Ik, de brulaap met arendsogen

Alora. Het Olympisch roeiersmetaal is binnen, goud, zilver en brons. Deze aap kan weer rustig slapen.

Als oud-stuur keek ik afgelopen weekend naar de Olympische finale van de Holland Acht. Kijken is nogal zacht uitgedrukt. Ik zat in volledige stuurhouding, armen langszij, vuisten gebald alsof ik het stuurtouw strak vasthield. Voorovergebogen op de bank, schreeuwend: ´en in, in, in, kom op, pak doorrr, en in!’

Op het tv-scherm zag ik de boegballetjes van de concurrentieboten net voorbij de punt van de Holland Achtboot gaan. Tweehonderd meter voor het zilver schuift Duitsland met de laatste vereende krachten vooruit, en roeit zelf naar de zilveren plak, en daarmee de Holland Acht naar het brons.

Dat brons is in eerste instantie de verdienste van de acht roeibonken in de boot, maar in allereerste instantie, dus nog voor de roeiers zelf, is deze roeiersglorie te danken aan stuurman Peter Wiersum. ´Huh hoezo, de roeiers doen toch het werk.` Zucht. Bij grote roeiwedstrijden voel ik me altijd geroepen om aan iedereen die het (niet) weten wil, uit te leggen hoe belangrijk de rol van stuurlieden is. Neen, we zitten niet relaxt achterin de boot een beetje te zitten en te schreeuwen dat ze harder moeten roeien en verder niks. En neen, die boot gaat niet vanzelf een richting op, dat doet de stuur. Ik ga het, in naam van deze Olympische Spelen en namens alle stuurlieden van Nederland, nog één keer uitleggen.

Net zoals een kapitein op het schip, heeft de stuurman de monopoliepositie. Hij of zij heeft als enige iets te vertellen in een roeiboot. Roeiers moeten namelijk alleen heel hard kunnen roeien. De stuur, zittend achterin de punt van de boot met het zicht naar de vaarrichting en kijkend naar de slagman (de roeier die helemaal achterin en dus direct voor de stuurman zit), heeft als enige het overzicht over de hoofden van de roeiers, op het water in 360 graden. Dat betekent dat de stuurman ook verantwoordelijk is voor het verkeer. In de zin van de binnenvaart in de gaten houden en manoeuvreren waar nodig. De stuur als stuntman. Met haviksogen die ervoor zorgen dat een boot niet tegen de oevers klapt door een plotseling oprukkende zijwind of dat er gehakt van de boot wordt gemaakt in de draaiende schroeven van een passerend binnenvaartschip. Daar heb je de stuurmanskunsten voor nodig. De stuurman die letterlijk de touwtjes die aan het roer verbonden zijn, in handen heeft. De stuurman is de watercoureur van dienst.

Bij Leidschendam-Voorburg. 80 km gebeukt. Nog 20 te gaan.

Bij Leidschendam-Voorburg tijdens de 100 km Ringvaart Regatta 2012. 80 km gebeukt. Nog twintig te gaan.

Dus inhalen gebeurt zoveel mogelijk aan stuurboordzijde, grote binnenvaartschepen krijgen voorrang, op tijd schreeuwcommando´s geven bij scherpe bochten en lage bruggen. De verantwoordelijkheden van het kleinste bemanningslid aan boord, is het grootst van de hele ploeg.

Officieel is de stuurman aansprakelijk voor schade aan de boot. Vandaar dat we ook zo nasty kunnen schreeuwen als het koerstechnisch mis dreigt te gaan en een aanvaring met een andere boot of oever dreigt. Ook ben je als stuur de positiviteitsgoeroe van het ruime sop. Amateurroeiers verzuren al na anderhalve kilometer en dan is het de bedoeling ze weer bij de rest van het team te trekken en te zorgen dat er geroeid wordt in plaats van dat ze in een boothoekje gaan zitten huilen. Profroeiers gaan al verschrikkelijk hard, dus dan is het tijdens trainingen zaak dat je goed op de lage bruggen let. Een hoofd ligt er zo af in een onbewaakt moment. In het algemeen geldt: zitten de roeiers stuk ongeacht de kilometers, dan transformeer je in brulluitenant. Je jaagt ze via de speakers rücksichtslos over de kling en kilometers over het water. De finish zal gehaald worden. Je brult moed in (iets met krat bier bij de finish) en je schreeuwt dat ze nog ‘twintig halen na nu´ voor de finish zitten terwijl het er in werkelijkheid dertig zijn. Pokerfacen is ook part of the deal.

