‘Heeey Daniël Arends, jij hier in Heerlen?!’

Vorig weekend had ik last van groupie-verschijnselen. Waarom zou je anders je dierbare, Rotterdamse weekend willen verruilen voor een weekend in sexy Heerlen. Goede vriendin Suzanne en ik pakten onze cityshoppers enthousiast in om kroepoek-cabaretier Daniël Arends in zijn show, ‘De Afterparty’ te komen bewonderen. Zijn youtubes heb ik op de repeat. Diezelfde youtubes heb ik ongevraagd bij vriendjes en vriendinnetjes gedropt als onderdeel van de algemene humorcurve-ontwikkeling. Een lachend leven zonder de harde en volkomen leipe, witzerige humor van Arends is even zo absurd als ondenkbaar. Dat groupiegevoel bij mij zit ‘m natuurlijk in het feit dat Arends ook een kleine kroepoek is, hetzij geadopteerd. Hoe hij zijn kroepoekroots zo vernuftig vervlecht met zijn geadopteerde leven tot een spekkoek -kom ik zo op terug in andere context-, is uit de kunst. Ik was zo blíj als een kind dat ik of all places in Heerlen, kaartjes kon fixen, in zijn verder hopeloos uitverkochte landelijke theatertour.

Suzanne de Randstadvriendin. En dat zie je.

Suzanne de Randstadvriendin. En dat zie je.

Heerlen, ik kan me niet herinneren hier ooit eerder te zijn geweest. Wel twee keer gepinkpopt (Landgraaf), Maastricht een paar keer, waaronder crashen bij studerend nichtje en weekendje dollen met de jaarclub. En ergens op de spoorlijn Spaubeek – Weert, heb ik met een clubgenoot appels geplukt als studentenbijbaantje. Ik weet dat het superhard werken was om die zware appelkar door het glooiende Limboland te trekken. Ik viel twee kilo af van dit plukavontuur ondanks de stevige maaltijden van de appelboer. Daarnaast bleef ik bijna voor de rest van mijn leven in een lachkick hangen van het blowen in onze caravan. Maar we dwalen af en moeten door.

Heerlen. We gunden de binnenstad geen blik waardig. Niet omdat we onze snobface aan hadden getrokken, maar omdat Heerlen city centre gewoon keihard in de categorie non-descript stadshart valt. Hier heeft de trend van reorganisaties en verhipping van winkelformules gewoon nooit doorgezet. De Blokkers en H&M’s puilen uit van asbest en granol, bij wijze van. Waar we overigens wél onze stadse oh’s en ah’s lieten schallen was Trattoria da Peco. Heeft me overigens wel drie uur van mijn kostbare Google-leven gekost om deze tent te vinden tussen de brasserie’s van het type ‘De Gouden Soeplepel’ en de ‘Friet van Henkie’s-snackbarren in. Maar da Peco dus. Een superheerlijke Italiaan met uitstekend voedsel, goede wijnen en een rekening waarvoor je in de Randstad anderhalve voorgerecht krijgt. Dus lieve mensen, mocht u ooit stranden in dit stuk niemandsland van het Koninkrijk der Nederlanden: eet u vooral hiero, op de Geleensestraat 17. En het wordt nog mooier: pal tegenover ons Tullip Inn-hotel zat een toko met de meest heerlijke kue lapis ever. In Heerlen!

Dan Arends. Arends, Arends, Arends. Wat was je goed zeg. Weergaloos to the moon en terug.
Je ziet wel dat hij emotioneel groeit met de jaren, zijn voorstellingen steeds meer een eenheid. In Heerlen vertelde hij een prachtig kopstaartverhaal, met de lekkerste, grappigste bizar-vlijmscherpe uithalen naar stelletjes, de (arme) peeps op de eerste rij, en, Amsterdamse makelaars. Die hebben volgens Arends namelijk van top tot teen ‘kakkers aan'(!). Vrouwelijke Amsterdamse makelaars, die hebben ook kakkers aan. En – wijzend naar de hals- ‘en hierlangs hebben ze nog een stuk hoerrrrr aan.’ Arends was echt zijn world domination aan het doen op de vierkante meters van het Parkstad theater. En Heerlen bulderde van het lachûh, dwars door de non-descripte straten van het centrum heen.

Kermisje hoor daar in Heerlen.

Kermisje hoor, daar in Heerlen.


