een handjevol semi-slaperige buitenwijkbewoners. Zodra we Kralingse Zoom voorbijrijden richting het centrum en bij Beurs stoppen, voelt de vibe gelijk anders. Hier komen stadse en wijkse Rotterdammers in vrede samenbubbelen. Of niet. Zo was ik afgelopen vrijdag ongevraagd lid geworden van een collectieve rolling eyes-posse. Omdat een lompe meid het volumeschuifje van haar stem op mount Everest had gezet. En wij dus witness waren van een totaal niet-boeiend gesprek tussen miss Lompy en haar zus, die apparently was vergeten hun moeder te droppen bij de kapper. Ze hadden Lompy moeten droppen in een Breaking Bad-woestijn, wat dacht je daarvan.

Maar goed, we moeten door. De metro is de komende tijd mijn beste mattie, mijn inspiratiebron. Een rijdend teambuildingsuitje waar elke dag een paar duizend kampioenen in verdraagzaamheid in- en uitstappen, de losers daargelaten. En ik. beste apenkoppen, ik observeer dat alles en leg het vast: I ride and I write, and you, you listen. Capisce?🐵

Hallo Tweede Kamer der Monkey-Generaal!

Vandaag een superbijzondere dag jo. Ik was namelijk naast mijn freelance werk op zoek naar een vaste baan. Voor meer steadyness, voor meer doekoe op de broodplank, snap jij snap ik.

Vandaag ís het dan zover: mijn eerste werkdag bij de Tweede Kamer der Staten Generaal op het Binnenhof in Den Haag. Wat een major switch it is. Van start up creative contentwriting naar writing about politics. Allebei dynamisch maar zo zo anders qua vibe.

Om te beginnen moest ik aan de bak met mijn fashionstash. Ik bedoel, ik denk dat ze het bij het Binnenhof op zich wel verfrissend vinden zo’n kroepoek met hiphopaspiraties. Helemaal swag in hoodiecapfannypack. Maar laten we dat maar even niet doen. Dusss ben ik het weekend mijn enorm veelzijdige kledingstash ingedoken. Al mijn preppy sartorial-ish combinaties apart gelegd: suède loafers, crèmekleurige blouses, black pants en classy effen shirts and all that.

Vanaf vandaag zal het even wennen zijn. Om vier dagen in de week in mantelpak en monk shoes mezelf te laten chauffeuren door de forenzenmetro van de Havenstad richting Hofstad. Maar boi, heb hier superveel zin in. Want de freelanceleven kende ook haar downs. Ik zat namelijk niet alle dagen van de week te schrijven in die superhipster internationale tech hub aan het Singel in Amsterdam. Vaak zat ik ook achter mijn laptop @ osso mijn ding te doen. En dat lieve apenkoppen, is voor een social dier zoals ik best taai. Ik hou namelijk van de kantoorkoffieautomaat-vibe. Maar vooral; eindelijk weer een beetje kantoorstructuur. Ja man. In mijn sollicitatiegesprek zei ik al dat juist creative peoples zoals ik een beetje grenzeloos kunnen zijn. Je weet zelf toch, beetje schrijven, creëren, woorden aan elkaar mixen, dat. Maar dan zonder timetable, zonder deadlines. Een kantoorbaan geeft die structuur juist op een presenteerblaadje en dat vind ik lekker. Breintechnisch is het ook een winner. Het feit dat ik ergens mooi naartoe kan werken samen met een team of iets echt af moet hebben binnen nul minuten. Tijdens mijn start up-tijd in Damsko had ik natulek ook deadlines, maar als freelancer kon ik die tijd wat chiller indelen.

