Hier praat een nederig Aapje

Soms moet je als blogger een beetje nederig zijn. Door wat je eerst uitgebreid en luidruchtig wilde vertellen, even door te schuiven naar de next time. Nederig zijn omdat momenteel in de stad van Stokbrood&Lobi, een stokoud en wereldberoemd bouwwerk in de hens staat. Wat een tristesse. Ik val daar gewoon spontaan van in het nachtslot. Mijn woordenwaterval stopt, voor even. Gewoon even chill.

Toegegeven, in Parijs ben ik nooit naar de Notre Dame geweest. Maar als je niet weet what de hek de ND is, dan is er echt iets gruwelijk misgegaan met je algemene ontwikkeling afdeling Frankrijk (Hint: The Hunchback). Mijn gedachten deliveren mij meteen bij mijn eigen woonstad Roffa. Je kunt je toch echt niet voorstellen dat deze bloedmooie stad ooit compleet in de fik stond. Of dat de Erasmusbrug vlammend ten onder zou gaan. Tering wat trek ik die gedachte slecht. En daarom voel ik die huilende Parijzenaren ook echt. Markante gebouwen of ze nou shiny nieuw zijn of in elkaar geklust zijn in het jaar kruik, het hoort bij de ziel van een stad.

Stadsiconen zijn eigenlijk kapotluie verhalenvertellers bedenk ik me net. Want het zijn de peoples door de jaren heen die het verhaal achter gebouwen vertellen. Dat doen níet de gebouwen zelf natuurlijk. Duh. Alleen in Disneyfilms krijgt een kerk een bekkie opgeplakt en een wolkenkrabber een paar lippen op de plinten gesoldeerd zodat ze de film gezellig vol kunnen lullen.

Kerken, bunkers, gerechtsgebouwen, campussen, moskeeën, tempels, concertgebouwen. De hele wereld staat vol met dit soort units. Allemaal vertellen ze verhalen.
Indrukwekkende, treurige, heftige, mooie, onwerkelijke, ongelofelijke en avontuurlijke. Bedoeld om de liefde voor cultuur en history forever te koesteren.

Soms moet je als blogger een beetje nederig zijn. Door stil te staan met wat je hebt als stadse inwoner. En boy wat ben ik trots op Rotterdam. Een stad die brandend op zijn muil ging, een stad die van fakking ver moest komen om te zijn wie het nu is. Dáárom ben ik trots als import-Rotterdammert. Dat als ik op een zwoele zomernacht in 2018 bijna sta te janken van ontroering wanneer ik onder de verlichte Willemsbrug sta, zo trots ben ik.

Ik denk aan een brandend icoon en een stad die huilt. Ik hoop dat de Parijzenaren ook een soortgelijke trots hebben en zullen blijven houden na vanavond. Ze gaan het nodig hebben om het nieuwe, pijnlijke verhaal van de Notre Dame te vertellen. En te blijven vertellen. Met nóg meer trots dan ze al waren op deze Grand Old Lady. Ik gun het ze. Maar echt❤.

The Subway is the Only Way

Ik voelde me afgelopen 24 maart best een beetje feestelijk. Eindelijk, eindelijk na 100 jaar heeft Jakarta een metrolijn. Hun eigen Noord-Zuidlijn, de Jakarta MRT, is ready to rumble met 13 haltes dwars door de stad, over een lengte van 23 kilometer. Dit is pas fase 1, later komt daar nog de Oost/West-lijn bij. Ik ben serieus nog confuus van dit monsterproject, en dan praat ik over de afstanden. Hier in NL ben je met die metrokilometers bij elkaar opgeteld, gelijk het land uit. Zou wat wezen, dan kun je mensen gelijk én goedkoop het land uitzetten. Ok, dat was een niet echt geslaagde grap. Verre van subtiel ook. Ik schrijf gauw verder. De nieuwe metro in JKT is dus een gigantische stap voorwaarts in de Indonesische infrastructurele geschiedenis zoals dat deftig heet. En ik maak het mee hoor in mijn Facebooktimeline. Aan de lopende band flitsende pictures van vrienden, kennissen en pamilies. Allemaal striking a pose bij/in/op de metro. Hysterisch. Hysterisch mooi, dat ook. Glanzende ultramoderne metrostations (met tourniquets!) en voetgangerstunnels vol ledlampjes die steeds heel nice van kleur veranderen, echt fakking hipster. Jakarta heeft er serieus een kermisattractie bij, een compleet nieuw hoofdstuk in civilisation. Het werd tijd ook. Jakarta (16 miljoen inwoners) moest het tot nu toe doen met een bescheiden tram/forenzentreinlijntje, een op zich prima busnetwerk en taxi’s. Maar vooral moest Jakarta zichzelf levend zien te houden in die intense CO2-spugende soep vol filetwerkende waggies. Dat het doodnormaal is om elk uitje, ritje, uitstapje en tripje met je car binnen de stadse ring in te calculeren met een marge van minstens een uur, is natuurlijk ridiculously insane. Allemaal de schuld van de nieuwe rijken in Jakarta (en in Indonesië in general). Deze moneymaking Asians hebben nou eenmaal standaard gemiddeld drie auto’s (en 1 chauff) per huishouden. Die metro was daarom het laatste redmiddel voordat Indonesië uberhaupt uit alle internationale klimaatconventies zou worden gegooid. En een wereld zonder Indonesië, mijn landgenoten; sorry maar dat kan natuurlijk niet. Hoe dan. We pinda’s belong in this world. Eindelijk horen we erbij met dit hoofdstedelijke metronetwerk. En they rock it real hard mensen.

