Wat heb ik in mijn Pocahontas-tas

Nog een beetje wazig bestudeerde ik vanochtend in de Intercity Direct mijn Louis Vuittonnetje qua inventaris. En opeens zag ik daar poëzie in. Zoals schrijvers, dichters dat in het algemeen doen. Dingen droogobserveren totdat die talige bovenkamer gaat werken, om het vervolgens tot een onwaarschijnlijke woordenwaterval te roeren. Oh, wat zit er dan in die Vuitton-tas Ramona, dat je bovenkamer ging steigeren? Nou gewoon, alledaagse ik-neem-mee-naar-kantoor-dingen. En toen ik ze zo schijnbaar achteloos aan het ontleden was in de Intercity Direct, ontstegen ze vanzelf hun randomness als volgt (zoek trouwens zelf even de onderwerpen van gesprek in de foto op):

Magnetronbakje met couscous, broccoli, feta en Italiaanse worst. Hier heb ik afgelopen weekend een grote pan van gemaakt en onderverdeeld in to-go-bakjes. Met mijn Spartaanse fitnessregime sinds januari is dit gewoon het beste wat me kan overkomen doordeweeks: ruim voordat ik ga trainen, gezond snaaien uit, wat ik noem, bakjes voor de blokjes (op mijn buik). Brood van de Dirk gesneden in hun fancy broodmachine, uit de diepvries in de tas gepleurd: ik ontbijt meestal wel, maar de laatste tijd probeer ik iets meer efficiency in het ochtendritueel te knallen. Want ik haat haasten in de ochtend. Dus skip ik ontbijt en smeer ik pas een bammetje als ik op the office ben. Daardoor kan ik in de ochtend iets relaxter een gezichtje tekenen met mascara, poeder en oogschaduw while drinking een vers getapt bakkie uit de Bialetti-cafetière. Oh zo luxe. Op de foto ook een bakje selleriesalade van de Dirk (die ik eigenlijk niet zo lekker vindt, die van de Appie smaakt smeuïger. Yep. Blijkbaar kan daar dus kwaliteitsverschil in zitten, in een bak dressing waar getjopte sellerie doorheen is geroerd).

Mijn allergiedildo. Ja jongens, hij lijkt daar toch op qua vorm? Deze inhalator is zelfs in de winter my best friend, en dat is niet raar maar alleen maar heel bijzonder. Want wie heeft nou last van pollen in een seizoen waar alle bloemetjes tijdelijk zijn uitgeroeid door koelkasttemperaturen? Ik. I kid you not. Chloé eau de parfum. Complete chickpopulaties op deze aardbol lopen met deze geur op. Mainstream tot op het bot maar dat boeit mij in zijn geheel niet. Feit is dat dit een machtigsexy geurtje is dat zo intens naar honing ruikt terwijl dat er niet in zit. Heerlijk, ik hou van dat ongrijpbare (want dat ben ik ook, zeggen intimi). AquaFresh Intense Clean tandpasta. Dubbelfristandpasta noem ik het. Dikke onzin natuurlijk dat 24/7-frisverhaal maar eigenlijk ook weer niet. Want na het poetsen met dit goedje voelt het alsof ik drie pakjes SportLife tegelijk weg heb zitten tijgeren. Echt meesterlijk spul.
tas

GEVONDEN! Mijn camelkleurige leren handschoenen van de H&M. Ooit ingeslagen toen de kleur camel heel de fashionwereld voor het eerst terroriseerde en daarna voorgoed alle fashionista’s in de hip-greep hield. Inmiddels compleet doorleefd maar daardoor zijn het mooi wel handschoenen met karakter. En waar ben je met je handen tegenwoordig zonder onderscheidend vermogen. Precies. Mijn ABN e-dentifier. Afgelopen maand was het bal met de bank. Internetbankieren was stuk. Niemand kon bij zijn zwaarvergaarde kapitaal. En ik kon niet online shoppen. Blah. Deze e-dentifier heb ik niet altijd bij me, maar soms moet je je geld even tussendoor kunnen witwassen. En dan kunnen de grote jongensbedragen echt niet getransfered worden zonder extra controle en dus niet zonder e-dentifier. Snap jij snap ik.

PS: Pocahontas-tas is een oud grapje van mijn jaarclub toen ik een keer met een hysterisch-kleurige rugzak naar college wilde.

