In God, Willem, Fabiola & Marieke we trust

Nu pa since 2016 onder de groene zoden ligt, doe ik aan een soort liefdadigheidsritueel waarvan ik weet dat pa dat enorm waardeert als ik in hometown Manado ben: een zondagsdienst afvinken in pa’s kerk en keihard liedjes zingen. Dit keer was extra bijzonder want vriendinnetje Natasha was mee. In het kader van de Manado hometown experience vind ik het uitzitten van een kerkdienst persoonlijk wel bucketlistdingetje. Zo’n zondagsdienst is dan meer een evenement en ‘ik doe dit ter ere van pa’ dan dat ik er persoonlijk iets uithaal. Want ik zie normaalgesproken nooit een kerk van binnen. Ja, als er een boeiende expositie is. Of bij een bruiloft. Enfin. Tas en ik trippelden dus gisteren de Gereja Riedel Wawalintouan binnen in strakke jurkjes en op stilletto’s. Menadonese chicks gaan hier namelijk altijd naar de kerk alsof ze daarna een borrel inclusief chille after hebben. Of naar een fancy fissa in een flitsende club. Dus zien we vooral glimmende, opengewerkte satijnen tubedresses, sandalen met spannende bandjes en veel bling. En al die mooie meisjes paraderen dan achter elkaar voorbij de kansel tijdens het collectemoment. De reli-catwalk noem ik dat. Ik vergeet dan gewoon de psalmen mee te zingen omdat ik jurkjes zit te keuren. Tas vond het allemaal prachtig, en was blij dat ze op het laatste moment stiefmoeders’ stilletto’s mocht lenen (fyi: stiefmoeder is een bossy zeventigplusser die zich graag laat escorteren door een fancy aangeklede entourage).

Tas en ik waren overigens lucky bastards want de dienst stond in het teken van Pasen en er was cathechisatie van een groepje prachtig uitgedoste godsvrezende jongeren. De namen van die jonge dudes en dudettes werden één voor één opgenoemd. En dát beste mensen, is wat ik zo waardeer in mijn Manadonese homies. Dat ze de vibe van het koloniale verleden zo lekker mixen met superordinaire kitsch namen van nu. Zo kan het gebeuren dat de ouders van Cornelie Pinq (!); Willem en Aneke (met 1 n), wordt gevraagd naar voren te komen. Gevolgd door nog een dozijn felicitaties voor o.a. Grashella Vabiolla en Gleydis Eklesia (fonetische spelling went wrong) en niet te vergeten voor Manchester Beckham Fujiko (ok).

Maar het allermooiste werd bewaard tot na afloop van de dienst. Toen we op slippers en hakken onder de armen via de dorpsmarkt naar huis slenterden, en een fruitverkoper keihard ‘ey Marieke!’ naar Natasha riep. Zou hij ook ‘heuj Hans!’ brullen als ik jongen en blond was geweest?

De Grote Frans Maramis Show

Ik wist het. Hier in NL kon ik nog tamelijk tranquilo in een hoekje een marathonpotje zitten janken. Mijn monkeyblog schrijven in de vorm van een ode aan pa. Gewoon rustig aan. Eigenlijk had ik al afscheid genomen. Want hier in Manado werd het begrafenismadhouse. Ik wist dit van tevoren. En wat het was, is met geen pen te beschrijven. Ik doe een poging.

Ik vloog in dertien uur en negenenveertig minuten rechtstreeks van Schiphol naar Jakarta. Gevoelsmatig deed ik er zes uur over. Het laatste stuk van Jakarta naar Manado duurde drie uur en achtenveertig minuten. Het voelde als een eeuwigheid. Ik was voorbereid op een zwaar weerzien met de familie daar. Ik dacht zelf aan een hysterische Zuid-Amerikaanse telenovela-aflevering. Met familieleden die mij kapot gingen omhelzen. Als het arme schaap dat terugkeert op familiegrond. Mij weenend richting pa’s kist meesleurend. En dat iedereen uiteindelijk nog harder zou gaan huilen, uitmondend in een lamenterende groeps-relimedley. Ik ben kapotgeknuffeld, dat zeker. Maar alle overige rampscenario’s zijn mij bespaard gebleven. Het zit zo. Toen ik aankwam lag pa al vier dagen opgebaard. Daarvoor was hij al zes dagen comateus in het ziekenhuis. Over de duizend man zijn in die dagen langsgeweest om te rouwen en om de laatste eer te bewijzen. De tranen waren zo ongeveer op, de familie en vrienden inmiddels in een semi-accepterende fase toen ik op Sam Ratulangi International Airport Manado landde. Iedereen was kalm en lief. Nu hoefde alleen ík nog te huilen. En om het mooi af te toppen heb ik de laatste nacht voor pa’s begrafenis met neven en nichten een royale partij kreteksigaretten en pure arak (85%) weggetikt. We hebben gelachen om pa. We lachten om het leven.

Ik leg even dat zinnetje ‘over de duizend man zijn al langsgeweest’ uit. M’n pa was ex-marinier en veteranenvoorzitter van de provincie Noord-Sulawesi. Daarnaast yolo-actief in zowel de kerk als op zijn ranch, bestaande uit dertig paarden en koetsen met personeel. Onze epische familieclan strekt zich uit tot drie dorpen vol met tientallen generaties aan Maramissen in district Tondano. Tel daarbij de omvangrijke familie van mijn stiefmoeder op en pa’s meesterlijke gave om te netwerken. Dan kom je gauw uit bij 1000+. Maar los van de stats, had mijn vader überhaupt een uitzonderlijk sociaal karakter. Lulde met iedereen, van arme straatsloeber tot de Indonesische president. Iedereen kende hem en omgekeerd. Dat is echt iets wat onze genen verbindt (de daklozenkrantverkoper bij onze Appie zeg ik altijd gedag. In theorie zou ik dan nog wel met Mark Rutte koffie moeten gaan drinken).