Dus, nogmaals en again: het is vandaag officiëel een beetje afscheid nemen van mijn hipsterschrijftijdperk. Bu-bye hoodie, dag dag Nike Air Max. Ok, niet helemaal, maar wel voor de volle vier dagen van de week. Of ik er een beetje sentimenteel van word? Nee joh, want ik bekijk dit alles als een AH Bonusvoordeelkaart. Ik heb superveel voordeel van zowel mijn freelancewerk als mijn nieuwe politieke werkplek. Ik blijf in alles een observator. Doe mijn ding. Schrijf dingen uit, schrijf dingen op. Recht toe rechtaan, feitelijk. Met diepgang, met monkeyhumor, Met straattaal en deftig jargon in de mixer. Het wordt supertof, echt, ik geef hier fabrieksgarantie op.

Dus blijft eigenlijk alles hetzelfde ja toch. En zeg nou zelf, een monkey met gepoetste schoentjes blijft altijd, precies, een apenkop.

Hasta luego en tot het volgende blog landgenoten van me!

Het Aapje houdt van bananen, sneakers en kleertjes (doneren). En jullie?

Ik heb de laatste tijd weer een Youtube viddy-obsessie erbij: Alle Youtubes over hoarders. Hoarders aka peoples die zichzelf in hun huis helemaal volstacken met troep, vaak verzameld door de jaren heen. Ik kwam er later pas achter dat hoarden eigenlijk een psychische aandoening is. Door verlies van een dierbare worden sommige mensen een soort hangjongere van hun eigen positieve herinneringen. Ze blijven bijvoorbeeld hardnekkig hangen aan spullen uit hun jeugd. Een jeugd waarin die overleden dierbare nog leefde. Hoarders zijn in staat om na twintig jaar nog steeds te knabbelen op hun babybijtring-in-staat van-ontbinding. Of ze worden eeuwige vriendjes met hun konijnenknuffel zonder oren. En zonder ogen. Maja, was wel eerste knuffel hè. Ja, de eerste knuffel gewonnen op de kermis. Hangen aan een herinnering next level is dit. Hoarders zijn hangjongeren die agressief worden als je aan hun Kingdom of Meuk komt. Als je één vinger uitsteekt naar hun precious inboedel, dat rijp is voor de kliko, dan krijg je direct gratish en voor niets een plek in de hel van ze. Tot zover het profiel van een hoarder.

Dus het is wel zielig, al die beroepsverzamelaars. Maar ik vind het dus wel allemaal aymaaazings. Want in al dat zieligs zie ik dan weer iets poëtisch-melancholisch. Ja, dat vind ik. Vanuit psychologisch point of view vind ik het intrigerend. Ik heb filmpjes gezien waarin de verzamelaars tijdens een grote schoonmaak superemo worden en/of outrageous. Omdat ze afscheid moeten nemen van een totaal beschimmeld supermarkttasje. Omdat daar blijkbaar een dierbare krop sla in had gezeten, gekocht toen hij/zij net op kamers ging. Of deze: “Ik wil deze set van vier totaal verroeste schroeven niet weggooien omdat het misschien ooit (in een uhm parallel universum?) nog een keer van pas gaat komen.”

