You do the math, I go fix bananas

Het is maandag 19 november en ik leef nog. Daar was ik vorige week niet zo zeker van toen ik de maandrapportage voor een van onze klanten moest maken. Why en hoedan schoten als hysterische neonletters door mijn hoofd. Ik probeerde nog mijn beste amateurtoneelskills erin te knallen en bij partner Gijsbregt mijn meest theatrale wanhopige alfa-gezicht op te zetten. Maar G was onverbiddelijk: ‘als je content wilt managen moet je er cijfertechnisch ook iets zinnigs over kunnen melden.’ Bruuuur ik haat U. Ook omdat ‘ie gelijk had en heeft.

Het is niet dat ik die cijfers er niet in kan kloppen. I learned the hard way (lees: versies niet of fout opslaan, bug in oude rapportage waardoor het als unreadable doc werd opgeslagen, all drama). Dus toen op gegeven moment mijn Alfatranen waren opgedroogd, vond ik het zelfs wel lachen om die grafiekjes te zien stijgen. En daar dan iets opbouwends over te melden. In wervelende tekst welteverstaan, geheel verzorgd door woordenhosselaar, Het Aapje. Echt, ik snap heus de zin wel van rapportages. Alleen ben ik het aan mijn Alfastand verplicht om daar heel hysterisch over te doen. En so I did.

Ik lach hier nog.

Ik lach hier nog.

Nee even serieus: waar ik compleet gek van word, is O.P.M.A.A.K. Dáár word ik echt een mean monkey van. Dat alles verspringt wanneer jij net alle data superstrak in een schema hebt zitten slicen. Dat letters opeens in een witte sneeuwvlakte verdwijnen op je scherm omdat je in het copy pastaproces apparently stomme codering hebt meegesleept in je ellendige non existant-opmaakskills. Dat, lieve apenkoppen, is de grootste energy drain in mijn hele leven. De opmaak. Het liefst kopieer ik dan ook complete next level dichtgetimmerd-opgemaakte en ready to re-use-plannen van anderen. Anyway, als dáár dus de boel alsnog verspringt, dan spring ik op mijn dikke beurt van een brug. In mijn hoofd dan hè. Wisten jullie trouwens dat zelfs de meest simpele opmaak in Canva verspringt? In Canva mensen!

Maar goed. Ik heb het overleefd. Ondanks het feit dat ik die bewuste dag van alle stress heb zitten survivallen op slechts 1 mini-Twix. Waarvan ik de caramelvulling gebruikt heb om mijn stukjes uit elkaar gespatte breindelen, weer aan elkaar te plakken.

Eens een hysterische Alfa, altijd een true Alfa.

PS: voor de peoples die zichzelf stuk piekeren wat ik bedoel met Alfa: dat zijn de mensen van wie het talige brein bovenmatig is ontwikkeld. Precies, dit is de bevolkingsgroep die niet kan rekenen want daar heb je die dikke nerds voor. Juist, de Bêta’s. Capisce?

Hello and Goodbye Professor Zonnebloem

Wat een keloel lately over het onderwijs in NL. Vroegselectie my ass. Met HAVO/VWO-advies op zak deed ik als brugklasser, nota bene in Jakarta, mijn eigen assessment en besloot eigenhandig om een niet voor de hand liggende richting te kiezen. Dat niet goed uitpakte. En toch ben ik supergoed terechtgekomen. Ik leg het uit.

Mijn toekomstige carrière (in de communicatie) was al voorbestemd toen ik zes jaar oud was. Op de 2e Amstelveense Montessorischool verslond ik taalboekjes alsof het spekkies waren. Over mijn Montessori-indoctrinatietijd later meer. Ook op mijn katholieke middelbare school, Tarakanita I Jakarta, was ik King of the Hill in taal. Proefwerken Engels en Duits haalde ik slapend. Voor Bahasa Indonesia schommelde de cijferbuit tussen zevens en achtens. Niet gek voor een Belandameisje met een Indonesische taalachterstand (ben een jaar blijven zitten hierdoor). Een eigenaardige Indische kaaskop die analfabeet haar eerste taalles binnenkwam. En ‘Hallo nasi goreng en kroepoek’ op het schoolbord kalkte op de vraag of ik mezelf even wilde voorstellen.

