In je hok en snel wat!

Ik kon niet vermoeden dat het bijwonen van een HR-gastcollege van Halleh Ghorashi, hoogleraar Diversiteit & Integratie aan de VU, voorbode was van een sterk staaltje hokjesdenkenborrelpraat in Rotterdam een dag erna. Hokjesdenken, maar dan leuk. Kom ik zo op terug. Een boeiend college was het overigens. Hoe wij als ‘witte’ gemeenschap bewust onbewust personen kleien naar de vorm die ons zint, in een vorm die wij veilig vinden. Ramvol normen, waarden, randvoorwaarden, regels en beperkingen. Ik ken de theorie van Huizinga, Homo Ludens, en dat je als kind eigenlijk al in de knop wordt gebroken. De vrije creatieve geest wordt in een schools format geknald. Gevormd, zodat je in de pas loopt met de rest van de kudde. Voor de rest van je leven, als je niet oppast. Ieks.

Ik kan hier uren over doordiscussiëren. Maar we moeten door. Want diversiteit kent vele zijvertakkingen. Hokjesdenken past (pun intended) bijvoorbeeld ook prima binnen de context diversiteit. Iemand scannen op kleding, gedrag, accent, etc en dat razendsnel processen tot een hokje-unit. En dat hokjesdenken was precies wat er gebeurde, weliswaar op een heul amusante manier, op het 1e lustrumevent van een Rotterdamse stichting. Locatie: restaurant Dewi Sri aan de Westerkade, langs de oevers van de schuimende en klotsende Nieuwe Maas (o, o, Rotterdam wat ben je toch schön). Daar mingelde ik tussen, en met ruim dertig Rotterdammers met het hart op de goede plaats. Stuk voor stuk peoples die de hartverwarmende projecten van de jarige stichting liefdevol omarmen en ondersteunen. En er was bier en een zeecontainer aan Indische hapjes. Dan weet je: Het Aapje zegt hoooi en komt voorlopig niet meer thuis. Enfin. Ik keek nieuwsgierig rond omdat ik behalve de lieftallige dame oprichter van de stichting, helemaal nobody kende. Altijd extra leuk om op zulke momenten je netwerkskills te testen. Ik noem mezelf een gevaarlijke netwerkert. Want opeens sta ik met mijn tamelijk indrukwekkende 1.48 cm naast een argeloos iemand. Precies in de dode hoek, met een biertje in mijn linkerhand en een ‘hallo, ik ben Ramona, en jij?’ in de rechter.

Enfin, we moeten door. Ik raakte aan de praat met twee echte, retetrotse Rotterdammerts. Als ik me niet vergis allebei in Rotterdam (geboren getogen), gestudeerd en daarna nooit meer weggegaan. U begrijpt, dit was riskant terrein voor een apenkop met roots in 020. Ik wil niet zeggen dat de sfeer grimmig werd toen ik eruit floepte dat ik in Amsterdam werk, maar het was op het randje. “AMSTERDAM????!!” Ja jongen, you’ve heard me allright. Om het nog erger te maken, verklapte ik mijn geboortestad, het poshy Haarlem. Maar dàt was op de een of andere manier wél geografischverantwoord. Dus ging ik nog een stapje verder met poeren en in de conversatie prikken (want zo rollen monkeys). Door Amsterdam het mooie meisje te noemen en Roffa de stoere chick. Díe opmerking was echt de druppel. Ik geloof dat daarna het bierinfuus moest worden aangelegd, want deze vergelijking – die ik dus als compliment bedoelde-, werd door deze Roffaboy in zijn geheel niet begrepen als zodanig (hallo van Kooten & de Bie!). Maakt niet uit, de conversatie verliep verder vooral vette knipoog-lekker, met grootse borrelpraat en veel lol. Vooral toen het gesprek richting de landelijke politiek ging, en ik Pechtold een grote lul noemde. Rotterdamboy was lichtelijk geshockeerd: ‘zoiets verwacht je niet van zo’n uhm klein meisje’, stamelde hij nog na. Had ik al verteld dat de pangsit gorengs van Dewi Sri gillend goed zijn? (aduhhhh enaaak yaaa).