Apenkooien op station Bikini eh Cikini back in 2018🐒.

Apenkooien op station Bikini eh Cikini back in 2018🐒.

Hier in Roffa kunnen we er ook wat van hoor. Van een ander kaliber maar toch. Op z’n Hollands dus met een boel gemekker over een stukkie metrolijn wat maar niet afgemonteerd wil worden (lees: ze hebben het steeds over het testen van de software van de spoorwegbeveliging maar wat ze bedoelen is frikkin budgetoverschrijding zoals ever). Maar waar heb je het dan over, Aapje? Ik heb het over de Hoekse Lijn, het stuk treinspoor dat getweaked gaat worden naar een metrolijn richting het strand van Hoek van Holland. Maar het is al twee jaar uitgesteld. Dus nog steeds kunnen we onze strandstoelen, parasol, BBQ en schoonouders niet in de metro schuiven zodra de thermometer de eerste 22 graden aantikt. En elke rechtgeaarde Rotterdammer gaat natuurlijk nooitnie naar Schevie. Waar ze sowieso al niet eens een paar kerstbomen fatsoenlijk in de hens kunnen steken. Maar goed, dat geheel terzijde. Dit is dan gelijk het enige smetje op het verder supermooie metronetwerk plus stations dat Roffa rijk is. Want man man man, wat is dit type OV in de havenstad toch gruwelijk goed gelukt. Vergeleken met Damsko, waar met de net nieuwe metro Noord/Zuidlijn, ook eindelijk een beetje beschaving is ingetreden, is Roffa toch echt smooth en sexy hoor. Keje nagaan: Alle stations en metrostellen clean, strak en glanzend in de lak. Zelfs in de oksels van metrostation Roffa centraal ruikt het bloemig oriëntaals. Ik sei toch: sexy. Plus het feit dat metro Roffa de oudste en grootste in NL is. Ol’, big én sexy dus.

Toch nog iets kwijt over Damsko. Onlangs is daar de beruchte metro/tramlijn 51 opgeheven. Berucht vanwege zijn storingsgevoeligheid, maar vooral berucht omdat het nog een metrostel uit 1980 was en er ever since nooit iemand meer met een swiffer doorheen is gegaan. Ik ben een jaartje met die metro geweest toen ik op de Vrije Universiteit werkte. Metro 51, een wandelend stuk geschiedenis, de rockster van alle metrostellen. Je kon gewoon bijna ruiken hoeveel junkies, sigarettenrokende peoples (toen het nog mocht), honden en toeristen hier in hebben gezoend, gevloekt, gedreigd, gehoest, geniest en gekotst. Metro 51 is de enige metro waar als het vol was, ik standaard mensen aan hun rugtassen vasthield. Of aan iemands haar(stukje). Je hand aan de stang of stukje wand was vragen om AIDS. Het idee dat je hand gewoon bleef plakken aan whatever shit happened. Metro 51, by far de meest vuige, rauwe en compleet uitgewoonde metro die ik heb gekend. Dat resulteerde btw in dit blog.

Recap:
Jakarta heeft er een machtig mooie showpony erbij, in Roffa wachten we nog een jaartje ongeduldig op de strandsluiper en in Damsko namen ze afscheid van lijn 51, de metro die decennialang Amsterdam Centraal – Amstelveen heeft zitten rocken. Een goed metronetwerk is superonmisbaar in een big city, zoveel is duidelijk toch?
Of op z’n Roffiaans: ‘je ken er nie van buite ja toch niet dan.’