In mijn familie zitten ook een paar stevige verzamelaars. Mijn moeder en stiefvader om maar een voorbeeld te noemen. Heb er dit blog over geschreven. Moet er wel bij zeggen dat het bij hun niet extreem is. Mijn moeder is geen hoarder maar heeft gewoon oog voor mooie dingen en is zuinig op al dat moois. Ikzelf ben het gelukkig ook niet. Ja ok, toen ik nog studeerde verzamelde ik alles wat met krokodillen te maken had. Ik moet hier mijn wijlen opa van de schuld geven. Het zit zo. Mijn grootouders hadden altijd een opgezette kaaiman op de kast staan. Toen ik ontdekte dat mijn opa de kaaiman zelf had gevangen en had opgezet, begon mijn fascinatie voor dit beest. Helemaal toen ik in een dierenboekje las dat een krokodil er misschien heul gevaarlijk en log uitziet, maar eigenlijk een enorme goedzak is met een superwankel gebit en een fat belly. Soort van spirit animal dus. Ik voel dit dier. Ik begon met een krokodillen-theepot, bekers en fluffy krokodillen. En ik eindigde bijna met een krokodillentattoo op mijn rug. Op zich was het nog best een uitdaging om fluffy crocodiles te vinden want die verkopen natulek voor geen meter. Ze zijn niet aaibaar, zien er niet cute uit, etc. Des te meer ik het een sport vond om ze wél te scoren. Maar goed, we moeten door met het verhaal. Ik ben dus geen extreme verzamelaar geworden. want die krokodillenperiode ligt al ver achter me. Thank U God.
Sterker: ik ben heul erg van het weggooien en weggeven aan kringloop of familie&vrienden. Bij mij helpt het gewoon om regelmatig op te ruimen en dingen weg te flikkeren of te doneren. Alsof mijn hoofd dan ook meteen lekker aan de kant is, snap jij snap ik. Het gevoel dat er dingen in huis liggen die niet of nooit meer gebruikt gaan worden werkt superverstorend in mijn brein.

20191104_151948

Er is wel uno exception op mijn lean life en dat is: kleding. Hoewel ik best regelmatig een doos doneer aan een weggeefhoek op fb, of een zak afgedankte fashion naar de H&M sleep voor een kortingsbon (duh), blijft mijn kleding- en shoesstash uhm royaal gevuld. Met speciale vermelding van sneakers: Daar heb ik ook meesterlijk veel van. Dat weet mijn vriend ook. Die deed vorige week toen ik jarige job was, nog een extra lieve investering door mij een paar schitterende Stan Smiths cadeau te doen. Daar liep ik hoor, PattaPrinses met nieuwe aanwinst. Ik ben dan wel Het Aapje, maar vooral ben ik het meisje van de kleertjes en de schoentjes.

Een PattaPrincess, een ex-krokodillenverzamelaarster, een hoarder-symphatisant en een fanatieke spullenwegflikkerares (oh hallo Scrabble). Wat een leuwke LinkedIn-bio is dit eigenlijk, ja toch?!

Hallo droeftoeter, Het Aapje is watching you

Ik check mijn feed op sociale media dagelijks. Dat klinkt voor sommige peoples als dwangmatig, maar voor mij is sociale media part of my job. Als schrijver, blogger en journalist probeer ik zo veel mogelijk informatie te processen over allerlei dingen (tegelijk). Van politiek tot pancake-instamoods, van de nieuwste hipster (uhg) pop-upstores in town, tot de stand van zaken inzake donorregistratie. Za-lig is dat. Wat ook zalig is: het afstruinen van eindeloze commentaren en reacties-op-reacties op Twitter (de zogenaamde draadjes) en de schaamteloze rants van mensen op Facebook. Voor mij als schrijver is het een guilty pleasure, een walhalla, een onuitputtelijke bron van kersjes op mijn woordenbreintaart (oh hallo Lingo!!).