Maar we dwalen af en we moeten door. Met Amsterdam vs Rotterdam, met kleine meisjes vs grote mond. Een hokjesdenkensessie met veel bombast uit de grond gestampt in slechts tien minuten borrelpraat. Kon het nog amusanter? Reken maar van yes! Want tijdens een van mijn ouwehoeracties vroeg die andere Rotterdammert, de bestuursvoorzitter van de stichting, mij of het glas half leeg was. Of dat ik liever stamppot boerenkool met worst at. Ik koos natuurlijk voor antwoord b)stamppot, omdat ik het een schitterende vraag met geniale schijnbeweging vond. Daarnaast was ik vooral gefascineerd door zijn voorkomen en het werk dat hij deed (yep, de volgende hokjesdenken-unit komt eraan mensen). De beste man zei namelijk dolfijntrainer te zijn (wat ik soort van nog steeds niet geloof). En terwijl hij dat vertelde, keek ik naar zijn shiny maatwerkoverhemd, jeans en slick Santoni loafers eronder. Alsof je de directeur van Pieterburen uitnodigt voor een Quoteborrel, dat werk.

Best verontrustend dat ik denk dat dolfijntrainers geen Santoni’s kunnen dragen. Of, dat als je gestudeerd hebt, geen dolfijnenfetisj mag hebben. Mijn eigen set aan normen en waarden, hup, geprojecteerd op het profiel van een gast die ik amper ken, of eigenlijk net leer kennen. Diversiteit kent vele verschijningen. Dus zelfs als je ogenschijnlijk eruit ziet als een kantoorgast, dan kun je best heel aardig dolfijnen door een hoepel laten springen. En dat als de vice voorzitter van de stichting eruit ziet als een prachtige Naomi Campbell 2.0, ‘gewoon’ onderzoeker blijkt te zijn aan het LUMC. Het wordt voorspelbaar: maar op basis van je waarneming, doe je bewust/onbewust aannames. Ik lees ook te veel glossy’s waardoor ik denk dat alle langbenige dames met een glanzende huid model zijn. Superkort door de bocht, maar er zit een kern van waarheid in. En zo echode het belang van Ghorashi’s diversiteitscollege subtiel na op de verjaardag van deze stichting. Aan het einde van dit heerlijke lustrumevent nam ik afscheid, van onder andere de bestuursvoorzitter. Jeweet, die van de boerenkool. ‘Ik heb je in een hokje gestopt!’ riep hij triomfantelijk. Een kleine Ghorashi-alarmbel galmde na in mijn achterhoofd. Maar hij was nog niet klaar met uitzwaaien, want zijn triomfconclusie topte hij af met: ‘je zit bij mij in een hok en komt er nóóit meer uit.’ Goddank dat er zoiets als nuance bestaat. Dat zat in de manier waarop hij het zei. Het klonk namelijk als een compliment.

Sommige hokjes zijn zo gek nog niet.

PS:
Nieuwsgierig naar die leuke stichting? Kijk hiero: Stichting Lach. Oh ja Adinda van Dewi Sri is het allerliefste personeelslid ever, en ik heb heerlijk INDONESISCH met haar geluld, zo leuk seg!

En lees dit als diversiteit je lief is

Damsko vs Roffa: The Battle

Als oud-Amstelvener én voormalig Leidsepleinbewoner is het eigenlijk een godswonder. Een wonder dat ik überhaupt naar Zuid-Holland ben afgezakt (Delft). Maar vooral dat ik sinds een klein jaar openlijk de liefde heb verklaard aan Rotterdam.

Tien jaar geleden vond ik de bonkige havenstad tochtig en grauw, nooit matchend met mijn outfit. Het shopgebied tussen de Coolsingel en de Meent: een foeilelijke betonnen pukkel. De Kubuswoningen; tja ook lelijk. En over lelijk gesproken; Rotterdamse corpsgasten zijn bot én lelijk tegelijk (theorietje overgehouden aan mijn studententijd). Oh, en waren er ook kroegen dan in Rotterdam? Waar precies? Om vervolgens gewapend met een massieve The North Facelandkaart kilometers af te leggen van het ene ‘eindelijk gevonden tentje’ naar de andere.

