Expeditie Monkeyson

Expeditie Robinson. Ik beschouw het televisieprogramma als een jaarlijkse masterclass ´Hoe overleef je op één pakje rijst als alle Dirk van den Broeks failliet gaan´. Ook als een soort heerlijke “Wat als ik mee zou doen, hoe tactisch zou ik spelen in veertig graden temperaturen. Op 1 bananenschil per week.” Nah. Niks tactisch spelen, ik word direct hangry as hell natulek. Met je rijstkorrel per dag.

In real life heb ik eigenlijk nog nooit hoeven overleven qua eten en/of onderdak moeten zoeken. Verdrietig idee dat overleven voor heel veel mensen bittere realiteit is.. Als ik naar Expeditie kijk, dan zie ik overigens wel overeenkomsten qua locatie. Die belachelijk pretty eilandengroep op de Phillipijnen lijkt heel veel op de idyllische Sundae-eilanden waar ik in 2016 met een groepje vrienden ronddobberde. We hadden een boot, schipper en personeel, snacks, drinken, alles. Maar de ultieme stille, bijna desolate vibe in die eilandengroep- en wateren is goud. Het gegeven dat je serieus niemand tegengekomt op zo’n tranquillo island roadtrip, voelde fijn. Op jezelf en je eigen gedachten aangewezen zijn. Je nederig voelen omdat je op visite bent in een stuk natuur en onderzeewereld waar je gewoon niets te vertellen hebt als human. De echte bewoners zoals manta´s en baby hamerhaaitjes die langs je benen zwemmen. Zonder geluid te maken. Zonder te schreeuwen. Iets wat wij peoples zo goed kunnen. Alleen al de gedachte dat je ooit terug moet keren naar de bewoonde wereld. Waar iedereen weer aan je kop zit te zeiken, egoïstisch zit voor te dringen bij de kassa, in de trein en gewoon in het leven in general. Surreal.

Kaolo lelijke Expeditie-sandalen dragen is a mood smh .

Kaolo lelijke Expeditie Robinson-sandalen dragen is a mood smh.

Maar goed, ik heb mogen slapen onder een sterrenhemel, imposante rotsen kunnen beklimmen (die volgens mij gewoon gehuurd zijn voor alle Lord of de Rings-afleveringen). Het solitaire natuurgevoel voelde heel rijk. Maar dat heeft verder natuurlijk niets te maken met overleven op een bounty-eiland waar je wekenlang je tanden poetst met een stukkie kokosnoot.

Of toch. Als mijn studententijd ook geldt als survivallen tenminste. Ik bedoel, wekenlang teren op witbrood, pindakaas en pasta met groenten onder de twee euries, is hard hoor. Dan zit er waarschijnlijk tóch een klein Robinsonnetje in mij. Kijk, dat vind ik zo geinig aan Expeditie. Het is iedere keer toch weer een bucketlistgevoeletje dat het programma bij mij opwekt. Dat ik ook die vuurmaakskills wil ownen (leuwk toch een kampvuur op het balkon). Dat ik notabene als het Aapje niet eens fatsoenlijk in een touw kan klimmen. En dat ik dat dus ook gewoon zou willen. Is toch handig als er wat gebeurt in je osso? Lekker soepel een touw langs de muren gooien, mezelf sexy naar beneden laten abseilen. En ondertussen de hamster van de buren redden. Dat werk.

Wat ik trouwens wél kan: Een maand lang een hele dag niet eten en drinken onder heftige temperaturen. Ik heb namelijk ooit meegedaan aan de Ramadhan toen ik in Jakarta woonde. Supersolidair zijn met mijn moslimvriendjes en vriendinnetjes op school, ja toch. Hoe dat ging? Nou uhm, taai. Je moet even door een bepaald punt heen en proberen je energie slim te verdelen gedurende de dag. That’s all.

Dus recap: rondlopen op een onbewoond eiland, weinig eten en drinken maakt mij inderdaad nog geen Robinson. Als ik ooit voor de Mudrace ga trainen aka Gaat Never Gebeuren, dán pas mag ik stoer doen. Voorlopig houd ik het bij kijkon naar al die ploeterende Robinsons op tv. Maar vooral denk ik aan al die peoples op aarde voor wie voedselschaarste, struggelingen en geen osso hebben, überhaupt een nasty vanzelfsprekendheid is. Wat is de wereld eigenlijk een knap en lelijk apparaat tegelijk.