Oh, Oh Rotterdamt de mooiste stad achter alle duinen

Mijn liefde voor Rotterdam neemt ernstige vormen aan. Ik merk dat elke keer als ik de Westelijke tunnel van Amsterdam Centraal uitwandel, en de hoofdstedelijke lucht inadem. Die typische lichtranzige walm waar ik altijd zo goed op ging, hypnotiseert niet meer. Het is voor mij het herkenbare parfum van grachtenwater, wiet, roestende fietsen. duivenpoep en Febo-friet, maar die niet langer meer in mijn feels zit. Oh hallo Amsterdam-achterban: rustag maar. Ik zal mijn Amstelveense afkomst nooit verloochenen. Ook al kom ik daar eigenlijk nooit meer, maar ik weet waar mijn (oude) huis woont. Respect.

Maarrrr, Rotterdam begint na een dikke twee jaar serieus in mijn ziel te sluipen. Geleidelijk maar gestaag en heel doelgericht. Dat ik als een kind zo blij ben als ik weer in de trein terug zit van Damsko naar 010. Als na 40 minuten Intercity Direct snoozen, vanaf de noordzijde van het Rotterdamse spoor de zwoelie rode neonletters van mijn favo nachtclub Annabel soepel in mijn blikveld vallen. Rotterdam dat zo lekker in mijn actieradius ligt wat betreft de inwoners met grote muil en mini-hartje, de intense architectuur-eyecandy, de vrije opmars van allerlei toffe horecaconcepten en clubs. Ok, ok, ik moet kanttekening doen. De heftige discussie rondom de huidige clubscène-situation hiero, parkeren we even. De gloednieuwe club Reverse aan de Schiekade moet/gaat Roffa als nachtvlinderstad weer op de kaart brengen. Dus chill out iedereen.

Alle nachtvlinders en vlinders in de buik nog an toe en toch en toch en toch moest ik moeite doen voor deze stad. En alles waar ik moeite voor moet doen heeft direct mijn aandacht en laat ik moeilijk los. Ik lijk wat dat betreft net een guy. Als er niets meer te jagen valt dan verdwijnt de interesse rap. Amsterdam is de pretty girl die zichzelf, op het afzichtelijke af, makkelijk presenteert. Roffa? Neeuuh. Ga eerst maar even tien keer op je bek in dat rare NYC-avenue stratenpatroon. Alles rechtdoor zo die gaat en nergens van die organisch-schattige fietsbochtjes te bekennen zoals in Damsko. Nee, dan al die hinderlijke gangsta-waggies waar Roffa zo berucht om is. En als je eindelijk dat stratenpatroon doorhebt, dán ontvouwt zich ook nog eens de concrete jungle waarin je je voedsel moet gaan zoeken. Om te overleven. Koffie en eettentjes zitten, alsof ze het erom doen, vaak kneitergoed dichtgemetseld in de betonnen periferie. Verstopt als geduldige parels om ontdekt en voor eens en voor altijd omarmd en gedragen te worden. Eenmaal gevonden, dan is de gruwelijke koffie en goddelijk voedsel ook je eeuwige overwinningsbeloning. Dát is Roffa. Zoek het eerst maar ff lekker uit, genieten en de held uithangen kan altijd nog.

Och och och, wat heb ik al belachelijk vaak mijn liefde voor Roffa geuit. In mijn blogs, in mijn spoken word, in mijn amateur-instapics. In 2016 nog aarzelend en verlegen, want toen nog helemaal onder de indruk van die grote brulaap. Daarna begon de liefde geleidelijk te groeien. Niet zo moeilijk als je dan ook nog eens verliefd wordt op een geboren Rotterdammert met inderdaad een brutaal bekkie maar met een hart so so sweet.

Mijn liefde voor Rotterdam neemt ernstige vormen aan. Maar dat ik zo verliefd ben geworden op deze stad is ironisch genoeg altijd het meest voelbaar wanneer ik pendel tussen ‘oude liefde’ Amsterdam en Rotterdamt. Nee mensen, het ís geen verraad naar dat ijdele ADE-prinsesje op haar Prinsengrachtbed (niet huilen, plagen mag). Het is gewoon een proces. Een kwestie van groeien en iets ontgroeien. Groeien naar iets nieuws. Jezelf ontwikkelen, blijven bewegen en nieuwe dingen ontdekken.