Even een stukje cultureel-antropologische duiding: Menadonezen zijn de ware Latino’s van Indonesië. De jongens stoer en luidruchtig. De meisjes langharig, hooggehakt en sexy. De karakters christelijk blijmoedig. Karaokekampioenen zijn het, vrolijk en vol humor. Supercompetetief ook: ze kaarten fanatiek en doen aan back gammon op leven en dood. En allemaal bourgondiërs. Zij (dus ik ook) eten graag, regelmatig en gewoon veel. Menadonezen hebben er hun eigen gezegde voor bedacht: ‘Bij geboorte(s) eten we. En als we dood gaan eten we.’ Ook heel Latino-Menadonees: dol op hysterische (reli)-kitsch. In interieur, kleding en –aankleding van begrafenissen bijvoorbeeld. Ik fantaseerde tijdens mijn vlucht naar Manado al een beetje over de look&feel van de uitvaart. Echte bloemen of van die heerlijke plastic margrieten bij de kist? Papa in een stijlvolle zwarte kist of in een lekkere fancy witte unit?

Ik neem jullie een stukje mee langs die kitschroute. Vind ik leuk. De muren van de woonkamer van het ouderlijk huis waar we dus normaal gesproken chillen, waren afgedekt met dunne, witte gordijnen. In het midden lag pa in z’n witte kist te shinen. In uniform met al z’n mariniersemblemen, veteranenereschildjes opgespeld. Om de kist was wit met hemelsblauwe tule gedrapeerd. Ik gok dat dat de hemel moest voorstellen. Maar dan wel ernstig misvormd. Elke dag, in de drie dagen voordat ik naar Manado vloog, had ik het beklemmende gevoel dat ik m’n eigen Laatste Avondmaal tegemoet ging. En I kid u not: pa’s kist was aan de zijkanten én binnenkant deksel opgeleukt met afbeeldingen van, jawel, Het Laatste Avondmaal. Met daarnaast nog gouden ornamenten langszij de kist. Die bij nadere bestudering óók het Laatste Avondmaal moesten voorstellen. Ik was er gewoon beduusd van. Moest er stiekem ook wel om lachen. Het was brute relikitsch, pats in your face. Aan de andere kant: zo rollen Menadonezen. En als er íemand Gold Ambassador van zijn eigen volk is, dan is het di papa wel.

Pa’s uitvaart was top notch. Hij had er zeker tien handtekeningen ter goedkeuring onder gezet. Aan de ene kant wist hij dat zijn dochter in een warm familiebad ondergedompeld zou worden. Wat vooral betekende dat ik me nul druk heb gemaakt om voedsel. Er was eten in overvloed, zowel voor als na de uitvaart. Driewerf hoera voor de Indonesische begrafenis. Ik heb wel vier volle borden met Menadonees eten weggetijgerd. Met de gretigheid zoals pa ook altijd zijn bordje leegat. Hij heeft het tevreden aangezien, weet ik zeker. Aan alles was gedacht: pa was karaokekeizer. Dus stond er een karaoke-apparaat thuis op de veranda waar relipop soepel in de mix ging met John Legend en Mariah Carey. De hele familie (honderd man sterk) hing op gegeven moment in de kroonluchters, compleet lak aan buurtoverlast. ‘Je papa móet dit horen, vind ie mooi’ was het excuus. Ik rekende het met een grote glimlach goed. Aan de andere kant was daar die plechtige uitvaart met alle militaire egards denkbaar. Zijn kist bewaakt door militairen die om het uur aflosten, machtig mooi toegezongen door zijn veteranenjaarclub. Een militaire afscheidsceremonie, ontelbare speeches van dankbaarheid. De kist afgedekt met de rood-witte vlag, saluutschoten bij het graf. Begraven op de Nationale Militaire begraafplaats van Tondano. Ik vond het voor een heldenbegraafplaats nog best kleinschalig qua hectares eigenlijk. Er zijn blijkbaar weinig helden pa voorgegaan. Then again: er is níemand zoals pa. De begraafplaats heeft nu eindelijk zijn echte held gekregen.

Die held heb ik zelf mogen meemaken. En hij zal voor altijd bij me blijven. In herinneringen (ik voel een boek komen). In mijn meest favoriete foto: pa in Rio, breedlachend met zijn handjes in de lucht, swingend achter een schaarsgeklede Braziliaanse carnavalsdame. In verhalen (hebben jullie even?). In zijn lievelingseten. Ik kan zijn Manadonese kip maken (kook ik alleen voor mensen die ik heel lief vind, want bewerkelijk). In uiterlijk. Want o,o,o, wat lijk ik op hem. Dat vierkante kinnetje, die mond. Zijn Sam & Moosgrappen (die hij áltijd vertelde alsof ik ze voor het eerst hoorde). De Grote Frans Maramis Show. Het gaat nooit vervelen. Zelfs niet in de herhaling. Wat een rijkdom, mensen. Wat een rijkdom.