Oh, Oh Rotterdamt de mooiste stad achter alle duinen

Mijn liefde voor Rotterdam neemt ernstige vormen aan. Ik merk dat elke keer als ik de Westelijke tunnel van Amsterdam Centraal uitwandel, en de hoofdstedelijke lucht inadem. Die typische lichtranzige walm waar ik altijd zo goed op ging, hypnotiseert niet meer. Het is voor mij het herkenbare parfum van grachtenwater, wiet, roestende fietsen. duivenpoep en Febo-friet, maar die niet langer meer in mijn feels zit. Oh hallo Amsterdam-achterban: rustag maar. Ik zal mijn Amstelveense afkomst nooit verloochenen. Ook al kom ik daar eigenlijk nooit meer, maar ik weet waar mijn (oude) huis woont. Respect.

Maarrrr, Rotterdam begint na een dikke twee jaar serieus in mijn ziel te sluipen. Geleidelijk maar gestaag en heel doelgericht. Dat ik als een kind zo blij ben als ik weer in de trein terug zit van Damsko naar 010. Als na 40 minuten Intercity Direct snoozen, vanaf de noordzijde van het Rotterdamse spoor de zwoelie rode neonletters van mijn favo nachtclub Annabel soepel in mijn blikveld vallen. Rotterdam dat zo lekker in mijn actieradius ligt wat betreft de inwoners met grote muil en mini-hartje, de intense architectuur-eyecandy, de vrije opmars van allerlei toffe horecaconcepten en clubs. Ok, ok, ik moet kanttekening doen. De heftige discussie rondom de huidige clubscène-situation hiero, parkeren we even. De gloednieuwe club Reverse aan de Schiekade moet/gaat Roffa als nachtvlinderstad weer op de kaart brengen. Dus chill out iedereen.

Alle nachtvlinders en vlinders in de buik nog an toe en toch en toch en toch moest ik moeite doen voor deze stad. En alles waar ik moeite voor moet doen heeft direct mijn aandacht en laat ik moeilijk los. Ik lijk wat dat betreft net een guy. Als er niets meer te jagen valt dan verdwijnt de interesse rap. Amsterdam is de pretty girl die zichzelf, op het afzichtelijke af, makkelijk presenteert. Roffa? Neeuuh. Ga eerst maar even tien keer op je bek in dat rare NYC-avenue stratenpatroon. Alles rechtdoor zo die gaat en nergens van die organisch-schattige fietsbochtjes te bekennen zoals in Damsko. Nee, dan al die hinderlijke gangsta-waggies waar Roffa zo berucht om is. En als je eindelijk dat stratenpatroon doorhebt, dán ontvouwt zich ook nog eens de concrete jungle waarin je je voedsel moet gaan zoeken. Om te overleven. Koffie en eettentjes zitten, alsof ze het erom doen, vaak kneitergoed dichtgemetseld in de betonnen periferie. Verstopt als geduldige parels om ontdekt en voor eens en voor altijd omarmd en gedragen te worden. Eenmaal gevonden, dan is de gruwelijke koffie en goddelijk voedsel ook je eeuwige overwinningsbeloning. Dát is Roffa. Zoek het eerst maar ff lekker uit, genieten en de held uithangen kan altijd nog.

Och och och, wat heb ik al belachelijk vaak mijn liefde voor Roffa geuit. In mijn blogs, in mijn spoken word, in mijn amateur-instapics. In 2016 nog aarzelend en verlegen, want toen nog helemaal onder de indruk van die grote brulaap. Daarna begon de liefde geleidelijk te groeien. Niet zo moeilijk als je dan ook nog eens verliefd wordt op een geboren Rotterdammert met inderdaad een brutaal bekkie maar met een hart so so sweet.

Mijn liefde voor Rotterdam neemt ernstige vormen aan. Maar dat ik zo verliefd ben geworden op deze stad is ironisch genoeg altijd het meest voelbaar wanneer ik pendel tussen ‘oude liefde’ Amsterdam en Rotterdamt. Nee mensen, het ís geen verraad naar dat ijdele ADE-prinsesje op haar Prinsengrachtbed (niet huilen, plagen mag). Het is gewoon een proces. Een kwestie van groeien en iets ontgroeien. Groeien naar iets nieuws. Jezelf ontwikkelen, blijven bewegen en nieuwe dingen ontdekken.

