Altijd Lachen met die Longen

‘Ik hoest met droge keel en kriebel. Heb jij daar ook last van?’, appte mijn moeder met net het verkeerde – en dus grappig- emoji-gezichtje. ik wou dat ik ‘nee, wat vervelend voor je mama’ kon appen. We blijken hetzelfde irritante zwakke luchtwegen-gen te hebben. Dit gaat way back naar mijn babytijd. Ik ben geboren met bronchitis en longontsteking in de mix. Ziekenhuis was mijn tweede osso. Gelukkig schijn je over die longellende heen te groeien. And so it did. Maar je krijgt er wel aandoenings in dezelfde categorie voor terug: allergie en hooikoorts (iets met tegenreactie, antistoffen weetikveel). Lergic & Hay lopen dus als een soort blaffende honden al zo’n jaartje of tien met me mee. Met symptomen die lijken op, oh joy: bronchitis. Daarover later meer.

Ik heb best een bijzondere variant op hooikoorts. De meeste hooikoortspeoples hebben dikke ogen, niesbuien en loopneus. Ik heb dat ook allemaal maar minus de chubby eyes. Alleen vorig jaar op vacay in Griekenland was het taai. Ik reageerde plotseling helemaal hysterisch op alle bloeiende planten en struiken in Gyrosland. Met oogjes dicht Ouzo’s atten. My bad.

Anyway. Mijn hooikoortsaanval verloopt dus anders dan die van een random hooikoortspatiënt. Die van mij kruipt letterlijk als een hinderlijk Tetris-bataljon door mijn luchtwegen. Met epische hoestbuien als gevolg. Die hoestbuien kunnen overigens droog beginnen en na een tijdje transformeren in verstikkende slijm-apparaten. Die hoest, I mean really. Als ik in mijn hoestperiode met het OV ga, dan kijken mensen altijd verdwaasd om zich heen.
Op zoek naar dat oude gebochelde en rochelende vrouwtje. Dat oude vrouwtje vinden ze niet. Wel een leuk hip vrouwtje dat teringherrie produceert. Ogen dicht en je hoort National Geographic Channel aflevering ‘hoe mijnwerkers in 1788 klonken na 356 dagen steenkool snuivon’.

Anyway. Je doet er precies niks aan. Hoestdrankjes? Nah. Die zijn gemaakt voor symptoombestrijding en bedoeld om de toch al uitpuilende Maladiven-kas van de farmaceutische industrie verder te spekken. Soms helpt een honingdropje. Of een aai van mijn vriend over mijn hoesterige hoofdje. Maar de hoestprikkels zijn sluipmoordenaars. Krakakakaaa, snoeihard in mijn longen en hop, wéér een bijna-doodervaring. Daar helpt serieus helemaal niets tegen. Soms probeer ik de hoestprikkel te battelen door een soort mindfulness-dingetje er tegenaan te gooien. Gewoon, door rustig door te ademen, de kapotjeukende prikkel te negeren. Of te ownen, tis maar net hoe je het ziet. Op zo’n nasty moment kan ik ook niet praten en/of bewegen. Een overgeefsessie ligt namelijk gevaarlijk op de loer. De peristaltische beweging (yo Google) is dan zo heftig, dat ik niet anders kan zum kotsen. Dus dat. Hoesten is gewoon hel. En Thank God, eindelijk, eindelijk, na ruim anderhalve maand Chef Slijmproductie XL geweest te zijn, kan ik zeggen dat ik er vanaf ben. Dus als je volgende keer iemand hoort hoesten met een gemiddelde snelheid van 160 km/u (geen grap), maar geen idee hebt waar het vandaan komt: it’s me. The little monkey met haar helse hyperactief longapparaat, inclusief defecte UIT-knop. Advies: don’t stare at me. Stop gewoon oordopjes in. Dan stop ik op mijn beurt een honingdropje in mijn mond en doe ik een schietgebedje. Ik gun die lieve metroschoonmakers ook een normale werkdag, ja toch.

Een onsje verse longen alstublieft!

Ik ga morgen naar het Erasmus MC, om vervolgens door te lopen naar de donorkoelvitrine op zoek naar nieuwe versgebakken longen (ik realiseer me dat ik hier een nogal gevoelig thema -donoren- te pakken heb, maar ik bedoel het goed). Meanwhile heb ik ook een loeiknappe chirurg gefixt die mijn hoestlongen in de ziekenhuiskliko gooit en de nieuwe units erin plakt.

Sinds ik terug ben van Indo hoest ik. En dat is nu ruim drie weken geleden en ik heb er inmiddels een dikke sik van. En dan zullen jullie denken: hoesten? Lekker boeiend? Ja mensen, het is ook totally niet boeiend. Wat het wél is: hinderlijk tot in mijn diepste DNA-vezels. Ik hoest dagelijks een heel divers repertoire bijelkaar. Van droge hoest tot hoest met slijm erin waardoor ik als een Rotterdamse havenwerker klink die al tachtig jaar aan de zware shag zit. Twee weken geleden was die hoestprikkel nog zo intens en hardnekkig, dat ik een tijdje met een emmertje naast het bed moest tukken. En voor de zekerheid plastic zakjes meenam in mijn tas als ik de deur uitging. Bang dat een hoest- slash overgeefsessie mij als een brutale kakkerlak zou overvallen. Nou heb ik al mijn hele leven lang een tamelijk hysterisch luchtwegensysteem, maar het is nou niet bepaald een God given aandoening waar ik trots mee kan shinen. Ik heb nu pilletjes tegen de hoestprikkel die je slaperig maken. Ik eet die dingen als snoepjes waardoor ik elke tien minuten van de dag een slaap lekkermoment heb. Alles voor Bassie.

Op Bali had ik uiteraard nergens last van. De luchtvochtigheid daar was sky fakking high en in de groene uitgestrekte natuureluur van de Minahasa deden mijn longen hoogstwaarschijnlijk een vet vreugdedansje. Maar hier met die malle Hollandse zomer wel warm-niet warm, heb je toch te maken met doorgaans droge binnenruimtes door verwarming die dan weer aanslaat of gewoon slechte ventilatie. En ik wijs de superdroge lucht in het vliegtuig vanaf Dubai als hoofdverdachte aan. Nou vlieg ik natuurlijk wel vaker, maar de kans is groot dat precies op deze ene vlucht die gortdroge cabinelucht flink gemixt was met keelneusvirusjes van andere passagiers.

Een bezoekje aan de huisarts wordt overigens wel steeds urgenter gezien de hits die ik krijg in Google op ‘eindeloos hoesten’. Na drie weken zelfdokteren mag je namelijk gezellig verder klagen en rochelen bij een échte dokter, jeuj. Die van mij is op vakantie tot 4 mei. Dan ben ik precies een maand aan het blaffen. En omdat ik geen carrière ambieer als hondenblaf-imitator, eis ik volgende week van de dokter een wonderpil waarmee ik binnen 1 uur volledig hoestvrij ben. Dan maar geen knappie chirurg die nieuwe longen komt implanteren.