Het Aapje droomt van kokosnotendingen

Toen ik laatst fruitig onder de douche vandaan kwam en me insmeerde met kokos bodylotion van Nivea en daarna op de bank kroop met thee en skinny Oreo’s met kokosvulling dacht ik: Kan Unilever nou echt nergens vanaf blijven en moet de innocent kokosnoot nu echt zo commerciëel uitgebuit worden?
Dat laatste is natulek een superflauwe opmerking want kokos zit al sinds het jaar kruik in alles wat we lekker vinden. Maar echt hoor, Als Bounty uit het snoepschap verdwijnt dan bied ik spontaan ‘Zijn jullie Locos blijf af van mijn Kokos’-petitie aan aan de Tweede Kamer. I mean, ja toch? En verder alles met kokos verandert gewoon in holiyay vibes, ook al heb je net al je vakantiedagen opgemaakt met huis klussen en kapotsaaie bezoekjes aan je schoonfamilie. Hoe? Je smeert kokosolie in je haar en je ruikt de rest van het jaar naar alle seizoenen van Hawaii Five O, ook al zie je er in het echt uit als Klazien uit Zalk.

Kokos is magic shit man. En toch ben ik een soort van hypocriet kritisch naar al die kokostoevoegingen in producten. Zodra kokos in fabrieksdingen wordt geprocessed, dan voelt het alsof het echte, het pure van kokos bruut wordt weggehaald en plaatsmaakt voor een slechte dupe ervan. I mean, ik ben een pinda die in Indonesië heeft gewoond. Het land dat palmproducten en kokos tot kunst heeft verheven. Van echte palmboomonderdelen maak je osso’s en van echte kokosnoten maak je superlekker voedsel. Kijk er een paar afleveringen van Expeditie Robinson bij voor de do it yourselfs en je hebt verder niks meer nodig in de leven. Kokos is magic shit like I said.

Dus waar jank ik eigenlijk over? Ja weet ik veel. Ik betaal rustig zes euro voor Nivea body met geprepte kokos-mineralen (what the feck zijn dat voor dingen) meanwhile koop ik voor dat bedrag in my hometown een stackvol aan Es Kelapa Kopyor (schaafijs met verse kokos en gecondenseerde melk) voor de rest van mijn leven. Rekensommetje is snel gemaakt toch qua what is the real shit en what not. Maar hee, ik woon nou eenmaal in een land en met een salaris waarvan ik Unilever kokosdupes kan kopen zonder dat ik meteen onder een brug lig in een kartonnen doosje, dus dit alles is dubbel, snap jij snap ik.

Dus blijf ik voorlopig alles consumeren wat bij benadering op the real coconuts lijkt en while I’m typing this: bestaan die good old kokosmakronen nog dat jullie weten?! Want boy die zijn me toch een partij vet lekker!! Fabriekskokosmakronen van Bakkerij de Gulden Krakeling, ja die ja. Fake ass kokos as hell, maar genoeg lekker als tussenoplossing. Totdat ik weer mijn vacay naar mijn hometown heb geboekt en op een bankje zit te chillen met een echte, genuine Es Kelapa Kopyor vol sappig kokosvruchtvlees en fruitigfris kokoswater regelrecht van de boom. Hasta Luego!

De #Hoedan-generatie

Jeuj. Ik heb afwasmiddel met ingebouwde krachtreinigers. En crème met aquatechnologische moleculen voor mijn pretty face. Ook allemaal ingebouwd. Wie de bouwvakkers zijn? Weet ik veel. Een dermatologenteam dat het leuk vindt om met DIY-moleculen en plastic flesjes te klooien. Ik weet, dit onderwerp, de totaal onzinnige, nondescripte consumentenmarketing wordt bijna wekelijks gecoverd door een of andere amateurblogger.

Of neem die purepassieauthentiekfoodliving-trend. Waar vileine columnisten vervolgens met een geweldig scherp vocabulaire overheen rugbyen. Zie Sylvia Witteman’s megahilarische Volkskrantcolumn van een paar weken terug. Over de zin en onzin van foodtruks en gezondedingenshit. Niet onzinnig, maar gewoon, op de haha-lachspierenwekkend.