Amsterdam is where I come from. Dat gaat nooitnie weg. Maar als je vraagt wie mijn grote liefde is: ik ga nog net geen Lee Towers zingen en twintig rondjes Hofpleinfontein zwemmen. Dat laatste heb ik in 2017 overigens echt gedaan toen Feyenoord landskampioen werd. Maar dat geheel terzijde.

Ja joh, nieuwe liefdes gaan diep. Heel diep. De Monkey heeft het er maar druk mee.

Gymmen bij Cobi van de zonnebank

Jongens, ik heb bij toeval mijn eigen buurtfitnesskroeg ontdekt en ben nu al verliefd. Maak kennis met mijn nieuwe crush: Recreatiecentrum Oostervant, zo’n drie koprollen van huis vandaan. Typisch zo´n buurtvoorziening geschikt voor het hele gezin: oma stal je met een pak bingokaarten in het Wereldrestaurant (´deze week ons wereldgerecht stamppot peentjes en verse worst voor maar 7,50 euro`), de kindjes knal je in het kinderbad, de neefjes kunnen zaalhockeyen, mama hangen we aan de bokszakken voor die felbegeerde instafithotbod en papa kan zijn verroeste bowlingbal weer eens uit de kast sleuren (of doe maar niet eigenlijk). Recreatiecentrum Oostervant. Van binnen ziet het er uit zoals het klinkt: Campy en compleet over datum. Het interieur doet zo verschikkelijk pijn aan de ogen, dat het gewoon hipster is. De roodbruine bakstenen muren, de bruine tegels met die typische terracotta overloop op de vloeren en sanitair; het is heel overweldigend en intens. Het gebouw schat ik minstens dertig lentes oud. Maar wat geldt voor de tempels van de oude Grieken geldt ook voor Oostervant. Het zijn bouwwerken van het type robuuste units die moeiteloos veldslagen, krakersrellen en de immer onvermoeibare vastgoedbouwsloopkogel overleven.
Picture_20180122_090340267
Als de atoombom een keer neerklettert, dan ben ik hier aan het schuilen, zoiets. Oostervant is oud, maar alles doet het nog, en wat functioneel is ís gewoon functioneel. Verlichting is om je weg te vinden in de ruimte waar je bent, van gedempt sfeerlicht hebben ze hier nognooitniemand gehoord. En vooral: automatisering heeft nog maar mondjesmaat zijn invloed gehad op dit stokoude sporthuis. Schattig vind ik dat. Zo kom je het centrum niet binnen via een flashy poortjesscanner. Nee, hier meld je jezelf nog netjes zoals het heurt bij Cobi aan de balie. Die vervolgens je pasje scant en je een bonnetje geeft voor de gym. Voor elke sportaanbieder in Oostervant krijg je een uitdraai die je afgeeft bij je trainer als bewijs van deelname. Maar het is natuurlijk vooral om de gigantische Miss MoneyPenny-administratie op orde te houden (lees: plastic ordners vol insteekhoesjes met ledeninfo). Volkomen hysterisch en hopeloos achterhaald. Maar het werkt wel.

De fitness is dus uitbesteed, aan een org met de zalige naam Buurtfitness SportLokaal. Toegegeven, deze naam hielp niet. Dus mijn verwachtingsmanagement had ik al ingesteld op -7. Ik gokte hoogstens op vier apparaten voor buik, armen, benen plus een cardio-unit waarop je kunt faken dat je de marathon net fluitend hebt afgevinkt. Maar, toen ik de gang doorliep, langs de sportzalen voor zaalhockeytoernooien en de entree van de buurtfitness binnenwandelde slikte ik die stereotype gedachten meteen weer in. De Buurtfitness blijkt een enorme sportruimte met aparte zalen voor crossfit, groepslessen en de hoofdzaal met prima apparatuur waar op de vide, nóg meer impressive apparatuur is uitgestald. ´Hier sporten vooral de boys (uit de hood), maar iedereen is welkom natuurlijk´ vertelde de blije fitnessinstructeur blij. Dat laat ik me natuurlijk geen twee keer vertellen want het zijn precies deze hardcore buikspiermartelapparaten waar ik de komende tijd dikke vriendjes mee ga worden.

Inmiddels heb ik al flink zitten apenkooien in de fitness en het zwembad (jaja) en heb ik ook al heerlijk gesoezeld onder de zonnebank. Die laatste staat in een ruimte die je zelf moet openen met een loodzware Cluedo schatkistsleutel, uitgereikt door Cobi herself. ‘Zonnebank aub zelf schoonmaken voor de volgende gast. Danku’, hangt er in legendarische Hyves-font op een geprinte A-vier aan de muur. Want het blijft natuurlijk wel het Rotterdamse Oostervant buurtcentrum hè mensen. Niet eindeloos lullen, maar meedogenloos sporten en na afloop zelluf poetsen. Recreatiecentrum Oostervant, nu al dé ontdekking van 2018.

