Het Aapje, Jackie Chan en de demons van Bali

Ein-de-lijk. Na een stuk of vijftig keer naar Bali te zijn geweest, en dan nét niet op het accurate Balinese fissaschema, ga ik Nyepi, het Balinese nieuwjaar, meemaken. Tijdens Nyepi worden de boze geesten volgens de Balinese mythologie volgens de Balinese kalender 24 uur intens gefopt. Door het openbare leven volledig dicht te gooien (o.a. het lamleggen van het vliegverkeer). Door binnen te blijven en de lichten uit te laten en geen vuurtjes te stoken. Op deze manier vliegen de nasty demons zo het eiland over en voorbij omdat Bali dan ‘onzichtbaar’ is. De dag ervoor is het juist bal, dan wordt er enorm veel lawaai gemaakt en zijn er carnavalachtige parades van metershoge papiermaché poppen in de vorm van superenge demonen die dwars door de Balinese dorpen zwieren.

Nichtje Nonna en ik maken het mee. Op het centrale kruispunt bij Ubud Palace en Monkey forestroad proberen we een frontrow seat te regelen. Wat niet helemaal lukt want het is festivaldruk. Maar ergens halverwege, en strategisch bij een driepoot waar vier lampen aan hangen, hebben we redelijk zicht (lees: ik moet daarvoor een paar keer ellenbogen en op mijn balletspitzen staan die ik niet heb). Het is een hypnotiserend schouwspel die Ogoh-Ogoh-parade zoals het officieel heet. Er klinkt ritmische gamelan, je ruikt wierook, je ogen prikken van de rookkanonnen en je ziet sierlijke danseressen die complete delen uit het Hindoe-epos, de Mahabarata, naspelen. Met als show ponies de Ogoh-Ogoh’s. De megagrote poppen, gemonteerd op bamboe draagschilden, getild door twintig tot dertig coole boys uit omliggende dorpen op Vans en New Balances. Maanden hebben ze aan deze units gewerkt, vergelijkbaar met die Hollandsche carnavalpraalwagens waar hele fanfaregezelschappen wekenlang aan zitten te klussen.

Het lekkere mystieke sfeertje bij Ubud Palace ging op gegeven moment wel beetje stuk tho omdat een superblije Koreaan links van mij aan mijn nichtje ongevraagd en vooral onaangekondings, het hele Wikipedia-verhaal achter Nyepi en Ogoh-Ogoh ging uitleggen. Praten Koreaanse toeristen altijd heel hard tijdens intens bijzondere momenten zoals Balinees nieuwjaar? Deze Jackie Chan made in Korea iig wel. Korea-orakel vroeg of ik ook interesse had voor zijn TEDtalk maar ik rolde al de hele tijd met de eyes, dus taaide hij op gegeven moment wel af.

Anyway, na afloop van de magische parade en onder luid applaus vulden de omliggende straatjes zich rond 23u snel weer met het paradepubliek die op zoek ging naar voedsel. Locals, toeristen onder wie de gebruikelijke jaarclubs en Coachellameisjes met poepbruine-blote-rug-jurkjes, nichtje en ik. Als de usual kuddediertjes slenterden we gemuttlich door de straten, trappend op verdwaalde bekertjes en resten Ogoh-materiaal. We aten nasi campur, dronken papayajuices en Bintang en kwamen onderweg nog een megachille ijssalon tegen met lemon merengue en cheesecake-ijs straight from heaven. Het leek wel Koningsdag. Maar dan zonder Max en Willie op Luckytv.

Het Aapje loert. Aflevering 1: De kapsalonboer

Dinsdagavond, 19 juli. Een aap wacht op haar bestelling in shoarmabar downtown Delft. Een kleine Iraniër prepareert vier kapsalons tegelijk alsof zijn leven er vanaf hangt. Frituren en bakken met binnentemperaturen van over de veertig graden zìjn levensbedreigende activiteiten. De Iraniër vecht tegen zweetdruppels. Miniwatervallen die vanaf voorhoofd richting dikke wenkbrauwen rollen. Het hindert zijn zicht en het hindert zijn humeur. Een paar zweetdruppels hebben inmiddels een zachte landing gemaakt in de kaaslaag van een van de kapsalons. De bestellers, buitenlandse TU-studenten, kijken gelaten toe. Zij zijn hongerig en hebben hun eigen oorlog – waar koop je veel voedsel voor weinig-, uit te vechten. Anything goes, really.