Ik vind het leuk dat wij tot de #hoedan-generatie behoren. Want zo gaat dat met hippe en hipster dingen. Eerst omarm je authenticiteit, daarna transformeer je vrij rap in de kritische hoedan-consument die het-verhaal-om-het-gekochte-product-moe is. Ik snak af en toe naar dingen die ik gewoon pretentieloos kan gebruiken. Of opeten.

Neem nou Knorr. Niet dat ik die E-nummerzooi met de E van Erg vreet, maar het gaat om de teksten. De claims op de achterkant van de soepkartonnetjes. ‘Boerensoep met zorgvuldig geselecteerde ingrediënten.’ Dus eerst was het soep met slordig uitgezochte ingrediënten? Hallo lieve mensen, dit is de nieuwe soep van Knorr. Maar omdat we de ingrediënten in een lollige bui vaak random bij elkaar gooien, kan het zijn dat je zometeen soep én een stuk winegum opslurpt. En de sluitclip van de zak winegums. Die blijft ook achter in je keel. Alvast sorry daarvoor.

Datzelfde denk ik van mijn Dreft afwasschuim mét ingebouwde krachtreinigers. Zou serieus een blik civiele techniekstudenten krachtreinigers hydraulisch in die fles gemonteerd hebben? Hoe-dan. Waterpas op z’n minst. Ik bedoel, welke Unilever-copywriter is in de kantoorcontainer met wiet gevallen voordat ie aan het werk ging? Ik denk gewoon de hele afdeling. Hands down.

Claims zijn gewoon levensgevaarlijk eigenlijk. Ik lach dan wel superhard om die beautybeloftes maar mooi dat ik zelf ooit beef had met een superduur potje Lancôme-crème. Na het opsmeren zaten mijn las mejillas (sorry, zit op Spaanse les) namelijk onder de korsten. Ik terug naar die toko. Met in gedachten een volkomen terechte productswop. Want een consument heeft recht op de beloofde claims. Dus in mijn geval zachte la mejillas en la barbilla. Geen korstige wangetjes en kinnetje, maar een nieuwe pot crème a.u.b.

Wat die parfumeriejuffrouw toen antwoordde was beyond madness: ‘Ah kijk an. De diephydraterende hoogwaardige ingebouwde stoffen in de crème zijn aan het werk. Morgen vallen de korsten eraf en dan heb je een stralende huid.’ Wat ik toen zei tegen de toiletjuffrouw eh parfumjuffrouw? Heb ik verdrongen. Maar echt lekker zal het niet geklonken hebben.

Dan nog een ander ding. Ik heb een paar health-horecatijgers in mijn vriendenkring. Ik heb ze allemaal lief. Dit zeg ik omdat ik nu dit ga zeggen: ik heb ze lief, ook al zijn hun kapsels glutenvrij en lopen ze op sneakers van gedroogde bloemkoolpulp. Even zonder gekkigheid. Als ik in een fancyhipster restaurant een kippetje bestel, dan hoef ik niet te weten welke mindfulnessroute die kip heeft afgelegd. Dat de kip gemasseerd is met spelt en hummus, is leuk maar boeit niet (meer). I don’t care about de intens gelukkige kip die vlak voor slacht nog de marathon liep op een groen gazon vol sappige tarwekorrels. Zo lang ie maar niet uit de diepvries komt. Echt, zo veeleisend en healthsnobbish ben ik gewoon niet.

Samengevat wil ik gewoon mijn borden kunnen afwassen met een niet-afgestudeerde fles afwasmiddel. Want ik hóef niet in intellectueel debat met een fles vloeibare zeep. Snap jij snap ik. Mijn tomatensoep slurp ik graag op, zonder dat ik CSI-achterdochtig word van de evidente zorgvuldig klaargemaaktheid ervan. En kip is gewoon kip di Papa: met liefde en veel kruiden klaargemaakt. Dat die kip z’n hele leven in de rijstvelden heeft liggen chillen, het zal.

Soms is het gewoon freaking lekker om te consumeren zónder dat je steeds een lactosevrij gedicht tussen je gangen door krijgt, snap je? Of dat je je haren wast met shampoo met ingebouwde diamantglans. Geloof me, als ik loaded was, dan had ik diamanten in mijn beugel laten inbouwen en onder mijn Unicorn-hoeven geslagen. Dát is uiteindelijk wat ik wil. Een consumerende Unicorn zijn. Ik zei toch, ik ben niet veeleisend. Echt niet.