Het theaterplein was overigens volgebouwd met een ouderwetse kermis. Compleet met een kitsch Mont Blanc-editie van de rups, een klassiek spookhuis, zuurstok- en suikerspinkraampjes en de inktvis (waarvan niemand je ooit vertelt dat je hier kotsend je einde tegemoet gaat). We bestelden poffertjes als nabeschouwing. Voor drie euries kregen we een portie waarmee we de Heerlense fanfare mee kapot konden gooien. Wat een stad, wat een stad. Non-descript maar wel een fijne trattoria en sappige kue lapis. Niet sexy maar wel een superschattige kermis met een overschot aan poffers. Geen loungeclubs maar wel Daniël Arends die voor een vette afterparty zorgde.

Heerlen de gekste!

PS: Google Arends s.v.p. als je ‘m nog nooit eerder hebt gezien (wat ik dan weer raar vind, maar goed het is je vergeven). Hier 1 van mijn favoriete Arends-filmpjes. Geen dank!

HAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAHAAAAA!!!

Kevin Hart was het allergrootste cadeautje afgelopen weekend. In de Ziggo Dome moet ik m’n lady-chaperone Nina kapot hebben geknepen van het lachen. Like a hundred billion times. Zal haar zo even appen of het wel goed met haar gaat.

Hart is sowieso mijn bondgenootje omdat ie z’n lengte van 1.56 cm supergrappig gebruikt in z’n shows. Ik voel deze kleine grappige guy. Zoals hij op een kruk zit, zo zit ik ook altijd op een (bar)kruk: bungelende beentjes die tevergeefs grond zoeken. Zo herkenbaar. Alleen ben ik geen Kevin Hart. Hij is de comedian, ik de blogger; ieder z’n vak. Ieder z’n vak. Maar wel allebei kortbenig. We zouden een mooi stel zijn Hart en ik.

Ik vind Hart geniaal omdat hij bij zijn intense animal-angsten (gangstergorilla’s, wasberen met pistolen, haaien met attitude en loerende struisvogels) altijd eerst zichzelf redt: lekker onverantwoord en daarom zo dodelijk grappig. Want: don’t we all think and act the same als we face to face staan met giga-gorilla of shitty shark? Gewoon wegrennen en niemand redden. Zelfs je moeder niet. Muhahaha.

Wat ook geniaal is: Hart begint zijn verhaal met een anekdote of twee, en dingen uit die anekdotes laat hij aan het einde weer fijn terugkomen in zijn verhaal. Intelligente humor noem ik dat, herhaling. Wordt ook vaak in scripts, scenario’s en speeches getweakt. Gegarandeerd een wow-effect bij je audience. En eeuwige roem, een epische fanbase en heel, heel veel groupies.

Probeer het maar eens uit. Een verhaal vertellen met een bizar detail en met dat detail weer eindigen. Probeer het op zo’n killingsaaie Nederlandse verjaardag. Zo’n verjaardag waarbij iedereen apathisch in een kring zit te staren naar een berg vlaai en drie roomboter spritsen op een schaal. Een verjaardag waarbij bij binnenkomst je fakking iedereen moet feliciteren – omdat iedereen je zo verwachtingsvol debiel aankijkt-. Zo’n verjaardag dus. Trouwens, je moet ernstig iets aan je vrienden/familiebestand doen als je te veel van dit soort birthday’s moet afvinken. Maar dat geheel terzijde. De kracht van herhaling, daar gaat het om mensen. Een stijlmiddel dat ik zelf ook supervaak gebruik in mijn werk. Of het nu short copy is of een gedicht.

Back to the funny guys-business. Want grappige guys van eigen bodem zijn er namelijk ook genoeg. Waarbij de shout out naar Daniël Arends gaat. Warum? Omdat dit: a) hij is pinda net als ik b) zijn humor is grof, grappig en absurd in de mix. I love that. Arends heeft het in een van zijn shows bijvoorbeeld over hoe het gaat als jongens een avondje bier gaan drinken. En dat er dan altijd standaard typen chicks in die bar aanwezig zijn: de lelijkerds en de mooierds: ‘Mooi maar altijd met borderline.’ LOLLOLLOL. Ik zie gelijkenissen in zijn teksten met mijn gedichten en blogs: aan het einde komt er altijd iets onverwachts, iets banaals. Of, hij zet dingen en situations tegenover elkaar die in principe niet matchen, maar ergens toch weer wel. Van die schijnbewegingen in tekst, ik houd ervan.

Hart en Arends. Allebei briljant met woorden en verhalen. De ene de shorty American guy, de ‘grown little man’ en de andere de Indonesische guy, de geadopteerde kakker met grote mond. We zouden met z’n drieën een mooi team zijn, serieus een mooi team.

Kevin Hart – I’m a grown little man

Daniël Arends
Sprookje
De zachte heelmeester