Bij de kassa hangt een groen bordje van de Rijksoverheid. Met de inmiddels bekende ‘plastic tasje doe maar niet’-tekst. Als rijksambtenaren hier binnen zouden vallen, dan was het over met deze shoarmazaak. Ik ben getuige geweest van hoe het dikke plasticfolie omhulsel van de shoarmakogel aan het spit rustig meegaart met het vlees. Totdat het plastic zachter wordt. Pas dan snijdt de shoarma-assistent met zijn kapmes het plastic in verticale repen, en stroopt zo de shoarmavleeskogel kaal. Tot slot plukt hij manueel de achtergebleven stukjes plastic uit het vlees. Dit is een regelrechte sollicitatie naar de typische ´ik vond stukken plastic in mijn shoarma kom hier nooit meer terug’-recensie. Zelfdestructie komt vanzelf met temperaturen boven de 30 graden.

Achterin in de zaak, tegen het felle licht van de koelvitrines vol blikjes Fernandez, veegt een Romavrouw met sliertig gitzwart geverfd haar met een mop de vloer aan. De vloertegels lopen door tot aan halverwege de muren. De tegels hebben een pornoprintje: een marmermotief tegen een glimmende roestbruine achtergrond. Aan diezelfde muren hangt prachtige shoarmakunst. Twee scheefhangende schilderijtjes met Bob Ross-reminiscenties. Maar dan zonder de pretty little creature-vogels. Er hangt ook een groot doek met een soort Tuin van Getsemane-tafereel. Alleen is Jezus hier vervangen door twee hübschen Duizend en een nacht-vrouwwezens.

De andere vrouw, de mopvrouw, veegt nog steeds, en best heftig, de vloer aan. Waarschijnlijk om meteen wat kilo´s kwijt te raken die nu nog zichtbaar de heupen en buik in judogreep houden. Het overtollige lichaamsvet piept onder een te strak hemdje vandaan. Haar overgehypete harembroek met brede elastieken band rondom de middel, haalt sowieso het slechtste van een vrouwenfiguur naar boven. Ik zie op dat moment dat de kleine Iraniër een plastic bak met rauwe falafelballen onder de toonbank vandaan trekt. Hij gooit twee stuks in het frituurvet. Mijn falafelballen. Ik zoek snel even verkoeling buiten op het stoepje waar in verband met `in overleg met politie hier niet “hangen”‘, niet gehangen mag worden.

Op datzelfde stoepje spelen twee halfbloedkindjes verveeld tussen de geparkeerde bezorgbrommers in. Ze dragen allebei een levensbedreigende outfit. Polyester voetbalshirtjes met Unicefemblemen op de rugpanden genaaid. Unicef zou de ouders hebben aangeklaagd wegens kindermishandeling. Het dragen van synthetische kleding onder tropische temperaturen zorgt immers voor ernstige verklevingen met de tere kinderhuid.

Ik kijk gefascineerd naar deze kinderen. Aan hun profiel duidelijk te zien dat de moeder de vloerveegster is en de vader de kapsalonboer. De vader die voor zijn leven moet vrezen als hij nog langer dan 1 uur in deze supersauna arbeid verricht. Ik ben gefascineerd omdat de kindjes een engelachtige aura om zich heen lijken te hebben. In schril contrast met de op het oog zo getormenteerde ouders. De moeder is om te beginnen op een onflatteuze manier door het leven getekend. De diepe gezichtsplooien en wallen hebben haar gezichtsuitdrukking voorgoed naar de hoogste regionen van het zwaartekrachtveld gedrukt. De jaren 90’-wenkbrauwpiercing lijkt ook niet de beste beautybeslissing van haar leven te zijn geweest. Het metalen staafje hangt zielig in de richting van haar epische linkerwal. Ik schat haar niet ouder dan 37. Ze lijkt vijftig.

