ASIAN POWERRRRRR

Waarom kwam ik niet eerder op dit geniale idee. Want na Obama is het DE FRIKKIN HOOGSTE TIJD voor een Aziatisch persoon in het Witte Huis. Of gewoon, bij ons in het Torentje ja toch.

Álles wordt anders. Gemixed met dingen die  the same blijven. Heel veel dingen worden beter, veel beter. Onderlinge omgang bijvoorbeeld. Hoe mensen met elkaar praten; daar komt me toch een partij respect bij kijken, oh yes. Oudere mensen krijgen eíndelijk weer aanzien in Nederland. Het respect wat ze verdienen. Sowieso worden alle verzorgingshuizen en verpleegcomplexen opgedoekt. Ouders wonen bij je in of in elk geval binnen een actieradius van 100 meter. De ideologie erachter? Het zijn jouw ouders die je hebben grootgebracht, eten in je mond hebben gestopt. Zodat jij nu fancy kunt doen met je baan en shiny osso. Wees dus oneindig dankbaar door vol overgave voor je eigen ouwelui te zorgen. Duidelijk?

Ander punt: Al die hipsters die opeens vegan spullen moeten eten omdat hun Westers-beschaafde ingewanden niet meer kunnen battelen tegen graan en lactose. O hallo! in grote delen van Azië wordt al eeuwenlang veel bewuster en vooral lekkerder gegeten. Waarom denk je dat wij altijd zo lachen? On top of it: hipsterz betalen hiero gerust heel posh 15 euro voor een tofu sandwich. Wat een verstoorde marktwerking is dat zeg. Wij Aziaten lachen jullie heel hard uit hoor. Doe normaal man. Tofu is gewoon sojastremsel, een voedingsmiddel voor eenvoudige mensen van het land. Niet iets wat je exclusief als horecabedrijf één keer per jaar in een Instagrammenu knalt, voor de prijs van een maandsalaris. Dat hipsters dat dan kopen en zich dan opeens King of the Hill voelen: stop dat. Je zet jezelf zwaar voor schut.

En ander big issue: de Nederlandse Cultureluur. Don’t worry, wij destroyen jullie cultoer echt niet als wij de tent overnemen. Tulpen, klompen en molens, allesh. Mogen allemaal blijven staan waar ze staan. Cause we Asians love it, yay!!’ Jaaaa, jullie lezen het goed: Aziaten zorgen juist voor het preserveren van Hollands Erfgoed. Want zonder busladingen Aziaten met hun camera’s langs de Kinderdijk; hebben Kaas, Delfts Blauw en de Afsluitdijk allemaal precies geen bestaansrecht.

En voor alle shopaholics onder ons: alles gaat en blijft 24 uur open. Ja, ook op die vage Nederlandse feestdagen waar dat ene dorp wél en dat kantoor juist níet vrij krijgt van de baas. Zo inconsequent en onnodig. Luister: Aziaten werken hard en door alle feestdagen heen. Voor jullie. Zodat jullie jezelf ook middernacht met gevulde koeken van de nachtwinkel kunnen insmeren. Dus heb vanaf nu sowieso meer respect voor Asians en zeg nooit meer dat bami en nasi hetzelfde smaken.

We moeten door, want we zijn nog niet klaar. Want wij Asians gaan er ook voor zorgen dat mensen hier gaan stoppen met het cultiveren van welvaartsziekte numero uno: ik-heb-een-burnt-out-boehoe. Maar echt hoor. Wij gaan buurthuizen voorzien van complete prefab Asian wellnessspa’s. Meditatieruimtes in elk openbaar toilet en in bushokjes. Ook geen illegale beautysalons meer maar supermasseurs en wimperstylistes naar goed Aziatisch gebruik: elke nagelstyliste heeft minstens Geneeskunde en Rechten tegelijk gestudeerd. Bam met je Intelligente nagels. Je hebt gewoon geen tijd meer over om te janken dat je overwerkt bent. Omdat Aziaten keizers zijn in het fiksen van een kapot lijf aka Tijgerbalsem. En als je geluk hebt resetten ze ook nog eens je vastgekoekte Westerse ziel van: ‘ik wil alles, ik mag nooit kwetsbaar zijn en waarom wilde ik per se vegan vliegreisjes naar Ibiza maken?!’ naar: ‘peace out en neem een hapje loempia.’

Zijn jullie er nog? Zeker al helemaal onder de indruk van de stille kracht van Aziaten toch? Daarom, ik loop vast naar het Torentje en vraag Rutte om zijn bureau op te ruimen. Sampai jumpa!!!


