Bananen&Sterren #aflevering: Het Aapje drinkt Espresso Martini in West en eet ikan in Capelle

Ik ben een sucker voor horecatentjes waar precies één koprol voor nodig is om er te komen. Tandoor16 is net een week open en ligt op, nou ok, vijf koprollen van huis vandaan. Googlemapstechnisch op de Middellandstraat grens West-Kruiskade. Naast mr. Beans, de koffietent van de komische jongens van de BorrelnootjeZ. Sexy locatie dus. Wat ik aan ‘grand opening’-berichten in mijn Facebook timeline voorbij zag komen klonk ook veelbelovend. Dus afgelopen weekend deze new kid on the block afgevinkt. Ik kan lang lullen over ons bezoekje aan Tandoor16 maar ik kan ook kort doen:
– Malse Tandoori chicken, naanbrood als side was droog
– Extra naanbrood met dips besteld waarvan het brood vers was maar de dips niet superspannend
– Tweede bestelling naanbrood: brood was droog
– Bediening nog chaotisch: verkeerde wijnen geserveerd en bier werd omgegooid (we kregen wel nieuwe dat dan weer wel)
– Cocktails waren dramatisch slecht: de Smokey Espresso Martini kwam in een koffiekop (!) van de kringloop. Denk ik. Ik heb een theorie: melk drink je uit een beker en niet uit een theekopje want smaakt gross. Dus een Martini Espresso in een koffiekop is een regelrechte mindfuck, snap jij snap ik. Oh ja, de Del Maquey mezcal en Cubaanse koffielikeur hadden ze voor het gemak uit de cocktail gelaten, bruuuh. Dan de Peniccilin-cocktail. Die had nét de verkeerde balans tussen whiskey en Angostura bitter. Waardoor mijn tafelgenoot serieus dacht een antibiotica-shot op doktersrecept naar binnen te hebben gewerkt. Mindfuck went wrong. Niet de bedoeling toch?

De avond werd gered door dj Rupert die voor drie aardappelen en een paardenkop lekkere zwoelie plaatjes draaide. Beter staat ´ie gewoon op Superdisco of Vunzige Deuntjes, maar lief dat ie hier was. Ik weet, ik weet, elke nieuwe tent, dus ook Tandoor16, moet gewoon een beetje slack krijgen en een paar sympathieke klopjes op de schouder zodat ze helemaal trots en zelfverzekerd lekker verder kunnen bouwen aan hun nieuwe Indiase eetparel.

Maar toch blijf ik streng: cocktails moeten meteen boom shakalala on point zijn. Ter illustratie: twee weken eerder zat ik cockies te slempen bij George op de Lijnbaan boven Scharrels & Schuim. Ik vertelde de barboy dat ik van zoet en fris houd. Ik kreeg iets met matcha en rum. Het was G.O.D.D.E.L.IJ.K, ik zeg het je. En dat terwijl George zelf qua sfeer nou niet meteen een frikkin amazing smash in de face is. Eigenlijk best voorspelbaar, je weet wel zo´n ruimte met bakstenen muren voor de ´urban vibe´. Maar heee als de cocktails goed zijn, dan heb je me hoor. Conclusie: Tandoor16 moet echt nog heel veel finetunen. En op cursus bij mijn favo cocktailboys van Noah. Maar dat geheel terzijde.

Score: 1 ster en nul bananen.

Afgelopen week was ik in Capelle a/d IJssel bij oom en tante Lekransy. Oom Lekransy heeft met mijn moeder in de klas gezeten in Nieuw-Guinea en ik groeide in Groningen op met de familie Supit, de familie van tante. Behalve een avond vol mooie anekdotes en herinneringen uit Hollandia, Waai, Jakarta en Tondano, was daar natuurlijk ook eten. Sayur, babi kecap, ikan en zelfgemaakte sambal. Ik at met ontroering. Ontroerd, omdat dit eten voor mij vertrouwd voelt en heimwee tegelijk is.

Soms moet je nieuwe horeca-ontwikkelingen in de stad gewoon links laten liggen en jezelf omringen door de huiselijke warmte van superlieve peoples, samengebracht in een bordje liefdevol klaargemaakt eten. Daar kan geen fancy of foutgeproduceerde cocktail tegenop.

*Uit principe geef ik geen ratings aan familie-eten. Het is te heilig en beyond alles om sterren en bananen aan te geven. Maar dat snappen jullie wel toch?

Het Aapje in de battle met Griekse pollen en melancholische dingen

Ik was op jaarclublustrum in de derde week van September. Een memorabele week waarin de enige conclusie die getrokken kon worden is dat wij, 10 chicas sterk, met elkaar, goud in handen hebben. Alle huidige negatieve publiciteit rondom het Groninger Studenten Corps ten spijt; de band die we hebben is onaantastbaar en waardevast tot het einde der tijden. Ja, daar hebben we excessief bier voor moeten drinken. En ja, daar hebben we geheel vrijwillig infantiele maar best taaie ontgroeningsrituelen voor moeten doorstaan. En nog een paar andere typische studentendingen die buitenstaanders nooit zullen begrijpen.

Geeft niks. Want ik was op jaarclublustrum in de derde week van September en het was magisch. Een ABBA revival poolparty was genoeg om überhaupt alle epische party’s die ik ooit had afgevinkt, te doen verbleken. Samen in je nakie in het zwembad springen in de donkere Griekse zwoelie nacht terwijl je een longontsteking riskeert, het boeide niet. De Griekse eilandwind föhnde ons droog (toch?). Diezelfde wind bracht trouwens ook een container aan pollen mee. Een woeste Sirtaki in mijn neus en ogen vond plaats, waardoor ik Griekse hooikoortstranen in mijn cocktail moest plengen. Maar het boeide niet want we hadden elkaar.

