Het Aapje houdt van bananen, sneakers en kleertjes (doneren). En jullie?

Ik heb de laatste tijd weer een Youtube viddy-obsessie erbij: Alle Youtubes over hoarders. Hoarders aka peoples die zichzelf in hun huis helemaal volstacken met troep, vaak verzameld door de jaren heen. Ik kwam er later pas achter dat hoarden eigenlijk een psychische aandoening is. Door verlies van een dierbare worden sommige mensen een soort hangjongere van hun eigen positieve herinneringen. Ze blijven bijvoorbeeld hardnekkig hangen aan spullen uit hun jeugd. Een jeugd waarin die overleden dierbare nog leefde. Hoarders zijn in staat om na twintig jaar nog steeds te knabbelen op hun babybijtring-in-staat van-ontbinding. Of ze worden eeuwige vriendjes met hun konijnenknuffel zonder oren. En zonder ogen. Maja, was wel eerste knuffel hè. Ja, de eerste knuffel gewonnen op de kermis. Hangen aan een herinnering next level is dit. Hoarders zijn hangjongeren die agressief worden als je aan hun Kingdom of Meuk komt. Als je één vinger uitsteekt naar hun precious inboedel, dat rijp is voor de kliko, dan krijg je direct gratish en voor niets een plek in de hel van ze. Tot zover het profiel van een hoarder.

Dus het is wel zielig, al die beroepsverzamelaars. Maar ik vind het dus wel allemaal aymaaazings. Want in al dat zieligs zie ik dan weer iets poëtisch-melancholisch. Ja, dat vind ik. Vanuit psychologisch point of view vind ik het intrigerend. Ik heb filmpjes gezien waarin de verzamelaars tijdens een grote schoonmaak superemo worden en/of outrageous. Omdat ze afscheid moeten nemen van een totaal beschimmeld supermarkttasje. Omdat daar blijkbaar een dierbare krop sla in had gezeten, gekocht toen hij/zij net op kamers ging. Of deze: “Ik wil deze set van vier totaal verroeste schroeven niet weggooien omdat het misschien ooit (in een uhm parallel universum?) nog een keer van pas gaat komen.”

In mijn familie zitten ook een paar stevige verzamelaars. Mijn moeder en stiefvader om maar een voorbeeld te noemen. Heb er dit blog over geschreven. Moet er wel bij zeggen dat het bij hun niet extreem is. Mijn moeder is geen hoarder maar heeft gewoon oog voor mooie dingen en is zuinig op al dat moois. Ikzelf ben het gelukkig ook niet. Ja ok, toen ik nog studeerde verzamelde ik alles wat met krokodillen te maken had. Ik moet hier mijn wijlen opa van de schuld geven. Het zit zo. Mijn grootouders hadden altijd een opgezette kaaiman op de kast staan. Toen ik ontdekte dat mijn opa de kaaiman zelf had gevangen en had opgezet, begon mijn fascinatie voor dit beest. Helemaal toen ik in een dierenboekje las dat een krokodil er misschien heul gevaarlijk en log uitziet, maar eigenlijk een enorme goedzak is met een superwankel gebit en een fat belly. Soort van spirit animal dus. Ik voel dit dier. Ik begon met een krokodillen-theepot, bekers en fluffy krokodillen. En ik eindigde bijna met een krokodillentattoo op mijn rug. Op zich was het nog best een uitdaging om fluffy crocodiles te vinden want die verkopen natulek voor geen meter. Ze zijn niet aaibaar, zien er niet cute uit, etc. Des te meer ik het een sport vond om ze wél te scoren. Maar goed, we moeten door met het verhaal. Ik ben dus geen extreme verzamelaar geworden. want die krokodillenperiode ligt al ver achter me. Thank U God.
Sterker: ik ben heul erg van het weggooien en weggeven aan kringloop of familie&vrienden. Bij mij helpt het gewoon om regelmatig op te ruimen en dingen weg te flikkeren of te doneren. Alsof mijn hoofd dan ook meteen lekker aan de kant is, snap jij snap ik. Het gevoel dat er dingen in huis liggen die niet of nooit meer gebruikt gaan worden werkt superverstorend in mijn brein.

20191104_151948

Er is wel uno exception op mijn lean life en dat is: kleding. Hoewel ik best regelmatig een doos doneer aan een weggeefhoek op fb, of een zak afgedankte fashion naar de H&M sleep voor een kortingsbon (duh), blijft mijn kleding- en shoesstash uhm royaal gevuld. Met speciale vermelding van sneakers: Daar heb ik ook meesterlijk veel van. Dat weet mijn vriend ook. Die deed vorige week toen ik jarige job was, nog een extra lieve investering door mij een paar schitterende Stan Smiths cadeau te doen. Daar liep ik hoor, PattaPrinses met nieuwe aanwinst. Ik ben dan wel Het Aapje, maar vooral ben ik het meisje van de kleertjes en de schoentjes.