 

The Civil Society

Ik was vorige week op uitnodiging van een kennis wezen lunchen bij het internationale waterinstituut, Unesco-IHE in Delft: het bolwerk van masterstudenten en post-doctorale nerds uit ontwikkelingslanden met een afwijking voor water. In dit voormalig hoofdkwartier van de TU Delft wordt sinds 1957 het fenomeen water onderzocht door een zeer mondiaal studieclubje. De belangrijkste toelatingseis voor deze uitheemse studiebollen: zorg dat je minstens twee setjes traditionele kledij in je koffer hebt gevouwen. Het onderwijsinstituut viert namelijk om de zoveel maanden een gezellig folkloristisch themafeest. De ene keer is dat Afrika, de andere keer Azië of Zuid-Amerika. Gezelligheid is een understatement. De sfeer hier is ronduit knus te noemen. De studenten vrolijk maar nooit luidruchtig. De onderlinge band hecht, wat ook niet heel moeilijk is met slechts 200 studenten per lichting. De phd’s wonen zo ongeveer op deze mini elitecampus, elkaar leren kennen gaat rap. In het lab is er royaal de tijd om je collega’s beter te leren kennen en lekker je gevoelens onder een loep te leggen (pun intended). Relaties bloeien hier dus in alle heftigheid op. Alumni schijnen na jaren zelfs terug te keren op het oude UNESCO-IHE-nest. De onderlinge verbondenheid is groot, het is allemaal heel intens. En toch kabbelt het aan de oppervlakte. Keurig als een non-descript beekje. De sfeer is geciviliseerd. Verpakt in een monumentaal gebouw dat overigens aan de binnenkant prachtig is vertimmerd door Fokkema & Partners Architecten.

Hier worden heftige waterdeals gesloten.

Hier worden heftige waterdeals gesloten

Zo veel knusse keurigheid in èèn gebouw is dit oud-corpsbalmeisje niet gewend heur. Op de sociëteit van mijn oude studenteneliteclubje, het Groninger Vindicat atque Polit was roekeloze chaos de norm. Niet zo moeilijk te realiseren met acht keer zoveel studerende leden als bij Unesco-IHE. En toch staat Vindicat garant voor gezelligheid. Noem het een wilde variant van gezellig, met ìets meer risico. Want met een exotische fruitmand op je hoofd gemonteerd heb je op onze sociëteit nog geen Aziatische avond. Minstens 80 geïmporteerde boedhabeelden, een container vol vlonders en de kustlijn van de Noordzee die tijdelijk duizend kuub aan zand moet missen, dat werk. Althans, bij wijze van. De creativiteit en fantasie van een gemiddelde corpsbal kent namelijk geen, maar dan ook ècht geen grenzen. Dan valt een landenweek met een satékraampje hier en een Afrikaanse dansgroep daar in het Land van Niets. Natuurlijk is Unesco-IHE niet te vergelijken met de apenbralkooi waar ik in heb gespeeld. Deze waterstudenten zijn al een flink aantal stappen verder in hun nog jonge loopbaan. Wij Vindicaters studeerden toen om überhaupt een loopbaan te kunnen hebben. En dat vierden we elke woensdagavond met bier ter sociëteit. Hier in Delft wordt een Msc- of phd-succesje hoogstwaarschijnlijk gememoreerd met een kleine borrel en een bescheiden skypesessie met het thuisland.

Unesco IHE-gevatheid

Unesco-IHE-humor

En toch is het grappig om beide werelden te benchmarken. Het levensgrote verschil in attitude tussen deze studenten en de student die ik zelf ooit was. Maar ook zeker de overeenkomsten. De blijheid, de ambitie. Ok, vooruit, een andersoortige ambitie. De ambitie om na een dolle sociëteitsavond de volgende dag met forse kegel en aangekoekte Timberlands aan, een tentamen te halen. Versus de èchte UNESCO IHE-ambitie, namelijk de opgedane kennis in Urban Water and Sanitation toepassen in het land van oorsprong. Moeilijk wetenschappelijk doen met een nobel doel zeg maar. Niet de softe liefdadigheidsprojecten die wij als corpsjongens- en meisjes zo nu en dan afvinkten. Voetballen met jongeren met sociaal-economische achterstand. Of taartjes knutselen met eenzame ouderen. Is ook allemaal nobel, maar in omvang niet te vergelijken. Dat is denk ik wat ik intrigerend vind aan deze sympathieke jongens en meisjes van Unesco. Het zijn van die nette, geciviliseerde, weldenkende, niet-pochende individuen. Die bedachtzaam en zeer bewust een ambitieuze stap in hun studieloopbaan maken. Corpsmeisjes- en jongens die uiteindelijk op dikbetaalde functies in het bedrijfsleven terechtkomen is gewoon een stereotypebevestigende loopbaanuitkomst. Daar is niets nobels aan. Bash ik nou mijn eigen achterban? Ja, en dat is niet erg. Want waar een corpslid ook goed in is, is overdrijving. Niet elke alumnus van een corps belandt in een old boys network. En niet elke UNESCO-nerd drinkt alleen ranja op woensdag. Wat UNESCO-nerds en corpslieden in elk geval wèl delen is de gave om hechte vriendschappen te creëren. Vriendschappen die vervolgens opbloeien als een malle. Kameraadschap die nooit meer overgaat. Dat klinkt aardig overdreven maar dat is het niet. Het is de prachtige waarheid die zich voor mijn ogen voltrok die middag. Als een melancholische trailer die live ging tijdens een lunch op het Delftse waterinstituut.