Aduh deze pamilie

Een vliegtuig vol bloedverwanten, Bugaboo-logica, lobi en Rimowa-overgewicht
verovert Schiphol Oslo Madrid Barcelona bliksembezoekachtig

bitterballenzakenlunchenEuropesetropischetemperaturen-rapen heet dat.

Wat volgt is een intens blij-chaotische familie-exodus van naar Groningen Breda Maastricht Rotterdam Den Haag. Amsterdam.

Wat volgt is een stoet aan rijsttafels (zo noemen wij pinda’s die units nooit, maar anders snapt U het weer niet), anekdotes, ontroering, ontlading, kado-swops, slaapfeestjes, hotelbacchanalen, telur sambal goreng, autoritjes, kreteksigaretten en finale Manchester United Ajax op grootscherm zien.

Wat volgt zijn selfieachtige familiestaatsieportretten die instagram traag maken, de dag historisch geladen
Wat volgt zijn emoties die lastig te bedwingen zijn (maar ook: wanneer het mes in de babi pangang gaat)

Alles wat tijdelijk is en door moet vliegen, wil je het liefst tegenhouden met een krat ijskoude Bintang
met Filosofische Familie Verhalen.

Tijd rekken heet dat, opdat het vliegtuig ze vergeet.

Wat het is? Het is Indonesische heimwee stillen XL

Het is pamilie.

ramonamaramis©2017

Geen Bananen Maar Daden!

14 mei 2017. Ik ben getuige geweest van het grootste openlucht voetbalfeest van Nederland. Het was de dag dat Feyenoord in een thuiswedstrijd met 3-1, Heracles van de Rotterdamse grasmat wegschoof. Het was de dag dat Sociëteit Feyenoord de landsschaal met vergulde rand op de schoorsteenmantel van de Kuip plantte. Het bleek het startschot waarop alle leden van de disputen Charlois, Spangen tot aan Delfshaven en masse richting Hofpleinfontein rolden, en bier in de mix met stil fonteinwater achterover tikten.

Onder het gebulderdonder van het clublied leek het Weena op een rode loper richting feestlocatie. Links en rechts lallende lieden, met de clubsjaal omgeknoopt rondom het hoofd, of als rokje bij de dames. De stemming: superuitgelaten en uitgesproken blije-eikelig. Rondom de Hofpleinfontein was het gras inmiddels platgetrapt en getransformeerd tot een rock solid moddertapijt. Een groepje jongeren, van Antilliaanse komaf, keek wat ongemakkelijk om zich heen. Superbang dat zo’n kneiterlamme Feyenoorder uit de fontein zou springen en zichzelf zou uitwringen in hun bijzijn. Wat ook inderdaad gebeurde. ‘Iew’ klonk er uit een van de dames in strakke legging en iets te nieuwe Nike Roshe Runs geshockeerd. De Hofpleinfontein is niet wederopgebouwd voor tere zieltjes, nee man. Op de randen van De Fontein stonden Feyenoorders zij aan zij. Doorweekt, nat van bier, zweet en water. Luidkeels en hard het clublied schallend, over de Luchtsingel en het Hilton heen. In de fontein was het serieus nóg voller: een hossende menigt uitzinnig ‘Dirkie Kuyt! Ole ole!’ scanderend.

Ik zette mijn voet op de rand van de fontein, en direct werd ik door een knoestige Rotterdammert omhoog gehesen. Voor ik het wist, stond ik tot halverwege mijn schenen in het koele water. Mijn hoge Nike Blazersneakers kon ik niet meer zien. Het Hofpleinfonteinwater had binnen de kortste keren de kleur van de omringende modderpoel aangenomen. Rookpijlen suisden langs me heen, rode en groene rookpluimen en kruitdampen van vuurwerk prikten door mijn sunnies heen. Maar wat zou het verrotten. Achter mij, een compleet leger aan brulapen die hun longen stukklapten op het Feyenoord-liederenrepertoire. Het doet wat met je. Machtig indrukwekkend hoe trots en blijdschap totaal vervormd door de Rotterdamse lucht werd opgetild en over de stad werd gedragen.

Het Aapje in de fontein. Dit is geschiedenis hoor apenkoppen.