Vijf dagen lang genoten we van bourgondisch Griekenland. Units in wijn gekookte octopus soepel in de fusie met wijn en Ouzo (wie btw Ouzo drinkt, verklaar ik voor gekkie. Maar dat geheel terzijde). We gingen goed op ijskoffies want daarentegen bleken de Griekse traditionele koffieblends totaal ondrinkbaar te zijn, maar ach wat boeit zoiets. Wij hebben elkaar.
Picture_20181005_100918254

Telkens als de hectiek van downtown Athene ons teveel werd, parkeerden we onze huurbolides bij een random strandclub en gooiden we de glossy’s, dolmades, strandhaar en diepe gesprekken in de hussel. We aten zandkorrels en lachten de supergeestige Groninger-anekdotes weg op een zeilboot later in de week. En dan kon het zomaar gebeuren dat tijdens ons fietstripje the next day, dwars door de vismarkt van Athene, ik superemotioneel werd. Want papa, ouwe visliefhebber, had spontaan bedacht zichzelf even op ‘aanwezig’ te zetten. Mij te laten voelen dat ie er was. En hoe, want ik brak volledig. Wat is het dán rijkdom dat de meisjes er zijn om troost te geven (ok en wijn daarna voor de schrik).

Ik was op clublustrum in de derde week van September. Het was magisch om vijf dagen lang zoveel lobi te voelen. En dat we die rijkdom delen voor de rest van ons leven.

Zomaar een melancholisch hooikoortsverslag van een oud-Vindicater die op lustrum was in Griekenland. Hoort U de snik ook in mijn stem? Nee? Lees dit blog dan opnieuw. Codewoord: vriendschap tot in de eeuwigheid.

Het Aapje pakt in

Uitpakken. Normaal gesproken hou ik daarvan. Kadootjes uitpakken. Met de tofste dress uitpakken als ik uitga. Maar woensdag begint voor mij het Grote Inpakken. Ik pak voor drie weken mijn koffer in voor een reisje naar Indonesië. Het is dan precies een jaar geleden dat ik halsoverkop naar de Gordel van Smaragd vloog om mijn geliefde papa te begraven. Donderdag a.s. vlieg ik opnieuw met een volgepakte koffer en hopelijk met een goed ingepakt hart dat bestendig gaat zijn tegen emoties waarvan ik nog niet weet hoe die gaan uhm, uitpakken. Want waar ik vorig jaar rouwde in een roes, en waarvan ik de roes kon uitsmeren over twee bijzonder intense maanden, moet ik straks met onbekende emoties dealen in slechts drie weken. Ik kijk er naar uit want ik houd wel van een challenge. Maar aan de andere kant kijk ik er ook helemaal verschrikkelijk zo níet naar uit. Zucht.

‘Hoezo onbekende emo’s en waar ben je precies bang voor?’, vragen lieve vriendjes van mij de afgelopen dagen als ik een beetje beklemd en peinzend uitleg dat ik niet weet hoe ik op dingen ga reageren als ik straks weer in Indonesië ben. Afgelopen jaar heb ik intens gerouwd, en heb ik ook een periode gehad waarin ik niet rouwde. Dat was het kwartaal waarin ik een nieuwe klus te pakken had (AMC) en een nieuwe woonstad regelde (010). Ik ging lekker en was gewoon goed bezig mijn post-rouwfase in te richten. Maar tegen het einde van 2016 voelde mijn gemoed steeds zwaarder. Emotioneel ging ik als een droef aapje alle kanten op. Blijkbaar was het rouwen net begonnen, en was het niet zoals ik zelf dacht, onder controle. Kak vond ik dat, oprecht kak. Want ik ben geen geboren controlfreak en al helemaal geen perfectionist. Maar ik dacht mijn rouwproces tot in de puntjes geregisseerd te hebben. Door te bloggen, door geweldige opdrachten binnen te hengelen, door te leven like monkeys do. Dat.

En dan komt zo’n onvoorspelbare procesmanager met een imposant businessplan getiteld: ‘Je Vader is Dood Deal With It From Now On’, je leven binnenwandelen. Een procesmanager met een zwaar onconventionele visie die alle strakke planningen uit het kantoorraam gooit en deadlines van tafel knalt. Een procesmanager die op de meest onvoorspelbare momenten een bak rouwkostsalade (ik weet het, dit is al by far de slechtste woordspeling van 2017) door mijn strot ramt, met de opdracht deze direct te consumeren, of ik er nu zin an heb of niet. Grote goedheid. Ik kan dit niet. Maar natulek kan ik dit wel. Ik ben een fiere Maramis, ik ben het aan mijn familieclan en vooral aan pa, verplicht. Ik kan dit. Maar wel met een forse vallen en opstaan-marge, omdat het kan.

Enfin. Ik ga inpakken. Bikini, strandjurkjes, kerkproof outfits, stroopwafels, Nijntje voor nichtje. Om over een paar dagen flink uit te pakken. Door in de Balinese lampen te hangen met de grootste bel tropische cocktail denkbaar. Door het afgelopen jaar te overdenken op locatie, met het besef dat het goed is dat ik er weer ben. Door pa een paar keer te verrassen met een grafbezoekje. Hem vervolgens de oren van het hoofd te lullen (vind ie leuk). Door zijn grafsteen weer extra glimmend te poetsen en hem te spammen met verse bloemetjes.

Dus kom maar door met die onvoorspelbare emo’s. Ik kijk er naar uit omdat ik er niet naar uitkijk. Het wordt mijn eerste grote uitdaging van 2017. Mijn hart zegt op zich dat ik dit kan. Wat jullie? #lobi #FransBernhardHereICome