De kapsalonbakker is een iel mannetje met scherpe Midden Oosten-trekjes: indringende zwarte ogen, grote Asterix-neus. Hij is nog steeds chagrijnig en bitst zijn kinderen iets toe met ´ik zeg toch.´ Qua lichaamsformaat past hij drie keer in de fanatieke vloerveegster. De vloervrouw, zijn vrouw, is bijna klaar met vegen. Haar huid klam en ze is nog steeds niet afgevallen. Ze ziet op de balie nog de witte bezorghelm die bij de opgevoerde bezorgbrommertjes hoort. Snel pakt ze de helm en gooit ´m achterin de zaak. Te laat. Stereotype beeldvorming is al toegeslagen.

Ik kijk nogmaals naar de kinderen met hun bleke, egale gezichten. Ik wens ze nu al een toekomst toe die onbezorgder en minder levensbedreigend is dan de habitat waarin ze nu verkeren.

My first. And surely not my last!

Vind het nogal een dingetje hoor. Dit allereerste blog op mijn website aka eigen nieuwe apenkooi. Meestal schrijf ik gemakkelijk in de 6e versnelling. Als iemand met veel praatjes. Niet gehinderd door enige bescheidenheid. En nu ben ik toch bedachtzamer. Ambitieus ook. Want het moet niet 100, maar 1000 procent kloppen. Alle woorden en zinnen moeten lekker klinken. Net zoals schrijven in opdracht.

Alleen gaat schrijven in opdracht net wat soepeler. Dat is namelijk schrijven met gepaste afstand (ok, waar dan wel je eigen signatuur in te herkennen valt). En je werkt met deadlines. En nog een rolodex aan andere zaken die je afspreekt met je opdrachtgever. Waardoor er vanzelf tempo en efficiency in het werk komt.

Alles wat persoonlijk is schrijft taaier. En al het persoonlijke maakt kwetsbaar. Dichten voor vreemden is bijvoorbeeld piece of cake. Voor bekenden? Sure, tikkie nerveus in de mix met gezonde spanning. Een gedicht performen voor mijn inner circle? Vind ik dus heel tof, maar blijft altijd wel soort van spannend. Alles wat persoonlijk is, is kwetsbaar. Alles wat persoonlijk is schrijft taaier. Dus ook dit blog is een dingetje. Niks geen tempo en efficiency. Niemand die zegt dat het af moet (was serieus wel handig geweest).

Anyways, binnenkort blog ik vast heel soepel over de staat van NL. Over die blije vermenigvuldigingsdrang van zomerfestivals. Of over quinoa-nuggets, binnenkort af te halen bij Mc Donalds (wtf). Dit gaat niet over mij zeggen jullie? Tuurlijk wel. Omdat ik schrijf hoe ik de dingen zie. Omdat ik iets heb gehoord. Of gespot heb in de Grazia. Of omdat ik (alweer) de lekkerste gin tonic van Zuid-Holland heb ontdekt. Dus gaat het wel over mij. Dit persoonlijk blog. Of liever gezegd: door de ogen van Het Aapje. En daar mogen alle Ik-Heb-Een-Mening-mensen weer iets van vinden. Want zo rollen wij in Blog City. Nog meer proofpoints nodig dat een persoonlijk blog kwetsbare kost is?!

Even alles in de recap: bloggen is persoonlijk, taai met nul efficiency. Dikke drama allemaal. Really? Nee dus. Want in werkelijkheid vind ik schrijven supergruwelijk leuk (dat hadden jullie vast al door). Soms met 120 km p/u en soms in een relaxter tempo. Soms bloedserieus, soms beetje tongue in cheek zoals nu. Ja hoor eens, ben hier natuurlijk wel mooi king of my own writershill.

Want alles wat persoonlijk is schrijft dan wel taaier, het resultaat is des te lekkerder. Omdat de woorden en zinnen moeten kloppen, passen en zingen. Mijn blogs als borrelhapjes. Voor jullie. Wat een lobi, nu al.