Dat een stuur de luie beul van de boot is en lekker zijn vaartochtje op het water zit uit te zitten tijdens trainingen, is ook zo´n irritante misvatting. De stuur levert in verhouding dan wel de minste inspanning, maar een training is voor een stuur ook behoorlijk zwaar afzien. In de winter, zolang er geen vaarverbod is door mist of ijsvorming, dan wordt er gewoon geroeid. Roeiers roeien zich na honderd meter al warm. De stuur daarentegen zit in een gemiddelde wintertraining van een uur of twee, stil in de boot. Ter illustratie, na wintertrainingen moest ik meestal uit de boot getild worden. Ik kreeg dan direct assistentie bij het uittrekken van klamme kledingstukken. De vingers te stokstijf van de vrieskou. Een kop thee deed altijd dienst als kacheltje. Zo ontdooide ik langzaam en kon ik weer bewegen. Alles zonder krimp. Stijve stuurtjes janken niet. Want de roeiers hebben getraind, de boot veilig terug in de loods. What more can you ask for.

En nee, voor grote wedstrijden ronsel je niet ‘zomaar iemand’ om te sturen. In de professionele roeisport roei je met geschoolde stuurmannen- en vrouwen. Waarbij vooral het formaat telt. Een boot is meestal al zwaar bepakt met roeiers in bepaalde gewichtsklassen, dus een stuur moet vooral licht en klein zijn. Bij officiële wedstrijden wordt de stuur van tevoren op de weegschaal gezet. En het is handig voor de traditie als de stuur in het water belandt (lees: door de roeiers het water ingegooid) wanneer je blik trekt (roeiterm voor een gewonnen wedstrijd). De roeiploeg doet dat met liefde. Ook al zijn het krachtpatsers, ze willen het stuurwerpen wel graag herniavrij kunnen doen.

Ik vind stuurvrouw zijn een erebaan. Want dankzij mijn scherpe arendsoog stuur ik de boot tactisch naar de eindstreep. Op karakter, op kracht of op pure bluf. Als stuur ben ik King of the Hill. Omdat roeiers verplicht naar mij moeten luisteren, anders krijgt de roeiploeg ruzie met mij èn met de coach langs de kant. Of het omgekeerde gebeurt. In 2012 deed ik samen met mijn roeimatties mee aan de 32 km lange roeimarathon door de kanalen en voor de kust van Venetië, de Voga Longa Regatta. In een deelnemersveld van 1800 boten en lokale pleziervaart die nul rekening houdt met de marathon. En een hysterische Italiaanse waterpolizei met wie ik op de Canal Grande binnen dieci minuti de grootste fittie op aarde had. Ik zat namelijk gesandwiched tussen een logge toeristengondel en zo´n afzichtelijk glimmend nieuwgeld-yacht. De gladde eigenaar van dat yacht kwam doodleuk de hoek om racen aan bakboordwal, bijna recht tegen onze boot aan rammend. Maar volgens de waterpolitie zat ik (uiteraard) fout. En ik vond het niet eens heel erg, deze jijbak op het water. Want wanneer heb je nou een verhitte discussie met de locals, met dat heerlijke Italiaanse gesticuleer, onder de brandende Italiaanse zon? Tel daarbij de James Bond-setting, de Punta Della Dogana als finishpunt, erbij op en mijn dolce vita was compleet.

Jonas in de walvis-stuur. Na de Voga Longa Venezia

Voga Longa Venezia. Vlak na de finish: Jonas in de walvis-stuur.