Ik heb deze Top Twee:
1. De comments onder een winactie.
Het grappigste vind ik dat de meeste winacties alleen maar een paar dingen van je vragen, namelijk: Like het bericht, tag je vriend(in) en deel de winactie. Maar wat doen al die Facebookersvrouwen,
(meestal vrouwen kan er ook niks aan doen). Die pleuren complete verhalen in de comments. Echt van die zielige verhalen zoals ‘Ik ben door een ongeluk mijn been verloren en mijn hond is onlangs ook al gestikt in een kattenbrokje dus nu eis ik deze winactie op want als er iemand is die deze spuuglelijke designkruk met verstelbare kussens verdient, dan ben ik het wel’. Of deze: ‘Tag je vriendin’ en die persoon plakt dan gelijk haar hele breiclub erin met “gezellig toch dames, met zijn allen een weekendje uitwaaien in een appelgebakrestaurant in Renesse zonder onze mannen!!!” ZUCHT.
2. De comments onder een random veroordeling. Want 99.9 procent van de Nederlandse bevolking vindt de Nederlandse strafmaat uiteraard substantiëel te laag, wat denk jij dan. Diezelfde mensen verdiepen zich uiteraard ook nooit in de eis en uitspraak (is allemaal heel makkelijk te googelen, maar goed wie ben ik). Of mijn tip: Volg Judge Joyce op FB voor superheldere uitleg over vonnissen in spraakmakende zaken. Of volg journalist Chris Klomp op Twitter. Ook hij legt bijvoorbeeld uit dat het recente nieuws, dat de regering geweld tegen hulpverleners gaat bestraffen, een laffe maatregel is die nergens op slaat. Huh? Ish toch goed die nieuwe wet? Nope. Het is een laffe aanvulling op een bestaande maatregel. Precies. Als je niet de moeite neemt om verdieping achter het nieuws te zoeken dan blijf je die zielige Hollandse roeptoeter die overal op loopt te schelden zonder enige onderbouwing. Heeft niks meer met terechte onderbuikgevoelens te maken. Is gewoon gênant, capisce?

Anyway, we moeten door. Want het meest belachelijke type comment onder rechterlijke uitspraken die het landelijke nieuws halen, vind ik met stip: ‘In wat voor verrot land leven wij’ en deze ‘We zijn een ziek land’. Even dit: Het onophoudelijke patiënterige gezeik achter de pc, zonder dat je het snapt, maakt me altijd superboos. Het is zo dommig. Nee, wacht. Het ís gewoon dom. Want zolang jij toegang hebt tot The Interwebs (yay we live in a free country) en zo lang jij de energie hebt om comments te posten, dan ga ik er even vanuit dat jij die energie haalt uit op zijn minst één fatsoenlijke maaltijd per dag. Dat is niet bepaald verrot te noemen hoor. It’s called civilisation. Dat kunnen onze medemensen in een OORLOGSGEBIED niet zeggen. Juist. Je leest het goed, meningenmens. Mensen in staat van oorlog of erger, in een dictatuur, zijn afgekoppeld van álles wat civilized is. Dussss lieve Facebookkinderen, als je weer eens roept dat ons land kapot, verrot en naar de klote is, kijk dan eens op de Facebookpagina (want je zit toch al met je lazy ass op internet, toch?) van een willekeurige krant. En klik dan het blokje ‘Nieuws’ aan. Educate yourself.

En voor alle huisvrouwen die hopen dat hun hele Action-huis kan worden ingericht met een VT-Wonen loungeset, keukeninbouwapparatuur, airfryer, haardroger en nieuwe jacuzzi: Ain’t gonna happen. Ever. Dus laat je moeder, je dochters, buurvrouwen en krulspelden uit je comments. Vertel vooral niet dat je kunstgebit het heeft begeven. Laat het zielige verhaal van je ongeluk van 15 jaar geleden ook maar gewoon zitten want voorlopig ben je gezond genoeg om je pc aan te zetten en je FeesBoekje af te struinen op winacties.nl People smh.

Zo. Ben ik klaar? Jazeker broeders en zusters! Ik zag net een toffe winactie in mijn Instafeed. Want ik kan wel een Chill&Relax-weekendje-weg gebruiken als ik zo mijn hystérische blog teruglees. Che che che.

Expeditie Monkeyson

Expeditie Robinson. Ik beschouw het televisieprogramma als een jaarlijkse masterclass ´Hoe overleef je op één pakje rijst als alle Dirk van den Broeks failliet gaan´. Ook als een soort heerlijke “Wat als ik mee zou doen, hoe tactisch zou ik spelen in veertig graden temperaturen. Op 1 bananenschil per week.” Nah. Niks tactisch spelen, ik word direct hangry as hell natulek. Met je rijstkorrel per dag.