Enfin. We kregen ook schei- en wiskunde. En sterrenkunde. Machtig boeiende vakken waarmee je later professor Zonnebloem kon worden. Helaas, ik snapte er de ballen van. De logica van basisformules ging er nog wel in. Maar van elke schijnbeweging in functie- en formulereeksen ging ik steeds opnieuw een stukje kapot van binnen. Niet omdat ik het eng vond, maar ik baalde dat ik het niet in m’n vingers kreeg. Scheikundige proeven doen vond ik trouwens geweldig. Van scheikundesommen maken kreeg ik echter maagperforaties. De proefwerken Engels en Bahasa waren de troostende Sesamstraatpleisters op de gapende Bètawond. In Geschiedenis was ik trouwens ook heul goed. In plaats van stampwerk, maakte ik er epische verhalen van in mijn hoofd. Vervolgens schreef ik de hele zooi met flair uit, afgetopt met die eindeloze reeks jaartallen waarin koninkrijken en generaals sneuvelden.

Het alfazaadje was zoals gezegd al vroeg geplant: een taalverslindster was ik. Een kleine keizer in verhaaltjes schrijven, dat ook. Des te oeniger werd ik in rekenen. Thanks to Maria Montessori. Haar befaamde onderwijssysteem was deels geschikt voor mij: voor mijn vrije talige geest was het walhalla, heaven, Unicornland. Voor de ontwikkeling van complexe inzichten (wat rekenen toch wel een beetje is) had La Montessori een verwoestende uitwerking. Terwijl mijn hersenkwab dat eigenlijk best had kunnen processen. Er werd alleen totaal niets mee gedaan. Niet geprikkeld, niet gepord. Tot zover het Montessorisysteem. Met een deels luie, ongetrainde hersenhelft gecombineerd met een opgepompte taalspier, vinkte ik de basisschool af en was ik klaar voor de middelbare school. Mijn juf schreef nog het volgende in mijn rapport: ‘als Ramona beter was in rekenen, dan had ik haar VWO in plaats van HAVO/VWO-advies gegeven.’ Prima. Dubbelplaatsing of niet, ik ging hoe dan ook toch naar het Montessori Lyceum in 020 (dat werd het niet, want ik verhuisde naar Jakarta).

Back to Tarakanita I. Inmiddels was ik brugpieper af, en kon ik kiezen uit twee richtingen: A1 (Exact) A2 (Sociaal). Beide richtingen hadden maatschappijleer en Bahasa. A1 had wiskunde, biologie en A2 had geschiedenis en geografie als extra. Ik dacht toen een briljante ingeving te hebben, namelijk deze: mijn Alfa-hersenhelft was al bovenmatig ontwikkeld. Kom, laat ik eens even mijn krukkige bètahersens aan het werk zetten en voor A1 kiezen. Ik ging dus voor de ultieme shocktherapie. Hup, met m’n smoel in de vuurlinie van formules en variabelen staan. Kom maar! Kom maar! Kom maar! En zo geschiedde. Waarna een driejarige ramp zich voltrok. Want ik bakte er natuurlijk helemaal niets van. Had wel enorm veel bewondering voor exacte vakken. Maar ja, daar redde ik de wereld natuurlijk niet mee. Adoratie voor het vak (!). Toch vond ik mijn keuze destijds best stoer. Want nu kan ik zeggen dat ik er zelf bewust voor koos. Een Veni, Vidi zonder Vici. Ik blijf een avonturier. Stap altijd nieuwsgierig in werelden die niet de mijne zijn. Waar hebben we die eerder gehoord. En uiteindelijk is het alsnog goed gekomen. Ik ben Alfa gebleven. Een Alfa met een dikke A.