Een PattaPrincess, een ex-krokodillenverzamelaarster, een hoarder-symphatisant en een fanatieke spullenwegflikkerares (oh hallo Scrabble). Wat een leuwke LinkedIn-bio is dit eigenlijk, ja toch?!

‘Hey collega, walk jij even mee met je broodje rosbief-unit?’

Lunchwandelen. Moet ooit bedacht zijn door een kantoorknakker tijdens zijn meest lamlendige kantinesessie ooit. Vreugdeloze boterhammen met humorloze plakken ham. De remi appel, de good old glas karnemelk tegen osteoperose. Iedereen kent deze superinspirerende Hollandsche lunchattributen. Allemaal doen ze dienst als hulptroepen die het gros van de kantinetafelgesprekken nog een beetje van niveau, sjeu en jus moeten voorzien. Van de ‘he he, nou nou, poeh poeh, tis me een weertje wel vandaag hoor, gelukkig smaakt mijn boterham met boterhamworst me weer helemaal prima. Hoe is die van jou? Kan je kijken of ik soep tussen m’n tanden heb?!’ tot de eindeloos uitgemolken ‘keje die nieuwe Netflix over die pelisieagente die haar eigen echtgenoot per ongeluk doodschoot al, uhm hoe heet die blonde ook alweer Henk?’ Kantinelunches. Het moest toch een keer ophouden met die claustrofobische, volkomen kansloze kantoorgesprekken. Het halfuurtje van je baas waarin je wordt geacht dertig tergende minuten over een kleffe boterham en je seksloze glas fruitsap aka water met suiker en een stuk of twintig E-nummers te doen. Met dat verfoeide non-descripte weerpraatje als ultieme topping. Bleh (en iedereen die dat nu glashard gaat zitten ontkennen lach ik snoeihard uit, seriously).

Nog even voor de hardleerse peoples die hier net komen binnenvallen: kantoorhangen is uit want een aanslag op je hart. Nee, dan lunchwandelen alias dartelen in kantoorpak. In combinatie met de vrije buitenlucht zorgt het namelijk voor dat felbegeerde glanzendgezonde blosje op je bleke, slechtdoorbloedde officeface. Bovendien is het gewoon gezond om de corporate bubbel met enige regelmaat te ontvluchten. Zodat je niet in een bedrijfsrobot transformeert, die nog enkel kan pruttelon over targets en return on investment-units. Dus kom ik ze op mijn mini-Appie Heyn’sprees’ in de lunchpauze steevast gezellig tegen. Mijn knappie Zuidasburen; complete pelotons aan mooie maatpakken en strakke mantelpakken die rechtstreeks uit de advocatenkantoren op de Zuidas, de Boelegracht oversteken naar de intens groene Willem van Weldammestraat. Allemaal aan de lunchwandelings richting de broodjesbar in het Gelderlandplein winkelcentrum.

Eerst euries klappen op kantoor, dan pas mag je buitenspelen, denk erom.

Eerst euries klappen op kantoor, dan pas mag je buitenspelen, denk erom.


Lunchwandelen. Volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen zou 30 mins per dag volstaan. Make that 10 mins effectief wandelen waarvan 20 mins sloomsjokkend slap lullen over ‘goh blijft toch nice, ff naar buiten, lekker vitamine D klappen jongens’ of ‘zullen we hier de agile-uitkomsten nog even delen, nu we het er toch (nog steeds) over hebben?’.

Het is eigenlijk heel geestig om te zien dat het kantoorleven zich gewoon verplaatst naar buiten. De saaie kantooronderwerpen veranderen niet, maar worden gewoon in dat ene half uurtje naar buutn getransferd. Maar voor het ‘gevoel’ zijn de dudes en dudettes van het grote geld dan toch even aan de crazy Zuidas ontsnapt.

Op de weg terug kom ik weer een groepje wandelende dassen tegen: ‘Ik had het al tegen Thomas gezegd, dus. En alles was al besproken en uhm, wat doet zij? Zij gaat het weer hé-le-maal.. [ ]’ Ah kijk an. De knappe (dat dan weer wel) roddeljongons. Dan is zo’n besloten VIP-innercircle lunchwandelings zonder nieuwsgierige business-unitcollega’s toch echt wel reuzehandig hoor!

Het Aapje Huilt

Ik was jarig afgelopen zaterdag. En pa belde niet. Het zorgde voor enige commotie in mijn hoofd. Kreeg afkickverschijnselen. Ik ontkende de realiteit. Pa zou bellen. Oh nee toch niet. Het o zo vanzelfsprekende verjaardagstelefoontje van pa. Hij stuurde traditiegetrouw een dag van tevoren een sms. Want goede voorpret is het halve werk. Een sms met het tijdstip wanneer hij zou bellen. En na het tijdstip, kwam altijd nadrukkelijk de mededeling ‘jouw tijd´, vanwege het tijdsverschil. Die sms kreeg ik vrijdag niet. En pa belde ook niet op mijn verjaardag.