In real life heb ik eigenlijk nog nooit hoeven overleven qua eten en/of onderdak moeten zoeken. Verdrietig idee dat overleven voor heel veel mensen bittere realiteit is.. Als ik naar Expeditie kijk, dan zie ik overigens wel overeenkomsten qua locatie. Die belachelijk pretty eilandengroep op de Phillipijnen lijkt heel veel op de idyllische Sundae-eilanden waar ik in 2016 met een groepje vrienden ronddobberde. We hadden een boot, schipper en personeel, snacks, drinken, alles. Maar de ultieme stille, bijna desolate vibe in die eilandengroep- en wateren is goud. Het gegeven dat je serieus niemand tegengekomt op zo’n tranquillo island roadtrip, voelde fijn. Op jezelf en je eigen gedachten aangewezen zijn. Je nederig voelen omdat je op visite bent in een stuk natuur en onderzeewereld waar je gewoon niets te vertellen hebt als human. De echte bewoners zoals manta´s en baby hamerhaaitjes die langs je benen zwemmen. Zonder geluid te maken. Zonder te schreeuwen. Iets wat wij peoples zo goed kunnen. Alleen al de gedachte dat je ooit terug moet keren naar de bewoonde wereld. Waar iedereen weer aan je kop zit te zeiken, egoïstisch zit voor te dringen bij de kassa, in de trein en gewoon in het leven in general. Surreal.

Kaolo lelijke Expeditie-sandalen dragen is a mood smh .

Kaolo lelijke Expeditie Robinson-sandalen dragen is a mood smh.

Maar goed, ik heb mogen slapen onder een sterrenhemel, imposante rotsen kunnen beklimmen (die volgens mij gewoon gehuurd zijn voor alle Lord of de Rings-afleveringen). Het solitaire natuurgevoel voelde heel rijk. Maar dat heeft verder natuurlijk niets te maken met overleven op een bounty-eiland waar je wekenlang je tanden poetst met een stukkie kokosnoot.

Of toch. Als mijn studententijd ook geldt als survivallen tenminste. Ik bedoel, wekenlang teren op witbrood, pindakaas en pasta met groenten onder de twee euries, is hard hoor. Dan zit er waarschijnlijk tóch een klein Robinsonnetje in mij. Kijk, dat vind ik zo geinig aan Expeditie. Het is iedere keer toch weer een bucketlistgevoeletje dat het programma bij mij opwekt. Dat ik ook die vuurmaakskills wil ownen (leuwk toch een kampvuur op het balkon). Dat ik notabene als het Aapje niet eens fatsoenlijk in een touw kan klimmen. En dat ik dat dus ook gewoon zou willen. Is toch handig als er wat gebeurt in je osso? Lekker soepel een touw langs de muren gooien, mezelf sexy naar beneden laten abseilen. En ondertussen de hamster van de buren redden. Dat werk.

Wat ik trouwens wél kan: Een maand lang een hele dag niet eten en drinken onder heftige temperaturen. Ik heb namelijk ooit meegedaan aan de Ramadhan toen ik in Jakarta woonde. Supersolidair zijn met mijn moslimvriendjes en vriendinnetjes op school, ja toch. Hoe dat ging? Nou uhm, taai. Je moet even door een bepaald punt heen en proberen je energie slim te verdelen gedurende de dag. That’s all.

Dus recap: rondlopen op een onbewoond eiland, weinig eten en drinken maakt mij inderdaad nog geen Robinson. Als ik ooit voor de Mudrace ga trainen aka Gaat Never Gebeuren, dán pas mag ik stoer doen. Voorlopig houd ik het bij kijkon naar al die ploeterende Robinsons op tv. Maar vooral denk ik aan al die peoples op aarde voor wie voedselschaarste, struggelingen en geen osso hebben, überhaupt een nasty vanzelfsprekendheid is. Wat is de wereld eigenlijk een knap en lelijk apparaat tegelijk.