Heeft u alles kunnen vinden?

Ik vind het de meest fascinerende winkelservicevraag ooit.

Alle frequent Appie-buyers weten het. De vraag die je wist die zou komen (sic) zodra je de kassaband aantikt met je bonuskaart. Heb je net een massieve bak stracciatella-ijs als scheidingshek op de band geknald, van je strakke boodschappenlijstje een origami-pinguïn geknutseld (want je stond in de verkeerde rij en daardoor tijd over) en bam. Daar komt kassameisje Kayla met The Question aanzetten.

Mijn antwoord is dan nooit dit: “Nee, nu je het zegt, die handbeschilderde chiazaad-snoepkettingen six packs; waar liggen ze eigenlijk? Zou jij, Kayla, even achter je kassa vandaan kunnen kruipen, deze legendarisch lange rij wachtende Appinezen glashard willen negeren, en mij helpen zoeken?” Maar goed, ik zég deze monoloog uiteraard nooit hardop maar ik dénk ‘m altijd wel. Iedere keer als de HUAKV-vraag voorbij komt.

Deze wedervraag lijkt me trouwens ook lachen: “Ik heb alles gevonden, op de Friese staartklok na. Waar staat ie ergens? Niet in het koelvak toevallig?” Even geen gekkigheid. In supermarkten is namelijk geen klok te vinden. Mooi retailtrucje dit, zodat klanten nul notie van tijd hebben. En daardoor langer tussen de schappen des overvloeds blijven chillen. Ja, wij doen het dus allemaal, onbewust. Ook als we allang alle necessary boodschapjes hebben afgevinkt. Met dank aan de marketing psychologie. Muhahaha.

Bij de Etos same old, same old. Deze drogist is niet geheel toevallig onderdeel van Ahold holding, net als de Appie. Dus dat ze dezelfde moedertaal spreken is niet zo raar. Ook hier sta ik met enige regelmaat een berg ‘2 voor de prijs van 1′-mascara’s af te rekenen, en pats, altijd die vraag weer.

Eigenlijk best soort van patronizing, de toon van de vraag. Alsof ik een soort wildebeast ben en de winkel heb afgesnuffeld, op rooftocht naar paaseieren. Totale chaos als gevolg. Complete make-up displays hup opgetild en leeggeschud. Mandjes met douchefris omgekieperd en uitgekamd. Maar geen ei gevonden. Wel mascara. En waarop Etos-kassachick dan vol meelij de inhaker “heeft u écht alles, alles kunnen vinden?!” op volume 10, a) in mijn gezicht blaast en b) de winkel inschalt.

Ik ben een beetje confuus. Ik bedoel, je hoogst haalbare ambitie als storemanager is toch zeker het presenteren van de meest overzichtelijk denkbare toko-indeling? Zodat je bij de kassa niet DIE vraag hoeft te stellen aan je klanten? Desnoods hang je twee loeigrote Schiphol-ish pictogramborden boven de gangpaden. De ene voor lipsticks, de andere voor muëslirepen. Ben je gelijk klaar met je doelgroepsegmentatie. En dan haal je als klant na je Etos-shop-galore, zelfs in één adem je vliegtuig nog (want: zónder die voor-opstopping-zorgende vraag).

Alora. Wat ik de volgende keer eígenlijk zou moeten antwoorden op de HUAKV-vraag is dit: “Neen, Chef Wattenschijf, ik heb nog niet álles gevonden. Ik ben namelijk op zoek naar jullie divisiemanager” (lees: de gap of dame die het geniale idee had om het voltallige Ahold-personeel in 1 epische groepssessie te brainwashen. Met de Heeft-U-Alles-Kunnen-Vinden-vraag).

Wat die Etos-chick niet weet, is dat ik meneer/mevrouw de manager vervolgens behendig in een fijn vragenvuurtje ga manoeuvreren: Wat was de inspiratie voor deze vraag? Wat is het gewenste effect bij de klant? Heeft u die vraag écht zelf verzonnen? Heeft u thuis ook een Friesche staartklok staan? Dat werk.

Dus als, áls ik moet reageren op die fascinerende HUAKV-vraag, en ik krijg zowaar de manager te pakken, dan zou mijn triomfantelijke antwoord naar kassameisje heel simpel zijn: “Ja hoor, gevonden!”