Het Aapje in de fontein. Dit is geschiedenis hoor apenkoppen.


Wat had dit intense volksfeest veel weg van een gemiddelde studentensociëteitsavond op Vindicat Atque Polit zeg. Het loeiharde, bijna hypnotiserende zingen, het dronken gevloek (‘tering zit ik hier met blote poten in het water, gooien ze allemaal pleuris hierin de tering’), de ontblote bovenlichamen in de fontein, in de mix met meisjes in hippe shirts en bikinibroekjes. Allemaal hop, de kolkende fontein in. De geur van verschraald bier vermengd met het klotsende water. Ik sloeg mijn armen over elkaar heen, plaatste mijn voeten iets uit elkaar en ging breed in het water staan. Zo stond ik stabiel en niet snel om te kegelen in een deinende menigte (trucje overgehouden aan mijn studententijd, waar ik vaak in een dolle en overvolle sociëteit stond en me staande moest zien te houden). Zo kon ik voluit genieten van de hysterisch intense geschiedkundige gebeurtenis: zondag 14 mei 2017. De dag dat sociëiteit Feyenoord na een hattrick van Kuyt, de stadsbierkranen liet opendraaien voor tout Rotterdam. Waar broederliefde, ontroering, ontlading en totale lammigheid werd gevierd in de Hofpleinfontein.

De emotionele voetbalbagage van de havenstad na 18 jaar in één keer in de fontein gepleurd. Ik, import-Rotterdammert heb het gezien. En het gaat nooit meer over.

VIJF DINGEN DIE JE MÓET WETEN OVER DE HORECA AVOND

Kapotgeplugd op Facebook, berucht gemaakt door de bezoekers: de Sorry Schat, T Loopuyt Horeca Avond. Een sexy collab tussen cocktailbar Noah Rotterdam en het Schiedamse Loopuyt Gin. Een avond oorspronkelijk bedoeld voor hardwerkende horecapeeps die na een week buffelen, snakken naar een potje TLC. De vierde editie van dit event, die nu al de legendarische status heeft bereikt, was afgelopen maandag. En ik was dabei om te witnessen wat jullie móeten weten over dit fenomeen.

1. Horeca Avond is altijd op maandag als de rest van Nederland burgerlijk op de bank zit te Netflixen.
Voor de totale leken onder ons: horecapeeps werken zich de ballen uit de broeck voor ons. Vaak van dinsdag t/m zondag. En jeweet, gedurende werktijd no booze. Dus eigenlijk zijn ze permanent aan het booze-vasten-werken zodat jij en ik een supertoffe avond kunnen twerken. Omdat op maandag veel horeca dicht is, striken al die horecagekkies back op maandagavond. Een avond waarin ze hun eigen playground creëren. Waar ze lekker King and Queen of the Hill kunnen zijn. Deze Sorry Schat T Loopuyt ís dus zo’n avond. Erikson Almeida Lima van Noah had mij al eerder gevraagd langs te komen. In eerste instantie dacht ik: wtf moet ik tussen al die horecadudes- en dudettes? Maar goed, dat Netflix is zóóó overrated. En dit soort avonden, daar heb je het tien jaar later nóg over. Daarom.

2. Op Horeca Avond drínk je. Eten doe je thuis. En doe maar veel ook.

Als zo’n crazy avond als deze op de planning staat, beter eet je goed van tevoren. De hele dag op een in spelt gemarineerde krop sla gekauwd? Forget it. Hark gewoon een palet met BBQ-dingen naar binnen voor die rock solid bodem, want anders: zie punt 4. Weet je, die Loopuyt gins zijn namelijk best nog een dingetje. Ben je beginnend gin tonic-drinker en lukt het je niet echt om volwassen te worden? Klap dan vier Loopuyts achterover, en je bént het. Trouwens, achter de bar werd me toch een partij volwassen gesnackt. Zo hee. Deze aap kreeg zowaar de enige echte Solid Cocktails bonbon gevoerd. Een bonbon-unit van pure chocola, gevuld met Loopuyt gin. Serieus snoep voor gevorderden want holy shit, wat was dit héftig. Een zak bananenschuimpjes in één keer leegeten is hier niets bij. Ik zweer het je.