Amsterdam is where I come from. Dat gaat nooitnie weg. Maar als je vraagt wie mijn grote liefde is: ik ga nog net geen Lee Towers zingen en twintig rondjes Hofpleinfontein zwemmen. Dat laatste heb ik in 2017 overigens echt gedaan toen Feyenoord landskampioen werd. Maar dat geheel terzijde.

Ja joh, nieuwe liefdes gaan diep. Heel diep. De Monkey heeft het er maar druk mee.

In je hok en snel wat!

Ik kon niet vermoeden dat het bijwonen van een HR-gastcollege van Halleh Ghorashi, hoogleraar Diversiteit & Integratie aan de VU, voorbode was van een sterk staaltje hokjesdenkenborrelpraat in Rotterdam een dag erna. Hokjesdenken, maar dan leuk. Kom ik zo op terug. Een boeiend college was het overigens. Hoe wij als ‘witte’ gemeenschap bewust onbewust personen kleien naar de vorm die ons zint, in een vorm die wij veilig vinden. Ramvol normen, waarden, randvoorwaarden, regels en beperkingen. Ik ken de theorie van Huizinga, Homo Ludens, en dat je als kind eigenlijk al in de knop wordt gebroken. De vrije creatieve geest wordt in een schools format geknald. Gevormd, zodat je in de pas loopt met de rest van de kudde. Voor de rest van je leven, als je niet oppast. Ieks.

Ik kan hier uren over doordiscussiëren. Maar we moeten door. Want diversiteit kent vele zijvertakkingen. Hokjesdenken past (pun intended) bijvoorbeeld ook prima binnen de context diversiteit. Iemand scannen op kleding, gedrag, accent, etc en dat razendsnel processen tot een hokje-unit. En dat hokjesdenken was precies wat er gebeurde, weliswaar op een heul amusante manier, op het 1e lustrumevent van een Rotterdamse stichting. Locatie: restaurant Dewi Sri aan de Westerkade, langs de oevers van de schuimende en klotsende Nieuwe Maas (o, o, Rotterdam wat ben je toch schön). Daar mingelde ik tussen, en met ruim dertig Rotterdammers met het hart op de goede plaats. Stuk voor stuk peoples die de hartverwarmende projecten van de jarige stichting liefdevol omarmen en ondersteunen. En er was bier en een zeecontainer aan Indische hapjes. Dan weet je: Het Aapje zegt hoooi en komt voorlopig niet meer thuis. Enfin. Ik keek nieuwsgierig rond omdat ik behalve de lieftallige dame oprichter van de stichting, helemaal nobody kende. Altijd extra leuk om op zulke momenten je netwerkskills te testen. Ik noem mezelf een gevaarlijke netwerkert. Want opeens sta ik met mijn tamelijk indrukwekkende 1.48 cm naast een argeloos iemand. Precies in de dode hoek, met een biertje in mijn linkerhand en een ‘hallo, ik ben Ramona, en jij?’ in de rechter.