Altijd Lachen met die Longen

‘Ik hoest met droge keel en kriebel. Heb jij daar ook last van?’, appte mijn moeder met net het verkeerde – en dus grappig- emoji-gezichtje. ik wou dat ik ‘nee, wat vervelend voor je mama’ kon appen. We blijken hetzelfde irritante zwakke luchtwegen-gen te hebben. Dit gaat way back naar mijn babytijd. Ik ben geboren met bronchitis en longontsteking in de mix. Ziekenhuis was mijn tweede osso. Gelukkig schijn je over die longellende heen te groeien. And so it did. Maar je krijgt er wel aandoenings in dezelfde categorie voor terug: allergie en hooikoorts (iets met tegenreactie, antistoffen weetikveel). Lergic & Hay lopen dus als een soort blaffende honden al zo’n jaartje of tien met me mee. Met symptomen die lijken op, oh joy: bronchitis. Daarover later meer.

Ik heb best een bijzondere variant op hooikoorts. De meeste hooikoortspeoples hebben dikke ogen, niesbuien en loopneus. Ik heb dat ook allemaal maar minus de chubby eyes. Alleen vorig jaar op vacay in Griekenland was het taai. Ik reageerde plotseling helemaal hysterisch op alle bloeiende planten en struiken in Gyrosland. Met oogjes dicht Ouzo’s atten. My bad.

Anyway. Mijn hooikoortsaanval verloopt dus anders dan die van een random hooikoortspatiënt. Die van mij kruipt letterlijk als een hinderlijk Tetris-bataljon door mijn luchtwegen. Met epische hoestbuien als gevolg. Die hoestbuien kunnen overigens droog beginnen en na een tijdje transformeren in verstikkende slijm-apparaten. Die hoest, I mean really. Als ik in mijn hoestperiode met het OV ga, dan kijken mensen altijd verdwaasd om zich heen.
Op zoek naar dat oude gebochelde en rochelende vrouwtje. Dat oude vrouwtje vinden ze niet. Wel een leuk hip vrouwtje dat teringherrie produceert. Ogen dicht en je hoort National Geographic Channel aflevering ‘hoe mijnwerkers in 1788 klonken na 356 dagen steenkool snuivon’.

Anyway. Je doet er precies niks aan. Hoestdrankjes? Nah. Die zijn gemaakt voor symptoombestrijding en bedoeld om de toch al uitpuilende Maladiven-kas van de farmaceutische industrie verder te spekken. Soms helpt een honingdropje. Of een aai van mijn vriend over mijn hoesterige hoofdje. Maar de hoestprikkels zijn sluipmoordenaars. Krakakakaaa, snoeihard in mijn longen en hop, wéér een bijna-doodervaring. Daar helpt serieus helemaal niets tegen. Soms probeer ik de hoestprikkel te battelen door een soort mindfulness-dingetje er tegenaan te gooien. Gewoon, door rustig door te ademen, de kapotjeukende prikkel te negeren. Of te ownen, tis maar net hoe je het ziet. Op zo’n nasty moment kan ik ook niet praten en/of bewegen. Een overgeefsessie ligt namelijk gevaarlijk op de loer. De peristaltische beweging (yo Google) is dan zo heftig, dat ik niet anders kan zum kotsen. Dus dat. Hoesten is gewoon hel. En Thank God, eindelijk, eindelijk, na ruim anderhalve maand Chef Slijmproductie XL geweest te zijn, kan ik zeggen dat ik er vanaf ben. Dus als je volgende keer iemand hoort hoesten met een gemiddelde snelheid van 160 km/u (geen grap), maar geen idee hebt waar het vandaan komt: it’s me. The little monkey met haar helse hyperactief longapparaat, inclusief defecte UIT-knop. Advies: don’t stare at me. Stop gewoon oordopjes in. Dan stop ik op mijn beurt een honingdropje in mijn mond en doe ik een schietgebedje. Ik gun die lieve metroschoonmakers ook een normale werkdag, ja toch.