3. Horeca Avond be like sociëteitsavond. Maar dan zonder studenten

Deze Noah Loopuyt collabo heeft een vet studentikoos karakter. Hoe later, hoe insaner. Hier, een paar features van de avond met superhoog Feuten-gehalte: a) het tijdelijk ombouwen van een ruimte. Het restaurantgedeelte wordt strak getweakt naar boksring. Elke maand battelen hier de gast-startender en profbokser slash Rotterdammert Stephen Danyo tegen elkaar. Geinige Loopuyt-gimmick dit, inclusief sexy rondemiss. b) er loopt een nestor rond. Namelijk Jan van Stigt Thans, Mr. Loopuyt himself. Een nestor heb je nodig op avonden als deze. Want hij is diegene die kijkt en ziet dat het goed is. c) gadgets all over the place die je in een onbewaakt moment moet kunnen jatten. Check de ijsgecarvede tijgerkop die boven de bar hangt te kwijlen. En de Loopuyt boks-stootkussens in de vorm van longboards. Heel chill voor aan de muur deze dingen. d) brullende barmannen. Geef die gasten een megafoon en het zijn net stuurmannen die (drank)commando’s schreeuwen. Had ik al verteld dat de barguys shirtless waren?

4. Op Horeca Avond mag je dus crazy doen. Behalve op de toiletten. Duh.
Ik leg het uit. Horecamensen wéten dat het toilet domein is van lamme jongens&meisjes, die het presteren hun mini 3-gangen diner, in zes gangen brakend door het toilet te flushen. Plus, alle drank die ze hadden besteld (mensen die mij kennen gaan nu heel hard lachen. Geen idee waarom). Anyway, horecatijgers zijn getraind in het spotten van toiletsituations die niet deugen. Ik was getuige van zo’n actie. Op gegeven moment bonkte ik hard mee op een toiletdeur om de ladypersoon eruit te krijgen. Er kwam namelijk geen reactie op onze geplande toiletinval. En net toen ik Kung Fu Panda op de deur wilde plegen, kwam een andere horecachick de ladies room binnenwandelen. Rustig opende ze de deur: toilet was leeg, no drama. Moraal van dit verhaal: dat het een genânt moment was (want deur zat dus helemaal niet op slot). Maar vooral de alertheid van horecapeeps. Of er nou wél iets is, of niet: you need them during gigs like these, just to be sure.

5. Op Horeca Avond grommen horecatijgers niet
Oh my, wát een lobi onder horecamensen. Na middernacht vlogen gasten wild in elkaars armen (kan ook aan de gin tonics liggen). Ondergetekende hoefde maar één keer met de wimpies te knipperen en hoppa, een dude hing aan haar monkeytail (kan ook aan de gin tonics liggen). Gin tonics of niet: er zweven hier alleen maar positieve ionen in de lucht. Daarover gesproken; die horecatijgers hingen echt binnen no time in de kroonluchters, blije eikels zijn het. En in Noah hángen geeneens kroonluchters. Dus dat. En zo ging de nacht soepel verder. Licht geduw (want de Ark zat vol), werd op gegeven moment subtiel geknuffel. Gebrul werd later op de avond lief lallen (ik verstond op gegeven moment serieus helemaal níemand meer). Best schattig, deze horecatijgers.

* De Sorry Schat T Loopuyt Horeca Avond is een maandelijks terugkerend event en is een coproductie van Noah met Loopuyt Gin. Gin Tonics zijn deze avond € 6,50 (koopje). Met elke editie een andere startendertoppert. De Loopuyters en de Noah-brigade staan er uiteraard altíjd te shinen. Ze knallen geraffineerd kneiterlekkere gin tonics over de bar en tappen bier met een snelheid alsof ze supergedehydrateerde festivalgangers aan de bar hebben staan. Meanwhile draait Freddie Mercure de vetste plaatjes waardoor stilstaan godsonmogelijk is. Pretty intense allemaal.

Check Noah’s Facebook voor het event zelf en voor de epic pics van Rosa Quist. Maar zelf gaan is beter. Ook als je nog nooit bier hebt getapt, cocktails geshaked of oesters hebt uitgeserveerd. I promise, dit is de incrowd gig die wél tof is voor outsiders. Ter illustratie: ik dacht om 22.30 ‘even sfeertje mee te pakken’ voor mijn blog. Toen ik klaar was met m’n real time observaties was ik zes uur verder. Voor de on spot recap van deze meesterlijke avond quote ik mijn favo schrijver aka grootse drinkenbroeder uit de vorige eeuw:

“Don’t bend; don’t water it down; don’t try to make it logical; don’t edit your own soul according to the fashion. Rather, follow your most intense obsessions mercilessly.”
― Franz Kafka

VIJF DINGEN DIE JE MÓET WETEN OVER FREERUNNERS

Ik voelde me net een freerunner in disguise met m’n Bjorn Börg Gymnasty-pants, hoodie en bomberjacket. Maar ik kwam niet eens in de buurt van de Rotterdamse freerunners-squad die ik gisteren een middag volgde, samen met meer dan 20 fotografen. Ik bedoel, ik ren meestal een winkel ín (als er sale is). Deze freerunner-gasten rennen een winkeldak óp. Ik ben in elk geval vijf dingen wijzer geworden over deze citynomads. Lees ff mee.

