Het Aapje vliegt ‘m erin

Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal zaterdagavond, 19.45u.

Dineren en drankjes doen met vier skydivegekkies. Dan ben jij als buitenstaander opeens de daredevil hoor. Iets met hol van de leeuw en kijken of je je verbaal staande kunt houden in het Chute Assis en Heads down-geweld.

Dat twee chickies uit Utrecht en twee andere chicas uit Damsko komen, en ik dus als enige vertegenwoordiger uit de Havenstad, maakte het er niet makkelijker op. ‘Ze woont in Rotterdam maar ze is wel leuk hoor.’ Nja.

Ik had in elk geval geregeld dat de fles Pinot Noir strategisch in de buurt was in de hoop dat ik, wanneer ik al wat lammer was en soepeler qua tong, opeens ook zinnig in het skydive-debat kon stiften. Of, dat ik verstopt achter de fles(sen) wijn, nog even rap op mijn foon Mashable kon afstropen op ‘Five things you desperately need to know about skydivers’.

Maar was het nodig, deze irreële angst? De angst om als enige lullenpot te moeten doen over mijn werk als redacteurcopywriter of over mijn tamelijk succesvolle fitnessregime van de afgelopen weken, nadat deze vier vliegende dudettes al een uur over the World Skydive Summit hebben zitten ouwehoeren? En je je dus realiseert hoe niet-spannend je writing career wel niet is?

Welnee joh. Skydivegekkies zijn ook maar gewone peoples. En verschrikkelijk leuk en lief ook nog. Want het ging eigenlijk 80-20 over hun passie (ugh, mag dit woord weg uit het Nederlandse vocabulaire pls). Echt waar. Tachtig procent ging over een epische verbouwing van een woning (skydivegekkie 1), over het supertoffe jurkje (van skydivegekkie 2), over de hottie tinderdate (van jarige skydivegekkie 3) en over de nieuwe baan als Transaviapiloot van skydivegekkie 4 (want wanneer je vrijwillig in de lucht figuurtjes zit te maken, dan is een kist van A naar B vliegen een fluitje van een cent natulek). Met andere woorden: het was een zalige avond.

PS: jongons, don’t worry. Ich habe keine irreële angsten. Schrijver zijn is de allermooiste baan van de hele wereld. En daarna ergens in de verte pas komt skydiven (voor beginners). Kus!

GET OUT OF MY AIR

Damsko-achternichtje Kim vroeg of ik met haar vriendin Peggy in een rondvaartboot vol gluhwein langs lichtobjecten wilde varen. Tuurlijk wilde ik dat, terwijl ik wat instagramplaatjes op #amsterdamlightfestival zat te checken. Wat je niet van tevoren kunt uitchecken is wíe je zoal tegenkomt op zo’n boot. Kom ik later op terug.

Opstapplaats Prins Hendrikkade had de avond van de rondvaart iets weg van een woeste wildwaterbaan met gemeen harde windvlagen en grote bakken regen uit den himmel. Onze boot bleek een fors uitgevallen, (helaas maar) half overkapte sloep met bankjes aan de zijkanten, de schipper achterin. Een houten tafel in het midden van de sloep vol flessen drank, een sloephostess en het allerbelangrijkste: een supergroot gluhwein-infuus. Een troostvolle aanblik temidden van al dat natte natuurgeweld.

De sloephostess schonk soepel bij, de refills waren knetterhard nodig. Want naast die indrukwekkende hoeveelheid irritante regen en windkracht tien die de sloep binnendrong, was er ook ander irritant gezelschap in de bateau. Ik noem ze voor het gemak Ger, Ton, Marcel en Ronald. Ze zagen er namelijk ook uit als Ger, Ton, Marcel en Ronald. Alle vier ongeveer 33 jaar geleden uit de baarmoeder een paar afslagen gemist, en direct in een zuipkeet terecht gekomen. Resultaat: allemaal in het bezit van slechts één hersencel. En die deed het dan ook nog eens niet. Bot, ongeïnteresseerd en vrouwonvriendelijk waren ze naar onze lieve gluhweinhostess. De landskampioenbeker domme grappen maken, die hadden ze ook binnengehaald. Bijvoorbeeld aan sloephostess vragen hoe zij aan haar kaartje was gekomen (sjucht).

Nu kunnen jullie zeggen: nou, nou, nou apenkop, rustig aan en eet ff een banaan. Maar bear with me. Tot onze grote vreugde gingen Ger, Ton, Marcel en Ronald op hun eigen verzoek, na anderhalve lichtobject aan wal. Samen met een dame die blijkbaar ook bij hen hoorde en die behoorlijk boos was. Wat bleek? De lady had deze boottrip namelijk aan deze gasten CADEAU gedaan. Ja. U leest het helemaal prima. Waarom je deze lieden überhaupt ook maar íets cadeau zou willen doen is natuurlijk the biggest mystery ever. En deze Ger, Ton, Marcel en Ronald hadden dus ook nog genoeg klasse (not) om halverwege af te nokken. Ik weet niet wat erger is, een cadeau dissen of dat je eencelligen tot je vriendenkring rekent.

Enfin. De bekers bijgetankt met gluhwein, de natte banken drooggewreven. De bateau kon weer verder, en wij ook (met windhappen). Eind goed al goed. Verlost van de ondankbare boerenknuppels, begonnen Kim en Peggy, twee geroutineerde skydivers (samen meer dan honderd vlieguren), te vertellen over hun avonturen. Over dropzones en short calls. Dat een graslanding beter is dan hard vallen op uitgedroogde klei (aha). Want je milt is zo gescheurd als je de Blind Man doet (maar natuurlijk). Tel daarbij de blauwe plekken en botbreuken op, en het stoere wijvenverhaal is compleet. Het was een bijzonder en eigenaardig contrast, die rauwe verhalen tegen het decor van sprookjesachtige lichtobjecten. Maar mooi dat het was.

Ik herhaal: Ger, Ton, Marcel en Ronald konden simpelweg de storm, de regen, de boot (lees: hun eigen cadeau) niet handelen. Daarom stonden ze al na vijftien minuten jankend op de kade. Kim en Peggy riskeren harde wind, grootse hoogtes, botbreuken en gescheurde ingewanden. Alsof je een vouwkano met een onderlosser vergelijkt.

Precies dat was het. Een mooie, eigenaardige avond.

Ps:
Amsterdam Lightfestival is nog t/m 22 januari. Doen! (wel eerst buienradar checken aub).