Ik heb mijn verjaardag, sans papa, festlich ingeluid op de vrijdagavond. Een kunstige versie van feestelijk. Samen met mijn gbf en clubgenoot was ik bij de Kunsthal IFFR mash up: een exclusieve preview van Nocturnal Animals, een magistraal confronterende film van Tom Ford, daarna Peter Lindbergh’s supermodellenfototentoonstelling (tweede keer, lucky me). Met een afterparty als dessert. Ik bieberde letterlijk mijn verjaardag in met midddernachtelijke gin tonics. Geproost en gedronken op de eerste minuten van mijn verjaardag. Maar vooral om mijn buikpijn te camoufleren. Buikpijn omdat ik wist dat pa niet ging bellen.

Thuisgekomen (niet vragen hoe), las ik de familieverjaardagsappjes uit Indonesië, waar de zon al op was en mijn verjaardag al de ochtend was ingegaan. Ik moest huilen. Zusje appte dat als ik een briesje voelde vlakbij mijn oor, bij mijn handen of nek, dan was dat ´dad trying to say hello´. Ik traande en trilde bij dit berichtje. Maar weet niet of dat door een briesje kwam of door drank en ernstig slaapgebrek.

Ik was jarig afgelopen zaterdag en dat heb ik geweten ook. Pa belde namelijk niet. Daarentegen stroomde mijn sociale media vol met felicitaties. Nieuw dit jaar waren de troostende, bemoedigende woorden van familie en vrienden. Tussen taartpunten, vallende sterren, cocktails, unicorns en feestende aapjes, trof ik zinnetjes zoals ´you are such a blessing on planet earth’, ´ben megatrots op je´,´je bent sterk´, ‘alleen maar liefde’. Ik besefte dat pa dit ook had kunnen zeggen. En ook in die volgorde. Hij vond mij een blessing toen ik geboren werd. Was apetrots toen ik afstudeerde. En wenste me telefonisch (huilend) alle liefde, God’s gebeden en sterkte toe toen ik ooit mijn linkerdijbeen brak en geopereerd moest worden. Stijf van de morfine lag ik met oud en nieuw in het VUmc. In een zaal met links van mijn infuuspaal een oud besje dat continue op de alarmknop drukte en lag te bedplassen.

Gistermiddag lag ik op de massagetafel van Diederick, die met zijn toko op de Nieuwe Binnenweg is genomineerd in de categorie beste salon van Nederland 2016. Want nek en schouderbladen die bont en blauw voelen, verdienen de beste aanpak van de wereld. Rouwen is ongemerkt klappen incasseren. Geen flauw benul hoe lang het duurt en vooral niet wanneer het komt. Opeens is alles beurs. Diederick pakte mij kundig bij mijn nekvel beet. Ik, het droeve aapje dat gereanimeerd moest worden. Ik voelde enorme pijn en wilde huilen. Dit is geen fysieke pijn. Dit is zielenpijn omdat pa definitief geen onderdeel meer uitmaakt van mijn verjaardagsritueel.

Maar gaandeweg ontspande ik. Mijn gedachten gleden soepel naar de afterparty van vrijdag. Naar het lollige filmpje dat ik op mijn Facebooktijdlijn knalde in de nacht van 28 op 29 oktober. De nacht dat ik me realiseerde dat pa nooit meer zou bellen. Gbf en ik stonden op het punt om naar huis te gaan. We hadden de garderobe al afgevinkt toen de dj Drake´s ´Hotline bling´ erin gooide. Ik ga àltijd aan op deze track, dus ook deze keer. Jas, hup, weer uit. Foon in de handen van gbf geduwd, want ik mòest gefilmd worden. Ik dacht in a split second nog: ´jezus, stomme ijdeltuit die je bent, met jezelf filmen’.

Op de pijnbank bij Diederick dacht ik daaraan terug. Mooi als iemand in staat is om het droeve poppetje in mij eruit te kleien. Waardoor ik best ontspannen, fijne momenten zoals facebook the movie kon terughalen. Was me opeens ook heel bewust van dingen. Zo ook van de eerste paar regels van Drake´s liedje. Het liedje waar ik per se nog op wilde dansen.

You used to call me on my cell phone
Late night when you need my love
Call me on my cell phone

Klabam. Op mijn buik liggende, voelde ik mijn hart kneiterhard tekeer gaan. Dwars door de massagetafel heen. Blijkbaar legde ik nu pas de toevallige link tussen Drake’s track en pa.

Pa die mij nooit meer gaat bellen op mijn cell phone. Zielenpijn heb ik pa, zielenpijn. Maar wel wonderschone zielenpijn.