1. Freerunners zijn verleiders
Als je een peloton van meer dan twintig fotografen en 1 blogger achter je aan weet te slepen. En dat die paparazzi en blogger niet afhaken ondanks de nasty rukwinden. Als je een salto backflip met liefde tien keer opnieuw doet om de fotograaf het beste plaatje te geven. Als je op het eerste gezicht soort van onverschilligheid uitstraalt, maar wel abnormaal goed weet waar je mee bezig bent. Dan ben je eindbaas. Streetwise zijn ze. Gruwelijk aantrekkelijk is dat.

2. Freerunners hebben net als brutalen de halve wereld
Ach zo lief zeg. Oorlogsmonumenten slaan ze over uit respect. Orly? Nee natuurlijk niet. Beter chill je op de 45 meter hoge aluminium-unit de Boeg op de hoek Boompjes/Leuvehaven. Gewoon omdat het kan. Het oorlogsmonument herdenkt de 3500 gecrashte opvarenden uit de Tweede Wereldoorlog. Nu zaten daar zo’n 13 gasten die druk ‘nee man, jij gaat niet helemaal daar’ en ‘holy shit hier is het superchill gek’ op de Boeg hun positie probeerden te masteren.

IMG_20151206_185848-2
Foto: ©Het Aapje
3. Freerunners maken maximaal gebruik van de openbare ruimte.
De stad is gratis playground toch? Daarom. Geniaal om deze gasten en één chick scoutend met hun Explore backpacks door downtown Rotterdam te zien lopen. Op zoek naar stadsbankjes, obstakels, verhogingen. Alles voor de perfecte tricking en flips. Hoogteverschil, of het nou een trap is of een kade, is altijd aanleiding voor een brute frontflip (inclusief quasinonchalant aanloopje vooraf). Voorwaarts, schuin en achterwaards (bayo). Een feestje to watch.

4. Freerunners zijn freefighters met spieren verstopt in hun brains. Denk ik.
Ik verbaas me namelijk over hun spierkracht. Ik bedoel, je moet wel een beetje Popeye-dingen in je armen en benen hebben wil je in drie seconden op een liftschacht klimmen of met je lijf tegen een muur geplakt blijven. En toch zien ze er bizar normaal en niet opgepompt uit in hun hoodies en sweatpants. Wat eten ze dan. Spinazie op brood? Ik zag twee freerunners kauwen op respectievelijk croissants en Doritos. Eet ik ook, maar daar ga ik niet opeens van backflippen.

5. Freerunnen is intens. Freerunners volgen dus ook.
En dat zit ‘m in de organisatie. Want die is er niet echt. Ze zijn te ongrijpbaar om in een format of vastgestelde route te stoppen. Dus wil je ze in actie zien en meelopen zonder conditie? Laat maar. Daarnaast zijn ze afhankelijk van de openbare ruimte. Waar vaak chagrijnige stadswachten rondlopen. Of nog erger: Polizei. Dus is het altijd real time testen van wat en waar het kan. Is het veilig genoeg. Audience is natuurlijk supertof. Maar je wil geen Bugaboo met daarin een tweeling meenemen in je railflip. Voor de rest is tamelijk weinig onveilig in de ogen van deze citynomads. Dus als je het al in je broek doet op het moment dat deze gasten met één been over de brugreling hangen; dan ook superlaatmaar.

Conclusie: je kunt prima lui thuis zitten en freerunners op youtube bewonderen. Maar realtime is gewoon toffer. Punt uit.

IMG_20151207_115957
Foto: ©Het Aapje

*De Freerunners/Fotografen Instameet van zondag 6 december was een vet initatief van Danny Koring (Rottergram) en de squadleader, Thé Chaiyong. Deze guy begon op 14-jarige leeftijd Freerun youtube-filmpjes te bekijken en was direct hooked. De rest is geschiedenis. Check zijn instagram @thechaiyong voor coole pics en filmpjes. Voor de Instameet Freerunners/Fotografen fotorepo: instagram @rottergram en op hashtag #frottergram.