Enfin, de stuurvrouw als keizer van het binnenvaartcircus, de hoeder van de behouden vaart, de psycholoog van bonken spierkracht als de verzuring hen te veel wordt, de regisseur van een dollemansrit over schuimende wateren. En ook al komt je boot er niet ongeschonden uit (lukte gewoon niet tijdens de Voga Longa wanneer je met duizend boten tegelijk binnenvaart bij de wijk Cannaregio), het allerbelangrijkste is dat je boot niet omslaat. Zo ongeveer het allerergste wat er in je roeiende/sturende carrière kan gebeuren.

Iemand zin in bootjevaren binnenkort?

Is het nu klaar met dit gedoe of niet?

Thuiskomen in NL geeft weer een heel nieuwe dimensie aan het rouwproces. Ik dacht, hoe verder van het graf hoe lichter de last. Maar dat werd het niet. Ik negeerde in Indonesië overigens ook alle goedbedoelde mededelingen van vriendjes die me alvast sterkte wensten met rouwfase II eenmaal terug in NL. Negeren is het woord eigenlijk niet. Ik ging er gewoon vanuit dat ik na Indonesië klaar was met dit grote Frans Bernhard Bedankt-traject. Nederland was/is thuis. Een thuis met broodjes kaas en Appie-tassen vol hamsterveroveringen. Een thuis met de Hollandse slag en Vaderlandse vibe: orde, rust, regelmaat en regen. Heel veel regen. Ten slotte is thuis waar papa mij vrolijk toelacht vanachter een zilveren fotolijstje. Thuis is rouwvrije zone. Ondertussen klopt een Haags advocatenkantoor op de deur van firma Het Aapje. Ze willen nieuwe websites met nieuwe content.

Twee maanden rouwen in Indo moest genoeg zijn. Hoe naïef kon ik zijn. Naïef is het woord eigenlijk niet. Want ik had/heb gewoon geen idee hoe een rouwproject precies (door)werkt als je van locatie verandert. Alsof je heel krukkig een nieuwe roeiboot stuurt want slecht afgesteld roertje. Het enige wat ik kan sturen zijn mijn monkeyblogs. De blogs als huilkussens voor mezelf en voor iedereen die wil meehuilen. Maar doorrouwen in Nederland? Nope, niet echt ingecalculeerd. Dat resulteerde vorige week in hachelijke situations. Zoals bijna naar een remise rijden met de trein. Het uitvaartliedje, het inmiddels door mij vet geplugde Like I am gonna lose you van Meghan Trainor, de schuldige. Ik heb ‘m op mijn foon staan en draai het vaak en hard. Als soort shocktherapie. Elke regel uit dat liedje schiet pijnlijk raak maar desoriënteert ook enorm. In de trein wist ik daardoor – huilend- even niet meer waar ik was. Delft was ik in elk geval al voorbijgereden. Twee dagen daarna met Bevrijdingsdag, stond ik opnieuw met betraand bekkie op Rotterdam CS. Bevrijd, dronken, droef en verloren. Het keiharde feit dat papa niet meer leeft overvalt me op de meest onverwachte momenten. Als een sluwe sluipschutter. Eentje die verdomde goed in zijn vak is. Ik meld me via Facebook aan bij een paar netwerkevents. Ik zie interessante kansen voor Het Aapje.

Vorige week was ik bij een familieverjaardag waar de bakken afhaalchinees gezellig op tafel stonden. Ik schepte op alsof ik net van een begrafenis terugkwam. Beetje stil, brok in de keel. Al dat voedsel als confronterende reminiscenties aan de Tafel des Overvloeds in Tondano. Het droeve gevoel gemixt met de troostende, gezellige geur van eten vond ik tamelijk verwarrend. Ook al duurde die verwarring slechts een paar seconden. Maar vooral dit: wakker worden met de ontstellende ontdekking dat pa er niet meer is. Dan staat de sluipschutter gewoon naast me hoor. De bastaard. Ondertussen nestel ik me als een mak lammetje in de troostende, Nederlandse armen van familie, vriendjes en vriendinnetjes. Deleven gaat door mensen, deleven gaat door.