Enfin, we moeten door. Ik raakte aan de praat met twee echte, retetrotse Rotterdammerts. Als ik me niet vergis allebei in Rotterdam (geboren getogen), gestudeerd en daarna nooit meer weggegaan. U begrijpt, dit was riskant terrein voor een apenkop met roots in 020. Ik wil niet zeggen dat de sfeer grimmig werd toen ik eruit floepte dat ik in Amsterdam werk, maar het was op het randje. “AMSTERDAM????!!” Ja jongen, you’ve heard me allright. Om het nog erger te maken, verklapte ik mijn geboortestad, het poshy Haarlem. Maar dàt was op de een of andere manier wél geografischverantwoord. Dus ging ik nog een stapje verder met poeren en in de conversatie prikken (want zo rollen monkeys). Door Amsterdam het mooie meisje te noemen en Roffa de stoere chick. Díe opmerking was echt de druppel. Ik geloof dat daarna het bierinfuus moest worden aangelegd, want deze vergelijking – die ik dus als compliment bedoelde-, werd door deze Roffaboy in zijn geheel niet begrepen als zodanig (hallo van Kooten & de Bie!). Maakt niet uit, de conversatie verliep verder vooral vette knipoog-lekker, met grootse borrelpraat en veel lol. Vooral toen het gesprek richting de landelijke politiek ging, en ik Pechtold een grote lul noemde. Rotterdamboy was lichtelijk geshockeerd: ‘zoiets verwacht je niet van zo’n uhm klein meisje’, stamelde hij nog na. Had ik al verteld dat de pangsit gorengs van Dewi Sri gillend goed zijn? (aduhhhh enaaak yaaa).

Maar we dwalen af en we moeten door. Met Amsterdam vs Rotterdam, met kleine meisjes vs grote mond. Een hokjesdenkensessie met veel bombast uit de grond gestampt in slechts tien minuten borrelpraat. Kon het nog amusanter? Reken maar van yes! Want tijdens een van mijn ouwehoeracties vroeg die andere Rotterdammert, de bestuursvoorzitter van de stichting, mij of het glas half leeg was. Of dat ik liever stamppot boerenkool met worst at. Ik koos natuurlijk voor antwoord b)stamppot, omdat ik het een schitterende vraag met geniale schijnbeweging vond. Daarnaast was ik vooral gefascineerd door zijn voorkomen en het werk dat hij deed (yep, de volgende hokjesdenken-unit komt eraan mensen). De beste man zei namelijk dolfijntrainer te zijn (wat ik soort van nog steeds niet geloof). En terwijl hij dat vertelde, keek ik naar zijn shiny maatwerkoverhemd, jeans en slick Santoni loafers eronder. Alsof je de directeur van Pieterburen uitnodigt voor een Quoteborrel, dat werk.

Best verontrustend dat ik denk dat dolfijntrainers geen Santoni’s kunnen dragen. Of, dat als je gestudeerd hebt, geen dolfijnenfetisj mag hebben. Mijn eigen set aan normen en waarden, hup, geprojecteerd op het profiel van een gast die ik amper ken, of eigenlijk net leer kennen. Diversiteit kent vele verschijningen. Dus zelfs als je ogenschijnlijk eruit ziet als een kantoorgast, dan kun je best heel aardig dolfijnen door een hoepel laten springen. En dat als de vice voorzitter van de stichting eruit ziet als een prachtige Naomi Campbell 2.0, ‘gewoon’ onderzoeker blijkt te zijn aan het LUMC. Het wordt voorspelbaar: maar op basis van je waarneming, doe je bewust/onbewust aannames. Ik lees ook te veel glossy’s waardoor ik denk dat alle langbenige dames met een glanzende huid model zijn. Superkort door de bocht, maar er zit een kern van waarheid in. En zo echode het belang van Ghorashi’s diversiteitscollege subtiel na op de verjaardag van deze stichting. Aan het einde van dit heerlijke lustrumevent nam ik afscheid, van onder andere de bestuursvoorzitter. Jeweet, die van de boerenkool. ‘Ik heb je in een hokje gestopt!’ riep hij triomfantelijk. Een kleine Ghorashi-alarmbel galmde na in mijn achterhoofd. Maar hij was nog niet klaar met uitzwaaien, want zijn triomfconclusie topte hij af met: ‘je zit bij mij in een hok en komt er nóóit meer uit.’ Goddank dat er zoiets als nuance bestaat. Dat zat in de manier waarop hij het zei. Het klonk namelijk als een compliment.

Sommige hokjes zijn zo gek nog niet.

PS:
Nieuwsgierig naar die leuke stichting? Kijk hiero: Stichting Lach. Oh ja Adinda van Dewi Sri is het allerliefste personeelslid ever, en ik heb heerlijk INDONESISCH met haar geluld, zo leuk seg!

En lees dit als diversiteit je lief is