Nee dan Damsko. Daar is álles charmant geordend in grofweg de Pijp, Jordaan, Nieuwmarkt en Plantagebuurt. Overzichtelijke districten volgepakt met de beste koffietoko’s, geheime cocktailbars, dansbarretjes en coole fashiondeli’s. En dan zijn daar nog de prachtige grachten en de glinsterende Amstel. De vloeibare boulevards waar je posh met je sloepje vol succesvolle randstedelijke vrienden kunt varenshinen.

NulTwintig, de stad waar je met je noncha matzwarte Veloretti-fiets en Ace&Tate sunnies op, het volste recht hebt om alle irritante toeries snoeihard van de tramrails te rijden. Muhaha. Om daarna samen met je bff chill de Noordermarktboodschapjes in de fietskratten te stapelen, de flessen rosé bovenop.

De weekenden spendeer je beurtelings bij Hanna’s Boom en Double Tree Rooftop Skybar. Want je moet je ingewikkeld drukke week natuurlijk wel inluiden met bellen Bobby’s gin en biologisch fingerfood. Amsterdam life. Ik kan het uittekenen want heb het zelf ook geleefd en beleefd. En mijn citycrush voor Damsko zal ook altijd blijven.

Maar daar was opeens die brutale opdonder 010. Subtiel in mijn leven gekropen dankzij lieve vriendinnetjes (en nichtje) die daar wonen. En mij vervolgens op sjouw namen door die rare betonnen vesting. Rotterdam, de stad die in korte tijd de hipster citylijstjes bestormde met De Rotterdam en Markthal als gloednieuwe landmarks. Het Rotterdamt dat de Kinfolks van deze wereld wist te imponeren met vernieuwende resto-concepten en on spot cocktailbars.

Rotterdam, de brutale aap met een enorme bouwdrive en een niet aflatende creatieve, poppin’ drang voorwaards. Met bijvoorbeeld het indrukwekkende centraal station als resultaat. Zo indrukwekkend dat voor elke toerist nu het credo geldt: “wie geen selfie heeft met de belachelijk fotogenieke stationsgevel op de achtergrond, is níet in Nederland geweest.” Amen to that.

Het duurde even maar dan heb je ook wat. Want opeens landde het, dat Rotterdam. Wat ik eerst kil en grauw vond, voelt nu hip Berlijn-ish aan. Wat ik eerst zo tochtig en hoekig vond aan 010-bouwsels, vind ik nu cool, architectonisch vet en imponerend. En wat ik altijd al tof vond aan Rotterdammers (nuchter, open en creatief), voel ik opnieuw aan de vibe met nieuwe mensen die ik hier ontmoet. De creatieve energie, het gevoel dat hier nog zoveel kan.

Dat is ook 1 van de redenen waarom ik mijn websitefoto en bedrijfslogo bewust heb laten maken door respectievelijk een Rotterdamse fotografe en Rotterdamse designer. Het resultaat is, as you all know, verpletterend.

Nee, vergeleken hiermee is Damsko inmiddels een soort van superverzadigde fat duck. Al het moois&lekkers, hip&happening is er, maar wel ramped to the roof. Ach Damsko, de hoofdstadknappie waar ik nog steeds een crush op heb. Knap maar wel chubby en vol. Burp*. Vol met lieve vrienden en familie. Waardoor ik altijd ungoing reden heb om in Damsko te willen zijn. En als oud-Amstelvener ook gewoon aan mijn stand verplicht. Amsterdam nooit uit m’n hart for sure.

Maar Roffa is als een brutale aap op mijn schouder gesprongen. Een apenkop in de groei, net als ik met Het Aapje. De sparkle, de dingen die ik allemaal wil bereiken met Het Aapje. De grote stap voorwaarts. De belachelijk royale bak aan creativiteit. De ruimte. Dát is het Rotterdam waar ik in wil duiken en in ronddobberen. 2016 als Het Jaar van Het Aapje in Rotterdam. Klinkt fantastisch, ja toch niet dan?

PS: Oh ja 1 ding waar ik als verwende 020-flaneerchick niet aan kan wennen hiero in 010: níemand let op je! Roffa guys, kijk ’s om je heen joh!