Het Aapje loert. Aflevering #2: Kijkshop

Het is donderdag 4 augustus in de namiddag en ik ben mijn koptelefoontje kwijtgeraakt. Ik functioneer beter met muziek in mijn oren. Ik ben heel alert met Justin Bieber, Outkast en Rihanna in mijn oor. De kans dat ik tegen een boom aanloop zonder koptelefoontje is groter. Het is donderdagmiddag, de zon heel behoorlijk aanwezig en ik ben onderweg naar een familiebijeenkomst in Amsterdam-Noord. Ik wil twee dingen. Iets liefs voor de familie kopen en ik moet weer keihard kunnen What Do You Mean-en. Gelukkig loop ik tegen winkelcentrum Boven het IJ aan. Snel haal ik bloemen bij de supermarkt. Als ik heb afgerekend, zie ik in de hal de flauwe gloed van de Kijkshop-lichtbakken in mijn rechterooghoek. Mijn eerste reactie is: nee. Ik vreet nog liever mijn Nike Air Max-collectie op dan daar mijn koptelefoontje te moeten regelen. Maar de familieplicht roept en daar hoort dit getreuzel niet bij. Ik besluit dan toch bij de Kijkshop naar binnen te gaan en loop direct door naar de electronicavitrines (verkopen ze überhaupt iets anders bij de Kijkshop?).

Tegen de tijd dat ik de eerste glazen vitrine heb bereikt, zit ik al in een vergevorderd stadium van depressiviteit. De ongemakkelijke muffe geur, alsof de lucht uit de jaren ’80 hier in het luchtzuiveringssyteem gevangen zit. Het intens droefmakende assortiment achter glas. Het massagekussen, de staafmixer, de gezichtsbruiner. Het zijn de huishoudelijke hoertjes achter het raam. Een man, model pornoverzamelaar, schuifelt langs het glas en drukt af en toe zijn neus dicht tegen de vitrinedeuren aan. Plotseling kijkt de man, vijftiger, verschoten Ikeablauwe sweater, vormeloze spijkerbroek, gladleren schoenen in onbestemmig bruin, in mijn richting. Ik ben dan wel klein, maar ik ben koningin in het opzetten van een ijskoude maffiablik. Het kan me geen bal schelen dat ik stereotyperend aan het profileren ben. Ik heb moeite met bepaalde blanke mannen. De categorie die mij scant alsof ik zo’n lekker Aziatisch vrouwtje ben dat ze op kunnen pakken, en hup in hun witte bestelbus ontvoeren op weg naar vrouwenhandelland. Depressiviteit maakt plaats voor geïrriteerdheid. Het ene gevoel is geen haar beter dan de nieuw verworven state of being.

Snel schrijf ik het artikelnummer van koptelefoontje op het bestelformulier. Dit vind ik dus een heel vreemd Kijkshopritueel. Behalve het hachelijke traject dat het bestelformulier aflegt (klant vult formulier in- klant levert formulier in-cassière checkt bestelnummer- product valt (?) vanuit magazijn op de bestelband- klant rekent af), leidt het individueel invullen van zo’n formulier tot keiharde IQ-segregatie en sociaal maatschappelijke armoede. Analfabeten kunnen hier al niet terecht. En eenzame landgenoten die behoefte hebben aan een koetje-kalfjegesprek met een winkelmedewerker, haken hier ook af (tenzij praten tegen glazen vitrines ook een optie is). Terwijl deze lieden wel tot de doelgroep behoren. Op alle mogelijke fronten gaat het al honderd jaar mis met de Kijkshop. En toch is deze lelijke draak nog steeds te vinden in het Nederlandse winkelketenaanbod. Ik moet opeens denken aan de nucleaire centrale in Delft. En daarna aan het Kijkshopconsortium dat in nietige moleculen in het luchtledige ronddoolt.

Bij de kassa lever ik m’n formuliertje in bij een opgewekte curvy Surinaamse dame. Ze draagt, haar hele voorkomen onwaardig, een seksloos Kijkshop-uniform. Het is ook te klein. Ze puilt erin uit. Haar gezicht glimt, net als haar brilglazen die niet zijn ontspiegeld. Ze checkt het bestelnummer in haar voorraadsysteem en roept triomfantelijk ‘Hah, deze is de enigste nog. Ik haal hem voor u uit de vitrine!’ Ik concludeer hieruit dat als het laatste artikel uit de vitrine moet worden gehaald, en de Kijkshop-cassière dus achter de toonbank vandaan mag komen, dat dat het uitje van de dag is. De cassière rent op een drafje naar de vitrinekast. Ze geniet zichtbaar van haar relatief korte tijd in vrijheid. Vrijheid dankzij mijn keuze voor een koptelefoontje. Met het plastic doosje tussen haar beringde vingers ingeklemd, trippelt ze terug naar de kassa. Ze tikt het bedrag aan, waarbij haar kolossale zilveren ringen bijna in het gedrang komen met de handeling. ‘Dat is dan tien eurootjes mevrouw’, terwijl ze haar bril via haar neusbrug omhoog duwt. Ik kijk heel tevreden naar mijn Skull Candy koptelefoon. De zachtrubberen oortjes zijn uitgevoerd in rastarood, geel en groen. Het enige vrolijke in de voor de rest schutkleurige Kijkshopboedel. Ik begin te neuriën.

One love, one heart
let’s get together and feel all right

by Ramona Maramis